Siberisch warm

Siberia: The Card Game (dip Games)

Reiner Stockhousen, die spelbedenker waar menig vrouwelijke speler in het geheim een beetje verliefd op is,  verraste vorig jaar vriend en vijand met het zeer toegankelijke, slimme en leuke bordspel Siberia. Een volwaardige euro die als filler kan gespeeld worden, je moet het maar doen.

Reiner verraste mij dit jaar nog meer met Siberia: The Card Game, een op zichzelf staande kaartvariant waarmee het bordspel, zij het beperkt, ook nog eens kan worden uitgebreid.

Net als in het bordspel gaan we grondstoffen ontginnen in het verre Siberië om ze vervolgens te verhandelen op de internationale financiële markten. Wie na al deze transacties op het einde van het spel het meeste geld in de buidel heeft zitten, wint.

Er liggen acht grondstoffenkaarten open in een rijtje, met aan de linkerkant van de rij een kaart met een grote pijl erop die naar die uitlage wijst. Dit is een overbodige manier om u niet te laten vergeten in welke richting u moet ontginnen. Drie van de grondstoffenkaarten blijven gedekt, u ontdekt hun ware aard wel tijdens het spel.

Op de actiekaarten staan bovenaan steeds twee verschillende symbolen, een grondstof en een personage, en centraal staat het personage nog eens in het groot afgebeeld.

Onderaan staat de waarde van de kaart, in Amerikaanse dollar.

Verder heeft uw alziend oog nog drie stapeltjes personagekaarten op tafel opgemerkt: de arbeiders, de investeerders en de verkopers. U hebt zo het vermoeden dat deze kaarten u in het verloop van het spel nog goed van pas gaan komen, en gelijk hebt u.

En u vermoedt ook dat de vijf actiekaarten die de eigenaar van het spel u, na zijn voortreffelijke speluitleg, in uw handen heeft geduwd ook niet zonder enig belang zijn. Wederom slaat u de nagel op zijn spreekwoordelijke kop.

En ook die arbeider die voor uw neus op tafel ligt is uw arendsoog niet ontgaan. Ook die zou wel eens van nut kunnen zijn. En voor de derde keer schiet u pal in de roos.

U bent me d’r eentje.

Het begint u zelfs te dagen dat u dit alleraardigst kaartspel misschien wel eens zou kunnen winnen.

Als u aan de beurt bent moet u een gedekte grondstoffenkaart uit de centrale uitlage opdekken. Dat is verplicht als er drie of meer gedekte kaarten in de uitlage liggen. Liggen er minder dan drie hebt u de vrije keuze, Siberië is immers een vrij land. Vervolgens mag u uit twee mogelijkheden kiezen wat u doet: niets en gewoon twee actiekaarten van de trekstapel op hand nemen of twee actiekaarten met hetzelfde symbool (of één + twee willekeurige andere kaarten als joker) uitspelen en daarmee of een personage nemen of er grondstoffen mee ontginnen (van links naar rechts in de grondstoffenrij). In beide gevallen legt u de bekomen kaarten voor u neer, de grondstoffen gedekt, de personagekaarten open.

Arbeiders die u hebt verzameld laten u toe tijdens uw beurt meer grondstoffen te ontginnen, investeerders zorgen ervoor dat u minder kaarten moet uitspelen om een actie te doen en verkopers doen de waarde van uw grondstoffen en die van uw personeel op het einde van het spel stijgen. En zonder de voorleg van een aanzienlijke waarde van die hoger genoemde parameters gaat u dit spel niet kunnen winnen.

Het spel eindigt zodra de laatste grondstofkaart wordt opgedekt.

De puntentelling – kapitaaltelling dekt de lading beter – is eenvoudig. U telt gewoon de waarde van uw verzamelde grondstoffenkaarten en personagekaarten bij elkaar op, modificeert die met uw verzamelde verkopers en gaat vervolgens na of u zich een brede glimlach kan verantwoorden.

Siberische tijger

Eenvoud, elegantie en snelheid: dat zijn de basiskenmerken van dit vlotte kaartspel. Eigenschappen die ik zeer waardeer.

Grondstoffen wegkapen voor de neus van uw tegenspelers is gewoon een prettige bezigheid waarvan ik nooit genoeg kan krijgen.

Tijdens het spelen van spelletjes kan ik genieten van het gevoel dat ik iets weet, maar lang niet alles. De personagekaarten liggen bij elke speler open, de verzamelde grondstoffen gedekt. Dat zorgt tijdens uw beurt voor interessante afwegingent.

De geïntegreerde uitbreiding voor het bordspel is mooi meegenomen.

Zoekt u een opstapje naar het vleziger bordspel wordt u hier ruimschoots bediend.

Het kaartspel staat perfect op zichzelf maar het gaat u wel nieuwsgierig maken naar zijn grotere broer. Ik zou die nieuwsgierigheid bevredigen als ik u was.

Bent u steeds op zoek naar interessante vullertjes bent u hier aan het goede adres.

Siberisch strafkamp

Bent u een liefhebber van zware kost mag u hier gerust omheen laveren. Dit is echt niets voor u.

Eindkoers

Siberia: The Card Game is mij zeer goed bevallen. Als u graag tactisch wegspeelt, een kleine uitdaging niet uit de weg gaat, een liefhebber bent van het bordspel en uw overwinningspunten graag uitgedrukt ziet in dollars ben u hier aan het goede adres. Makkelijk meeneembaar ook en dat is altijd meegenomen.

Bent u trouwens in de dozen van het betere bord- of kaartspel al jaren op zoek naar een afbeelding van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen of de Euromast in Rotterdam kan ik u geruststellen: uw queeste is ten einde.

Dominique

 

Siberia: The Card Game

Dip Games (2012)

Reiner Stockhousen

2 tot 4 spelers vanaf 9 jaar

20 minuten

 

Citytrip

Oddville (What’s Your Game?)

Ik citeer mijzelf even uit mijn bespreking van gisteren: ‘In het populaire spelsegment van de stedenbouw steekt Ginkgopolis wat mij betreft ver boven de concurrentie uit.’

Ik neem dat terug.

Want ik heb ondertussen Oddville gespeeld. En Oddville steekt minstens even ver, zo niet verder, boven de concurrentie uit.

Dat is een beetje raar want Oddville zit in een veel kleiner doosje, levert veel minder spelmateriaal aan en is veel eenvoudiger van opzet.

Ik ga u hieronder proberen uit te leggen waarom dit zo’n leuk spelletje is.

Oddville is een kaartspel voor 2 tot 4 spelers waarin u gezamenlijk bouwt aan een stad met de gelijknamige naam. Daartoe stuurt u werklieden uit voor grondstoffen, geld en bouwvergunningen en bouwt als het even meezit die gebouwen waarvan u vermoedt dat ze u aan het einde van het spel het meeste prestige, zeg maar overwinningspiunten, gaan opleveren. U wordt dan immers bejubeld als winnaar.

Het spelmateriaal bestaat uit een grondstoffenbordje (hout, steen, leem en kristal), een deck van 64 multifunctionele gebouwenkaarten (gebouwen of geld), 12 karakterkaarten die gelinkt zijn aan 4 gilden, 16 arbeiderskaarten (4 voor elke speler), 1 centrumkaart (startkaart voor de stad), 36 arbeiders (meeples, 9 per speler) en een zeer overzichtelijk regelboekje dat slechts een schamele 6 bladzijden omvat.

Oddville spelen is de eenvoud zelve.

Tijdens uw beurt speelt u een van uw arbeiderskaarten uit en vervolgens mag u slechts één van de volgende actie doen: geld innen door het aantal goudmunten dat op uw uitgespeelde arbeiderskaart staat afgebeeld als munten (afgebeeld op de achterkant van de gebouwkaarten, limiet 5) van de trekstapel te nemen en voor u neer te leggen, een grondstof bekomen door een arbeider op het grondstoffenbord te plaatsen op het goedkoopste veld (de soort grondstoffen die u kunt bekomen staat vermeld op uw arbeiderskaart), een gebouw uit de uitlage nemen of kopen en dit als bouwvergunning voor u open leggen (limiet 2). Tenslotte kunt u ervoor kiezen een bouwvergunning te realiseren en het betreffende gebouw in Oddville neer te poten.

Al deze mogelijkheden staan op uw arbeiderskaarten vermeld, al kunnen de werklieden niet alles even goed. Sommige van hen leveren u meer munten op maar zijn dan weer slecht in het verzamelen van grondstoffen, andere zijn door hun goed lobbywerk dan weer sterk in het goedkoop bekomen van bouwvergunningen. U moet dus goed afwegen in welke situatie u welke arbeiders het beste inzet.

Als u voor grondstoffen gaat moet u ook heel goed uit uw doppen kijken want naarmate u meer  achteraan in de rij staat worden ze duurder, van gratis over 1 tot 2 goudstukken. Omwille van de goudstukkenschaarste is dit een belangrijk aandachtspunt.

Als u ervoor kiest om een gebouw op te richten moet u eerst de bouwkosten betalen – u haalt de corresponderende arbeiders weg van het grondstoffenbord – en vervolgens rekening houden met enkele bouwregels. Het eerste gebouw moet grenzen aan het centrale plein en vanaf dan moet elke nieuw onroerend goed aan reeds bestaande gebouwen grenzen waarbij wegen en huizenrijen mooi aan elkaar moeten aansluiten. U kunt vanaf de centrale plein ook alleen naar beneden of lateraal bouwen en het moet allemaal een beetje mooi ogen, Oddville of niet, wat wil zeggen dat de gebouwen allemaal mooi in dezelfde richting georiënteerd moeten zijn.

Bouwen is erg leuk want dan kunt u de bouwbonussen van het net opgerichte gebouw innen (leuke dingen doen met grondstoffen of goud of gildelieden bekomen) én die van de aangrenzende (niet diagonaal) die door een weg met uw net opgetrokken stulpje verbonden zijn, al hoeft u voor die gebouwen niet meer op gildelieden te rekenen. Als u het goed uitspeelt kan dit lekker aantikken. Om aan te tonen dat het pas gebouwde etablissement aan u toebehoort plaatst u een arbeider op de kaart. Een soort conciërge zeg maar.

Zo kabbelt het spel lekker voort tot een speler op het einde van zijn beurt 6 gebouwen de zijne mag noemen.

Waarna onmiddellijk de eindtelling volgt.

Die eindtelling = de gebouwenpunten + de punten aangegeven op de gildelieden die de speler op het einde van het spel voor zich heeft liggen + een punt voor elke arbeider die nog op het grondstoffenbordje staat.

Bepaalde gebouwen leveren u op het einde van het spel bonuspunten op. U mag dan bijvoorbeeld voor elk gebouw in de horizontale of verticale rij een extra punt bijschrijven of voor elk gildesymbool in de stad een punt scoren. Enzovoort, enzovoort.

De gildelieden zijn ook erg leuke medestanders. Er zijn 4 gilden actief in de stad en u lokt er één naar u toe als u bouwt en diens gildesymbool op uw bouwwerk staat. Die levert dan een permanent of eenmalig voordeel op. De lantaarnopsteker bijvoorbeeld laat u toe tijdens het bouwen te profiteren van de bonussen van de aangrenzende gebouwen zonder rekening te moeten houden met de wegregel. Ligt het gildelid op het einde van het spel nog voor uw neus krijgt u ook nog eens bonuspunten. U weet echter nooit zeker hoe lang u een gildelid gaat kunnen behagen. Er zijn er maar 3 per gilde en als een andere speler er eentje opeist zonder dat er nog in voorraad zijn moeten de andere spelers hun gildelieden inleveren, waarna ze worden geschud en opnieuw op een open stapeltje neergelegd. De bovenste kaart is dan het beschikbare gildelid. Erg, erg leuk, dit concept.

Ville

Oddville is een minikruising tussen Carcassonne, Stone Age en San Juan. Ik ken veel spellen die mindere referenties moeten voorleggen.

Oddville is verrassend leuk en erg overzichtelijk.

In enkele minuten hebt u dit spelletje uitgelegd.

Door de variatie in de kaarten is geen enkel spel hetzelfde.

Oddville heeft een aangename speelduur.

U kunt uw tegenspelers lekker jennen, zowel via de uitlage als op het grondstoffenbordje als bij het bouwen als bij het wegkapen van dat fantastische gildelid dat daar bovenaan op u lag te wachten.

Het spel zelf werd taalonafhankelijk gehouden door een zeer duidelijke iconografie.

Oddville stelt ook met twee spelers niet teleur.

Odd

Alle informatie ligt open op tafel. Dat geeft meestal aanleiding voor de beurtanalisten onder ons om al tellend aan de slag te gaan. Geen probleem tijdens mijn sessies tot nu toe, maar iedereen kent er wel eentje in zijn spelerskring die dit soort spellen helemaal naar de verdoemenis kan helpen. Die élk spel naar de verdoemenis kan helpen eigenlijk. Hou hier rekening mee.

Citytrip

Oddville is een zeer goed bouwspel met mooi verweven mechanismen dat zijn plaats in elke collectie zonder veel moeite kan verantwoorden. Zonder beurtanalisten speelt het snel en vloeiend en u kunt tijdens uw beurt altijd iets. Door de korte speelduur is een tweede of zelfs derde partijtje geen uitzondering. De compactheid biedt dan weer interessante mogelijkheden voor de globetrotters onder ons en zij die hun gekochte spellen tegenwoordig ongezien langs hun wederhelft het huis in moeten zien te krijgen. Er zijn veel spellen die met minder aanbevelingen komen aandraven.

Toppertje!

Dominique

 

Oddville

What’s Your Game? (2012)

Carlo Lavezzi

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

Giglo.., Ginklop.., Giplok.., Goklp.., Glopli.., Glipglo.., een Carcassonne graag.

Ginkgopolis

Ginkgopolis- u moet een beetje oefenen voor de spiegel vooraleer u ernaar vraagt bij uw spelleverancier – is een kaart-/tegelspel voor 1 tot 5 spelers waarin u in het jaar des Heren 2212 op een vernieuwende en vooral organische wijze aan stedenbouw doet. De inspiratie daarvoor werd u toegeleverd na het aanschouwen van de oudste en grootste boom op de wereld: Ginko Biloba.

Xavier Georges heeft duidelijk met meer dan gewone aandacht naar Avatar gekeken.

Samen met enkele projectmedewerkers, kaarten die u draftgewijs bekomt bij spelaanvang, gaat u aan de slag in een uit 9 gebouwen bestaande nederzetting. U gaat deze nederzetting uitbreiden, zowel in de breedte als in de hoogte.

Drie soorten gebouwen zijn er: productiegebouwen (rood), kantoorgebouwen (blauw) en residentiële gebouwen (geel). Productiegebouwen geven u grondstoffen, kantoorgebouwen leveren u gebouwtegels op en voor residentiële gebouwen krijgt u zomaar overwinningspunten in de schoot geworpen.

Om aan stadsuitbreiding te doen moet u, simultaan met uw tegenspelers, actiekaarten uitspelen. U kunt deze uitspelen met of zonder gebouwtegel. Afhankelijk van welke kaart u al dan niet met welke tegel uitspeelt kunt u acties doen.

Exploiteren laat u toe grondstoffen en nog op te richten gebouwen achter uw eigenste lichtscherm te leggen voor later gebruik. Als u urbaniseert mag u de stad uitbreiden in de breedte en lekker profiteren van de opbrengsten van de aangrenzende gebouwen (gebouwtegels en grondstoffen). The sky is the limit, dus de hoogte kunt u ook in. Daartoe plaatst u gebouwtegels op reeds bestaande gebouwen, daarvoor eventuele onkosten (overwinningspunten) betalend, ook aan de eigenaar van het gebouw. U wordt dan de nieuwe eigenaar. Als u het slim speelt kunt u tijdens uw beurt nog extra cashen via de kaarten die u eerder tijdens het spel hebt uitgespeeld en vervolgens mooi gesorteerd voor uw zichtschermpje hebt uitgestald.

Alle gebouwtegels zijn genummerd en alle bouwkavels zijn geletterd. De bouwkavels bevinden zich aan de rand van de stad. Deze cijfers en letters zijn elementen waarmee u rekening moet houden als u aan het bouwen slaat.

Al deze handelingen doet u een tijdje a rato van één actie per beurt tot de grondstoffenvoorraad van een speler is uitgeput of de voorraad gebouwtegels voor de tweede keer werd doorlopen.

Uw eindscore = tijdens het spel verzamelde overwinningspunten + punten voor bonuskaarten + punten voor niet gebruikte ’nieuwe hand fiches’ (u kunt deze twee fiches tijdens het spel inzetten om uw handkaarten te vervangen) + punten voor uw aanwezigheid in de verschillende stadsdistricten. 

Dat, in een notendop, is Ginkgopolis. 

Metropool

U krijgt mooi, degelijk en vooral kleurrijk materiaal voorgeschoteld. U speeltafel gaat helemaal opfleuren in deze donkere tijden.

Lekker, een spelregelboekje van 8 bladzijden en dat is toch wel uw norm tegenwoordig.

Omdat u ook in de hoogte kunt bouwen kunt u dit spelen op een relatief kleine tafel.

Ondanks de flinterdunne, bijna onzichtbare, link met het thema is Gingopolis verrassend leuk. Tot nu konden de spellen van Xavier Georges mij niet helemaal overtuigen. Er wrong altijd iets. Met Ginkgopolis heeft de man mij heel aangenaam verrast.

U kunt de snelheid van het eindspel beïnvloeden.

Ginkgopolis heeft ook een solovariant die verrassend leuk speelt.

Provinciestadje

Het fundament van Ginkgopolis, weliswaar gegoten in gewapend spelbeton, is heel abstract. U hebt niet echt het gevoel dat u aan stedenbouw bezig bent. Dit moet u incalculeren als u aan een aanschaf denkt.

Er moet wel een knopje om als u aan het spelen gaat. Het onderscheid tussen de verschillende acties en of u nu al dan niet een kaart met een gebouwtegel uitspeelt vraagt wat gewenning. Het slijt er wel in na enkele sessies maar u moet wel wat oefenen.

Stadslegende

Gingopolis is een spel met prachtig materiaal, een overzichtelijk en vloeiend spelverloop, een relatief korte speelduur, een hoge herspeelbaarheidsgraad en een actieradius die meerdere wegen biedt naar uw ongetwijfeld zeer verdiende overwinning. Het spelconcept vraagt wat gewenning tijdens uw eerste speelbeurten maar vrees niet, het komt allemaal goed.

In het populaire spelsegment van de stedenbouw steekt Ginkgoplis wat mij betreft ver boven de concurrentie uit.

Als thematiek voor u geen breekpunt is mag u van mij gerust toeslaan.

En boomblaadjes als overwinningspunten, wat wil een mens nog meer?

Dominique

 

Ginkgoolis

Heidelberger Spieleverlag / Z-Man Games / Pearl Games / uplay.it Edison (2012)

Xavier Georges

1 tot 5 spelers vanaf 13 jaar

45 minuten

 

Spoorzoeken

Trains (Okazu Brand)

Trains is een bord- en kaartspel voor 2 tot 4 spelers waarin u door het spelend samenstellen van een kaartendeck en het plaatsen van blokjes (spoorlijnen en stations) op een spelbord zoveel mogelijk punten probeert te vergaren.

Het dubbelzijdig bedrukte spelbord toont de omgeving van Osaka en Tokyo met daarop steden, riveren, landschapsvelden en afgelegen locaties (die extra punten opleveren). Daar omheen loopt een scorespoor.

Het deck dat u tijdens het spelen samenstelt bestaat uit een waaier van treingerelateerde actiekaarten waarmee u leuke dingen kunt doen: treinen uitspelen voor geld, spoorlijnen aanleggen op het spelbord, stations bouwen op het spelbord, gebouwen kopen voor overwinningspunten en extra acties genereren voor nog meer mogelijkheden. Eén symbooltje op de actiekaarten is minder aantrekkelijk: afval. Dat vervuilt uw deck als u bijvoorbeeld spoorlijnen aanlegt. A pain in the ass dit, want uw overwiningspuntengenerator stokt daardoor. U kunt uw afval wel dumpen maar dat kost u meestal een beurt.

U weet allemaal wel hoe u met zo’n deckje om moet gaan, u kent immers Dominion en Trains biedt op dat vlak weinig nieuws. Waarmee dit spel wel glansrijk scoort is het slagveld dat spelbord heet. Hier gaat u in de clinch met uw tegenspelers – soms sluit u zelfs tijdelijk allianties – en dat is leuk en verfrissend. Meestal moet u ook betalen als u rails legt en dat zorgt echt wel voor keuzestress.

U speelt kaarten uit, koopt er eventueel nog enkele extra, doet de bijbehorende acties, vergroot uw spoorwegennet, dumpt afval en vloekt op uw rechterbuur die net uw snode plannetjes richting Osaka aanzienlijk duurder heeft gemaakt. U blijft dat doen tot de spoorwegblokjes van een speler zijn opgebruikt, alle stations op het spelbord zijn geplaatst of vier kaartstapels uit de voorraad zijn weggekocht of leeggehaald. U krijgt punten voor bepaalde kaarten in uw deck en de van stations voorziene steden waar u uw spoorlijnen, niet zonder enige briljantie, hebt naartoe geleid. Hoe meer stations in een stad, hoe meer bonuspunten. Daar telt u de overwinningspunten bij op die u tijdens het spelen op het scorespoor hebt aangeduid en u kent de winnaar.

Train à Grande Vitesse

Trains is een ordinaire deckbuilder die door de combinatie met een speelbord toch net dat ietsje leuker wordt dan de ordinaire deckbuilder. Veel leuker zelfs.

De afweging tussen acteren op het spelbord of focussen op je kaartendeck creëert een aangenaam spanningsveld.

De afvalkaarten zijn een irritant speltechnisch onderdeel maar ze passen mooi in het thema en het managen ervan is een hele uitdaging.

Bent u een notoir Age of Steam hater is dit een heel goed alternatief. Wedden dat u hieraan wél plezier beleeft?

Boemeltrein

De kaarten zien er niet echt flashy uit. Op kleur alleen ga je dit spel niet aan je spellenvrienden kunnen verkopen.

Zoals eerder al aangehaald: dit is een ordinaire deckbuilder. Een goeie ordinaire deckbuilder, maar toch.

De Engels tekst op de kaarten is niet altijd goed leesbaar, de Japanse dan weer wel. De drukker vond het blijkbaar niet nodig de instelling ’bold’ voor de Angelsaksische spelers aan te vinken. Dat stoort een beetje.

Op Spiel kostte een enkeltje richting tüte 52 euro. Dat is niet niks, zelfs indien u er een extra dubbelzijdig spelbord van Duitsland bij krijgt.

Eindstation

Komt Dominion u de strot uit, maar net niet genoeg om uw interesse in het deckbuilden helemaal te doen verschrompelen? Trains biedt u een mooi alternatief. Het kan uw liefdesvlam voor het genre zelfs opnieuw doen opflakkeren.

Dominique

 

Trains

Okazu Brand / Japon Brand (2012)

Hisashi Hayashi

2 tot 4 spelers vanaf 12 jaar

45 minuten

 

Als wij samen gaan kamperen..

Wilderness (FryxGames)

FryxGames, hou dit sympathieke Zweeds familiebedrijfje in de gaten. Ze wisten mij vorig jaar aangenaam te verrassen met Space Station – u vindt een bespreking ergens in de rechterkolom hier – en als u de tweede editie daarvan in Essen hebt laten liggen hebt u een grote fout gemaakt. Geen onvergeeflijke, maar wel een grote.

Nu komt de familie met Wilderness. Het is te zeggen: ze kwamen er al een beetje mee in 2011 maar nu komen ze pas écht.

Wilderness is een bordspel voor 2 tot 8 spelers waarin u tijdens een avontuurlijk trektochtje in de wijde natuur wordt beroofd en voor dood achtergelaten, alleen nog beschikkend over uw Galvin Klein onderbroek.

U hebt honger, dorst en u bent uitgeput. U hebt dus niet veel tijd om de dichtstbijzijnde stad te vinden. Uw oriënteringsvermogen hebben uw overvallers u gelukkig ook nog gelaten waardoor u weet welke richting u ongeveer uit moet.

U strompelt dus op weg. U kruist weides, rivieren, bergketens, woestijngebieden, moerassen, komt tegenover wilde dieren te staan en bent daarbovenop nog overgeleverd aan onvoorspelbare weersomstandigheden – ziet u in de verte niet iets dat lijkt op een tornado? Een kleine troost: u bent niet de enige trekker bent die is overvallen. Er sukkelen nog andere pechvogels richting stad en ook zij proberen dat zo snel mogelijk te doen, als het moet ten koste van u. Weg troost.

Wie als eerste de stad bereikt wint.

Tijdens uw tocht moet u rekening houden met honger, dorst en uitputting. Gelukkig kent u uw eigen lichaam goed en weet u op elk moment perfect hoe u eraan toe bent. 

U gaat uw tocht niet klaren in een dagje. U gaat ook bij nacht moeten stappen, met het groot risico dat u zwaar gedesoriënteerd geraakt.

Wedden dat uw vrouw ervandoor is als u weer thuiskomt?

Tijdens uw beurt hebt u, afhankelijk van uw lichamelijke conditie, een aantal actiepunten ter beschikking waarmee u zich kunt verplaatsen, jagen en rusten.  Drinken kunt u gratis, maar u moet zich dan wel aan de rand van een waterbron bevinden. Als u een dutje wil doen kan dat ook gratis en dat is goed voor uw recuperatie, maar uw beurt gaat dan wel verloren.

Wordt u tijdens uw tocht geconfronteerd met een wild dier wordt u aangevallen. Uw kansen op schade zijn hierbij aanzienlijk groter dan die van uw niet menselijke opponent. Gelukkig ziet u het beestje al van ver komen en kunt u uw rechte lijn richting stad even afwisselen met een kromme.

Voor moerassen moet u ook oppassen want daar doet u gegarandeerd een ziekte op. U moet dan een ziektekaart trekken van de ziektestapel. Jawel. Er wordt wat afgekotst en gediarreet in Wlderness.  

Om het overleven enigszins draaglijker te maken wordt u bij aanvang van het spel en na elke dag voorzien van actiekaarten. Actiekaarten met een dubbele functie zelfs. De bovenste helft van de kaarten laat u toe vooral uzelf voort te helpen, de onderkant laat u toe uw tegenspelers te jennen, en goed te jennen.

Dat, in een notendop, is Wilderness.

Lekker wild:

De goede thematische omzetting.

Het sneeuwbaleffect bij het aanpassen van uw dorst-, honger- en uitputtingsgehalte na elke ronde.

De onvoorspelbaarheid van het ronddwalen door de wildernis wordt mooi geëvoceerd, mede door de veelheid van en de variatie op de actiekaarten.

Het degelijke en overzichtelijke spelmateriaal.

De overvloed aan interactie.

Het plezier dat u ervaart bij het managen van uw vitale levensfuncties.

De geleidelijke ontvouwing van het terrein.

De overzichtelijke speelduur en de moduleerbaarheid van het speelgebied.

U kan dit met z’n achten spelen.

De hoge herspeelbaarheidsgraad.

Eerder tam:

Er staat veel tekst op de kaarten, u gaat dus best voor de Engelse versie. De kaarten zijn ook heel sober geïllustreerd maar ze zijn wel functioneel.

Sculptuurtjes van de wilde dieren waren zeer welkom geweest, alvast meer welkom dan houten blokjes.

De term ‘bash the leader’ is echt voor dit spel uitgevonden. Ligt u voorop richting stad valt u ten prooi aan de onderkant van de actiekaarten van uw tegenspelers. Lang genoeg in het peloton blijven zitten vooraleer u uw eindspurt inzet strekt dan ook tot aanbeveling.

De actiekaarten kunnen uw plannen aanzienlijk in de war sturen. Niet iedereen vindt dat leuk.

U kunt voortijdig virtueel het leven laten en dan ligt u uit het spel. Afhankelijk van waar en wanneer dat gebeurt kan het zijn dat u dan nog een lange toekijkzit voor de boeg hebt. Dat kan leuk zijn als u uw medespelers graag ziet spartelen, maar u participeert toch liever.

Als u graag thematisch bezig bent, tegen tegenwerking kunt, een lachebek bent, graag snel aan het spelen gaat en houdt van snelle beurtwisselingen en een vloeiend en boeiend spelverloop moet u dit zeker eens bekijken.

Ik stel voor tijdens het spelen ‘Vrolijke Vrienden’ van Nonkel Bod in de lader te steken.

Dominique

 

Wilderness

FryxGames, 2011

Daniel Fryxelius / Thomas Fryxelius

2 tot 8 spelers vanaf 13 jaar

60 minuten

 

 

 

 

Dobbelend Keltissen

Keltis: Das Würfelspiel (Kosmos)

Wie mij een beetje kent weet dat ik een fervent lid ben van de Keltis sekte. Ik was dan ook aangenaam verrast in 2012 het Keltis dobbelspel te zien verschijnen. Dus maar meegebracht uit Essen aan de schandalig lage prijs van 3 euro.

In het kubusdoosje zitten vijf speciale dobbelstenen, 16 scorestenen in 4 kleuren, 40 wenssteenfiches, een dubbelzijdig assembleerbaar spelbordje en een spelregelboekje.

Het is niet veel maar het does the job. Met verve.

Dobbelend Keltissen is heel eenvoudig.

U hebt vijf dobbelstenen met daarop de vijf bekende padsymbolen. Het zesde vlak van de dobbelsteen werd vrijgehouden voor het vertrouwde wenssteensymbool.

U mag twee keer dobbelen met zoveel dobbelstenen als u wil maar na de tweede worp moet u kleur bekennen. U kiest één symbool uit en u zet of verplaatst uw telsteen op het corresponderende pad. Richting pluspunten. Als u minstens twee wensstenen gegooid hebt mag u daarbovenop een wenssteen uit de voorraad nemen. Ook daarmee kunt u op het einde extra plus- of minpunten verdienen.

Op het spelbord komen we ook weer enkele speciale velden tegen: wenssteenvelden laten u toe een wenssteenfiche te nemen, koboldvelden geven u een extra beurt en doorstreepte velden – alleen terug te vinden op kant twee van het spelbord – geven aan dat uw scoresteen daar niet mag stoppen (u moet dus voldoende padsymbolen gooien om er overheen te kunnen wippen).

Het spel eindigt zodra een bepaald aantal scorestenen, afhankelijk van het spelersaantal, de eindzone heeft bereikt of wanneer een speler zijn vier scorestenen in de eindzone heeft gebracht. De scorestenen worden gewaardeerd op basis van hun plaats op het pad waar zij zich bevinden en ook de wensstenen leveren nog punten op. In beide gevallen kan daar ook een minnetje voor staan. Het is maar dat u het weet.

Keltis: Das Würfelspiel doet grandioos wat het belooft: u een ontspannend half uurtje bezorgen, zonder meer. Op één minuut uitgelegd en enorm vlot spelend, al moet u ook hier de nodige tactische afwegingen maken. En een beetje durven. 

Goedgekeurd.

Dominique

 

Keltis: Das Würfelspiel

Kosmos, 2012

Reiner Knizia

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

 

Mentaal toch nog maar even blijven hangen ginder: Spiel 2012

Geen inleiding, gewoon direct ter zake vandaag.

Love Letter (AEG) is fantastisch, zeker met z’n vieren. Hebt u iets goed te maken met uw partner of hebt u iets van hem of haar nodig, zie hier het ideale smeermiddel. Dit wordt mogelijk ook hét reisspel van 2012, al heeft het in dit spelsegment wat mij betreft zware concurrentie van..

R (Japon Brand). Van dezelfde maker als Love Letter, maar alleen voor met zn’ tweeën dit en heerlijk subtiel. Slechts 4 euro op de Japon Brand stand, maar de speldoos is dan ook een enveloppe en het heeft uiteraard niet de prachtige grandeur van de Love Letter versie van AEG. Maar ik raad u aan toch eens tegenover iemand te gaan zitten en het vervolgens te spelen. U gaat niet weten wat u overkomt. Uw initiële “is het dat maar” zal snel worden vervangen door “we doen er nog eentje”, om vijf uur later vast te stellen dat u uw laatste trein naar huis hebt gemist.

Hooyah: The Navy Seals Card Game (U.S. Games Systems Inc.) vond ik zo goed dat ik er maar mijn eerste post Spiel bespreking aan heb gewijd. Een lekker vlot spelend coöperatief spel dat een plaats in uw collectie zonder enige schroom mag opeisen. Hou wel rekening met zweethanden en okselvijvers als u dit op tafel legt. En misschien doet u preventief ook best een pamper aan.

Mij ook zeer goed bevallen: Fairy Land (ElfinWerks, Lo Scarabeo). U verzamelt hier setjes van bloemen en dieren om er op het einde zoveel mogelijk punten mee te scoren. U gaat daarvoor op zoektocht in het woud, bezoekt de druïden voor wat extra steun en lobbyt bij de feeënkoningin voor extra duelleerkracht, want uw tegenspeler-feeën zitten u de hele tijd dwars, net als de goblins die als ongenode gasten de opslagruimte aandoen waar u uw fauna en flora bewaart. Een gouden tip: wees zuinig met uw feeënkaarten, u hebt ze tijdens het eindspel meer dan nodig.

Naar Ginkgopolis (Heidelberger Spieleverlag, Z-Man Games, Pearl Games, uplay.it Edizioni) in actie heb ik lang staan kijken en de aankoopverleiding was enorm groot, maar mijn budget niet meer en dus heb ik gepast. Een interessant en overzichtelijk spelverloop zag ik, met elementen van Kardinaal en Koning en 7 Wonders en een relatief korte speelduur, gekoppeld aan een op het eerste gezicht onpeilbare diepte. Ik ben al aan een spaarplan begonnen.

Noblemen (Pegasusspiele / Tasty Minstrel Games) biedt de euroliefhebber en ondergetekende alles waar hij of zij naar verlangt. Als het in een kartonnen doos past tenminste Prachtig en veel spelmateriaal, spelmechanismen die naadloos in elkaar overvloeien, een vleugje Carcassonne, speeltijdsturing, gigantische zichtschermen, tijdsdruk en tijdens de gemaskerde bals mag u van hoofd verwisselen. Zit knap en eenvoudig in elkaar, al is de eerste indruk overweldigend. En eindelijk mag ik het koningshuis ook eens manipuleren. De Vlamingen onder ons beseffen pas ten volle wat een uitzonderlijke kans hier geboden wordt.

Verstopt in hal 7, de kaartspelpareltjes van Brain Games, meerbepaald Air King, waarin u als luchtverkeersleider de vier vliegtuigen die op uw opdrachtkaart staan als eerste in een van de twee luchthavens moet zien te krijgen. Onderweg moet u afrekenen met slecht weer, andere vliegtuigen, landingsverboden en dies meer. Kortom: uw tegenspelers. Maar ook Food Chain, een kaartspelletje over eten en gegeten worden, af en toe onderbroken door een gericht schot van een passerende jager, kon mij zeer bekoren.

Hebt u Hanabi (Asmodee / Abacus Spiele) niet meegenomen hebt u een grote fout begaan. Minimalistisch samenwerken op zijn best. Gelukkig makkelijk te krijgen. U hoeft dus niet te treuren.

Van de meerderhedenspellen Dominare en Courtier (AEG) leek Courtier mij de meest interessante, en vooral de kortste. Heel mooi, al die personages die de metropool tempest bevolken. Een kleine navraag bij de spelende medemens op de stand van AEG leerde mij dat de plezierbalans duidelijk overhelde in de richting van Courtier.

Aztlán ((Ares Games) intrigeerde mij enorm omwille van de overzichtelijkheid, het elegante en snelle spelverloop en de schoonheid. Ik vrees wel dat u het in dit spel erg moeilijk krijgt als er tegen u wordt samengespannen. Dan kunt u het volgens mij helemaal vergeten. Ik vermoed dan ook dat u uw hart moet vasthouden als u voor dit spel met z’n drieën aanschuift. Blijft desalniettemin op mijn radarscherm bliepen.

Shadows over Camelot (Days of Wonder) bleek niet meer te zijn dan een veredelde memory met zoveel twists dat uw hersenen ervan gaan koken. Ik meen echt te hebben gevoeld dat de demotafels van dit spel de letterlijke hotspots waren van Spiel 2012.

P.I. (Treefrog) werd hier en daar omschreven als Mastermind meets Cluedo, voor mij hét sein om er zo snel mogelijk en heel ver van weg te lopen.

Cheeky Monkey (Gryphon Games) was vermomd als een aap waardoor potentiële kopers er verkeerdelijk van uitgingen dat het Essen niet gehaald had. Men aanzag de schattige aapjes als standversiering. Het kan verkeren.

Heel erg gefascineerd was ik door ‘Der Hobbit: Das Spiel Zum Film‘ (Kosmos), een coöperatief bordspel voor 2 tot 4 spelers. Normaal gezien loop ik met een wijde boog om dit soort spellen heen, maar hier viel me toch iets op. Bij elke passage op de de stand van Kosmos leken de spelers van dit spel zich uitermate goed te amuseren. Al-tijd. Dat zegt of iets over de spelers, of iets over het spel. Ik vermoed het laatste. Ook de prijs bleek heel redelijk te zijn. Blijft bliepen op de radar.

Lady Alice (Hurrican) is een spel dat u binnen de 10 seconden kunt winnen. Dat werd ter plekke aangetoond door Kristof, een mijner beste vrienden. Naar verluidt werd het achterkamertje van Hurrican, waar normaal de grote deals worden afgesloten, vanaf dat moment alleen nog maar gebruikt voor crisisoverleg en het uitschelden van de toevallig aanwezige leden van het testteam.

Phantom (Ludonaute) was een zeer positieve verrassing. Een tweepersoons kaartspel is dit waarin elke speler een geest is die een concurrerende geest uit het huis probeert te verdrijven door de inwoners zoveel mogelijk schrik aan te jagen. Dat doe je door het uitspelen van locatiekaarten en geestkaarten, die elk hun specifieke eigenschappen hebben. U probeert ook het traject van de door het huis lopende familieleden te beïnvloeden zodat u ze in uw zorgvuldig opgezette val kunt lokken. Wie als eerste 11 punten binnenhaalt wint. Mooi verpakt ook, onder de vorm van een boek dat een griezelverhaal en de spelregels bevat, met achteraan een geheime bergplaats voor de speelkaarten. Als u van tweepersoonsspellen houdt een must.

Twee spellen die me erg intrigeerden waren jammer genoeg niet aanwezig, en ze waren nog van dezelfde uitgever ook: Room 25 en Northwest Passage (Asmodee / Matagot). Ik geef u een goede raad. Zet ze allebei op uw radar want ze beloven.

Tokaido was op vrijdag al uitverkocht en ik kan begrijpen waarom. Eindelijk eens rust aan de speeltafel met een spel als een kabbelend verkoelend beekje waarin u uw blote voetjes kunt laten bengelen. Wint u? Goed gedaan. Verliest u? So what? Bloed- en bloedmooi ook, al is niet iedereen het hierover eens. Net als bij ‘King of Tokyo: Power Up’ (IELLO) schandalig lange wachtrijen hier omwille van signeer- en tekensessies. Ik kan ze alleen maar toejuichen, die signeersessies, want die zorgen elders voor meer ruimte in de gangpaden. Ik had wel een beetje te doen met Richard Garfield, die naar verluidt helemaal onder het kwijl zat.

‘Robinson Crusoe: Adventure on the Cursed Island’ kreeg heel wat bijval, maar het heeft er alle schijn van dat dit een monstertje van een spel is en dus niet aan mij besteed. Teveel gedoe, teveel om rekening mee te houden en veel subregeltjes die makkelijk worden vergeten.

Escape: The Curse of the Temple was aan de top van de Geekbuzz lijst niet weg te slaan, zelfs niet met een goedgemikte vervloeking, en kan nu al bestempeld worden als dé hit van de beurs. Kon ook moeilijk anders als je zag welk een moeite ze bij Queen Games hadden gedaan om vooral heel veel indruk te maken. Ik denk dat in die vier dagen ook het wereldrecord simultaan dobbelsteengooien gewoonweg verpulverd is. Waarom ze bij Queen geen recordpoging in hun presentatie hebben geïntegreerd is mij nog steeds een raadsel. Staan er eigenlijk bordspellen in het Guiness Book of Records?

Ook Rio Grande Games kon twee beloften niet waarmaken: Roll to the South Pole en Arctic Scavangers, veelbelovende titels waarvan u vooral de tweede moet onthouden.

Mijn jaarlijkse traditie om bij het afscheid van de beurs één kaartspelletje van Adlung mee te nemen is dit jaar abrupt onderbroken, gewoon omdat ik het vergeten ben – ik word dan ook al een dagje ouder. Als ik er eentje had meegenomen was dat Drachenschatten geweest, Thunderstone ultra light zeg maar.

Het was weer goed toeven in Essen, niet in het minst door al die bekenden-lotgenoten die ik op deze bedevaartsplek weer heb ontmoet. Fijn dat jullie er ook waren, medespelers!

De feestdagen zijn alweer voorbij. Het aftellen naar Spiel 2013 kan beginnen.

Dominique

 

Hiep hiep hiep Hooyah!

Hooyah: Navy Seals Card Game (U.S. Games Systems, Inc.)

In Hooyah: Navy Seals Card Game, een coöperatief kaartspel voor 1 tot 4 spelers, bent u actief lid van de Navy SEALs, een Amerikaanse gevechtseenheid van het “Naval Special Warfare” programma van de marine.

Geef toe, uw jongenshart gaat toch een ietsepietsie sneller kloppen als u dit leest.

De opzet van het spel is simpel. Op bevel trekt u er alleen of met enkele collega’s op uit om zeer geheime en uiterst gevaarlijke missies te volbrengen. De kans dat u in een lijkzak de terugweg naar huis aanvat is niet onbestaande, maar dat wist u toen u uw handtekening onder uw contract zette. Geen gezeur dus.

Voor u aan de slag gaat krijgt u een rol toebedeeld. U kunt kiezen uit tien specialisten. De verpleger bijvoorbeeld, die na een geslaagde “operatie” één teamlid, ook zichzelf, een extra gezondheidsfiche mag geven. Gezondheidsfiches zijn schaars en u begint slechts met vijf van die fiches aan het spel. Verliest u ze allemaal bent u dood. Op zich niet zo erg, zult u denken, maar daardoor verliest ook onmiddellijk het hele team en dat is niet iets waarover u achteraf zult kunnen opscheppen.

De Lt. Commander zit altijd in het spel. Hij draagt de zware verantwoordelijkheid de zogenaamde “roll cals” te doen, die bepalen wanneer de submissies en de eindmissie definitief worden ingezet.

Een missie is samengesteld uit vijf submissies die uiteindelijk uitmonden in de climaxrijke finale, al valt een anticlimax verre van uit te sluiten. Maar ik garandeer u dat u aan de anticlimax ook heel veel plezier zult beleven.

De vijf submissies volbrengt het team door een vooraf bepaald aantal kleurenkaarten uit te spelen. Hoe hoger dat kaartenaantal, hoe meer tijd u ervoor krijgt, maar hoe moeilijker de submissie is. Die kaarten bekomt u door een starthand, die later in het spel wordt aangevuld door kaarten te trekken van de zogenaamde provisiestapel (gedekt) of -rij (open). En u mag de Heer op uw blote knieën bedanken want In Hooyah heeft u geen handkaartenlimiet. Hoe belangrijk dat is zult u tijdens het spelen snel ontdekken.

Sommige provisiekaarten zijn ook equipementkaarten die u toelaten, als ze niet als kleurkaart worden uitgespeeld, interessante dingen te doen. De duikuitrusting bijvoorbeeld laat u toe twee extra kaarten uit de provisie te trekken. U moet dan ook heel goed nadenken voor u deze kaarten gewoon als kleurkaart uitspeelt.

Vooraleer elke submissie kan worden volbracht moet elke speler een gebeurtenis ondergaan. Lukt dit voor iedereen kan de missie (eventueel) worden afgerond en kan de volgende submissie worden aangepakt. Lukt dat niet begint u weer van voor af aan en loop iedereen gezondheidsschade op.

Wordt de submissie volbracht vooraleer de timer de nul heeft bereikt mag de Lt. Commander de overgebleven tijd als gezondheidsfiches verdelen onder de teamleden. Daarna wordt de volgende submissie aangevat, die moeilijker wordt dan de vorige aangezien het aantal openliggende provisiekaarten na elke missie afneemt.

Na de laatste submissie volgt de hoofdbrok: het volbrengen van waar u uiteindelijk de nacht ervoor uit uw bed bent gebeld. Dat kan gaan om het vinden en elimineren van Osama Bin Laden of het bevrijden van twee gijzelaars uit een Somalisch piratenkamp. Leeft u daarna allemaal nog hebt u gewonnen. Legt er een teamlid tijdens de missie het bijltje is uw opdracht mislukt en kunt u fluiten naar uw promotie.

Missie volbracht

De spanning.

Het prachtige en wel erg glossy spelregelboekje.

De geslaagde thematische omzetting.

Het speltechnish elimineren van de egotripper en de beterweter, een euvel waaraan nogal wat coöperatieve spellen lijden.

Het tijdmanagement dat ingenieus wordt gekoppeld aan uw gezondheidstoestand.

Het snelle en vlotte spelverloop.

De multifunctionaliteit van de kaarten.

Het spanningsveld tussen het snel proberen af te werken van een missie om extra gezondheidsfiches te verdienen en het niet geringe risico dat hiermee genomen wordt.

De steeds toenemende moeilijkheidsgraad naarmate de missie vordert.

De mooie balans tussen de moeilijkheidsgraad van de missies en de tijd die het team ervoor krijgt.

De “roll call” van de Lt. Commander en de slechts gedeeltelijke informatie die hij en zijn teamleden daarin mogen doorgeven.

De functionele missiehouder, die aan elk teamlid toelaat overzicht te houden over wat er op het einde te gebeuren staat en wat van hem of haar verwacht wordt.

De solovariant.

Missie mislukt

Het zou kunnen dat u afhaakt op de wel erg realistische missies. Er gaan waarschijnlijk doden vallen en dat vindt u niet leuk.

Debriefing

Hooyah was voor mij een van de grootste verrassingen op Spiel 2012. Houdt u van samenwerken, racen tegen de tijd, veel weten maar niet alles, zware lasten op uw schouders, letterlijk voelbare spanning en een vloeiend en overzichtelijk spelverloop mag u niet twijfelen.

Moest u Spiel gemist hebben of u was er wel maar miste het spel, Spelshop.be heeft het volgens hun website in voorraad.

Ik zou deze missie volbrengen als ik u was.

Dominique

 

Hooyah: Navy Seals Card Game

U.S. Games Systems, Inc. (2012)

Mike Fitzgerald

1 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

Spiel 2012: parels in het restafval

Cheeky Monkey (Gryphon Games)

Verscheen al in 2007 en is een van de beste combi kinder-volwassenenspellen op de markt. Ik zou deze niet laten liggen als u aan de stand van Gryphon Games passeert, zelfs niet als u geen kinderen hebt.

In dit spel van Reiner Knizia moet je dierenfiches verzamelen door ze uit een grote stoffen zak te trekken. Trek je een aap creëer je voor jezelf extra mogelijkheden. Op het einde krijgt de speler met de meeste dieren van een bepaalde soort nog bonuspunten. Speelt enorm snel, heeft een hoog can’t stop gehalte, kent een leuke Kniziaanse eindtelling, zorgt voor veel animo aan tafel en ik heb ooit een groepje volwassenen gespot die het de hele avond speelden terwijl hun kinderen vanop afstand kwijlend zaten toe te kijken. Dat zegt veel. Heel veel.

Die Legenden von Andor (Kosmos)

Een fantasy coöperatief spel waarin u gewoon doet wat een held in dit universum altijd doet: de wereld redden van de ondergang en toch op tijd thuis zijn voor het avondeten.

Dit spel ziet er fantastisch uit maar de originaliteit zit ‘m toch eerder in het feit dat er geen echte spelregels worden meegeleverd. U moet het met wegwijzers doen. De scenariogestuurde opzet legt mogelijk een hypotheek op de herspeelbaarheid maar als u bij Kosmos passeert zou ik toch eens gaan kijken.

Homesteaders (Quined Games)

Heel goed dit. U kunt mijn bespreking hier ergens in de rechterkolom opzoeken. Fijn dat Quined Games dit pareltje heeft opgepikt.

Siberia: Das Kartenspiel (dip games)

Siberia wist mij vorig jaar aangenaam te verrassen en ik denk dat het kaartspel dat ook zal doen, gewoon omdat ik aan kaarten veel gevoeliger ben.

Space Station (FryxGames)

Deze heb ik ook al besproken. Buiten de ietwat ongelukkige verpakking, hopelijk aangepast in de nieuwe editie, kende dit spel geen weerhaakjes. Thematisch mooi omgezet, veel interactie, snelle beurtwisselingen en gegarandeerd spannend tot het einde. Dit spel leverde me de mooiste overwinning van 2011 op. Ik geniet nog altijd na.

Doe mij een plezier en ga bij de Zweden even langs. Ze verdienen het.

String Railway (Asmodee)

Ook een hele leuke deze. De versie van Asmodee heeft zit in een langwerpige doos en de stationkaartjes zijn wat overzichtelijker dan die van de originele editie. Het was van Dicke Dämonen geleden dat ik nog zo graag met touwtjes in de weer was.

Zoekt u een treinspel én originaliteit gecomprimeerd in een half uurtje? Dan moet u op dit adres zijn.

Las Vegas (Alea)

Het eenvoudigste maar tegelijkertijd misschien ook wel het leukste spel dat Alea ooit heeft uitgebracht. Als u de regels leest denkt u dat men u voor een peuter houdt en is uw eerste reactie: “Is het dat maar?”

Tot u aan het spelen gaat.

Uitgelegd in 2 minuten en 24 seconden, gespeeld in minder dan een half uur en na afloop wilt u nog eens, en nog eens. Net als in een goede goktent. Lacht u graag en drijft u uw tegenspelers graag tot het uiterste, hen schijnbaar aanmoedigend? Vegas is the place to be.

Ik wens u veel plezier in Essen, medespeler!

Dominique

 

City of Horror

Afgelopen vrijdag mocht ik het genoegen smaken bij Asmodee in avant premiere City of Horror te spelen. Een uitnodiging van Asmodee sla je eigenlijk nooit af. Prima ontvangst weer, al moesten aan de ingang wel zombies getrotseerd, dreigende nevelslierten doorwaad en actieve kettingzagen ontweken. Wie daarna al zijn ledematen nog had mocht op verdieping één aan de slag met misschien de grootste horror van allemaal: op gemeen onderhandelen beluste tegenspelers.

En dat vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen.

City of Horror is een herwerkte versie van Mall of Horror, waarbij de biotoop waaruit u moest ontsnappen zich beperkte tot een winkelcentrum. Niet zo in City of Horror. Hier kunt u met uw toegewezen personages (bepaald door het spelersaantal) de hele stad bestrijken, al moet u nu ook weer niet teveel bewegingsvrijheid verwachten.

Soit, uw stadje mag dan overspoeld door zombies, er is hulp onderweg. Hulp onder de vorm van een helikopter die er ongeveer vier uur over doet om uw stadje te bereiken. Iedereen die op dat moment nog leeft en een antidotum tegen zombietransformatie heeft gekregen mag mee. De anderen? Pech gehad.

Die vier uur die de helikopter erover doet om u te komen redden moet u niet letterlijk nemen. U speelt immers gewoon vier rondes waarin u ruimschoots de gelegenheid krijgt uw onderhandelings-, manipulatie- en afperstechnieken te etaleren.

En u moet echt wel aan de bak.

Vijf locaties hebt u ter beschikking om naartoe te vluchten, en een niet zo veilig kruispunt want daar houdt de zombieleider zich op. We hebben de zeer interessante watertoren, van waar u, en u alleen, van verre de zombies kunt zien aankomen. Er is de kerk, waarin u door een goed gefundeerd schietgebed een van uw personages weer “actief” kunt maken. Er is het ziekenhuis, waar u de broodnodige antidota kunt ophalen waarmee u uw personages kunt inenten. De wapenhandel is ook een niet te versmaden handelsruimte, ik hoef u niet te vertellen waarom. Vanuit de bank tenslotte kunt u de aard van het avondmaal – iedereen, behalve uzelf natuurlijk – van de zombieleider beïnvloeden.

Een handvol personages krijgt u dus bij aanvang. Daar moet u het voor de rest van het spel mee doen. Mee doen betekent hier gewoon overleven en ingeënt zijn als de heli landt.

Gelukkig hebben uw beschermelingen speciale eigenschappen die u kunt activeren als de nood het hoogst is. Jammer genoeg kunt u dat slechts één keer en het aantal punten die de personages opleveren op het einde van het spel worden daardoor ook verminderd (u draait de kaart gewoon naar de inactieve zijde). U kunt uw personages wel opnieuw actieklaar maken door de kerkactie te gebruiken.

Een beurt is eenvoudig. De spelers die een personage op de watertoren hebben staan mogen de invasiekaart voor die beurt bekijken. Daar staat op waar en hoeveel zombies er in de stad opduiken. Zeer belangrijke informatie is dit en de bezitters ervan hebben een duidelijk stapje voor. Daarna kiest elke speler uit zijn of haar stapeltje locatiekaarten in het geheim een gebouw (of het kruispunt) waarnaar u één van uw personages wilt verplaatsen. Vervolgens duiken doorgaans overal in de stad de zombies op, meestal net in het gebouw waar u zich hebt verschanst. Overschrijden ze een op de locatie aangeven aantal eten ze één personage op die locatie later in de beurt gewoon op. Daarna verplaatst uw personage zich naar uw gekozen locatie, als er op dat moment nog plaats is tenminste. Zo kunnen er bijvoorbeeld op de watertoren slechts twee personages staan. Als er geen plaats meer is vliegt u automatisch naar het kruispunt, een oord waar u meestal liever wegblijft.

Het tromgeroffel mag aanzwellen want nu begint het pas. Op elke locatie kunnen de spelers die daar aanwezig zijn de eigenschap van de locatie gebruiken, aanwezige zombies uitschakelen door het spelen van actiekaarten en eventuele goodies die werden aangetroffen verdelen. Na het gebruiken van de locatie-actie begint de pret want als er voldoende zombies in de locatie aanwezig zijn wordt er een personage door de zombies verorberd. Over wie dat is wordt door de aanwezigen gestemd. Elk personage heeft standaard één stem. Maar ook over het eventueel uitschakelen van zombies en wie dat dan wel doet, het verdelen van de buit achteraf en alle andere aspecten kan vóór het stemmen worden onderhandeld. Hier hoeft geen tekening bij. Alles is onder(ver)handelbaar. Bent u bereid een actiekaart te ruilen voor uw leven kan dat. Deze fase is de motor van het spel en ontaardt al vrij snel in een ware psychologische oorlog waarin u van niets meer zeker bent, zelfs niet van uw leven.

Elke locatie wordt steeds in dezelfde volgorde afgewerkt. Het laatste in de rij, het kruispunt, is een speciaal geval. Daar doodt de zombieleider een personage en men kan al van verre zien aankomen wie dat zal zijn. Dat betekent gelukkig ook dat u erop kunt anticiperen. U vindt er ook voedselpakketten die op het einde van het spel extra overwinningspunten opleveren. Het kruispunt is én gevaarlijk én interessant. U moet alleen over een voldoende dosis lef beschikken.

Na vier ronden landt de helikopter en pikt de ingeënte overlevenden op. De punten van de personages worden opgeteld, samen met uw eventueel verzamelde voedselpakketten en de antidota die u op overschot hebt. Wie het meeste punten heeft wint.

City of Horror is in zijn genre – de onderhandelingsspellen – een topper. Er is veel dat voor dit spel pleit: de originaliteit van de personages (een zwangere vrouw die bevalt krijgt plots twee stemmen, een oma met looprekje kan slechts één keer bewegen, opa kan niet stemmen, de gillende vamp lokt altijd één zombie mee naar de locatie waar ze naartoe vlucht, de special agent kan de zombieleider in een bepaalde richting sturen, de priester annuleert een verplaatsing van een personage en ga zo maar door), de spannende verplaatsingsfases, de stress bij het opduiken van de zombies, de leuke locatie-acties, de ontploffende watertoren, de moduleerbaarheid van het spelbord, de schaarsheid van de actiekaarten, de actiekaarten op zich, de op het scherp van de snee balancerende onderhandelingen, de overzienbare speelduur, het mooi omgezette thema, het zit er allemaal in.

U gaat me niet geloven maar u kunt dit spel ook winnen als u zich enigszins buiten het gewoel van het onderhandelen houdt. U moet dan wel wat slimmer zijn dan de rest, maar u kennende mag dat geen probleem zijn.

Minpuntjes? Weinig, en kleine. Bij spelaanvang lijkt draften me een leukere en eerlijkere manier om de karakters te verdelen dan een willekeurige toewijzing en ik had voor de talrijke stemrondes persoonlijk toch liever een stemschijf uit het origineel gebruikt dan mijn wijsvinger.

Als u van onderhandelingsspellen en zombies houdt hoeft u niet verder te zoeken.

Dominique

 

City of Horror

Asmodee / Repos Production

Nicolas Normandon

3 tot 6 spelers vanaf 13 jaar

90 minuten