Hou jij mijn tashie effe vast, want die gozer wil met me vechten.

Abstracte spellen, ik moet er niet van hebben. Niet dat ik niet begrijp dat er mensen zijn die er tonnen plezier uit halen, maar bij mij slaat de vonk nooit over.

Tash-Kalar: Arena of Legends daarentegen, die zijn abstracte fundamenten verre van verloochent, heeft me dan weer wel vol geraakt. Mogelijk in een soft spot die mij tot nu onbekend was.

Geef toe, met fiches een patroon vormen op een in vakjes verdeeld spelbord, met de bedoeling nog meer fiches op het bord te krijgen waarmee je dan weer de fiches van je tegenstander(s) kunt slaan, het klinkt niet echt opwindend. Het klinkt zelfs saai.

Wat doet mij dan zo genieten van dit spel?

Aan het spelbord(je) ligt het niet. Ik heb, zowel kwalitatief als visueel, al veel mooiere en betere exemplaren gezien. Wat het wel heeft is het voordeel van de duidelijkheid. U ziet in een oogopslag hoe u en uw tegenspeler(s) er voor staan.

Aan de fiches ligt het ook niet. Ik heb er, zowel kwalitatief als visueel, al veel mooiere en betere gezien. Wat ze wel hebben is het voordeel van de duidelijkheid. U ziet in een oogopslag welke eenheden zich waar bevinden en hoe u uw toekomstige patronen het best op het bord kunt krijgen.

Aan de kaarten ligt het ook niet. Ik heb er, zowel kwalitatief als visueel, al veel mooiere en betere gezien. Wat ze wel hebben is het voordeel van de duidelijkheid, vooral door de grote opdruk van de speciale eigenschappen. Mijn oude, vermoeide ogen zijn zó blij met dit spel. Een verademing tussen al die minikaartjes met minuscule opdruk die men tegenwoordig in onze dozen stopt.

Wat is het dan wel?

Om te beginnen is er de typische Tash-Kalar flow. Het golft echt lekker heen en weer en u mag nooit, maar dan ook nooit, opgeven vooraleer als het ware de laatste kaart gespeeld is. Ik heb er van ver zien terugkomen in dit spel, op een heel spectaculaire manier en soms ook heel sluw. Dat vond ik een aangename vaststelling.

De race voor de punten. Hoe u het ook draait of keert, u moet zo snel mogelijk werk maken van het inmaken van uw tegenstander. Wie als eerste 9 punten binnenhaalt in het duel voor 2 wint immers onmiddellijk. Dat betekent dat u een krachtmeting, als u het spel een beetje in de vingers hebt, in een half uurtje kunt afwerken. Dat vind ik erg interessant want dat opent perspectieven voor meerdere sessies na elkaar.

De balans, ondanks het gebruik van drie verschillende kaartendecks, klopt. U bent uiteraard afhankelijk van wanneer welke kaart in uw handjes opduiken, maar toch. U kunt altijd wat en wat dat is hoeft niet altijd via de zwaargewichten te gaan. Een goedgemikte common unit, zoals ze dat in het Engels zo mooi zeggen, kan op het juiste moment wonderen doen. Wilt u de balans zo perfect mogelijk in evenwicht houden kunt u in een duel ervoor kiezen om met de keizerlijke scholen te spelen, tweelingdeckjes zijn dat. Kunt u écht nagaan wie nu de sterkste is.

De opdrachten. Deze kruiden het gerecht lekker op en geven u nog extra punten, los van de gevechten die u levert. Groene velden bezetten bijvoorbeeld, of wezens oproepen op groene velden. Of met uw eenheden in gesloten slagorde twee zijden van de arena met elkaar verbinden.

De speelmodi, vier in totaal, als daar zijn:

High Form, waarbij u zowel moet vechten als opdrachten vervullen als legendarische wezens in de arena moet zien te krijgen.

Deathmatch, zonder opdrachten, maar wel punten voor het uitschakelen van vijandelijke eenheden en het oproepen van legendarische wezens.

Deathmatch Melee, voor drie of vier spelers waarbij u punten scoort voor het decimeren van vijandelijke eenheden, rekening houdend met het feit alleen uw laagste score in een bepaalde kleur telt.

En tenslotte Teamplay, waarbij u een high form of deathmatch twee tegen twee speelt.

Dat zijn toch allemaal leuke dingen voor deze spelende mens.

Er is ook puntenaftrek hoor, voor de gebrekkige inlay en de afwezigheid van ziplockjes. Dat had beter gekund voor 35 euro.

Maar deze kleine onvolkomenheden kunnen de pret niet drukken.

Tash-Kalar: Arena of Legends is geen legendarisch spel, maar het is wel heel prettig toeven op dit met bloed doordrenkte zaagsel.

Met brio geslaagd.

 

Dominique

Tash-Kalar: Arena of Legends

Czech Games Petitiën / Z Man Games (2013)

Vlaada Chvátil

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

 

Uw redding: een demonische lift..

Er zijn van die spellen die zo belachelijk zijn dat u zich afvraagt: waar halen ze het in godsnaam vandaan?

Spank the Monkey is er zo eentje. Dit erg leuke spel werd beroemd en berucht omwille van de naamkeuze die, tot grote verbazing van de Zweedse makers, niet ‘sla de aap’ betekent, maar wel – ik moet nu even voorzichtig zijn, er lezen misschien kinderen mee – ‘bejegen het mannelijk geslachtsorgaan op zodanige wijze dat het resulteert in een fysiek genotsgevoel ’.

Vandaar de ietwat veiliger titel van dit ‘Spank the Monkey’ broertje: Primate Fear.

In tegenstelling tot Spank the Monkey, waar u achter de aap aanging, zit de aap nu achter u aan. Nadat hij zich opnieuw bijeen heeft geassembleerd tenminste, want hij ligt in onderdelen begraven onder de stortplaats, uw professionele biotoop. De makers noemen hem dan ook heel toepasselijk Frankenmonkey.

Net als in Spank the Monkey moet u met de 120 aangeleverde kaarten een toren bouwen van afval. Een toren waarop u klimt om uit de grijpgrage klauwen van Frankenmonkey te blijven. Ondertussen probeert u de torens waarop uw tegenspelers zitten zo laag mogelijk te houden. Dan krijgt Frankenmonkey hen eerst te pakken en stijgen uw kansen op de overwinning.

Frankenmonkey regenereert zich als er kaarten met een regenereersymbool worden uitgespeeld en van zodra hij alle onderdelen weer heeft ingepast komt hij achter u aan, langzaam maar wel heel zeker.

Tijdens uw beurt bouwt u dus aan uw toren en probeert u tezelfdertijd uw tegenstanders richting Frankenmonkey te sturen. U mag uw toren verhogen met 1 afvalkaart en 1 versterkingskaart. De prachtig geïllustreerde kaarten werden lekker thematisch gehouden. Wat bijvoorbeeld te denken van een stapel horrorfilms, een bezeten lijkwagenwrak, een voodootroon, lijkzakken, een beenderaltaar, een demonische lift, een kwaadaardige mannequinpop en een kerkhofpoort?

Aanvalskaarten – u mag er tijdens uw beurt zoveel spelen als u wil – laten u toe de torens van uw tegenstander af te breken, afhankelijk van waar u zich op uw eigen toren bevindt. Met een handaanval kunt u alleen actie ondernemen op dezelfde hoogte als waar u zit, met gooikaarten kunt u eender welk onderdeel van een toren van uw tegenstander uitschakelen en met een verrassingsaanval kunt u nog veel leukere dingen doen. Zo kunt u met een slijmerige gigantische tentakel een torenonderdeel bij een tegenstander stelen.

Uw tegenstander laat zich echter niet zomaar oprollen, hij heeft verdedigingskaarten waarmee hij kan proberen uw aanval af te slaan. Een speciale dobbelsteen beslist uiteindelijk hoe het conflict afloopt. Erg leuk is de potentiële kettingreactie die een aanval kan uitlokken, waarbij meerdere onderdelen als een kaartenhuis in elkaar storten. Het verdient dan ook aanbeveling dat u de zwaarste afvalonderdelen onderaan bouwt.

Het spel eindigt als u als enige overleeft of, als u de Zweedse huisregels toepast, op level 25 van het spelbord geraakt. Frankenmonkey wint als de trekstapel leeg is of als hij tegelijkertijd de overgebleven spelers het hoekje om helpt.  

Spank the Monkey is een mijner favoriete kaartspellen – nummer 179 in mijn persoonlijke top 2000 -, zeker met de uitbreiding. Primate Fear wijkt in beperkte mate af van het basisprincipe van Spank the Monkey, maar toch net genoeg om een apart soort spelplezier te creëren.

Veel en prachtig geïllustreerde kaarten, heel veel interactie en humor, een origineel thema en een stijgende spanning naarmate Frankenmonkey zichzelf regenereert en uw toren op probeert te klimmen. Deze eigenschappen op zich staan al garant voor een geslaagde speelavond. Dat de kaarten ook nog eens perfect combineerbaar zijn met Spank the Monkey is al helemaal een meevaller. Daarbovenop zit het kwalitatief hoogstaande spelmateriaal in een erg toepasselijke doos, in de vorm van een doodskist. Iets voor uw Halloween thema-spelavond van volgend jaar misschien?

Houdt u echter niet van spellen waarin u voortijdig het strijdperk moet verlaten loopt u beter een speeltafeltje om. Doe wel oordopjes in want het geschreeuw, gelach en gejoel aan de Primate Fear speeltafel zou u wel eens kunnen gaan irriteren terwijl u met Amerigo bezigt bent.

Dominique

 

Primate Fear

Gigantoskop, 2013

Peter Hansson

2 tot 6 spelers (geen leeftijdsgrens aangegeven)

45 minuten

 

Snel gevogelte!

In Banjouli Xeet, een racespel voor 2 tot 5 spelers, bent u lid van een niet nader genoemde Afrikaanse stam en u wil dolgraag de opvolger van de pas gestorven tovenaar worden. Aangezien er meerdere kandidaten zijn voor die functie hebben de dorpsoudsten er niet beter op gevonden om een struisvogelrace te organiseren waarbij de kandidaat tovenaars mogen voorspellen in welke volgorde het gevogelte de finish zal overschrijden.

De kandidaat tovenaar die de beste voorspelling aflevert wordt hoofdtovenaar.

Vijf dieren doen er mee en gelukkig hebben ze een gekleurd hesje aan zodat u ze goed kunt herkennen.

U beweegt de dieren voort door te dobbelen met 5 witte kleurdobbelstenen en 1 toverdobbelsteen. U mag één keer herdobbelen. . Dobbelt u wit mag u die dobbelsteen toevoegen aan een andere kleur. Wil u de toverdobbelsteen inzetten moet u de witte laten voor wat ze zijn. De gekleurde dobbelstenen laten u toe een corresponderende struisvogel voort te bewegen op het vooraf samengestelde parcours waarin ook een verraderlijke bocht zit. Met de zwarte toverdobbelsteen kunt u een struisvogel met de corresponderende kleur betoveren waardoor die spontaan zijn kop in het zand steekt en pas in een latere beurt, door het inzetten van dezelfde toverdobbelsteen, kan worden verlost.

Struisvogels kunnen ook over andere struisvogels springen – geen gezicht – waardoor ze nog sneller vooruitkomen. Behalve in een bocht want dan knallen ze tegen de vangrail aan.

Op het parcours komt u hindernissen tegen. Drijfzand bijvoorbeeld, of valkuilen met spiespalen. Maar ook bessenstruiken die de struisvogels soms een extra boost geven, al worden onze gevederde vrienden ook al eens geconfronteerd met een occasionele slang. Dat deze laatste voor enig oponthoud zorgt hoeft geen betoog.

Na aankomst van drie struisvogels wordt de volgorde op uw wedkaart gewaardeerd. Hoe juister uw voorspelling, hoe meer punten u scoort.

Echt goede racespellen zijn zeldzaam, en racespellen waarbij u tranen met tuiten lacht nog veel minder. Benjooli Xeet bedient u ruimschoots in die twee compartimenten. Er worden koppen in het zand gestoken dat het een lieve lust is, er wordt gesprongen, bessenstruiken worden binnenste buiten gekeerd en het is erg leuk om aan de hand van de acties van uw tegenspelers proberen uit te maken wie nu achter welke struisvogels staat. Het materiaal dat u mag hanteren is trouwens van een uitmuntende kwaliteit.

Hou wel rekening met een erg hoog screw your medespeler gehalte. Als u tijdens een spel met rust gelaten wil worden laat u dit beter links liggen. Maar dit speelt zo lekker weg en is zo snel voorbij dat dit eigenlijk geen probleem mag vormen.

Dominique

 

Banjooli Xeet

Asylum Games (Board Games), 2013

Diego Ibañez

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

 

Bouwvarkens en blaaswolven

In The Three Little Pigs, een dobbelspel voor 2 tot 5 spelers, mag u doen wat u altijd al hebt willen doen: uw tegenspelers ongestraft aanspreken met varken.

In de handige, met onzichtbare magneetjes sluitende, boekvormige doos vindt u een spelregelboekje, 5 roze dobbelstenen, een vooraf geassembleerde blaaswijzer, huistegeltjes in stro, hout en steen én – voor de vergeetachtigen onder ons – het sprookje van De Drie Biggetjes.

U kent uw klassiekers dus u weet wat u te doen staat. U bouwt een zo stevig mogelijk huisje en probeert zo lang mogelijk de blazende wolf te weerstaan. Alleen mag u hier een hele straat bouwen als u dat wenst.

Bouwen doet u door de schattige dobbelstenen te gooien, tot tweemaal toe zelfs als u daar zin in hebt, en met het resultaat aan de slag te gaan. Gooit u 2 deur- raam- of daksymbolen mag u hun strooien equivalent neerpoten. Vanaf drie symbolen mag u de houtzagerij aandoen en vanaf vier symbolen de steenkapperij. Hoe steviger, hoe beter uiteraard. Denk aan de wolf met zijn niet onaanzienlijke longinhoud. Gooit u 4 dezelfde symbolen mag u uiteraard ook voor hout en/of stro gaan. Handig als u heel snel, maar ook overmoedig, aan het bouwen wil slaan.

Gooit u echter een wolf mag u die niet meer herdobbelen. En gooit u tijdens uw beurt nog een tweede wolf kunt u uw bouwactiviteiten voor die beurt al helemaal vergeten. Gelukkig mag/moet u dan als compensatie een huis van een collega varken omver proberen te blazen. Dat doet u door tergend langzaam een huis aan te wijzen en vervolgens deskundig de blaaswijzer in beweging te brengen door u weet wel wat te doen. De onderdelen van het huis in de grondstof waar de pijl op eindigt (stro, hout of steen) vliegen meedogenloos uit het spel, het puntentotaal van het slachtoffer in kwestie reducerend. Op die blaaswijzer komt steen maar één keertje voor, hout twee keer en stro drie keer. U hoeft geen professor in de statistiek te zijn om door te hebben welke richting dit uit gaat.

Nog even enkele bouwvoorschriften.

Uw huisjes – u mag meerdere projecten tegelijk hebben lopen – moeten als basis een raam- of deurtegel hebben. Een raamtegel moet altijd boven een deurtegel. Een dak moet altijd boven een deur- of raamtegel. Stro, hout en steen kunnen naar believen worden gemengd in één huisje. Een huis mag meerdere raamtegels hebben maar slechts deurtegel. Zolang het huis geen dak heeft mag u rustig onderaan verder bouwen, u mag zelfs tegels tussen twee andere schuiven als u dat wil. Zodra er een dak op uw onroerend goed ligt wordt het beschouwd als zijnde af. U kan er vanaf dan niets meer aan veranderen. De boze wolf daarentegen..

De dobbelstenen met witte opdruk – er zijn er twee – bevatten geen wolfsymbool. Die kunt u dus veilig opnieuw dobbelen. Maar de wolf loert om elke hoek, tijdens elke beurt.

Het spel eindigt wanneer een aantal bouwstapels uitgeput zijn, bepaald door het aantal spelers. Vervolgens telt u de varkentjes op uw bouwtegels van uw voltooide huizen – steen is meer waard dan hout en hout uiteraard meer dan stro – en daar voegt u eventueel nog wat bonuspunten aan toe. Het slimste varken wint.

Dit medespeler is een voorbeeld van een met liefde gemaakte en heel doeltreffende vuller. Als het al bij vullen blijft want The Three Little Pigs is extreem verslavend. Laat de denigrerende context van het woord vuller u echter niet op de verkeerde poot zetten. Als u dit wil winnen gaat u echt wel goed moeten uitkijken. Hou bijvoorbeeld goed rekening met de bonuskaarten. 2 of 3 punten is veel in dit spel. Als u rond de 20 eindigt hebt u het niet slecht gedaan. U krijgt er al 2 als u als eerste een huisje klaar hebt in één bepaalde grondstof (3 bonuskaarten zijn hier te verdienen, voor elke grondstof één). U krijgt er 3 als u op het einde van het spel het hoogste huis hebt gebouwd (samenstelling maakt geen ene moer uit), het meeste bloempotten op uw vensterbanken hebt staan of het meeste afgewerkte huizen kunt opleveren. Niet te versmaden dus, deze bonussen.

Speel ook op veilig door vooral de witte dobbelstenen te herdobbelen of probeer voor de wolf te gaan als u ver voor het einde de overwinning al aan de einder hebt zien verdwijnen. U kunt nog een hoofdrol spelen als ultieme slechterik. Nog zo’n verre Hollywood droom van u.

Hebt u kinderen? Onmiddellijk toeslaan, ook al bevinden ze zich nog in de moederschoot. Hebt u er geen, onmiddellijk toeslaan want u gaat met uw familie en vrienden een heerlijk avondje tegemoet.

Dit is dé cadeautip van het jaar voor onder de kerstboom of schoorsteen.

Dominique

 

The Three Little Pigs

IELLO / Asterion Press / Purple Brain Creations (2013)

Laurent Pouchain

2 tot 5 spelers vanaf 7 jaar

20 minuten

 

Veel leuker dan op de Bounty..

In ‘21 Mutinies Arrr! Edition’ bent u een piraat die zoveel mogelijk goud (overwinningspunten) wil binnenhalen. Alleen zit u met een probleem. U bent niet de kapitein en het is de kapitein die uw koers bepaalt. Wil hij naar de kroeg? U moet mee. Gaat hij op schattenjacht? U moet mee. Gaat hij op rooftocht langs de handelsroutes? U moet mee. Gaat hij zijn geroofde juwelen verhandelen op de zwarte markt? U moet mee en staat afgunstig aan de kant toe te kijken.

En bij al deze activiteiten bedient hij zichzelf het meest. U moet het stellen met kruimels.

U hebt uiteindelijk maar één optie.

Muiten.

Jammer genoeg hebben uw collega matrozen net dezelfde gedachte. Gelukkig bestaat de voltallige bemanning uit slechts 4 eenheden. U krijgt dus ook regelmatig uw kans de kapitein een hak te zetten.

Het principe is simpel. De kapitein kiest een actie op het spelbord en u kunt ervoor opteren om al dan niet te volgen. Als u volgt mag u de kapiteinsactie ook doen, maar het levert u minder op, niet in het minst omdat u slechts tweede keus op de actievelden hebt, of derde, of vierde, of vijfde.

Volgt u niet kunt u gewoon wat tijd doorbrengen op het piratenschip (cabineactie), alwaar u, al den niet tegen betaling, enkele overwinningspunten kunt bijeenschrapen. Of, nog veel leuker, u kunt aan het muiten slaan door het erg toepasselijke actieveld muiten te kiezen. Dat kan u overwinningspunten en dubloenen kosten, maar u hebt wel eerste keus bij de volgende ronde en meer nog, u mag een muiterijkaart op hand nemen die u meestal een of ander voordeel oplevert tijdens het spel. En sowieso levert elke muiterijkaart u op het einde van het spel een overwinningspunt op. De kapitein mag het actieveld muiterij, uiteraard, en de cabineactie niet kiezen.

Het spel eindigt zodra de 21ste muiterij heeft plaatsgevonden – de laatste muiter krijgt daarvoor nog 3 overwinningspunten – waarna de puntentelling volgt. Bij het tellen wordt uw actuele puntenstand nog aangevuld met de punten voor uw muiterijkaarten (1 punt per kaart), punten voor uw dubloenen en eventueel punten die u nog in uw schatkist(en) hebt zitten. Elk flesje rum zorgt voor puntenaftrek a rato van 1 punt per fles.

Dit, medespeler, is een van mijn leukste ontdekkingen op Spiel 2013. Een heel goed spel, een regelrechte euro zowaar, met een ideale mix van tonnen interactie en uitdagende worker placement afwegingen.

Timing is belangrijk – hou vooral de zwarte markt in de gaten – en het loont meer dan de moeite om de kapiteinsrol over te nemen, al moet u daar echt wel wat moeite voor doen. Ga er trouwens maar gerust van uit dat er nog kapers op de kust liggen. Het strekt dan ook zeer tot aanbeveling uw dubloenvoorraad op peil te houden want de speler die tijdens het muiten het diepst in de beurs tast – omkoperij, weet u wel – trekt hier meestal aan het langste eind.

Toch moet u niet wanhopen. U kunt altijd wat en de kapitein volgen kan u ook leuke dingen opleveren, extra rum in de kroeg bijvoorbeeld waarmee u dan weer uw transacties op de zwarte markt kunt smeren (lees: meer krijgen dan de reguliere prijs).

Het spel speelt zich af op een prachtig geïllustreerd spelbord – het kon wel wat steviger – dat aan overzicht niets te wensen overlaat. En wil u de toevalstreffers van de muiterijkaarten reduceren kunt u er gewoon voor kiezen hun tekst te negeren en ze enkel als punten bij de eindtelling te gebruiken.

Zoals eerder al aangegeven zit het spel, ondanks zijn duidelijke eurowortels, vol met interactie en de johohohoho’s zijn dan ook niet te tellen.

Het speelt ook enorm snel, al heb je bij spelaanvang het gevoel voor een avondvullende activiteit te zijn aangeschoven. Dit duurt minder dan een uurtje.

Ik hou niet zo van spellen waarin de beurtvolgorde een belangrijk strijdpunt is maar hier valt dat reuze mee. En het is thematisch nog goed omgezet ook. Een zeldzaamheid. Het piratenthema is sowieso prachtig verweven met de spelmechanismen.

Zoekt u een semi-lichte, mooi thematisch onderbouwde workerplacer met veel interactie bent u hier aan het goede adres. Ik raad u dan ook aan voor een keertje niet te muiten en de kapitein te volgen.

Dominique

 

21 Mutinies Arrr! Edition

Asylum Games (Board Games), 2013

Perepau LListosella

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

Die vrouwe Ogo toch..

In Say Bye to the Villains, een coöperatief kaartspel voor 3 tot 8 spelers, bent u een held die samen met enkele collega helden een klein dorpje redt van een bende uitschot dat het steeds weer terroriseert. Denk aan de films The Magnificent Seven en Seven Samurai. Of, recenter, The A-Team. Of het heerlijke boek ‘De Wolven van de Calla’, uit Stephen Kings levenswerk De Donkere Toren.

Zoals het een goede held betaamt staat u achter de zegswijze ‘Een goede voorbereiding is het halve werk.’ U gaat dus, samen met uw gabbers, aan het werk.

Een klein probleem: uw goede voorbereiding wordt nogal gehypothekeerd door het gebrek aan een heel belangrijk ingrediënt: tijd.

Uw voorbereiding bestaat erin uzelf te trainen, valstrikken op te zetten en informatie te verzamelen over welke slechteriken van plan zijn het dorp aan te vallen. Want weten is macht natuurlijk. Verder probeert u uw medespelers zo goed mogelijk bij te staan bij hun voorbereiding. Want uiteindelijk zal elk onder u tijdens het eindspel, de climax zeg maar, één van de bandieten moeten confronteren.

Die slechteriken, is me dat een stelletje ongeregeld. En nog laf ook want ze hebben een hele trukendoos aan smerige acties in hun mouw zitten. Die bestaan uit situatiekaarten die gedekt bij de slechterik in kwestie worden gelegd. Erachter komen wat hun vuile plannen zijn is dan ook van het allergrootste belang. Daarbovenop omringen ze zich ook nog met een bende trawanten, het soort dat u ‘s nachts liever niet tegen het lijf loopt.

Maar laten we het even hebben over het belangrijkste spelelement in Say Bye to the Villains: tijd.

Tien tijdseenheden (uur) krijgt u ter beschikking om u voor te bereiden op de ultieme confrontatie. Als u aan de beurt komt moet u actie ondernemen, en actie kost tijd. Uw timemanagement houdt u bij door uw gespeelde kaarten – u begint het spel met 7 voorbereidingskaarten op hand – voor u op tafel te leggen. Zo kunt u makkelijk bijhouden hoeveel tijd u nog heeft want op elke kaart staat links bovenaan aangegeven hoeveel uur u hebt besteed. Er zijn vier basisacties die u altijd kunt doen tijdens uw beurt: een kaart trekken van de trekstapel, twee kaarten trekken en vervolgens weer twee kaarten afleggen, een kaart aan een medespeler geven en een kijkje nemen bij een van de gedekte kaarten van een uwer tegenstanders. Deze acties kosten 1 uur en om dat weer te geven moet u een handkaart gedekt voor u op tafel leggen. Jammer maar helaas.

Met die acties alleen gaat u er echter niet komen. Gelukkig voorziet de voorbereidingsdeck u van betere alternatieven. Wat bijvoorbeeld te denken van een speciale training, die u 2 uur kost maar u wel 5 extra kracht oplevert? Of onkwetsbaarheid, een kaart die u een oneindig aantal levens geeft, zodat u al zeker weet dat u de confrontatie op het einde zult overleven (wat trouwens nog geen garantie biedt op een overwinning)? Of meditatie, die uw snelheid met 2 doet toenemen?

Als uw 10 uur zijn opgebruikt moet u uw karakter, dat trouwens ook nog een speciale eigenschap heeft, aan een van de tegenstanders toewijzen. Een belangrijke keuze maakt u hier. Gaat u bijvoorbeeld de strijd aan met de zwakke Soubee Echigoya, een oud mannetje met een levenskracht van ocharme 3, maar met niet minder dan 7 situatiekaarten in zijn zog? Of confronteert u Hachiro Inui, die slechts 3 situatiekaarten bij zich heeft maar wel over een levenskracht van 7 beschikt en altijd aanvalt, ook al krijgt u hem als eerste tegen de touwen?

Als iedere speler zijn tijd heeft opgebruikt volgt het ultieme gevecht waarbij elke confrontatie willekeurig wordt afgewerkt. Ik raad u aan hierbij van zeker naar onzeker te gaan, kwestie van de spanning nog wat op te drijven.

Bij elke confrontatie mag het karakter met de meeste snelheid als eerste aanvallen. De aanvalskracht wordt vergeleken met de levenskracht van de tegenstander. Wordt die tot nul herleid is hij of zij eraan voor de moeite. Voor de slechteriken is het voldoende dat er één van hen overleeft. De helden daarentegen mogen geen verliezen lijden, tenzij er eentje zich opoffert om een slechterik over te kling te jagen. Het schorem moet er dus helemaal aan als u de eeuwige dankbaarheid van de dorpelingen wil genieten.

Medespeler, dit is een erg leuk spel. In een klein doosje zowaar. En toch haalt u daar niet minder 160 kaarten uit. Dat betekent dat dit spel elke keer weer anders is.

U probeert zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de slechteriken, en dan vooral over hun materiële en fysieke achterban. U wil immers niet voor verrassingen komen te staan. Zo zijn er slechteriken die uiteindelijk goederiken blijken te zijn waardoor van u gevraagd wordt tegen dat specifieke karakter te verliezen. Ga daar maar eens aanstaan als u tot een superwezen bent getransformeerd U krijgt met van alles te maken. U krijgt een waakhond aan de broek, of wordt gedrogeerd waardoor u de dingen niet meer helder ziet, of u wordt geconfronteerd met een gijzelaar waardoor uw interventie plots een heel andere wending krijgt.

Voortdurend overleg plegen is heel belangrijk, al mag u wat u zelf gezien hebt niet gedetailleerd communiceren naar uw tegenspelers. U moet het omfloerst doen, door bijvoorbeeld aan te geven dat u dat zwakke mannetje zelf wel aankunt. Of dat u extra wapenmateriaal best kunt gebruiken.

De situatiekaarten van de slechteriken zorgen voor de nodige verrassingen. Zo zijn er kaarten die open moeten worden gelegd als ze door een speler worden bekeken, waarna ze hele nare dingen teweeg brengen. U moet een handkaart afleggen bijvoorbeeld. Of erger, er worden gedekt extra situatiekaarten aan de trukendoos van de slechterik toegevoegd. Dat zijn geen leuke dingen voor de mensen, maar wel voor spelers want dat maakt dit spel echt leuk.

De ultieme confrontatie is heel intens en spannend en zoals eerder al aangegeven, worden de gevechten best van zekere winst – voor zover u daar al zeker van kunt zijn – naar een onzekere uitkomst afgewerkt.

Veel spel in een klein doosje weer van die gekke Japanners. Goed dat ze er zijn, die kerels. Ze blijven voor verrassingen zorgen. Net als vrouwe Ogo gisteren, die ons opzadelde met een hinderlaag, vervolgens een vals plafond op ons liet neerkomen en uiteindelijk ontsnapte langs een geheime doorgang.

Aanrader!

Dominique

 

Say Bye to the Villains

Japon Brand / Kanai Factory (2012) / AEG (2013)

Seiji Kanai

3 tot 8 spelers vanaf 12 jaar

45 minuten

 

Geen schot in de roos.

In ‘Bang! The Dice Game’, het jongere dobbelbroertje van het kaartspel ‘Bang!’ bent u een cowboy die in een nooit geziene shootout overeind probeert te blijven.

Uw inbreng is afhankelijk van welke rol u bij spelaanvang krijgt toebedeeld.

Bent u de sheriff probeert u al het schorem neer te leggen, met name de outlaws en de renegades. Uw hulpsheriffs proberen u daarbij te helpen en fungeren tevens als uw bodyguards.

De outlaws proberen de sheriff te liquideren en de renegades proberen als laatste overeind te blijven.

Bij aanvang is alleen de identiteit van de sheriff bekend. Als compensatie krijgt de man twee extra levens mee.

Zoals hoger aangegeven wordt de spelmotor aangedreven door dobbelstenen. U krijgt er vijf waarmee u tijdens uw beurt tot drie keer mag (her)dobbelen. Voor elk biertje dat u dobbelt mag u uzelf en/of andere spelers een leven teruggeven. Dobbelt u een pijl krijgt u een pijlfiche. Niet erg, hoor ik u denken. Maar als de de laatste pijlfiche uit de voorraad wordt genomen vallen onmiddellijk de indianen aan, waarna u voor elke pijlfiche in uw bezit een leventje kwijtspeelt. Dobbelt u een vizier met een 1 of een 2 moet u daarmee uw naaste buur of de buur van uw naaste buur een kogel door de bast jagen. Gooit u voldoende kogelinslagen van het machinegeweer (3) krijgen alle spelers een gaatje in de carrosserie. Een dynamietstaaf tenslotte mag u niet opnieuw dobbelen en als u er tijdens uw beurt 3 bij elkaar dobbelt verliest u een leven.

Het is een beetje jammer, medespeler, maar de dobbelmotor slaat niet echt aan. De verplichting om te schieten als u vizieren dobbelt zorgt ervoor dat u bij spelaanvang schade toebrengt aan spelers die mogelijk uw bondgenoten zijn. In tegenstelling tot ‘Bang!’ hebt u dit spel dus minder in de hand. Het eindspel maakt wel een beetje goed maar het is toch jammer dat de sfeer er niet echt van in het begin inzit.

Positief is wel dat deze variant minder lang duurt dan zijn oudere broer waardoor spelers die uit het spel liggen niet lang hoeven te wachten om weer tafelactief te worden. Of er onmiddellijk een revanchespel volgt is echter zeer de vraag. Bij ons was de behoefte duidelijk niet aanwezig.

Nee, als ik moet kiezen tussen ‘Bang!’, ‘Bang! The Dice Game’ en Samurai Sword ga ik voluit voor de laatste.

Dominique

 

Bang! The Dice Game

ABACUSSPIELE / dV Giochi, 2013

Michael Palm en Lukas Zach

3 tot 8 spelers vanaf 8 jaar

15 minuten

 

Betankt! Ik heb ervan genoten.

In ‘World of Tanks: Rush’, een kaartspel voor 2 tot 5 spelers dat gebaseerd is op het populaire online spel World of Tanks, bent u een commandant van een tankeenheid die zoveel mogelijk overwinningspunten probeert binnen te halen.

Dat doet u door het aanschaffen van kaarten waarmee u uw basisdeck – we hebben hier te maken met een rasechte deckbuilder – oppompt. Met uw opgepompte deck gaat u de basissen van uw tegenspelers aanvallen (elke speler heeft er drie), vijandelijke eenheden uitschakelen en proberen de bonuspunten – ze zijn in elk spel weer anders – die op het einde worden verdeeld binnen te halen.

In tegenstelling tot de klassieke deckbuilders, die u een myriade van keuzes bieden voor het aanschaffen van kaarten, wordt hier gewerkt met een enorme trekstapel waarvan elke beurt maximum vier kaarten open komen te liggen.

U koopt, valt aan, verdedigt uw eigen basissen en houdt die eindbonussen steeds weer in het achterhoofd. Er zijn er twaalf in totaal, waarvan er bijvoorbeeld in een spel met vijf spelers zes willekeurig worden gebruikt. Elk spel is daardoor weer anders. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat u een eindbonus krijgt als u het meeste kaarten in uw deck hebt zitten, de meeste zware tanks hebt vernietigd of de meeste Amerikaanse medailles hebt verzameld.

Het spel eindigt wanneer de drie basissen van één speler zijn vernietigd of wanneer een van de medailledecks is leeggeroofd. De speler met de meeste overwinningpunten wint uiteraard. Daar hoeft geen tekening bij.

World of Tanks: Rush is een verrassend leuke en goed uitziende deckbuilder. Ik ben fan van de minimale opzettijd, de gigantische trekstapel, de eindbonussen met de daaraan gekoppelde afwisseling, het kopen van tanks, de garage, de snelheid van spelen en vooral het fictief opspelden van medailles.

Interessant is ook dat de vernietigde basissen van w tegenspelers in uw deck terechtkomen waar ze vrolijk gaan fungeren als ballast. Niet te vergelijken met de gigantische toevloed van de afvalkaarten in Trains, maar toch. Als ze op het verkeerde moment opduiken kunnen ze uitermate irritant zijn. Ik heb iets met verkeerde momenten, u begrijpt dus hoe irritant ik ze heb ervaren.

Op Spiel was de uitgever relatief snel door zijn voorraad heen. Er waren enkel dozen met Russische opdruk beschikbaar, maar daarin bevond zich dan weer een Engels en Duits regelwerk en een verdomd leuk taalonafhankelijk kaartspel. En ik kreeg er nog een interessante bonuskaart bovenop. De AMX 12t, zo te zien een niet te onderschatten tankeenheid. Die zal in de volgende, ongetwijfeld frequente, sessies meer dan van pas komen.

 

Dominique

 

World of Tanks: Rush

Hobby World, 2013

Nikolay Pegasov

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

Bazigheid strekt tot aanbeveling

Op Spiel komen de grootste pareltjes meestal uit de kleinste dozen. De editie van 2013 bleek deze regel nog maar eens te bevestigen.

Want op de stand van Japon Brand kon u het heerlijke kaartspelletje Patronize (Okazu Brand) op de kop tikken.

Patronize bestaat, zoals het een goed minimalistisch spel betaamt, uit 24 kaarten, een handvol gekleurde houten blokjes en een spelregelvelletje die naam niet waard.

Daar moet u het mee doen.

Dat is inderdaad niet veel, maar wat u met die spelonderdelen kunt doen, medespeler, is veel meer dan wat u met de inhoud van zogenaamde grote bordspellen aankunt.

Het thema, verder van geen enkel belang want zo goed als onbestaande, is het vergroten van uw invloed als handelaar in het Toscane van de Renaissance. Daartoe gebruikt en misbruikt u de plaatselijke edellieden. Dat doet u in dit spelletje door kaarten van deze edellieden uit te spelen in de hoop ze aan uw kant te krijgen. Als u ze op het einde van uw spel voor u op tafel hebt liggen leveren ze overwinningspunten op, zowel door hun eigen waarde als door hun speciale eigenschappen bij de eindtelling. Edellieden zorgen er ook voor dat uw maatschappelijke invloed toeneemt, als daar zijn religie, wetenschap, kunst en exploratie. Die invloed wordt weergegeven door gekleurde blokjes die u tijdens het spel verzamelt.

Afhankelijk van het aantal spelers krijgt u een aantal kaarten (personages) op hand. Bij vijf spelers bijvoorbeeld drie. En bij vijf spelers hebt u vijf ronden om deze kwijt te spelen. De snuggerste onder u heeft ondertussen al opgemerkt dat u dan twee ronden geen kaart kunt uitspelen. Dat is inderdaad heel goed gezien. In Patronize is immers de belangrijkste afweging die u maakt wat u wanneer niet uitspeelt. U moet het gewoon spelen om te geloven.

Tijdens een ronde speelt u, na het openleggen van een punten-/rondekaart met daarop eventueel een troefkleur, één kaart uit uw hand. Is er een troefkleur wint de hoogste kaart in die kleur, is er geen troefkleur op de rondekaart aangegeven wint gewoon de hoogste kaart.

De winnaar van een ronde krijgt de actieve puntenkaart en legt die samen met zijn uitgespeeld personage voor zich op tafel. Hij neemt ook een blokje in de kleur van het personage dat hij heeft uitgespeeld. De andere spelers die een kaart hebben uitgespeeld krijgen een blokje in de kleur van de kaart die zij hebben uitgespeeld + een blokje in de kleur van de kaart die hun dichtstbijzijnde linkerbuur heeft uitgespeeld. Dat tweede blokje krijgt de winnaar van de ronde lekker niet.

Maar het interessantste moet nog komen. De spelers die geen kaart hebben uitgespeeld krijgen de kaart van hun dichtstbijzijnde linkerbuur die wel een kaart heeft uitgespeeld en wiens personage niet is beschermd (een speler kan een keer in het spel een kaart beschermen door een neutraal beschermingsblokje op te leggen) of een invloedblokje in een kleur naar keuze.

De voorraad invloedblokjes is beperkt. Is er geen van de kleur in voorraad wanneer er eentje moet worden genomen steelt u die gewoon van uw eerste linkerbuur die er wel in voorraad heeft.

Na het afhandelen van de rondes worden de punten geteld. U krijgt er voor uw uitgespeelde personages, uw verzamelde invloedblokjes (meer blokjes van dezelfde kleur leveren meer punten op), uw binnengehaalde puntenkaarten en de speciale vaardigheden van uw karakters. Hebt u op het einde van het spel nog niet uitgespeelde kaarten op hand – u zou wel gek zijn – krijgt u per kaart tien strafpunten.

Een snelle opzet, een eenvoudig regelwerk met veel diepgang, een grote mobiele potentie en een steeds wisselend en ook onzeker spelverloop – niet alle karakters doen mee – garanderen u uren speelplezier.

Minpuntje: Sommige personages lijken te lijden aan acute vorm van geel- en groenzucht maar dat kan de pret niet drukken. Daar is dit kaartspel veel te goed voor.

Een parel dit, en zeker niet voor de zwijnen. Die zijn morgen aan de beurt.

Dominique

 

Patronize

OKAZU Brand, 2013

Hisashi Hayashi

3 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

20 minuten

 

604800

7 Days of Westerplatte is een coöperatief spel voor 1 tot 4 spelers waarin u het eerste offensief van de tweede wereldoorlog, een aanval van de Duitsers op een Pools wapendepot, overdoet.

U bent een van de 237 Poolse soldaten, zeg maar helden, die dat offensief proberen tegen te houden. De dappere Polen hielden het 7 dagen vol, en dat tegen een nooit geziene overmacht.

Dit spel daagt u uit even goed te doen.

En dat, medespeler, is geen sinecure.

U bevindt zich met 4 officieren achter een muurtje dat langzaam maar zeker door de Duitsers wordt weggeschoten. Voor dat wegschieten doen de Duitsers beroep op grondtroepen, oorlogsbodems en vliegtuigen. Zelf kunt u beschikken over mortieren, landmijnen en ordinaire kogels, het soort dat u in het Kruidvat koopt. En reservebakstenen en cement, waarmee u af en toe weer een muurtje kunt opmetsen.

Gelukkig bevinden er zich achter uw muurtje gebouwen die u toelaten bepaalde acties te doen om de aanval te weerstaan, of toch minstens te vertragen.

Zo kunt u uw kogelvoorraad – u begint het spel met een armzalige vier – aanvullen in het munitiedepot. Het mijndepot voorziet u van effectieve landmijnen, zij het in beperkte mate. In het mortierdepot vindt u, u raadt het al, mortieren waarmee u extra schade toe kunt brengen aan uw steeds verder oprukkende vijanden. Het drankdepot is dan weer the place to be als u de moraal van uw troepen wil opkrikken. Het baksteendepot herbergt een aanzienlijke hoeveelheid bakstenen en cement waarmee u, terwijl de kogels u om de oren fluiten, enig herstelwerk aan uw verdedigingswal kunt uitvoeren.

U wint als u het offensief 7 dagen weerstaat, het spel wint van u als er twee van uw gebouwen aan flarden zijn geschoten.

Days of Westerplatte doet veel dingen goed. Het spelbord bijvoorbeeld is voorzien van een lay-out die u in één oogopslag laat zien wat er waar gebeurt en vooral wat er tegen moet gebeuren. Een verademing tussen al die bont gekleurde en overgeïllustreerde spelborden, zeg maar blubber, die ons tegenwoordig in de maag worden gespietst.

Wat mij ook erg aanspreekt in dit spel is de eenvoud. Geen ingewikkelde beurtafwikkelingen hier, u behoudt ten allen tijde het overzicht. Dit spel gaat, in tegenstelling tot de tweede wereldoorlog, vlot vooruit.

De moduleerbaarheid, waarbij u de moeilijkheidsgraad kunt variëren van gemakkelijk naar gemiddeld tot hopeloos maar tegen beter weten in gaan we gaan toch nog lekker door, is ook een pluspunt.

Het beperkte aantal actiepunten waarover u beschikt doet u nadenken over wat u wanneer gaat doen. Overleg met uw medeofficieren is noodzakelijk wilt u hopen op een goede afloop. Krachten bundelen, vooral wanneer u de vijand onder spervuur legt, is zeer aan te raden.

Treuzelen is tijdverlies en tijdverlies is hier de idieale voedingsbodem voor een gegarandeerde nederlaag. Ik vind dat leuk, voortdurend onder tijdsdruk opereren.

7 Days of Westerplatte doet ook leuke dingen met de moraal van uw troepen. Leuk wil hier ironisch genoeg zeggen dat u geconfronteerd wordt met moraalverlies bij uw manschappen. Moraalverlies betekent dat ze minder geneigd zijn naar uw ongetwijfeld cruciale bevelen te luisteren, met alle gevolgen van dien.

De steeds wisselende positie van de gebouwen tenslotte zorgt voor een boost wat de herspeelbaarheid betreft.

Wij werden genadeloos ingemaakt door de Duitsers in het basisspel, al waren we nu ook weer niet mijlenver verwijderd van de overwinning. Ik moet er echter niet aan denken wat ons op het gemiddelde en moeilijke niveau allemaal te wachten staat.

In het subegment van de coöperatieve spellen staat 7 Days of Westerplatte meer dan zijn mannetje. Ondanks het eenvoudige regelwerk – als u het alweer een tijdje niet meer hebt gespeeld bent u zo weer vertrokken – wordt u hier uitdagend speelplezier aangeleverd met prachtig spelmateriaal.

Blijft nog de solovariant die, laat ik het nog mild uitdrukken, redelijk uitdagend is.

Een bescheiden toppertje in het genre.

Dominique

 

7 Days of Westerplatte

G3 / ST Games, 2013

Lukasz Wozniak

1 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten