Boer zkt konijn

Even een korte, maar zeer toepasselijke, visuele inleiding:

http://www.youtube.com/watch?v=Nvs5pqf-DMA&feature=fvsr

Wij zijn konijnenkwekers en we proberen de konijnen van onze tegenstanders te pakken vóór zij die van ons de stoofpot indraaien. Daar komt het in dit spel zo’n beetje op neer. Zij willen die van ons de pot indraaien omdat die van ons hun worteltjes komen opeten.  

Deze leuke plattelandsimulatie wordt geëvoceerd met behulp van het volgende spelmateriaal: 4 houten boerpionnen, 24 wortelfiches, 1 schuurkaart, 12 konijnenkaarten en 75 erfkaarten. Dat kan dus allemaal in een kleine doos en die heeft de uitgever dan ook mooi meegeleverd .

Het voorbereiden van de evocatie gebeurt als volgt:

  • elke speler neemt zijn drie konijnenkaarten op hand
  • de schuurkaart wordt als startkaart in het midden van de tafel gelegd
  • de erfkaarten worden geschud en als gedekte stapel naast het speelveld op tafel geplaatst (afhankelijk van het aantal spelers worden er vooraf al dan niet een aantal verwijderd)
  • elke speler krijgt twee wortelfiches. De rest van de fiches vormen de algemene voorraad.
  • elke speler trekt vijf erfkaarten en neemt deze, samen met zijn konijnenkaarten (dezelfde rugzijde), op hand

En we zijn vertrokken voor een rit die volgt wordt uitgetekend:

De actieve speler plaatst verplicht een erfkaart aangrenzend aan reeds liggende erfkaarten op tafel, rekening houdend met een bepaald patroon. Vervolgens mag hij twee acties doen, vrij te kiezen uit de volgende vier: een erfkaart trekken en op hand nemen, een wortelfiche nemen, wortelfiches inzetten om zijn boer te bewegen of wortelfiches inzetten om alle handkaarten van een tegenspeler te bekijken.

Wij bewegen ons dus voort op onze landerijen die bij elke beurt groter worden. Door het inleveren van één worteltje mogen we één veld bewegen, twee leveren twee tot drie verplaatsingen op en drie zetten een fenomeen in gang dat ik nog op geen enkele boerderij heb zien plaatsvinden: de zwevende boer. Die mag dan bewegen naar waar hij wil. Op het einde van onze bewegingsfase draaien we het kaartje waarop onze bevuilde laarzen zich bevinden om waarna we de eventuele bijbehorende actie van die kaart uitvoeren.

En deze acties maken het spel leuk, wat zeg ik: erg leuk.

Is het een konijn van een tegenspeler moet je die bijhouden want die is belangrijk voor je eventuele overwinning. De leegt die u op het speelveld achterlaat vult u vervolgens gewoon aan met een gedekte kaart van de trekstapel. Als het een konijn uit eigen kweek is toont u het aan alle tegenspelers en neemt het opnieuw op hand. U vervangt dan de lege plek door een kaart uit uw hand gedekt uit te spelen. Hebt u echter geen kaart op hand moet u ze opnieuw gedekt leggen waar u ze hebt gevonden. Komt er gras tevoorschijn gebeurt er niets. Vindt u een wortelkaart neemt u het aantal wortelfiches dat erop staat afgebeeld. Verder hebben we nog kaarten die u toelaten kaarten bij te trekken van de trekstapel, uw boer extra te laten bewegen, uw boer te laten bewegen naar de schuurkaart, een reeds gespeelde en gedekte kaart te bekijken en een extra kaart gedekt uit te spelen. Maar er zitten ook adders onder het groene weidegras. Zo kunt u oplopen tegen kaarten die u verplichten uw handkaarten aan al uw tegenspelers te laten zien (auw), uw handkaarten aan al uw tegenspelers te laten zien en vervolgens al uw wortelfiches in te leveren (auwauw) of iedereen verplichten zijn of haar handkaarten aan iedereen te tonen en vervolgens iedereen zijn wortelfiches te laten inleveren (auwauwauw) en tenslotte uw beurt onmiddellijk beëindigen (auwauwauwauw). Deze “actiekaarten” kunnen slechts één keer worden geactiveerd. Vanaf dan blijven ze gewoon open liggen en worden ze gewoon beschouwd als grasland.

U begrijpt dat uw kortetermijngeheugen aanzienlijk wordt aangesproken in dit spel. Hoe jonger u bent, hoe sterker u waarschijnlijk bent
. Het spel doet mij ook enorm denken aan Hera En Zeus, één mijner lievelingen voor twee. Dat is dus geen slechte referentie. Maar ook als u niet zo goed bent in onthouden kunt u leuke trucs uithalen. Er is ruimte voor tactische input.

Om te winnen moeten al uw konijnen zich op tafel bevinden, uiteraard onontdekt. Dat maakt dit enorm leuk. U moet gaan bluffen en vooral durven. Aan de andere kant verliest u onmiddellijk als uw derde konijn werd gepakt. U mag dan lijdzaam de rest van het, weliswaar korte, spel uitzitten.

Wil u dus winnen moeten uw konijnen allemaal op tafel, hebt u er nog op hand bent u de pineut. De speler die al zijn konijnen heeft uitgespeeld en het meeste konijnen van zijn tegenspelers heeft ontdekt wint. Speelt u in teamverband mag u het woordje speler in de voorgaande zinnen vervangen door team.

Zo simpel is het.

Als u de actiekaarten hierboven nog eens naleest en even stilstaat bij het feit dat u een groot gedeelte daarvan zelf, zij het gedekt, uitspeelt zal het u gaan dagen dat u heel wat leuks kunt doen, zowel in uw eigen voordeel als in het nadeel van uw tegenspelers. Worteltjesmagenement is ook erg belangrijk. U hebt ze nodig, maak er dan ook ten gepaste tijde gebruik van. En hou er ook rekening mee dat u er ten allen tijde niet meer dan zes in voorraad mag hebben.

Het uitponsen der worteltjes liet bij mijn versie duidelijk te wensen over. Zijn de stanskaarten in uw versie van hetzelfde bedenkelijk allooi gaat u brokken maken, tenzij u een cursus “creatief met stanskaarten” hebt gevolgd. Het is maar dat u het weet. Houten worteltjes waren trouwens leuker en beter hanteerbaar geweest. Soit, de wortelmisser maakt dit spel niet minder leuk. Ik zie dat dus even door de vingers.

Afhankelijk van het spelersaantal spelen we met twee teams van twee of ieder voor zichzelf. De laatste variant vind ik de leukste, maar die kan dus enkel met z’n tweeën of drieën. Zelf speel ik niet zo graag in teams, tenzij het spel in kwestie Karkow 1325 AD heet. Maar ik ken mensen die wel graag duootjes vormen en voor die soort is dit spel zeer geschikt.

En wat is dat toch met die dozen uit het Verre Oosten? Net als bij Fuzzy Tiger is ook deze moeilijk open te krijgen.  

Hou er rekening mee dat u tijdens dit spel nogal wat op tafel liggende kaarten gaat omdraaien. Gezien hun relatief kleine omvang zijn dokwerkerhanden niet echt aan te bevelen. U laat het omdraaien dan ook beter aan iemand met kleiner grijpmateriaal over. Sleeves zijn ook aan te bevelen, al wens ik u veel geluk om er in dit formaat te vinden. Gelukkig kregen we er op Spiel een setje bij. Mooie service!

Wie Hera En Zeus, net zoals ik, een topper voor twee vindt en al eens graag een kaart gedekt uitspeelt, daarbij een tegenstander uitdagend diep en knipperloos in de ogen kijkend, moet zich hier toch eens aan wagen. En kunt u voor elke speler een setje Theo en Thea-tanden voorzien garandeer ik u voorwaar een zeer geslaagde spelavond.  

Dominique

Rabbit Hunt (Swan Panasia Co., Ltd. / TwoPlus Games, 2009)

Shan-Yang Pan

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

Dondersteen

Klonen. Het gebeurt ook in de spellenwereld. Dominion is er een voorbeeld van. Wordt momenteel gedupliceerd tegen de sterren op. Arctic Scavengers, Arcana, Fzzzt! (in beperkte mate) en nu ook Thunderstone zijn enkele voorbeelden. En het legioen dat zich achter de einder bevindt is naar mijn bescheiden aanvoelen niet te overzien. We zijn vertrokken voor jaren.

AEG speelt het slim. Ze koppelden het “bouw uw deck terwijl u speelt”-systeem van Dominion aan een dungeoncrawler. En deze combinatie werkt wonderwel. Al moet de elegantie die oermoeder Dominion kenmerkt daardoor wel een beetje inboeten.

Want u hebt meerdere katten te geselen in Thunderstone. U moet op zoek naar de magische en spelbeëindigende Dondersteen, u moet een horde nogal groot uitgevallen ongedierte bestrijden in een grottenstelsel en u moet daarvoor het nodige personeel en gereedschap gaan inhuren en inkopen bij het plaatselijke interimkantoor en de drogist. Dat maakt Thunderstone tot een vrij interessante en spannende ervaring. Waar u in Dominion rustig naar het kopen van overwinningspunten toewerkt moet u in Thunderstone al van de eerste ronde zwaar aan de bak. U moet immers kiezen wat u wat u waar wilt gaan doen. Vooral dat waar is belangrijk. Gaat u eerst even de plaatselijke middenstand opzoeken en u voorzien van degelijk slachtmateriaal, of gaat u op zoek naar personeel, met als enige gewenste kwalificatie een gezonde neiging naar zelfmoord? Of gaat u – op hoop van zegen – de grotten in om daar de plaatselijke fauna en flora (zeg maar gerust fauna en met een grote F) te gaan bewonderen? Hebt u trouwens voldoende lichtbronnen om te vermijden dat u die donkere krochten op de tast in moet? Hebt u ondertussen geen vreemde ziekte opgelopen en vraagt die best geen snelle behandeling? Zou u beter niet gewoon even rusten zodat u als u weer aan de beurt bent uw hopeloze missie met verse krachten kunt hervatten? Of zou u beter niet wat tijd besteden aan het oplevellen van uw karakter zodat u nóg sterker wordt?

Dat zijn enkele dilemma’s dewelke u tijdens een doorsnee sessie Thunderstone worden voorgeschoteld.

Drie niveau’s zijn er in het grottenstelsel, en wilt u winnen moet u erin. Want monsters verslaan levert u overwinningspunten op. Naarmate u verder afdaalt in deze hel hebt u, ironisch genoeg, meer licht nodig. Over warmte hoeft u zich geen zorgen te maken. Zweten gaat u voldoende. Hebt u onvoldoende zicht boet u aan gevechtssterkte in. Dat is niet bepaald leuk als er een hongerige zwarte draak u de weg komt vragen. Gelukkig weet u ten allen tijde welke tegenstanders zich waar bevinden en u mag kiezen wie u een kopje kleiner wil maken. En u zult dat moeten doen, tenzij u tevreden bent met een figurantenrol tijdens de eindtelling.

Uitbreidingen zitten er ook al in de pijpleiding. Concreet: het heet “Wrath Of The Elements” en het zal in 2010 gaan verschijnen. Die termijn zal zeker worden gehaald. Een smid die zijn zwaarden wil verkopen moet ze immers smeden met zo heet mogelijk ijzer.

Een aangenaam spel is dit, mooier en thematisch beter onderbouwd dan Dominion, maar zoals gezegd ook minder elegant en minder snel. Dat “minder snel” heeft ook te maken met  de voorbereidingstijd die u moet voorzien. In Dominion gaat dat sneller. Nog een minpuntje is dat u niet op elkaar kunt inhakken, dat ware mooi geweest, maar dat zit er in één van de volgende uitbreidingen zeker nog aan te komen. De spelregels zult u ook meermaals moeten lezen omwille van niet echt overzichtelijk, maar u komt er wel uit hoor. We hebben hier echt niet te maken met Phoenicia. Ook de functionaliteit van het regelboek laat te wensen over. Het waaiert teveel uit en dat leest echt niet handig in bed. U gaat tijdens het lezen voortdurend uw slapende partner aanstoten, zeker wanneer u omwille van enkele onduidelijkheden steeds weer enkele bladzijden voor- of achteruit moet. En de vraag is dan: wat is erger, de confrontatie aangaan met een ondode op level drie van een dungeon of die met uw partner op level één van uw slaapkamer? Dat risico zult u zelf moeten inschatten.

Dominique

 

Thunderstone (Alderac Entertainment Group, 2009)

Jason Engle

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

45 minuten

 

Monkey Business

Beste medespeler,

Na bijna drie jaar bloggen mag het er eindelijk eens uit.

U bent een aap.

In dit spel toch.

Fuzzy Tiger heet het, en het is een creatie van Shao-Ying Chen. En u mag met twee tot vier andere apen aan de slag om snorharen uit de snoet van een agressieve tijger te trekken. Zonder hem wakker te maken. Bent u daar het meest bedreven in wordt u gepromoveerd tot superaap.

Ik weet niet hoe het komt, maar mij doet dit onwillekeurig aan het politieke bedrijf denken. Mogelijk heeft de heer Chen daar dan ook de mosterd gehaald.

Fuzzy Tiger zit in een oranjegroene doos die moeilijk opengaat. U moet een beetje vloekend wrikken voor u aan de spelonderdelen kunt. Die spelonderdelen bestaan uit een langwerpig spelbordje, 5 setjes van 9 actiekaarten, 11 markeerstenen, 5 mooi vierkant uitgevoerde en kleurrijke spelerspionnen, een tijgerpion en 2 spelregelboekjes (ééntje in het Engels en het andere in Oosterse onbegrijpelijke leestekens). Dat is niet veel, maar less is more heb ik ooit eens ergens horen vliegen en op Fuzzy Tiger is dat zeker van toepassing.

Om deze spelonderdelen functioneel te maken doet u het volgende:

  • u spreidt het spelbord open op tafel
  • U geeft elke speler een set actiekaarten
  • U plaatst de tijgerpion op het onderste veld van zijn “slaapspoor’
  • U plaatst de tijdmarker bovenaan op het scorespoor
  • u plaatst de spelerspionnen op het onderste veld van het tijgerpad
  • U plaatst van elke speler een scoremarker op het scorespoor en het schadespoor

Vervolgens gaat u aan de slag.

Aan de slag gaan is simpel. U selecteert gelijktijdig met uw tegenspelers gedekt een genummerde actiekaart. Vervolgens worden deze getoond en in numerieke volgorde afgewerkt. Een aap kan de was doen.

Die actiekaarten laten u toe de volgende gekke dingen te doen:

  • Dekking zoeken: één veld vooruit bewegen op het tijgerpad en dekking zoeken (pion neerleggen)
  • Hypnotiseren: één veld vooruit bewegen op het tijgerpad en de tijger hypnotiseren naar een diepe slaap
  • Steentjes gooien: twee velden vooruit bewegen op het tijgerpad en de tijgerpion twee velden bewegen in de richting van het “wakker-veld”
  • Liaanzwieren: twee velden vooruit bewegen of onmiddellijk bewegen naar veld drie op het tijgerpad
  • Wandelen: één of twee velden vooruit bewegen op het tijgerpad
  • Rennen: drie velden vooruit bewegen op het tijgerpad
  • Aanvallen: vier velden vooruit be
    wegen op het tijgerpad en de tijgerpion één veld bewegen in de richting van het “wakker-veld”
  • Lasso: uw pion op het tijgerpad ruilen met die van een andere speler
  • Nadenken: al uw reeds uitgespeelde actiekaarten weer op hand nemen

Opmerkzame zielen hebben al genoteerd dat het woordje bewegen in de beschrijving van de actiekaarten nogal veel voorkomt. Dat hoort zo, want als u niet beweegt gaat u dit spel niet kunnen winnen. De clou is zo dicht mogelijk bij de tijger te geraken – op snorhaarafstand zeg maar – zodat u er eentje kunt stelen, en dit zonder hem te wekken. Als u op veld één staat levert u dat twee punten op, veld twee schenkt u één punt. Na dat punten begeeft u zich als de weerlicht zo ver mogelijk uit de buurt van tijgertje lief. En maakt u zich op voor het volgende snorhaar. 

Belangrijk, u moet daar tijdens uw beurt zelf voor zorgen. Als u door een andere speler naar veld één of twee wordt geduwd levert u dat geen punten op.

Nadeel: al dat getrek haalt tijgertje meer en meer uit zijn slaap en uiteindelijk wordt hij wakker en humeurig. Waarop hij de op dat moment dichtstbijzijnde aap bijt, tenzij die op dat moment het geluk heeft in dekking te liggen. De gebeten aap krijgt gratis twee schadepunten en vliegt naar één van de onderste velden van het tijgerpad. Staat er tijdens het bijten een aap helemaal alleen achteraan op het tijgerpad wordt die op zijn beurt, omwille van zijn laffe houding, door de andere apen nog eens uitgelachen ook, met als gevolg emotionele schade die ook wordt aangegeven op het schadespoor.   

Zo speelt en trekt u lekker verder tot er een scorepion van een speler op het scorespoor de tijdmarker ontmoet. De lopende ronde wordt nog afgewerkt en de spelers die op dat moment de meeste schadepunten hebben opgelopen zijn eraan voor de moeite. De rest van het pak trekken hun schadepunten van hun score af en de aap die het meeste scorepunten overhoudt wint.

Er zitten nog enkele adders onder het gras.

Op bepaalde velden, meerbepaald de velden die zich dichter bij de tijger bevinden, worden tijdens het bewegen andere aanwezige apen vooruit geduwd. Op deze velden mag ook maar één aap staan. Ik hoef u niet voor te tekenen welke gevolgen dat kan hebben.

Bepaalde actiekaarten kunt u enkel uitvoeren als u ze als enige hebt uitgespeeld. Dat behoeft, denk ik, ook geen potlood en tekenblad.

En het veld het dichtst bij de tijger, het zogenaamde nulveld, levert u helemaal geen punten op. U staart gewoon verstijfd van angst naar die trillende snorharen, maar toch vooral naar die immense snijtand die een klein stukje onder de bovenlip uitsteekt. U ziet ondertussen, zelfs zonder begeleidende grafische illustratie, de bui al hangen

De tijdmarker wordt elke keer geactiveerd als de tijger ontwaakt. Dat moet u in de gaten houden. U kunt immers aan timemanagement doen.

Fuzzy Riger is een hele leuke als u in bent voor een snel triootje, en dat spelersaantal vormt toch nog altijd een beetje een gat in de markt. U hebt invloed en u kunt die gebruiken om naar een overwinning toe te werken. Met z’n vieren wordt dat al heel wat minder en met z’n vijven moet u er al helmaal niet aan beginnen. U dobbelt dan beter onmiddellijk voor de overwinning en verliest daardoor geen tijd met richtingloos bezig zijn.

Heel leuk is het poneren van aapgerelateerde kreten tijdens een Fuzzy Tiger sessie. Ik weet niet hoe lang u dan hebt vooraleer er mensen in witte jassen opduiken die u troostend meenemen, maar ik denk dat u, gezien de gemiddelde speeltijd van 15 minuten, het eindspel wel haalt.

Geef achteraf even een seintje waar ik u kan komen bezoeken.

Dominique

 

Fuzzy Tiger (Swan PanasiaCO, Ltd. / Two Plus Games, 2009)

Shao-Ying Chen

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

15 minuten

 

Scandaleux

Soms gaat een mens al eens met het schaamrood op de wangen terug in de tijd. Van de week bijvoorbeeld teleporteerde ik mezelf naar het jaar des Heren 2007. Het teleporteren was het gevolg van het spelen van het kaartspel Scandaroon. Scandaroon stond tot voor enkele dagen nog mooi gefolieerd te blinken in mijn spellenkast. Het stond daar al sedert dat jaar des Heren 2007. Twee jaar met dat doorzichtige jasje aan. Dat is lang. Ik moest mij schamen.  

Scandaroon, beste medespeler, is bij velen onder ons een beetje onder de radar doorgevlogen. Even werd het door mijn radar opgepikt, waarna ik onmiddellijk toesloeg en het vervolgens weer van de groene display verdween, ondanks het feit dat het al die tijd vlak voor mijn neus stond. Bedolven onder de harde sneeuwval van de mainstream spellen.

Als eerbetoon aan Scandaroon en het segment van de minder bekende spellen zal ik u de volgende dagen en weken dan ook verblijden met een aantal besprekingen van obscuriteiten die het absoluut verdienen uw persoonlijke radar even te bebliepen. Voetlichten zijn immers gemaakt om iets te beschijnen. Laat “De Tafel Plakt!” dan maar even dat voetlicht zijn.

Scandaroon dus. 

Ik heb opgezocht wat deze gekke naam betekent. En van het gevondene ook enkele afbeeldingen bekeken. Het gaat om een duivensoort, en nog een lelijke ook. Als je deze, door vieze vuile mensenhanden gemanipuleerde schepsels van Gods natuur, even gezond kritisch bekijkt vraag je je onherroepelijk af of dat wel kan vliegen. En als het al vliegt, hoe dat dan wel in zijn werk mag gaan.

Scandaroon is een buitenbeentje. Ik weet eigenlijk niet goed waar ik dit moet onderbrengen. Maar is dat slecht? Moeten wij eens niet dringend af van dat streven om alles in hokjes te steken? Kunnen we gewoon de dingen niet accepteren zoals ze zijn en de etiketten achterwege laten? Ik weet het, u wilt aan de hand van een etiket bepalen of dit iets voor u is en dat is heel terecht, alleen weet ik niet goed wat ik op deze doos moet kleven. Edoch, ik ga op het einde van deze bijdrage een bescheiden poging wagen. 

Scandaroon zet u bij de eerste aanblik al onmiddellijk op het verkeerde been. De doosillustratie inspecterend verheugt u zich al op een partijtje middeleeuws bouwen. Dat valt zwaar tegen als u de doos opent: geen bouwblokken, geen architectkaarten, geen omzettingsschema’s voor bouwmaterialen geen steengroeven, geen markten, geen hout, geen steen, geen leem, geen schenkingen aan de kerk, geen tolwegen, geen arbeiders, geen goudstukken en ik kan zo nog wel een tijdje blijven doorgaan. Samengevat: ga af op de doos en u komt bedrogen uit. 

Zou men denken.

Want als u dit een kans geeft zou het wel eens kunnen dat u dat woordje “bedrogen” gaat omwisselen voor het woordje “gezegend”. En gaat u de Heer Hemzelve op uw blote knietjes danken voor het feit dat u dat laatste exemplaar tóch hebt meegenomen uit de winkel.

Het thema mag u onmiddellijk bij het groot huisvuil zetten omwille van totaal niet relevant. U mag gerust naar die duiven gaan zoeken als u wilt en u gaat wellicht iets van een aanzet vinden, maar dat gaat zo belachelijk klein zijn dat u niet meer bijkomt van het lachen. Laten we ons dus maar direct fixeren op wat u tijdens het spelen van dit spel zoal doet. 

Doen in dit spel, beste medespeler, is eigenlijk heel simpel:

  • u speelt kaarten of neemt ze weg
  • en passant beïnvloedt u hierbij ook de score van uw tegenstanders, liefst op een negatieve wijze
  • u scoort uw kaartenrij en maakt daarvoor gebruik van een gemeenschappelijk scorespoor
  • u blijft dat doen gedurende een ronde tot iedereen heeft gepast
  • u verdeelt op het einde van een ronde een handvol bonuspunten
  • u herhaalt het voorgaande vier keer
  • u vloekt na de eindtelling en smeekt om een revanche

Dat is niet bepaald veel en het lijkt ook niet bepaald opwin
dend.
 

Tot u aan de slag gaat.

Want u wordt hier geconfronteerd met een meervoudig duel op het scherp van de snee. U speelt uiteraard enkel en alleen voor uzelf maar u gaat ook kansen krijgen om uw tegenspelers een serieuze pad in de korf te zetten. Nadeel: u snijdt daarbij mogelijk in uw eigen vel. Er zijn er die daar op kicken maar aan een speltafel wordt zoiets toch eerder als hinderlijk ervaren. Als u leuke, erg interactieve, acties wil doen moet u immers kaarten uit uw eigen rijtje verwijderen. Verwijderen betekent punten inleveren. Punten inleveren betekent dat u goed moet beseffen waarmee u bezig bent. Goed beseffen waar u mee bezig bent betekent het beoefenen van de nobele kunst van de zelfbeheersing. Dit laatste voornemen heb ik tijdens een spelletje Scandaroon op enkele seconden zien wegsmelten als sneeuw voor de zon, niet in het minst bij mezelf. Het is allemaal zo verleidelijk, iemand anders zijn of haar kaarten wegspelen. Een gouden tip: doe het, maar doe het op het juiste moment en gebruik de juiste kaart(en) ervoor. En hou ten allen tijde het globale plaatje in de gaten. Dat plaatje bestaat uit alles wat op tafel ligt, inclusief de bonusgebieden op het centrale (score)bord.

Besef ook dat u het met een beperkt aantal kaarten per ronde moet doen, tenzij u in de mogelijkheid bent kaarten bij te trekken. Dat geeft wat meer keuzemogelijkheden en, belangrijker, u kunt er de ronde nog even mee rekken. Het rijuiteinde van uw tegenspelers blokkeren is ook een leuke. Maar hou er ook rekening met het boemerangeffect. U gaat oogsten wat u zaait.

U wilt enkele kaartvoorbeelden? Wat te denken van kaarten die de waarde van de kaart rechts ervan verhogen met drie, of links ervan met twee, of links en rechts ervan met één? Wat te denken van kaarten die hun waarde verhogen met één voor elke kaart die op dat moment door elke speler in dezelfde soort zijn uitgespeeld? Wat te denken van kaarten die de rij van één uwer tegenspelers blokkeert?

En wat te denken van de eenmalige actie die u moet kiezen uit vier, een actie die u maar één keer tijdens het spel kunt doen en wordt gekoppeld aan de soort kaart (troef) die u daarvoor wenst te gebruiken? De waarde van uw scorestapel verhogen met vier bijvoorbeeld. Of drie van uw handkaarten ruilen voor drie kaarten van de trekstapel. Of een kaart beschermen tegen de agressie van uw tegenspelers. Of – een treffende illustratie van het voorgaande – gewoon een uitgespeelde kaart stelen van een tegenspeler.

Neem het van mij aan, beste medespeler, dat zijn leuke dingen voor de mensen.

Even terug naar die bonuspunten. Zij kunnen de doorslag geven. Ze zijn niet zaligmakend, maar als de wind goed zit kan de balans in dit spel bij wijze van spreken door een neerdwarrelend veertje doorslaan. Ik vind ze leuk. Bijvoorbeeld de bonuspunten die u krijgt als u tijdens het spel de hoogste score in een rond hebt gehaald. Dit wordt zelfs een spel in het spel, het verbreken van dat record. Of de bonuspunten voor de hoogste waarde van de scorestapels. Of de bonuspunten voor het winnen van een troefloze ronde. Of de bonuspunten die op het einde van elke ronde worden toegekend op basis van de positie van de spelers op het scorespoor. Deze bonussen wijzigen elke ronde en dat maakt dit spelletje extra leuk.

De etiketten dan:   

Etiket één: het is een kaartspel

Etiket twee: het is een kaartspel met een centraal scorebordje

Etiket drie: het is een pestspel

Etiket vier: het is abstract

Etiket vijf: het heeft toeters en bellen

Etiket zes: u gaat dit bij een eerste kennismaking onderschatten

Etiket zeven: u wordt ingemaakt door ervaren spelers

Etiket acht: u gebruikt anderen voor uw eigen gewin

Etiket negen: het bevat troeven, maar (zie etiket tien)..

Etiket tien: ..u kunt voor de verandering eindelijk eens troefloos spelen

Etiket elf: het is functioneel

Ik denk dat de doos te klein gaat zijn voor al die etiketten. Een etiket met daarop “Spiel Des Jahres”, “Gouden Ludo” of “Nederlandse Spellenprijs” gaat u er nooit op aantreffen, maar dat stoort niet. De beste spellen winnen immers nooit een prijs. Zij fladderen immers onontdekt en vrolijk onder alle radars door.

En die lijst, beste medespeler, die is pas indrukwekkend.

Dominique

Scandaroon (2007, JKLM Games / Surprised Stare Games Ltd.)

Tony Boydell

3 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

Bloemen in uw haar gaan hier niet helpen

San Fransisco Cable Car (Queen Games)

Laat ik maar onmiddellijk ter zake komen. De raad die ik u wil geven aangaande Cable Car is de volgende: links laten liggen en gewoon de auto nemen. Deze reïncarnatie van Metro gaat het fileprobleem in spellenland zeker niet oplossen.

Als u hieraan begint – en de kans is groot want het bord en de spelonderdelen zijn duidelijk om te verleiden ontworpen – moet u beseffen dat u niet zelf zult spelen maar zult gespeeld worden. Door uw tegenstanders. U mag doen wat u wilt, uw tactische en strategische plannen mogen nog zo onfeilbaar lijken, u gaat aan de galg. Of beter gezegd: aan de kabel.

U probeert uw locomotiefjes zo lucratief mogelijk met stationnetjes te verbinden. Dat lucratieve houdt verband met de lengte van uw spoorlijn. Hoe langer hoe beter. Mij hebben ze altijd het omgekeerde geleerd: dat de kortste weg tussen twee punten een rechte is. In Cable Car wordt van u echter verwacht dat u deze wiskundige wetmatigheid vrolijk overboord gooit en San Francisco zo deskundig mogelijk verminkt en uiteenscheurt door het leggen van tramsporen die zoveel mogelijk omwegen maken. Het zou een typisch Belgische aanpak kunnen zijn, maar dat is het niet. Een Duitser, waarvan men toch mag verwacht worden dat die blijk geeft van een zekere pragmatische nuchterheid en grondigheid, heeft dit ontworpen.

Ik ga u even een idee geven van wat u te wachten staat: u legt een tegel met tramsporen op. U doet dat op hoop van zegen. Uw tegenspelers doen hetzelfde. Zij leggen ook tegels met tramsporen en hopen, net als u, een zo lang mogelijke tramlijn te creëren naar een ander station op de rand van het bord of naar het centrale “eiland” in het midden. Aansluiting op de periferie leveren enkelvoudige punten op, aansluitingen op het centrum dubbele. Dat klinkt leuk en dat is het ook.

Tot de tweede ronde begint.

Want vanaf dan hebt u het niet meer in de hand. Letterlijk wel hoor, u krijgt elke beurt een nieuwe tegel die u naar believen door uw handen mag laten glijden of wat dan ook. Figuurlijk echter hebt u handen vol vaseline. Handen waar alles doorheen glipt. Ook uw overwinning. Tenzij het uw geluksdag is, want geluk hebt u echt nodig om dit spel te winnen. U wordt volledig afhankelijk van wat uw tegenspelers waar en wanneer uitspelen. U denkt in het begin nog dat u enige invloed heeft maar dat is slechts schijn. Vergelijk het een beetje met een man tijdens de eerste huwelijksweken.

Het kan en zal inderdaad alle kanten uit, maar niet de uwe. Voor u het weet worden uw locomotieven zonder enige inbreng van uwentwege met een stationnetje verbonden, meestal voor een schamel puntenaantal. Het gekke is dat niemand aan tafel dat lijkt te beseffen tot er een opmerkzame geest ineens uitroept: “Kijk, daar is een lijn afgesloten!”, of erger: “Kijk die en die en die lijnen zijn ook afgesloten, hadden we even over het hoofd gezien.”

U bent overgeleverd aan de willekeur van uw reisgenoten, beste medespeler. En zij aan de uwe.

Ik moet toegeven: ik heb de uitbreiding met de aandelen nog niet gespeeld. Mogelijk redden die nog wat wagons uit de standplaatsbrand, maar ik vrees ervoor. Begin dus maar onmiddellijk met die variant als u zich aan dit spel waagt, het is volgens mij de enige kans die het spel heeft om uw tafel een tweede keer te halen.

Bent u een aanhanger van de zegswijze: “Het is zoals het is.” Kunt u hiervoor gerust uw kostbare tijd even ter beschikking stellen. Een spel voor Zenboeddhisten dus, zou men denken. Ik heb veel sympathie voor Oosterse filosofie, maar ik vrees dat dit spel zelfs de Dalai Lama aan de drank, drugs, vrouwen  en rock & roll kan brengen. De drie cola’s die ik na afloop in één ruk naar binnen goot, beschouw ik daarvoor als een heel betrouwbare indicatie.

Dominique

 

 

Herfstmijmeringen deel 5

Gonzaga

Dit blijft leuk. Ik had de overwinning onlangs nog binnen handbereik maar werd bij de eindtelling nog afgetroefd door de heer K. uit H., die zich helemaal had gefocust op de stadsbonussen op zijn opdrachtkaart en de strategie van het creëren van aaneengesloten gebieden al van bij de beginfase vrolijk overboord had gegooid. Mijn bonus van het, weliswaar mooiste, grootste aaneengesloten gebied kon daar geen ene moer meer aan veranderen. Maar het was nipt en mijn tijd komt nog! Ik geef mezelf nog drie jaar.

Spelers met Ubongo- en Tetrisvaardigheden hebben hier  een stapje voor. Een goed ruimtelijk inzicht helpt, maar gelukkig is het hier niet zaligmakend.  Want er komt wel wat meer bij kijken dan ruimtelijk kijken alleen. Kijkt u ook maar naar de gebieden van uw tegenstanders, dat leert u het een en ander. En blokkeer hen voor ze u blokkeren. Wat ons dan weer brengt op het feit dat fans van Ticket To Ride hun ervaring hier ook kunnen gebruiken. Maar geen paniek, bekijk het zo: de ervaringsdeskundigen zitten in eerste klas, de rest in tweede, maar iedereen rijdt even snel. En vlak voor het eindstation iedereen eruit en te voet spurten tot aan de meet. Niet afhaken dus, Ubongo-, Tetris- en Ticket To Rideloze medespeler. 

Dominique

Herfstmijmeringen deel 4

Goed nieuws

U mag in uw handjes klappen want Rio Grande gaat in de lente van 2010 het erg leuke Arctic Scavengers uitbrengen. Deze verrassend leuke Dominionkloon zal op uw speltafel niet misstaan. En het spel krijgt de Rio Grande Dominionbehandeling, wat betekent dat er aan het artwork en de kwaliteit van de spelonderdelen (uitsluitend kaarten) zal worden gemorreld. Dat morrelen mag u positief interpreteren, beste medespeler. Maar gemorrel of niet, het spel krijgt wat het verdient: een grotere verspreiding. Daar zult u met uw Pandemietje niks aan kunnen veranderen. Tiens, Pandemietje is wel een mooie meisjesnaam voor een dochter van een bordspeler. Misschien een idee voor uw volgende telg?

En buiten het klappen in de handjes mogen we er nog in wrijven ook want Rio Grande steekt de HQ-uitbreiding gewoon mee in de basisdoos. Gezien de positieve buzz die daarover de ronde doet een zeer mooie traktatie.

Ik heb de originele Arctic Scavengers in mijn kast staan en mijn bevindingen, gebaseerd op participerende observatie, hier al eens neergeschreven:

http://detafelplakt.skynetblogs.be/archive-day/20090707

Als u een aanhanger bent van de Dominionsekte moet u dit zeker eens proberen. U gaat niet teleurgesteld zijn. Liefhebbers van gewoon goede kaartspellen mogen ook aanschuiven. En het is bij mijn weten ook een van de weinig spellen waarbij u de vuilnisbelt op mag. Wat zeg ik: móet!

Om in de sfeer van het spel te komen mag u zich al oefenen in het warm induffelen van uzelf en uw geliefden. Heel handig met de winter voor de deur.

Mijn advies? Bij het botten van de bomen onmiddellijk toeslaan!

En mij vervolgens uitnodigen voor een sessie..

Dominique

Herfstmijmeringen deel 3

Cardcassonne

Ik begin er een beetje beter in te worden, maar een overwinning zit er nog niet in. Ik blijf maar worstelen met de timing van het plaatsen van mijn horige. Ik kom steeds weer één beurtje te laat, of te vroeg. Timing, manipulatie door middel van uw gedekte kaart en het verleiden van uw medespelers tot het claimen van een andere rij dan die waarop u het hebt voorzien, zijn vaardigheden zonder dewelke u dit spel nooit gaat kunnen winnen. Vaardigheden die u zelfs in het echte leven van dienst kunnen zijn.

Dit heeft met Carcassonne, buiten het illustratieve aspect, de meeples (twee per speler ocharme) en het scorespoor dat naar gewoonte de helft te kort is, niks te maken. Spelers die Carcassonne als argument gebruiken om dit niet in huis te halen maken een blunder van formaat en missen gewoon een leuk spelletje. Niet overdonderend, maar wel charmant leuk.

Acqua Dolce

Is sedert Spiel al frequent op tafel verschenen en dat zegt uiteraard iets. Snel uitgelegd, snel gespeeld, nog sneller opnieuw gespeeld en altijd spannend. Geen strategische hoogvlieger, maar gewoon leuk om te spelen. En tactisch gezien zijn er wel een paar interessante overwegingen te maken.

Wie mij een beetje kent weet dat ik met een vrouw die Tactiek heet onmiddellijk in het huwelijksbootje zou stappen. Ik heb haar echter nog niet ontmoet, dus voorlopig moet ik het bord –en kaartspellen doen. En Acqua Dolce vult de leemte perfect op.

Hoe frustererend kan het leven zijn op één handkaart van de overwinning? Héél, zo blijkt. Onlangs werd ik weer gedwarsboomd door de heer K. uit H., die duidelijk teert op de ervaring die hij opdoet tijdens zijn wekelijkse zwempartijtjes. Daar kan ik, bang als ik ben van water, uiteraard niet tegenop. En met de heer J.V. uit H. als aquariumopzichter is het ook al huilen met de pet op, die kiepert gewoon al uw zorgvuldig opgekweekte exemplaren de afvoer in. En dan zit je daar dus, met die ene kaart op hand die je niet mag uitspelen omdat de aquariumvoorwaarden niet (meer) zijn vervuld.

De uitdrukking: “Hij voelt zich als een vis op het droge” is op ondergetekende dan ook zeer van toepassing.

En ondertussen blijven mijn nederlangen zich maar opstapelen, beste medespeler. Ik voel me de laatste weken een beetje als een naaktzwemmer in een uitgedroogde rivier. Ik maak mezelf oeverloos belachelijk.

Geeft niet. Naar verluidt staat die opeenhoping van spelnederlagen ook voor niet aflatend liefdesgeluk. Niet spelend ziet men mij dan ook voortdurend met een brede glimlach het leven tegemoet treden. 

Dominique

 

Herfstmijmeringen deel 2

Krakow 1325 AD

Deze gaat mijn verzameling niet meer uit. Zit vol subtiliteiten, vraagt intensief en voortdurend adapterend handmanagement en het is niet uitgesloten dat uw vingernagels er na twee sessies volledig aan zijn gegaan. Moet eigenlijk regelmatig worden gespeeld om de finesses enigszins onder de knie te krijgen. Dit is een heerlijke ui die u laagje voor laagje dient af te pellen waarbij elk vlies dat u verwijdert een kleine schat herbergt. Al uw beslissingen kunnen verstrekkende gevolgen hebben in dit spel. Er wordt dan ook heel wat over en weer gepraat en tijdens het eindspel ontstaat er een soort van collectieve Hitchcockiaanse paranoia waarop Alfred, moest hij nog leven, stikjaloers zou zijn. Hij zou dit spel trouwens gegarandeerd in zijn spellenkast hebben staan.

De uitbreiding voor drie is, omwille van altijd met vier, nog niet op tafel gekomen. Dat is op zich niet erg want ik vermoed dat de weldaad die u tijdens het spelen ervaart zich vooral in de wedstrijd voor vier manifesteert.

Klein minpunt: drie volle jaren raad ik niet aan. Dat duurt een beetje te lang. Maar u kunt ook kiezen voor één of twee jaartjes en dan geniet u nóg volop.

Bestond er een Suske en Wiske album met als titel “De Mentale Masochisten”, Krakow 1325 AD speelde er ongetwijfeld een belangrijke rol in.

Kortom: een wellness-spel met paranoïde trekjes. Zoek de contradictie in de vorige zin.

Fantastisch spel.

Dominique

Herfstmijmeringen deel 1

Macao (Alea)

Macao begon veelbelovend maar vertoonde naar het einde toe toch enkele weerhaakjes. Zo was het tijdens onze sessie met drie ongeveer vier ronden voor het einde duidelijk wie er uiteindelijk zou gaan winnen. Dat is licht verteerbaar als deze ronden snel voorbij vliegen maar minder als je dan nog een drie kwartier aan de slag moet (onze sessie duurde trouwens, zonder spelregeluitleg, meer dan drie uur). De individuele beurten kunnen dus door maximalisatie van de mogelijkheden wel een tijdje aanslepen, zeker naar het einde toe.

Heel goed kijken naar wat anderen naast hun windroos hebben liggen is zeer aan te bevelen. Onderschat ook de speelvolgorde niet. Eerst kiezen levert voordelen op. En zorg ervoor dat u een geldgenerator aan de gang krijgt zodat u te gepasten tijde overwinningspunten kunt kopen. Laat u ook niet vangen aan het laten passeren van de goedkope actiekaarten. Zij leveren op langere termijn meer op dan u denkt.

In tegenstelling tot wat u zou denken is het verzamelen van veel strafpunten minder determinerend voor de eindtelling dan verwacht, en al helemaal als u JVR heet en in B. woont.

Vooruit plannen is een activiteit die u zeker gaat moeten beoefenen in dit spel. Het is maar dat u het weet. En besef dat u tegelijk bezig bent met varen, het in bezit nemen van stadsgebieden en handelsgoederen, racen op de stadsmuur, leveren van goederen, het activeren en ge(mis)bruiken van wetten, gebouwen en personages en het verzamelen van actiesteentjes. Dat zijn veel dingen tegelijk. Uw cerebrale synapsen gaan nogal aan het werk worden gezet. Voorzie ook een korte rustpauze na dit spel. Doe even iets anders. Maak op een stormachtige dag een korte wandeling bijvoorbeeld. Of toon uw medespelers uw nieuwe gordijnen met bloemetjesmotief. Dat helpt en het is een mooie overgang naar het volgende spel.

Het feit dat u eerst kaarten moet activeren om ze te mogen gebruiken vraagt een beetje gewenning maar dat proces verloopt vrij vlot. De overvloed aan kaarten met tekst smeekt gewoon om een Nederlandstalige versie, al leverde voor ons de Duitse niet echt veel problemen op.

Stefan Feld, sedert Notre Dame is hij een grote held van mij, maar aan Macao ben ik toch beginnen twijfelen. Notre Dame blijft wat mij betreft nog steeds nummer 1 in de Feld-top 9.

Dominique