Snel en elegant en een kort lijstje

Snel, elegant en leuk. Dat zijn de eisen die ik tegenwoordig stel aan een spel. Ongelooflijk toch hoe deze drie eenvoudige ingrediënten in veel spellen vakkundig de nek worden omgewrongen.

Elegant: in het Van Dale woordenboek betekent het “sierlijk, bevallig”. Mijn speldefinitie is: speltechnisch soepel en niet te langdurend met snelle beurtwisselingen. Al kan zelfs het elegantste en simpelste spel door een grübler tot een drama worden getransformeerd. Je zult bijvoorbeeld tijdens een spelletje Diamant maar iemand aan tafel hebben zitten die bij elke beurt aan intensief kansberekenen doet. Maar daarover gaan we het wel eens hebben in een andere bijdrage.

Tegengestelde van elegant: stroef en complex. Ik kan er niet zo goed meer tegen, die complexiteit. Ik wil mij amuseren tijdens een spel, niet tijdens de beurt van een ander liggen denken aan de boodschappen die ik zeker de volgende dag niet mag vergeten te doen. Ik kan mij soms niet van de indruk ontdoen dat – ik zeg maar iets – een tafel Caylus-spelers zich écht niet amuseert. Hebt u zo’n kwartet al eens goed bekeken? Doodstil, het gezicht vertrokken tot een grimas, de monden gereduceerd tot een horizontale dunne streep door het tandengeknars (dat soms zelfs hoorbaar is). Al heb ik ooit een uitzonderlijk luide en onmiskenbaar plezierige sessie mogen gadeslaan in spelclub “De Speeldoos” in Aarschot waaraan Wim, Freddy, Kris – en ik meen Ronny – deelnamen. Bijna had Caylus mij toen verleid, tot ik besefte dat het om de spelers ging, niet om het spel. Die mannen beheersen immers het nobele ambacht om het meest saaie spel tot een belevenis te maken. Ik kwam net op tijd tot inkeer.

Gek genoeg hebben spelers na “een zware” behoefte aan “een lichte” (simpel en elegant) om zich weer wat op te laden. Te ontluchten. Vreemd, je zou zeggen dat na zo’n leuk spel onmiddellijk een tweede sessie wordt opgezet. Niet dus. Er wordt gegrepen naar iets leuks in de plaats. Iets om de spanning af te laten. Te ontspannen. U leest goed: ont-spannen. En dan wordt er plots wél gelachen en plezier gemaakt aan tafel. De spellenwereld en haar bewoners, het blijft een vreemd universum. Hoe verklaart u het anders dat een essentieel element waarnaar wij in het dagelijkse leven wanhopig op zoek zijn – geluk – door bepaalde spelers aan de speltafel absoluut niet wordt gedoogd?

Ik weet het: een zwaar strategisch en erg veel hersencellenvragend spel is ook een uitdaging en kan voor een aantal onder ons ook erg veel genot brengen, maar bij mij moet je er niet meer mee aankomen. Ik ga meer en meer voor de kortere, lichtere hap. Zonder in ganzenbordtoestanden te vervallen natuurlijk. Er zijn grenzen.

Nu wil het toeval dat de maand maart mij uitvoerig heeft voorzien van interessante, snelle en elegante hapjes. Hapjes die op mijn persoonlijke menukaart niet misstaan en dus zonder enige gène kunnen worden toegevoegd aan mijn bestaande lijst van andere heerlijke gerechtjes als – ik doe maar een greep – Notre Dame, San Juan, R-Eco, Keltis, Der Elefant Im Porzellanladen, Kardinaal en Koning.

Ik ga niet teveel in detail treden – u weet zelf wel waar u daarvoor terechtkunt – maar gewoon mijn eerste indrukken op u afvuren. U doet ermee wat u wilt.

Einauge Sei Wachsam (Amigo)

Dit is een “rollende sneeuwbal op bergflank wordt aanzienlijk groter-spel”. Ik ben niet voor dat soort spellen omdat die door de band langer duren dan ik draaglijk vind, maar deze klaart de klus in welgeteld 46 minuten en 25 seconden. We worden nog maar eens in de rol van piraten gedwongen en gaan op eilandjes allerhande graven naar vooral edelstenen (altijd al geweten dat piraten material girls waren). Gek genoeg moeten we de concessierechten voor die eilandjes eerst opkopen. De eilanden, voor de gemakkelijkheid in kaartvorm, hebben verschillende kleuren met daarop afgebeeld de kostprijs en het resultaat van de graafwerken ( geld, edelstenen, sabels). We kiezen deze uit een steeds weer aangevulde voorraad van zes en leggen ze mooi in rijtjes per kleur voor onze neus op tafel. Doen we dat krijgen we de voordelen onmiddellijk uitbetaald, samen met de voordelen die op alle andere kaarten in hetzelfde rijtje staan. Cumuleren heet dat. Daarna mogen we proberen een kaart uit de kajuit van waakzame eenoog te stelen door sabels in te zetten (drie of vier). Dan vullen we deze kajuit weer aan met een kaart uit de aanbodzone en zo dobberen we verder naar het einde, dat door het opduiken van jokerkaarten wordt ingeluid. Ter hoogte van het eindstation worden al onze goederen nog eens omgezet in edelstenen. Wie hiervan op het einde de dikste buidel heeft wint. En was dus extremely wachsam.

Sei vooral Wachsam voor de sabels. Dat is de gouden raad die ik u meegeef als u dit op tafel legt. Zeg achteraf niet dat u het niet wist. Sabels op voorraad betekent elke beurt een extra kaart. Dat tikt aan. En met een beetje meeval tikken ze u rechtstreeks naar de overwinning.

Een kleine doos, weeral eentje waarvan de illustratie u zal doen neigen het voor uw ukken van vier en vijf onder de Paasboom te leggen. Laat dat, want zij gaan hier geen weg mee weten. Ik daarentegen dan weer wel, geef dus gerust een seintje als u zich toch hebt laten vangen.

Islas Canarias (Clementoni)

Van de ene eilandengroep naar de andere. Naar de Canarische varen we deze keer. Hier geen verplichte aankoop van eilanden, we hebben er immers al eentje. Gratis mogen kiezen zelfs. En aangezien we, mens zijnde, toch onze bijdrage moeten leveren aan het naar de verdoemenis helpen van onze planeet bouwen we het maar gelijk vol met huizen en paleizen. Met als eindresultaat een prachtig verstedelijkt gebied.

Bouwen op ons eiland is simpel. Een kaart van een kolonist (jaja!), uit de hand spelen – deze zijn trouwens erg kleurrijk en heel divers geïllustreerd – en een huisje neerzetten in het voorkeurgebied en de voorkeurkleur van de betrokkene. Vier staan er op zo’n kaartje. Er zijn er bijvoorbeeld die graag aan de kust wonen. Andere, de Contadortypes, zoeken liever de bergen op. En een weg naast de deur kan ook erg handig zijn. Na het bouwen nog even een handkaart toevoegen aan de bemanning van het schip dat op het einde van een ronde onze eilandengroep aandoet en ziet, onze beurt is al voorbij. Als we niet bouwen trekken we gewoon drie kaarten van de trekstapel. Dat moeten we zelfs als we geen of slechts een kaart op hand hebben.

Nadat elke speler zijn beurtje heeft gehad meert het schip aan. De passagiers hiervan worden goed door elkaar geschud en een voor een op de kade gelost. Ook zij gaan bouwen maar ze kiezen welk eiland voor hen het interessantst is, lees: bij welke spelerseiland het meeste ruimte is naast het voorkeurstekje. Bij gelijke standen worden de voorkeurstekjes van links naar rechts op de kaart afgewerkt.

Tijdens onze beurt kunnen we onze bouwsels nog upgraden ook. Twee huisjes van dezelfde kleur worden een paleis, drie huisjes en/of paleizen een stad. Upgraden moet, want dat levert meer punten op en de eerste speler die een paleis in een bepaalde kleur bouwt krijgt het daarbij horende privilege (jaja!). Deze geven, zoals een degelijk privilege betaamt, extra voordelen op. Sowieso bij elke beurt een kaart trekken bijvoorbeeld, of huisjes van een verschillende kleur inruilen voor een paleis, of gelijke standen winnen.

Maar er zitten ook zes piraten (jaja!) in het spel die vuurtje stook komen doen bij spelers met die privileges. Zij mengen zich onder de passagiers van het schip en laten zich na het aanmeren eens lekker goed gaan. Zo goed zelfs dat ze een huis slopen of, als je pech hebt, een paleis.

Zodra een s
peler op het einde van een beurt 19 punten of meer heeft wordt er nog een laatste ronde gespeeld. Punten krijg je voor huizen (1), paleizen (3 voor het eerste, 2 voor de volgende in dezelfde kleur) en steden (5 per stad). Wie de meeste punten heeft wint en heeft een uitzonderlijke bijdrage geleverd tot het naar de kloten helpen van onze geliefde planeet.

Als u gluurderneigingen hebt maar u houdt zich in omwille van de pakkans is dit echt een spel voor u. Je brengt namelijk het meeste tijd door met het begluren van de bouwsels van je tegenstanders. Die bepalen immers voor een groot deel je acties. Weten welke kolonist je op de passagierslijst van het schip zet is hierbij zeer belangrijk.

Mooi materiaal, snel en elegant en afklokkend op 50 minuten en 23 seconden. Meer moet dat voor mij niet zijn.

Livingstone (Schmidt Spiele)

Dit is een mooie. Eenvoudige regels, voldoende diepgang, presenteert zich stijlvol op tafel zonder zich op te dringen en bevat een set edelstenen om u tegen te zeggen. Geen minuscule steentjes hier, maar joekels van mineralen die u bij frustratie best niet in de richting van een medespeler gooit. Die belandt dan – als hij geluk heeft – in het ziekenhuis.

Schoonheidsfoutje 1: te grote telstenen of een te smal scorespoor, u mag kiezen. Schoonheidsfoutje 2: een gele telsteen tekort. En laat dat nu net mijn lievelingskleur zijn. Dit spel begon dus wat mij betreft onder een erg slecht gesternte.

Benjamin Liersch heeft goed naar Yspahan gekeken. Dobbelen dus, steentje(s) pakken en een actie kiezen. Eenvoudige acties zijn het: een actiekaart nemen en eventueel onmiddellijk uitspelen, een tent plaatsen, graven in de plaatselijke mijn  of gewoon geld nemen. Een stoomboot op de Zambezirivier doet dienst als rondeteller en campingaanwijzer voor onze tentjes.

Na onze acties (we kunnen geen dobbelstenen meer nemen) wordt het tentenkampement op de oever gewaardeerd en vaart het stoomschip naar de volgende zone.

Tijdens onze beurt kunnen we nog doneren ook. In een fraai vormgegeven schatkist in onze kleur. Wie op het einde van het spel het minst heeft bijgedragen aan het algemeen belang – maar vooral dat van uzelf, maakt u zich vooral geen illusies – wordt met de nodige egards en in zijn blote poep de Zambezirivier ingeflikkerd. Daar zitten krokodillen. Ik heb iemand die door krokodillen werd opgegeten nadien nog nooit een spel weten winnen. Trek zelf uw conclusies.

Bij de eindtelling worden meerderheden van tentjes ook nog eens beloond, net als de edelstenen die je tijdens het spel niet hebt verkocht en nog in voorraad hebt en kun je alsnog actiekaarten met punten uitspelen om de balans uiteindelijk nog in jouw richting te laten overslaan.

Even terug naar die joekels van edelstenen. Grabbelen is een essentieel onderdeel in dit spel. Doet u dat graag, in zakjes zitten, mag u dit zeker niet laten liggen. En in gevallen van extreme nood – u hebt bijvoorbeeld een geliefde maar ook een slecht geheugen en u bent Valentijn vergeten – kunt u met een beetje creativiteit en durf met deze edelstenen nog een en ander rechttrekken.

Livingstone deed er heel wat langer over. Te lang naar mijn zin. Wij zijn nog volop bezig met living en we willen dus zoveel mogelijk pakken wat we kunnen. In zo kort mogelijke tijd. Dit spel draagt daartoe bij.

Goedgekeurd.

Master Of Rules (Z-Man Games)

Poepsimpel dit spel, al laat een eerste lezing van de regels het tegendeel uitschijnen. U hebt regelkaarten en getalkaarten in een bepaalde kleur in uw grijpgrage, met Oil of Olaz gehydrateerde, gevoelige handjes. Tijdens uw beurt speelt u een regelkaart of een getalkaart uit, tijdens een ronde een getalkaart én een regelkaart. Wordt op het einde van een ronde uw uitgespeelde regel gerespecteerd – u gaat het soms écht wel van uw tegenstanders moeten hebben – mag u de regelkaart in uw scorestapeltje leggen. Op het einde van het spel worden de verzamelde regelkaarten in punten omgezet, sowieso 1 punt per kaart en bonussen voor setjes van drie dezelfde en setjes van vijf verschillende. Wie het meeste punten heeft wint. Dat is nieuw.

De regelkaarten zijn simpel. Er is ere eentje die u doet beweren dat de som van de uitgespeelde getalkaarten van alle spelers het getal 23 niet overschrijdt. Of dat er een triootje op tafel ligt (jaja!). Of dat u de getalkaart die u uitspeelt uiteindelijk de hoogste van allemaal is. Of – mijn favoriet – dat uw rechterbuurman zijn regeltje uit de brand sleept en u daardoor ook (support right). Daar bestaat een term voor in het Nederlands: parasiteren.

Een spel waarbij u de regels zelf bepaalt terwijl u aan het spelen bent. Zo zijn er niet veel. Was het leven ook maar zo.

Veel tabletalk, bluf, bedreigingen, gesmeek en soms ook gewoon blind vertrouwen op een tegenstander. Dat zijn de ingrediënten van dit korte maar uitstekende kaartspelletje. Met dank aan Kristof voor de introductie.

Op de menukaart? Jazeker!

Dominique

 

 

De Schijnwerkelijkheid

Op zaterdag 28 februari bevond ik me thuis in de door mij zo geliefde schijnwerkelijkheid. Zo voer ik twee keer de Zambezirivier af, probeerde ik schatten te ontfutselen aan een eenogige piraat, vocht en onderhandelde ik op hoog niveau in een verafgelegen sterrenstelsel, was ik even verantwoordelijk voor de toeristische dienst in een wereldstad, runde ik een groot Europees luchtvaartbedrijf, was ik een machtsgeile senator in het Oude Rome en probeerde ik – last but not least – als een veredelde keuterboer mijn geiten in de stal te houden.

Schijnwerkelijkheid. Ze is niet door mij uitgevonden. Ik weet niet wie de term het eerst in de mond nam, maar wat het is wordt op een heel treffende manier omschreven door de heer Herman Finkers, een Nederlandse cabaretier die ik een zeer warm hart toedraag. Hier de link waarin hij de schijnwerkelijkheid op een zeer duidelijke en didactisch verantwoorde wijze uiteenzet. Zoals alleen hij dat kan. Ga er maar eens lekker voor zitten en geniet:

http://www.youtube.com/watch?v=kDUd2gp4akU

De schijnwerkelijkheid dus. De bovengenoemde schijnactiviteiten oefende ik uit tijdens het spelen van volgende spellen: Livingstone (Schmidt Spiele), Einauge Sei Wachsam (Amigo), Cosmic Encounter (Fantasy Flight Games), Cities (Emma Games), Master Of Rules (Z-Man Games), Jet Set (Wattsalpoag Inc.), Municipium (Valley Games) en Herr Der Ziegen (Amigo)

Ze komen de volgende dagen allemaal aan bod, maar sta me toe te beginnen met het spel waarmee ik vanuit een ogenschijnlijk hopeloze positie toch nog de grote oren van de overwinningsbeker wist vast te grijpen. Op briljant, magistrale, onnavolgbare, ongeëvenaarde en precedentloze wijze.

Jet Set (Wattsalpoag Inc.)

“Och kijk, Jumbo Jet!”. Zo klonk de denigrerende opmerking van een mijner medespelers toen dit op tafel werd gelegd, niet wetend dat het lachen hem een paar minuten later snel zou vergaan. Die paar minuten had hij nodig om te beseffen dat Jumbo Jet zich tot Jet Set verhoudt als Ganzenbord tot Caylus.

In Jet Set zijn wij beheerders van luchtvaartmaatschappijen. Wij vliegen boven Europees grondgebied van her naar der, claimen korte en lange luchtvaartroutes die zowel inkomsten als overwinningspunten opleveren en proberen door het aankopen van strategisch gunstig gelegen vluchtrechten ook nog wat extra winst te maken. Als medespelers onze verbindingen aandoen namelijk.

Beste medespeler, ik wil het nu met u even hebben over een goed dat – de huidige kredietcrisis indachtig – in dit spel even zeldzaam is als een goed zingende en acterende Paris Hilton: geld. U begint immers met een schamele 30 dollar. Zelfs een jonge Bill Gates zou zich met zo’n startkapitaal gillend voor de eerste de beste passerende vrachtwagen gooien. Geen tycoon dus die daarmee aan de slag wil. Van ons, beste medespeler, wordt dat dan weer wél verwacht. Wij zijn echt niet goed snik.

Geld is in dit spel zo schaars dat de maker (Kris Gould) u in de spelregels smeekt om toch maar in de eerste beurten enkele kleine vluchtroutes te claimen zodat u niet te snel zonder inkomsten – en daardoor zonder ook maar enige kans op de overwinning – komt te zitten. En ondanks die schaarste moet u toch maar vliegtuigen aankopen, eigendomsrechten aanschaffen, kerosine betalen en, het ergst van al, uw medespelers betalen om van hun luchtruim gebruik te maken.

Dit spel lijkt bij aanvang inderdaad – de Jumbo Jet-opmerking indachtig – de eenvoud zelve. Tot u uw budget moet gaan beheren. Beheren is al een hele klus, het laten renderen is een heel ander paar mouwen. Ik heb nog nooit aan een speltafel gezeten waar zo intens over gebrek aan geld werd gecommuniceerd als tijdens Jet Set. Een smerige zet van de makers is ook dat geld op het einde van het spel geen enkele waarde meer heeft, tenzij als het op een gelijke stand aankomt. Vergelijk het een beetje met een door olifanten bevolkte porseleinwinkel die u met de moed der wanhoop scherfvrij probeert te houden, tot de eigenaar u na een paar uur doodleuk komt vertellen dat de hele inboedel uit bordkartonnen replica’s bestaat.

Geldgebrek is een ding, actiegebrek een andere. Eén actie per beurt heb je: ofwel vluchtkaarten uit de uitlage claimen, inkomsten innen, vliegtuigen inzetten op je eigen routes of die van je medespelers en vluchtroutes aankopen. En dan komt dat verschrikkelijke woord tevoorschijn: dilemma. Gecombineerd met angst. Angst om de verkeerde actie te kiezen.

Mijn “moment de gloire” kwam na ongeveer een uur spelen. Ik had al de hele sessie het ongemakkelijke gevoel dat ik niet van de grond kwam en de anderen wel. Ik moest denken aan een mijner bijnamen in het spellenmilieu: de knoeier. Tot ik mij de trigger van het eindspel nog eens voor de geest haalde: twee vakantiekaarten die open komen te liggen, die dan op hun beurt aan elke speler de mogelijkheid geven een van hun superlange afstandsvlucht-vakantiekaarten uit te spelen. Bij spelaanvang krijgt iedere speler er zo twee op het handje en eentje mag uiteindelijk, als de voorwaarden vervuld zijn, op tafel. Deze voorwaarden zijn simpel: elke route op je kaart aandoen, slechts een keer, en aaneengesloten. Ze zijn tien punten waard en zodra de eerste is uitgespeeld duurt het spel nog welgeteld vijf ronden. Elke ronde waarin nog niet elke speler zulke kaart heeft uitgespeeld krijgen zij die dat wel deden twee bonuspunten.

Ik begon me dus als een – niet al te opvallende – bezetene te prepareren voor deze ultieme vlucht die me, indien goed getimed, minstens tien bonuspunten zou opleveren. In het beste geval twintig. Op dat moment had ik een armzalige zes punten aan korte en middellange vluchtroutes voor mij op tafel liggen. Met een beetje geluk kon ik dus een sprong maken naar zesentwintig.

Beste medespeler, het is me gelukt. Zodra ik mijn ultieme kaart uitspeelde brak bij mijn tegenstanders het angstzweet uit en werden de resterende vijf ronden, waarin geen van hen hun vakantiekaart kon uitspelen omwille van niet voldoende vliegtuigen op het bord en gebrek aan tijd, met trillende handjes afgewerkt. Het leuke is dat je vanaf het uitspelen van je vakantiekaart geen enkele actie meer mag doen, buiten het ontvangen van twee bonuspunten per ronde. Ik heb dus vijf ronden met de armpjes over elkaar mijn tegenstanders zien worstelen, zuchten, klagen, stressen en afzien. Om hen uiteindelijk, gereduceerd tot een hoopje ellende, mompelend hun nederlaag te horen toegeven.

Maar ondanks de nederlaag hadden ook mijn medespelers zich uitstekend vermaakt. Getuige hiervan het sms-je dat een van hen – een notoir veelspeler – me na zijn vertrek, op weg naar Heist-op-den-Berg, stuurde: “Jet Set was écht leuk. Bedankt voor de fijne dag.” U wilt een beoordeling? U hebt ze net gelezen.

The Winner Takes It All, zingen Anna, Agnetha, Bjôrn en Benny. Ze hebben gelijk. Al heb ik niet echt het gevoel van dat knoeier-koosnaampje te zijn afgeraakt. Dat ligt aan een aantal minder spectaculaire exploten die ik op die bewuste 28 februari tentoon heb gespreid. Toch wil ik een lans breken voor alle knoeiers onder ons. Nog veel meer dan dat zelfs. Maar dat, beste medespeler, is voor een andere bijdrage.

Dominique

Het aftrektal min de aftrekker is het verschil

Gisteravond, beste medespelers, heb ik Red November (Fantasy Flight Games) gespeeld.

Ik ga u niet vervelen met een uitvoerige speltechnische uiteenzetting – die leest u elders wel – maar ik ga u gewoon even laten aanvoelen hoe dit kleinood – u mag dat letterlijk nemen – op een doorsnee speler inwerkt.

Met z’n vijven zitten we erin. “Er” is een plaatsbepaling die je in dit geval het best kunt omschrijven als een druppelvormige blikken doos van ongeveer 20 meter lang en 5 meter breed. En het zit ons niet bepaald mee: tijdens het opsteken van een meegesmokkelde sigaret heeft een van de bemanningsleden ongewild een klein vuurtje laten ontstaan op het toilet. Blussen blijkt niet mogelijk wegens geen brandblusapparaat en net geplast. Door het wegzuigen van de zuurstof in die kleine ruimte – net naast de buitenwand gelegen – ontstaat er zoveel onderdruk dat een dichtingelement met chronische metaalmoeheid het begeeft en er een klein lek wordt geslagen.

Verplaatsen we ons op ongeveer hetzelfde tijdstip naar slaapcompartiment 5: twee bemanningsleden zitten tegen elkaar op hun Nintendo DS te spelen. Het draadloze systeem interfereert echter nogal ongelukkig met de torpedo-lanceersystemen met als gevolg een opgetrokken wenkbrouw van verbazing, gevolgd door een zweem van lichte paniek van de supervisor in de torpedokamer. Een van de nucleaire torpedo’s is op scherp komen te staan en het computersysteem heeft hem dan ook maar gelijk autonoom in de lanceerbuis geschoven. Over tien minuten gaat hij af. Geen probleem, ware het niet dat de lanceerbuis in kwestie tijdens het laatste klein onderhoud werd beschadigd waardoor er een knikje in zit. Dat betekent dat de torpedo zal ontploffen, alleen niet buiten de onderzeeër maar erin. Erin betekent samen met ons. De aanvankelijk lichte paniek slaat al snel over in totale ontreddering.

Het toilet- en Nintendogebeuren zet een aantal evenementen in gang volgens het dominoprincipe. Het gaat van kwaad naar erger. Het toilet komt helemaal onder water te staan, de brand die daar de oorzaak van was heeft zich ondertussen uitgebreid naar andere compartimenten, door de brand begint onze zuurstofvoorraad aanzienlijk te slinken, de drukregulator staat op ontploffen, de motoren geraken oververhit, kortsluitingen veroorzaken deurblokkades, enkele bemanningsleden zijn zwaar aan het drinken geslagen en tot overmaat van ramp werd aan stuurboord door een nog nuchtere matroos een inktvis opgemerkt met een omvang die na een ruwe schatting kan worden vergeleken met de optelsom van de voormalige Twin Towers.

We hebben nog ongeveer een uur als we hier levend uit willen geraken.

Blusapparaten worden aangesleurd, deuren worden bewerkt met koevoeten om ze toch maar gedeblokkeerd te krijgen, er wordt wanhopig naar gereedschapskoffers en pompen gezocht om de motoren te repareren en het stijgende water weg te krijgen.

Nog een klein probleem: we zijn met z’n vijven aan boord, samen met twee duikpakken. Ondanks de panieksfeer aan boord is het wonderbaarlijk vast te stellen hoe goed iedereen nog kan tellen. Vijf min twee is drie. Door de rook lijden we alle vijf – buiten chronische hoestbuien – ook nog eens aan serieuze desoriëntatie. We weten dus niet meer goed waar de duikpakken liggen. Met de dwingende gedachte “vijf min twee is drie” rolt iedereen over mekaar heen om toch maar een duikpak te kunnen bemachtigen. Boezemvrienden staan plots met getrokken koevoeten tegenover elkaar, er wordt met blusapparaten en waterpompen gegooid en er worden harpoenen op elkaar gericht. Tot plots een tegenwoordige van geest roept: “Die harpoenen zouden we beter gebruiken om dat beest buiten onschadelijk te maken!” Die inktvis! Die waren we helemaal vergeten!

Gelukkig bewaart de kapitein zijn koelbloedigheid en roept iedereen tot de orde. Zonder samenwerking gaan we er sowieso allemaal aan. Iedereen aan de slag dus. Er is geen andere weg.

Zo slagen we er uiteindelijk in met veel zwoegen en coördinatie onze duikboot 50 van de 60 minuten functioneel te houden. Toch, in die 50 minuten krijgen we te maken met drie lanceerpogingen van onze geklemde torpedo met kernkop, een amper tegen te houden oververhitting van de kernreactor, onbestuurbaarheid door een blokkering van de schroef, een nauwelijks af te remmen daling van onze zuurstofvoorraad, vier ondergelopen en vijf afgebrande compartimenten, twee blackouts door teveel wodkagebruik en een vechtpartij nadat iemand riep: “Als ge nu nog één keer het woord inktvis durft uit te spreken haal ik hem binnen en ik steek hem in uw gadverdemse r..!”

Chaos alom dus, tot iemand fijntjes opmerkt: “De duikpakken zijn verdwenen.” Weer valt op hoe snel en secuur een mens, ondanks een hartritme van 240 slagen per minuut, tot tellen in staat is. Er wordt al snel duidelijk wie van de vijf bemanningsleden deel uitmaakt van de aftrekker en wie van het verschil.

Een vechtpartij.

Een display die nog 9 minuten aangeeft.

Een gigantisch oog aan een patrijspoort.

Een kort maar krachtig visioen van een bloedmooie vrouw in een miniscule bikini op een zonovergoten strand die zich naar me toe draait en fluistert: “Alles goed met je, schatje?”

Een oorverdovende knal.

Een bodem.

Een oorverdovende stilte.

U begrijpt, beste medespeler, we hebben het niet gehaald. Het uur waarvan hierboven sprake duurde ongeveer 150 minuten. Ze vlogen. En ondanks de setting die toch ietwat neigt naar een chronische depressie hebben we ons uitstekend vermaakt. Meer zelfs, lang geleden dat ik nog zo gelachen heb.

Red November krijgt van mij groen licht. Een belevenis. Al mag het woordje “leven”, gezien ons schandelijk resultaat, tot de volgende sessie even opzij gezet. U leest dit goed: tot de volgende sessie. Want die komt er. Gegarandeerd.

Dominique

 

 

 

Hohoho!

Er is een nieuwe ISO-norm in de maak in Vlaanderen. Aangaande het omgaan met potentiële klanten. Hij heeft al een naam: de Hodin-norm. Ik heb het gevoel dat men bij deze Belgische distributeur het toppunt heeft bereikt wat betreft het ontvangen, verwennen en vasthouden van bezoek. Gastvrijheid ten top. Niets laten ze aan het toeval over: bakken gezelligheid, drankjes en hapjes a volonté, containers vol spellen en je het gevoel geven dat je belangrijker bent dan Barack Obama. Wat bij nader inzien natuurlijk ook zo is. Daar wil ik op een koude winteravond mijn Toyota wel eens voor induiken.

Op 30 januari jongstleden was het weer zover. Grote afwezige: SmallWorld van Days Of Wonder. Maar ik ken Vinci, dus ik weet zo ongeveer waaraan we ons binnenkort kunnen verwachten. En dat is niet slecht, al lijkt het gebruikte kleurenpallet van de nieuwe editie toch een beetje pijn te doen aan de ogen. Ik heb Vinci in mijn kast staan. Afwachten dus of een upgrade wenselijk is.

De nieuwe van Ystari, Bombay, was wel present. Zoals te verwachten heel mooi en kleurrijk, overzichtelijk kleurrijk. En de olifanten zijn prachtig. Maar veel belangrijker: iedereen die het had gespeeld was vol lof. En het waren ervaringsdeskundigen van het betrouwbare soort. Schrijf het dus maar bij op je wenslijstje. Ik heb spijtig genoeg de belegering van de Bombaytafel niet kunnen doorbreken dus ik kan geen persoonlijke getuigenis afleggen.

Wat ik wel heb kunnen spelen: Pickpocket (Repos Production), Excape (Filosofia) en Dice Town (Matagot). Van deze drie is Dice Town in mijn ogen de nummer één, het zilver gaat naar Pickpocket en Excape sluit wat spelgenot betreft het rijtje en krijgt dus brons.

Dice Town

Van Ludovic Maublanc en Bruno Cathala. Dit laat zich eenvoudig samenvatten: simultaan dobbelen met pokerstenen. Elke beurt beslissen welke steen of stenen je meeneemt naar de volgende dobbelbeurt (meer dan één of geen kost extra dollars). Zodra er een speler zijn vijf stenen heeft openliggen mogen de andere spelers nog een keer. Dan wordt er afgerekend. Afhankelijk van wat je hebt gedobbeld mag je in Dice Town een en ander verzamelen: goud in de goudmijn, geld in de bank, actiekaarten in de winkel, kaarten van andere spelers in de saloon, een badge in het kantoor van de sheriff (die beslist over gelijke standen), onroerend goed in het gemeentehuis en overschotjes bij Doc Badluck (die trouwens ook niet te versmaden zijn).

Dat gaat zo een tijdje door tot de goudmijn is leeggehaald of het onroerend goed uitgeput. Dan gaat iedereen zijn punten tellen voor goud, geld, eigendommen, actiekaarten en de sheriffbadge. Winnaar geeft een rondje. Gedaan.

Wij speelden een prototype, maar dat zat volgens mij toch al heel dicht tegen de definitieve versie aan. Ik heb trouwens nog nooit zo’n lekker aanvoelend speelgeld in mijn handen gehad. Hopelijk blijft dat erin.

De dobbelbekers uit het prototype leken verdacht veel op die van Bluff. Hier mag in mijn ogen nog wat worden bijgestuurd. Een iets grotere maat bijvoorbeeld want je moet bij elke beurt een of meerdere stenen onder je bekertje vandaan halen en dat is toch een beetje priegelen. Een bodempje om het schudden te vergemakkelijken ware ook handig geweest. Het staat zo knullig met je handpalmpjes.

Verder geen discussie: een goed, redelijk licht spel voor 2 tot 5 outlaws, een eretitel die ik met graagte draag. Al vraag ik me af of het wel goed is om dit spel met echte outlaws te spelen. Het gepriegel met de steentjes onder de beker geeft echt wel de mogelijkheid een beetje (veel) vals te spelen.

Pickpocket

Een Diamantachtige Knizia. Diamant is dik in orde, dus even een kijkje.

We zitten ergens in de kroeg in een kroezelig stadje in de middeleeuwen. Daarbovenop zijn we ook nog eens eerste klas zakkenrollers in de fleur van ons leven en dus op het toppunt van ons kunnen. Gokken is ons ook niet vreemd en als we in vorm zijn durven we daar heel ver in gaan. Alle ingrediënten voor een aanzienlijke inkomstenverhoging zijn dus aanwezig. Aan de slag dus. Speltechnisch heeft men de nobele kunst van het zakkenrollen mooi doorgetrokken naar het spel: we graaien om beurt in een zak. Deze zit vol kaarten met daarop afbeeldingen van kettingen en koordjes waaraan allerlei waardevols hangt, vier per afbeelding. Als je aan de beurt bent kies je ervoor om een kaartje uit de zak bij te trekken en aan te leggen of de kroeg met de tot dan verzamelde buit te verlaten en daarvoor te scoren. Voor de ononderbroken lijntjes vermenigvuldigd met de openliggende kaarten. Op het aan de buitenzijde van het spelbord aanwezige scorespoor. Handig. Zolang je in de kroeg blijft stijgt de kans dat je meer punten kunt halen, maar ook de kans dat je slechte kaarten uit de zak haalt, t.t.z. kaarten waarvan de kettingen of koordjes niet meer doorlopen en onderbroken zijn. Dan kun je niet meer scoren voor die lijn(en). Wachten of kiezen voor zekerheid is dus de boodschap.

In de zak zitten ook wachters – heel realistisch allemaal – die, als ze worden getrokken de twee uitgangen gaan blokkeren. Worden er twee wachters getrokken geraak je dus niet meer buiten met je, euh, buit. Dommage!

De laatste speler die in de kroeg blijft hangen moet dubbel of niets spelen. Hij moet twee kaarten uit de zak trekken en spelen of kaarten uit de hand (drie die hij gekregen heeft bij aanvang van het spel).

Als de zevende wachter zijn opwachting maakt eindigt het spel. Bij de reeds verzamelde overwinningspunten wordt de waarde van de niet gespeelde handkaarten nog opgeteld. Et voilà! On a gagné!

We hebben het allemaal al eens eerder gezien – en ook dit is een bewerking van een reeds bestaand spel, Double Or Nothing van Uberplay – maar het is echt wel een aanradertje. Ook visueel.

In de basisversie lijkt het me als achtervolgende speler moeilijk weer aansluiting met de kopgroep te vinden. De variant met de extra voordeelkaarten (bijvoorbeeld een geheime gang die de blokkade van de twee wachters omzeilt), die ik niet heb gespeeld maar me wel heb laten uitleggen, verhelpt dit euvel blijkbaar, temeer daar de speler die op kop ligt niet van deze kaarten gebruik mag maken. Best meteen hiermee aan de slag dus.

Excape

Heel simpel dobbelspelletje dit. Een race. Een remake ook, van Exxtra. Van Reiner Knizia. Voor drie tot zes spelers. Iedere speler heeft twee speciale dobbelstenen, die zich van normale dobbelstenen onderscheiden door de aanwezigheid van een 7 en een X. Er wordt gegooid tot een bevredigend – lees: zo hoog mogelijk – resultaat wordt bekomen. Vervolgens legt men zijn stenen op een centraal veld op het kleine spelbordje dat onderverdeeld is in zones van 0 tot 5. Leg je je stenen bijvoorbeeld op het 5-veld en je stenen liggen er bij je volgende beurt nog, mag je je pion op het loopveld 5 plaatsen vooruit zetten. Je dobbelstenen kunnen door je medespelers echter weggespeeld worden als ze hoger of gelijk gooien. Realistisch en nuchter blijven is dus de boodschap. Een X gooien is altijd slecht. Ze beëindigt onmiddellijk je dobbelpoging en je gaat daarbovenop nog eens achteruit op het loopspoor, twee plaatsen zelfs als je de pech hebt er twee te gooien.

Wie het eerste aankomt is gewonnen. Eenvoudig, snel en een beetje hilariteit. Volgens mij een topper in de kroeg van enkele alinea’s hierboven. Want in die kroeg blijf je nooit langer dan 20 minuten, een tijdspanne waarin dit zonder problemen kan afgehaspeld worden.

Naar het schijnt gaat Hodin de frequentie van de nocturnes wat opdrijven. Twe
emaandelijks fluisterden de wandelgangen. Een erg mooi vooruitzicht!

Een perfecte winteravond in Kortenberg. En dan durven ze op het einde van zo’n avond nog vragen naar wat er eventueel verbeterd zou kunnen worden. Typisch Belgisch: nooit tevreden, ondanks de hoge kwaliteit van het gebodene.

Merci Hodin!

Dominique

De “De Tafel Plakt!” Awards 2008: deel 22

 

Enkelspel van het jaar

Voor de spelfanaten onder ons die niet beschikken over medespelers en ook niet over een computer of console bestaan er gelukkig spellen die solo kunnen worden gespeeld. Agricola is er bijvoorbeeld zo eentje.

Agricola gaat niet met de prijs lopen. Niet dat het geen goede solovariant heeft, maar het plezier geeft toch de doorslag en dan kan ik niet om “A Touch Of Evil” (Flying Frog Productions) heen. Gek genoeg geeft de doos 2 tot 8 spelers aan. Ik heb dit echter al enkele keren solo gespeeld, met één karakter (u weet wel wie) en dat was een uiterst aangenaam tijdverdrijf. Lees: ik heb genoten. Geen regelaanpassingen nodig, gewoon er tegenaan en alles geven om dat gespuis uit het dorp te jagen. Het is bij pogingen gebleven aangezien ik tot nu toe zelf het dorp werd uitgejaagd, maar ik ben er een paar keer heel dicht bij geweest. Een aanrader als u alleen moet.

Dubbelspel van het jaar

Krakow 1325 AD (Geode Games)

We leven in een gekke spellenwereld. Tijdens het voorspel van Krakow 1325 AD moet je goeie maatjes zijn met je partner maar tegelijkertijd op een achterbakse manier de fundamenten leggen voor het meedogenloze eindspel. Want dan ontaardt dit dubbelspel in een alles of niets enkelspel waarbij het de bedoeling is je partner ook nog eens van de baan te meppen. Zodat je uiteindelijk zelf alleen overblijft. En wint. Spellen als metafoor voor het echte leven. De jongens van Geode Games hebben hier een wel erg symbolisch geladen statement weggegeven. Denk je eraan van je partner te scheiden is dit een heel goeie manier om te oefenen. Daarbovenop raad ik levenspartners ten zeerste af dit spel als team te spelen aangezien dit proces alleen al de basis kan leggen voor een echtscheidingsaanvraag. Ik ken nóg spellen die dit klaarkrijgen – I’m The Boss welt spontaan in me op – maar Krakow 1325 AD spant toch de kroon. U bent gewaarschuwd.

Meest miscaste spelonderdeel van het jaar.

De startspelerfiche van “A Touch Of Evil” (Flying Frog Productions). Deze erg groot uitgevallen ronde fiche – met de afbeelding van een vrolijk rondvliegende kikker erop, op een helwitte achtergrond nota bene – vloekt zodanig met de rest van de horrorgetinte spelonderdelen dat het belachelijk wordt. “Dat past als een tang op een varken” zeggen ze bij ons in Vlaanderen. En ik vermoed ook in Nederland. Vergelijk het een beetje met Erica Terpstra die op de olympische spelen een vrije kuur op de brug met ongelijke leggers zou doen. Dat vloekt.

Leukste doos van het jaar

Illusio (Funforge). Klein, kubusvormig en kaartfixerend zonder dat je elastiekjes of andere hulpmiddelen moet gebruiken. Hier is over nagedacht. Dat zouden meer uitgeverijen moeten doen, nadenken. Dat zou het zware leven van ons, spelliefhebbers, aanzienlijk veraangenamen.

Stressgenererendste spel van het jaar

Space Alert (Czech Games Edition). Ik weet niet of u dit al eens hebt gespeeld, maar moest de term “stress” bij u geen enkele associatie oproepen raad ik u zeker aan hier eens voor te gaan zitten. Ten eerste moet u al op zoek naar een cd-speler, wat ten huize van ondergetekende al een zekere vorm van stress met zich meebrengt. Ik moet immers eerst in onderhandeling met mijn dochters die, in tegenstelling tot papa, wél allemaal over een draagbaar cd-apparaat beschikken. Gelukkig werden in mijn geval de onderhandelingen positief afgesloten, zij het in ruil voor een niet onaanzienlijke som geld. Waar ik, achteraf bekeken, een hele hoop spellen mee had kunnen kopen. En die gedachte levert ook weer stress op.

Goed, we hebben die cd-speler, we hebben onze medespelers en het spel en we zitten aan een tafel met een stopcontact in de buurt. Cd in de lader en we zijn vertrokken. Dan moet er, met het geluid van sirenes op de achtergrond, worden gepland. Acties. Op een Roborally-achtige manier. Tegen de tijd. Tegen een erg korte tijd. Het is voorbij voor u het weet. Tijdens de rit (vlucht) geeft een robotachtige stem ons bevelen die liefst zo snel en efficiënt mogelijk moeten worden uitgevoerd. Loopt de planning in het honderd gaan we er allemaal aan. En ik heb het gevoel dat er dan meestal eerst naar mij wordt gekeken. Dat geeft stress. Moet er nog een tekeningetje bij? Het is een wonder dat mijn oudste dochter haar cd-speler heel heeft teruggekregen.

Zit u in een moeilijke levensfase? Laat deze beker dan aan u voorbijgaan.

Wargame van het jaar

2 De Mayo (Devir / Gen X Games)

Om de volgende redenen: klein, overzichtelijk, ontzettend kort, leuk en bij verlies dezelfde avond nog een revanche mogelijk. Zelfs meerdere. Deze kenmerken staan in schril contrast met die van de meeste andere wargames die ik ken. Schril heeft in de vorige zin de betekenis van aangenaam.

Ook als u geen wargamer bent moet u dit zeker eens proberen.

Schrikreactie van het jaar

Kris D.V. tijdens “Bello Bijt!” (Spel 2008, Broechem, 29/11/2008).

U moet zich Kris voorstellen als een boom van een kerel, een beetje te vergelijken met de Noormannen in de strip “Asterix en de Noormannen”. Mannen die wanhopig op zoek waren naar de betekenis van het woord angst.

Kris, wiens fysieke nabijheid altijd een extra veiligheidsgevoel oplevert, schoof op bovengenoemde datum samen met mijn jongste dochter en haar vriendinnetje aan voor een partijtje “Bello Bijt” (Goliath). Bello is een plastic hondje van ongeveer 20 cm schofthoogte dat bij zijn bordje kluifjes zit te slapen. Als u goed luistert hoort u hem zelfs zacht snurken. U wordt geacht kluifjes uit Bello’s bordje te stelen zonder dat Bello wakker wordt. Kaartjes geven aan van welke kleur en hoeveel kluifjes u moet gappen. U moet dat doen met een extreem groot uitgevallen pincet wat het er allemaal niet gemakkelijker op maakt. Wordt Bello wakker schiet hij recht en maakt hij een bijtbeweging in uw richting, onder begeleiding van een extreem angstaanjagend plastic-achtig klikgeluid.

U hebt zich ondertussen misschien al een beetje een beeld gevormd van wat nu komen gaat.

Kijk mensen, ik heb al heel wat mensen zien schrikken in mijn leven, inclusief mijzelf. Maar niets van deze ervaringen kan tippen aan de fysieke angstreflex die de heer Kris D.V. daar, op die beruchte 29 november, ten toon spreidde. Hij schoot anderhalve meter achteruit, spelers en tafels en stoelen wegduwend. Zijn korte haar stond recht overeind en wat ik in zijn ogen zag, die ondertussen zo groot geworden waren als tennisballen, kan alleen maar worden bekomen bij iemand die wordt geconfronteerd met het voorwerp van zijn allergrootste angst. Bij mij is dat een caissière van de plaatselijke Lidl. Bij Kris he
b ik een flauw vermoeden.

De prijs is binnen, Kris!

(Spellen?)baby’s van het jaar

Lore, de tweede wolk van Kristof en Lia

Karlijn, de eerste wolk van Marleen

Spellied van het jaar

Denn Im Wald Da Sind Die Rauber, Halli Hallo, Die Räuber, Die war’n In Sie Verknallt.

De rest van dit licht erotisch geladen heldendicht vindt u in de spelregels van “Im Wald Da Sind Die Räuber” (Krimsus Krimskrams Kiste). Tijdens het spelen hebben wij dit regelmatig gezongen, vooral wanneer iemand het aan zijn fles had. Spellen, ze vermogen wat met een mens.

Uitbreiding van het jaar

Tribun: Die Brutier Erweiterung (Moskito / Heidelberger Spieleverlag). Een uitbreiding die een speler opzadelt met totaal andere overwiningsvoorwaarden dan de rest, je moet het maar doen. Schmiel is alles behalve een schlemiel, dat laat hij hier weer eens duidelijk blijken. En dat hij nu maar eens snel werk maakt van een nieuwe oplage van A La Carte.

Meest welgekomen spelvertaling van het jaar

Der Hexer Von Salem, vertaald door Arne De Cnodder van spelclub Spinli (Lille).

Soms komen de dingen je toegewaaid op het enige juiste moment. Deze vertaling, die je ook op BGG kunt vinden, kwam tot mij op een moment dat ik gebrand was het spel te spelen maar absoluut geen zin had in het doornemen van het Duitse regelwerk. Ik heb soms van die momenten. Dankzij Arne kon mijn spelverlangen toch op korte tijd worden bevredigd, waarvoor ik hem hier nog eens uitdrukkelijk wil bedanken.

Miskoop van het jaar

Wolsung: The Boardgame (Kuznia Gier)

Elk jaar is er zo wel eentje. In 2005 was dat bijvoorbeeld Aquädukt (Schmidt Spiele). En in 2008 hebben ze me ook liggen gehad. Wolsung: The Boardgame kocht ik in voorbestelling op Spiel. Omwille van de schoonheid, het thema (Steampunk) en de relatief korte spelduur. De enige variabele waarmee ik geen rekening had gehouden was het spelplezier. En laat nu net dat compartiment schitteren door zijn afwezigheid. Een te grote geluksfactor gecombineerd met een dalende pleziercurve wiens neergang zich al vrij snel na spelaanvang aftekent. Geen aanrader. En door dit hier neer te schrijven geraak ik er waarschijnlijk ook nooit meer vanaf.

Misrekening van het jaar

De doos van Stone Age (Hans Im Glück). Het is eigenlijk een simpele overweging die men bij Hans Im Glück had moeten maken. Ofwel de doos dieper ofwel de dobbelbeker kleiner. Alleen heeft men die overweging pas gemaakt nadat het spel al in de schappen lag. De folie hield alles nog mooi bij elkaar, maar zodra die er kwijlend van verlangen af wordt gescheurd knapt het deksel omhoog als was het de broeksriem van Erica Terpstra tijdens een postolympisch dineetje. Het blijft verbazingwekkend hoe ogenschijnlijk simpele en noodzakelijke aanpassingen pas worden doorgevoerd nadat het kwaad al is geschied. Des mensen zeker?

Spelonderdeel van het jaar

1) De ijsschotsen van Ice Flow

2) De Tapijtjes van Marrakech (Suleika)

3) De Moai en de Pukao van Giants

Lelijkste speldoos van het jaar

Diamond’s Club (Ravensburger). Die Sylvester Stallone is er teveel aan.

De paria’s van het jaar

Eén mijner favoriete awards, die voor de kneusjes.

Er zijn zo van die spellen die je het niet toewenst dat ze bijna geruisloos in de nevelen des tijds verdwijnen. Mijn spellenrekken staan er vol mee. Pareltjes waarvoor menig spelliefhebber onterecht de neus voor heeft opgehaald. Ik kan zo meerdere spellenweekends vullen met spellen waarvan u na afloop zult zeggen: “Had ik het maar geweten. Niet meer te krijgen zeker?”

Hieronder, in de categorie met als eretitel “De Paria’s Van Het Jaar”, in alfabetische volgorde de laureaten.

Amerigo (daVinci Games)

Geef dit kaartspelletje een kans. Zeker als u van uitgekiend timen houdt. Want daar draait dit spelletje om. Het juiste doen op het juiste moment. En hou dat naderende speleinde in de gaten, want dat kunt u ook timen. Zeer handig als u net op dat moment op kop ligt.

Battlefields Of Olympus (Smartass Games Ltd.)

U moet zich wel even door de niet altijd even duidelijke regels worstelen, maar als u dat achter de rug hebt kunt u lekker met de prachtige kaarten aan de slag. Een schermutselingspel voor twee dat niet ontgoochelt.

Deukalion (Parker Spiele)

Al was het maar omdat u met uw eigen manschappen mag gooien.

Fruit Fair (Wattsalpoag, Inc.)

Deze verdient absoluut meer aandacht. Boomgaard voor gevorderden.

Jet Set (Wattsalpoag, Inc.)

Ticket To Ride voor gevorderden die ook graag met geld aan de slag gaan. En ik ben zeker dat ik u daaronder mag rekenen.

Monuments – Wonders Of Antiquity (Mayfair Games / Abacus)

Een mijner lievelingen van het jaar 2008. Misschien omdat ik alle spelletjes tot nu toe gewonnen heb, maar deze heeft mijn “sweet spot” toch vol geraakt. Duurt niet lang, is overzichtelijk en echt leuk.

Professor Pünschge (Zoch)

Een breed uitwaaierende doelgroep maar toch hoor je er weinig van. Toch is dit in zijn genre, deduceren, een absolute aanrader. Normaal gezien val ik niet voor dit soort spellen maar deze is zo’n uitzondering die mijn regel bevestigt. Omwille van de aanpasbare moeilijkheidsgraad ook zeer leuk voor kinderen.

Reise Zum Mittelpunkt Der Erde (Kosmos)

Deze verdient absoluut meer aandacht. Het betere familiespel. En zo schoon!

Robin Des Bois (Tilsit)

Verscheen reeds in 2005 bij het label Hofyland Community en werd, volkomen terecht, in 2008 weer opgepikt en opgesmukt door Tilsit. Het spelbord glimt wel een beetje veel maar dat doet niets af aan het spelplezier dat hier wordt geserveerd. En, ondanks de soms koppige unilateraal Franse vasthoudendheid wat de regels betreft wordt hier toch een Engelse vertaling bijgeleverd.

Saigo No Kane (Wolf Fang P.H.)

Geef toe, wanneer krijgt u eens de kans om als mooiste meisje van de klas aan leerlingenverkiezingen op een middelbare school mee te doen? Ik heb hier jaren op gewacht. Vergis u niet, dit is een spel voor spelers, al geeft de manga-achtige vormgeving een heel andere indruk. Er vliegen bijvoorbeeld hartjes in het rond en er worden zelfs houten exemplaartjes bijgeleverd. Blijf toch maar alert, want dit is een spel op het scherp van de snee. Meerdere wegen leiden naar de overwinning en nog veel meer naar de nederlaag. Alleen jammer dat de karakterfiches te breed zijn voor de plastic voetjes. Maar dat heeft geen enkele invloed op het spelplezier, wees gerust. Dan liggen ze maar op het spelbord. Liggen, dat is naar verluidt een int
ens beoefende activiteit op de middelbare school tegenwoordig.

Sylla (Ystari)

Wat mij betreft een van de beste van Ystari. Punt.

The Princess Bride: Storming The Castle (Playroom Entertainment / Toy Vault Inc.)

The Princess Bride is nog steeds een van mijn lievelingsfilms. De injectie van een aantal Monty Python coryfeeën is daar niet vreemd aan. Nu is er een kaartspel uit met originele footage van die film. Dat op zich is wat mij betreft al een aanschaf waard. Maar nu blijkt onder deze uitermate slecht getimede marketingstunt (meer dan 10 jaar na het verschijnen van de film, die je trouwens heden ten dage aan €2.99 kunt terugvinden in de dvd-afdeling van de Free Record Shop) dat er ook nog een erg leuk spel in de doos zit. Odin’s Raben voor vier is dit. Dat is geen slechte referentie.

Traders Of Carthage (Z-Man Games)

Een leuk spel dat meer aandacht verdient. Handelen onder druk, daar kun je dit het beste mee vergelijken. Ik geef u een goede raad: hou die bootjes extreem nauwkeurig in de gaten, zeker als u met addergebroed aan tafel zit. Ze hakken ermee in uw inkomsten dat het niet mooi meer is.

Tegenslag van het jaar

Z-Man Games op “Spiel” in Essen. Wat die uitgever daar heeft meegemaakt geldt nu al als hét schoolvoorbeeld van de wet van Murphy in de praktijk. Douaneperikelen, te weinig van dit, teveel van dat, verdwenen containers, verkeerde containers, zoekgeraakte documenten, stakingsaanzeggingen en tot overmaat van ramp was de koffie nog koud ook.

Doosafbeelding van het jaar

Blackadder op de doos van Strozzi (Rio Grande Games : Abacus).

Hij stond al eens op Medici vs. Strozzi maar nu mag hij solo. Om niet-spelers, maar wel liefhebbers van de betere BBC comedy, tot een spel te verleiden durf ik dit wel eens uit de kast trekken met de woorden; “Iemand zin in het Blackadder-spel?” Het lukt altijd weer.

Dobbelsteenworp van het jaar

Mathias G. op 27/12/2008. Ghost Stories. Bij de enige en ultieme kans op de overwining. Hij gooide toen het enige wat hij mocht gooien of het was game over. Drie keer rood met drie dobbelstenen hadden we nodig, er was geen andere weg. En wat gooit de heer G.? Drie keer rood. We hadden Wu-Feng bij zijn pietje!

Ik vrees wel een beetje voor Mathias’ liefdesleven..

Puzzel van het jaar

Die Hängenden Gärten (Hans Im Glück).

Jigsawen voor gevorderden.

Duidelijkste spelregels van het jaar

A Touch Of Evil (Flying Frog Productions)

Overzichtelijk, duidelijk, in kleur en bevolkt door mooie vrouwen. Meer moet dat niet zijn.

Onduidelijkste spelregels van het jaar

Habitat (Valley Games)

U worstelt zich in totale verwarring door het boekje, met beschrijvingen allerhande, tot u vaststelt dat de eigenlijk spelregels op de laatste twee bladzijtjes staan. Die op hun beurt ook al niet uitblinken in duidelijkheid. Toch jammer dat er eerst zo’n gepuzzel nodig is vooraleer je aan de slag kan.

Bedrieglijkste doos van het jaar

Fruit Fair (Wattsalpoag Inc.), en doe de rest van de spelonderdelen er ook maar meteen bij. Net als “If Wishes Were Fishes” gaat dit uw winkelkarretje in voor de kindjes. En, net als bij “If Wishes Are Fiches” gaan ze uw nieuwe 4×4 zitten bekrassen terwijl u de spelregels aan het uitleggen bent. Want dit gaat boven hun pet.

Vrouwvriendelijkste spel van het jaar

Genji (Z-Man Games)

Groot is de kans dat ik vanaf nu als stereotieper van het jaar word afgeschilderd, maar toch ga ik ervoor. Als ik om mij heen kijk en luister durf ik toch stellen dat de meeste vrouwen vallen voor romantiek, gekenmerkt door: zachte fluisterwoordjes in met minuscule donshaartjes afgezette oortjes, smachtend nachtelijk nat verlangen, prinsen in witte BMW’s, geparfumeerde liefdesbrieven en gedichten, balkongezang, niet-meer-zonder-kunnen, hartjes op gecondenseerde autoruiten, Chris De Burgh, opengehouden deuren en tijdens het regenwandelen regenjassen op waterplassen. En voeg er vanaf heden maar aan toe: Genji het kaartspel.

Wij, die met een piemeltje in witte BMW’s, proberen de vrouwtjes voor ons te winnen door poëzie. U leest dit goed, piemeleigenaar. Echte mannen zijn ondertussen al weggezapt. Zij die nu nog aan het lezen zijn, zijn vrouwen, watjes of mannen die het nog niet goed weten. We leveren gedichten af vol zoete woordjes, rekening houdend met elementen die de schoonheid ervan nog in positieve zin kunnen beïnvloeden zoals het seizoen waarin we ons bevinden en ik vermoed ook het feit of onze aanbedene al dan niet haar maandstonden heeft. Wie dit het beste doet, wint en krijgt een huwelijk cadeau. Al kan gediscussieerd worden over de heilzaamheid daarvan. Maar daar kun je weer met andere spellen aan verhelpen. Krakow 1325 AD bijvoorbeeld.

Klaviervriendelijkste uitgever van het jaar

JKLM Games

Multifunctioneelste kaarten van het jaar

Amerigo (da Vinci Games). Als daar zijn: varen, terugvaren, ontdekken, op de markt brengen, koopwaar, inkomsten.

Runner up: Uruk, Wiege Der Zivilisation (DDD Verlag GmbH). Als daar zijn: uitvindingen, bouwplaatsen, overwinningspunten, grondstoffenvoorziening, bouwmaterialen, speciale acties

Mooiste kaarten van het jaar

In willekeurige volgorde:

Habitat (Valley Games)

Dominion (Rio Grande Games / Hans Im Glück / 999 Games)

A Touch Of Evil (Flying Frog Productions)

Battlefields Of Olympus (Smartass Games Ltd.)

Dunste kaarten van het jaar

Monuments, Wonders Of Antiquity (Rio Grande Games). Het spel zelf is echter dik in orde. Het gekke is dat het lijkt alsof ze na een paar keer spelen dikker zijn geworden. Ik weet niet welk natuurverschijnsel hier aan het werk is. Het kan uiteraard ook aan mijn verwrongen geest liggen.

Mijlpaal van het jaar

Via Romama (Hans Im Glück). De mijlpalen in dit spel blinken uit door hun uitermate irritante irritantheid. U moet na het eerste spel gegarandeerd samen met hen eerst door een fixatieproces waarvoor u met uw creatieve geest eerst zelf een eigen procedure moet uitwerken.

Logo van het jaar

Winning Moves

Winning Moves werd uiteraard niet opgericht in 2008, maar hebt u dat logo al eens goed bekeken? Hoe die pijltjes die ster vormen? Schoonheid door eenvoud. Het mooiste logo in spellenland. Zou verplicht als illustratie moeten dienen in elke cursus logodesign.

Beste medespelers, hie
r eindigt het overzicht van 2008 van “De Tafel Plakt!”. Ik spreek graag met u af in januari 2010, wanneer wij 2009 aan een grondige dissectie zullen onderwerpen. In afwachting zal ik een poging blijven doen om u te bestoken met berichtgeving allerhande, al dan niet relevant, over de wondere wereld van het spel. En hoe dat mijn leven en dat van anderen beïnvloedt.

Een oprechte merci voor uw aandacht.

Dominique 

De “De Tafel Plakt!” Awards 2008: deel 21

Evenement van het jaar

Spel in Broechem. Ongetwijfeld. Terwijl iedereen in oktober kwijlend naar Essen trekt vertoeft mijn persoonlijke gedachtentrein stoomfluitend van voorpret in Broechem, een dorpje onder Antwerpen. Niet dat ik “Spiel” geen warm hart toedraag, integendeel. Maar ik merk de laatste paar jaren dat ik mijn plezier vooral haal uit het gezelschap waarmee ik op die beurs rondloop. En de bekenden die ik daar tegen het lijf loop.

Broechem is overzichtelijk en gezellig. Daar kunnen ook mijn dochters en hun vriendinnetjes een hele dag hun spelershartje ophalen. Het spelen zelf staat daar centraal en laat nu dat hetgene zijn wat ik het liefste doe. Daar vind je, ook al ga je alleen, altijd wel een plaatsje aan een of andere speltafel. Voorlopig althans. Want hoe lang dit evenement nog op de huidige locatie kan doorgaan is, gezien het terechte succes, een groot vraagteken. In 2009 kan het blijkbaar nog. Maar daarna? Aan de ene kant hoop ik – vanwege de gezelligheid – dat de bovengrens is bereikt, aan de andere kant gun ik de Forumfederatie met dit initiatief nog meer succes.

Ach, er is het Sportpaleis nog. En indien het echt de spuigaten begint uit te lopen moet het maar ergens in de zomer. Op de wei van Werchter bijvoorbeeld.

Morgen geeft De Tafel de laatste awards weg. De laatste stuiptrekking. Want alles is nog niet gezegd. Ik heb 1 februari nog nodig. U zult wel zien waarom.

Tot morgen!

Dominique

De “De Tafel Plakt” Awards 2008: deel 20

Opwindendste spelmoment van het jaar

Er vallen er twee in de prijzen: onze eerste overwinning met Pandemic (juni 2008) en onze eerste nederlaag met “Der Hexer Von Salem” (december 2008).

Niet toevallig twee coöperatieve schatjes.

Nooit zo genoten van een overwinning als die op Pandemic. Iedereen aan tafel gooide spontaan en schreeuwend de armen de hoogte in. De hysterische taferelen na Obama’s verkiezingsoverwinning kwamen nog niet tot aan de enkels van de ontlading die Pandemic bij ons teweegbracht. Nog nooit meegemaakt aan een speltafel. En ik draai toch al een tijdje mee. Een spel dat zoiets klaarspeelt verdient alle lof en bewondering. Het exploot werd geleverd na meerdere sessies, we konden gewoon niet stoppen tot de scalp aan onze gordel hing. En de liefde voor het spel is gebleven. Pandemic, wij houden van u!

“Der Hexer Von Salem” is een ander paar mouwen. Zeer frustrerend dit spel. De eerste keer relatief gemakkelijk gewonnen maar achteraf vastgesteld dat we een belangrijke regel aangaande het zaaien van monsters verkeerd hadden toegepast. Hadden we regelconfom gespeeld waren we eraan gegaan. Sindsdien heeft “Der Hexer” ons menig poepie laten ruiken. De Heer Necron is ten huize van het meest verwenste heerschap aller tijden geworden. Eet mijn jongste haar patatjes niet op gaat het van: “Ik zeg het tegen Meneer Necron hoor!”. In december 2008 speelden we een sessie die naar ons aanvoelen eindelijk de goeie kant opging. Alles onder controle, poortjes gesloten, artefacten in de aanslag en nog ver van de waanzin verwijderd. Tot het tijdens het eindspel zwaar begon mis te gaan. Ik bespaar u de details – het is te pijnlijk om ze hier nog eens te moeten neerschrijven – maar het kwam erop neer dat de heer Necron het hoekje om ging. U zult opwerpen dat “het hoekje omgaan”, zeker als het de heer Necron betreft, toch een na te streven doelstelling is. U vergist zich schromelijk. Gaat de Heer Necron het hoekje om – meerbepaald zijn hoekje – voordat de “big guys” zijn onthuld verliest u het spel. Samen met uw spelgenoten. Een domper. Gek genoeg was de rit naar de domper zeer spannend, interessant, afwisselend, onvoorspelbaar en vooral: opwindend. Opwinding en verliezen, u ziet ze zelden samen in een zin. Het is een beetje als water en vuur verzoenen. Of Joden en Palestijnen. Knappe kerel die dat klaarspeelt.

Deze knappe kerels blijven proberen. Ik heb het gevoel dat we na het kleinkrijgen van Necron wel gewapend zullen zijn voor een verzoeningsmissie tussen Joden en Palestijnen. Eentje die kans op slagen heeft zelfs. Ik hou u op de hoogte.

Tot morgen!

Dominique

De “De Tafel Plakt!” Awards 2008: deel 19

Origineelste speltitel van het jaar

Succesvol Slecht Zijn (Mystics.nl)

Echt weer een spel voor mannen, zullen de vrouwen onder ons opwerpen. Misschien, al ken ik ook wel een paar vrouwspersonen die zich hiermee ook uitstekend uit de slag zouden kunnen trekken. Ik moet toegeven dat deze erg lang in de running zat voor de award van “manvriendelijkste spel van het jaar”. Maar we moeten het nu ook niet gaan zoeken, hé jongens.

“Succesvol slecht zijn”: de titel van dit kaartspel dekt volledig de lading. U mag eindelijk een keertje door- en doorslecht zijn. Meer zelfs: u moet! Anders zit winnen er voor geen meter in. U ontwikkelt superwapens, brengt afschuwelijke monsters groot, ontvoert prinses Mathilde of Maxima (en geeft haar niet terug, al ben ik daar wat Mathilde betreft niet helemaal zeker van) en meer van dat fraais. U doet dat bij voorkeur onder begeleiding van een afgrijselijke satanische bulderlach.

Ik weet er verder niet veel over. Ik heb het niet en ook nog niet gespeeld. Misschien omdat ik al succesvol slecht bén. Maar bent u nog in volle opleiding en wilt u een bijkomend oefenpakket kunt u hiermee weinig verkeerd doen.

Startleeftijd: 8 jaar. Tja, jong geleerd..

Tot morgen!

Dominique

De “De Tafel Plakt!” Awards 2008: deel 18

Trend van het jaar

Twee trends vallen hier onherroepelijk in de prijzen: de terechte (her)waardering van het coöperatieve spel en de hoge graad van “doe-het-zelf-vakmanschap” dat tegenwoordig van de doorsnee speler wordt geëist.

Trend één: Ik heb het meegemaakt dat ik werd uitgelachen omdat ik melding maakte van mijn onvoorwaardelijke liefde voor “In De Ban Van de Ring”. Coöperatief spelen was immers voor watjes. Ik werd net niet aan een schandpaal op de grote markt gezet, met als bovenschrift “Dit hier speelt coöperatief: bespotten en beschimpen graag!” Nú is het bon ton om te dwepen met coöperatieve spellen. Pandemic, Red November, Battlestar Galactica, Der Hexer Von Salem. Noem maar op. Trouwens, speel “In De Ban Van De Ring” eens samen met de uitbreidingen “Vrienden En Vijanden” en “Battlefields”. Ik garandeer u dat u om uw moeder roept. Ik hoop dan ook van ganser harte dat deze award volgend jaar uitvloeit in de prijs “blijver van het jaar”.

Trend twee: doe-het-zelvers in de spellenwereld. Vroeger was het simpel: spel uit de doos en spelen maar. Nu, in eeuw 21 – toch de era van het gebrek aan tijd – wordt van ons verwacht dat wij alvorens van enig spelplezier te genieten een resem herstelwerkzaamheden uitvoeren. Ik heb vroeger geleerd dat een belangrijke eigenschap van herstelwerkzaamheden is dat het om een activiteit gaat die plaatsvindt nadat er sleet of beschadiging door manipulatie is opgetreden. Hier, beste medespeler, moeten we aan de slag alvorens we het produkt kunnen gebruiken. Beeldt u zich even in dat u een nieuwe auto koopt (Lada laten we even buiten beschouwing). Alvorens u ermee kunt rijden moet u eerst uw uitlaatbevestiging bijschroeven, uw kofferdeksel waterdicht maken en uw portieren passend. Enkele voorbeelden: Giants (de hoofden van de Moai moeten bijgevijld om de hoedjes te laten passen), Via Romana (de mijlpalen moeten manu militari aan de voetjes worden bevestigd), Saigo No Kane (de voetjes van de karakters moeten met de grootste omzichtigheid wijder worden gemaakt), Comuni (het aftelspoor moet gecorrigeerd en bijgeplamuurd), Middle Kingdom en Genji (de kleverige kaartjes vragen extreme concentratie en fingerschpitzen gefuhl bij het uit elkaar halen). Extreme handigheid wordt van ons geëist. Daarbij komt nog dat de onderdelen meestal niet al te groot zijn en enig precisiewerk van ons wordt verwacht. U zult maar bouwvakker zijn, met handen als kolenshoppen, en tevens spelliefhebber. Moesten microchirurgen zich trouwens aan deze uitdagingen wagen, ze liepen krijsend de kamer uit. Elke zichzelf respecterende speler beschikt tegenwoordig over een van materiaal uitpuilende gereedschapskoffer: soldeerbouten, superlijm, ijzerdraad, snoerloze boormachines, vijlen, schaven, breekmessen (met veiligheidspal), lasapparaten (elektrisch en MIG), schroevendraaiers, precisiehamers, een uitgebreide horloge-herstellingsset en een zandloper. Er zijn spelersvrouwen die mij huilend kwamen vertellen dat hun man geen tijd meer had voor de dagelijkse klusjes omdat ze al hun tijd spendeerden aan het spelklaar maken van hun kleinoden. Zo ver is het dus gekomen in 2008.

U telt vanaf nu voor twee want u bent gewaarschuwd. Ik zag trouwens onlangs een mooie en budgettair verantwoorde moersleutelset in de Gamma. Zich reppen is hierbij een toepasselijk werkwoord.

Maar geen nood: terwijl ik dit neerschrijf klinkt uit mijn tv-luidsprekers het troostend lied “Somewhere Over The Rainbow”. Rekening houdend met het bovenstaande betoog is het u toegestaan de tekst naar eigen goeddunken aan te vullen.

Tot morgen!

Dominique

De “De Tafel Plakt” Awards 2008: deel 17

Het meest tijdverslindend spel van het jaar

Android (Fantasy Flight Games)

Als er nog dromen zijn die u tijdens dit leven wilt realiseren legt u dit spel beter niet op tafel. De kans dat tijdens de sessie alle oliebronnen ter wereld uitgeput zijn, de gemiddelde temperatuur door de opwarming van de aarde met 20° Celsius is gestegen, Osama Bin Laden president van Amerika is geworden en u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt is vele malen groter dan de kans dat u het eindspel haalt.

180 minuten speeltijd staat er op de doos. Mag ik even? Hahahahahahahahahahahahahahaha! 300 minuten (minstens!) lijkt me een veel realistischer benadering.

Sciencefiction, u mag altijd bij me langslopen als u er iets over te vertellen of te doen hebt. Een spel spelen bijvoorbeeld. Alles kán tenslotte in dat universum. Zo heb ik bijvoorbeeld zeer genoten van UFO’S! Fritten Aus Dem All (Argentum Verlag), verder afgekort als UFADA, waarin aliens de aarde veroveren door her en der hamburgertenten neer te poten, vervolgens á volonté frietjes en hamburgers te bakken, ze vol te spuiten met psychofarmaca en deze zonder enig schuldgevoel aan ons, nietsvermoedende aardbewoners, te verkopen. U begrijpt: wij gaan eraan en zij hebben er weer een planeetje bij.

Vergeleken met Android is UFADA ganzenbord in space, met kleine ruimtescheepjes i.p.v. gansjes en een zwart gat waar normaal gezien de put hoort te zitten. Want ik wil u even waarschuwen voor de complexiteit van dit spel. Android pakt het wel leuk aan door een moordmysterie te creëren dat relatief dringend moet worden opgelost terwijl de protagonisten ook nog eens met hun eigen demonen – zeg maar de hindernissen van het leven – moeten afrekenen. Voorkomen dat je zo zot wordt als een deur bijvoorbeeld. De demonen van het leven, ik kan erover meespreken. Ik heb er ruimschoots ervaring mee. Op de snelweg die leven heet staan ze mij regelmatig grijnzend toe te wuiven. De vraag is alleen of ik ze ook nog op de speltafel wil tegenkomen. Dat intern conflict, gecombineerd met een missie van heb ik jou daar, die dan op haar beurt nog eens in concurrentie moet met je tegenstanders, maakt Android een – hoe zal ik het zeggen – zwaar spel. Er zijn er onder ons die zich daar eens lekker helemaal in kunnen laten gaan. Dat is hen gegund, maar als er eentje tussenzit die zich ook helemaal laat gaan in het zogenaamde “lekker lang nadenken over een optimale zet” moet u heel erg beginnen oppassen. Voor levensdromen die dan niet meer kunnen worden gerealiseerd bijvoorbeeld.

Of spelletjes die nooit zullen worden gespeeld.

Tot morgen!

Dominique