Kama Sumatra

Kama is een boeddhistische term die “plezier” betekent.

En die vlag dekt hier volledig de lading.

Laten we de vlag nu maar even verwijderen en melding maken van het feit dat ik het hier ga hebben over het bordspel Expedition Sumatra.

U ligt aangemeerd aan het eiland Sumatra, een eiland waarover uw opdrachtgever heeft vernomen dat het uitpuilt van exotische diersoorten. Die wil hij in zijn dierentuin. U wordt verzocht uit te kijken naar olifanten, neushoorns, oerang-oetans, tijgers en de zeer zeldzame en daarom erg waardevolle muntjac. Als dat uitkijken is gelukt en u krijgt er eentje in het vizier wordt u geacht het dier te vangen, het te transporteren naar uw schip dat voor de kust ligt en dat schip zo optimaal mogelijk vol te proppen.

Uw opdrachtgever heeft u voorzien van een wel heel goed uitgerust vaartuig, vol met lege kooien en twee vrachtwagens waarmee u de jungle in kunt om de diertjes eruit te halen. U zou uw eigenste zelf niet zijn als u op het middenschip niet wat extra ruimte hebt voorzien voor dieren die u voorbehoudt voor ùw handeltje op de lucratieve zwarte markt. Daar hoeft uw opdrachtgever niets van te weten.

U dobbert niet alleen voor de kust van het eiland. U hebt rookpluimen opgemerkt van minstens drie concurrenten. U weet dus wat u te doen staat: geen tijd verliezen, met die vrachtwagens en die kooien de jungle in en vangen die handel.

Medespeler, die is de eerste worp van Igramoon en het moet gezegd: ik heb al lelijker eerstelingen mogen aanschouwen, zowel naar uiterlijk als naar inhoud.

Expedition Sumatra is een variant op De Betoverde Doolhof. U weet wel, dat tegel-schuif-draaispel waarin u geacht wordt zoveel mogelijk attributen te verzamelen. Expedition Sumatra voegt daar nog een reeks toeters en bellen aan toe waardoor deze versie gerust de ultieme mag genoemd worden.

U krijgt een prachtig spelbord toegeleverd, waarop bij spelaanvang 25 van de 50 al even prachtige tegels gedekt worden gelegd. Aan de achterkant van die tegels vindt u afbeeldingen van de hoger genoemde diersoorten, inboorlingen, valstrikken, stormen en verrekijkers.

Verder in de iets te grote doos: boeg-, steven- en middenschiponderdelen waarmee u voor u aan de slag gaat uw persoonlijke ark samenstelt. Daarop afgebeeld de voorkeurdieren die uw opdrachtgever in het ruim wil en de bonus (punten) die hij op het einde van het spel uitkeert als u zijn wensen in detail vervult. Verder herbergt de doos uiteraard ook de dieren die door u zullen worden opgejaagd en op een tegel worden geplaatst als hun afbeelding bij het omdraaien daarvan tevoorschijn komt. Hier wordt wel wat fantasie van u verwacht. De dieren worden namelijk voorgesteld door houten blokjes (tijgers, oerang-oetans en muntjacs) en balkjes (olifanten en neushoorns). Niet levensecht, maar wel functioneel. Verder vindt u tijdens het graaien in de doos ook nog twee vrachtwagens voor elke speler, elk voorzien van een kooi. Eentje waar één groot beest in past of twee kleine van dezelfde soort en eentje met twee kleine kooien waarin u twee specimen in kwijt kunt, eventueel van een verschillende soort. Tenslotte merkt u een miniatuurversie van uw schip op dat bij spelaanvang aan de start-aanlegplaats aan de rand van het eiland wordt geplaatst en waarmee u naarmate het spel vordert rondom het eiland vaart.

Daar moet u het mee doen.

En wat u doet is het volgende:

Tijdens uw beurt kunt u vier acties kiezen uit vijf mogelijkheden en deze naar believen combineren op kopiëren.

De eerste actie is een tegel omflippen naar een vrij aangrenzend veld zonder hem te roteren.

De tweede actie is een tegel roteren.

De derde actie is een dier vangen en inladen.

De vierde actie is met één van uw vrachtwagens een pad afdenderen tot u eventueel niet meer verder kunt of u doodleuk beestjes gaat lossen op uw schip.

De vijfde actie kost u twee actiepunten, maar is eigenlijk misschien wel de leukste: een dier gaan stelen bij één van uw tegenstanders.

Als u flipt zijn er een aantal dingen die kunnen gebeuren:

Er verschijnt een afbeelding van een dier. Het dier in kwestie wordt op de tegel geplaatst.

Er verschijnt een valstrik. De actieve speler plaatst een dier naar keuze uit de voorraad op de val.

Er verschijnt een storm. De storm verschuift alle tegels in de rij naar de rand van het spelbord in de richting van de pijl. Voor elke verschoven tegel wordt elk schip een veld vooruit (groene pijl) of een veld achteruit (rode pijl) gezet. De stormtegel wordt vervolgens uit het spel genomen en vervangen door een gedekte uit de voorraad.

Er verschijnt een verrekijker. De actieve speler mag twee gedekte tegels bekijken. De verrekijkertegel wordt vervolgens vervangen door een gedekte uit de voorraad. Een heel interessant tegeltje dit.

En tenslotte: er verschijnt één van de meest irritante personages die ik ooit in een spel ben tegengekomen, de inboorling. Wordt deze leukerd zichtbaar moet elke speler een dier dat hij reeds op zijn middenschip heeft ondergebracht terug in de voorraad leggen. Zijn er spelers die hun boeg of achtersteven al volledig gevuld hebben verliezen deze spelers ook daar nog eens een extra dier. De actieve speler blijft gespaard van deze laatste ramp. Wat de ergernis over deze klootzak nog groter maakt is dat hij niet uit het spel verdwijnt, zoals de andere tegels, maar gewoon gemengd wordt onder de bovenste vijf tegels van de gedekte voorraad. U weet wat dat betekent. Twee van die kerels zitten er in het spel, meer dan voldoende om het spel te eindigen met een hele hoop plukken haar aan uw voeten.

Eigenlijk heel simpel allemaal.

U mag een tegel omflippen als er een dier op staat. Dat vlucht dan gewoon weer het veilige groen van de jungle in. Een tegel met een dier erop roteren mag ook, en u mag dat zelfs ook met een tegel waarop een jeep staat. Een tegel met een jeep mag begrijpelijkerwijze niet geflipt worden.

U hebt al door dat het manipuleren van de tegels in uw eigen voordeel en het daarbij tegelijkertijd dwarszitten van uw tegenstanders de hoofdmoot uitmaakt van dit spel. Hou rekening met directe conflicten op dat spelbord, zeker als u plots vaststelt dat men onder uw ogen de kooi achterop uw vrachtwagen aan het leeghalen is.

Nadat u uw acties hebt uitgevoerd verplaatst u uw schip net zoveel velden vooruit als de tegel waarop uw jeep met grote laadbak staat uitvalswegen bevat.

Heeft een speler het hele eiland rondgevaren of is de trekvoorraad tegels op eindigt het spel.

Elke dierenvanger telt zijn punten. Een olifant is vier punten waard, een neushoorn drie, een tijger twee en een oerang-oetan één. De zeldzame muntjac is op zich vijf punten waard maar je kunt hem ook transformeren in een dier naar keuze, waarna hij de punten van dat bepaalde dier overneemt. Dat kan belangrijk zijn als u een scheepsdeel helemaal wil vullen om de aanzienlijk hogere bonuspunten te incasseren. U krijgt deze bonusbonuspunten als u de juiste combinatie van diersoorten aan uw opdrachtgever of op de zwarte markt kunt afleveren. 

Eindigt het spel omdat er een speler het hele eiland is rondgevaren krijgt deze speler vijf bonuspunten. Slaagt er een andere speler tijdens dezelfde beurt daar ook in krijgt deze nog twee punten. 

Wat krijgt u?

U krijgt een prachtig vormgegeven bordspel.

U krijgt een spel dat makkelijk uit te leggen is.

U krijgt een spel dat uitnodigt om te spelen.

U krijgt een familiespel met scherpe kantjes. U moet ermee rekening houden dat kiemen van familievetes in deze doos dik gezaaid liggen. Hou daar een beetje rekening mee als u dit op tafel legt.

U krijgt een spel waar geluk een niet onbelangrijke rol speelt.

U krijgt een spel dat binnen het uurtje af te werken is.

U krijgt een zeer origineel vormgegeven regelwerk waarin het erg makkelijk navigeren is.

U krijgt heel veel interactie.

U krijgt tactiek.

U krijgt amusement.

Wat krijgt u niet?

U krijgt geen waarheidsgetrouwe plattegrond van het eiland Sumatra.

U krijgt geen dierfiguren in de vorm van dieren.

U krijgt geen antwoorden op vragen als: wat gebeurt er als u met uw schip gedeeltelijk een eilandhoekje om vaart? Hoe zit het nu juist met de voorbijsteekregels van de schepen?

U krijgt geen balans met drie spelers.

U krijgt geen veelspelerspel.

U krijgt niets wereldschokkends.

 

Dominique

 

Expedition Sumatra

Igramoon Spieleverlag (2010)

Jens Jahnke / Britta Stöckmann

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten

 

Mèt modder gooien alstublieft

Laat ik samen met u eens overlopen waarom ik Rallyman zo leuk vind:

De doos waarin alles perfect past, tot aan het nokje

Eindelijk nog eens een recipiënt dat de spelonderdelen perfect opvangt. Tijdens het transport geen rondgerij van spelonderdelen hier. Hier is over nagedacht en elk stockageobstakel wordt deskundig ontweken.

De Nederlandstalige spelregels

Het is altijd leuk in je eigen Moerstaal te worden aangeschreven. Dat gebeurt hier trouwens in een erg stevig meertalig boekwerk. 

De miniscule rallywagentjes

Ze zijn zo lief meneer. Op Spiel kreeg je er zelfs twee als bonus mee. Ze ogen trouwens erg mooi op de spelborden.

De tweezijdige moduleerbare spelborden

..waarop u oneindig veel parcoursen kunt samenstellen, zowel in winter- als zomertijd en eventueel een combinatie (!) van die twee.

Het tijdrijden

Heel origineel hoe hier de tijd die je aan een klassementsproef spendeert wordt bijgehouden. Dat gebeurt namelijk door middel van het spelonderdeel dat ik nog altijd het meest koester: kaarten. Hoe hoger de versnelling waarin je je beurt eindigt, hoe minder seconden je op je stapeltje moet leggen. Hoe sneller ook de dichtsbijzijnde boom op u afkomt natuurlijk.

De strijd om de seconden

U kunt de tijdsopmeting opstellen aan het einde van elke klassementsproef, maar zo lang zou ik niet wachten. Voorzie ongeveer halfweg op elk traject een tijdsopname. En moet u dan eens zien welke dynamiek er onstaat in dat tweede gedeelte. 

Het nemen van risico’s

Of u nu kiest voor het standaard hoger schakelen of de meer seconden genererende risicovolle aanpak waarbij u meerdere gas- en versnellingsdobbelstenen tegelijk gooit, u zit toch maar vol spanning naar die dobbelstenen te kijken. En uw tegenspelers met u. Drie gevarendriehoekjes bovenaan bij die zeven stenen – als u het aandurft ze allemaal te gebruiken tenminste – en u belandt in het decor, al dan niet met zware gevolgen.

De versnellingsdobbelstenen

Lage versnelling: geen probleem. Hoge versnelling: toch maar een beetje voorzichtig. Dat is de kern waarrond alles zich hier afspeelt. U kunt als een gek de baan op maar ik raad het u niet aan, tenzij u een allerlaatste wanhopige poging wilt doen om die overwinning binnen te halen. Er staan zoals gezegd gevarendriehoekjes op, op die dobbelstenen. Ik kan het niet genoeg benadrukken: drie van deze leukerds tijdens het gooien en u staat, bepaald door het trekken van een kaart, in een bepaalde rijrichting en gehavend langs de weg. Die rijrichting is meestal niet degene waar u zo graag naar toe wou.

De gaspedaaldobbelstenen

De snelheid vasthouden in een bepaalde versnelling, dat doen ze. Een zeer intelligent spelconcept waarvan je je afvraagt: waarom zien we dat niet meer in racespellen?

De onzekerheid over wat er met uw bolide gebeurt als u van de weg gaat

We verliezen allemaal wel eens de controle in het leven. Aleen weten we meestal niet vooraf wat daarvan de mogelijke gevolgen zijn. Zo gaat het ook met het nemen van risico’s in Rallyman. Belandt u links of rechts van de baan? Staat u met uw neusje in de richting waarvan u gekomen bent? Gaat uw versnellingsbak er (gedeeltelijk) aan? Uw tegenspelers, terwijl u biddend uw handen ten hemel heft, hopen natuurlijk op het ergste.

Het vuil worden van het asfalt

Als u het aandurft bepaalde bochten via de slijkerige binnenbaan te nemen gooit u mogelijk modder op het asfalt waardoor de veilige buitenbocht in kwestie moeilijker berijdbaar wordt voor uw achtervolgers. Erg leuk, vooral erg verleidelijk, maar niet zonder risico.

De beurtindeling bij de start

Startspeler zijn is erg leuk omdat u dan onmiddellijk twee keer na elkaar mag. De anderen moeten eventjes wachten terwijl u in uw twee beurten wat afstand creëert ten opzichte van uw achtervolgers. Zij hebben dan weer het voordeel dat ze rustig kunnen bekijken hoe zij het in elk geval niet moeten aanpakken.

De implementatie van de lekke band

Ja hoor, hij zit erin en hij kost u heel wat tijd. Als u lek rijdt  hebt u dat wel volledig aan uzelf te danken, dus geen gejammer als u aan de krik moet.

De hersteldienst

Tussen de klassementsproeven door kunt u beroep doen op de plaatselijke wegenwacht. Die herstellen dan in een mum van tijd uw kunststoffen ros zodat u er weer helemaal tegenaan kunt. Echte specialisten doen het uiteraard zonder, maar dan raad ik u toch aan uw rijkunsten een beetje bij te spijkeren.

De klassementsproeven

Goed, u bent zwaar afgegaan in die eerste klassementsproef. En iedereen aan tafel heeft u uitgelachen. Dat is helemaal niet erg, want u krijgt een herkansing in de volgende. En dáárin gaat u pas laten zien over welke stuurmanskunsten u beschikt. Monden doen openvallen van verbazing en verwondering gaat u.

Het solospel

U blijft maar proberen uw beste tijd neer te zetten. En opnieuw. En opnieuw. En u blijft maar falen. Tot dat ene begenadigde moment. En u gaat achteraf blij zijn dat er niemand in de buurt was die u bezig heeft kunnen zien. U behoudt dus uw rustige imago, het imago dat u zich ten allen tijde kunt beheersen.

Dominique

 

Rallyman

Homo Ludicus / Rallyman (2009)

Jean-Christophe Bouvier

1 tot 4 spelers vanaf 9 jaar

45 minuten

 

 

Zweinstein voor gevorderden

Grimoire..

..is een kaartspelletje dat mij zeer weet te bekoren.

Het was ook een must buy op Spiel. Ik hoop echt dat u het niet hebt laten liggen. Ik heb me zelfs een extra exemplaar aangeschaft omdat er op Spiel een promokaart, De Piraat genaamd, bij zat.

Sta me toe om de vragen die over dit spel op uw lippen branden hieronder te beantwoorden.

Waarover gaat het?

U bent een soort tovenaar die, net als iedereen op deze vervloekte aardbol, op zoek is naar geld, aanzien en macht. U verzamelt die leuke dingen door het vullen van uw schatkamers met goudstukken, zilverlingen en bronzen munten. Verder omringt u zich met een stelletje kontlikkers die alles, maar dan ook alles wat u hen opdraagt zonder enige vraagstelling ten uitvoer brengen.

Kortom: u creëert uw eigen hemel. 

Het verzamelen van dat alles doet u – hou u vast – door het prevelen van toverspreuken. Die hebt u mooi neergeschreven in uw spreukenboek, waarin u de bezweringen overzichtelijk, naar aard en sterkte, hebt opgelijst.

U zit wel met een probleem. U wordt namelijk geconfronteerd met collega tovenaars die over net dezelfde toverboeken blijken te beschikken als u, zowel naar inhoud als naar vorm. En ook met dezelfde volgorde van oplijsting. Aleen de kleur van de omslag verschilt. Of er sprake is van plagiaat kunt u jammer genoeg niet achterhalen. U weet alleen dat zij ook niet vies zijn van een eigen hemeltje en dat ook zij hun zinnen hebben gezet op dat waar u ’s nachts likkebaardend van wakker ligt. Want zo gaat het wijze spreekwoord: “Wat gij begeert wordt ook door anderen begeerd.” (een dagje Spiel is daar trouwens een perfecte illustratie van)

De ingrediënten voor uw persoonlijke aards paradijs bekomt u door uw toverboek ter hand te nemen en een spreuk, die u in eerste instantie geheim selecteert (u plaatst daartoe een bladwijzer op de gewenste pagina) de wereld in te sturen. Bij spelaanvang zijn uw spreukjes nog aan de relatief zwakke kant, wat gelijkstaat met een sterkte van zes. Na elke ronde stijgt uw kracht met één tot u naar het speleinde toe zonder enige moeite spreuken van vijftien uit uw brede mouwen schudt.

Als iedereen zijn spreuk heeft geselecteerd worden de toverboeken open gelegd en de speelvolgorde bepaald. De speler met de zwakste spreuk mag eerst en die met de sterkste spreuk moet laatst. Heel, heel belangrijk dit. Hebben vanaf de tweede ronde meerdere spelers dezelfde spreuk gekozen wisselen ze hun beurtfiches onderling uit.

Afhankelijk van welke spreuk u gebruikt – en of dezelfde spreuk ook door één of meerdere tegenspelers werd gebezigd – kunt u aan de slag en questkaarten, itemkaarten en naakte overwinningspunten gaan verzamelen.

Questkaarten bestaan uit geld en de hoger genoemde kontlikkers. Itemkaarten zijn voorwerpen die u het leven aanzienlijk aangenamer maken.

De speler die zwakste spreuk heeft uitgesproken mag dus als eerste het effect van zijn spreuk toepassen en vervolgens een kaart kiezen uit de uitlage van questkaarten die vóór elke ronde op het papieren (!) spelbord wordt klaargelegd. Daarin bevinden zich evenveel kaarten als er spelers zijn + 1. Die + 1 is een gedekte kaart, de andere liggen open.

U kiest en legt de kaart in kwestie mooi voor u op tafel neer, de geldkaarten gedekt en de kontlikkers open. Itemkaarten, die u door speciale spreuken kunt bekomen, trekt u van de gedekte trekstapel. Die bewaart u, net als de geldkaarten, gedekt. Soms neemt u, een open boek als u bent, ook gewoon naakte overwinningspunten. Die liggen, verzameld onder de vorm van kleurrijke fiches, op het papieren spelbord in de overwinningspuntenfichezone op u te wachten (jaja, overwinningspuntenfichezone).

U prevelt, verzamelt en doet dat steeds weer opnieuw tot op het moment dat een speler tien geldkaarten of tien kontlikkers heeft verzameld (de ronde wordt nog uitgespeeld) of u stelt tot uw verbijstering vast dat zowel de stapel questkaarten als de aflegzone geen kaarten meer bevat (het spel eindigt onmiddellijk).

Waarop een spannende eindtelling volgt.

U telt uw verzamelde overwinningspuntenfiches bij elkaar op, voegt daar de waarde van uw verzamelde questkaarten en itemkaarten bij, rekening houdend met eventuele kontlikkerbonussen en u weet waar u aan toe bent.

Duurt het niet te lang voor wat het is?

Neen, het duurt eigenlijk een beetje te kort voor wat het is. Daar moet u tijdens het spelen wel op anticiperen want als u zich eenmaal in de fase van het eindspel bevindt kan het erg plots gedaan zijn. Dat anticiperen doet u door de kaarten die uw tegenspelers hebben verzameld goed in de gaten te houden – zowel het aantal als de aard is van belang – en uw eigen toverspreuken daarop af te stemmen.

Is de handleiding kort en overzichtelijk?

Twee keer volmondig ja. U kunt na het doornemen daarvan, iets dat trouwens aan een aanzienlijke snelheid gebeurt, snel aan de slag. Combineer dat met een nog veel snellere opzet en u weet dat u mogelijk voor meerdere partijtjes op een avond vertrokken bent.

U kunt trouwens kiezen voor een Engels regelwerk, een Duits en een Japans. Gek genoeg is de Duitse de enige in kleur.

Zit er een echt toverboek in de doos?

Zeg maar doosje. En toverboekjes. Maar ze zitten er wel in. Vier stuks. In verschillende kleuren zelfs. En ze zijn allemaal voorzien van een al even mooi gekleurd bladwijzertje.

Kunt u meerdere afslagen nemen naar de overwinning?

Ja, maar ik denk dat u toch voor een perfecte melange van geldkaarten, karakterkaarten, overwinningspunten en itemkaarten moet gaan. U kunt er ook een race van maken en zo snel mogelijk aan die tien geldkaarten of karakterkaarten zien te komen, in de hoop dat u tijdens dat proces ook de meeste overwiiningspunten bij elkaar hebt gesprokkeld.

Is de volgorde waarin u aan spelen toekomt van belang?

Sure it is. Ik zal deze vraag beantwoorden met een wedervraag: Als u met z’n vieren mag kiezen tussen een Lada, een Fiat Panda, een opel Ascona  en een Rolls Royce, doet u dat dan het liefst niet eerst? Het probleem hier is dat u, als u bij het kiezen vooraan in de rij staat, een wel erg zwakke spreuk hebt gebruikt. Met alle gevolgen vandien. Ik heb deze “ik zorg ervoor dat ik altijd eerst mag kiezen strategie” al eens toegepast en ik vermoed dat het niet de goeie is.

Leuk is ook dat spelers die dezelfde spreuk hebben gekozen hun beurtfiches onderling moeten omwisselen, zich baserend op hun volgorde van spelen in de vorige ronde. Dat is leuk want dan kunt u het risico nemen dezelfde spreuk uit te spreken en bij het kiezen toch eerder aan bod komen.

Hoe zit dat nu eigenlijk met die karakterkaarten?

De karakterkaarten, beste medespeler, zijn de kruiden op dit heerlijke gerecht.

U kunt ze naar believen inzetten tijdens uw beurt.

Mijn favoriet is de spion, waarmee u de enige beschikbare gedekte kaart van de queststapel kunt gaan bekijken, waardoor u plots over meer informatie beschikt dan uw tegenspelers. En waardoor u een erg interessant spelmechanisme kunt introduceren: bluf.

De huurling is ook een lekkere kerel. Elke keer als u dezelfde spreuk hebt geselecteerd als een tegenspeler levert u dat een overwinningspunt op.

De dief en de boogschutter laten u toe elke keer een overwinningspuntfiche te nemen als u respectievelijk eerste of laatste aan de beurt bent.

De handelaar laat u toe, mits betaling van een overwinningspunt, een extra itemkaart van de trekstapel te nemen.

De non – u leest het goed – beschermt u een beetje tegen een illusiespreuk van een tegenspeler. Ze geeft u als compensatie, maar toch vooral uit medelijden, een overwinningspunt.

De rogue dan. Die is op zich zes overwinningspunten waard, maar op het einde van het spel worden deze verminderd met het aantal overwinningspunten dat u via overwinningspuntenfiches hebt binnengehaald. Als u de roguestrategie volgt laat u de overwinningspuntenfiches best links liggen. Omgekeerd geldt dit uiteraard ook. 

De prins geeft u op het einde van het spel voor elke vijf karakters die u in dienst hebt, hijzelf inbegrepen, drie extra punten.

De koningin geeft u op het einde van het spel twee bonuspunten voor elke set van een goud-, zilver- en bronsstuk dat u hebt verzameld.

De koning geeft u vijf bonuspunten voor elke vijf overwinningspunten die u via fiches hebt verzameld.

De piraat geeft je een overwinningspunt elke keer je een goudkaart uit de uitlage kiest.

Dat zijn toch alemaal leuke dingen voor spelende mensen.

Wat doen die itemkaarten eigenlijk?

Wel, ze leveren meestal gewoon overwinningspunten op aan het einde van het spel. We hebben het hier over gouden bekers, zilveren armbanden en bronzen zwaarden.

Er zijn er ook enkele speciale. De “junkkaarten” bijvoorbeeld, die nul punten waard zijn tenzij u er tijdens de eindtelling het meeste van hebt. Dan krijgt u vijf bonuspunten. Of de kleurrijke – ik verzin dit niet – gezegende schoenen, die u onmiddellijk mag inruilen voor twee itemkaarten van de trekstapel en die daarna onder diezelfde trekstapel verdwijnt. Houdt u de schoenen echter bij leveren ze u op het einde van het spel één punt op.

Blijft het spannend tot het einde?

Maakt u zich daar vooral geen zorgen over. U kunt het spel aanpakken als een race en naar een snelle finish toewerken, maar dat biedt u geen enkele garantie op de overwinning. Ik vraag me zelfs af of dat wel de juiste strategie is. Wat wel zeker is, is dat iedereen aan het einde van het spel vol spanning op de uitslag zit te wachten. Geen speler aan tafel die vóór de definitieve uitspraak al zelfvoldaan achterover leunt. U moet tot het laatste gaatje.

Maak ik me echt een veel te grote voorstelling van de doos en is dat erg?

Ik zal u alvast waarschuwen: u gaat zwaar ontgoocheld zijn over de omvang van de doos. U hebt dingen gelezen over een spelbord en toverboeken en zo en u gaat zich niet kunnen voorstellen dat dit allemaal in dat amper handvullende hoopje karton zit. U gaat mogelijk zelfs afhaken en het laten liggen als u het geluk hebt het ergens tegen te komen.

Een onvergeeflijke fout natuurlijk.

Want u moet dit eigenlijk vergelijken met een goudklomp. Die is ook niet overdreven groot maar wordt wel door iedereen begeerd. Zo gaat het ook met Grimoire. Zodra u het een eerste keer aan uw keukentafel hebt toevertrouwd gaat u een zucht van verlichting slaken. En u gaat blij zijn dat dit, door de beperkte omvang, nog zonder problemen bij in uw spellenkast kon.

Zijn die manga-achtige illustraties echt zo storend?

Het valt allemaal heel erg mee hoor, die Japanse stijl. Ik vind het wel iets hebben. Maar aangezien er net zoveel smaakpatronen als mensen zijn ga ik hier niet verder op in.

Is dit niet te duur voor wat het is?

Wat is voor u belangrijk? Wilt u iets groot en groots en duur dat na één keer uw tafel nooit meer haalt of iets kleins en bescheiden dat door het veelvuldig spelen afdrukken in uw tafelblad achterlaat? Kiest u maar hoor. Ik ga in elk geval voor het laatste.

En even tussen ons: 14 euro voor een fantastisch leuk kaartspel, is dat te veel? Als dat zo is vraag ik me af waarom u überhaupt naar – ik zeg maar iets – Essen afreist. Kunt u dan niet gewoon beter in het gezelschap van uw eigen krenterige zelf  de plaatselijke rommelmarkten blijven afdweilen, op zoek naar iets dat u daar toch nooit gaat vinden?

Hoe zit dat nu met dat niet kreukvrije spelbord?

Wel, het is bijlange niet zo erg als bij Summoner Wars, waarin u voortdurend met uw kaarten op dat spelbord moet gaan schuiven. Het niet kreukvrije spelbord van Grimoire dient alleen om kaarten en overwinningspunten op te leggen om deze vervolgens gewoon weer weg te nemen. Een leg- en neembeweging gebeurt verticaal, dus geen schade. Eigenlijk hebt u het niet kreukvrije spelbord zelfs niet nodig. U kunt perfect zonder, iets wat van Summoner Wars ook weer niet kan gezegd worden. Als u op basis van het papieren spelbordje afhaakt heb ik maar één boodschap voor u: u maakt een kapitale blunder.

Samengevat?

Grimoire is een kaartspel dat zich afspeelt in een fictieve wereld waarin de rol vertolkt van een tovenaar. U bent uit op geld, aanzien en macht en u verkrijgt dat door het uitspreken van toverspreuken. U doet dat in concurrentie met uw collega tovenaars die over exact dezelfde magische mogelijkheden beschikken als u, mogelijkheden die qua kracht elke ronde exponentieel toenemen. Als u het handig speelt gaat uw tovenaarshuisje na een tijdje uitpuilen van het geld, handige gebruiksvoorwerpen en volgelingen. Deze laatste geven u extra mogelijkheden in het naar uw hand zetten van de strijd. Het spel eindigt meestal zodra één der tovenaars tien kontlikkers of tien geldkaarten heeft verzameld. Waarna men begint te tellen, een spannend proces dat in dit spel niet zelden een verrassende afloop kent. Vervolgens kroont men tijdens een korte ceremonie de opper-tovenaar.

Waarna onmiddellijk de strijd voor zijn of haar opvolging begint..

Dominique

 

Grimoire

Japon Brand / One Draw (2010)

Hayato Kisaragi

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

Miss Spiel 2010

Voorbindpenis.

Vraag me niet waarom, beste medespeler, maar daaraan moest ik denken toen ik voor het eerst de expeditiepion van Isla Dorada uit de doos haalde.

Maar ik dwaal weer af.

Moest dit spel een vrouw zijn, beste medespeler, het won elke missverkiezing.

Bloedmooi, kaarten en markeerstenen met prachtige rondingen, een spelbord dat stijlvol en niet tè werd opgemaakt en enkele accessoires die u van puur tactiel genot doen blozen. Ik geef u een goede raad: hou alstublieft een zakdoekje onder uw beide mondhoeken als u deze doos opent.

Maar wat moet u met de inhoud van de doos doen en hoe speelt het?

Wel, u bevindt zich in het jaar des Heren 1934 en u bent lid van een expeditie die een noodlanding heeft gemaakt op een paradijselijk eiland. Dat eiland is voorzien van een overvloed aan aantrekkelijke locaties, de ene al mooier dan de andere.  Op deze locaties vindt u prachtige schatten, maar er zijn er ook waarop een vloek rust. Een vloek die u treft wanneer u de locatie aandoet.

U bent een wetenschapper en u bent niet gek. U hebt jaren prospectie over dit eiland achter de rug. U weet vooraf waar bepaalde schatten liggen en u weet ook waar u weg moet blijven wilt u niet blootgesteld worden aan een vervloeking. U zit wel met een probleem. Het is hier namelijk samen uit en samen thuis. U kunt er niet zomaar op los lopen, dat is veel te gevaarlijk. Dus beweegt u zich in groep.

Dat bewegen in groep, verspreid over minstens 16 ronden, daar zit de kern van het spel. En daar gaat u letterlijk zwaar op moeten inzetten.

Dat inzetten doet u door het bieden met transportkaarten. Geen lijnbussen of treinen hier, maar gonogo’s, yaks, kamelen, kayaks, draco’s en af en toe een verdwaalde zeppelin. Vanuit de locatie waar de expeditie zich op dat moment bevindt kiest u de (water)weg naar een aangrenzende locatie en zegt hoeveel de verplaatsing in die richting u waard is. Uiteraard biedt u met het juiste vervoermiddel. In de woestijn doet u bijvoorbeeld beroep op kamelen met erg brede voetzolen. De basistransportkaarten zijn gratis. Wilt u met een draco of zeppelin de lucht in naar een locatie naar keuze moet u respectievelijk één of drie goudstukken betalen. U krijgt er bij spelaanvang tien in uw beursje en daar moet u het voor de rest van het spel mee doen. Dat is een beetje een probleem want elk goudstuk is op het einde van het spel ook een overwinningspunt waard.

Biedt u het meest gaat iedereen uw voorkeurrichting uit. Daar aangekomen kunt u eventueel de schat gekoppeld aan die locatie uitspelen om daarmee op het einde punten te scoren. U zou gek zijn als u dat niet deed. Hebt u pech en hebt u een vloekkaart van die locatie op hand moet u die uitspelen, waardoor u strafpunten incasseert bij de eindafrekening. Schatkaarten en een vloekkaart krijgt u bij spelaanvang op hand. Tijdens de vierde en negende beurt krijgt u nog enkele schatkaarten extra.

U bezit bij het begin van het spel ook een opdrachtkaart. Dat is een kaart die bonuspunten oplevert als u wat daarop staat voor elkaar hebt gekregen. Vier specifieke locaties aandoen bijvoorbeeld, of ervoor zorgen dar er gedurende het hele spel nooit een zeeweg wordt gebruikt.

Het spel barst van de prachtige kaarten. De transportkaarten die hogerop werden beschreven bijvoorbeeld, maar ook actiekaarten die het hele expeditiegeval zwaar kunnen dooreenschudden en die meestal onmiddellijk moeten worden uitgevoerd (wij weten allemaal wat een bliksemschicht rechtsboven betekent, nietwaar?). Wat bijvoorbeeld te denken van de Sjamaan, die één bepaalde soort transportkaarten kan omvormen tot een andere? Of wat dacht u van de Antik, waarmee u ook buiten de vierde en negende ronde schatkaarten op hand kunt krijgen? Of gaat u liever aan de slag met de Marabout, waarmee u een schatkaart van een tegenspeler kunt stelen? Of – als u zich binnen het expeditiebedrijf al helemaal buiten de groep wilt plaatsen – de verschrikkelijke Panda, waarmee u bij twee spelers drie avonturenkaarten uit de handjes kunt jagen. En nu u toch bezig bent, waarom geen Samedi uitspelen waardoor een tegenspeler een vloekkaart extra op handen krijgt? Of de zeemonster- of bigfootkaart, waarmee u prachtig gesculpteerde figuren op het spelbord brengt die bepaalde (water)wegen gaan blokkeren?

U hebt het al begrepen, dit spel zit vol positieve interactie. Of negatieve, het is maar aan welke kant van het spectrum u zich bevindt.

Bepalen waar de expeditie naartoe gaat heeft nog een belangrijk voordeel. U krijgt de startspelerscepter en, nog veel belangrijker, u mag dan als eerste een nieuwe kaart uit de uitlage van vier of van de trekstapel nemen.

U biedt en verliest, u de expeditie verplaatst zich, u speelt schat- en vloekkaarten uit, plaatst een markeersteen op de aangedane locatie, neemt een nieuwe kaart van de openliggende vier of van de gedekte trekstapel en koopt er eventueel voor één goudstuk maximum eentje bij en de cyclus begint van voor af aan. Best eenvoudig eigenlijk.

De eindtelling dan. Uw resultaat wordt bepaald aan de hand van de waarde van uw uitgespeelde schatkaarten en de eventueel daaraan gelinkte bonuskaarten, de goudstukken die u nog over hebt en de bonuspunten van uw geheel of gedeeltelijk volbrachte opdrachtkaart. Daar trekt u het totaal van uw uitgespeelde vloekkaart(en) vanaf om vervolgens vast te stellen dat u het niet gehaald hebt.

U moet toch opletten als u tot aanschaf wilt overgaan. Ik heb u al eens gewaarschuwd voor het spreekwoord “Schoonheid is een list van speluitgevers.” Dat is hier wel een beetje van toepassing. Specialisten gaan hier het gevoel hebben dat ze niet helemaal in de hand hebben wat er op het spelbord gebeurt. Ze hebben gelijk. U gaat soms noodgedwongen moeten meeliften naar locaties waar u absoluut niet naartoe wilt – die vloekkaart weet u wel? – en de doelkaarten die bij spelaanvang worden uitgedeeld lijken me ook niet helemaal in balans.

Wat u wel krijgt is een fantastisch mooi uiterlijk, veel tabletalk, de mogelijkheid tot gedeeltelijk samenwerken (tot u dat mesje in dat rugje plant), een spel dat met z’n zessen kan, drie vaginale stimulatoren van heb ik jou daar en een aanzienlijk gat in uw spellenbudget. Voor zover u dat nog niet had.

Waar had ik die voorbindvagina nu alweer gelaten?

Dominique

 

Isla Dorada

Funforge / Fantasy Flight Games

Andrea Angiolino / Bruno Faidutti / Alan R. Moon / Pier Giorgio Paglia

3 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

60 minuten

 

 

Slecht uitgerust

Ziehier het plaatje:

U bevindt zich in een spookhuis, bent opgesloten in een ijskoude kamer en u moet er zo snel mogelijk uit zien te komen, anders vriest u dood. Gelukkig beschikt u over een paraplu, lippenstift en een schilderij. Dat soort probleemgevallen krijgt u voorgeschoteld in Cat & Chocolate.

U bevindt zich, samen met uw mede- en tegenspelers, in dat spookhuis. Ik schrijf uitdrukkelijk mede- en tegenspelers aangezien u in het geheim aan een genootschap wordt toegewezen. U weet echter niet wie uw mede- of tegenstanders zijn en u gaat het tijdens het spel ook niet te weten komen. Maakt u zich vooral geen zorgen, gezien het spelverloop maakt dat immers geen ene moer uit.

Als u aan de beurt bent wordt u geconfronteerd met een opdrachtkaart waarop u een probleem krijgt voorgeschoteld, een probleem dat een mens al eens kan tegenkomen in een spookhuis. U wordt aangevallen door een gigantische babypop bijvoorbeeld. De rugzijde van de bovenste kaart van de opdrachtenstapel bepaalt hoeveel van uw drie handkaarten u moet gebruiken om het probleem op te lossen: één, twee of drie. Ik hoef u niet voor te tekenen dat het getal drie hier meestal weinig perspectieven biedt.

Hoe u het probleem met de u ter beschikking staande voorwerpen op gaat lossen brengt u in een geanimeerd verhaal over aan uw tafelgenoten, lul er maar lekker op los. Die gaan vervolgens stemmen of u het er goed van afgebracht hebt of niet. Ze doen dit aan de hand van stemkaarten die in eerste instantie gedekt worden uitgespeeld en vervolgens gelijktijdig worden omgedraaid. Bent u geslaagd mag u de opdrachtkaart als overwinningspunt voor u op tafel leggen. Faalt u krijgt u niets. Dat niets krijgen gaat meestal gepaard met een loeihard lachsalvo van uw tafelgenoten. 

Op het einde van het spel, dat genadeloos toeslaat op het moment dat de einde-kaart uit de opdrachtenstapel wordt getrokken, onthult iedere speler zijn geheim genootschap en worden de punten van de leden samengeteld. Het genootschap dat de meeste punten heeft gehaald wint.

Maar eigenlijk doet dat er allemaal niet toe.

Want ik moet u waarschuwen. Dit is niet zozeer een spel dan wel een ervaring. Bent u een euroliefhebber met een tunnelvisie waarin enkel bouwstoffen, goudstukken, handelaars  en actiepunten een prominente rol spelen laat u dit best links liggen. Wilt u echter lekker verbaal en sociaal bezig zijn en vooral eens goed lachen bent u hier aan het juiste adres. Los van het thema echt iets voor op kerst- of oudejaarsvond.

Zit u in de verkoop en bent het type dat erin slaagt een Maserati Granturismo MC Stradele te verkopen aan een oud vrouwtje met een scootmobiel dat u toevallig van straat hebt geplukt bent u hier zwaar in het voordeel. Iedereen zal tot uw genootschap willen behoren.

Minpunten? Ik vrees een beetje voor de herspeelbaarheid. Ik vermoed dan ook dat men al denkt aan uitbreidingen. De opdrachtkaarten zijn, enkele uitzonderingen tenagelaten, nogal aan de donkere kant. Maar dat is dan mooi assorti met de duistere setting.

Praat, lacht, overtuigt  en fantaseert u graag, mogen wat u betreft overwinningspunten met het grof huisvuil mee, hebt u geluidstolerante buren en bent u lid van een coole jeugdbeweging? Toeslaan!

Ik pieker me ondertussen nog altijd suf over die ijskoude kamer en de lippenstift, het schilderij en de paraplu die me daaruit zouden moeten kunnen redden. Als u een idee hebt laat het me dan even weten, wilt u?

Dominique

 

Cat & Chocolate

Japon Brand (2010)

Ryo Kawakami

3 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

Gangsterbaasje

Medespeler,

In mijn vorige bijdrage had ik het over mijn “Hidden Gem”, Mai-Star.

Maar het lag wel in balans met enkele andere spellen. The Boss was daar eentje van.

The Boss is een kaart-deductie-bluf-pest-paranoia-spel. Toen we het op Spiel onder handen namen heb ik meermaals gedacht: “Toch ongelooflijk hoeveel spel men met een handvol kaarten en een miniscuul spelbordje kan bijeen knutselen. En hoe mooi en zacht en sexy en lief Pauline dat spelletje toch uit kan leggen. Ooh, hoe schattig als ze zegt: Ze littel cjuubs.”

Soit, back to business.

In The Boss bent u een gangster met gevolg. Dat gevolg bestaat uit 5 stevige kerels en 3 kleine  garnalen. Die stevige kerels, daar kunt u altijd op rekenen. De garnalen daarentegen worden nogal eens fijngemalen tijdens het uitoefenen van de taakjes die u uw gevolg oplegt.

Het doel van dit spel is gewoon geld verdienen en na drie tot vijf ronden de rijkste zijn. Dat is duidelijk en laat geen vragen open.

Dat rijk worden doet u door citytrips te organiseren naar steden waar in uw ogen het een en ander te halen valt. U wordt wel een beetje gedwarsboomd door uw tegenspelers, die ook megalomane Bossneigingen hebben. Daarbovenop moet u ook nog rekening houden met een organisatie die luistert naar de naam politie en het ook niet bepaald goed met u voorheeft. Daardoor eindigen uw citytrips nogal eens in de plaatselijke gevangenis, het ziekenhuis of erger: in een waterrijk gebied met een betonblok aan uw bevallige voetjes.

Gelukkig hebt u hier en daar wel een spion zitten die u informatie verschaft over wat er in een bepaalde stad te halen valt en wie u daar zoal, ten goede of ten kwade, zou kunnen tegenkomen.

Het concept van het spel is eenvoudig. Er worden, afhankelijk van het aantal spelers, een aantal stadkaarten in verschillende kleuren in een willekeurig gevormde rij opengelegd. Gaat u met de volle vier aan de slag kunt u exotische bestemmingen als Philadelphia, Memphis, New York, Boston, Cincinatti, Kansas City, Detroit en Chicago (of course) aandoen. Op de stadkaarten staat aangegeven wat daar eventueel te halen valt, weeral ten goede of ten kwade. Geldzakjes (in waarden van 0 tot 4) interesseren u het meest. Ziekenhuizen, gevangeniscellen, verbanningen en een gewisse dood interesseren u al heel wat minder. In Boston weet u bijvoorbeeld dat er twee geldzakken van waarde drie te halen zijn, maar mogelijk ook een enkeltje plaatselijke gevangenis en een niet al te comfortabel ziekenhuisbed. Deze elementen staan iconografisch weergegeven op kaarten die aan de stad in kwestie zijn gelinkt, ook qua kleur. Boston (geel) heeft dus vier gele gelinkte kaarten bestaande uit twee kaarten met een geldzak van drie, een cel en een ziekenhuissymbool.

Bij de aanvang van een ronde wordt elke stad bevoorraad met één gedekte en gelinkte, willekeurige kaart. Dat is het geld of het noodlot dat daar te halen valt. De resterende kaarten, vijf per speler, worden onder de spelers verdeeld. Elke speler bezit op dat moment een beetje informatie over wat er in een aantal steden te gebeuren staat. Hij kan dat afleiden aan de hand van de kleur van de rugzijde van de kaarten van zijn tegenstanders en de informatie die hij zelf letterlijk in handen heeft. Meestal weet u een beetje, maar net niet voldoende. En dat is heel frustrerend, zeker als u in een een risicovolle sector als de gangsterwereld uw dagelijks brood moet verdienen.

Vervolgens gaat u aan de slag en stuurt u uw trawanten op citytrip. Dat doet u door tijdens uw beurt uw houten blokjes, vijf grote voor uw elitetroepen en drie kleintjes voor de groentjes, in een stad in te zetten (optioneel en in een aantal naar keuze, waarbij u er moet op toezien dat een groentje alleen samen met een routinier op stap mag). Vervolgens speelt u een aan een stad gelinkte kaart in die bepaalde stad open uit (verplicht en dit moet niet dezelfde stad zijn waar u uw handlangers hebt geplaatst). Daardoor weet iedereen onmiddellijk wat er in die stad niet te halen of op te lopen valt.

Geloof me, deze eenvoudige handelingen zijn al voldoende om uzelf en uw tegenspelers op scherp te zetten. En ik bedoel ècht op scherp. In de betekenis van ontplofklaar. U moet er echt bij hebben gezeten om hierover mee te kunnen praten. Dit is een eerste waarschuwing.

Zo gaan de beurtjes vrolijk verder, waarbij u rekening moet houden dat u om in een stad de controle te krijgen altijd meer gespuis moet inzetten dan de speler die daar op dat moment de meerderheid heeft. U moet er ook rekening mee houden dat op het einde van een ronde de groentjes, door hun onervarenheid en verkeerdelijk gps-gebruik, altijd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats in de vuurlinie hebben zitten lopen waardoor u ze voor de rest van het spel kwijt bent. Goed timen dus en met fluwelen handschoenen aanpakken, die kasplantjes.

Als elke speler drie kaarten heeft uitgespeeld – de Griekse tragedie ontvouwt zich – wordt een politiekaart omgedraaid van een stapeltje van vijf. Op deze kaarten staat een insigne van zilver of goud of een twee insignes, goud èn zilver. Zodra het derde insigne van een bepaalde kleur zichtbaar wordt betekent dat dat u aan de laatste ronde bezig bent. Het spel duurt dus drie tot vijf ronden.

In die ronden kunt u dus uw groentjes kwijtraken en kunnen uw elitetroepen het ziekenhuis in geschoten worden (beurtje overslaan omwille van werkonbekwaamheid), de gevangenis in vliegen (twee beurten overslaan), verbannen worden uit Cincinnati of erger: harpspelend het rijk der hemelen tegemoet treden.

Chicago is, zoals te verwachten, een speciaal stadje. Daar woont de Boss der Bossen. Daar kunt u uw klootzakjes wel kwijt, maar niet uw kaarten. De Grote Baas zamelt al het geld in van de steden die links van hem liggen om het vervolgens te delen met de speler die Chicago beheerst – hij rondt wel altijd af in zijn voordeel, de schoft – en schuift elke ronde een plaatsje naar rechts op, waardoor de potentiële inkomsten aldaar steeds lucratiever worden.

Leuk is ook dat de spelersvolgorde als de laatste kaart moet worden uitgespeeld wordt bepaald aan de hand van het aantal loopjongens (houten blokjes) die de spelers op dat moment nog in hun bezit hebben. De speler met de meeste beschikbare gangsters begint en de speler met het laagste anatal speelt het laatst. Hou daar rekening mee als u volop met uw zondagse smoel aan het bluffen bent.

The Boss sloeg bij ons in als een bommetje. Geen bom, een bommetje. Maar ik weet uit ervaring dat men van kleine bommetjes behoorlijk kan schrikken. Dat deed ik hier ook en dat is absoluut niet negatief bedoeld.

Iedereen waarmee ik dit speelde was aangenaam verrast. Snel, eenvoudig van opzet, overzichtelijk maar vooral paranoia genererend. Want welke kaarten heb ik op hand en wat weet ik daardoor? Wat kan ik opmaken uit de aard van de kaarten die mijn tegenspelers al hebben uitgespeeld? Die gele kaart die mijn overbuur daar op hand heeft, welke zou dat zijn? En waarom speelt mijn linkerbuur zijn gangsters uit op Kansas City terwijl hij geen enkele kaart van die stad op hand heeft? Overvloedig zweten is een natuurlijke bijwerking als u zich aan een spelletje The Boss waagt. het is maar dat u het weet.

Optimaal spelersaantal: vier. U kunt het met minder, zelfs met z’n tweeën, maar met z’n vieren bent u in voor een erg zinnenprikkelende behandeling. U gaat in uw lichaam zenuwen voelen trillen waarvan u tot op dat moment het bestaan niet eens vermoedde.

Tegenindicaties? Hartproblemen, een te hoge bloedruk, zwangerschap, aangeboren achterdocht en een lage frustratietolerantiedrempel. Het kan ook zijn dat u, bij aanvang van het spel nochtans volkomen gezond zijnde, na afloop met één van de bovengenoemde ongemakken huiswaarts keert. U bent gewaarschuwd.

En een gewaarschuwd gangster telt voor twee.

Dominique

 

The Boss

Blackrock Editions

Alain Ollier

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

20 tot 60 minuten

 

 

Kleine voetjes en voor alles in..

Laten we het even hebben over edelstenen.

Elke editie van Spiel levert er wel eentje op: The Hidden Gem.

The Hidden Gem is een spel dat op Spiel enigszins onder de rader doorvliegt en waarvan achteraf blijkt dat het fantastisch is. Uiteraard hebt u het ook gekòcht, anders was het geen Hidden Gem. Zo komt het ook dat een Hidden Gem van speler tot speler kan verschillen.

Wat mij betreft luistert The Hidden Gem van Spiel 2010 naar de naam Mai-Star.

Mai-Star is een kaartspel voor drie tot zes spelers van Japon Brand, de stand die u op Spiel eigenlijk altijd als eerste moet aandoen. Ik heb ook dit jaar weer enkele spelletjes van onze Japanse vrienden meegenomen en ik kan u nu al zeggen: hou deze blog, en vooral dat gele gevaar, goed in de gaten. U gaat nog aangenaam verrast worden.

Mai-Star is de (schijnbare) eenvoud zelve. U bent een bloedmooie, kleinvoetige geisha die er alles aan doet om het uw gasten naar de zin te maken. Een erezaak is dat. Daar moet u wel eerst gasten voor over de vloer krijgen natuurlijk, maar daarvoor hebt u een hele trukendoos achter uw prachtige waaier klaar zitten.

U kunt in dit spel met maximum zes bloedmooie schoonheden aan de slag – die lelijke gezichten van uw mannelijke tegenspelers denkt u maar even weg – en elk hebben ze hun eigen vaardigheden, zijnde gedienstigheid (altijd meegenomen), prestaties (behoeft echt geen verdere uitleg hoor) en intelligentie. Met deze vaardigheden proberen de schoonheden zoveel mogelijk gasten naar hun ongetwijfeld naar lentebloesem ruikende vertrekken te lokken. Ze hebben elk ook een unieke eigenschap, een eigenschap die het leven van een geisha enigszins makkelijker maakt. Iets waardoor zij haar werkelijkheid naar eigen goeddunken kan bijboetseren. Dat is meegenomen als u de mooiste en de leukste en de bekwaamste en de slimste en vooral de rijkste wilt zijn op het einde van het spel.

Tijdens uw beurt – u begint, naargelang de ronde, het spel met vijf, zes of zeven handkaarten en uw bloedmooie andere ik voor u op tafel – kunt u één actie doen. U kunt kiezen uit: een gast uitspelen, adverteren, introduceren, wisselen en zoeken.

Adverteren en gasten uitnodigen zijn de belangrijkste. Als u adverteert legt u een handkaart (voornamelijk mannen) rechts naast uw geisha en neemt vervolgens een nieuwe kaart van de trekstapel op hand. Deze kerels genereren geen punten, maar ze gaan wel rondbazuinen hoe goed u wel bent, met die kleine voetjes van u. Afhankelijk van de invloed van de uitgespeelde “adverteerder” gaan bepaalde vaardigheden van uw geisha de hoogte in, wat een andere mogelijke actie, het lokken van gasten, dan weer makkelijker maakt. Hoe verleidelijk en noodzakelijk ook, adverteren houdt een risico in. U moet immers een kaart van de trekstapel nemen en elke kaart die u op het einde van een ronde nog op hand hebt confronteert u met de onwelriekende geur van twee strafpunten.

Het lokken van gasten doet u eveneens door het uitspelen van handkaarten, maar tijdens deze actie legt u ze in een rijtje boven uw geisha. Deze kerels willen niet liever dan van uw gunsten gebruik maken en ze betalen er rijkelijk voor. In dit spel zijn geld en overwinningspunten synoniemen van elkaar, een niet onbelangrijk detail. Uw gasten hebben zo hun voorkeuren en eisen dan ook dat u voldoende vaardigheid in het bevredigen van hun verlangens bezit. Ze hebben ook allemaal een eigenschap die u kunt activeren zodra u de kaart uitspeelt (als u ze als adverteerders uitspeelt kunt u deze eigenschap niet gebruiken). Daar zitten erg interessante handigheidjes tussen die u, geloof me vrij, heel erg van pas kunnen komen.

Introduceren doet u door twee handkaarten op de aflegstapel te leggen en er twee nieuwe voor in de plaats te trekken. Handig als u naar een bepaald manspersoon op zoek bent.

Wisselen betekent dat u een uitgespeelde adverteerder opnieuw op hand neemt en deze vervangt door een nieuwe uit uw hand. Handig voor als u tijdens het spelen een karakter van adverteerder wilt upgraden naar gast of als u tijdens het spelen merkt dat u zich van kaart vergist hebt.

Zoeken staat voor het op hand nemen van een kaart van de trekstapel. U vraagt zich af wat het nut hiervan is aangezien u dan toch beter kunt adverteren, dan krijgt u bovenop uw toenemende vaardigheden immers ook een kaart op hand. Geloof me, er zijn momenten in het spel waarin deze actie van groot belang kan zijn. Hou dit dus maar lekker in uw achterhoofd.

Een ronde eindigt op het moment dat een speler zijn laatste handkaart uitspeelt of op het einde van de ronde waarin de trekstapel leeg is getrokken, waarna u de goudwaarde op de gastenkaarten als overwinningspunten noteert en uw resterende handkaarten als strafpunten in mindering brengt a rato van twee punten per kaart.

Alles in dit spel draait om de afweging of u voor een adverteerder gaat of een gast. Een adverteerder jaagt uw aantal handkaarten de hoogte in, maar verhoogt dan wel uw reputatie èn de kans lucratievere gasten uit te spelen. Een gast daarentegen laat u toe uw hand leeg te spelen èn, indien u dat wenst zijn speciale eigenschap te gebruiken. Met een handelaar bijvoorbeeld kunt u een andere speler verplichten twee kaarten te laten trekken. Of u kunt een prostituee onder uw gasten droppen, waardoor u twee gasten van dezelfde kleur kunt uitspelen en zo een beetje tijdsdruk op uw bevallige tegenspelers zet. Of de sumoworstelaar sommeren (arme geisha) waarmee u een kaart uit de handen van een tegenspeler kunt wegspelen. Uw gasten zijn ook de enige kaarten die geld (punten) opleveren aan het einde van een ronde. Naar goede gewoonte wordt u dus ook hier geconfronteerd met enkele interessante dilemma’s.

Op elk potje past een dekseltje hebben ze mij geleerd. Geisha’s hebben geloof ik een andere interpretatie van dit spreekwoord ingelepeld gekregen, een variant waarin van de premisse wordt uitgegaan dat één pot meerdere deksels aankan. Daar valt wat voor te zeggen en als u deze filosofie tijdens het spelen niet durft te hanteren eindigt u gegarandeerd als Mai-Flop.

Speelkaarten die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten, een vloeiend spelverloop, een goeie geut interactie, gegarandeerde spanning, tonnen tactiek en zes bloedmooie vrouwen. En dat allemaal in een klein doosje waarmee u zonder enig probleem elke grenspost passeert. Er zijn er met minder goede punten in mijn kaartspellenkast geraakt.

Als u er niet tegenop ziet om uw vrouwelijke kant aan te spreken, een avond kleine voetjes te hebben en bloemen in uw haar moet u Mai-Star zeker eens proberen. Wie weet ontdekt u uw andere ik.

Knalt u liever vijandelijke eenheden uit de lucht raad ik u aan iets anders te proberen. Besef dan wel dat u een catfight op het scherp van de snee mist.

Catfight? Inderdaad: A Hidden Gem

Dominique

 

Mai-Star

Japon Brand (2010)

Seiji Kanai

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

Pechverhelping is onderweg.

De nasleep van Spiel moet even op de pechstrook.

Ik zal u schrijven waarom.

Ik heb onlangs mijn exemplaar van Alien Frontiers  (Clever Mojo Games) ontvangen en gespeeld en ik móét u er gewoon over berichten.

Want dit, beste medespeler, is samen met London het beste spel van deze jaargang.

Ik ben er helemaal weg van.

Alien Frontiers was op Spiel nergens te bespeuren. Dat komt door het feit dat het spel vóór Spiel al uitverkocht was – de 1000 preorders waren zó de deur uit – en daarbovenop is Clever Mojo Games een kleine Amerikaanse uitgever wiens haalbare reisonkosten dit boekjaar niet verder reiken dan de bushalte aan het parochiecentrum van Edmonds, drie straten verder dan hun uitvalsbasis.

De gekheid die dit spel bij mij teweegbrengt heeft meerdere oorzaken. Ik som ze even op:

Het thema

In Alien Frontiers hebben we een vreemde planeet ontdekt. Een planeet, zo leert ons eerste onderzoek, waar zich eigenaardige zaken afspelen en waar al even eigenaardige restanten van een vreemde beschaving terug te vinden zijn. Deze restanten bevinden zich op de planeet zelf, maar fladderen ook in een baan rond de planeet. Wij zouden niet menselijk zijn als we niet onmiddellijk besloten heel dat geval te koloniseren, en dan nog liefst zo snel mogelijk. Uiteraard wil elke kolonisator als eerste daarmee klaar zijn en gaat daarom iedereen met elkaar in competitie. Al is de eerste die het klusje klaart lang niet zeker dat hij of zij het lintje van de president op zijn of haar revers geprikt krijgt. 

Het kolonisatieproces wordt ondersteund door het inzetten van ruimteschepen (dobbelstenen) die de satellietlocaties aandoen die rond de planeet zweven, erts gaan ontginnen op de plaatselijke maan en de energie van de lokale zon omzetten in brandstof. Erts en brandstof zijn nodig om onze kolonies op de planeet op te starten. Acht regio’s zijn er op de planeet en elke regio herbergt buitenaardse technologie die we goed kunnen gebruiken om onze snelheid en efficiëntie van koloniseren aanzienlijk op te krikken.

De schoonheid

Als u dit op tafel ziet liggen gaat u zich amper kunnen voorstellen dat dit kleinood het resultaat is van de noeste arbeid van een bedrijfje dat bestaat uit een man en een paardenkop. De doosillustratie op zich is al een lust om naar te kijken.  En dan heb ik het nog niet gehad over de inhoud: een prachtig en erg functioneel spelbord, al even prachtige alienkaarten, dikke en stevige regiofiches, een scorebord, drie stevige field generator-fiches, prachtig houten materiaal (erts, brandstof en kolonies in de vier spelerskleuren), 25 dobbelstenen (vier keer zes in de spelerskleuren en één doorzichtig en  interessant en vooral erg bruikbaar alienexemplaar) en een goed gestructureerd, kleurrijk spelregelboekje.

De eenvoud

Dit spel is fluitend uit te leggen en al tijdens de eerste spelronde fluit heel uw gezelschap vrolijk en toonvast mee. Verder zijn het spelbord, de alienkaarten en de regiofiches van een zodanige overzichtelijke en eenvoudige iconografie voorzien dat het regelboekje tijdens het spelen werkloos in de doos ligt te verkommeren. Moest u toch nog vragen hebben tijdens het spelen biedt de achterkant van het regelwerk zeker soelaas.

Het spelmechanisme

Het spelmechanisme hebben we al eens eerder gezien, in Kingsburg meerbepaald. Daar houdt de vergelijking ook onmiddellijk op, want al lijkt de opzet hier eenvoudiger, we hebben hier te maken met een heel ander spel. Er wordt inderdaad gedobbeld, maar in tegenstelling tot Kingsburg, waarin een hoge worp altijd valt te prefereren boven een lage, is de hoogte van uw worp hier veel minder determinerend. U hebt altijd wel de mogelijkheid iets leuks te doen met uw schepen en bepalen wàt en wanneer is niet bepaald een eenvoudige aangelegenheid.

Blokkeren is hier ook een constant te overwegen tactische actie. Uw dobbelstenen (ruimteschepen) en die van uw tegenspelers blijven gewoon op het bord liggen tot u weer aan de beurt bent. En dat, beste medespeler, is écht leuk. Want dat biedt een aantal interessante tactische mogelijkheden, waarin één constante steeds weer opduikt: het jennen van uw tegenspelers.

U gooit dus met uw vloot dobbelstenen – u begint met drie eenheden en u kunt in de loop van het spel uitbreiden tot zes – waarna u de door u gekozen locatie aandoet.

Laten we de mogelijkheden even overlopen:

“Alien Artifact”

Landt u daar mag u voor elke dobbelsteen, verder (ruimte)schip genoemd, die u daar plaatst de drie openliggende alienkaarten ruilen voor drie nieuwe. Heel handig als u naar een bepaalde kaart op zoek bent. Als u er dobbelstenen plaatst met een totale waarde van 8 of meer mag u een alienkaart kiezen en vanaf dan de voordelen daarvan benutten. Er zijn er 22 in het spel, 12 verschillende. Ze bieden u, mits betaling van erts en/of brandstof of de kaart zelf, leuke voordelen. Zo is er de Booster Pod bijvoorbeeld, die u onder andere toelaat voor één brandstof de waarde van één van uw ruimteschepen met één te verhogen. Er handig als u net dat ene cijfertje nodig hebt.  Er is plaats voor slechts vier ruimteschepen op deze locatie. U weet dus wat u te doen staat.

“Colonist Hub”

Hier bevinden zich vier lanceerplatformen, één voor elke speler, van waar u uw kolonies naar de planeet afschiet. Voor elk schip dat u er plaatst mag u uw kolonie één veld opschuiven richting lancering. Dat lukt niet in één beurt want u moet daar zeven velden voor overbruggen. U bent dus even zoet met dit proces. Bij de lancering moet u één erts en één brandstof inleveren, maar het levert u uiteindelijk wel altijd een punt voor de kolonie op. Eén punt, beste medespeler, is in dit spel erg belangrijk.

“Colony Constructor”

Als u hier drie schepen van dezelfde waarde “dockt”, uiteraard tijdens uw huidige beurt gegooid, mag u onmiddellijk een kolonie stichten op de planeet. Dat gaat uiteraard veel sneller dan het gedoe in de “Colonist Hub” hierboven, maar het kost u wel drie erts.

“Lunar Mine”

Hier mag u landen als uw ruimteschip een gelijke of hogere waarde heeft dan het ruimteschip met de hoogste waarde dat er al ligt. Voor elk ruimteschip mag u een erts naar uw eigen voorraad overhevelen. Hier is plaats voor vijf schepen. Aan erts is in dit spel moeilijk te komen. Het is maar dat u het weet.

“Maintenance Bay”

Hier plaatst u uw ruimteschepen als u niet in staat bent – u hebt ook àltijd pech – om ze op lucratieve locaties onder te brengen. Het is een soort parkeerplaats alwaar uw ruimteschepen wachten tot u weer aan de beurt bent. Plaats genoeg voor iedereen hier.

“Orbital Market”

Twee schepen van dezelfde waarde moet u hier posteren. En liefst van een zo laag mogelijke waarde want u mag dan brandstof ruilen voor erts aan de ruilwaarde die door de gegooide ogen van één van de dobbelstenen wordt aangegeven. Gooit u twee enen mag u dus één brandstof omzetten in één erts. Er is plaats voor twee paartjes ruimteschepen hier.  

“Raiders Outpost”

Een sequentie van drie dobbelstenen moet u hier plaatsen, 1-2-3 bijvoorbeeld. Doet u dat mag u een combinatie van erts en brandstof, vier in totaal, stelen van uw tegenspelers. U mag daarbij spreiden naar keuze. Er is slechts plaats voor drie ruimteschepen hier en deze zijn enkel weg te spelen als een sequentie van drie wordt gegooid die hoger is dan degene die er al ligt. De weggespeelde schepen gaan dan gewoon naar de Maintenance Bay.

“Shipyard”

Hier kunt u extra schepen bouwen. U moet er wel twee schepen van dezelfde waarde plaatsen. Afhankelijk van het hoeveelste schip u bouwt moet u dan erts en brandstof betalen om het te fabriceren. Uw vierde schip kost één brandstof en één erts, het vijfde kost twee van elk en het zesde vraagt drie erts en drie brandstof). Hier is plaats voor drie koppeltjes. U kunt dit spel met z’n vieren spelen. Hebt u ‘m?

“Solar Converter”

Hier slaat u brandstof in. U krijgt brandstof uitbetaald op basis van de waarde van elk schip, naar boven afgerond. Een drie en een vier leveren bijvoorbeeld elk twee brandstofeenheden op. Acht schepen kunnen hier tegelijkertijd gestationeerd zijn. Aan brandstof is relatief makkelijk te komen. Het is maar dat u het weet.

“Terraforming station”

Eén schip met waarde zes kunt u hier kwijt. Maar dat levert wel wat op. Met één erts en één brandstof kunt u dan onmiddellijk een kolonie stichten op die planeet daar beneden. Uw ruimteschip wordt tijdens dit proces wel helemaal omgebouwd en is niet meer bruikbaar. Het gaat terug naar de algemene voorraad wat betekent dat u het opnieuw zult moeten bouwen door gebruik te maken van de Shipyard. U mag deze actie niet kiezen als u slechts over drie schepen beschikt.

De snelheid

De snelheid van spelen is dik oké. U bezit tenslotte een hoop ruimteschepen. En als uw beurt wat langer duurt is dat enkel en alleen te wijten aan uw onvermogen om tot een beslissing te komen. Na de eerste paar ronden beginnen bepaalde locaties ook goed gevuld en geblokkeerd te raken zodat u minder mogelijkheden hebt en sneller tot een beslissing komt, maar tegelijkertijd ook meer frustratie oploopt. Heerlijk.

De herspeelbaarheid

Ik ga hier niet teveel verklappen maar ik kan u garanderen dat er meerdere wormholes zijn die naar de overwinning leiden. U gaat meerdere sessies nodig hebben om ze allemaal te ontdekken en elke nieuwe sessie zal beroep doen op uw adaptieve vaardigheden teneinde de juiste combinaties voor uw succes aaneen te weven.

De fluctuerende scorepionnen

Tijdens het spel gaat uw telsteen vrolijk op en neer. Na elke beurt moet u even evalueren of u punten hebt gescoord of bent kwijtgespeeld en ook uw tegenspelers moeten dat doen. Geen paniek, het is allemaal een fluitje van een cent en de spanning zit er van bij aanvang flink in.

De duidelijkheid

Om te winnen moet u op het moment dat een speler zijn laatste kolonie op de planeet plaatst het meeste punten hebben. Simpel.

Die punten zijn gemakkelijk te bepalen: u krijgt een punt voor elke kolonie die u hebt gesticht, een punt voor elke regio die u controleert (u hebt er de meeste kolonies) en een punt indien u de regio controleert waar zich het positronveld bevindt. Daarbovenop kunt u nog een punt extra verdienen als u op het einde van het spel de kaarten “alien city” en/of “alien monument” bezit (een punt per kaart). Geen zware teloefening hier op het einde. Dat biedt ook het voordeel dat u ten allen tijde tijdens het spel in een oogopslag ziet hoe iedereen ervoor staat zodat u uw meest aangewezen actie kunt bepalen.

Als die dobbelstenen nu maar wilden meewerken.

De ode aan de grote science-fiction schrijvers

Asimov, Bradbury, Burroughs, Heinlein, Herbert, Lem, Pohl, Van Vogt, ze maken allemaal deel uit van het spel, want de regio’s op de planeet zelf zijn naar hen vernoemd. En als u de controle over een regio bezit krijgt u een extra voordeel dat mooi staat aangeven op een grote en dikke fiche die aan de regio in kwestie is gelinkt. Controleren betekent meer kolonies hebben in een regio dan uw tegenspelers. Bij een gelijke stand moet u de fiche weer inleveren. Controleert u het Bradbury Plateau bijvoorbeeld krijgt u één erts korting als u tijdens uw beurt de Colony Constructor activeert. Erg interessant wordt het als u de Burroughs Desert controleert. Daar bevindt zich een alien ruimteschip dat u, mits betaling van één erts en één brandstof, tijdens uw beurt als extra schip mee kunt inzetten. Geloof me, ze hebben alle acht hun belang en kunnen een cruciale rol spelen als u het spel naar uw hand wilt zetten.

Het retrogevoel

De illustraties in dit spel, van spelbord tot alienkaart, stuwen science fiction-nostalgie langs alle porieën naar buiten. Heerlijk om naar te kijken en een verademing tussen al die ruimtespellen die zichzelf op dit vlak veel te serieus nemen. Flash Gordon zou in dit universum niet hebben misstaan. U moet dit lezen als een compliment.

De hang naar meer

Na de eerste sessie gaat u onmiddellijk opnieuw willen spelen om iets anders uit te proberen. Doet u dat niet ligt u ’s nachts wakker. Het is maar dat u het weet.

De bedenker van dit exploot heet Tory Niemann. Hou deze naam in gedachten als u ’s avonds laat uw blik naar de sterrenhemel richt.

Dominique

 

Alien Frontiers

Clever Mojo Games (2010)

Tory Niemann

2 tot 4 spelers vanaf 13 jaar

 

London Calling.

London.

Voorwaar, het is een mooie stad. Een wereldstad zelfs.

Een kleine 350 jaar geleden was het daar heel andere koek. Toen brandde het hele zootje tot aan de grond af. 13.200 huizen en 37 kerken gingen eraan. Drie dagen nadat de eerste vlammetjes het huis van bakker Farrinor verlieten was het klusje geklaard. 80% van de stad ging uiteindelijk in de vlammen op.

Dat kan tellen.

Of ze dáár in die tijd goed konden tellen valt echter zeer te betwijfelen. Het telraam van dienst kwam niet verder dan 9 tot 16 slachtoffers. Er moeten wel heel weinig mensjes in die 13.200 huizen hebben gewoond.

Twee Spielse spellen hielden verband met deze grote brand: The Great Fire Of London 1666 (Prime Games) en London (Treefrog). Strikt genomen zou u eerst aan de slag moeten met The Great Fire, waarin het hele zootje – vooral dat van uw tegenspelers, want dàt soort spel is het – tegen de grond gaat om u daarna rustig te zetten aan de wederopbouw, wat het onderwerp is van London. Het lijkt me iets voor een thema-avond. Ten huize van wordt die dan ook eerstdaags ingepland.

Martin Wallace heeft de heropbouw aan onze vaardige handen toevertrouwd middels een bordspel. Alhoewel, de benaming kaartspel lijkt me de lading beter te dekken. Want jongleren met kaarten en vooral met wat daarop staat is de hoofdactiviteit die u tijdens dit spel uitoefent. U begint te klussen in 1666 en u eindigt uw werkzaamheden in het jaar des Heren 1900. Wallace heeft er gelukkig voor gekozen de bouwtijd in te korten tot anderhalf uurtje.

London vertoont, tot mijn grote vreugde, nogal wat overeenkomsten met San Juan. Zo moet u een stad uitbouwen door gebouwkaarten voor u op tafel uit te spelen en om deze kaarten uit te spelen moet u ze betalen met handkaarten van dezelfde kleur, al dan niet aangevuld met geld (de centrale bank houdt regelmatig het handje op). Later in het spel kunt u deze gebouwen activeren zodat ze voor u mooie dingen gaan doen, geld of overwinningspunten genereren bijvoorbeeld. Dat kost dan ook weer kaarten of geld of allebei of, als u geluk hebt, niets. Er zitten kaarten tussen die bestemd zijn voor eenmalig gebruik en er zijn er ook waarvan u kunt blijven genieten. Een deck van 110 kaarten krijgen we hier voor de kiezen, verdeeld over een A-, een B- en een C-deck die getrouw en chronologisch de inhoudelijke en visuele evolutie van de werderopbouw evoceren. En waar u heel voorzichtig en goed doordacht mee moet omgaan. Voorzichtigheid en doordachtheid is vooral geboden tijdens het selecteren van de kaarten waarmee u betaalt. Die komen namelijk niet op een aflegstapel terecht, maar op het centrale spelbord alwaar ze door de gretige vingertjes van uw tegenspelers kunnen worden weggegraaid.

Dat centrale spelbord – heel overzichtelijk en functioneel trouwens – bevat ook nog 20 disctricten die  u tijdens het spel  de uwe kunt maken door er welgeteld één gebouw uit uw voorraad op neer te zetten, één gebouw per district. Claimen heet dat. Geclaimd betekent voorgoed van u, geen tegenspeler kan u vervoegen op dat lapje grond. U voelt ergens achter in uw hersenpan het woord “blokkeren” al opkomen. Dat hebben uw hersenen goed begrepen. Grond claimen kost geld, maar levert u ook wat op: een handvol overwinningspunten aan het einde van het spel en, naargelang de locatie van het district, enkele handkaarten. Maar mogelijk nog belangrijker: elk district dat u hebt geclaimd geeft u een bonus bij het bepalen van uw armoedepeil, waarover later meer. Wordt er tijdens het spel een metrolijn in uw disctrict(en) gebouwd levert u dat per metrolijn op het einde van het spel nog eens twee extra punten op. Die metrolijnen bouwt u door het activeren van gebouwenkaarten in uw stad. U zorgt er dan ook bij voorkeur voor dat u deze kaarten op hand krijgt zodat u de aanleg zelf een beetje kunt sturen. Het voelt immers niet echt lekker te zijn overleverd aan de goodwill van uw tegenspelers. De Theems, die de stad doorkruist, speelt ook een belangrijke rol. Bepaalde gebouwen zijn ermee gelinkt en het als u de rivier onderdoor moet met uw metrolijn kost u dat extra geld.

Tijdens uw beurt trekt u eerst verplicht een kaart van de trekstapel of u neemt er eentje van het centrale spelbord. Vervolgens leunt u oncomfortabel achterover en begint u met het dilemmatisch bepalen van de actie die u gaat uitvoeren: uw stad verder uitbouwen (kaarten uitspelen), een district claimen, uw stad “runnen” of gewoon drie kaarten op hand nemen van de trekstapel en/of het centrale spelbord. Het runnen van de stad, waarbij u naar believen gebouwenkaarten mag activeren, is waar de niet bepaald kleine adder onder het (gr)as zit. Na het runnen telt u immers uw stapels stadkaarten bij elkaar op op (u kunt kaarten op elkaar leggen om het aantal verschillende stapels, en daardoor de grootte van uw stad, zo klein mogelijk te houden) en voegt daar uw aantal handkaarten aan toe. Van dat getal trek je je aantal geclaimde districten op het centrale spelbord af. Het resultaat van dat op- en aftellen is HET AANTAL ARMOEDEBLOKJES DAT JE UIT DE ALGEMENE VOORRAAD MOET NEMEN. Dat het voorgaande in hoofdletters staat is geen toeval. Als u niet oppast groeien die blokjes uit tot een vulkaan die op het einde van het spel in volle glorie uitbarst en u vervolgens van tafel blaast. Teveel armoedeblokjes in voorraad hebben op het einde van het spel is dodelijk. Dat is, tenzij je tegenspelers het ongeveer even slecht hebben gedaan, een brandje dat niet meer te blussen is. LET DAAR VOOR OP! Blijf qua armoede ongeveer op gelijke hoogte als je tegenspelers. Op het einde mag hij of zij die het minste armoedeblokjes bezit ze immers allemaal afleggen, waarna de andere spelers een gelijk aantal blokjes mogen dumpen. Wat dan overblijft levert strafpunten op waarvan u het aantal mooi kunt aflezen van een heel overzichtelijke tabel op het spelbord. Ik raad u aan verder te lezen en u lekker te verkneukelen in wat dat bij mij persoonlijk teweegbracht. Het is toch bijna Sinterklaas.

Geld, daar hebben we nog zoiets. U hebt uiteraard nooit genoeg Engelse ponden in voorraad, waardoor u in de verleiding komt om te gaan lenen. Soms – maar dan moeten ze het wel heel slim spelen – dwingen uw tegenspelers u tot een lening. U moet uw ontleende bedragen op het einde wel zien terug te betalen, met intrest uiteraard, want anders krijgt u – wat zingen wij in koor? – STRAFPUNTEN!

Als de actieve speler de laatste kaart van de trekstapel neemt krijgen de andere spelers elk nog één beurt et voila: London staat er weer!

De beste wederopbouwer moet dan nog worden bepaald, kwestie van iemand te hebben om te huldigen. Eerst betaalt u uw lopende leningen zoveel mogelijk af, vervolgens neemt u nog een armoedeblokje uit de voorraad voor eke handkaart die u nog bezit, wordt er 1 overwinningspunt toegekend voor elke 3 pond die u op dat moment in voorraad hebt, krijgt u de punten voor uw geclaimde districten (eventueel aangevuld met de bonuspunten voor de metrolijnen), voegt daarbij de overwinningspunten van de gebouwenkaarten die u in uw stad hebt uitgespeeld (ook de gebouwkaarten die door andere kaarten bedekt zijn) en voegt bij al die puntenfiches het stapeltje dat u tijdens het spel al hebt verzameld.

De strafpunten dan: elke niet terugbetaalde lening kost u 7 strafpunten. De speler met het minst aantal armoedeblokjes mag deze met een brede glimlach allemaal terugsturen naar de centrale voorraad, waarop de andere spelers een even groot aantal mogen afleggen. Vervolgens bepalen de spelers die dan nog armoedeblokjes overhouden hun aantal strafpunten aan de hand van de handige tabel op het spelbord, waarvan eerder sprake.

London, beste medespeler, is het beste spel dat dit jaar op Spiel te vinden was. Het is in mijn ogen ook het beste spel van Martin Wallace, met een verrassende toegankelijkheid die toch voldoende weerhaken bevat om het u knap lastig te maken. Als u eraan begint lijkt het allemaal zo eenvoudig, een fluitje van een cent als het ware. U gaat dat Londens varken even snel wassen. Tot u geconfronteerd wordt met de armoedeblokjes, de slechts één actie per beurt pesterij, uw falende bouwplannen, het uitbalanceren van de grootte van uw stad, uw chronisch geldtekort, het lekkers dat u moet neerleggen voor uw tegenspelers en ook wel de soms dodelijke interactie met dat stelletje ongeregeld. Het voelt een beetje als bordjongleren in het circus, met dat verschil dat er maar bordjes blíjven bijkomen en dat u het nare gevoel hebt iets te missen dat u daarbij erg van pas kan komen, namelijk handen.

Het materiaal is dik in orde. U mag met mooie en erg functionele kaarten aan de slag en het spelbord laat niets te wensen over. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk en absoluut niet moeilijk. Ik heb het bij de heer Wallace ooit anders gezien. Of niet gezien, het is maar hoe u het bekijkt. Het houten materiaal van de gelimiteerde editie biedt zeker een tactiele en visuele meerwaarde, maar het standaardmateriaal staat het speelplezier zeker niet in de weg. Daarvoor is dit spel te leuk.

Met veel enthousiasme vloog ik er samen met mijn twee medespelers in. De winnaar had meer dan 80 punten, de tweede in de 60 en ik – dát weet het nog heel precies – 2. U mag even lachen. Ik had 59 strafpunten omwille van mijn veel te groot armoedepeil. Ik raad u stellig aan voor spelaanvang het tabelletje rechts boven op het spelbord aandachtig te bestuderen. Daar staat op hoeveel strafpunten u krijgt voor hoeveel armoedeblokjes. En als u niet in uw dagje bent hakt dat erin als de kettingzaag in The Texas Chainsaw Massacre. Ik zou er ook voor zorgen dat er geen kettingzaag in de buurt is als u met uw eindresultaat wordt geconfronteerd. Uw tafel zou er wel eens aan kunnen gaan. 

Na De Afgang heb ik een halve nacht liggen nadenken. Hoe ik het de volgende keer zal aanpakken, maar vooral hoe niet. Ik heb al een plan. Voor zover ik het nu kan beoordelen heeft het kans op slagen. Ik hang het briljante concept hier niet aan uw neus, maar ik beloof u dat ik iets laat weten als ik het ten uitvoer heb gebracht.

Dat zal, als het van mij afhangt, niet lang meer duren. Want het brandt vanbinnen.

Een heerlijk spel.

Dominique

 

London

Treefrog (2010)

Martin Wallace

2 tot 4 spelers (leeftijd niet aangegeven)

90 minuten

 

Spellen uit Essen: Zwalp like an Egyptian!

Egypte.

Ik ben er nooit geweest en ik zal er omwille van chronisch geldgebrek ook nooit komen. Dàt soort dingen doet een beurs als Spiel dus met mensen.

Gelukkig zijn er goedkope sluipwegen, spelletjes op keukentafels bijvoorbeeld.

Zo bevond ik mij op zaterdag 23 oktober langs de Nijl, een dikke 2000 jaar geleden zelfs, en mat ik mijzelf de rol aan van een plaatselijke handelaar die zaakjes deed in de steeds rijzender schaduw van de in aanbouw zijnde tempel van Sobek.

Sobek is een worp van Asmodée. Een kleine worp overigens, maar daarom geen minderwaardige. Ik heb in mijn spellenkast heel wat kleine doosjes staan waarvan de bescheiden inhoud tot grootse dingen in staat bleek. Ik denk in deze context bijvoorbeeld aan Dynasties, een Oosters getint oorlogsspelletje voor twee dat ook door Asmodée werd heruitgegeven en dit jaar in Essen werd gepresenteerd onder de naam Sun Tzu. Ik hoop dat u het meegenomen hebt. Indien niet hebt u toch nog alle geluk van de wereld want Asmodée is een grote uitgever.

Sobeks doosje is ongeveer van dezelfde maat als dat van Sun Tzu en ik garandeer u dat u bij de eerste opening ervan een “oooo”-kreetje niet zult kunnen onderdrukken. Dat kreetje ontsnapt uw mondholte nadat u de spelregels hebt verwijderd en de structuur van de inlay de synapsen van uw oogzenuwen vrolijk betokkelt. Hier is over nagedacht. Ik vind het een zegen, uitgevers die nadenken over een inlay. Tien op tien hier voor Asmodée.

De inhoud van deze verrassend leuke inlay stelt ook al niet teleur. Stevige, mooi geïllustreerde goederen- en karakterkaarten, een langwerpig spelbord met daarop een kronkelig scorespoor tot honderd, vier deskundig opgeborgen telstenen, een spelregelboekje dat qua duidelijkheid niets te wensen overlaat  en vier corruptiezakfiches (ik vond er echt geen ander woord voor) met daaronder erg vernuftig weggestopt de bonus/actiefiches. Nogmaals, hier is over nagedacht.

In dit spelletje transformeert u zonder enige moeite in een Egyptische handelaar die zaakjes doet op de vele marktjes langs de Nijl. U propt uw pakhuizen vol met ivoor, graan, marmer en meer van dat leuks dat door het plaatselijke expeditiebedrijf aan de kaaien wordt aangeleverd. Deze goederen worden voorgesteld op mooi geïllustreerde kaarten die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Ze worden willekeurig langs de oevers van de Nijl open neergelegd en u hebt ze tijdens uw beurt gewoon voor het oprapen. In de kaartenstapel bevinden zich ook karakterkaarten. Die worden gedekt mee in de rij van de goederenkaarten gelegd. U weet dus niet wat voor lekkers zich daaronder bevindt, maar lekker ìs het. U kunt deze karakterkaarten als goederenkaart gebruiken maar er ook voor kiezen de speciale vaardigheid van het personage in kwestie te benutten, wat betekent dat u kunt gaan klooien met uw tegenspelers, de spelregels of uzelf.

Als u de eerste kaart van de uitlage neemt mag u dat gratis. Vanaf de tweede moet u corruptiepunten incasseren en wel zoveel als er kaarten liggen vóór de kaart die u op handen neemt. U geeft uw aantal corruptiepunten aan door de voorliggende kaarten onder uw corruptiezakfiche te leggen. Corruptiepunten zijn absoluut te mijden, tenzij u er zeker van bent dat u er op het einde van een ronde niet het meeste van hebt.

Goed, u verzamelt goederen en neemt die op hand. Hebt u tijdens het verzamelen een setje van minstens drie dezelfde goederen in uw Egyptische knuistjes mag u die voor u op tafel afleggen. In uw virtueel pakhuis zeg maar. Met een beetje geluk wordt dat een beetje vergemakkelijkt door het mee uitspelen van jokerkaarten. U mag eventueel reeds afgelegde setjes ook aanvullen, ook weer minstens met setjes van drie. Op het einde van een ronde mag u eventuele sets die u nog op handen hebt afleggen (die brengen wel beduidend minder op) en verkoopt u elke eerder afgelegde set aan een prijs die bepaald wordt door het aantal scarabeeën die op de kaarten van elke set staan vermeld  te vermenigvuldigen met het aantal kaarten dat de set in kwestie bevat. Dat tikt soms lekker aan. De uitbetaling gebeurt middels overwinningspunten, zoals iedereen die opgelet heeft tijdens de lessen geschiedenis weet, de in de oudheid gangbare munt in Egypte.

Tijdens elke verkoop wordt verlangend uitgekeken naar welke speler de meeste corruptiepunten heeft verzameld (de tijdens de ronde verzamelde corruptiepunten worden eerst aangevuld met de  handkaarten die niet meer konden worden afgelegd). Hij gaat voor elke tien punten die hij tijdens de verkoop heeft verdiend evenveel keer achteruit naar hetzelfde symbool waarop zijn telsteen zich na de uitbetaling bevindt, en dat komt niet bepaald overeen met het getal één. U weet dus wat u (niet) te doen staat. Speelt u dit twee keer klaar tijdens het spel bent u gegarandeerd het Egyptisch haasje. 

Na drie ronden, of als er een speler tijdens het spelen voorbij de magische honderdpuntengrens schiet, is het spel gedaan. En uiteraard wint u, wat dacht u?

Sobek is mooi, snel, elegant, interactief en als u niet oppast erg snel gedaan. En er zit meer in dan u op het eerste gezicht vermoedt. Tactiek meerbepaald.  

Toch even vitten: enkele overzichtskaartjes met wat uitleg over de karakters en de bonus/actiefiches waren zeer welkom geweest. Nu ging het spelregelboekje tijdens het spelen een beetje te frequent van hand tot hand en open en dicht. Dat haalde de schwung een beetje uit het spel. De illustraties bij de uitleg van de karakters en fiches zijn ook te klein. De aanwezigheid van een leesloep strekt tot aanbeveling. De telsteentjes hadden ook iets groter gemogen, temeer daar u er miniscule klevertjes van figuurtjes die een Egytian Walkje bezigen moet op aanbrengen. Hier strekken dan weer babyhandjes tot aanbeveling. Deze kleine ergernissen zorgen toch voor een beetje puntenaftrek.

Maar niet voldoende om dit spel links te laten liggen.

Samengevat: Sobek is een kaartspel waarin uw als handelaar uw voordeel probeert te doen tijdens de bouw van de tempel van Sobek. U doet dat door setjes van goederen(kaarten) te verzamelen, liefst zo uitgebreid mogelijk, om deze op het einde van elke ronde te verkopen. De leukste goederen liggen meestal net op die plaatsen waar je ook corruptiepunten incasseert waardoor je tijdens de verkoop wel eens zwaar de mist in kunt gaan, wat in dit spel synoniem staat voor een niet bepaald galante achterwaartse beweging op het scorespoor. Drie ronden speelt u en het kunnen er ook minder zijn als u of een uwer medespelers prematuur de honderdpuntengrens overschrijdt. Speciale karakterkaarten en bonusfiches laten u toe wat te rommelen met de spelregels en ook wel met uw tegenspelers. Het nemen van risico’s, het goed in de gaten houden van uw tegenstanders, het slim gebruiken van de karakterkaarten die u verzamelt en het geluk met beide handen vastgrijpen wanneer het zich aandient  zijn de vaardigheden die u in dit spel mogelijk naar de overwinning zullen leiden.

Mij is dat tot op heden niet gelukt.

Dominique

 

Sobek

Asmodée / GameWorks (2010)

Bruno Cathala

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

40 minuten