Koninklijk doorspoelen..

Royal Flush (Schmidt Spiele, 2009)

Een verrassend leuke pokervariant. Veel leuker dan pokeren zelf eigenlijk. En een zonnebril bij kunstlicht hoeft hier echt niet, wat betekent dat u zich allesbehalve belachelijk moet maken.

Twee klassieke kaartendecks, een handvol stevige en grote inzet(koop)fiches, kleurrijke markeerstenen en een goeie geut kleine spelbordjes met daarop afgebeeld de pokerhandjes die u zo snel mogelijk dient binnen te halen en de punten die daar tegenover staan. Onthou vooral het woordje “snel”, want hoe eerder u een obligatoir uitliggend pokerhandje op tafel gooit, hoe meer punten dit oplevert.

Wat dit zo’n plezierig tijdverdrijf maakt is, buiten de druk om zo snel mogelijk te scoren, het feit dat u tijdens uw beurt ook kaarten kunt kopen uit een openliggend setje van vier. U kunt dit niet eindeloos doen, want u moet er pokerfiches voor inleveren, maar het feit dat u het tot op zekere hoogte kúnt – liefst op het juiste moment natuurlijk – is een erg leuke speltechnische bezigheid .

Royal Flush wordt door ervaren pokerspelers met een zekere dedain bejegend, maar aangezien deze subgroep in het speluniversum absoluut niet serieus te nemen is mag u dat gegeven vrolijk naast u neerleggen. Het zou me trouwens niet verbazen moest dit spel na het echte “werk” door diezelfde subgroep in groezelige en schaars verlichte achterkamertjes kwijlend van verlangen boven wordt gehaald.

Een spel moet ontspannen toch? Hier komt u ruimschoots aan uw relaxatiebehoeftige trekken.

Dominique

Maak er maar “Het Spel Des Overvloeds” van!

Tijdens mijn wanhopige levensloop heb ik van medewanhopigen van uiteenlopend pluimage interessante en bruikbare tips gekregen om kommer en kwel te verzachten en alles in het juiste perspectief te plaatsen. De belangrijkste zijn: relativeer, geloof niets van wat men u zegt, geloof de helft van wat u met uw eigen ogen ziet, pas op voor vrouwen die weten dat ze mooi zijn, besef dat als het er echt op aankomt iedereen alleen aan zichzelf denkt en – misschien de belangrijkste van allemaal – als u Mousline aardappelpuree maakt moet u roeren en mag u nooit, maar dan ook nooit, kloppen. Toch tips die een mens kan gebruiken tijdens het meespelen in die ongelooflijk slechte film die leven heet.

Er er is er tenslotte nog eentje die men mij – en waarschijnlijk ook u – tottentreure door de strot probeert te rammen: echte schoonheid zit van binnen. Deze laatste wordt, daar moet u eens goed op letten, altijd uitgesproken door lieden die er zelf heel goed uitzien en de uitspraak is altijd gericht naar lieden die tijdens hun assemblage onderdelen uit de doos met opschrift “alleen te gebruiken bij noodgevallen” kregen toegewezen. Echte schoonheid zit vanbinnen, beste medespeler, is dan ook hypocriet geleuter van de bovenste plank.

Maar nu ben ik toch beginnen twijfelen.

Door een spelletje godbetert.

De deugniet in kwestie heet Cornucopia.

Een eigenlijk ziet het er niet uit. Maar het is schoon vanbinnen.

Het is klein, lelijk, nodigt niet echt uit tot spelen en schreeuwt u vanuit het winkelrek toe: “Loopt u maar snel in een verre boog om mij heen hoor, hier is niks te zien, ik ben uw geld echt niet waard.” Kortom: gedoemd van bij de geboorte.

En dat verdient deze kleine opdonder niet.

De twijfel manifesteerde zich na een spelsessie waarbij Cornucopia, als opener nota bene, moest concurreren tegen kleppers als Cyclades, Keltis – Das Orakel, Ad Astra, Rattus en – akkoord, als klepper is dit al heel wat minder – Arcana. Cornucopia gaf ze allemaal het nakijken.

Hoe kwam dat?

Misschien moet ik eerst beginnen met aan te geven waardoor het alvast niet kwam.

Het kwam zeker niet door het thema. Geef toe, rieten mandjes vullen met een melange van groenten en fruit is niet bepaald een bezigheid waarmee men trillend van opwinding een vrije zaterdag aanvat. En, weliswaar stevige, kaarten met daarop die groenten en fruit op nogal infantiele manier afgebeeld zijn ook niet van die aard dat ze u doen mijmeren van: “Dit moet ik over dertig jaar aan mijn kleinkinderen vertellen.” U krijgt er ook nog gele, rode en blauwe fiches bovenop die lijken te zijn weggesprongen uit het eerste het slechtste vlooienspel op de plaatselijke rommelmarkt en het spelregelboekje blinkt ook niet bepaald uit in leesmij-overredingskracht en duidelijkheid. En als u de namen van de ontwerpers leest bekruipt u het ongemakkelijke gevoel dat de maffia een nieuwe nicheactiviteit heeft aangeboord.

Samengevat: het zit al onmiddellijk tegen.

Gelukkig heb ik mij daaraan niet laten vangen.

Want vanaf deze zin, beste medespeler, zal ik u eens duidelijk maken waarom Cornucopia de bovengenoemde spellen, toch niet van de minste, wél uit de wielen reed.

Samengevat gaat Cornucopia erom vijf rieten manden met vijf identieke of verschillende soorten groenten en fruit te vullen. Dat wordt allemaal uitgebeeld door middel van kaarten. Bij aanvang van het spel liggen de manden klaar en werd elke mand door een welwillende teler al van twee stuks fruit of groente voorzien. Daar kan men al wat mee. Eén mand is speciaal. Daar mogen alleen groenten of fruit van dezelfde soort in. De andere manden geven de actieve speler, tot op zekere hoogte toch en afhankelijk van wat de welwillende teler er al in heeft gestopt, tijdens het vullen de keuze: alles wat erin zit hetzelfde of alles verschillend.

Naast de manden liggen ook stapeltjes biedkaarten, gaande van 1 tot 6. Die gaan aangeven hoeveel kaarten de actieve speler denkt nodig te hebben om één van de vijf manden volledig te vullen. Een 1-kaart levert de meeste voordelen op (gele en/of rode fiches), een 6-kaart levert ook iets op, maar al heel wat minder.

Een trekstapel bevat de groenten en fruit (5 soorten en 11 van elke soort + 11 jokers) die we in de manden gaan stoppen. Opwindende soorten zijn het, zoals tomaten, maïskolven, druiven, pompoenen en aubergines.

Blijf toch nog maar even zitten.

Elke speler krijgt nog enkele fiches: drie blauwe om te wedden en twee rode die je kunt gebruiken om tijdens het vullen der manden een niet speelbare of, belangrijker, een kaart die men niet wíl spelen, om te ruilen voor een andere. Iedere speler krijgt ook een wedkaart waarmee hij buiten zijn beurt blauwe fiches kan inzetten op het al dan niet welslagen van het vullen van manden door andere spelers.

Een beurt is simpel. De actieve speler selecteert een biedkaart en geeft daarmee aan hoeveel kaarten hij denkt nodig te hebben om één van de vijf manden, rekening houdend met de voorwaarden (groenten en fruit van dezelfde of verschillende soort), te vullen. De andere spelers kunnen nu wedden op het al dan niet welslagen van die onderneming door het inzetten van 1 tot 3 blauwe wedfiches op de yes of no-kant van zijn wedkaart.

Daarna gaat de actieve speler met trillende handen aan de slag en draait steeds een groente- of fruitkaart om die hij dan ook onmiddellijk in een mand naar keuze moet aanleggen. Kan of wil hij dat niet mag hij één keer tijdens zijn beurt een rode fiche inleveren om zijn zojuist getrokken kaart op de aflegstapel te leggen en een nieuwe in de plaats te trekken. Is een kaart onspeelbaar en heeft de actieve speler geen rode fiche moet hij een gele fiche inleveren en zijn beurt beëindigen, tot groot jolijt van de “nee-wedders”. Lukt het wél en wordt een mand gevuld eindigt de beurt onmiddellijk en krijgt de actieve speler de biedkaart die hij had gekozen met de daarop vermelde voordelen, gele en/of rode fiches afhankelijk van het soort mand dat hij heeft gevuld. De kaarten van de gevulde mand worden op de aflegstapel gelegd en de mand in kwestie wordt opnieuw voorzien van twee stuks groenten en/of fruit.

Wie juist gokte op de uitkomst van de actie van de actieve speler krijgt uiteraard zijn inzet extra uitbetaald. Wie daar niet in slaagde is zijn inzet kwijt.

Twee keer de trekstapel doortrekken of drie stapeltjes van de biedkaarten weggespeeld en het spel is gedaan. Wie de meeste punten heeft verzameld wint.

Punten krijg je aan de hand van de verzamelde fiches: elke gele fiche is 1 punt waard, 3 blauwe fiches zijn ook 1 punt waard (en kunnen tijdens het spel ten allen tijde tegen 1 gele fiche worden ingeruild en omgekeerd), de speler met de meeste rode fiches krijgt 6 bonuspunten en de tweede 3. Tenslotte worden er nog bonuspunten uitgedeeld op basis van de setjes biedkaarten die je tijdens het spel als actieve speler hebt verzameld (een beetje op poker geënt).

Hoe voelde dit spel nu aan?

Een onzettend leuke, eenvoudige, subtiele ondertoon herbergende, hoogst interactieve, meeslepende “push your luck-kloon”. Kloon is eigenlijk een oneerbiedig etiket want ik durf gerust te stellen dat Can’t Stop en andere voorgangers nu toch even plaats moeten maken op het hoogste schavotje. Deze verdient immers zijn plaatsje in de spotlights.

Leuk is ook dat je, ondanks de verraderlijke eerste indruk die anders suggereert, echt wel invloed uit kan oefenen op het hele gebeuren. Hoge kaarten, die ogenschijnlijk weinig rode en/of gele fiches opleveren kunnen toch dat setje biedkaarten vervolledigen dat je aan het maken bent en daardoor toch nog extra bonuspunten opleveren aan het einde van het spel. Het manipuleren van de rode fiches met het daaraan gekoppelde dilemma van de keuze tussen de bonuspunten op het einde van het spel of het creëren van meer mogelijkheden tijdens het vullen van de manden is een erg leuke bezigheid. Gele en rode fiches heb je echt wel nodig tijdens het spel dus je moet ook biedkaarten zien te winnen en daardoor – eerder ongebruikelijk bij dit soort spellen – af en toe eens op zekerheid spelen. Ook het feit dat je buiten je eigen beurt wat extra’s kunt verdienen betekent dat je voortdurend bij het spel bent betrokken.

Heel raar, maar dit eenvoudige spel heeft naar mijn aanvoelen nog een aantal verborgen subtiliteiten die pas bij meerdere sessies duidelijk zullen worden. Vannacht lag ik in bed nog te denken dat ik in die beurt beter dat had gedaan en die biedkaart had gekozen en als ik die had gekozen was die ramp niet gebeurd en had ik mezelf een grote dienst bewezen en die andere groenten- en fruithandelaars aan tafel niet. Dat wil wel wat zeggen.

Mijn mening over Cornucopia? Een op het eerste gezicht lelijke eend die u, als u tijdens het uitlachen ervan niet oppast, als sierlijke zwaan door de vingers glipt en wegvliegt.

Morgen maar snel naar de dierenwinkel voor een eendenhok. Met hangslot.

Dominique

 

Cornucopia (Gryphon Games, 2010)

Carlo A. Rossi en Lorenzo Tarabini Castellani

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

45 tot 60 minuten

 

 

 

 

Door een groene bril

Ik heb alles wat er van de familie Keltis ook maar te spelen valt al eens onder handen gehad, ook de twee – zeer aan te raden trouwens – elektronische afgeleiden. En tot nu toe hebben zowel de stamvader als de nakomelingen mij aangenaam verrast, iets dat van andere stamvaders en nakomelingen in het speluniversum niet kan gezegd worden.

Nu moet ik wel even aangeven dat de stamvader ondertussen zo oud en versleten is dat hij niet zo dikwijls meer contact maakt met het kieskeurige hout van mijn keukentafel. Potent is hij blijkbaar nog wel, want hij heeft weer een kleintje verwekt dat – ik wik mijn woorden niet – wel eens dé kanjer zou kunnen zijn van het hele pak, het lieverdje van papa en mama, de favoriet die altijd wordt voorgetrokken of – in dit geval – op de keukentafel mag.

Wat maakt deze telg dan zo interessant? Waarom gaan we hem of haar zo liefhebben? Een opsomming:

Eén pad.

We gaan allemaal samen op weg naar het einddoel. Op één hobbelig stenen pad dit keer, In spiraalvorm op het spelbord afgedrukt. Ook weer onderverdeeld in de alom bekende eindzone met de vele pluspunten, de aanloopzone met de minpunten en de onvermijdelijke tussenzone met de zozopunten. Elke steen waarop we onze broze voetjes zetten draagt de kleur en het symbool van de kaarten waarmee we ons gaan verplaatsen.

Een set kaarten.

Dat wist ik al, hoor ik u mompelen. Inderdaad, maar deze zijn toch speciaal, want er staat centraal op de kaart een figuurtje afgebeeld met daaronder een getal variërend van 1 tot 5. Daarmee kunt u de enige vrouw in dit onbestaande verhaal, de Priesteres van het Orakel, naar u toe lokken. Zij beweegt zich maximaal het aantal velden dat op de kaart staat afgebeeld. Zij levert extra punten op als ze zich tegen je aanschurkt op dat hobbelige pad, vijf meerbepaald. Als u voor het geschurk kiest kunt u de kaart in kwestie echter niet gebruiken om uzelf te verplaatsen. Het beminnelijke mens verplaatst zich enkel voorwaarts en om te scoren moet zij naar jou toe en niet omgekeerd, hou daar rekening mee als u uw briljante zet aan het voorbereiden bent.

Drie grote speelfiguren per speler.

De kleintjes zijn verdwenen. U mag nu met drie knoerten van pionnen aan de slag. Ze leveren u ook geen dubbele plus- of minpunten op aan het einde, ze tellen elk gewoon enkel. Dat staat garant voor minder stress, zult u opwerpen. Wel, ik werp terug: het spelsysteem voorziet ruimschoots in compenserende stressgenererende maatregelen. Lees verder en u begrijpt wat ik bedoel.

U beschikt over springveren onder uw schoeisel.

Ik bedoel daarmee dat u niet voortstrompelt zoals in de vorige afleveringen van het bordspel. Neen, u springt, meerbepaald naar het volgende veld met hetzelfde symbool of kleur van de kaart die u net hebt uitgespeeld. Geloof me, dat brengt schwung in het spel en u gaat extra attent moeten zijn op wat uw medespelers van plan zijn, vooral wat de timing van het speleinde aangaat. U gaat ook rekening moeten houden met het feit dat u daardoor al eens wat lekkers gaat moeten overslaan, tenzij u terechtkomt op een spiraaltegel (later meer hierover). Ook de “dubbele beurt tabletten” zijn nu gekleurd en gesymboliseerd waardoor u in één beurt nóg verder kunt springen.

U komt naast schoon volk ook lelijk volk tegen tijdens uw pelgrimstocht.

Drie kobolden namelijk, in het groen gestoken mannetjes met een gek hoedje op waarop deugnietgewijs een kaartje is weggestoken. Dat koboldje staat ook op de achterkant van uw groot kleitablet afgedrukt, waarmee u gaat aanduiden dat u – één keer mag u dat tijdens het spel – een koboldwaardering hebt uitgevoerd. Deze waardering houdt in dat u punten scoort voor elk van uw figuren die op een veld met een kobold staan. Uiteraard liefst alle drie want dat levert u onmiddellijk een lekkere bonus op: 15 punten als uw drie figuren zich elk apart bij een kobold bevinden, 10 als ze zich alle drie bij twee kobolden ophouden en 5 als uw drie figuren zich alle drie op één koboldveld staan te verdrummen. Een bezoekje bij een kobold laat u ook toe een handkaart extra op een aflegstapel te leggen. Meer nog, zelfs de kaart die u pas hebt uitgespeeld om uw figuur te verplaatsen mag eventueel weg. Daardoor krijgt u bij het aanvullen van uw handkaarten op het einde van uw beurt hopelijk wél op de hand waar u zo naarstig naar op zoek bent. Ik hoef u, doorwinterde Keltisspeler die u bent, niet uit te leggen wat dit betekent. Denk vooral aan woorden als “brol” en “rijen”.

U gaat meer punten scoren.

Hou er rekening mee dat u op het scorespoor dit keer het hoekje van de 80 punten wel eens zou kunnen ronden. Ik vind dat lekker, het hoekje omgaan.

U kijkt al eens in de spiegel.

Drie spiegeltjes kunt u onderweg zomaar van het pad oprapen, als u er snel bij bent tenminste. Deze spiegeltjes kunt u tijdens de eindtelling gebruiken in combinatie met de wensstenen die, net als in de vorige afleveringen, extra plus- of minpunten kunnen opleveren. Per spiegel mag (moet in het geval van verliespunten) u uw bonus op het einde van het spel extra scoren. Dat tikt lekker aan, zowel naar boven als naar beneden. U vindt de wensstenen per twee op de grote scheidingsvelden van de zones, maar – ik voelde de vraag al komen – u mag er bij uw passage slechts eentje nemen.

U keert op uw stappen terug.

Onderweg komt u spiraalvormige fiches tegen. Die laten u toe uw steen achterwaarts naar een veld naar keuze te bewegen, behalve het veld waar u net vandaan komt. Ik moet u, doorwinterde Keltisspeler die u bent, niet uitleggen wat dat betekent. Als ik het u zou uitleggen zouden de woorden “speciale fiches” en “kettingreactie” ongetwijfeld in mijn betoog voorkomen.

Verder geen gezeur.

De doorwinterde Keltisspeler, u dus, kan verder op beide oren slapen. De basisprincipes blijven onveranderd: kaarten spelen om te bewegen, fiches die, uitgezonderd de wensstenen, willekeurig worden gelegd zodat elk spel weer anders is en het speleinde dat wordt getriggerd door de lege trekstapel of door de vijfde spelerfiguur die in de eindzone arriveert. Al ontwaren we hier ook een extraatje: als de derde figuur van een speler de eindzone bereikt is het ook afgelopen. Minder stress zei u?

Zou dit Keltis zijn zoals Keltis eigenlijk altijd al had moeten zijn? Ik weet het niet, maar het komt er nu wel verdraaid dichtbij. Verdrijft deze versie de vorige van de speeltafel? Ik weet het niet maar de kans is verdraaid groot. Word je als speler niet draaierig van dat spiraalpad? Geloof me, dat valt reuze mee. Smaakt dit naar meer? Verdraaid ja. Ten huize van treden in elk geval al verslavingsverschijnselen op. En dat na één avondje spelen.

Ik begin groen meer en meer te associëren met leuk. Keltis heeft daar een niet onaardig aandeel in.

Goedgekeurd!

Dominique

 

Keltis – Das Orakel (Kosmos, 2010)

Reiner Knizia

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

 

 

 

Hotel S(am)oa

Reizen, beste medespeler, is een activiteit die niet aan mij besteed is. Ik heb er gewoon geen behoefte aan. U moest trouwens eens weten wat hier in Diest allemaal te beleven valt. En dan vooral als iedereen op reis is. Daar kan geen Canarisch eiland tegenop. Als er toch gereisd moet worden doe ik dat dan ook liever aan de keukentafel.

Gisteravond was het weer zover. Ik boekte een groepsreisje van vier naar het idyllische eiland Samoa. Daar aangekomen was het niet de bedoeling dat we ons met verrekijker en boek op het strand gingen neerplanten. Neen, we hadden afgesproken elk een hotel uit te baten. Een jaartje. Op competitieve wijze. Eens kijken wie de meeste toeristen naar ons hotel kon lokken en daar het meeste geld aan kon verdienen.

Die toeristen bestaan uit Noren (!), Duitsers, Engelsen en Japanners. Ze worden maandelijks in bosjes op het plaatselijke vliegveld aangeleverd waarna wij, de bloedzuigers, ze in ons hotelletje proberen binnen te lokken. Dat doen we door de laagste kamerprijzen aan te bieden en tegelijk ons hotel aantrekkelijk te maken door het aanleggen van zwembaden, het opwaarderen van kamers tot suites en het bijbouwen van extra logies.

Het lokken en mooier maken gebeurt door het uitspelen van een zogenaamde prijzenkaart zodra de toeristen (hun aantal wordt bepaald door het omdraaien van een toeristenkaart) zijn gedropt. Die toeristen hebben elk, buiten de doorsnee nietsnut, bepaalde eigenschappen. Er zijn er die graag in zwembaden liggen, er zijn rijke stinkerds die je sowieso een dubbele kamerprijs kunt aanrekenen, beroemdheden die je toelaten toeristen in aangrenzende kamers dubbel te laten betalen en tenslotte types die nogal snel verliefd worden en gaan samenhokken met andere toeristen. Deze laatste hormonaal geteisterde types zijn heel interessant aangezien ze met z’n tweetjes op één kamer kunnen, wat de regel “een toerist per kamer” elegant omzeilt.

Het lokken en kopen van uitbreidingen wordt door een erg leuk spelsysteem afgehandeld. Zoals eerder geschreven speelt elke speler een prijzenkaart uit met daarop bovenaan de prijs die hij wil besteden aan de beschikbare uitbreidingen (liefst zo hoog mogelijk, maar ook weer niet te hoog) en onderaan de prijs die hij per kamer aan de gedropte toeristen aanrekent (laag maar ook weer niet te laag). De speler met de kaart met de hoogste “uitbreidingswaarde”, in uurwijzerzin, mag een uitbreiding voor dat bedrag kopen, de speler met de laagste kamerwaarde, in tegenuurwijzerzin, mag uit een groep gearriveerde toeristen een selectie voor zijn hotelletje maken en per toerist de kamerprijs innen. Mits hij voldoende plaats heeft natuurlijk. De kamerprijs kan worden verdubbeld als je rijke stinkerds aantrekt, suites bezit of beroemdheden herbergt. Zwembaden geven bonusinkomsten als je liefhebbers van extreme vochtigheid binnenhaalt en leveren zelfs extra inkomsten op als je ze bouwt op het moment dat deze types zich in je hotel bevinden.

Zoals eerder geschreven duurt het spel een jaar, gelukkig gecomprimeerd in een klein uurtje. Dat jaar is onderverdeeld in twaalf maanden, gesymboliseerd door twaalf beestig grote kartonnen vlaggen waarop elke nationaliteit drie keer voorkomt. Dat is belangrijk omdat elke nationaliteit het eiland drie keer aandoet. Als ze het eiland aandoen vertrekken hun landgenoten die zich op dat moment in de hotels op het eiland bevinden met hetzelfde vliegtuig weer naar huis. Dat vertrekken is heel belangrijk omdat de toeristen die in je hotel verblijven slechts eenmalig bij aankomst hun verblijf betalen waardoor ze – slecht als we zijn – voor de rest van het verblijf worden beschouwd als ballast. Je wilt ze, buiten de zwemmers, liefst weer zo snel mogelijk kwijt. De belangrijkheid van plaats ruimen wordt nog duidelijker als je beseft dat je bij spelaanvang slechts over zes instapklare kamers beschikt.

Je weet vooraf welke groep toeristen op welk moment zal arriveren. Het is dus niet echt interessant een groep je hotel in te lokken waarvan de verblijfsduur nogal aan de lange kant is, tenzij je er financieel een enorme slag mee kunt slaan. Gelukkig heb je een kaart “personeelsvakantie” die je toelaat tot twee toeristen op straat te bonjouren. Daarmee verspeel je wel de rest van de beurt maar soms is die ingreep meer dan noodzakelijk. Je wilt echt niet, zoals ondergetekende, opgezadeld zitten met een bende Noren die goedkoop geboekt hebben en je hotel niet meer uitwillen.

Ook erg belangrijk: je hebt elf prijzenkaarten, waaronder de “personeelsvakantie”, en als je tijdens een beurt minstens een actie kunt doen (kopen of lokken) ben je die voor de rest van het spel kwijt, uitgezonderd de personeelsvakantiekaart. Die neem je altijd weer op hand. Bepaalde bonusfiches die je kunt aanschaffen laten je ook toe tot twee uitgespeelde kaarten weer op hand te nemen of er eentje met je handkaarten te wisselen. Onderschat ook de kracht niet van de bonusfiche waarmee je zonder beurtverlies twee toeristen kunt buitengooien. Die lijkt onnozel en je lacht daar eens goed mee en je laat die voor wat ze is, tot je later in het spel begint te beseffen welke kapitale blunder je daar in ronde drie hebt gemaakt.

Ik vond dit een leuk spel. Niks wereldschokkends, daarvoor moet je op de “De Tafel Plakt!” spelmarathon van 10 april zijn, maar gewoon plezant. Snel ook, makkelijk uit te leggen en een generator van lachsalvo‘s, ook mede door het feit dat onze globetrotter aan tafel, zelfs met ondersteuning van zijn nieuwe Blackberry, er totaal niks van bakte en zijn hotel met het vorderen der speelronden meer evolueerde naar Fawlty Towers dan naar het Heist-Op-Den-Berg Hilton. Die weet ondertussen ook dat hij beter aan de andere kant van de balie blijft.

Dit spel deed me denken aan het schandelijk onderschatte en beestig goede (vandaar de schande) Scream Machine (Jolly Roger Games), waarin je bezoekers naar je pretpark probeert te lokken. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de makers hierdoor werden beïnvloed. Dat is geen schande. Ik, bijvoorbeeld, werd zwaar beïnvloed door Albert Einstein en ik heb me dat nog nooit beklaagd.

U hoeft echt niet op reis om tot rust te komen hoor. Ik vraag me trouwens af – als ik zo rond de zomermaanden om me heen kijk – of tot rust komen en op reis gaan wel samen door dezelfde deur kunnen. Neen, blijf maar lekker thuis en leg dit op tafel. De luidruchtige Duitsers moet u erbij nemen. Eventjes maar, want na het innen van de eurootjes na hun inchecken stuurt u uw personeel doodleuk op vakantie. En richt u uw blik al op de volgende maand, naar die charter vol Japanners.

Zeker eens proberen!

Dominique

 

Hotel Samoa (White Goblin Games / Huch & Friends, 2010)

Kristian Roald Amundsen Østby

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

 

Trains Of Wonder?

U zit in een trein. Er wordt iemand vermoord. U gaat op zoek naar de moordenaar en u probeert te weten te komen wie het gedaan heeft, wanneer, waar, hoe en waarom.

Vooral de waarvraag intrigeert. Hebben ze het lijk niet gevonden dan?

Soit, als we losse eindjes op pelicule door de vingers zien – kijk maar eens heel goed naar “The Usual Suspects” – moeten we dat in de spellenwereld ook maar kunnen.

Wat u, nieuwsgierig als u bent, aan het licht probeert te brengen staat al ergens neergeschreven. Op speelkaarten namelijk. De oplossing van het mysterie bevindt zich dus gelukkig al in de spellendoos. U moet het er alleen maar zien uit te kappen, Brancusigewijs als het ware, als een standbeeld uit een rotsblok.

Alsof u nog niet genoeg aan uw hoofd hebt – proberen een ontspannende spelavond te beleven bijvoorbeeld – zijn er van elke kaart twee in omloop. Erger nog: van de vraag “hoe laat?” – er zijn acht mogelijke tijdstippen van overlijden – drie!

Uit de stapels kaarten worden er vijf getrokken en gedekt apart gelegd. Deze vijf geven het antwoord op de vragen die in de tweede zin van deze bijdrage werden gesteld.

We kiezen een karakter, elk met een interessante eigenschap, dat de reis Parijs-Istanboel zal maken. Tijdens de reis begeven we ons op en af door de treinstellen alwaar we, afhankelijk van de coupé in kwestie, een aantal acties kunnen doen. Acties worden gekocht met tijd, uren meerbepaald.

Onderweg stappen nog enkele extra reizigers op die, gek genoeg, ook over informatie over de moord beschikken. En er loopt ook nog een conducteur rond die, buiten knippen, ook al een aanzienlijke bijdrage kan leveren voor de oplossing van het raadsel.

Dat lijkt allemaal erg mooi en leuk, beste medespeler, maar dat is het niet. Want de kaarten die niet apart werden gelegd beginnen in het spel te circuleren, en opnieuw te circuleren, en opnieuw. En gaan op een persoonlijke aflegstapel, en komen dan weer in het spel, en gaan weer op een persoonlijke aflegstapel, en komen opnieuw in het spel, en opnieuw, en opnieuw. Waardoor u rekening moet houden met de mogelijkheid dat de kaart waarvan u denkt dat u het tweede exemplaar in het handje krijgt eigenlijk dezelfde kaart is die u enkele beurten geleden al eens de revue hebt zien passeren. Als u Sherlock Holmes met dit spel had geconfronteerd had hij u in uw mooi gezichtje uitgelachen. “De zaak, beste Watson moet wel oplósbaar zijn,” had hij er ongetwijfeld nog aan toegevoegd.

En de zaak is oplosbaar hoor, alleen hebt u er een fenomenaal geheugen voor nodig. En een rekenkracht die ongeveer gelijkstaat met die van de Intel Core i7 processor. Overklokt. Ik weet niet of u zich daarmee kunt meten, ik weet alleen dat bij het plaatsen van mijn persoonlijke geheugenchips enkele decennia geleden enkele latjes Ram op de schappen van de werkplaats zijn blijven liggen.

Het tijdstip van overlijden dan. U gaat het niet geloven maar op geregelde tijdstippen in het spel worden alle pendulekaarten om beurt opengelegd waarna van u verwacht wordt te traceren welke kaart slechts twee keer de revue is gepasseerd. De derde zit dan immers bij de vijf kaarten die het mysterie openbaren. Tijdens het omdraaien van de pendulekaarten wordt van de actieve speler verwacht dat hij of zij, volledig synchroon met dat draaien, de woorden “tik” en “tak” uitspreekt. Deze twee woorden vindt u ook terug in een Vlaams kinderprogramma dat qua niveau probleemloos met dit subspelletje kan concurreren. Ik weet niet hoe het met u zit, maar hier wordt voor elke zichzelf respecterende bordspeler een grens overschreden. Een ondergrens.

Even spannend als een te grote onderbroek, even verfrissend als een noodlanding in de Sahara, even vloeiend als de doortocht van de duizenden wielertoeristen op de Muur Van Geeraardsbergen op 3 april aantaande, even interactief als een regeringsmededeling over de voorafbetalingen van uw belasting en qua opwinding te vergelijken met de eucharistieviering op Eén op zondagvoormiddag. Dat, in een notendop, is Mystery Express.

Ik zou enig voorbehoud vragen indien ik het gevoel had dat deze negatieve gevoelens zich enkel en alleen in mijn – ik geef het toe – verwrongen geest zouden manifesteren, maar ik heb ondertussen, mezelf niet meegerekend, al van een zevental spelers “nooit meer” gehoord, van samenzweerderig fluisterend tot schreeuwend. Ik weet niet hoe het met u zit maar ik kom dat niet dikwijls tegen.

Er schijnt zich ergens een abdij te bevinden waar een gelijkaardig mysterie moet worden opgelost. Ik zou daarnaar op weg gaan. En wordt u onderweg daar naartoe op de trein met een verdacht overlijden geconfronteerd geef ik u een gouden raad: bemoei u er niet mee!

Dominique

 

Mystery Express (Days Of Wonder, 2010)

Antoine Bauza, Serge Laget

3 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

75 minuten

Wonderland

Nu wij ons als lemmingen van de rots gooien die “Alice In Wonderland” heet om – neem het gerust van mij aan – vervolgens erg onzacht neer te komen, zie ik mij genoodzaakt u te wijzen op hét alternatief: de animatieve versie “Alice” van de Tsjech Jan Svankmajer. Nadat ik dit beangstigende kleinood begin jaren 90 aanschouwde heb ik bijna twee weken niet goed geslapen. Alice, beste vrienden, is in zijn essentie immers pure horror en die werd, in tegenstelling tot de heer Svankmajer, door Burton en Depp vakkundig weggegomd. Zo goed dat zelfs een 3D-bril geen soelaas meer biedt.  

U weet dus wat u te doen staat.

Als u zich – laten we maar snel terugkeren naar de bestaansreden van deze blog –  binnen de bord- en kaartspelwereld van een klif wil gooien die wél een aangename landing garandeert kan ik u de witte krijtrotsen van Titania ten zeerste aanraden. 

Waarom?

Daarom 1: omdat u krijgt altijd iets krijgt

Het maakt niet uit welke actie (verplaatsing) u onderneemt, u krijgt altijd een beloning. Een puntenfiche, schelpen of een zeester, of u mag (moet) bouwen. Dat is erg leuk. Vergelijk het een beetje met Endeavor. Daar kunt u ook altijd wat en u kunt weinig verkeerd doen, zo lijkt het, tot de eindtelling zich aandient en u een nieuwe bijnaam aan uw reeds indrukwekkende lijst mag toevoegen: klos.

Daarom 2: de zeesterren

Oranje – onze Noorderburen zullen het graag horen en zien – en zeer mooi in hout uitgevoerd. En heel belangrijk voor het bewerkstellingen van uw overwinning. Het is maar dat u het weet.

Daarom 3: u krijgt een tweede kans

Er zijn spelers die klagen over het feit dat het spel uit twee delen bestaat die nagenoeg identiek van opzet zijn. Re-pe-ti-ti-vi-teit, daar hebben ze het over. Wel, ik heb deze spelers nog nooit horen klagen over het feit dat ze al jaren aan een stuk elke dag opstaan, zich wassen, tanden poetsen, eten, ruzie maken met hun partner, in de file staan, werken, eten, werken, in de file staan, koken, eten, afwassen, ruzie maken met hun partner, tv kijken, tanden poetsen, slapen, enzovoort. Zij hebben blijkbaar ook geen last van het feit dat élk spel dat gespeeld wordt gekenmerkt wordt door het steeds opnieuw afhaspelen van dezelfde of toch minstens op elkaar lijkende beurten. Begrijpe wie begrijpe kan. Goed dat ze niet in Chili of Haïti wonen, die zeuren, of we hoorden hun geweeklaag tsunamiën tot hier.

Trouwens, de tweede akte is niet identiek aan de eerste. Want u gaat wat voor u op tafel ligt anders moeten bekijken en dus ook uw tactiek aanpassen. Er zijn immers al kastelen gebouwd, waardoor het plaatsen van zeesterren nog meer punten genereert en bepaalde stukken van het spelbord worden beter bereikbaar omdat er meer scheepjes in de algemene voorraad liggen. En u krijgt de kans uw tegenslag met de gedekte fiches uit deel één te neutraliseren. Dat zijn weliswaar geen spectaculaire, maar wel relevante verschillen.

Daarom 4: u hebt het gevoel zandkastelen bouwend op het strand te zitten

U gaat zich tijdens het spelen, terwijl u de torens van Titania aan het heroprichten bent, op bepaalde momenten afvragen of het gekrijs dat u op de achtergrond hoort echt van zeemeeuwen komt. Sfeerschepping, weet u wel.

Daarom 5: het speelt op een uurtje

Ik weet niet hoe het met u zit, maar naarmate ik ouder wordt neig ik meer naar het kortere werk, lees: een uurtje volstaat. Titania verhoort deze smeekbede en dat op zich is al een daarommetje waard. Velen onder ons maken de fout speeltijd te koppelen aan diepgang. Zij associëren korte spellen met te verwaarlozen lichte kost. Zij dwalen, als een glimworm wiens vermogen tot bioluminescentie tijdens een nachtelijk uitstapje plots is weggevallen. Titania is in mijn ogen dan ook een volwaardige euro die gereduceerd is tot zijn essentie en geen overdreven ballast kent.

Daarom 6: als u creatief bent en kinderen hebt gaat u een rustige strandvakantie tegemoet

Het enige wat u tijdens de zomer moet doen is op een of andere kuststrook in een strandstoel gaan zitten met een goed boek en uw minimensjes duidelijke instructies geven over de schelpensoort die u wenst te bekomen, hun kleur, grootte en de juiste hoeveelheid. Na het uitzwermen van de producten uwer lendenen doet u gewoon úw ding, dat ding met uw verrekijker en uw boek, waarbij het tweede dient om de handelingen met het eerste discreet te houden. Na afloop van uw zeer geslaagde en rustige vakantie beschikt u dan over totaal nieuwe en zeer tot de verbeelding sprekende spelonderdelen waarmee u in uw spelerskring aanzienlijk gaat kunnen opscheppen. Wel goed wassen voor gebruik.

Daarom 7: u speelt met alle kleuren

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind het leuk dat u met alle scheepjes aan de slag mag. Dat opent een veelheid aan mogelijkheden en dat voelt lekker. Aan de andere kant betekent dat ook dat uw medespelers ook over dezelfde zee aan mogelijkheden beschikken wat dan weer zorgt voor de nodige spanning.

Daarom 8: u bent een tacticus

Ik weet niet hoe het met u zit maar ik walg van lang voorspelen. Ik wil snel naar het hoogtepunt, het leven is al kort genoeg. Voor mij geen actie in beurt twee die pas in beurt 348 mogelijk iets zal opleveren. Geef mij dus maar tactiek: tijdens elke beurt roeien met de – meestal te korte – riemen waarover u beschikt en daarmee zover mogelijk zien te komen. De dosis die mij hier wordt toegediend is ruim voldoende om mij maximale bevrediging te schenken.

Daarom 9: u vecht graag tegen schaarste

U hebt drie kaarten op hand. Daar moet u het mee doen, al kunt u als goede spaarder wel tot een maximum van zeven komen. En bent u nogal gulzig en doet u teveel zorgt het spelsysteem ervoor dat u de volgende beurt in uw vrijheid wordt belemmerd. Het aanvullen van handkaarten wordt geregeld door een eenvoudig 1-2-3-principe. Speelt u één kaart tijdens uw beurt trekt u er twee bij, speelt u er twee mag u slechts één kaart bijtrekken en bent u zo overmoedig er drie uit te spelen krijgt u op het einde van uw beurt niets. Er zijn er die dat niet leuk vinden maar ik wel. Gulzigheid is een doodzonde in dit spel en wordt, net als in het echte leven, vroeg of laat afgestraft, zo erg zelfs dat het risico bestaat dat u al eens een beurt moet overslaan.

Daarom 10: u profiteert van uw medespelers

Zij geven u voorzetten die u Ronaldogewijs kunt afwerken, op voorwaarde dat u de voorzet ook daadwerkelijk ziet natuurlijk, een vaardigheid die mij tijdens het spelen van bordspellen wel eens durft te mankeren. Hou er ook rekening mee dat u tijdens uw beurt ook dikwijls de laatste assist zult geven, al kunt u leuke dingen doen met de “slechts twee schepen in verschillende kleur per veld regel.”

Er zijn zoals altijd ook enkele weerhaakjes, de “daarom nietjes”.

Daarom niet 1: u hebt daglicht of Etap-kamerverlichting nodig

U moet van goeden visuele huize zijn om het onderscheid tussen de verschillende schelpschakeringen te kunnen maken, en dan heb ik h
et zowel over de afgebeelde schelpen op het bord als over de schelpen zelf. Ik durf nu al voorspellen dat u, indien u met het bovengenoemde aandachtspunt geen rekening houdt, zich tijdens het spel gaat vergissen. Dat kan soms handig zijn, als u tot de subgroep valsspelers behoort bijvoorbeeld, maar het kan zich ook tegen u keren.

Daarom niet 2: plaatsgebrek

De velden komen door het bouwen en beleggen met zeesterren nogal eens vol te liggen waardoor u het overzicht een beetje verliest en aan het schuiven moet om te weten te komen wat er nu eigenlijk op die velden staat. Ik hou van het tactiele aspect van bordspellen, maar men moet nu ook niet overdrijven. Dit had beter gekund en wel met een heel eenvoudige ingreep: het bord en de velden erop een beetje groter.

Maar laat die kleine weerhaakjes de pret vooral niet drukken. Probeer het een keertje en geniet van een een klein uurtje ontspanning.

Een gecondenseerde standvakantie zeg maar.

Dominique

 

 

Titania (Hans Im Glück, 2010)

Rüdiger Dorn

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

Hij is rond.

Ik heb een zwak voor kaartspellen, in alle maten en kleuren,  behalve voor de klassieker: het standaard deckje van 52 kaarten. Ik heb er wel eentje, of nee, twee, maar die worden enkel gebruikt om tijdens spelavonden op een ingenieuze en democratische manier te bepalen welk spel uiteindelijk op tafel komt.

Alles wat buiten het klassieke kaartspel valt geniet dan ook mijn bijzondere aandacht. Dat wil al eens zwaar tegenvallen – van Arne ben ik mentaal nog altijd niet bekomen – maar dikwijls ook niet. The World Cup Card Game (Games for the World), beste medespeler, heeft me bijvoorbeeld aangenaam verrast. Als een enig mooi uitgespeelde counter als het ware.

Het bordspel, ook een aanbeveling waard, staat al een hele tijd in mijn spellenkast. Inclusief uitbreidingen. Maar daar zit nogal een overdaad aan materiaal in. En overdaad, zo heb ik ontdekt, is iets wat niet snel de speltafel haalt. Al blijft het ener mijne sportbordspelfavorieten.

Het kaartspel is fysiek zijn totale tegenhanger. Compact, overzichtelijk en een stuk goedkoper. Voor 10 eurootjes, verzendingskosten inbegrepen, bent u gesteld. Het enige waarin het niet afwijkt van zijn grote broer is het spelplezier. Dat wordt door dit kleine doosje óók gegarandeerd.

Samenvattend komt het erop neer dat u een aantal teams doorheen het toernooi moet zien te managen. U doet dat door tijdens de wedstrijden actiekaarten uit te spelen op de ploegen die op het veld staan. Heel eenvoudige actiekaarten zijn het: aanvalskaarten, overtredingskaarten, strafschopkaarten, buitenspelkaarten, doelpuntkaarten en verdedigingskaarten, die elk goed met een balletje overweg kunnen. Als u dit zo leest lijkt het allemaal poepsimpel en dat is het ook, tot u naar uw handkaarten zit te kijken en voor hartverscheurende dilemma’s wordt geplaatst. En u begint te beseffen dat u wel heel goed moet oppassen met wat u aan het doen bent. De term kaartmanagement is voor dit spel uitgevonden. En geloof me of niet, u gaat soms kiezen om bepaalde wedstrijden te verliezen in de hoop in een latere speelfase genadeloos terug te slaan.

Enig nadeel van dit spel. Als u uit de groepsfase wordt geflikkerd moet u de rest van het toernooi verder als onderuitgezakte, passieve toeschouwer. Maar kom, dat bent u als supporter van de Rode Duivels nu toch al een tijdje gewend, dus waar klagen we over? U gaat in deze 2010-editie trouwens tevergeefs naar de Duiveltjes op zoek. Wij zijn er immers niet bij in Zuid-Afrika. Maar met wat knutselwerk creëert u toch zelf een kaartje zeker?

Trouwens, dat uit het toernooi geflikkerd worden, daar moet u wel echt uw best voor doen. U gaat immers met meerdere teams tegelijk aan de slag, hun sterkte geënt op hun waarde in het echte voetbaluniversum. Dat betekent dat Brazilië in dit spel echt wel sterker is dan Honduras, maar dat maakt het ook des te leuker. Probeer u zich eens voor te stellen wat er door u heen gaat als u als Hondurees de Brazilianen op hun blote poep geeft. Uitzinnig gillend begeeft u zich als een sneltrein door uw spellocatie, met moeite tot bedaren te brengen door uw medespelers. Daar doet u het toch voor?

Ik zou dit spel toch eens proberen als ik u was. Zeker als u de Belgische nationaliteit hebt en er stiekem van droomt die frivole Hollanders eens eigenhandig op hun oranje donder te geven. Met “The Real Thing” volledig uitgesloten als u het mij vraagt, maar in “The World Cup Card Game”, mits u een kaartje voor België in elkaar knutselt, zeker geen utopie.

Goedkoop, compact en plezant. Noem mij, buiten een pakje condooms met aardbeiensmaak, nog eens iets wat binnen deze categorie valt. Inderdaad. Ik zou direct in de aanval gaan als ik u was! En u moet echt geen voetballiefhebber te zijn om hiervan te genieten, zelfs de spelregels van voetbal kiepert u vrolijk overboord (ik ken zelfs enkele vrouwen-voetbalhaatsters die ondertussen verknocht zijn geraakt aan dit kaartspelletje). Een zwak hebben voor een goed kaartspel, ongeacht het thema, is dus voldoende. En houdt u van overzichtelijkheid, relatieve eenvoud en zweet in uw handpalmen bent u ook al aan het goede adres.

Het zal dus prijs zijn in juni 2010, ten huize van. Zowel het kaartspel als het bordspel komen op tafel en het toernooi zal vervolgens volledig worden afgewerkt. Wie wint laat ik u nog weten.

Ik tip op Zwitserland.

Dominique

 

The World Cup Card Game 2010 (Games For The World, 2010)

Shaun Derrick

2 tot 8 spelers vanaf 8 jaar

75 minuten

 

 

Dippers en diggers

Ik mag graag muziek beluisteren als ik weer eens in volle vaart in de file sta. Van bepaalde liedjes, zolang ze niet van Regi zijn tenminste, ga ik zelfs nadenken. Soms is dat goed, soms niet. Family Man van The Blue Nile bijvoorbeeld zou ik nooit ofte nimmer met Kerstmis in de lader leggen als ik u was. U zou na beluistering wel eens domme dingen kunnen doen. The Next Best Thing van mijn goede vriend in moeilijke tijden Warren Zevon is er ook eentje dat mij onlangs deed malen. Ik heb het gevoel dat veel spelliefhebbers, mezelf incluis, daar steeds weer naar op zoek zijn. We zoeken, we vinden, we spelen het gevondene en vervolgens laten we het als vondeling achter in één of ander kringloopcentrum of, moderner, een veilingsite.

Het wordt ons ook niet makkelijk gemaakt. Hoeveel bord- en kaartspellen verschenen er weer op Spiel 2009? Een kleine 600? Wie bij wil blijven moet dus zwaar aan de bak. En gaat aan het dippen. Hij dipt, proeft even en richt zich vervolgens al op het volgende, verleidelijker en nog niet aangedipte sausje. U moet er de internetfora maar eens op nalezen. Er mag geen spel verschijnen of men richt zich na enkele korte schrijfsels over de nieuweling alweer op het volgende. De zon van Essen is nog niet onder of men speurt en masse de einder al af naar de zonsopgang van Nürnberg. We leven in een knotsgekke wereld.

Dat steeds weer verlangen naar het nieuwe is wetenschappelijk perfect verklaarbaar. De stouterik heet Dopamine en woont in ons hoofd. Dopamine zadelt ons op met een soort opwinding – noem het gerust voorpret – en doet onze hersenen onze grijpgrage handjes bevelen in de winkel een nieuw spel uit het rek te trekken. Of de code van uw Visakaart online in te geven. Een groot nadeel van Dopamine is wel dat de opwinding vóór aankoop na aankoop afzwakt waardoor u al snel weer krampachtig op zoek gaat naar uw volgende voorpretshot.

Het ligt dus niet aan u. U hebt een excuus.

Ik begin me stilaan af te vragen of ze nog bestaan: de Diggers. De spelers die zich vastbijten in een spel, die er alle strategieën, tactieken en finesses proberen uit te halen. Die een spel uitwringen als een schotelvod. Het is een benijdenswaardige soort want zij voelen niet de druk van het nieuwe. Ze zijn tevreden met het oude. Groener gras wordt door hen met de nodige argwaan bekeken. Vergelijk het met de rustige vastheid van een goed huwelijk.

Daarom, ter ere van de Diggers, een goede raad. Stort u nog eens op een spel. Fileer het, zet het vervolgens weer in elkaar en fileer het opnieuw. Kleed het uit en weer aan en experimenteer met verschillende leuke en trendy combinaties. Ontleed het van voor naar achter, van achter naar voor, van boven naar onder en weer terug. En opnieuw. En opnieuw. Speel het tot de actiekaarten niet meer leesbaar zijn, het telspoor volledig van de rand van het bord is afgesleten en de kleuren van de pionnen allemaal grijs zijn uitgeslagen. Ik durf te wedden dat u geniet. En is het spel óp, koop het dan gewoon opnieuw. U wilt echt niet weten hoeveel exemplaren van Puerto Rico: Het Kaartspel ik versleten heb.

Denk daar eens aan als u voor al dat groenere gras in een spellenwinkel staat en weer niet kunt kiezen.

En is uw wil voor de zoveelste keer zwakker dan uw vlees hebt u voor thuis nog altijd de Dopaminesmoes.

Dominique

 

 

Levensbeschouwelijk verliezen

Het feit dat u dit leest, beste medespeler, geeft aan dat u graag spellen speelt of toch minstens gefascineerd bent door het fenomeen.

En dat siert u.

Maar ik moet u toch even waarschuwen. Spelen heeft weliswaar en onmiskenbaar zijn positieve kanten – u bent sociaal verantwoord bezig, het is gezellig, u zet uw grijze massa aan het werk, u kruipt lekker in de huid van die alien die u altijd al had willen zijn en u kunt drankjes en hapjes serveren – maar toch is er sprake van één minpunt dat al die positieve in de schaduw stelt: u gaat verliezen.

Goed, u kunt nu wel zeggen dat u een soort Moeder Theresa bent en het woord verliezen geen enkele negatieve connotatie bij u oproept – dat siert u óók – maar met alle respect voor uwe heiligheid: daar geloof ik geen barst van. Diep in uw spelershart, hoe ongerept u ook denkt dat het is, verlangt u naar de overwinning, die lauwerkrans, dat podium, die natte kus van Miss Bordspel. Daar doet u het voor.

Dat is tenslotte des mensen.

Maar winnen, beste lezer, is niet eenvoudig. Om de eenvoudige reden dat de mensen waarmee u aan tafel zit – of rond de tafel huppelt in het geval van Santy Anno – net datzelfde werkwoord nastreven. Uit dat proces volgt dan weer een ander mooi Nederlands woord, concurrentie, en u moet echt niet gestudeerd hebben om te beseffen dat uw kansen op succes aanzienlijk verminderen als u aan tafel niet de enige variabele bent die dat succes nastreeft.

Ook wetenschappelijk aangetoond: een chronisch gebrek aan succeservaringen leidt tot frustratie. U kunt die frustratie vermijden door solospellen te spelen, de coöperatieve toer op te gaan of u alleen nog aan elektronische bord- of kaartspellen te wagen, ingesteld op het laagste niveau. Dat heet vermijdingsgedrag. En daar wordt u ook niet vrolijker van, geloof mij.

Ik wil u in dit verband toch even waarschuwen voor de coöperatieve verleiding. Ten eerste bestaat het risico dat u na een tijdje wordt uitgescholden voor communist, ten tweede is de kans niet gering dat u met een veel groter probleem wordt opgezadeld dan het “niet winnen”, namelijk een minderwaardigheidscomplex ten gevolge van chronische schuldinductie. Met andere woorden: door het feit dat u voortdurend wordt aangewezen als schuldige voor het collectieve falen – dat gebeurt soms letterlijk, met wijsvingers – gaat u als vanzelf het gevoel krijgen dat u niets kunt. In het Nederlands – wat hou ik van die taal – heeft men daar ook weer een mooi samengesteld woord voor, bestaande uit niets en nut.

U hebt het al gemerkt: u kunt geen kant meer op.

Gelukkig heb ik te uwen behoeve, maar in eerste instantie toch vooral tot de mijne, een oplossing gevonden die de frustratie ten gevolge van verlieservaringen tot een minimum kan beperken, zelfs volledig weg kan werken. Dat was niet eenvoudig want ik heb daartoe alle godsdiensten en levensbeschouwelijke verenigingen die onze aardbol herbergt aan een grondige analyse moeten onderwerpen. U begrijpt, dit was een werk van jaren. Vandaar dat ik nu pas met mijn bevindingen kom.

Dé oplossing, beste lezer, wordt ons aangeleverd door Boeddha. En hij doet dat door influistering van de volgende cruciale kernwoorden: Mededogen, Aanvaarding, Aandacht, Geduld, Dankbaarheid, Niet Oordelen, Vergeven en Karma.

In de praktijk – ik voelde uw vraag al komen – betekent dat het volgende:

U beoefent mededogen: dat betekent dat u beseft dat de winnaar in kwestie dat enkel en alleen doet om zijn persoonlijk geluk na te streven en dat u hem dat, in uw onmetelijke grootheid, ook gunt.

U aanvaardt dat u verliest. Boeddha zegt: “Het is wat het is.” Mompel die mantra dan zelf ook maar als u weer eens met een winnaar op de schouder een willekeurige woonkamer afdweilt.

Aandacht: u geeft uw volle aandacht aan de winnaar. U feliciteert hem of haar oprecht en geeft schouderklopjes, met de nadruk op –jes.

Geduld: u beseft dat uw tijd ook nog komt en dat u in afwachting van uw eigen “moment de gloire” de kans krijgt deze mooie deugd te beoefenen. Twee keer winst. Voor sommigen onder ons helpt het als het woordje “eindeloos” aan het G-woord wordt toegevoegd.

Dankbaarheid: u bent de winnaar dankbaar dat hij u een lesje in nederigheid heeft geleerd. U buigt deemoedig het hoofd en zegt duidelijk articulerend en verstaanbaar: “Dank u!” Het vraagt aanbeveling dit thuis regelmatig voor de spiegel te oefenen.

Niet Oordelen: u koppelt geen enkel waardegevoel aan uw verlies en ook niet aan de overwinning, ook al zaten tijdens een partijtje Puerto Rico de mouwen van de overwinnaar vol vijfpuntenfiches.

Wat ons naadloos brengt op het volgende kernwoord: Vergeven. Die vijfpuntenfiches uit de vorige alinea, dat kan al eens gebeuren. Dat was een menselijke misstap. Even goede vrienden. “Knap hoe je die puntenfiches het hele spel zo verborgen hebt kunnen houden.”

Karma tenslotte is de ultieme frustratiewisser. Geef het maar toe, u was in vorig leven Atilla De Hun en uw verliespartijen kaderen enkel en alleen in een groter plan van het universum om u al uw wandaden cash terug te laten betalen. Maak u geen illusies, zélfs een partijtje Atilla (999 Games), gaat dit hellend vlak niet kunnen rechttrekken.

U weet dus wat u te doen staat bij uw volgende spelsessie: u laat zich kaalscheren, hult uzelf in een comfortabel zittend oranje sannyas-gewaad, steekt uw voeten in open sandalen (blootsvoets mag ook) en zet uw mooiste glimlach op. Vervolgens zet u zich aan de speltafel, verliest stijlvol met inachtname van de bovengenoemde kernwoorden, neemt uitbundig knuffelend afscheid van uw spellenvrienden en brengt vervolgens de nacht door in de dichtstbijzijnde politiepost omdat u onderweg naar huis drie parkeermeters, vijftien geparkeerde wagens, een nestkastje en zes brievenbussen hebt vernield. En de hoofdcommissaris een flapdrol hebt genoemd.

Volgende keer misschien toch maar eens het Christendom onder de loep nemen.

Dominique

De “De Tafel Plakt!” Awards 2009: deel 36

Zoethoudertje van het jaar

..Aber Bitte Mit Sahne (Winning Moves)

Verfrissend eenvoudig, verrassend leuk ook en op bepaalde momenten een brainburner van heb ik jou daar. Dat laatste geeft het wat mij betreft bij momenten een licht zurig bijsmaakje maar dat bedekken we even met de zoete mantel der liefde.

Maar toch: formilabel!

Koe van het jaar

Koetje Keltis (Kosmos)

Dat blijft maar melk geven. En het gekke is: het is nog lekkere melk ook. Ook in 2010 zal Kosmos deze uier liefdevol blijven masseren. Door velen de hemel in geprezen, door al even velen de grond in geboord. Ik hoor bij de eerste groep, zij het niet zo fanatiek. Zonder uitbreiding komt Keltis trouwens niet meer op tafel, tenzij er gewag wordt gemaakt van het doneren van een aanzienlijke som geld.

Geen enkele van de uitbreidingen of afgeleiden heeft me tot nu toe ontgoocheld. Dat op zich is al een vermelding waard.

Daarom: formilabel!

Rechtzaak van het jaar

Opus-Dei tegen Opus-Dei.

Locatie van het bevoegde gerechtshof: Kopenhagen. Uitslag van het dispuut: de zaak is nog hangende. Wat meteen betekent dat het kaartspel Opus Dei: Existence After Religion (Demagames) ook in de running blijft voor een award in 2010.

Voor de geïnteresseerden: ik supporter voor het kaarstpel.

Formilabel!

Het spel dat ik mogelijk wel ga kunnen winnen in 2010

Revolution (Steve Jackson Games)

Ik ga dit spel mogelijk kunnen winnen omdat men er gewoon geen vat op heeft. Dat gegeven maakt dat ik in dit spel evenveel kans heb als mijn door intelligentie beter bedeelde medespelers, misschien zelfs meer. Want zij die in dit soort spellen voor de cerebrale aanpak kiezen zijn er aan voor de moeite. Een paar vijzen los zijn dus heel handig hier en geven dan ook de voorzet die ik tijdens een sessie met graagte zal binnenkoppen.

Er zit een mooie versie van Pegasus Spiele aan te komen. Op het eerste gezicht lijkt die te prefereren boven die van Steve Jackson Games.

Ik ga dit dan wel kunnen winnen, maar het feit dat het speltechnisch te vergelijken valt met proberen een levende paling door een brandende hoepel te doen springen doet de balans toch overhellen naar de kant van het abomilabel.

Mozaïek van het jaar

Deze prijs wordt uitgereikt aan een spel dat vol zit met spelsystemen die vrolijk werden geleend van reeds bestaande spellen om er vervolgens een heel goed nieuw en eigenlijk toch niet nieuw spel mee samen te stellen.

De prijs gaat naar Ad Astra (Nexus / Edge Entertainment / Fantasy Flight Games). De samenstellende delen hier komen onder andere uit De Kolonisten Van Catan, Roborally (maar dan veel leuker), Age Of Mythology (zou dringend nog eens op tafel moeten komen), Die Sternenfahrer Von Catan, Wallenstein, Race For The Galaxy (maar minder erg), Puerto Rico en Merchant Of Venus.

Runner up 1: Egizia. Speel het eens en maak er een spel in het spel van door te proberen de oorsprong van de samenstellende delen te ontdekken.

Runner up 2: Hansa Teutonica. U vindt hier deskundig samengeklutste ingrediënten van onder andere Kardinaal En Koning, Pfeffersacke en Ticket To Ride.

Het Altijd Goed Liggende Spelbord van het jaar

Die Goldene Stadt (Kosmos)

Het verademt, een spelbord dat vanuit alle richtingen goed speelbaar is.

Vindt u dat ook zo irritant, die spelborden waarbij je altijd aan de verkeerde kant zit, die je op z’n kop moet benaderen, waardoor je soms zelfs benadeeld wordt? Schinderhannes (Clicker Spiele) – verder een erg goed spel overigens – is daarvan een treffend voorbeeld.

Die Goldene Stadt, die ronde metropool, is een mooi voorbeeld van hoe het wel moet. Ook speltechnisch trouwens zeer de moeite. Vandaar mijn verbazing over het hoge low-profile gehalte van deze Schachtworp. U moet hem zeker eens proberen.

Formilabel.

Ongelukkigste naam van een uitgever van het jaar

DIP Games

Ga daar maar eens aan staan.

Mooiste spelonderdeel van het jaar

De edelsteentjes van Livingstone (Schmidt Spiele)

Of zeg maar gerust stenen. Knoerten van edelstenen krijgen we hier. Heel wat anders dan die priegeldiamanten waar we meestal voor, tijdens en na niet nader genoemde spelsessies kruipend op de vloer naar op zoek zijn. Die van Livingstone raak je nooit kwijt of je moest er nogal uitdagend mee lopen pronken in een drukke winkelstraat. Of Sint Joost-Ten-Node na zonsondergang.

En, zowaar in dezelfde doos: de handige schatkisten.

Runners up: het metalen “laatste speler” boekje van Valdora Extra en de olifanten van Bombay.

Gewichtigste spel van het jaar

Tales Of The Arabian Nights (Z-Man Games)

Hebt u ruzie met iemand is deze doos – met inhoud uiteraard – het ideale wapen om mee te gooien. Als u erin slaagt met al dat dood gewicht een zwaaiende beweging te creëren tenminste. Lukt dat gaat het de tegenpartij heel veel pijn doen. Lukt het niet maakt u zichzelf onsterfelijk belachelijk. Misschien eerst toch maar een beetje oefenen thuis.

Evenement van het jaar

Spel 2009 in Broechem

Essen valt af omwille van te druk (dat zal in 2010 naar verluidt niet anders zijn), op het Spellenspektakel ben ik niet geraakt (maar daar hoef ik me, de reacties van onze spelmedebroeders en –zusters indachtig geen zorgen over te maken) en de Eroticabeurs in de Grenslandhallen in Hasselt heb ik door onvoorziene omstandigheden ook moeten missen. Maar op “Spel” ben ik wél geraakt en ook in 2009 heb ik me dat niet beklaagd.

Want “Spel” is wat het koninkrijk België voor een doorsnee asielzoeker is: Het Beloofde Land.

Ik kan blijven uitweiden over de gezellige locatie, de overdadig van spellenkennis voorziene medewerkers, de gigantische pool van spellen die u kunt uitproberen, de mogelijkheid die u wordt geboden tweedehands spellen te kopen en verkopen, de kans die u zomaar krijgt om nieuwe spellen aan schandalig lage prijzen aan te schaffen, de zeer geslaagde catering, de propere toiletten, de aandacht voor het jonge grut en de grote hoeveelheid gelijkgestemde en dezelfde taal sprekende zielen die u daar aantreft. Maar ik moet mij inhouden. Want één der drijvende krachten achter het hele gebeuren, Sven, drukte mij op het hart niet teveel reclame te maken voor het evenement. Ik begrijp hem, het  zou wel eens – misschien zelfs letterlijk – uit zijn voegen kunnen barsten
als het aanzuigeffect te groot wordt. Maar het kan toch niet dat de ere wie die ere toekomt geruisloos verdwijnt in de nevelen des tijds? Dat is tegen mijn principes. Daarom: formilabel!

Runner-up: de spelavond voor eenzamen, georganiseerd door spellenclub De Speeldoos uit Aarschot op kerstavond, alwaar slechts één deelnemer is komen opdagen, namelijk ondergetekende. Nooit meer!

 

Beste medespeler, hier eindigt de jaarlijkse prijsuitreiking van de “De Tafel Plakt!” Awards. Laten we ons nu maar gaan focussen op 2010. Als dít jaar des Heren mij een beetje gunstig gezind is ben ik op 1 januari 2011 weer van de partij voor de Awards van 2010. En hoe jong dit jaar nog maar is, er zijn er die nu al een grote kans maken om in die lijst voor te komen. Welke dat zijn zult u tussen de regels van mijn schrijfsels wel kunnen ontdekken.

Dominique