Gosu

Op 8 augustus besprak ik in mijn vooruitblik-reeks naar Spiel 2010 het kaartspel Gosu (Moonster Games). Ik moet bekennen dat dit één van de spellen was waarnaar ik echt uitkeek.

Ondertussen heb ik dit kleinood enkele keren kunnen spelen en is het tijd om u deelgenoot te maken van mijn  bevindingen. En of mijn uitkijken gerechtvaardigd was.

Net zoals mijn bespreking van 7 Wonders gisteren zal ik Gosu fileren aan de hand van het formuleren van vragen die gebaseerd ziijn op die vooruitblik van 8 augustus.

Maar eerst nog even een korte samenvatting van waar het hier om gaat.

Gosu is een kaartspel waarin u een leger van goblins samenstelt dat in staat moet worden geacht als eerste drie veldslagen te winnen. De veldslagen in kwestie voert u tegen uw tegenstanders die net hetzelfde doel beogen en dus niet al te lichthartig mogen worden benaderd. U houdt hen beter erg goed in de gaten. Neem dat erg letterlijk.

Het samenstellen van uw leger doet u aan de hand van kaarten die u voor u op tafel uitspeelt  in maximum 3 rijen en 5 kolommen, van links naar rechts. U en uw tegenspelers hebben samen de beschikking over een gemeenschappelijke goblin trekstapel van 100 kaarten waarvan u er bij spelaanvang 7 op hand krijgt..

Het spelen van goblinkaarten is aan enkele voorwaarden gebonden. In eerste instantie de kolom- en rijvoorwaarden van hierboven, in tweede instantie moet u rekening houden met de clanvoorwaarden en een eventuele kostprijs. In de eerste rij kunt u enkel Bakuto’s spelen. Dat is geen chipsmerk, maar een level 1 goblin. In de tweede rij kunt u enkel goblinhelden kwijt en in de derde rij de Ozekis. De eerste Bakuto die u speelt is gratis, wat logisch is aangezien het spel anders al onmiddellijk ongespeeld kan opgeborgen worden. Vanaf dan mag u Bakuto’s van dezelfde clan in uw onderste rij gratis uitspelen. Speelt u er eentje van een andere clan – er zijn 5 clans in het spel – kost dat u 2 handkaarten. En dat doet pijn. Ik hoor u al denken dat u best zoveel mogelijk gratis Bakuto’s uitspeelt om zo veel mogelijk handkaarten te sparen. Ik zou dat niet doen als ik van u was. U moet namelijk ook die tweede en die derde rij kunnen bevolken en als u niet diversifiëert komt u gegarandeerd, tenzij u een ongelooflijke lucky bastard bent, zwaar in de problemen. Op de tweede rij kunt u namelijk enkel goblinhelden spelen als er minstens één Bakuto van dezelfde clan op de eerste rij ligt. Op de derde rij wordt het nóg moeilijker. De Ozekis kunnen alleen maar gespeeld worden als er zich op de eerste rij minstens één Bakuto en op de tweede rij minstens één goblinheld van dezelfde clan bevindt. U kunt ook nooit meer goblins in uw tweede of derde rij onderbrengen dan dat er zich goblins in de rij daaronder bevinden.

U speelt goblinkaarten uit en vergroot daarbij uw leger(tje), activeert goblins, speelt kaarten van uw tegenstanders weg, trekt met wat geluk kaarten extra op hand, muteert goblins (bepaalde goblins zijn muteerbaar en kunnen door het inleveren van handkaarten door een andere goblinkaart uit de hand worden vervangen, bij voorkeur betere), lokt goblins van tegenspelers in een val (deze worden tijdelijk geneutraliseerd) en u komt uiteindelijk op een punt waarop u niets meer kunt of wilt spelen. Dan past u. Als iedere speler gepast heeft vindt de grote veldslag plaats. De sterktes van de legers worden opgeteld en de winnaar krijgt een overwinningsfiche. Drie van deze in uw persoonlijke voorraad en u bent de grote Gosu.

Ik ga niet verder ingaan in de details, die zult u zelf wel tijdens het spelen ontdekken, maar ik wil u er nog wel op wijzen dat u twee activatiefiches beschikt die u toelaten bepaalde goblins tijdens het spel te activeren zodat die erg interessante dingen voor u gaan doen, leuke dingen die meestal niet zo leuk zijn voor uw tegenspelers. U kunt ze ook gebruiken om aan kaarten te komen. Als u er eentje inlevert krijgt u één kaart van de trekstapel op hand nemen, doneert u er twee mag u er drie trekken.  Ik wil u toch aanmanen tot enige voorzichtigheid. U krijgt deze activatiefiches immers pas terug na het volgende gevecht en als u er niet zorgvuldig mee omspringt komt er later in de ronde gegarandeerd een moment dat u ze gaat missen, geloof me vrij.

Er circuleert ook nog een voordeelfiche in het spel – alleen te bekomen via bepaalde goblins of als het geluk u aanwijst bij het begin van het spel – die gelijke standen bij gevechten en de speciale overwinningsvoorwaarden van Ozekis in het voordeel van de bezitter beslist en de eigenaar mag ook altijd de volgende ronde als eerste beginnen. Daarbovenop kan de houder van deze fiche, en hij of zij alleen,  bepaalde secundaire eigenschappen van bepaalde goblins activeren.

Is dit inderdaad een kruising tussen Magic The Gathering en Race For The Galaxy?

Dat valt nog te bezien. Het is een beetje de vraag wat u graag had gekruist gezien tussen die twee.

De grondstof manna? Niet gezien in dit spel. Uw handkaarten fungeren gedeeltelijk als grondstof, net als de goblins die u al in uw leger hebt liggen en uw activatiefiches. Maar de mannavergelijking gaat hier niet echt op.

Het betalen door middel van handkaarten, zoals in RFTG? Als u af en toe niet slim speelt moet u dat inderdaad gaan doen, ja. Maar u moet af en toe ook “dom” spelen en betalen. U moet een goed evenwicht zien te vinden tussen dat betalen en dat niet betalen. Niet betalen lijkt leuk, maar als u daar teveel op focust komt u in zware moeilijkheden zodra u aan uw tweede en hopelijk derde goblinrij wilt beginnen. U moet ook betalen voor goblins die u muteert. Dat kan aardig oplopen als het om bepaalde goblins gaat, want deze kosten zijn variabel.

Het wegspelen van kaarten van uw tegenstanders? Dat kunt u en dat voelt, geloof me, erg lekker. U kunt zelfs uit tactische overwegingen eigen goblins wegspelen. U mag enkel vrije kaarten wegspelen. Dat zijn goblinkaarten die rechts open in een rij liggen en waar zich geen andere goblinkaart direct boven bevindt. Zorgen dat uw betere kaarten beschermd liggen is aangewezen. Ze zijn dan nog wel vatbaar voor vallen, maar het is in elk geval al één zorg minder.

Het wegspelen van levenspunten van uw tegenstanders? Dat kunt u niet. U kunt er alleen voor proberen te zorgen dat u sterker bent dan uw tegenstanders op het moment dat iedereen gepast heeft. Uw tegenstanders gaan niet dood. Integendeel, hun leger blijft vrolijk ter plaatse en gevechtsklaar voor de volgende ronde. Ik weet dat sommigen onder u dat erg jammer vinden, maar het is niet anders.

Het aspect deckbuilding? In zekere zin wel, u stelt al spelend uw leger voor u op tafel samen en daar moet u het grotendeels voor de rest van het spel mee doen. Tussen de gevechtrondes door wordt uw zorgvuldig opgebouwd leger niet opgeruimd. Het blijft liggen en u moet verder bouwen op wat u daar voorhanden hebt.

Het winnen van ronden? Inderdaad, u moet er als eerste 3 zien binnen te halen.

De schoonheid van het artwork? Die is inderdaad prachtig, zij het minder variërend dan MTG.

Het hoge “nog-een-keer”-gehalte? Kruis “ja” maar aan in uw spreadsheet op uw trendy iPod.

Hoe zit dat nu met die killercombo’s?

Zelf heb ik tijdens het spelen nog geen echte killercombo’s ontdekt. Als ik bepaalde kaarten echter grondig bekijk en een gunstige wind waait deze tijdens een sessie uw handjes in gaat u wel leuke dingen kunnen doen. 

Hebt u vele sessies nodig om dit spel volledig te doorgronden?

Ik vermoed van wel. U gaat na een tijdje dingen zien die u tijdens uw eerste sessies niet ziet – die killercombo’s van hierboven bijvoorbeeld – en u gaat daar ’s nachts van wakker liggen. U gaat jongleren met globale en lokale effecten en de nefaste invloed die zij kunnen hebben op uw tegenspelers. Soms gaat u zelfs nefaste effecten op uw eigen leger loslaten, wat dan weer kadert in een alles overkoepelend en briljant plan dat u naar de overwinning zal leiden. U gaat de ware betekenis van goed muteren doorgronden en u gaat de tactische finesses van het voortijdig passen en het wegspelen van uw eigen kaarten leren kennen. U gaat uw activatiefiches naar waarde weten te schatten en uzelf oefenen in het jagen op en het beheersen van de voordeelfiche. Om dat allemaal in de vingers te krijgen gaat u met één of twee sessies niet toekomen. U gaat intensief moeten oefenen.

Klokt dit inderdaad af op 30 tot 45 minuten?

Uw eerste sessies gaan langer duren, maar het gaat uiteindelijk wel steeds sneller en sneller. U gaat deze grens met ervaren spelers zeker halen en al helemaal als u slechts met z’n tweeën bent.

Wordt u getrakteerd op een flinke en lekkere portie handkaartenmanagement?

Wees gerust. Uw handjes gaan zweten. De juiste kaart op het juiste moment wel of niet spelen kan van levensbelang zijn. Nog belangrijker is de vaardigheid die u moet aanleren om uw handjes te voorzien van nieuwe kaarten. U trekt niet gewoon kaarten bij op het einde van uw beurt, neen, u moet daarvoor andere kaarten uitspelen of uw erg schaarse – nogmaals: slechts 2 stuks! – clan-activatiefiches gebruiken, die u trouwens pas terugkrijgt na het eerstvolgende gevecht.

Komen er uitbreidingen?

Wees gerust, de drukpersen draaien volgens mij nu al op volle toeren. Het diepe doosje heeft onhandig genoeg geen inlay, maar naar verluidt is dat enkel en alleen om de uitbreidingen erin kwijt te kunnen.

Zijn de kaarten kleurijk en overdadig geïllustreerd?

Ze zijn inderdaad kleurrijk en een beetje té, maar onoverkomelijk is dat niet.

Minder interessant vind ik dat de tekst op de kaarten – veel kaarten kúnnen nogal wat – relatief klein is uitgevallen. Sommige mensen gaan hier problemen mee hebben.

Die bepaling van het sterkste leger, is dat een marteling?

Neen, dat is opvallend eenvoudig. Kaarten in de onderste rij tellen voor 2 punten, die in de middelste rij voor 3 en elke goblin in de bovenste rij is er 5 waard. U ziet in één oogopslag en op elk moment hoe u en uw tegenspelers ervoor staan. Dat was voor mij persoonlijk een erg grote opluchting.

Zijn er lange wachttijden?

Uw eerste paar spelletjes gaat u nogal moeten aanschuiven ja, maar op zich is dat niet erg want dan kunt u ondertussen de speciale vaardigheden van uw handkaarten rustig lezen en uw briljante zet rustig voorbereiden. Denk hierbij aan de leesminuutjes bij de start van een spelletje Agricola. Naarmate u de kaarten beter gaat (her)kennen zullen de wachttijden echter exponentieel afnemen.

Zit u met beurtanalysten aan tafel gaat u wel zwaar in de problemen komen en tussendoor iets anders willen doen, maar dat is een algemeen en gekend fenomeen bij beurtanalysten.

Zijn de namen van de goblins en hun clans inderdaad belachelijk?

Ja, maar dat doorprikken we toch gewoon tijdens het spelen zeker? Als goblins onze namen zouden horen zouden ze toch ook op de grond liggen rollen van het lachen?

Komen er uitbreidingen?

U kon enkele alinea’s hoger al lezen dat dat reeds een uitgemaakte zaak is. En gezien de grote hoeveelheid lucht die zich momenteel in de doos bevindt zal het aantal uitbreidingen aanzienlijk zijn.

Is het leuk met z’n drieën of met z’n vieren?

Ik moet voorzichtig zijn met wat ik nu ga neerschrijven, maar ik denk dat dit spel het leukst is met z’n tweeën. U behoudt lekker het overzicht, het is duidelijk wie u moet aanvallen en de globale effecten zijn maar op twee spelers van toepassing. Het speelt dan ook lekker snel weg, zeker als je de kaarten al een beetje kent. Met z’n drieën kan het nog net, denk ik, maar met z’n viertjes wordt het mijns inziens toch een heel andere kwestie. Een stroperige kwestie, vrees ik. Maar helemaal zeker ben ik daar nog niet van. Ik moet het nog proefondervindelijk aantonen. Ik hou u alvast op de hoogte.

Dominique

 

Gosu

Moonster Games, 2010

Kim Satô

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten 

 

7 Wonders

Het was wel mijn geluksavondje gisteren. Mogen afzakken naar een nocturne van Asmodée, in het gezelschap vertoeven van fantastische medespelers en dan ter plekke worden geconfronteerd met een niet aangekondigd prachtig prototype van 7 Wonders (Repos Production) en dat prototype nog kunnen spelen ook. Het kan verkeren.

Ik zal al maar onmiddellijk met de deur in huis vallen. De voordeur, beste medespeler. Dit wordt mogelijk dé hit van Spiel 2010.

Binnenkort krijgt u hier mijn definitief koopadvies voor Spiel gepresenteerd, maar wat dit spel betreft kan ik nu al formeel zijn: kopen die handel.

Jaja, niet lullen maar motiveren hoor ik u denken.

Zoals u wilt.

Laten we straks even mijn voorbeschouwing van 5 augustus als uitgangspunt nemen en van daaruit enkele vragen over dit spel proberen te beantwoorden. Maar eerst een korte samenvatting van het spelverloop.

In 7 Wonders probeert u door het uitspelen van kaarten, die u draftgewijs op hand bekomt – u begint met een stapeltje van 7 kaarten die u, na het kiezen van een door u gewenste kaart, aan uw tegenspelers in uurwijzerzin doorgeeft – een beschaving uit te bouwen. De kaarten bevatten gebouwen die grondstoffen, goederen en ander leuks opleveren. U hebt grondstoffen en goederen nodig om later nog interessantere gebouwen te plaatsen. Zelf begint u met een basisgrondstof die in uw eigen, prille beschaving al voorhanden is en u krijgt bij aanvang ook al 3 goudstukken in uw buidel op uw persoonlijk tableautje gepropt. Zomaar, gratis.. Komt u tijdens het spel grondstoffen tekort voor een bouwproject kunt u die bij uw linker- of rechterbuur kopen voor maximum 2 goudtsukken per stuk.

Het spel verloopt over 3 era die elk hun eigen unieke en steeds beter wordende gebouwen bevatten. Bepaalde onroerende goederen laten u toe andere gebouwen in een latere fase gratis neer te zetten. Yummy. In plaats van te investeren in gebouwen kunt u ook in 2 tot 4 fasen (naargelang u het basisspel of het spel voor gevorderden speelt) bouwen aan uw wereldwonder. Dat levert u in elk van de drie fasen bijvoorbeeld punten op of een extra eenmalig en erg interessant voordeel in de loop van het spel. 

In elk tijdperk krijgt u de kans 6 gebouwen neer te zetten, 1 per beurt. U selecteert dat uit het handje dat u van uw rechterbuur toegeschoven krijgt en dat gaat zo door tot elke speler nog 1 kaart overhoudt. Die gaat naar de aflegstapel. Hebt u geldtekort kunt u het bouwen overslaan en uw geselecteerde kaart inleveren voor 3 goudstukken. Die kaart gaat dan eveneens naar de aflegstapel.

Dat gaat zo door tot de drie era’s zijn verstreken. Zeg maar voorbijgevlogen want na een half uurtje gaat u al tellen.

Dat tellen dan.

Er is om te beginnen een soort tussentelling na elke era. Deze tussentelling evalueert uw militaire sterkte ten aanzien van die van uw linker -en rechterbuur. Bent u sterker dan hen levert u dat, afhankelijk van de era waarin u zich bevindt, 1, 3 of 5 overwinningspunten op. Bent u zwakker krijgt u per buurman die sterker is 1 minpunt aangesmeerd. Dat wordt elegant opgelost door het uitdelen van zogenaamde conflictfiches. U mag dit spelonderdeel niet verwaarlozen, medespeler.  

Dan is er nog de eindtelling. Hierin telt u om te beginnen de vergaarde plus- en minpunten van uw militaire escapades op, krijgt u voor elke 3 goudstukken op uw tableau 1 punt, daaraan voegt u de punten voor uw geheel of gedeeltleijk afgewerkte wereldwonder toe en de punten voor de civiele blauwe gebouwen (die buiten het geven van punten geen enkele andere functie hebben), u telt daarbij ook de punten van de commerciële gebouwen en de paarse gildenkaarten op (die mits een geetje geluk ook punten genereren op basis van wat uw linker- en rechterbuurman heeft gebouwd) en tenslotte kijkt u eens goed naar uw groene wetenschapsgebouwen, die zowel naar soort als aantal setgewijs punten opleveren (véél punten kunnen opleveren).

Vervolgens stelt u vast dat u 36 punten hebt gehaald en als laatste bent geëindigd.

Maar plezier dat ik gehad heb!

De antwoorden op die vragen van 5 augustus nu, aangevuld met enkele bijkomende afwegingen.

Dit alles in 30 minuten?

Jawel. Onze sessie met z’n vijven duurde iets langer om dat het de eerste was, maar met een klein beetje ervaring is dit binnen de vooropgestelde tijdsduur gepiept. En of je nu met z’n drieën of met z’n zevenen speelt maakt geen ene moer uit.

Is dat draften wel leuk?

U mag op beide oren slapen. U gaat zich kostelijk amuseren. Uw amusement manifesteert zich onder de vorm van enerverende dilemma’s als daar zijn: welke kaart hou ik voor mezelf, welke kaart gun ik mijn linkerbuur niet, wat levert mij het meeste punten op, komt dat gratis gebouw wel mijn kant op later in het spel als ik dit voorwaardelijk gebouw nu neerzet, ga ik zelf voor mijn eigen grondstoffenwinning instaan of koop ik toch maar bij mijn buren, moet ik meegaan in het miltaire opbod of niet en verliespunten riskeren, zou ik dat lekkere gebouw waar mijn linkerbuurman enorm geholpen mee zou zijn niet beter investeren in de bouw van mijn wereldwonder? Enzovoort.

Is er wel voldoende interactiviteit?

Wees gerust, u gaat uw buren met argusogen in de gaten houden. Niets van hun acties zal u ontgaan en u zult daar bij tijd en wijlen intelligent op inspelen, uiteraard tot uw eigen meerdere eer en glorie. Vooral dat militaire gedoe vraagt uw constante aandacht en het in de gaten houden van de grondstofvoorziening van uw buren is van groot belang. U moet hen af en toe goud geven voor grondstoffen, maar dat zullen zij u ongetwijfeld in de loop van het spel ook. Niet getreurd dus. En u gaat ook gebouwen neerzetten die tijdens de eindtelling de gebouwen van uw buren lekker in uw totaalscore gaan betrekken. Profiteren heet dat, of als u het liever echt vuil speelt: parasiteren.

Zijn de tot nu toe lovende kritieken op het internet terecht?

U mag weer die beide oortjes op uw zachte donskussen leggen (ik hoop dat jij er nog eentje in voorraad hebt, Erwin!). Er is niets van gelogen. Van de slechte kritieken daarentegen.. (zie verder)

Is de hype gerechtvaardigd?

Ja, het bewijs bent u nu aan het lezen.

Is het spel taalonafhankelijk?

Ja, dat is het, een enkele zin op een tableautje en een woord op een kaartje niet te na gesproken. De kennis van een vreemde taal, welke dan ook, is geen absolute voorwaarde om van dit spel tenvolle te genieten.

Biedt dit spel meerwaarde ten aanzien van andere draft-kaartspellen?

Ja hoor, ik heb al wat aan draften gedaan in mijn lange carriére en deze steekt er, samen met Magic The Gathering en Notre Dame, toch mijlenver bovenuit. 

Dat aflezen van waar mijn buurmannen of -vrouwen mee bezig zijn, is dat echt zo moeilijk?

Hier was ik echt wel bang voor. Wees gerust, u mag zelfs een bescheiden oogaandoening hebben zonder dat deze u in de weg zit. Uw buren gaan er zelfs geen problemen mee hebben dat u voortdurend naar hun beschaving zit te staren.

Het enige nadeel is wel dat de natuur ons mensen niet van facetogen heeft voorzien. Het risico van het oplopen van een stijve nek door het steeds heen en weer kijken kan hier niet worden uitgesloten. Als we toch de fysieke weg op gaan lijken mij stevige nekspieren hier eerder aangewezen dan een goed vertezicht. Dit is mogelijk het enige minpuntje van dit spel.

Gaat mijn speeltafel te klein zijn?

Neen, dat gaat ze niet. Toch niet als u met z’n vieren of minder speelt. Met meer moet u misschien een beetje improviserend puzzelen, maar ik ga ervan uit dat u dan sowieso aan een iets grotere tafel zit. Laat uw tafel alstublieft geen reden zijn om dit te laten liggen.

Is die eindtelling echt zo complex?

Ook hier was ik niet gerust op, maar neen, ze niet complexer dan de meeste eindtellingen in andere spellen. Ik was erg aangenaam verrast door de snelheid waarmee de het bepalen van de eindscore werd afgehandeld. U zult dit trouwens veel gaan spelen, dus dat tellen wordt er wel ingeslepen. Maakt u zich vooral geen zorgen.

Zou ik niet beter voor “Civilization: The Boardgame” van Fantasy Flight Games gaan als ik een beschavingsontwikkelingsspel wil?

U doet wat u niet laten kunt, maar ik loop vrolijk zwaaiend de stand van Fantasy Flight Games voorbij. En ik loop vandaar recht naar die van Repos Production.

Is het spannend?

Jawel, en tot aan het bittere einde. De eindtelling wordt met de nodige nervositeit tegemoet getreden. U hebt wel vermoedens over de identiteit van de winnaar, maar u zou met dat vermoeden wel eens zwaar uit de bocht kunnen gaan. Ik zou uw pronostiek en plein public niet kenbaar maken wilt u enkele tellen later niet afgaan als een gieter. Ik weet niet hoe het met u zit wat betreft spannende eindtellingen, maar ik hou daarvan.

Kan dit met z’n tweeën?

Ja, dit kan met z’n tweeën. Dit was in de initiële opzet niet voorzien maar Bruno Cathala heeft voor een variant voor twee gezorgd. Over het speelgenot hier kan ik (nog) niets zeggen, al moet u bij het horen van de naam Cathala als variantbedenker zeker niet beginnen wanhopen. Het had erger gekund.

Zijn er meerdere wegen naar de overwinning?

Zeer zeker. U kunt meerdere kanten op. U kiest maar: gaat u voor de wereldwonderstrategie? Of voelt u zich zegepuntenzekerder als u voor de blauwe civiele gebouwen gaat? Bent u nogal militaristisch en agressief ingesteld en gaat u liever voor rood? Zeker doen dan. Of wilt u mee profiteren van uw buurmannen en zet u zwaar in op de paarse gildenkaarten?  Niet treuzelen dan. Of bent u commercieel ingesteld en kickt u, net als ik, op geel? Of bent u een setjes fetisjist en gaat u voor de wetenschap? Of probeert u een geheel of gedeeltelijke mengelmoes van dit alles? U doet maar.

Keuze genoeg zou ik zo zeggen.

Kunt u al iets loslaten over een te volgen strategie?

Zeer zeker niet. Ik wil alleen kwijt dat u in de eerste era best een goede grondstoffenbasis legt voor de rest van het spel. U moet immers bouwen en in de latere era’s zijn gebouwen die (basis)grondstoffen genereren minder voorhanden. Een tweede en derde tip zit ergens in het voorgaande verborgen. Alerte lezers hebben deze ondertussen al lang genoteerd in hun Grote Spellenstrategieënboek.

De rest moet u maar zelf ontdekken.

Dominique

 

7 Wonders

Repos Production, 2010

Antoine Bauza

3 tot 7 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 35)

Key Market (R&D Games)

Een bordspel voor 2 tot 4 spelers waarin u, middeleeuwer zijnde, met uw familie zo goed mogelijk probeert te boeren. Uw kernactiviteiten spitsen zich daarbij toe op het bewerken van uw, hopelijk zeer vruchtbaar, volkstuintje en het produceren van luxegoederen in de dichtstbijzijnde stad. U bent er tevens van overtuigd dat uw manipulatieve vaardigheden ten aanzien van de markt in diezelfde stad u ook geen windeieren zullen leggen.

U krijgt in het spel twee jaar de tijd om te bewijzen wat u waard bent. En u zult aan de wereld laten zien dat dat heel wat is.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want:

U hebt de andere vijf spellen uit de Key reeks en u kunt deze dus erg moeilijk laten liggen, temeer daar er van deze editie slechts 1000 exemplaren de hallen van de “Messe Essen” zullen worden binnengereden. U hebt dan ook voor alle zekerheid aan uw ploegbaas al maar een dag verlof op donderdag 21 oktober gevraagd en een nieuwe slaapzak gekocht.

Groenten kweken op schrale grond en in onvoorspelbare weersomstandigheden, deze schamele vruchten der aarde door slim handelen omzetten in harde valuta op de markt, het manipuleren van deze markt op zeer subtiele wijze, lid worden van een gilde en u langzaam maar zeker opwerken tot gildenmeester met als resultaat van goud uitpuilende broekzakken, het zijn allemaal kolfjes naar uw middeleeuwse hand.

U bent keihard en u houdt van keiharde spellen. U hebt een altaar in huis waaraan spellen als Caylus, Vasco Da Gama, Fabrieksmanager en Agricola worden aanbeden. Op dat altaar vindt u nog wel een plaatsje voor Key Market.

U zat vroeger steevast voor de buis als “Voor Boer En Tuinder” op het tv-scherm verscheen en sinds Agricola bent u een onvoorwaardelijke fan van alle spellen die met de boerenstiel te maken hebben.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van R&D Games voorbij want:

De Key reeks indachtig ziet het er weer lekker kleurrijk en onoverzichtelijk uit. Vooral dat onoverzichtelijke is een voor u moeilijk te nemen hindernis.

Dat boerenaspect doet u nogal veel aan Agricola denken en dat hebt u al in de kast staan. Met alle uitbreidingen.

Richard Breese heeft de ontwikkeling van dit spel deze keer aan een ander overgelaten, ene David Brain. De naam belooft veel goeds maar u blijft toch op uw hoede.

U hebt vernomen dat het spel 30 minuten + 30 minuten per speler zal duren. Die eerste 30 minuten staan voor de spelregeluitleg. Als u met z’n vieren bent moet u dan al toch minstens 150 minuten zien vrij te houden en, ervaringsdeskundige als u bent, mogelijk meer. Uw tijdgerelateerde pijngrens wordt daarbij aanzienlijk overschreden.

Dominique

  

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 34)

Tornado Alert! (Hyptic)

Een kaartspel voor 2 tot 6 spelers waarin u, onversaagd als u bent, probeert de meest spectaculaire foto’s te nemen van tornado’s in Oklahoma, met als motto: hoe dichter hoe beter!.

Het fotograferen wordt hier geëvoceerd door het slaan op een stapel kaarten die centraal wordt samengesteld door de actieve speler. Iedereen behalve de actieve speler mag slaan. Wie dat het eerst doet mag uit de stapel een aantal kaarten kiezen dat gelijk is aan de waarde van de laatst gespeelde kaart. Uiteindelijk scoort u door het gemiddelde te bepalen van de kaarten die u in een gegeven ronde hebt verzameld.

Na ongeveer 30 minuten zou u dit winnend moeten kunnen afsluiten.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want:

Sinds Paparazzi hebt u niet meer de kans gekregen om foto’s te maken in een spel. Slechter dan Paparazzi kan dit gewoon niet zijn, dus u gaat er helemaal voor.

Dit is bij uw weten het enige spel waarvan de makers beweren dat de speelduur afneemt naarmate het aantal spelers stijgt. Dat is heel handig als u veel mensen op bezoek hebt en weinig tijd, iets wat bij u thuis regelmatig voorkomt.

Dit is bij uw weten het enige spel waarin de score wordt bepaald door het bepalen van gemiddelden. U bent nu al niet meer te houden.

 U wilt het point of no return van de opwarming van de aarde voor zijn en alvast beginnen oefenen tegen de tijd dat tornado’s onze lage landen massaal beginnen te teisteren.

Het thema is niet alledaags en misstaat absoluut niet in uw “speciale thema’s spellenkast”.

U houdt van snelheid en het nemen van beslissingen in fracties van seconden.

Een Fins spel met Nederlandstalige spelregels? Dat moet u gewoon hebben voor uw verzameling.

U slaat graag op stapels kaarten.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Hyptic voorbij want:

Mensen die het kunnen weten waarschuwen voor het gevoel van “niet af zijn” van dit spel. Ook de spelregels, de kwaliteit van het materiaal, de grafische vormgeving en de doos laten naar verluidt veel te wensen over.

U speelt heel graag spellen maar u moet ze daar wel voor uit de doos krijgen. In “Tornado Alert!” is dat naar het schijnt een groot probleem. U houdt best een slijpschijf, breekijzer en veiligheidsbril binnen handbereik.

U houdt niet van spellen waarin reactiesnelheid – die van u is te vergelijken met die van een oude stoomlocomotief die bergop moet op een extreem koude winterochtend –  een belangrijke, zo niet de belangrijkste, rol speelt.

De te volgen tactiek is nogal eenvoudig en eenzijdig. Veel wegen naar de overwinning gaat u hier niet vinden. U zult  niet eindeloos moeten nadenken over de actie die u nu wel of niet moet kiezen en dat doet u net zo graag. U hebt ook niet het gevoel dat u als was u door een tornado dooreengeschud – met een wowgevoel dus – de speeltafel zult verlaten.

Een half uur zitten rammen op kaarten, u kent leukere manieren om de avond door te komen. Niet kijken naar Turkije – België bijvoorbeeld.

Dominique

 

Ellende

“Alle ellende in de wereld komt voort uit het feit dat iemand niet gewoon met zijn armen over elkaar kan blijven zitten.” Het is een citaat van één mijner favoriete dichters, Gerrit Komrij, en het klopt als een bus.

Denk daaraan als u zich in oktober naar Essen begeeft. De ellende waarvan sprake in het citaat hierboven kunnen we dan omschrijven als volgt: de gigantische ecologische voetafdruk die we daar allemaal gaan achterlaten, de financiële kater die we gaan oplopen, de ruzie die we bij thuiskomst met onze partner moeten aangaan op het moment dat we betrapt worden bij het binnensmokkelen van de oogst, de onmacht die we ervaren als het laatste exemplaar van dat extreem afgeprijsde spel voor onze neus wordt weg gegraaid, de spijt  ’s avonds in bed over dat ene spel dat we hebben laten liggen, dat knagende gevoel achteraf dat we de zuurverdiende euro’s die we aan papier en karton hebben uitgegeven beter voor andere, belangrijker, zaken hadden bewaard. Enzovoort, enzovoort.

U bent gewaarschuwd. Het is één lange, ellendige lijst.

Ik moet u ook voor iets anders waarschuwen. Als u Essen moest verlaten met Defenders Of The Realm onder uw, hopelijk erg gespierde, arm loopt u een groot risico. Het risico ten prooi te vallen aan een welvaartsaandoening die sedert het boomen van coöperatieve spellen aan een indrukwekkende opmars bezig is: verliesverslaving. 

Deze verslaving kenmerkt zich door het ervaren van een genotservaring na een verliespartij. Het is al zover gekomen dat ik regelmatig een shot verliezen van DOTR nodig heb of ik word onrustig, misschien zelfs gevaarlijk.

Het is allemaal een beetje dubbel. Aan de ene kant is dat collectief succesloos worstelen met het spel orgastisch leuk, aan de andere kant smacht u naar de eerste overwinning die, zo wil de overlevering het, echt wel schijnt te bestaan. Maar kan een overwinning wel tippen aan die verslavende verlieservaringen? Zou het kunnen, medespeler, dat er zoiets als angst bestaat om te winnen?

De gedachte op zich is al beangstigend. 

Wie deze blog een beetje volgt weet dat ik helemaal wég ben van Defenders Of The Realm. Boeken zou ik erover kunnen/willen schrijven, ware het niet dat u na het eventuele lezen daarvan rechtstreeks vanuit uw sofa naar de dichtsbijzijnde psychiater holt om u een gezinspak antidepressiva te laten voorschrijven. Helden die voortdurend en simultaan in meerdere pannen worden gehakt, het is niet bepaald opbeurend.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik in mijn wildste fantasieën het gespuis in Defenders Of The Realm op de volgende onnavolgbare manier benader:

http://www.youtube.com/watch?v=g1trJ0swPpQ

Maar jammer genoeg zijn vuurwapens in DOTR niet toegelaten. Ik moet het dus anders gaan aanpakken.

Onder de vorm van een nieuwe bondgenoot.

Mogelijk is die niet te onderschatten bondgenoot die ondertussen naar ondergetekende onderweg is onderhand mijn enige hoop op het doorbreken van het steeds weer ten onder gaan in dit spel. Niet dat ik de andere bondgenoten die standaard in de doos zitten onderschat of onderwaardeer, maar dat onderspit dat steeds weer wordt gedolven begint onderhand mijn goede luim zwaar te ondergraven. 

Moedeloos word ik ervan.

Maar er is nog hoop. Een sprankel. Ik verwacht namelijk erg veel van die nieuwe bondgenoot. Zij draagt de naam Barbaar en heeft enkele vaardigheden die op het eerste gezicht het treffen van het Defenders Of The Realm overwinningsdoel gaan faciliteren.

Ik verklaar mij nader.

Mevrouw Barbaar  heeft eigenschappen die mij zeer bekoren. Zo kan zij actiepunten spenderen om zijn dobbelsteenworpen tijdens gevechten met de slechteriken met 1 te verhogen. Verder doet zij tijdens succesvolle gevechten het gespuis in aangrenzende gebieden op de vlucht slaan, met dien verstande dat zij van het bord worden genomen en dus geen risico vormen op een spread out. En last but not least mag zij, als zij haar beurt eindigt in een herberg of een zwarte locatie, drie heldenkaarten trekken en er daarvan twee naar keuze op hand nemen.

U begrijpt dat De Barbaar – ik gebruik uit eerbied en bijgeloof een hoofdletter – mogelijk ook de vaardigheid bezit mijn mondhoeken weer naar boven te doen krullen.

Zij zal sowieso worden geïntegeerd tijdens onze volgende sessie. Ik laat u zeker weten hoe dat afloopt.

Blijft uiteraard dat probleem van die verliesverslaving. Het is zo leuk, dat tergend traag en keer op keer verliezen in Defenders Of The Realm. Ik vrees een beetje voor die eerste overwinning. Het zou zomaar kunnen dat de magie als een zeepbel uiteenspat.

En wat dan?

Tot morgen.

Dominique

 

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 33)

Nile (Minion Games)

Een kaartspel voor 2 tot 5 spelers waarin u in het Oude Egypte, meerbepaald in de Nijldelta, gewassen kweekt. In dit spel worden deze gewassen niet gebruikt om uw caloriepeil voldoende hoog te houden maar om punten te scoren. Dat scoren – op Kniziaanse wijze trouwens – gebeurt enkel en alleen op het einde van het spel.

De basishandelingen die u tijdens dit spel uitoefent zijn planten, oogsten, handelen, speculeren, bidden en vloeken.  

Bij het planten is diversifiëren erg belangrijk. U wedt best op meerdere paarden als u een kans op de overwinning wilt maken.

U speelt x aantal keer de trekstapel door, waar x staat voor het aantal spelers. Daarna wordt er geteld.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want:

Dit is echt wel een lekker leuk kaartspelletje.

U speelt graag kaartspellen waarin u over enige tactische vaardigheden moet beschikken om een kans op de overwinning te maken.

U speelt regelmatig met niet (veel)spelers en dit voorgerecht zal hen zeker doen verlangen naar een of andere hoofdschotel.

U speelt graag meerdere sessies op een avond.

U en uw partner doen alles, maar dan ook echt alles, samen. U moet dus echt wel met iets interessants voor de dag komen wilt u deze traditie niet breken. Wat Nile betreft mag u gerust toeslaan.

U houdt van kaartspellen zonder handkaartenlimiet.

U bent gek op Crazy Chicken, dat heerlijk niemendalletje van Ravensburger. Het leukste aspect van dat spelletje, het wegspelen van kaartenrijen van uw tegenspeler, maakt hier opnieuw zijn opwachting.

U houdt van klein maar fijn. U hebt graag altijd iets in uw binnenzak zitten voor het geval dat.

U houdt van een beetje onzekerheid tijdens het spelen. De sprinkhanenplaag, die standaard wordt meegeleverd, gaat daar meer dan voldoende aan tegemoet komen.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Minion Games voorbij want:

U hebt al genoeg van dit soort kaartspellen in de kast staan en deze wijkt inhoudelijk niet voldoende af van uw benijdenswaardige verzameling om er een plaatsje in te verdienen.

De kaarten, hoewel mooi en functioneel geïllustreerd, smeken om sleeves. Kleedt u ze niet aan gaat u al na korte tijd problemen krijgen. Als u een spelletje koopt gaat u ervan uit dat het kwalitatief af is. Op dit onderdeel gaat Nile u teleurstellen.

Tot morgen.

Dominique

 

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 32)

Malta! (Z-Man Games)

Een kaartgestuurd bord/tegelspel voor 2 tot 6 spelers waarin u door het uitspelen van kaarten beweegt naar een voor u zo voordelig mogelijke tegel en tegelijkertijd uw medespelers de vernieling in manoeuvreert. Het doel van het spel is “the last man/woman standing” te zijn.

Tijdens uw beurt trekt, speelt en beweegt u. Het trekken slaat op kaarten, het spelen ook en het bewegen op uw pion die zich kriskras over de bij spelaanvang willekeurig gelegde en grote ronde fiches beweegt.

Als u tijdens uw beurt er niet in slaagt te bewegen of zonder handkaarten komt te zitten bent u de klos. Klossen, beste medespeler, vinden sommigen onder ons best leuk. Klos zijn is dat al heel wat minder.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want: 

U hebt een aangeboren zwak voor variabele spelborden en dat wordt u hier aangeboden.

U houdt van originele spelideeën. Hier zijn dat de handinput die u krijgt op basis van de tegel waarop u zich bevindt en het verplicht uitspelen van de helft van uw handkaarten, naar boven afgerond.

De spelregels zijn het vermelden niet waard, zo eenvoudig zijn ze. U hebt het gevoel dat deze eenvoud dit spel ver-schrik-ke-lijk goed maakt.

U was vroeger op school de hoofdpester van dienst en u bent het metier nog steeds niet verleerd.

U bent zeer trendgevoelig en de trend van het plots opduiken van een hele hoop spellen die als speelduur 30 minuten vooropstellen kan u zeer bekoren.

U bent erg reislustig én u speelt graag spellen. Dit spelletje is dan ook een verplichte aanschaf. 

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Z-Man Games voorbij want:

Thema: nul komma nul.

U hebt niet alles volledig in de hand. Andere spelers gaan met de fiches die zich in uw omgeving ophouden morrelen, soms zelfs met uw pion. Chaos, u krijgt er steeds weer een vieze smaak van in de mond.

Onderweg gaat u spelers verliezen. Uit ervaring weet u dat de kans erg groot is dat u tot deze onfortuinlijke groep zult behoren.

U speelt graag met z’n tweeën en dit spel wordt in duovorm niet aangeraden.

U houdt niet van lichaamsbeweging en de kans is groot dat u tijdens dit spel door bepaalde actiekaarten tot bewegen gaat worden aangezet. En weer doemen Santy Anno-achtige doembeelden voor uw geestesoog op.

Tot morgen.

Dominique

 

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 31)

Ascension: Chronicle Of The Godslayer (Gary Games)

Een Dominionkloon voor 2 tot 4 spelers waarin u door het spelend samenstellen van uw kaartendeck en het uitspelen van de inhoud daarvan overwinningspunten probeert binnen te halen.

Ik moet mezelf nu twee keer aanmanen tot voorzichtigheid. Ten eerste is de term Dominionkloon in zekere zin wel juist gekozen, maar doet de typering kloon mogelijk afbreuk aan de eigen merites van dit spel. Ten tweede is het lang niet zeker dat u dit pareltje in Essen met uw geldbeugel in de aanslag tegemoet kunt treden. Het wordt uitgegeven door een klein coöperatief van hobbyisten, in een relatief lage oplage op de markt gegooid en er is naar verluidt al sprake van een rush op de enkele dagen geleden verschenen eerste editie. De kans dat vóór Spiel het bordje “uitverkocht” in de vitrine van Gary Games hangt is dus niet helemaal onbestaande.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want:

Binnen de subgroep van – daar ga ik weer – Dominion en -klonen scoort Ascension het best wat betreft setuptijd. In bepaalde middens heeft men het over fracties van seconden, wat ik zelf ten zeerste betwijfel, maar er zijn al wel meldingen gemaakt van opzetprocedures die zich ophouden rond de magische minuutgrens. En dát klopt dan weer wel. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik wil graag snel en dikwijls aan de slag.   

De regels van Ascension zijn poepsimpel en kunnen, mits enige ervaring, binnen de minuut worden uitgelegd. Dat draagt uiteraard bij tot het “snel aan de slag” gedeelte van hierboven.

Ascension is het resultaat van het denkwerk van geroutineerde, zeer ervaren en doortrapte Magic The Gathering spelers. Ik weet niet hoe het met u zit maar als dit soort informatie mij tegemoet treedt is mijn interesse gewekt.

U hebt regelmatig een half uurtje dat u van uw partner vrij mag invullen.

Er bereiken mij meldingen van het spellenfront die mij erg vreugdevol stemmen, namelijk dat dit spel vrouwen lijkt aan te trekken en, nog veel belangrijker, vast te houden. Ik weet niet hoe het met u zit, maar vrouwen die smeken om meer, ik word er helemaal opgewonden van.

Ascencion maakt komaf met de relatieve overvloed van kaarten waaruit kan worden gekozen als u aan de beurt bent. Er wordt, buiten enkele structureel aanwezige standaardkaarten, een steeds wisselende uitlage van zes kaarten samengesteld waaruit u heel wat lekkers kunt halen. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik kan afwisseling tijdens het spelen ten zeerste waarderen.

Ascension laat u toe op meerdere manieren te punten.

Ascension heeft een speelbord waarop alles wat u moet weten overzichtelijk staat vermeld. 

Ascension heeft kaartsleeves in de aanbieding die p-e-r-f-e-c-t passen. Ik herhaal: p-e-r-f-e-c-t. En u gaat ze nodig hebben. Niet omdat de kaarten van mindere kwaliteit zijn, verre van, maar omdat u dit veel gaat spelen.

U verslaat graag monsters.

U houdt van overwinningspunten die zich manifesteren als kristallen.

U bent graag in de weer om spellen in uw voordeel te versnellen.

Ascension introduceert de zogenaamde “constructs”, kaarten die je voor je open uitspeelt en die, mits wat geluk, meerdere beurten extra voordelen geven. 

U houdt ervan uitbreidingen te integreren in basisspellen. Slaap op uw beide oortjes, de eerste is al in de maak en zal niet lang na Spiel 2010 aan de einder verschijnen.

U houdt van een niet alledaagse grafische omzetting. De kaartillustraties hier, beste medespeler, vormen een weldadige frisse wind binnen de macho-eenheidsworst-illustratiecultuur van het fantasygenre.

U durft het aan mij voor één enkele keer te vertrouwen als ik u zeg: ga ervoor! Ik mag dat zeggen omdat ik net twee sessies van het spel achter de rug heb en terwijl ik dit schrijf nog zit na te genieten. Ik ben alvast blij dat ík ervoor gegaan ben.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Gary Games voorbij want:

De stand van Gary Games is mogelijk volledig afwezig op Spiel.

U behoort tot de Zwarte Dominiongroep. De Zwarte Dominiongroep is de groep die Dominion helemaal niks vindt en dat te pas en te onpas laat horen. Ik hoef u verder niet uit te leggen waarvoor de witte Dominiongroep staat. Enig speurwerk naar de leden van de Grijze Dominiongroep kunt u zich besparen. Die bestaat gewoon niet.

Die zes kaarten in de uitlage, die onmiddellijk na het uitdunnen vanuit de gedekte trekstapel worden aangevuld, doen u huiveren. U houdt niet van chaos en u walgt van het geven van voorzetjes aan anderen. U wordt ook achtervolgd door de zogenaamde “vloek van de uitlage”, die zich kenmerkt door het steeds weer opduiken van een betere kaart op de plaats van de kaart die u net op hand genomen hebt.

U kickt op de macho-eenheidsworst-illustratiecultuur van het fantasygenre. Dit op tafel gaat uw reputatie binnen uw figurines schilderclubje geen goed doen.

Tor morgen.

Dominique

  

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 30)

Trollland (Ludocortex Editions)

Een kaartspel voor 2 tot 4 spelers waarin u gevolg geeft aan de wanhopige orproep van uw trollenkoning om een aantal irritante minderheidsgroepen (elfen, mensen, dwergen en goblins) uit het land te verwijderen. Als u daarin het beste presteert wordt u gepromoveerd tot minister. Naar verluidt moet u in staat zijn deze superpromotie in een klein half uurtje veilig te stellen.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want:

U houdt van thema’s die naadloos aansluiten op de actualiteit en, mon Dieu, dat wordt hier in tonnen aangeleverd. U ziet het niet direct? Hier wordt één van de grootste sociologische problemen van onze huidige maatschappij aangesneden: migratie. Koppel dit thema trouwens even aan Sarkozy’s recente uitwijzingsbeleid aangaande de Romazigeuners en uw eurootje zal snel vallen. Ironisch genoeg wordt Sarkozy in dit spel door een Franse spelontwerper – waarschijnlijk ongewild, ik maak me geen illusies – in de zeik gezet. Hij is namelijk de trollenkoning.

U houdt van kleurrijke en humoristische kaartillustraties.

U houdt, wat spellen aangaat tenminste, van kort en fijn.

U vertoeft graag in fantasierijke omgevingen.

Bruno Cathala is één van uw lievelingsauteurs. Alles van zijn hand koopt u blind.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Ludocortex Editions voorbij want:

Thematisch gaat dit spel over deportatie. U voelt zich daar niet lekker bij. Erger nog: hoe beter u uw deporaties plant, hoe meer u zult scoren. En dat geweten van u blijft maar knagen.

U hebt al kortdurende kaartspellen genoeg in uw kast staan zoals Mow, Coloretto en 6 Nimmt waarnaar bij de korte beschrijving van dit spel wordt verwezen. Deze hoeft er voor u dan echt niet bij.

Tot morgen.

Dominique

 

Spiel 2010: een vooruitblik (deel 29)

Magical Athlete (Z-Man Games)

Eeen kaart/bordspel – noem het zoals u wilt – voor 4 of 5 spelers waarin u aan de hand van de draftmethode atleten (er zijn er 25 beschikbaar) verzamelt die u vervolgens op een piste tegen elkaar laat racen. Alleen als uw atleten bij de eerste 2 finishen levert dat punten op.

Het verzamelen van atleten kost wel geld. Hoe sneller u er eentje in uw team wilt, hoe meer u dat zal kosten.

Elke atleet heeft zo zijn eigen eigenschap die hem tijdens de race van pas kan komen.

Reserveer alvast uw plaats in de wachtrij want:

Dit is oorspronkelijk van Japanse origine en bordspellen van Japanse origine zijn soms zo over the top en chaotisch dat ze onweerstaanbaar leuk worden.

U houdt van racespelletjes met een onvoorspelbare afloop.

U supportert graag en luid voor pionnetjes die zich over een spelbord bewegen.

Draften is leuk. U kunt dan kiezen en zelf verantwoordelijkheid opnemen voor de gevolgen daarvan.

Dit zit in een kleine doos – nog zo’n goede Japanse eigenschap.

U hebt een zwak voor dubbelzijdige spelborden.

Er zitten leuke atleten tussen. Wat te denken van de moordenaar, die een andere atleet kan vermoorden voor de eerste race begint? Of meneertje Eros, die tijdens de race 5 stappen vooruit mag zetten als er 2 atleten van verschillend geslacht op hetzelfde veld staan? Of de sirene die als ze tijdens de race aan de beurt is alle andere atleten naar haar toelokt? Of de heks die, als ze door een atleet wordt voorbijgestoken, uit pure rancune deze atleet verplicht de volgende beurt over te slaan? Of de waarzegger die voor de race mag voorspellen wie wint en als hij het bij het rechte eind heeft sowieso tweede wordt? En dat zijn er nog maar 5 van de 25.

U houdt van snelle beurtwisselingen.

Als u bij ervaringsdeskundigen informeert naar dit spel gebruiken ze termen als “puur plezier, chaotisch genieten, lachen, gieren, brullen, een hoog nog eens gehalte, fantastische filler, altijd een hit aan tafel, intens” en meer van dat fraais.

Z-Man Games heeft u nog niet dikwijls teleurgesteld en dat zal volgens u ook met dit spel niet gebeuren.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Z-Man Games voorbij want:

Er zit een dobbelsteen in de doos en daar hebt u, zelfs na uw jarenlange bordspelervaring, geen enkele vat op.

Het spelmateriaal is, euh, nogal aan de basale kant. U wilt schoonheid op tafel.

U bent niet zo voor manga-achtige illustraties.

U moet minstens met z’n vieren zijn om hier het meeste speelplezier aan te beleven en zo populair bent u nu ook weer niet.

U bent alleen te motiveren voor het zware werk. Voor dit haalt u uw neus op.

Tot morgen.

Dominique