En heb ik er u al attent op gemaakt dat..

Het spel “De Drie Musketiers” (Sirius) moeilijk te winnen valt door Richelieu en zijn rode trawanten, ook al heeft er eentje van hen een pistool op zak en behoort ook Milday, een notoire maar ook ordinaire vamp, tot het arsenaal van de Eerwaarde Slechterik?

En dat er spelers bij aanvang van dit spel in de war waren omdat er vier musketiers in de doos zaten en niet drie? Alexandre Dumas draait zich om in zijn graf. En dat de vier musketiers allemaal meedoen in elk spel, ongeacht het spelersaantal?

En dat u het als slechterik helemaal alleen moet doen, overgeleverd aan het gekonkel en de willekeur van uw samenspannende medespelers?

Ik was die slechterik. Een slechte slechterik eigenlijk want ik werd in een mum van tijd door mijn medespelers op achterstand gereden, of eerder: gestoken. Van het wassen van een varken, een uitspraak waarvan ik me bij aanvang nogal hooghartig had bediend, was helemaal geen sprake. Het was Real Madrid tegen FC Knudde. Het sieraad van de koningin, dat waar Richelieu wanhopig naar op zoek is, veranderde voortdurend van eigenaar en na enkele korte schermutselingen waarbij ik meestal het onderspit dolf (pech bij het dobbelen) wist ik al niet meer welke bres het eerst te dichten. Ik heb namelijk maar tien vingers. En de bressen waren met minstens elf.

Ik vermoed wel dat dit spel na meerdere sessies door Richelieu beter te controleren valt. Achteraf gezien maakte ik ook te weinig gebruik van mijn actiekaarten en was het voortschrijden van de koningin (een timer in het spel) eerder te vergelijken met tergend traag gestrompel waardoor de musketiers meer tijd hadden om zich rustig naar de balzaal te manoeuvreren. Ik was écht geen partij voor mijn gezelschap (ik begin me trouwens stilaan af te vragen waarom ik me überhaupt nog bezig hou met spelen).

Maar toch bekruipt mij langzaam het gevoel dat ik het ooit nog wel eens wil proberen. Dat zegt nu ook niet veel, maar toch iets.

Ook leuk dat dit in het Nederlands verschijnt.

Dominique

En hebt u al doorgekregen dat..

Het spel Granada (Queen Games) eigenlijk Gralhambra zou moeten heten?

Het is alsof er tijdens een laboratoir uitgevoerd kloonproces per vergissing enkele lichte afwijkingen zijn ontstaan. Muren werden getransformeerd in kanalen, gebouwtegels zijn nu beiderzijds bedrukt (met aan elke zijde aan anderskleurig gebouw: gelukkig staat aan de vooorzijde aangegeven welke kleur van gebouw zich aan de achterzijde bevindt), de waarderingen tijdens het spel zijn enigszins anders t.t.z. elke kleur wordt gewaardeerd maar tijdens het scoren tellen de gebouwen van de tegenstanders mee om uw score te bepalen, en tenslotte is er een waardering voorzien voor beginners en gevorderden. De beiderzijdse bedrukking en de nieuwe manier van scoren werd door mijn medespelers het interessantst bevonden.

Die beiderzijdse bedrukking laat u trouwens toe een tegel, mits een extra betaling van drie eenheden in gelijk welke munt, met de andere zijde op uw, ongetwijfeld prachtig, domein te leggen. En dat is één van de meest interessante overwegingen die u tijdens dit spel kunt maken.

Was u ooit verliefd op Alhambra maar bent u een beetje op elkaar uitgekeken is Granada een niet al te bedreigend alternatief. Of ze samen in uw spellenkast moeten staan is een heel andere vraag. Daar heb ik mijn serieuze twijfels over. Als u ook beschikt over de jubileumeditie van Alhambra zou u zich tijdens een schijnbaar perfect georganiseerde spelavond wel eens van doos kunnen vergissen. En het zal na het uitspreiden op tafel mogelijk ook even duren vooraleer u doorheeft dat u met het verkeerde spel aan de slag bent, misschien pas op het moment dat de eerste waardering zich aandient.

Kortom: het is leuk maar geen must. Het spelbord had ook niet gehoeven. Dat misten we bij de originele Alhambra ook niet, al ben ik wel blij dat daarmee het verwarrende gezigzag op het scorespoor van de originele editie tot het verleden behoort.

Ach, het verleden. Daar kan u ik nog mooie dingen over vertellen. Dat komt nog. Later.

Dominique

En bent u trouwens op de hoogte van het feit dat..

The Independent op 7 november jongstleden op haar website haar lijst van de 50 “beste” bordspellen heeft gepubliceerd?

Vol verwachting klopte mijn hart bij het klikken naar die lijst. Een fractie van een seconde later stond het zo goed als stil.

De Horror! Ze hadden beter gewacht met publiceren tot aanstaande vrijdag. De dertiende.

Hou u vast:

  1. Othello
  2. Pictureka
  3. Snakes And Ladders
  4. Make Your Own Opoly
  5. War On Terror
  6. The Logo Board Game
  7. Snail’s Pace Race
  8. Trivial Pursuit Team
  9. Master Labyrinth
  10. Murder Mystery Mansion
  11. Enchanted Forrest
  12. Risk
  13. Pentago
  14. Beat The Parents
  15. The Bad-Tempered Ladybird
  16. No Stress Chess
  17. Backgammon
  18. Last Word
  19. Castle Knights
  20. Articulate
  21. Sequence
  22. Smart Ass
  23. Suitcase Detectives
  24. Rummikub
  25. Perplexcitiy
  26. Syl-la-bles
  27. Ludo
  28. Cranium Wow
  29. Ingenious (aha!)
  30. Family Fortunes
  31. Guess Who?
  32. Scrabble
  33. Brainmaster
  34. Big Brain Academy
  35. Shut The Box
  36. Game Of Life
  37. Blokus
  38. Scattergories
  39. Qwirkle
  40. Taboo
  41. Quoridor
  42. Pass The Bomb
  43. One Banana Two Banana
  44. Hexago Continuo
  45. Carcassonne (aha!)
  46. Where Is Moldova?
  47. Creationary
  48. Pictionary
  49. Ticket To Ride (aha!)
  50. The Really Nasty Motor Racing Game

Als u me niet gelooft moet u zelf maar eens gaan kijken. Wel betreden op eigen risico!

http://www.independent.co.uk/extras/indybest/outdoor-activity/the-50-best-board-games-1815441.html?action=Popup&ino=50

U kunt wel een beetje terug op uw positieven komen door enkele van de commentaren onder de lijst tot u te nemen. Zo weet u dat u niet alleen staat.

God Save The Brittish Boardgame Community. Ze zullen het nodig hebben.

Ik wens u alvast een rustige nacht toe!

Dominique

Wist u ook dat..

“De Zwarte Kater” (The Game Master) u op de rand van de waanzin kan brengen?

Kent u dat oplichterspelletje van op de markt? Drie doosjes met onder één doosje een balletje. U mag zien onder welk doosje het balletje verdwijnt, vervolgens zet u geld in en gaat de oplichter met de doosjes aan het schuiven. U gokt uiteindelijk verkeerd en schuift vervolgens op uw beurt uw geld richting oplichter. Er zijn echt wel dingen die in de sterren geschreven staan.

Of “De Zwarte Kater” u oplicht moet u zelf uitmaken. Feit is dat men hier nog een stap verder gaat. U krijgt hier vijf doosjes voorgeschoteld en niet één balletje, maar vijf verschillende en mooi geconcipieerde houten ingrediënten: een zwarte kater (ten allen prijze te vermijden), een klein stukje kaas, een groot stuk kaas, een chocoladereep zonder wikkel en een niet te versmaden snee spek. U mag getuige zijn van het bedekken van dit materiaal en vervolgens gaat de spelleider aan het schuiven. Vervolgens vraagt de brave man of vrouw onder welk doosje zich bijvoorbeeld het kleine stukje spek bevindt. U brengt uw schattige muis daar zo snel mogelijk naartoe. Wie eerst in de rij staat krijgt immers meer opbrengst. Geen geld deze keer, wel ordinaire gele houten blokjes. Als u twijfelt gaat u ook best aan het bidden dat u niet voor De Zwarte Kater hebt gekozen, want dan moet u meer ordinaire gele houten blokjes inleveren dan bij een andere verkeerde, maar minder bestraffende, keuze.

Weinig, maar mooi materiaal dat in een kleine doos past en leuk voor tussendoor. En best wel spannend. In ieder geval spannender dan de mededeling “Wij hebben ook gekoelde dranken!” bij uw plaatselijke drogist. Ik ben zeer benieuwd hoe kinderen het hier vanaf brengen. Ik vermoed hoe jonger hoe beter.

Balanceert u echter op de rand van een zenuwinzinking, een gegeven dat gezien het intreden van de donkere dagen voor Kerstmis en de hectische tijden waarin wij leven niet ondenkbaar is, adviseer ik u met dit spel toch even te wachten tot u zich wat beter voelt. Anderen raad ik aan dit gerust eens te proberen.

Dominique

Wist u dat:

Colonia (Queen Games) een interessant strategisch spel is dat zeker de nodige aandacht verdient, een overdadige productie kent, iets te lang duurt en vrij rustig gespeeld wordt?

U moet ongeveer een week vooruit kunnen denken om het hier goed vanaf te brengen. Op dag één wordt bepaald welke wetten er gaan gestemd worden, welke en hoeveel goederen er worden geproduceerd (denk aan schoenen, vesten, wielen e.d.), welke en hoeveel schepen er gaan uitvaren en met welke goederen u ze zult moeten volladen om geld in vier verschillende valuta te verdienen. Op dag twee stuurt u uw eigen familieleden naar de gemeenteraad zodat u allerhande stemmingen positief of negatief kunt beïnvloeden. Op dag drie jaagt u uw resterende familieleden de markt op om grondstoffen te kopen. Op dag vier produceert u met die grondstoffen goederen en op dag vijf probeert u die in de haven op de klaarliggende schepen te wurmen die, ongeacht of u in dat wurmen slaagt, sowieso de haven uitvaren. Op dag zes wordt u voor uw geleverde ladingen uitbetaald en op dag zeven kunt u met uw zuurverdiende centjes in de vier beschikbare  valuta relikwieën kopen op de plaatselijke charlatanbeurs. Dat zijn uw overwinningspunten.

Een week vooruit denken is voor mij een hele opdracht. Zelfs een minuut is voor ondergetekende al een hele opgave. Maar er zaten er bij ons een paar aan tafel die duidelijk een lucratieve bijverdienste als waarzegger hebben gemist en dus vrolijk streden voor de overwinning. Ze eindigden, als ik het me goed herinner, alledrie dicht bij elkaar: 20 – 20 – 18. En had die laatste ocharme drie Brugse bankbiljetten van waarde 1 meer gehad, was die ook op 20 geëindigd. Of dat verontrustend is weet ik niet. Dicht bij elkaar is altijd spannend. Alleen gaat het dan van details en tiebreakers afhangen. U bent daarvoor of u bent het niet. Bekijk het maar.

Ikzelf had bij het begin van de zesde en laatste ronde slechts één schamel punt verzameld (ik begin me stilaan af te vragen waarom ik me überhaupt nog met spelen bezig hou), maar door mijn opgebouwde geldreserve haalde ik toch nog alle acht de bonuspunten binnen voor de hoogste waarde in elk van de vier valuta. Van één naar negen in één ronde. Niet slecht, maar toch nog maar de helft van mijn tegenstanders.

Ach, waar is de tijd dat relikwieën nog waarde hadden en aanzien gaven. Moest u echter nog geïnteresseerd zijn: ik verkoop haarlokken, teennagels en huidschilfers aan zeer democratische prijzen. U moet wel zelf zorgen voor een indrukwekkend schrijn om ze in op te bergen.

Ik waag me er waarschijnlijk niet meer aan, aan Colonia. Maar als u strategisch ben ingesteld en u kunt tegen een stevige stoot van een dikke twee uur moet u zeker eens langsgaan in Keulen.

Dominique

 

El Cóndor Paso.

Stefan Dorra: ik heb altijd een boon voor de man gehad. De reden daarvoor? Er zijn er meerdere: Razzia, Alles Im Eimer, For Sale, Kreta, Tonga Bonga, Volle Hütte en Land Unter.

Ook op spiel 2009 sleepte de brave man een nieuw spel in het voetlicht, El Paso, al heb ik het gevoel dat velen de volgspot niet hebben waargenomen

Dat niet waarnemen was een grote vergissing, maar wel begrijpelijk aangezien de meesten onder ons op zoek waren naar spellen met woorden in de titel als Loyang, Carson, Vasco, Dungeon, Navis, Wensleydale, Factory, Roll, Teutonica, Seaside en Ghost.

En er zijn er nog die schandalig en dus onterecht over het hoofd werden gezien. Dat zal hier de volgende dagen en weken ten overvloede worden aangetoond.

El Paso is niet vernieuwend. El Paso blaast u niet van uw sokken. El Paso overdondert u niet als u na de spreidstand van het spelbord uw tafeloppervlak bekijkt. El Paso geeft zelfs een zeer bescheiden indruk. Misschien is dát de reden waarom u er zo snel voorbij liep in Essen. Of het kon ook aan Tobago liggen, dat eveneens bij Zoch lag te blinken en door zijn visuele presentatie El Paso degradeerde tot het Beest van Belle.

Wat is El Paso dan wel? Heel gewoon hoor, medespeler: spelplezier.

Het was trouwens lang geleden dat ik nog zo intens heb genoten van het uitponsen van fiches. Dát was nog eens een makkie. U kijkt gewoon eens indringend naar de ponskaart en de fiches vallen er zo uit. Waren het niet slechts 36 fiches geweest, ik had er probleemloos uren mee kunnen doorgaan. Heel wat anders dan de wortelfiches van Rabbit Hunt bijvoorbeeld, die u best met behulp van een slijpschijf uit de ponskaarten verwijdert.

Het is altijd meegenomen, een leuk voorspel.

Het spelbord is ook niet echt iets om met de nodige trots op uw salontafel uit te stallen als er bezoek komt. We hebben allemaal al veel beter gezien. Of we allemaal al evenveel beter gespeeld hebben is een andere vraag, maar daar kom ik zo dadelijk op terug.

Ben ik niet zo enthousiast over het spelmateriaal (1 spelbord, 36 buitfiches, 5 speciale zeszijdige dobbelstenen, 1 stoffen zak, 50 houten waardeblokjes, 48 buitkaarten en Doc Holliday, die aangeeft in welke stad u aan de slag bent), het spel zelf doet de grijsheid van het materiaal – heel on-Zoch trouwens – wegsmelten als sneeuw voor de westernzon.

El Paso is eigenlijk het eindpunt van het spel. Voor we daar arriveren hebben we andere stadjes aangedaan die naar klinkende namen luisteren als Deadwood, Cheyenne, Abilene, Santa Fe, San Diego en Tombstone. Stadjes die door onze grijpgrage tengels gaan worden beroofd van alles wat los en vast zit.

In El Paso aankomen gaat ieder van ons lukken. Alleen is dat niet voldoende om het spel te winnen. In El Paso moeten de zakken van iedereen immers leeg. Wie daar het meeste inhoud toont, is winnaar.

Het paard op nu.

Tijdens onze passage in de hoger genoemde stadjes laten we ons eens goed gaan. We overvallen alles wat overvalbaar is, zoals de saloon, de plaatselijke veeboeren, de bank en de goudmijn. De waarde en hoeveelheid van de buit wordt bepaald door uit de stofzak twintig fiches te trekken en deze op de plaats van delict uit te spreiden, van laag naar hoog. Waar we onze zinnen op hebben gezet geven we aan door een kaart uit te spelen. Eerst leggen we ze om beurt gedekt, om vervolgens gelijk te openen. Vervolgens gooit de startspeler de vijf speciale dobbelstenen en kijken we bibberend toe wat er gebeurt. Elke dobbelsteen met een sheriffster komt op één van de vijf sheriffvakken op het bord te liggen. Dat is belangrijk want wordt de vijfde ster gegooid vliegen de spelers die op dat moment nog in de stad zijn al hun buit en worden ze bedekt met pek en veren de stad uitgejaagd. De schande!

Als er een saloonsymbool of een brandmerkteken wordt gegooid gaat er ook een siddering door het gezelschap. Spelers die in de saloon en bij de veeboeren een slag wilden slaan blijven dan immers met lege handen achter.

Als een overval lukt moet de speler die de hoogste kaart van de betreffende locatie heeft uitgespeeld als eerste de bovenliggende buitfiche nemen. Dat is die met de laagste waarde. Dat gaat zo verder tot iedere betrokken speler een buitfiche heeft gekregen of de fiches op zijn. Tussen de overvalbeurten door kunnen we onze handkaarten tot zes aanvullen van een stapel naar keuze. Dat mag zonder uw beurt af te wachten, u bent tenslotte uitschot.

Indien er lafaards aan tafel zitten is de kans groot dat ze voor alles overvallen is al lang de wijk hebben genomen. Dat biedt zekerheid over (een gedeelte van) de buit, maar het is toch eerder een activiteit voor watjes. Wie als eerste met de staart tussen de benen een stad verlaat mag u slechts één buitfiche meenemen, de volgende twee, de daaropvolgende drie enz. U mag ook slechts één buitfiche meenemen naar de volgende stad, de andere moet u inruilen voor “nuggets”, zijnde overwinningspunten. Die kunnen ze u in elk geval niet meer afpakken. De omruilwaarde is in Deadwood, waar we van start gaan, 4 tegen 1. In El Paso, de aankomstplaats, is de ruilwaarde 1 tegen 1. U moet ook rekening houden met een erg lucratieve omruiltabel voor buitfiches die in bepaalde steden niet te halen vallen. In een stad zonder goudmijntje bijvoorbeeld kunt u uw goudvoorraad 1 tegen 1 inruilen. U weet wat u te doen staat.

Zo trekt u van stad naar stad, overvalt naar believen, verzamelt buitfiches of wordt door de sheriff de stad uitgejaagd. Allemaal met één doel voor ogen: in El Paso de rijkste slechterik zijn.

Wat maakt dit nu leuk?

In het begin van het spel hebt u van elke potentiële locatie een kaart op hand. Na de eerste overval kunt u uw handkaarten aanvullen van een locatiestapel naar keuze. Interessant. Ook interessant is het observeren van welke kaarten uw medespelers op hun behaarde handen nemen. Dat verraadt het een en ander.

Ook interessant. Het beurtelings al dan niet afleggen van een handkaart. Dat verraadt of u zich klaarmaakt voor een overval of de stad verlaat. Komt u later in de speelvolgorde, kunt u hieruit bruikbare informatie afleiden. Bruikbare informatie haalt u ook uit het gewoon omdraaien van de aflegstapel na uitputting van de trekstapel. Mits wat memory-vaardigheden kunt u weten welke kaart bovenaan komt te liggen. Dat uitvlooien is tot op zekere hoogte haalbaar, want elk stapeltje bevat slechts acht kaarten.

Ook leuk: het risico om voor een lege brandkast te staan, hetzij door het leegroven ervan door uw medespelers vooraleer u kunt toeslaan, hetzij door de sheriff die u bij uw pietje pakt, hetzij door het gooien van een saloon- of brandmerksymbool door die klootzak van een werper van dienst.

Heel leuk: het push your luck principe. U kunt ervoor blijven gaan, al raad ik u dat niet aan. Het blijft verwonderlijk in hoe weinig beurten vijf sheriffsterren kunnen worden gegooid.

Uw buit op het juiste moment in de juiste stad omruilen voor harde valuta is ook een belangrijk opstapje naar de overwinning.

Ook bevallig: elke overvalbeurt moeten er slechts vijf dobbelstenen worden gegooid. Dat gaat snel en dus mogen we hier gerust spreken van een soepele motor die op geen enkel moment haperingen vertoont.

Het spelbord geeft u de kans wat voorkennis op te doen. U weet wat waar te halen valt en wat niet. Dat is belangrijk voor het timen van de zeer interessante ruilhandelingen. Het deed me een beetje denken aan het spelbord van Beowulf. Een beetje, maar het is geen slechte referentie.

Uit het voorgaande blijkt dat u be
st met zoveel mogelijk spelers aan de slag gaat. Zo kunt u mekaar opjutten en het pek- en verenbad injagen. Met minder gaat een beetje van de spankracht verloren.

Spreken de volgende kernwoorden u aan, waag u dan eens aan El Paso: risico, interactiviteit, snelheid, uitlachen, opjutten, ruilhandel en zevenstedentocht. Voor de kernwoorden “eigenaardige seksuele voorkeuren” en “circumcisie” moet u ergens anders zijn.

Dominique

 

El Paso (Zoch, 2009)

Stefan Dorra

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

De Tafel Plamuurt!

Castle Panic is de naam.

Aangenaam.

U mag dit letterlijk nemen.

De doosillustratie zet u al onmiddellijk op het verkeerde been. De kans bestaat zelfs dat u dit omwille van het deksel zult laten liggen, waardoor u de woordjes “kapitale blunder” ’s avonds voor het slapengaan bij in uw dagboek mag schrijven.

In mijn voorbeschouwing van Spiel 2009 gaf ik al aan dat dit spel een lichter alternatief kan zijn voor Stronghold. Op basis van wat ik van Stronghold in Essen heb gezien en gehoord, gecombineerd met mijn ervaringen met Castle Panic, durf ik zelfs stellen dat Stronghold qua spelplezier geen match is voor Castle Panic. Stronghold houdt het gewoon niet. Ik weet het, ik begeef me hier op gevaarlijk ijs, maar als het “leuk” simuleren van een bestorming – let op de woordkeuze: geen “belegering” – van een burcht als maatstaf moet dienen geeft Castle Panic Stronghold het nakijken. Ik heb ze zien zitten, hoor, in Essen, de Stronghold-spelers. Fronsend boven het spelbord gebogen, spelregelboek in de hand, en maar opzoeken. Een groot contrast met een spelletje Castle Panic, waar na een eerste lezing het, overigens erg fraai uitgevoerde, spelregelboek in de doos verdwijnt om er nooit meer uit te komen.

Oké, ik heb Stronghold niet gespeeld maar ik weet wel hoe een bestorming van een zogezegd onneembare vesting ongeveer zou moeten gespeeld worden. En de complexiteit van Stronghold is volgens mij niet de goede manier. Tenzij u een grote fan bent van een bestorming in s-l-o-w m-o-t-i-o-n.

Waarom ik kies voor Castle Panic?

Daarom één

De snelheid van uitvoering.

Dat gaat vooruit, en vooruitgaan gaat er bij mij altijd in. Een spelbeurt is kort, overzichtelijk, alles behalve ingewikkeld en toch voelt u het scherp van de snee aan uw strottenhoofd kietelen.

Daarom twee

De overzichtelijkheid van het gebeuren.

In één oogopslag ziet u op het spelbord wat er aan de hand is en wat er op u afkomt. Dat is een voordeel als u wilt weten hoe u de situatie dient aan te pakken. Of uw medespelers daarmee akkoord zijn, zeker in de allen voor zich variant, valt zeer te betwijfelen.

Hebt u trouwens het spelbord van Dungeonlords al eens bekeken? Welke kat vindt daar haar jongen op terug? Niet zo in Castle Panic. U leunt in spanning achterover en behoudt ten allen tijde het overzicht. U weet wat u te doen staat en hoe. Maar of u die hoe realiseert is een andere zaak.

Eigenlijk staat u maar één ding te doen: voorkomen dat uw burcht tegen de grond gaat. Dat is een nobel streven en ook noodzakelijk, want u zit erin. En als u daar niet in slaagt verliest u. En anderen met u. Duidelijker kan een doel van een spel niet zijn.

Wat er op u afkomt zijn goblins, trollen en orks en ze komen eigenlijk niet, ze denderen. En ze mogen dan en masse dat spelbord op denderen, u behoudt toch het perfecte overzicht. Ik ervoer dat als een grote verademing, een verademing die ik trouwens ook mocht smaken tijdens mijn eerste kennismaking met Ra: The Dice Game.

Daarom drie

De verticaal staande muren en torens.

Ja hoor, ze staan écht overeind hier. In tegenstelling tot de muren van Stronghold, die al letterlijk plat liggen voor u aan het spel begint. In Castle Panic stáán muren en torens er gewoon en ze gaan ook echt plat als er een vijandelijke eenheid op inbeukt.. Meer zelfs, u kunt tijdens het spel beschadigde muren opnieuw verticaal opmetsen als u er het juiste materiaal en de tijd voor heeft.

Daarom vier

Het degelijke, functionele en overzichtelijke spelmateriaal.

Het is allemaal mooi in balans in dit spel. 49 speelkaarten, 49 fiches vijandelijke eenheden, 1 overzichtelijk spelbord (met opdruk van de belangrijkste spelregels), 1 burcht bestaande uit 6 torens en 6 muren, 2 versterkingen, 1 zeszijdige dobbelsteen, 1 fiche kokende olie, 5 overzichtskaartjes en 1 spelregelboek. Daar moet u het mee doen.

De driehoekig gevormde fiches van de vijandelijke eenheden zijn stevig, groot en duidelijk. U hebt geen bril nodig om te lezen wat erop staat en in één oogopslag ziet u hoe de sterkte van een eenheid evolueert. Ze zijn gewoon erg functioneel, een element dat soms al eens uit het oog wordt verloren tijdens het productieproces van een spel.

De burcht zelf – in 3D dus – is eenvoudig van opzet maar heeft voldoende cachet om te overtuigen. De versterkingen die u tijdens het spel op de muren kunt aanbrengen zijn met het gezegde “Dat is een fluitje van een cent.” in het achterhoofd ontworpen. Een verademing. Geen gepriegel hier.

Daarom vijf

De checklist.

Overlopen we hem samen even?

Solo speelbaar? Check! Coöperatief speelbaar? Check! Semi-coöperatief speelbaar? Check! Eén tegen anderen speelbaar? Check! Ieder voor zich speelbaar? Check! Familiaal speelbaar? Check!? Dat zijn veel kruisjes voor één doos.

Daarom zes

De gezonde stressfactor.

Die bossen rondom blijven maar gespuis uitbraken en dat is, tot op zekere hoogte, nog controleerbaar. Maar als die speciale vijandelijke tegels worden omgedraaid kan het snel uit de hand lopen. Zo snel dat u, samen met uw al even onversaagde medespelers, om uw moeder gaat roepen. U slaagt achteraf een zucht van opluchting dat u dit in het echte leven niet hoeft mee te maken.

Daarom zeven

De eenvoud van de spelregels.

Een mooi, overzichtelijk regelwerk in kleur en op dik papier. Dat mag ook eens gezegd worden. Er wordt geen ruimte gelaten voor vragen of het moest zijn dat u met een mierenneuker te doen hebt die elk woord en elk leesteken in elke zin aan een grondige evaluatie onderwerpt, iemand die bij de opmaakafdeling van het Belgisch Staatsblad werkt bijvoorbeeld. U gaat met zulke types trouwens sowieso beter niet aan een speltafel zitten.

Daarom acht

Het spelplezier.

Beste medespeler, ik weet niet hoe het komt maar tegenwoordig moet het allemaal complex zijn. Regeltjes voor dit, regeltjes voor dat, uitzonderingsregels op dit, uitzonderingsregels op dat, uitzonderingsregels op uitzonderingsregels enz. Het Arkham Horror-effect noem ik dat. Ik vind dat niet leuk.

Het spelplezier, daar doen we het toch voor? Wel doe uzelf dan een plezier en verschans u eens in deze burcht.

Daarom negen

De Boulder!

Die is enorm groot, bolvormig, uit de hardste rots gehouwen en komt met een rotvaart het woud uitgerold. Richting kanteel waar u samen met uw medespelers opstaat. Onderweg walst hij alles plat, ook bevriende eenheden van de vijand. Goed voor u, dat laatste, maar minder goed voor het kanteel waar u op staat. De eerste muur op toren die hij tegenkomt gaat er immers onverbiddelijk aan.

Daarom tien

De speciale eenheden van de vijand

De Goblin King bijvoorbeeld. Die brengt onmiddellijk drie extra eenheden mee in zijn kielzog en dat komt allemaal krijsend en zwaaiend met van alles en nog wat uw richting uitgerend, De Ork Warlord, die er op z’n eentje in slaagt een massale troepenverplaatsing te bewerkstelligen, of wat te denken van de Healer, die erin slaagt gewonde eenheden geheel of gedeeltelijk te genezen.

Daarom elf

De bijzondere kaarten.

Om u te verdedigen beschikt u, als u geluk hebt, ook over de nodige handigheidjes. Er zijn de basiseenheden zoals boogschutters, ridders en zwaardvechters. Maar u beschikt ook over helden, barbaren, kokende olie, muurverstevigingen enzovoort. Alleen meestal in onvoldoende hoeveelheden en niet op het juiste moment.

Daarom twaalf

U kunt met z’n zessen.

En sterker nog: u maakt evenveel plezier als met 1, 2, 3, 4 of 5.

Daarom dertien

De schaarste.

Eén keteltje kokende olie hebt u maar. En mortel en steen zijn ook niet bepaald in grote hoeveelheden voorhanden. Twee walverstevigingen hebt u ergens in de kaartendeck zitten. Kortom, wat u echt nodig heeft komt weinig voor. Of zit in de handjes van uw medespelers. En of ze dat met u willen ruilen aan het begin van uw beurt is maar zeer de vraag.

Daarom veertien

De varianten.

Even terugkomen op de checklist. Op de laatste pagina van het spelregelboekje staan een paar varianten die u het leven makkelijker of moeilijker kunnen maken. U doet er mee wat u wilt maar u kunt naar hartelust moduleren.

Daarom vijftien

De mogelijkheid van uitbreidingen.

Ik ben niet zo’n uitbreidingenfreak, maar deze leent er zich toch uitermate toe. Eindeloos zijn de mogelijkheden die zich kunnen aandienen. Het gebeurt niet dikwijls, maar nu hoop ik echt dat ze er komen.

Daarom zestien

Castle Panic is een lokmiddel voor niet- of weinigspelers.

U gaat ze hiermee warm maken, die subgroep. Kirren van genot gaan ze. En ze willen nog een keer, en nóg een keer. En nóg een keer omdat ze nu toch eindelijk eens willen winnen. En dan hebt u nog geen melding gemaakt van de mogelijke varianten.

Daarom zeventien

U handelt met uw medespelers.

Kom, handelen is een groot woord maar tijdens uw beurt wordt toch de mogelijkheid geboden één kaartje te wisselen met een medespeler. Met z’n zessen zelfs twee. En dat is, ondanks de kleinigheid die dat lijkt, zeer belangrijk. U kunt letterlijk open kaart spelen en laten zien wat u in de aanbieding hebt of u kunt, vooral in de ieder voor zich variant, gesloten spelen en bluffen dat het niet mooi meer is. U ziet maar. Hou wel rekening met het feit dat u niet kunt winnen als u geen medewerking krijgt van uw medespelers en omgekeerd. Vriendelijkheid ten opzichte van elkaar geeft meer zegekansen. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening, zeker als iedereen aan tafel tegelijk met die oefening bezig is.

Daarom achttien

Het ongewenste bezoek.

Ik heb het hier over de horror die ontstaat op het moment dat een vijandelijke eenheid uw burcht heeft bereikt en door uw buitenwallen is gebroken. Gespuis dat eenmaal binnen is, is immers moeilijk buiten te krijgen. Vergelijk het met een stofzuigerverkoper. Dan krijgt het ruilen van een kaart bij het begin van uw beurt plots een heel andere dimensie, want er zijn er niet veel die dan nog soelaas bieden. En als er twee of meerdere eenheden uw buitenwallen hebben gesloopt, doe dan uw pampertje maar aan. Voor zover u het al niet aanhad. De uitdrukking “Alle hens aan dek!” ontsluiert dan pas haar ware betekenis.

Daarom negentien

De speciale fiches van de vijand.

Een kleine greep uit het assortiment. Move All Monsters Blue, Move All Monsters Red, Move All Monsters Green, Monsters Move Clockwise, Monsters Move Counter-Clockwise, Plague Archers, Plague Knights, Plague Swordsmen, Draw 3 Monsters Tokens, Draw 4 Monster Tokens. Ik gebruik even de Engelse terminologie omdat ze zo mooi klinkt. En dan heb ik het nog niet als ze in combinatie worden geactiveerd (er worden er op het einde van een beurt altijd twee omgedraaid). Het zijn allemaal leuke dingen. Voor de vijand, maar niet voor u.

Daarom twintig

Uw medespelers.

Uw vijanden komen uit de bossen die uw burcht omringen, maar er zitten er ook binnen de muren: uw medespelers. Zij hebben, net als u, belang bij een collectieve zege maar doen daar enkel en alleen aan mee omdat ze uiteindelijk zelf als enige de handen in de hoogte willen steken. Ze gaan er dan ook alles aan doen om de schijn zo lang mogelijk op te houden. Maar u hebt een voordeel: u weet dat. Maar de anderen ook. Voldoende voedingsbodem voor wantrouwen en achterdocht. Probeer u even voor te stellen wat dit gegeven doet met de variant waarin u in uw eigen torentje zit en uit het spel wordt gekieperd als het neer gaat.

Ik weet het, als u het voorgaande leest denkt u: “Hij overdrijft.” Een wellicht hebt u gelijk. Gedeeltelijk toch. Dit is relatief lichte kost, maar ook relatief lichte kost verdient aandacht. En als ik trouw wil blijven aan mijn stelling dat ik probeer weer te geven wat ik voel tijdens het spelen van een spel kan ik niet anders dan u meegeven dat ik tijdens mijn sessies Castle Panic echt heb genoten. En anderen met mij, dat was duidelijk.

Ziet u dit dus ergens op tafel liggen, vraag dan eens of u even mee mag aanschuiven. Daarna praten we opnieuw, u en ik.

Dominique

 

Castle Panic (Fireside Games, 2009)

Justin De Witt

1 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

Park Van Noah

Spelen maakt vrienden en ik ben bepaalde bord- en kaartspellen daar nog altijd dankbaar voor. Zonder spelen had ik die fantastische mannen en vrouwen waarschijnlijk nooit ontmoet.

De mensen waarmee ik regelmatig de speltafel deel, en ook mijn lief en leed, zijn van uiteenlopend pluimage. Uiteraard is hun voorliefde voor spellen een belangrijke eigenschap, die ik zeer apprecieer, maar er zijn ook andere kenmerken die zeer de moeite waard zijn om eens nader te bekijken.

Zo hebben we er regelmatig eentje aan tafel zitten die het, bij wijze van spreken, geen maand in België uithoudt. Dan begint het te kriebelen en dan moet hij weer weg. Liefst zo ver mogelijk. Recentelijk bijvoorbeeld nog naar Brazillië, vanwaar hij met de verbijsterende mededeling kwam dat hij quasi in elke speelgoedwinkel Pictureka had zien liggen. Een paar maanden daarvoor was hij in Alaska bijna in een gevecht verwikkeld geraakt met een grizzlybeer – “Die kwam daar goed weg!” – en hij is ook niet te beroerd om op de oevers van de Zambezirivier aan een krokodil de weg naar het dichtst bijzijnde pygmeeëndorp te vragen. Maar zijn grootste en meest risicovolle avonturen beleeft hij toch in zijn thuisland. Tijdens zijn verplaatsingen met Lierse SK. Als er een equivalent van de hel op aarde bestaat is het toch de Belgische tweede voetbalklasse. Wat hij daar meemaakt durf ik hier niet neer te schrijven. Kán ik zelfs niet neerschrijven. Mijn handen beven dan te erg.

Kris, zo heet hij, is er eentje uit de duizend. Steeds paraat, altijd kwinkslagen in de aanbieding en nooit slecht gezind. En groot en stevig gebouwd. Een beetje een bodyguardachtig type, zeker als hij zijn zonnebril draagt. Iets wat ons in Essen al de nodige voordelen heeft opgeleverd. Met Kris erbij hoef je met voorrang van rechts geen rekening te houden.

En, uiteraard, een fervent bord- en kaartspeler. En een goeie ook. Het is lastig winnen als hij mee aan tafel zit. Het zij hem vergeven. We hebben hem te graag.

Enkele dagen geleden diepte Kris uit zijn post-Essen-doos “African Park” op. Moest hij gewoon hebben. Om mee te nemen als hij nog eens naar Afrika gaat. Want Kris heeft ook een missie: collega reizigers tot spelen bekeren. En ik denk eerlijk gezegd dat zijn slaagpercentage groter is dan die van een gemiddelde Jezuïet op zieltjesjacht.

African Park was de afsluiter van die, overigens weer zeer geslaagde, avond.

In African Park, het kaartspel, probeer je drie zo waardevol en gediversifieerd mogelijke natuurparken te creëren. De flora laten we even buiten beschouwing. We focussen enkel op de fauna, daar hebben we onze handen al meer dan vol mee.

Onze wildparken moeten wel aan een paar voorwaarden voldoen. Er moeten landdieren in en ook waterdieren mogen niet aan de kant blijven staan. Grote dieren zoals olifanten en neushoorns zijn erg in trek omdat ze makkelijker te fotograferen zijn en roofdieren worden omwille van hun grote tanden en hun gevoel voor show tijdens de jacht ook erg gewaardeerd.

Er zijn echter wel een paar moeilijkheden die we moeten zien te overwinnen.

Olifanten en neushoorns gaan eigenlijk niet zo goed samen en je natuurpark is er nogal snel mee gevuld. Daar gaat dan de diversiteit. Nijlpaarden en krokodillen: net hetzelfde. Niet in hetzelfde zwambad graag. Roofdieren oké, maar zet je er een antilope bij wordt die gewoon onmiddellijk opgegeten. En ook een krokodil komt al eens graag het water uit om een ranke gazelle eens wat nader te bekijken. Luipaarden en leeuwen worden ook al niet graag samen gezien. Als je park te klein is worden sommige dieren depressief en beginnen ze stereotiep gedrag te vertonen. Ze blijven wel maar leveren dan aan het einde van het spel geen punten op. Andere beesten halen gewoon hun neus op voor je kleine parkje en gaan uit protest gewoon op je minpunten- kaartenstapel liggen.

En ze wordt dit op het eerste gezicht eenvoudig kaart-aanlegspelletje plots een hels karwei, een varken dat moeilijk te wassen valt. Leuk, dat wel, maar ook hels. Op verplaatsing met Lierse SK zeg maar.

Want er worden dierkaarten opengelegd gelijk aan het aantal spelers. Als je laatst aan de beurt bent blijf je nogal eens met onbruikbare of erg hinderlijke overschotjes zitten. In het begin van het spel mag je dan wel veel aflegmogelijkheden hebben, die gaan al snel in ijltempo bergaf. Uw parken worden voller en dus minder moduleerbaar. Dat wringt en u gaat van goeden huize moeten zijn om in uw eigenste Park Van Noah een goed evenwicht te vinden, laat staan te behouden.

Dieren die worden opgegeten gaan onmiddellijk op uw minpuntenstapel, deprimo’s blijven wel in je park rondhangen maar leveren geen punten op en als je park te klein is plegen kandidaat parkbewoners al zelfmoord voordat ze ook maar een poot op je heilige grond hebben gezet.

Elk dier levert punten op, plus of min, en zodra een speler zijn parken volledig heeft bevolkt is het spel gedaan. Ook een uitgeputte trekstapel initieert het speleinde.

En dan worden uw parken geëvalueerd. Elke dier in je park, behalve de depressievellingen, levert het aantal afgebeelde punten op de kaart op, kuddes geven bonuspunten (afhankelijk van de grootte van de kudde) en je trekt de punten van de dieren in je kerkhof van dat totaal af. En daar verschijnt reeds uw eindscore.

Een leuke afsluiter was dat. De onderleeftijd van 6 jaar lijkt me een beetje overdreven, tenzij je met een aangepaste variant aan de slag gaat, maar ik zie dit wel als een leuke educatieve insteek in het basisonderwijs. Spelend leren kan hiermee. De kaarten zijn duidelijk, stevig, kindvriendelijk geïllustreerd en tekstloos.

Kris won. Kon moeilijk anders, hij is onlangs nog in Afrika geweest en heeft daar ongetwijfeld prospectieve handelingen gesteld.

Het is hem vergeven.

Het was immers een leuke reis, die naar mijn nederlaag.

Vandaag Rik Torfs gehoord op radio 1: “In dit leven zijn wij toevallige voorbijgangers. Wij ontmoeten andere voorbijgangers en groeten hen. En elke groet kan onze laatste zijn.” Misschien moeten we dat in gedachten houden als we bij onze spellenvrienden aanschuiven, en elkaar ontmoeten alsof het de laatste keer is.

Koesteren, beste medespeler, is een mooi werkwoord.

Dominique

 

African Park (Giochix.it, 2009)

Stefania Niccolini & Marco Canetta

2 tot 4 spelers vanaf 6 jaar

20 minuten

 

The Great Gonzaga!

Ik moet u iets bekennen. Ik heb op Spiel 2009 Gonzaga gekocht.

Ik weet het, deed er in de aanloop naar Spiel een beetje meewarig over, met lacherige opmerkingen over gimmicks en zo, en ik rondde mijn bijdrage van 5 oktober af met de onsterfelijke woorden: “Ik kan het niet helpen, maar als ik aan dit spel denk doemt steeds weer de cover van “De Plastieken Walvis” van Jommeke in mijn geest op. Ik vrees dat de strip beter is.”

Beste medespeler, ik heb me vergist. Zelfs het woord schromelijk mag aan de vorige zin worden toegevoegd.

Want Gonzaga heeft mij verrast. Aangenaam verrast. Deze bijdrage staat dan ook in het teken van het uitwissen van de schade die ik de auteur, het spel zelf en de uitgever heb toegebracht.

Tijdens mijn bezoek aan Spiel raakte ik na het ontwaren van de eerste glimp van Gonzaga onderhevig aan een bizar fenomeen. Ik werd er steeds weer naar toe getrokken. Stond ik in de fantasyhal schaars geklede elfen te bewonderen dwaalden mijn gedachten toch steeds weer af naar standje 10-40, alwaar aan een lange rij tafels eigenaardig gevormde plastic spelonderdelen op kaarten van Europa werden geplaatst. Het had iets van een ongekende schoonheid, die lange, door plastic bontgekleurde tafelrij. Meer nog, het merendeel van de aangezetenen leken zich allerminst te vervelen. Ze leken zich zelfs te amuseren.

Dat alles fascineerde en intrigeerde mij. En dat bleef maar fascineren en intrigeren tijdens die twee dagen in Essen, ondanks een gemiddelde bepakking van ongeveer 30 kilogram.

Ik hield de boot af tot laat in de middag van dag twee. Toen hield ik het niet meer en heb ik het gekocht, vrezend dat het mijn – naar jaarlijkse gewoonte – miskoop van de beurs zou zijn.

Die vrees bleek ongegrond.

Als lid van de familie Gonzaga probeer je zoveel mogelijk invloed te verwerven in Europa. En invloed hadden ze, The Great Gonzaga’s. It was all in the family. Van 1200 tot 1700 ongeveer. Volgens mij is Berlusconi er een rechtstreekse afstammeling van. Kan moeilijk anders met die megalomane trekjes van hem.

Ik weet niet of zij hulpmiddelen in plastic hadden om hun gebieden uit te breiden, maar wij hebben ze hier in elk geval wel. Onder de vorm van zeshoekig gevormde synthetisch samengestelde spelonderdelen. Deze moeten uiteindelijk op het bord, liefst aan elkaar grenzend en zoveel mogelijk steden en havens bedekkend. U brengt ze op het bord door twee kaarten uit te spelen, een actiekaart die aangeeft wát uw gebieden moeten bedekken (stad, haven, stad én haven enzovoort) en een gebiedkaart die aangeeft in welke regio uw gebied wordt geplaatst. De actiekaarten zijn met A, B en C gemerkt en ze bepalen bij het uitspelen ook de spelersvolgorde. Eerst mogen kan u immers een aanzienlijk voordeel opleveren. De Koningskaart is een speciale, dan mag u altijd eerst.

De vorm van het gebied dat u plaatst wordt door uw persoonlijke voorraad gebiedkaarten bepaald en die worden gewoon blind van de stapel getrokken. Daar moet u het dan die beurt mee doen. Dat is leuk want dat zorgt al eens voor een plotse en noodzakelijke aanpassing van de tactiek. Niks was zeker in die tijd, dus ook niet op dit spelbord. Nadat u weet welke vorm uw gebied heeft (altijd drie of vier hexagons met ook een aantal kastelen erop) bepaalt u in welke regio dat gebied terechtkomt. Afhankelijk van het (willekeurig) gekozen scenario zijn bepaalde gebieden actief en andere inactief. Gebieden in actieve regio’s leveren meer punten op dan gebieden in inactieve. U moet er wel op letten dat de kastelen die op uw gebieden staan niet worden gedropt in zeegebieden en ook bepaalde grenzen mag u niet overschrijden.

Na de magische verschijning van uw gebied scoort u onmiddellijk punten. Drie per bedekte stad en haven in een actieve regio, één punt in een inactieve. Als u drie havens binnen een zeegebied met elkaar verbindt krijgt u daar nog eens tien bonuspunten bovenop. Als u er niet in slaagt uw gebied te plaatsen of u bent koppig en u wil het gewoon niet schenkt u het plastieken geval aan de kerk. Dat levert u drie punten op.

Tijdens de eindtelling wordt nagegaan in hoeverre u de doelstellingen op uw opdrachtkaart, die u in het begin van het spel hebt getrokken, hebt gerealiseerd. Deze eindtelling treedt ten vroegste op na de zesde ronde, maar kan door onvoldoende bezette steden en havens op het bord nog enkele ronden worden uitgesteld. Bezette steden leveren bonuspunten op, bijvoorbeeld vijf punten als u twee steden op uw opdrachtkaart hebt bezet, vijfendertig als u van zes steden de sleutel onder uw deurmat hebt liggen. Er wordt nog even gekeken wie het grootste aantal aaneengesloten gebieden heeft. Die krijgt de Gonzaga-bonustegel die vijftien punten waard is.

Waarna het spel is gespeeld.

Bij aanvang van het spel bezit u ook zes individuele ringen, die één hexagon op het bord – liefst een stad of haven uiteraard – kunnen bezetten. Die kunt u ook op een reeds geplaatst gebied van een tegenstander leggen. Maar u moet er ook eentje inleveren als u de Koning als actiekaart uitspeelt. Het Koningshuis houdt immers ook hier, naar gewoonte, het handje op. Deze ringen, die ook verbonden en huwelijken van uw familie met die van uw tegenspelers symboliseren, zijn heel belangrijk. Hier nonchalant mee omgaan wordt, net als in een echt huwelijk, zwaar afgestraft. Het is maar dat u het weet.

Nogmaals, Gonzaga heeft mij aangenaam verrast. Op minder dan een uurtje bent u klaar en persoonlijk vind ik het groeien van de gebieden op het fraai vormgegeven spelbord een geslaagde visuele traktatie. Dat mag ook al eens. Hebt u trouwens een meer dan gemiddeld niveau van ruimtelijk visueel inzicht komt u hier zéker aan uw trekken.

Gonzaga is een mengeling van Fits, Ticket To Ride en El Grande. Ik kan een hoop spellen opnoemen die veel slechtere referenties moeten voorleggen. Strategieliefhebbers, een benijdenswaardige soort waar ik mijzelf jammer genoeg niet toe durf rekenen, komen hier niet echt aan hun trekken. Fans van tactiek, een subgroep waarbinnen ik mij wel graag beweeg, zitten hier dan weer wel aan een rijkgevulde tafel. En smullen dat ze doen!

De eerste vier letters van Gonzaga doen mijn gedachten ook afdwalen naar The Great Gonzo, die heerlijke gek van The Muppet Show. Hieronder ziet u hem nog eens aan het werk met zijn fantastische en levensgevaarlijke motorfietsact.

http://www.youtube.com/watch?v=4tRPEd_LGIQ

De Grote Gonzo’s van deze wereld, ze maken het leven nog net draaglijk.

En ik durf gerust te stellen dat Gonzaga dat ook doet.

Dominique

 

Gonzaga (Abacus / daVinci Games, 2009)

Guglielmo Duccoli

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten

 

Wat hangt daar nu in de lucht? Electriciteit?

Robots, ze zijn uit de spellenwereld niet weg te slaan. Mogelijk heeft het feit dat we ons zelf meer en meer als een robot beginnen te gedragen daar iets mee te maken.

Is het thema ons niet vreemd, een leuk spelletje met dit thema opnoemen is voor mij al een stuk moeilijker. Ik heb dan ook weinig robotspellen in mijn spellenkast staan. Roborally is echt wel de moeite, zegt u? Neen dank u. Doe dat maar lekker solo.

“Fzzzt!” heeft verandering in het aanzien van mijn spellenkast gebracht, al is het zo klein dat u echt wel veel moeite gaat moeten doen om het te ontwaren. Ik ga de warm en koudmethode moeten gebruiken om u er naartoe te leiden. Het is zelfs zo klein dat de uitgever u vriendelijk vraagt het doosje te gebruiken als startspelerfiguur, al kreeg je er in Essen een leuk “fluffy” startspelerfiguurtje bij met een papieren moersleuteltje in de hand. En een kortingbon van 2 euro voor The BoardGameGeek Game.

Samengevat komt het hierop neer: u bent een mecanicien en u verzamelt robots. Puur voor het verzamelplezier maar ook om een aantal productie-eenheden draaiende te houden. Uw voorraad robots leveren op het einde punten op en goed bevoorrade productie-eenheden zorgen voor een blinkende bonus. Of minus als u jammerlijk faalt.

De kaartendeck bestaat, zoals u waarschijnlijk al vermoedde, voornamelijk uit robots. Die gaat u verzamelen en later toewijzen aan productie-eenheden die u ook in de kaartendeck terugvindt, zij het in mindere mate. U verzamelt door het hoogste bod uit te brengen. In de eerste ronde doet u dat met uw mecanicienkaart en drie start-robotkaarten die voor elke speler hetzelfde zijn. Elke kaart heeft een aantal bliksemschichtjes in de linkerbovenhoek waarvan het aantal aangeeft hoe groot de biedwaarde is.

Voor elke biedronde worden er acht kaarten gedekt naast de trekstapel opengelegd. De laatste kaart wordt opengelegd en een schakelaar rechts onderaan de kaart geeft aan hoeveel kaarten er van de rest van de rij open komen te liggen. Met een beetje geluk kunt u dus een beetje anticiperen. Tijdens het bieden legt u gewoon wat u wil bieden gedekt voor u neer (u mag niet, u moet). U doet dit niet simultaan maar in uurwijzerzin, te beginnen met de startspeler (hij die met dat doosje zit te zwaaien). Zit u een beetje laat in de biedvolgorde ziet u hoeveel kaarten uw collega’s hebben uitgelegd. Dat kan helpen, al kan de mecanicienkaart met waarde nul er ook tussen liggen om u van tafel te bluffen. De speler die de biedronde wint krijgt de kaart en legt zijn bod en de gewonnen kaart voor zich af in zijn persoonlijke voorraad. De andere spelers mogen hun biedkaarten weer op hand nemen. Na een tijdje zit u dus met ongelijke kaarthandjes aan tafel. Dat is leuk. Bij gelijke standjes tijdens het bieden wint de startspeler of hij die er in uurwijzerzin het dichtst bij zit.

Zijn de openliggende kaarten geveild wordt de volgende dichte in de rij opengedraaid en die bepaalt weer hoeveel er verder in de rij open komen te liggen.

Het bieden gaat zo lekker door tot de acht uitgelegde kaarten zijn opgeëist of tot alle spelers hun hand hebben leeg gespeeld. Dan mag elke speler eventueel robotkaarten toewijzen aan verzamelde productie-eenheden, zijn resterende voorraad kaarten schudden en er zes van op hand nemen. Vervolgens start de volgende biedronde met acht nieuwe kaarten. We blijven rondjes draaien tot de trekstapel is opgebruikt of de biedrij niet meer tot acht kaarten kan worden aangevuld. We sluiten af door onze productie-eenheden een laatste keer te bevoorraden en dan gaan we tellen.

Op onze verzamelde robots staan afbeelding van moeren, bouten, tandwielen en een beetje olie als glijmiddel. Soms zelfs een combinatie van meerdere ingrediënten. U begrijpt dat deze kaarten zeer geliefd zijn in de metaalsector. Kunt u de gevraagde onderdelen aan uw productie-eenheden toewijzen krijgt u, zoals eerder al aangehaald, bonuspunten. Meerdere setjes mag ook, en elke set extra betekent kassakassa!

Tellen is simpel: u telt de puntenwaarde van uw verzamelde robotkaarten op en voegt daar de bonuspunten van uw productie-eenheden bij. Kunt u een productie-eenheid niet van voldoende onderdelen voorzien krijgt u minpunten, net als voor uw verzamelde Fzzzt-kaarten die elk één minpunt opleveren (maar dan weer lekker veel biedwaarde hebben). Wie het meeste punten heeft wint.

Beste medespeler, dit is een klein gemmeke van Spiel 2009. En u moest er echt naar zoeken om het te vinden, als was een klein klompje goud. Dat is het naar mijn persoonlijke spelnormen ook. Een glinsterding op tafel. Het is in vijf minuten uit te leggen, speelt als een TGV en heeft meer diepgang dan u tijdens uw eerste afspraakje zult vermoeden. Er zit ook een vleugje Dominion in. Uw verzamelde kaarten vormen immers uw voorraad voor de verdere biedprocessen. U probeert deze voorraad zo klein maar waardevol mogelijk te houden zodat u bij het begin van een biedronde de juiste kaarten op de hand krijgt. Dat klein houden doet u door uw lagere kaarten indien mogelijk tussen de biedrondes in aan uw productie-eenheden toe te wijzen. Fzzzt-kaarten leveren elk één minpunt op aan het einde maar ze zijn ook verleidelijk omdat ze een meer dan gemiddelde biedwaarde hebben. De mecaniciens hebben dan weer waarde nul maar zijn een interessant blufobject.

Verwaarloos uw productie-eenheden niet. Selecteer vooraf goed wat u wil hebben. Let op wat ze nodig hebben en ageer daarnaar. Minpunten waar u op deze manier tegen oploopt kunt u missen als kiespijn. Croyez-moi!

Ook leuk, een kaartspelletje waar u nog eens een hoop overwinningspunten kunt verdienen. Onze winnaar had er een kleine zestig. Daar kan men al mee buiten komen.

Fzzzt! smaakt naar meer, past als gegoten in uw binnenzak (tenzij u persé een echte Engelse sleutel als startspelerlfiguur wilt gebruiken) en krijgt, ondanks de bescheiden verschijningsvorm, een ereplaatsje in mijn spellenkast.

Robot Rock. Het is een fantastisch nummer van Daft Punk. Ooit zag ik dat live op Pukkelpop. Indrukwekkend. Wel, Fzzzt! rockt ook, zij het met minder toeters en bellen. Probeer uzelf te verplaatsen naar de donkerste der donkere nachten. Laat in die donkerte vervolgens een klein glimwormpje voorbij zoeven, fzzzt. Het gevoel dat u dan hebt kunt u vergelijken met uw eerste kennismaking met Fzzzt! Het is niet groots, het is niet allesomvattend, u gaat er niet van leviteren maar u wordt er wel een beetje warm van. En u glimlacht.

Ik weet niet hoe het met u zit, maar dat gevoel is voor mijn spellenkast ruim voldoende.  

Dominique

 

Fzzzt! (Surprised Stare Games Ltd., 2009)

Tony Boydell

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten