Plat opportunisme

Irondale (Small Box Games, 2010)

Onlangs heb ik, tot mijn grote vreugde en verrassing, de kleine huis-, tuin- en keukenuitgever Small Box Games ontdekt. Bescheiden van opzet, maar wat dit minimaatschappijtje aflevert is kwalitatief van dien aard dat veel grote uitgevers hier inhoudelijk een puntje aan kunnen zuigen. Kleine doosjes worden hier op ons losgelaten, waar vervolgens grote spellen uit tevoorschijn komen.

Irondale heeft mij in elk geval zwaar van mijn sokken geblazen. Dat kan ook moeilijk anders als u beseft dat zowel Big City als my precioussss San Juan tijdens het spelen van dit kleinood voelbaar aanwezig zijn en goedkeurend op de achtergrond tegen elkaar staan te mompelen.

In dit kaartspel, met een opvallend kort regelwerk, bouwt u het stadje Irondale vanuit het niets weer op. Tijdens dat opbouwwerk scoort u punten voor het soort gebouw dat u neerzet, waar u het neerzet en soms zelfs voor gebouwen die aan uw bouwsel grenzen. De betaling van deze bouwwerken geschiedt door middel van handkaarten. In tegenstelling tot San Juan echter dient u ze gewoon “op hand te hebben”, u moet ze niet afgeven. Maar aangezien uw handlimiet aanzienlijk onder die van San Juan zit vraagt dit toch wel enige planning vooraf. Daarbovenop moet u goed uit uw doppen kijken want u bent met z’n allen aan hetzelfde project bezig. Een niet te missen voorzet is snel gegeven en, dat zult u dan wel merken, nog veel sneller binnengekopt. Door de platte opportunist meerbepaald, een niet te onderschatten spelerstype dat ik onlangs heb ontdekt. 

Uw score bijhouden doet u door op inventieve wijze de rug van de kaarten van de drie beschikbare (gebouwen)trekstapels te gebruiken. Rare bouwheren, die Amerikanen.

Er is ondertussen ook een uitbreiding beschikbaar, Irondale Expands. Die is al onderweg naar ondergetekende. Ik zou daaruit enige conclusies trekken als ik u was.

Een kleine waarschuwing is echter op zijn plaats: het is aan het spel te zien dat het werd geproduceerd door een huis-, tuin- en keukenbedrijf. Bepaalde teksten op de kaarten zijn nogal wazig, u gaat verkeerdelijk denken dat er iets mis is met uw ogen of dat u teveel gedronken hebt. Hijst u zich daar echter overheen bent u in voor een ware traktatie.

Small Box Games, hou deze uitgever in de gaten. Over enkele dagen passeert trouwens nog een telgje van dit genootschap deze revue.

Dominique

 

Voedertijd

Charly (Abacus, 2010)

Kaartspelletje in een veel te grote doos waarbij je de dieren die je op hand hebt aan de juiste voederkaarten probeert te leggen. Hou er wel rekening mee dat er altijd hongersnood is in dit universum, behalve voor de varkens dan. Die eten naar goede gewoonte alles wat voor hun schattige neus verschijnt en liggen erg lekker in uw handje, waarvan u de samenstelling in een soort voorspel probeert te optimaliseren. Leuk, de bijgeleverde voederbak – vandaar de veel te grote doos – waarin u van verre uw honingdropjes mag gooien. Een leuke bezigheid en een beetje een spel in een spel, maar besef wel dat u, terwijl u deze activiteit breedlachend beoefent, aan het kortste eind aan het trekken bent. De winnaar is immers de speler die aan het einde het meeste honingdropjes in zijn of haar persoonlijke voorraad heeft liggen.

Eenvoudige kost en komt zeer goed aan bij kinderen, wat niet wegneemt dat u als volwassene ook plezier aan dit spelletje kunt beleven. Maar niet zoveel als de kleine mensjes. Het is maar dat u het weet.

Dominique

Klapwiekend naar beneden

Drachenherz (Kosmos, 2010)

Ga er even voor zitten.

In Drachenherz, beste medespeler, spelen zich meerdere verhaallijnen simultaan af. Er rijdt daar een prinses te paard rond die wanhopig zoekende is naar schatkisten en versteende draken. Zij wordt op haar beurt opgejaagd door een vervaarlijk uitziende trol die, zo gaat het gerucht, daartoe door een boze tovenaar werd aangezet. De prinses wordt dan weer te pas en te onpas van die trol gered door een held die zijn hormonen duidelijk niet meer onder controle heeft. Even verderop proberen groepjes van vier dwergen in ondergrondse gewelven voldoende schatten te delven om er daarna als een speer vandoor te gaan, maar niet zonder hun buit eerst van op de hoogste berg tentoon te hebben gesteld. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is zijn er ook nog vrouwelijke drakenjagers gesignaleerd, gespecialiseerd in het verzamelen van vuurdraken, die op hun beurt door de tentoongestelde schatten van de dwergen worden aangelokt en de hele streek in rep en roer zetten. In de haven ondertussen zitten de reisbureau’s met de handen in het haar omdat er een voortdurend af- en aangeloop is van drakenjagers en helden die willen ontschepen.

Fantasyliefhebbers en adepten van multitasken zitten nu mogelijk kwijlend naar hun scherm te staren.

Maar in tegenstelling tot wat het bovenstaande suggereert moet ik hier toch het volgende poneren: thematische omzetting? Nul komma nul.

Het spel zelf, medespeler, moet ik ondanks mijn gekende mildheid ongeveer dezelfde quotering meegeven. Ik weet het, het is niet veel. Maar ik kan u toch moeilijk een rad voor ogen draaien.

De hoger genoemde taferelen worden geëvoceerd door het uitspelen van kaarten op een langwerpig, rechthoekig spelbord. Deze kaarten, die de participanten in deze taferelen afbeelden, zijn tevens voorzien van getallen van één tot vijf. Dat zijn de punten die ze op het einde van het spel opleveren als u ze in uw bezit hebt. Ondanks het veelvoud van avonturen die in dit spel worden beleefd kunt u slechts met z’n tweeën aan de slag, elk voorzien van een identieke kaartenstapel. Tijdens uw beurt speelt u één of meerdere (dezelfde) kaarten uit en legt ze vervolgens op de landingplaats die op het spelbord mooi is aangegeven. U kijkt dan even of ze een evenement in gang zetten, wat erop neerkomt dat u een ander stapeltje kaarten op het spelbord tot u neemt en eventueel drakenjagers of helden ziet inschepen. Dat gaat zo een tijdje door tot er geen kaarten meer op handen kunnen worden genomen of er drie schepen de haven hebben verlaten. Vervolgens telt u de waarden van alle kaarten die u tijdens het spel hebt verzameld op en vergelijkt het totaal met dat van uw tegenstander. De eigenaar van het hoogst aantal punten wint.

Leuk, we hebben hier te maken met twee identieke kaartendecks. Dat vlakt uit, zult u opwerpen. Dat is inderdaad mogelijk, maar niet tijdens de spelletjes die ik tot nu toe achter de kiezen heb. En geknarst hebben ze, die kiezen van mij. Want over dezelfde kaartendeck beschikken als je tegenstander betekent uiteraard niet dat de kaarten in dezelfde volgorde kómen als die van hem of haar. Dat is nu net de charme van een kaartspel, zult u opwerpen. En weer hebt u gelijk, maar mijn frustraties tijdens het spelen van Drachenherz liepen wel heel hoog op. Niet dat ik mijn tegenstanders te lijf ging of zo, maar een boksbal in de buurt was wel handig geweest.

Daarom moet ik hier meegeven dat ik dit geen goed spelletje vind. Teveel geluk. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik van geluk hou en het zo lang mogelijk probeer te koesteren als het zich aandient, maar in bepaalde biotopen, een spelsituatie bijvoorbeeld, bewandel ik toch liever de weg van de geleidelijkheid.

Wat dit spelletje dan weer wel mee heeft is het feit dat recycleren ondertussen ook de weg gevonden heeft naar de speeltafel. Na het hergebruik van spelonderdelen uit Giganten in Schwarzes Gold heeft men uit de magazijnen van Kosmos hier de draakjes van Blue Moon heropgevist. Misschien moet u dát spel eens opvissen als u een leuk kaartspel voor twee zoekt. Of lees voor nog meer tips mijn “Draken-speladvies” op Léons “Bordspellen weblog” er eens op na:

http://bordspellen.blogspot.com/2008/07/klapwiekende-vuurspuwers.html

Een score? Drie op tien. Als ik iets te zeggen had bij Fantasy Flight Games, ik zou op de beslissing van een Engelstalige editie terugkomen.

Dominique

 

Been there, done that..

Die Seidenstrasse (DDD Verlag, 2009)

Ticket To Ride in de woestijn, met tussendoor enkele koopdagen en braderijen, op een dubbelzijdig spelbord waardoor zowel een vaste als een variabele startopstelling mogelijk is.

Drie karavanen beweegt u op dat bord – heel toepasselijk karavaan één, twee en drie genoemd – middels het uitspelen van goederenkaarten. Deze komen voor u open te liggen en hun aantal bepaalt of u in de stad/steden van aankomst de betreffende goederen al dan niet mag verkopen. Als u dat mag, krijgt u diamantjes die setgewijs op het einde van het spel punten waard zijn. Reizend naar de drie steden van bestemming doet u onderweg ook kleine nederzettingen aan, alwaar u aan kleine koopdagen of braderijen kunt deelnemen, extra goederen kunt inslaan, tegen betaling vuile zaakjes opknapt of met andere (on)genoegens des levens wordt geconfronteerd, als daar zijn: zandstormen, dievenbendes en tolhuizen. Daar hoeft verder geen tekening bij.

Zeer leuk, snel en elegant. Vloog in Essen 2010 jammer genoeg vrolijk onder vele radars door waardoor het de aandacht die het verdient tot nu toe moest ontberen. Hopelijk brengt deze bijdrage daar een beetje verandering in. Al vrees ik dat het een druppel op een hete plaat blijft.

Maar dat is dan uw schuld, niet de mijne.

Dominique

 

Wél lustig!

Hoe gekker hoe liever, zeg ik altijd. Thematisch kan een spel voor mij niet idioot genoeg zijn. Het gaat en ging er in de gewone wereld al erg genoeg aan toe. Funkenschlag? Geeuw. Hansa Teutonica? Zucht. Fabrieksmanager? Kreun. Vasco Da Gama? Afwezige blik naar het plafond.

Neen, geef mij dan maar chimpansees die van een vuilnisbelt moeten worden gekletst (Spank The Monkey), buitenaardse wezens die frituren neerpoten in winkelwandelstraten (UFOs, Fritten Aus Den All), geslachtsopwaarderingen met intimschmuck (Project Pornstar) of het koppelen van neuzen (Das Prestel Nasenspiel). Allemaal thema’s die mijn steeds smeulende spelersvuurtje aanzienlijk kunnen oppoken.

Toen ik de eerste keer werd geconfronteerd met Lemming Maffia laaide de waakvlam van de liefde voor unplugged spellen dan ook enthousiast op.

Qua belachelijkheid kan dit thema immers tellen: zes lemmingen behorend tot de maffia willen na een race door de binnenstad als eerste in de haven aankomen om zichzelf vervolgens theatraal van de eerste de beste pier af te gooien, een zekere verdrinkingsdood tegemoet want aan de pootjes voorzien van één of twee betonblokken. Ga daar maar eens aan staan.

Moest ik in zo’n race verwikkeld zijn, ik hield toch een beetje in onderweg.

Maar soit, aangezien we allemaal wel ergens een vijs los hebben, doen we hier vrolijk aan mee.

In elk spel zijn de zes lemmingen vertegenwoordigd, ongeacht het aantal spelers. Zij begeven zich zigzagsgewijs door de binnenstad, aangedreven door twee gekleurde lemmingdobbelstenen waarvan u er na het werpen eentje moet kiezen. Van straatveld naar straatveld bewegen ze. Dat is belangrijk, want in elk straatveld bevinden zich meerdere velden waarop u de lemming in kwestie kunt plaatsen. De meeste velden zijn actievelden. Het actieveld betonmenger bijvoorbeeld, waarmee u de lemming in kwestie een betonblokje aanmeet (drie en het beestje is voorgoed uitgeschakeld). Of het veld luchtdrukhamer, waarmee u een betonblokje van een pootje kunt verwijderen. Of het veldje boekhouder, waarmee u kunt wedden op de lemming die volgens u de race gaat winnen. Of de vluchtwagen die u, mits wat geluk, toelaat op korte tijd een grote afstand te overbruggen. Of het veldje maffiabaas, die u toelaat een opdrachtkaart, die een betonblok aan úw been geworden, is te dumpen. Die opdrachtkaarten, naargelang de moeilijkheidsgraad variërend in waarde van één tot vier, zijn erg belangrijk. U krijgt er bij spelaanvang drie uitgedeeld en zoals de naam het al doet vermoeden staan daar opdrachten op die u tot een goed einde moet zien te brengen, zoals een bepaalde lemmingen die bij de eerste drie moet eindigen bijvoorbeeld, of lemmingen die moeten zijn uitgeschakeld aan het einde van het spel. De waarde van de kaarten is de beloning in punten als de opdracht slaagt. Lukt dat niet krijgt u per niet vervulde opdrachtkaart twee strafpunten, standaard tarief. U weet dus vooraf waar u aan toe bent.

De wedkaarten tenslotte laten u toe middels een erg leuk mechanisme nog wat extra punten binnen te halen. In tegenstelling tot andere wedspellen echter moet u om maximaal rendement te halen hier zo lang mogelijk wachten om op de juiste lemming te wedden. Interessant.

De lemmingen, samengesteld uit soepel en dus kindvriendelijk plastic, hebben wel een geurtje. Maar geen nood, het verdwijnt vrij snel na het openen van de doos. Uitgebreid luchten – ik heb nog altijd nachtmerries van Duel In The Dark – is dus niet nodig. Het spelbord kon wat kleurrijker, maar is meer dan functioneel en de rest van het materiaal is van die aard dat men op de klachtendiensten van Kosmos en 999 Games ook niet hoeft te vrezen voor een aanzienlijke toename van overuren.
Mijn advies? Toeslaan, want op onze recentste “De Tafel Plakt!“ spelavond, alwaar het de concurrentie moest aangaan met Die Speicherstadt, Hotel Samoa en Schweinebande, dé hit van de avond. En dat je dit met z’n zessen kunt is ook meegenomen.

Dominique

 

Nichtlustig: Lemming Mafia

Kosmos / 999 Games (2009)

Michael Rieneck

3 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

Weer brand, man!

Die Speicherstadt / Het Koopmanshuis (Eggert Spiele – The Game Master, 2010)

Vergis u niet als u de omvang van de doos ziet. Dit is een kaartspelletje, gelardeerd met enkele munten (25) en een buideltje goederenblokjes.

Men had hier dus de kosten aanzienlijk kunnen drukken. Ik vraag me nog altijd af wat het doel is van dat bijgeleverde spelbord. De doos zichtbaar maken op het spellenrek bij uw favoriete spelleverancier waarschijnlijk.

In “Die Speicherstadt” bevindt u zich in een oord waar schepen aanmeren en intensief aan handel wordt gedaan. Zij die wakker zijn onder u hebben ondertussen al lang door dat het hier om een haven gaat.

In een haven gebeurt uiteraard van alles. Er wordt bijvoorbeeld geveild. Verscheepte goederen bijvoorbeeld, maar gek genoeg ook kerken, banken, handelsposten, magazijnen, handelaars, havens (!) en zelfs brandweermannen. Deze laatste zijn, het wordt nog gekker, heel belangrijk als u het spel wil winnen. En het wordt nóg gekker: u weet bijvoorbeeld dat de gebouwen waar u de trotste bezitter van bent exact vier keer door brand gaan worden geteisterd. Gevolg: geen verzekeringsmaatschappij die met u in zee wil. U moet het dus van uw brandweermannen hebben. Hebt u voldoende lieden van die beroepscategorie in dienst valt het allemaal nog wel mee en leveren ze u mogelijk nog wat extra punten op, maar mist u er een paar kan dat u zuur opbreken. Met “zuur” bedoel ik verlies van punten, in het slechtste geval tien. In een spel waar twintig punten voldoende kunnen zijn voor de overwinning tikt dat lekker door.

De kostprijs van het aangebodene wordt bepaald door het aantal spelers die dat aangebodene willen hebben, of beter: het aantal poppetjes dat de spelers samen aan elke te veilen kaart hebben geplaatst. Deze prijs kan dalen als er kandidaten tijdens de verkoop afhaken, meestal ten gevolge van het gebrek aan financiële middelen.

Al dat geveilde komt in uw persoonlijke uitlage alwaar het tijdens het spel bepaalde functionaliteiten biedt (opslaan en/of verkopen van goederen bijvoorbeeld) en/of punten oplevert aan het einde van het spel.

Mooi: de zilveren munten. Van karton, maar wel dik karton en glinsterend mooi. En de echte startspelermunt mag er ook wezen. Wees in ieder geval zuinig met uw munten want u wordt er niet bepaald rijkelijk van voorzien in dit spel. Met een armzalige beurs van vijf zilverlingen moet u aan de slag. En als u tijdens het spel tot uw afgrijzen ontdekt dat u er na elke ronde slechts één zilverstuk bij krijgt zult u beseffen dat de zuinigheid waarvan hierboven sprake een schone deugd is.

De weinige munten die er in omloop zijn, gecombineerd met het feit dat ze open en bloot voor iedereen op tafel liggen, vind ik dan weer minder deugdzaam. Dat vertraagt het spel nodeloos en zorgt ervoor dat u meer bezig bent met wat u anderen niet wil gunnen dan met wat u zélf eigenlijk wil. Een zichtschermpje lost hier mijns inziens weinig op aangezien je voor elke speler door de band maar tot vijf moet kunnen tellen. Dat is zelfs voor mij een fluitje van een eurocent.

De spelregels dan. Ze laten qua duidelijkheid niets te wensen over. Alleen heb ik wat moeite met de indeling en de schier eindeloze uitklapbaarheid ervan. Zoals één mijner medespelers terecht opmerkte: “Nu moet je tijdens het spelen ook al de krant gaan zitten lezen.” Ik weet niet hoe het met de Nederlandstalige editie zit, maar “auf Deutsch” is ze niet erg praktisch.

In eerste aanleg leuk en interessant, maar ik verwacht nog een uitbreiding die er eigenlijk standaard bij had moeten zitten. Ik stel mij ook vragen over de blijvende leukheid van dit spel. Na enkele sessies merkte ik al enige tekenen van afbrokkeling van enthousiasme. Snel dus hier met die uitbreiding, Stefan Feld. Dan komt het mogelijk weer eens uit de kast.

Dominique

Mijn geslacht

Steinzeit (Piatnik, 2008)

Zo goed als onbekend kaartspelletje (op BGG gaat u er tevergeefs naar op zoek, waaruit blijkt dat deze databank ook weer niet zaligmakend is), waarbij men jaagt in de oertijd en vervolgens het gevangene in steaks omzet. Kleine buit geeft kleine steaks (lees; één), grote buit geeft grote steaks (lees: veel). En veel steaks voor u op tafel hebben liggen is niet echt aangewezen als u met een horde uitgehongerde, kwijlende holbewoners aan uw keukentafel zit. Eenvoudig, met veel interactie en niet voor gevoelige zielen, lees: men kan u al eens een kloot afdraaien. En u zult tijdens dit spelletje tot uw eigen schande – of genot, dat moet u zelf maar uitmaken – vaststellen dat u over een veelvoud van kloten beschikt.

Wat dacht u bijvoorbeeld van de actiekaart “Freiheit”, waarmee u bij nacht en ontij een kooi van een medespeler, waarin zich een nog niet geslacht dinootje bevindt, wagenwijd openzet waardoor die speler tot zijn eigen afgrijzen zijn toekomstige steaks de wijde wereld in ziet rennen? Of de toepasselijke actiekaart “Appetit” waarmee u doodleuk reeds gesteakte dino’s van een andere speler komt opeten? Of de kaart “Kumpel”, waarmee u tot verbijstering van de medespeler in kwestie één van diens huisdieren voor zijn ogen begint de slachten en het vlees vervolgens naar uw eigen koelcellen overhevelt? Dat zijn toch leuke dingen voor de mensen.

Toch, misschien moeten we het maar houden bij een gezond stuk fruit. Al moeten we ook dát met de nodige omzichtigheid benaderen, zoals het volgend filmpje ontegensprekelijk aantoont:

http://www.youtube.com/watch?v=ZN5PoW7_kdA

Maar aan de andere kant is Steinzeit dan weer het enige spelletje waarin opmerkingen als: “Ik word zo moe van je geslacht!”; “Hou nu toch eens op met je geslacht!” en “Laat je geslacht nu toch eens voor wat het is!” schering en inslag zijn. Het is bij mijn weten ook het enige spel waarbij u alleen met uw geslacht de overwinning kunt behalen. Daarvoor alleen al is het een aanschaf waard.

Zoals u uit het voorgaande kunt afleiden neemt Piatnik een loopje met de geschiedenis. Dino’s en menselijke specimen zouden, als we voortgaan op mensen die het kunnen weten, nooit samen de wereldbol hebben bevolkt. Jammer eigenlijk, want anders waren we samen al uitgestorven en hadden we de kredietcrisis en de de ramp die zich nu volstrekt in de Golf van Mexico niet hoeven te doorstaan.

In tegenstelling tot de dino’s die Steinzeit onrechtmatig bevolken, is het spelletje zelf aan de lichte kant. Aan de leuke lichte kant wel te verstaan. Als ik mij wil ontspannen, en daar heb ik de laatste tijd meer dan ooit nood aan, zeg ik hier dan ook geen neen tegen.

Dominique

Krulstaart met weerhaken

Schweinebande (Hans Im Glück, 2010)

Pester zoekt boerderij. Vandaar niet zo kindvriendelijk als de doos en de inhoud ervan laten uitschijnen. U bent dus gewaarschuwd als u tijdens het winkelen met uw jengelende koters voor de rekken staat. Maar met een bende op wraak en weerwraak en weerweerwraak beluste volwassenen? Smullen!

Hebt u dus nog een stapeltje openstaande rekeningen met bepaalde medespelers kunnen deze middels dit spel worden vereffend.

Op deze schijnbaar van peis en vree voorziene veemarkt probeert u de meest waardevolle dieren in te kopen om ze vervolgens in uw eigen stalletje onder te brengen. Daartoe plaatst u twee of drie van uw boeren, lijfeigenen zeg maar, op het marktplein alwaar elke ronde ook een meute van 25 dieren(fiches) willekeurig in een raster worden uitgelegd. U plaatst uw boertjes zo strategisch mogelijk, wat betekent dat u ernaar streeft tijdens de ronde in kwestie veel dieren binnen te halen en/of de juiste. Dat lijkt makkelijker dan het is omdat uw medeboeren de neiging hebben nogal eens in de weg te gaan staan.

Afhankelijk van wat u verzamelt (setjes van vier dezelfde of zes verschillende dieren) mag u op het einde van een ronde een aantal dieren in uw persoonlijke stal onderbrengen. Zo leveren ze punten op aan het einde van het spel. Varkens houdt u best apart tot de laatste ronde want dan kunnen ze u nog een aanzienlijke bonus opleveren. Als de varkens waarmee u aan tafel zit ze ondertussen niet voor uw neus hebben weggekaapt.

Houdt u na een spelronde nog dieren over mag u ze meenemen naar de volgende ronde als u erin slaagt de beestjes voldoende eten te geven. Daartoe dringt een verkoop van enkele plattelandsorganismen zich af en toe op, tenzij u zich eerder een supergrote voederzak hebt eigen kunnen maken. Daar kunt u immers eenmalig een privé-vreetfestijn mee organiseren.

Het pesten waarvan sprake in de inleiding gebeurt vooral bij het plaatsen van de boeren. Men kan al eens in de weg gaan staan en als u uw laatste boertje nogal snel plaatst (timing is bij het plaatsen heel belangrijk, croyez-moi) zou het wel eens kunnen dat er bij de verdeling van de schattige dierenfiches nogal weinig te rapen valt. Letterlijk. Denk hierbij aan het Vlaamsche spreekwoord: “Hij heeft in mijn rapen gescheten.” Kleine kindjes, die zeker gaan worden aangelokt door de doosafbeelding en de erg aaibare dierenfiches, gaan tijdens het spelen dan ook gegarandeerd enkele jeugdtrauma’s oplopen, zo ernstig zelfs dat zij mogelijk voor de rest van hun leven voor de spellenwereld verloren gaan.

En dat, beste medespeler, wilt u toch niet op uw geweten?

Dominique

Frustrerend friemelen

Campaign Manager 2008 (Z-Man Games, 2009)

Af en toe doemt ze nog voor mijn geestesoog op: die anti-abortusmilitante in het journaal van acht uur tijdens de Obama-McCain campagne in 2008, met het bordje “What if his mama aborted Obama?”

En weer deed ze dat tijdens mijn eerste sessie “Campaign Manager“, waarin het duel Obama-McCain nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Het kleine broertje van “1960: The Making Of The President”, met een kaartendeck van 90 kaarten waarvan er maar 30 tijdens het spel worden gebruikt, 15 voor elke speler, draftgewijs op hand genomen. Zorgt er mogelijk voor dat in deze drukke en tijdrovende tijden “1960: The Making Of The President” – al hangt daar duidelijk meer vlees aan – niet meer uit de kast komt.

Hou wel rekening met gefriemel tijdens het toekennen van de overwinningspunten. Dat gebeurt, vrij origineel, door het leggen van kartonnen staafjes op een scorediagram. Dat gaat goed met de grote staafjes, die gekoppeld zijn aan de staten waar de meeste stemmen te halen zijn, maar tijdens het leggen van de kleintjes gaat u toch met uw ware aard worden geconfronteerd wanneer u zichzelf tot uw grote verbijstering verdomme, klote, fuck, shit en aanverwanten hoort roepen, als u al niet met één vloeiende zwaaibeweging alle spelonderdelen gefrustreerd op de grond kiepert. Oefen dus uw fijnmotorische vingervaardigheden maar in, meerbepaald de pincetgreep.

Maar ondanks dat gefriemel heb ik zeer genoten van dit kleinood. Omdat het snel speelt bijvoorbeeld, duidelijke spelregels heeft en spannend is tot het eind. En zo’n mooie kaarten heeft. Alleen jammer dat je niet met alle kaarten tegelijk aan de slag kunt.

Dominique

Glory To Chudyk!

Innovation (Asmadi Games, 2010)

De nieuwe van Carl Chudyk (Glory To Rome). Wie weet heeft van mijn affiniteit voor Glory To Rome beseft dat ik deze niet kon laten liggen.

Een zeer origineel Civ-kaartspel hebben we hier, met 105 ontwikkelingskaarten die elk hun eigen eigenschap hebben. En een leuke spelterminologie ook, zoals tuck en splay (left, right en up). U kunt – en moet, als u het spel wilt winnen toch – tijdens het spel ook dogma’s inroepen waardoor uw tegenstanders worden verplicht acties uit te voeren die ze eigenlijk liever niet willen. Het zal hun een troost zijn dat ze, als ze het net zo slim als u spelen, tijdens hun beurt hetzelfde met u mogen doen.

Grafisch niet om aan te zien, maar wel heel functioneel en u wordt geconfronteerd met een wirwar van wegen die naar Rome, excuseer, de overwinning leiden.

Ook een heel aangename verrassing: hoe verder het spel vordert, hoe verder je ontwikkelt dus, hoe chaotischer het spel wordt en hoe meer de controle je als los zand door de vingers begint te glippen. Ik vind dit erg leuk want dat betekent dat als je zeker wil zijn van de overwinning je er alle belang bij hebt dat zo snel mogelijk te doen en de hele zooi niet tot in de 21ste eeuw laat doorevolueren. Dat zet druk. Erg leuke druk!

Toch een kleine waarschuwing: tijdens uw eerste zitting gaat u overweldigd worden door de vele mogelijkheden die al deze unieke kaarten in de aanbieding hebben. U gaat ook enkele slapeloze nachten tegemoet aangezien u moeite gaat hebben uit al deze mogelijkheden de juiste te kiezen, zoveel moeite dat u meer dan waarschijnlijk de verkeerde kiest. Dat resulteert in het zogenaamde “beddenken”, een aandoening die bij bord- en kaartspelers al eens durft voorkomen en waarbij gepoogd wordt flagrante fouten in de toekomst te vermijden door in gedachten de voorbije sessie(s) de revue nog eens te laten passeren. Tijdens die revue worden alle gemaakte fouten vakkundig weggegomd en vervangen door de juiste acties, gepatcht als het ware. De kans dat u deze aandoening oploopt na het spelen van dit spel is aanzienlijk. Het is maar dat u het weet.

Carl Chudyck is een straffe kerel. U moet zijn creaties zeker eens een kans geven.

Een aanrader voor de liefhebbers van het betere kaartspel.

Dominique