Eeuwige Roem

En dan is nu het moment aangebroken, dames en heren, spellenliefhebbers. De bekendmaking van de wereldkampioen bord- en kaartspellen 2007 (de muziek zwelt aan, de moderator houdt even in..) ..en dat is niemand minder dan Dominique C. uit D. Fotografen verdringen zich, gillende meisjes vallen flauw achter de dranghekken, het Rode Kruis heeft de handen vol, camera"s zoemen onafgebroken, ballonnen, confetti. Miljarden kijkers over de hele wereld, en uiteraard ook de voltallige bemanning van het ruimtestation MIR, zijn getuige van deze apotheose.

Of ik iets wil zeggen?

"Ik zou graag mijn ouders willen bedanken, zonder wie ik hier nooit zou hebben gestaan, mijn zus L., Ils G. uit D. en Marleen D. uit S. die mij altijd zijn blijven steunen, mijn vrienden uit de spellenclubs die mij op hen hebben laten oefenen, meerbepaald Jan V.R. uit B. die mij de Spellendoos heeft ingelokt en uiteraard ook Andreas Seyfarth voor het ontwerpen van Puerto Rico en Alea voor de productie ervan".

Oei, sorry, ik droomde even weg..

Als je meer dan gemiddeld bezig bent met bord- en kaartspellen begin je gekke dingen te doen. Zo hou ik sinds het gezegende jaar 2000 een persoonlijke lijst bij van alle spellen die ik heb gespeeld. Ik noem het mijn Persoonlijke Hitlijst, vanaf heden afgekort tot PH. Die lijst kent ook een bepaalde volgorde. Bovenaan mijn favorieten, onderaan de mindere godinnen. Een eenvoudige lijst, zo lijkt het, maar hij komt pas tot stand na enorm ingewikkelde berekeningen, rekening houdend met ontelbare variabelen. Ik som er enkele op om u een idee te geven:

Aantal keren gespeeld

Spelduur

Aantal spelers

Fun-factor

Fun-factor op basis van het aantal spelers

Prijs

Thematiek

Esthetiek

Spelmechanisme

Functionaliteit (tijdens het spelen zelf en het opbergen van de spelonderdelen in de doos)

Kwaliteit en duurzaamheid van het spelmateriaal

Kwantiteit van het spelmateriaal (pas op: trop kan ook teveel zijn)

Meeneembaarheid

Frequentie van opduiken tijdens dromen en nachtmerries

Herspeelbaarheid

Graad van spijt of genotsgevoel na aankoop

Graad van spijt of opluchting na verkoop

Speelbaarheid onder diverse vormen van kunstlicht

Aanwezigheid of afwezigheid van geluk en in welke mate

Stapelbaarheid

Score van het spel op de Keira Knightley-test (mate van aantrekkingskracht van het spel indien Keira, in dezelfde ruimte aan een andere tafel gezeten, lonkend gedrag ten aanzien van ondergetekende zou tentoon spreiden)

Impact van het spel op vriendschappen en relaties, zowel positief als negatief

 

U ziet, er komt wat gecijfer en denkwerk bij kijken. Trekt u zich daar vooral niets van aan. Dat is tenslotte mijn probleem.

Vanaf nu ga ik in mijn schrijfsels aangeven, of u dat nu wilt of niet, op welke plaats de spellen die in deze blog de revue passeren in mijn persoonlijke hitlijst staan. Ik zal nu al even een tip van de sluier oplichten. Ik maak hiervoor even een link naar de Ronde van Frankrijk, u allen welbekend. Ik wil u wel even attent maken op het feit dat deze bijdrage is geschreven zonder enig gebruik van stimulerende middelen, onder welke vorm dan ook. Tenzij een verdwaalde Bifi-worst. Maar dat mag. Ik heb het de UCI gevraagd.

Gele trui (PH 1):

San Juan of Puerto Rico, Het Kaartspel. Moest dit spel een vrouw zijn, ik vroeg haar onmiddellijk ten huwelijk. Altijd anders, leuk spelsysteem met de dubbele functie van de kaarten en het kiezen van de rollen. Makkelijk mee te nemen. Snel gespeeld en er volgt altijd een revanche. Is het spel dat ik het meest heb gespeeld. Mag je me ’s nachts voor wakker komen maken.

Bolletjestrui (snelste stijger, verschenen in 2007):

Notre Dame (PH 22). Heeft in een mum van tijd mijn hart veroverd. Moest dit spel een vrouw zijn, ik wachtte nog even af, maar een verloving zit er zeker in.

Groene trui (snelste spurter in 2007):

Die Saulen Der Erde of De Kathedraal (PH 14). Verschenen in 2006 maar is in 2007 in mijn PH als een komeet omhoog geschoten. Dit jaar al twee keer kunnen winnen met slechts één schamel puntje verschil. Dank u, lieve toverfee. Is momenteel serieus in de running om op www.bordspelforum.com verkozen te worden tot het beste spel van 2006-2007 (nu al). U kunt de stemming nog altijd beïnvloeden. Even langsgaan daar en uw stem uitbrengen. En zeg erbij dat ik u gestuurd heb.

Witte trui (beste jongere):

Age of Empires III, The Age of Discovery (PH 52). Boven de doopvont gehouden in juni 2007 en nu al doorgestoten naar plaats 52. Ge moet het maar doen. En dat voor een spel dat een klein beetje zondigt tegen één van mijn "spelgeboden": Gij zult niet te lang duren.

Rode Lantaarn (laatste in de stand):

Zwergenzocken (PH 392). Pas op, kan nog stijgen. Heeft alleen op dit moment de pech een lage speelfrequentie te hebben.

Voila, u bent al een beetje mee. Als u vanaf nu achter een spel de vermelding "PH zoveel" ziet staan hebt u al een idee welke kant het met het spel uitgaat. U doet ermee wat u wilt. Ik blijf ondertussen rekenen, herberekenen, steekpenningen van uitgevers aanvaarden en, uiteraard, spelen.

Dominique

 

If Wishes Were Fishes!

Ik ben maar een gewoon mens. Met mijn eigen behoeften en wensen. Af en toe is mijn behoefte om een wens te doen erg groot. Zo wens ik bijvoorbeeld regelmatig dat Mega Mindy mij met wagen en al uit de file op de E-40 plukt om mij vervolgens zachtjes neer te zetten op het Sterrenveld in Wezembeek-Oppem, uiteraard rekening houdend met de daar geldende parkeervoorschriften.. Of dat ik 25 dienstjaren heb bij General Motors in Antwerpen. Soms wens ik ook dat de lengte van een gemiddelde bioscoopfilm recht evenredig is met de inhoud van mijn blaas. Gisteren, tijdens het bladeren in een of ander tijdschrift bij de kapper, wenste ik uit het diepst van mijn hart dat Keira Knightley opnieuw, en liefst zo snel mogelijk, eens een stevige maaltijd tot zich neemt. En enkele muisklikken geleden mompelde ik nog de vurige wens dat de website van het Vlaams Spellenarchief nog eens wordt geüpdatet.

Een toverfee bij de hand, het zou verdorie handig zijn. Kost en inwoon krijgt ze gratis natuurlijk. Ze hoeft alleen maar enkele minuten per dag bij me te komen zitten voor een goed gesprek. Gek dat toverfeeën a-priori van het vrouwelijke geslacht zijn. Zou het zo zijn dat het enkel aan vrouwen gegeven is wensen in vervulling te laten gaan? Een diepgravende studie dringt zich weeral op. Kan bij op het lijstje.

Soit, ik zou mijn hoogst persoonlijke fee onmiddellijk aan het werk zetten in de bord- en kaartspellenwereld. De lijst van mijn verzuchtingen is eindeloos maar voor u, beste medespeler, licht ik al een tipje van de sluier op.

Wens 1: bij elk Alea-spel een cursus elementaire wiskunde voor beginners

Wens 2: een magische onuitputtelijke bifiworsten-automaat in spelclub De Speeldoos

Wens 3: als ik win altijd maar met slechts één puntje verschil

Wens 4: "kijk daar, een olifant op krukken", en iedereen aan de speltafel kijkt

Wens 5: op de cover van "Time Magazine" als "Speler Van Het Jaar"

Wens 6: 397 zetten vooruit kunnen denken

Wens 7: 397 zetten terug kunnen denken

Wens 8: ruilplicht met mij bij de Kolonisten van Catan

Wens 9: ruilrecht voor mij bij de Kolonisten van Catan

Wens 10: o God, laat me toch één keertje een veldslag winnen van Rudy R. Eentje maar.

 

Maar eigenlijk wou ik het met u hebben over "If Wishes Were Fiches" (Rio Grande Games / Abacus).

Stel, u wandelt argeloos met uw kleine spruiten door een overvolle speelgoedwinkel met een niet onaanzienlijk assortiment bord- en kaartspellen. Jengelend en hengelend naar wat dan ook, als het maar gekocht wordt, hebben ze de rechter mouw van uw opvallend maar stijlvol zomerbloesje ongeveer 15 cm langer gemaakt. Als u wilt dat dit straks niet opvalt zult u enigszins scheefhangend huiswaarts moeten keren. U bent al de hele dag met hen op de been. U hebt in de Mexx gezeten, de C&A, de P&C, de Blokker, de Casa, de Hema en (alstublieft God, laat niemand uit mijn kennissenkring me daar gezien hebben) de Wibra. U bent doodop. U verlangt alleen nog naar een lekker warm bad. In absolute stilte. Terwijl u hierover aan het dagdromen bent heeft uw nageslacht van vijf, zes en zeven u gedeponeerd voor een hele rij spellendozen. Wij willen een spel! Wij willen een spel! Wij willen een spel! Zombieachtig kijkt u voor u uit. U ziet een hele rij dozen en vanop de zijkant van één ervan lacht een oranje vis met een bolhoed u toe. Hij blubt ook een paar tekstballonnen. Hij zegt "If Wishes Were Fishes!". Uw brein, na een dagje shoppen gedevalueerd tot de grootte van een gemiddelde doperwt, denkt "O Leuk, een kinderspel." Op automatische piloot trekt u het spel uit de schappen, sloft met uw aanhangsels naar de kassa, betaalt, loopt naar uw parkeerplaats, haalt de parkeerboete van onder uw ruitenwisser en rijdt naar huis. Onderweg moet die van vijf overgeven. Op die van zes én zeven.

U hebt net de vergissing van uw leven begaan.

Want "If Wishes Were Fishes" is ab-so-luut geen kinderspel. Tenzij u wonderkinderen hebt. Zo van het slag dat op tweejarige leeftijd in zijn autostoeltje nadenkt over mogelijke scenario’s voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Hebt u er zo eentje? Lees dan vooral niet verder. Leg het dan gewoon op tafel, speel het met uw schattebout, en verlies.

Voor de minder gezegenden onder ons wat meer uitleg.

"If Wishes Were Fishes" zit inderdaad in een mooie kleurrijke doos. Met leuke afbeeldingen van vissen van allerlei slag erop. Er is die ene met de bolhoed en een bloemetje in zijn vin. Er dobbert een roze zeester rond met een boa rond haar nek (geen slang, een kledingstuk, denk aan de Moulin Rouge). Er zwemt ook een visje met een kroontje op en een hermelijnen mantel aan en helemaal achteraan steekt er nog eentje zijn kop boven water, uitgedost met een monnikspij en met een bijbel tussen de vinnen. Nu u.

De Engelse taal heeft hier een heel mooi woord voor: weird.

De inhoud van de doos dan. Spelregels in het Engels, Duits en Frans. Een kleurrijk langwerpig spelbord met zeven vismarkten erop, een scorespoor en een afvalhoop (het gaat hier stinken, geloof me). Een set kaarten, bestaande uit de zeven vissoorten in het spel met hun respectievelijke wensen (tien kaarten van elk), voor elke speler een botenkaart en vier "de markt is vol" kaarten. Vijf koopmannen ook, denk aan de mannetjes van Carcassonne, in verschillende maten en kleuren (een witte van 3 punten, twee grijze van 2 punten en twee zwarte van 1 punt). En in elke spelerskleur mooie houten visjes, 75 in totaal.

Maar wat het meest opvalt in de doos zijn de wormen. Paars, glibberig, groot. Niks van overdreven. Gooi er zo eentje in een slaatje in de Comme Chez Soi en reserveren is niet meer nodig. Laat ze door je handen gaan en alle haartjes op je lichaam komen overeind. Ja, perverselingen onder ons, ook die. Naar het schijnt zouden ze hun opwachting maken in de volgende Hostel-film, maar voor meer informatie daarover kunt u terecht op een andere blog.

Spelbord op tafel, opkopers willekeurig op de vismarkten, elke speler zes wormen, twee bootjes, 15 vissen en we zijn vertrokken. Daarvoor hebben we nog even snel de zee op tafel uitgegoten, t.t.z. vier viskaarten naast de trekstapel opengelegd (een beetje fantasie helpt).

Kom, de boot op allemaal en spelen maar (waarschijnlijk ga ik gewoon straks weer de boot in, maar daar maak ik me op dit moment geen zorgen over).

Er zijn drie mogelijke acties tijdens een beurt, maar je mag er maar eentje doen. Willen maar niet mogen, de laatste jaren een harde wet binnen de spellenwereld. Ook hier dus.

Uno: een visje vangen. Hoe origineel. Van de vier uigestalde viskaarten kunnen we er eentje ophalen. De vier vissen bevinden zich in wateren van verschillende diepte De kaart het verst verwijderd van de trekstapel is ondiep water, de kaart het dichtst bij de trekstapel is het diepst. Je mag eender welke van de vier kaarten kiezen, maar je moet op elke kaart die ervoor ligt, in ondieper water dus, een (geloof me, reusachtige) worm leggen. Neem je de kaart in het meest ondiepe water hoef je geen worm in te zetten. Gratis, maar geen keuze natuurlijk. Je haalt je lijn in en legt de vis in je één van je twee bootjes. Elke boot kan maar één viskaart bevatten.

Duo: een visje vangen, de wens die bij de vis hoort uitvoeren en het beestje teruggooien. Stel, je zit rustig aan de waterkant. Je haalt een prachtig exemplaar boven en je hebt nog maar net het haakje uit de bek verwijderd of het beestje zegt (denk er even een hoog ca
straatstemmetje bij): "O, lieve vrouw/man (schrappen wat niet past), gooi mij toch terug. Dan geef ik je een mooie wens." Je probeert in eerste instantie wanhopig maar tevergeefs de verborgen camera te spotten tot het begint door te dringen dat het hier inderdaad om een echte wensvis gaat. Snel, voor het beest de pijp uitgaat weer het water in ermee en hier met die wens. En het strafst van al, het werkt nog ook!

Tres: één vis uit één van je boten verkopen op de vismarkt. Op elk van de zeven markten op het speelbord kun je de zeven verschillende vissoorten verkopen. Basisprijs 2 dollar. Of euro. Whatever. Geld = punten, een niet onbelangrijk detail. Staan er één of meerdere opkopers op de markt waar je verkoopt stijgt de prijs, cumulatief. Staat bijvoorbeeld de opkoper van 3 op de markt, samen met een opkopertje van 1, levert je visje er 6 dollar op (2 + 3 + 1). Je scorevisje evenveel plaatsen vooruitschuiven op het scorespoor en hop, die kunnen ze je al niet meer afpakken. Alhoewel (zie verder).

Voila, that’s it. Drie keuzes, één actie.

Even inzoomen op de wensen nu. Op elke viskaart staat een vissoort afgebeeld met erboven in een tekstballonnetje de wens die de vis je schenkt als je hem teruggooit. Geen onaangename dingen uiteraard, altijd positief. Als je deze actie kiest moet je de volledige actie uitvoeren. Kan dat niet, moet je uitvoeren wat wel mogelijk is.

De wensen in, euh, vogelvlucht:

Verplaats een opkoper met waarde 1 één tot drie markten in uurwijzerzin en verkoop al je vissen van een zelfde soort.

Verplaats een opkoper met waarde 2 één tot drie markten in uurwijzerzin en verkoop al je vissen van een zelfde soort.

Verplaats de opkoper met waarde 3 één tot drie markten in uurwijzerzin en verkoop één vis. Kaarten waarop twee vissen staan afgebeeld leveren twee keer geld op.

Indien er meerdere opkopers op één of meerdere markten staan moet je ze, uitgezonderd de opkoper met de hoogste waarde, verplaatsen naar een markt naar keuze. Incasseer daarna drie dollar.

Verkoop al je vissen van één bepaalde soort.

Verplaats één vis naar keuze van een nog niet gescoorde markt naar de afvalhoop of van de afvalhoop naar de voorraad van de eigenaar. Verkoop daarna één vis, indien mogelijk.

Scoor één dollar voor elke worm in je voorraad, inclusief de worm(en) op de zojuist genomen viskaart en geef elke medespeler daarna één worm.

Boot: draai deze kaart om en leg ze voor je. Vanaf nu heb je één boot extra om vissen in op te slaan. Er is geen limiet op het aantal boten dat een speler mag hebben.

Verkoop alle vissen van een zelfde soort alsof het de vissoort is die op de (wens)kaart staat aangegeven.

Dubbele viskaarten zijn een beetje speciaal. Ze bevatten geen wensen, dus de boot in ermee, en kunnen zoals alle andere vissen gewoon verkocht worden. Worden ze echter gewoon verkocht, dus niet gekoppeld aan een wens, tellen ze maar als één vis. Worden ze verkocht via een wens tellen ze voor twee, dus dubbele opbrengst.

Even naar de markten en de afvalhoop nu, van belang om te scoren en het cruciaal voor het bepalen van het speleinde. Er zijn zeven markten en op elke markt kan maar één bepaalde vissoort worden verkocht. Op een bepaald moment is de markt vol. De grootte van de markt wordt bepaald door de marktkaart (markt is vol-kaart) die momenteel open bovenaan de marktkaartenstapel ligt. Er zijn er vier in totaal en ze gaan van 4 tot 7. Tevens staan er twee opbrengstwaarden op vermeld die worden verdeeld onder de spelers die er de meeste vissen hebben verkocht. De eerste markt is dus vol als er vier vissen verkocht zijn. De markkaart wordt op de markt gelegd om aan te geven dat ze gescoord is en de speler die de meeste vissen heeft verkocht krijgt de hoogst vermelde opbrengst, de speler op de tweede plaats krijgt de lage vermelde opbrengst. De scorewaarden zijn 7/3, 8/4, 9/4 en 10/5. Je kunt op een gescoorde, dus volle markt, wel vissen blijven verkopen en opbrengst innen, maar deze vissen worden onmiddellijk en heel stijlvol op de afvalhoop gegooid. De afvalhoop en de gescoorde vismarkten triggeren het einde van het spel. Het spel eindigt als de afvalhoop uit tien of meer vissen bestaat of zodra er vier markten gescoord zijn. Als het spel eindigt omwille van een volle afvalhoop krijgt de speler die er het meeste vissen heeft liggen en de speler met de op één na meeste vissen strafpunten gelijk aan de waarden die op de op dat moment bovenliggende marktkaart staat aangegeven. Wordt het speleinde ingeluid door het scoren van de vierde marktkaart wordt de afvalhoop niet gescoord.

Er is nog een bonusje van 8 en 4 dollar voor de spelers met de meeste en op één na meeste wormen.

We waren met drie vissers die vrijdagavond: Kim, Kris en ondergetekende. Kim toonde een uitermate grote affiniteit voor wormen. Leverde haar uiteindelijk ook de 8 bonuspunten op aan het einde van het spel. Het spel eindigde doordat vier markten werden gescoord. Kim won, ondergetekende was tweede. Kris derde.

Ik ben allergisch aan vis. Ik vind dat vis stinkt. Ik vind wormen nogal glibberig en krioelerig.

Maar allergisch aan dit spel? Neen! Heeft dit spel een reukje? No way! Een spel voor gladjanussen? Zeker weten. Voor herhaling vatbaar? Ge moogt gerust zijn! Avondvullend? Neen. Opwarmer of afsluiter? Volmondig ja.

Een kinderspel? Niet echt. U bent gewaarschuwd.

Dominique

 

If Wishes Were Fishes (Rio Grande Games / Abacus, 2007)

Peter Sarret en Michael Adams

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

40 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Topevenementen

Ik wil het met u even hebben over het weekend van 23 en 24 juni. Van 2007 uiteraard.

In dat weekend vonden er in ons land twee topevenementen plaats. Op 23 juni George Michael in het Sportpaleis in Antwerpen. Op 24 juni de Spellendag van spelclub De Speeldoos in Aarschot. Twee totaal verschillende genres, maar in hun discipline de absolute wereldtop.

We werken ze even chronologisch af.

Topevenement één. George Michael. Sportpaleis Antwerpen. Ik zou er zelf nooit opkomen naar George te gaan kijken maar als je mee gevraagd wordt door Ils G., dan ga je. Ils, fan van het eerste uur en als het even kan tot het einde der tijden, gezegend met een enthousiasme en energie waarmee Tommeke “wat doe je nu” Boonen in één seizoen elke rit in de Ronde van Frankrijk én het tennistornooi van Wimbledon én de titel van Druivenkoningin in Overijse zou kunnen binnen halen, is zo’n beetje als Real Madrid. Als je gevraagd wordt, ga je. Punt.

Pas op, gemakkelijk was het niet. Het publiek van George bestaat voor een niet onaanzienlijk gedeelte uit mensen die de Griekse Beginselen zijn toegedaan. En als je er dan zo goed uitziet als ik heb je wat aan je mouw en je broek hangen natuurlijk. Ik werd langs alle kanten belaagd. Ils deed alle moeite van de wereld om me te ontzetten, ontzet als ik was. “Helaba, hij is wel hetero hoor!” of “Hij heeft wel drie kinderen hé!” en “Pas op, zijn oudste dochter speelt bas in een punkband!” en “Kalm hé, hij heeft pas een tattoo van Iron Maiden laten zetten!” of “Zijn slaapkamer hangt vol met posters van blote vrouwen!” en als uitsmijter “Nee, hij vindt YMCA geen goed nummer!” Met succes. Bedankt Ils!

Toen we eindelijk onze plaats hadden gevonden, schuin naast het podium, kreeg ik wat rust. Maar dat veranderde al snel toen George zijn opwachting maakte. De eerste minuten was er niets aan de hand maar toen hij in onze richting liep om ons aan te porren mee te zingen zag je hem denken: “Mmmm, wat een lekker stuk is dat daar met dat zwart T-shirt en die ongelooflijk trendy Dolce & Gabbana bril op rij 24, in de box van die met de hele dure tickets, naast die goddelijke blondine.” En alsof dat nog niet genoeg was kreeg ik tijdens de pauze van iemand van de security een briefje in de hand gestopt met de vraag “to hop in into the dressing room after the show”. Getekend George Michael. Dus met Ils afgesproken om na het optreden zo snel mogelijk “hop in into her car”. Maar wel genoten van de show hoor. Gek genoeg was het openingsnummer, toen Michael zelfs nog niet op het podium stond en van achter de coulissen zong, het absolute hoogtepunt van de avond. Wat een versie van “Song to the Siren” van “This Mortal Coil” kregen we daar onze gehoorgangen in geduwd. Niet te doen. Kippenvel. Nog straffer dan het kippenvelmoment dat ik had toen ik voor de eerste keer “Heckmeck am Bratwurmeck” won. Belaagd maar voldaan kroop ik die nacht mijn bed in.

Een dag later. Topevenement nummer twee. Spellendag van Spelclub “De Speeldoos” van Aarschot.

Als voorgerecht: Big City (Goldsieber, 999 Games). Heerlijk spel. Besefte tijdens het spelen dat ik dit veel te weinig op tafel leg. Prachtig uitgevoerd ook, met al die plastic gebouwen. Zo mooi, hoe tijdens het spelen een echte driedimensionale stad op tafel ontstaat, met tramlijnen en al, glinsterend in het maan-, zon-, tl-licht. Speelt ook lekker snel. Geen “ik ga eens lekker lang nadenken en iedereen op de kast jagen” spel. Ik won met één punt verschil. Vergelijk het met een banddikte in de Tour De France. Schonere overwinningen zijn er niet, tenzij je recycleerbare spellen speelt natuurlijk. Maar niet alleen het spel, ook de medespelers waren zeer de moeite waard. Je mag nog het lekkerste van het lekkerste op tafel hebben liggen, wat op de stoelen eromheen zit is minstens zo belangrijk. En het voorgerecht smaakte door hen nog eens zo lekker. Bedankt Edith, Kristof, Benny en Ronny.

We konden het zo goed vinden in elkaars gezelschap dat we onmiddellijk na het voorgerecht samen de hoofdschotel indoken: Notre Dame (Alea). Ik ben er nog steeds verliefd op. Kenners, mensen die het veel beter weten dan ik, noemen het een optimalisatiespel. Het maximale rendement halen uit de zeer beperkte mogelijkheden die je op elk moment ter beschikking hebt. Planning op lange termijn kun je vergeten en wat mij betreft is dat dik oké. Dat soort spellen speel ik zo graag. De Nu-Momenten-Spellen. Notre Dame is er zo eentje. Karma Yoga op topniveau.  Notre Dame is de leer van Boeddha geconcentreerd in een klein uurtje. Benieuwd hoe de nieuwe van Alea, ook van Stefan Feld trouwens, er uit gaat zien. U ook? Voeg u dan bij de meute die zal stormlopen op het prototype in Essen 2007. Helmen, knie- en elleboogbeschermers worden door de organisatie van Spiel 2007 ten zeerste aangeraden.

Geen winst voor mij deze keer. Edith, voor wie het spel nieuw was, pakte ons als een grote Dame allemaal droogjes in. Met de glimlach. Met de zachte hand. Met die typisch vrouwelijke maar dodelijke nonchalance. Met meer punten dan wij. Ronny en ik met evenveel punten tweede, maar Ronny had meer goudstukken in zijn beursje zitten en dat scheelt bij een gelijke stand. Benny en Kristof, heel het spel worstelend met de ratten en de waardeloze kaarten die ze van ons toegestopt kregen , volgden niet zo ver achterop als vierde en vijfde. Maar ze weerden zich als Quasimodo in een wijwatervat.

Volgende halte: De Weerwolven Van Wakkerdam. Wakkerdam? Vergeet het. Het merendeel van dit spel ligt men te slapen. Gelukkig is dat een essentieel onderdeel van dit spel. Veel hangt af van de spelleiders en het moet gezegd, we werden verwend. Zowel Mathias als Wim kweten zich uitstekend van hun taak. Eén van de spelers moest tijdens de sessie die werd geleid door Wim wel worden afgevoerd naar Gasthuisberg toen hij, als “kleine meisje”, van spelleider Wim de tip kreeg om stiekem door zijn wenkbrauwen te kijken om te achterhalen wie de weerwolven dan wel waren. Te bezoeken op de afdeling oftalmologie. Mag binnenkort naar huis. Met zonnebril.

Drie keer na elkaar gespeeld dit spel, zo leuk vond ik het. Twee keer was ik Cupido en evenveel keer mocht ik de meest uiteenlopende karakters aan elkaar koppelen. Twee keer werd ik al vrij snel verdacht van weerwolfmistiformische sympathieën (lees: ze denken begot dat ik er één ben). Twee keer werd ik opgehangen, zonder enige vorm van proces (“Wat vraagt gij nu? Een advocaat? Denkt gij dat wij zot zijn of wat? Niet in Wakkerdam, maateke!). De derde keer was ik een weerwolf, een echte, eindelijk, maar het kleine meisje met de verdacht mannelijk klinkende naam “Kristof”, praatte me weer de boom in. Toch een heel leuke ervaring, dit spel. En die wordt nog leuker als de deelnemers zich, zoals Freddy en Wim bijvoorbeeld, helemaal inleven in hun rol. In essentie is dit spel één grote roetsjbaan psychologie. Op olympisch niveau. Vriendschappen kunnen onder druk komen te staan, huwelijken en relaties niet minder. Zorg dat er een gezellige drankgelegenheid in de buurt is. Om na afloop de frustraties samen weg te drinken. Of het vlees tussen je tanden weg te spoelen.

En dan weer een hoogtepunt: een niet in te dammen stampede van spelers die zich als een bende weerwolven op de barbecue stortten. Lekker, veel, gezellig, heerlijk, bijpraatmoment.

Tussendoor nog even, in een vlaag van zinsverbijstering, Santy Anno (Repos Productions) gespeeld. Niet goed voor mijn zelfvertrouwen, want achteraf zwaar beginnen twijfelen aan mijn mentale capaciteiten. Daar bovenop heb ik een vaag vermoeden dat ik sindsdien chronisch hartpatiënt geworden ben. Ik ga er niet verder over uitweiden. Ik word al ongemakkelijk als ik er alleen maar aan terugdenk.

Twee dagen, twee topevenementen. Volgend jaar, ergens rond dezelfde periode, herhaalt het fenomeen van De Speeldoos zich. Ik ben al ingeschreven.

Age of Empires III

In de donkerste uren van de nacht, terwijl de meesten onder jullie onder een veilige laag dons in dromenland vertoeven en ik in mijn aërodynamisch gevormd latex pakje Diest en omgeving vrijwaar van allerlei onguur gespuis, durf ik al eens nadenken over een aantal pertinente levensvragen. Wie doet het stof af in het ruimtestation MIR? Als je alle letters uit de weekendeditie van De Morgen in een kommetje zou schudden, hoeveel weegt dat dan? Als je bij Studio Brussel werkt, mag je dan luisteren naar Radio 2? Beschikt Geert Lambert nu over één of twee zetels in de Senaat?

Ten gepaste tijde zal ik u de antwoorden op deze prangende mysteries onthullen.

But now for something different.

Ik heb eergisteren Caylus gespeeld, De Kathedraal, El Grande en Puerto Rico. In drie uur tijd.

Goed. Ik geef u nu even de kans om uw oogbollen van uw toetsenbord te rapen en ze terug in hun kassen te steken…

Bent u er terug?

Tot niet zo lang geleden was er een Amerikaanse spellenproducent die op zijn eentje verantwoordelijk was voor het ontstaan van een enorme dynamiek binnen de meubelsector, meerbepaald binnen de tafelverkoop. The name of the publisher? Eagle Games. Het belangrijkste kenmerk van deze uitgever was niet zozeer de kwaliteit van de spellen, maar wel de grootte van de spelborden. Gigantisch. Kolossaal. Reusachtig. Als je een spel van Eagle Games kocht moest je terdege rekening houden met een upgrade van je interieur. En als je pech had en een beetje klein behuisd, was een upgrade van je interieur niet voldoende. Een kleine tot middelgrote verbouwing drong zich dan op. Menig speler heeft uiteindelijk duizenden euro’s uitgegeven om een spel van Eagle Games te kunnen spelen. Een nieuwe en grotere tafel, het uitbreken van enkele muren, een extra aanbouw bij de living en uiteindelijk de kosten van juridische bijstand bij de echtscheiding. Je kunt gerust stellen dat Eagle Games op zijn eentje de wereldeconomie een enorme boost heeft gegeven. Paradoxaal genoeg ging het bedrijfje over de kop en stuikte daardoor de bouw -en interieurmarkt als een kaartenhuisje in elkaar. De gevolgen kennen we: een sputterende wereldeconomie, financiële beurzen die maar niet wilden aantrekken, groeiende werkloosheid, immense overstocks van tafels van 3m op 3m en parlementaire interpellaties in wereldmogendheden allerhande, tot in de VN Veiligheidsraad toe.

Spijtig, want de drijvende kracht achter Eagle Games, Glenn Drover, is een man met het spellenhart op de juiste plaats. Hij zit boordevol goede ideeën en heeft in zijn ontwerpen altijd gepoogd een brug te slaan tussen the European and American way (think big!) of playing, meestal met wisselend succes.

Gelukkig had hij bij het te ziele gaan van Eagle Games nog wat in zijn mouw zitten. En gelukkige voor ons heeft hij bij Tropical Games de kans gekregen het er uit te schudden.

Age of Empires III. The Age of Discovery. U denkt spontaan aan het computerspel? U hebt gelijk. De titel komt inderdaad overeen. En zie ik daar niet Microsoft en Ensmble Studios op de rand van de doos staan? Jawel. Het bordspel echter, spellenvrienden, is een totaal andere, en betere, ervaring.

Een gewone tafel volstaat deze keer.

Als we de grote doos openen een kleine teleurstelling. Geen handige opbergmogelijkheden voor het spelmateriaal.. Alles zwemt er maar een beetje los in rond. Geen ziplockjes. Maar verder dik in orde. Een mooi overzichtelijk spelbord. Prachtig uitgevoerd plastic materiaal. Meer dan 250 prachtige spelfiguren, 10 schepen, gouden en zilveren Spaanse Dollars (één geldstuk volstaat om een medespeler zonder problemen bewusteloos te gooien. Kan handig zijn bij een uitzichtloze verliessituatie.). Een beetje over the top allemaal, maar dat zijn we van Glenn een beetje gewoon. Uit te ponsen: handelsfiches, ontdekkingsfiches, en belangrijke gebouwen. Een kleine kaartendeck van 16 kaarten (ontdekkingskaarten) frutselen we met onze veel te grote vingers met moeite uit het veel te strak aangespannen folietje en we zijn vertrokken.

Vertrekken is inderdaad het juiste woord want we zeilen weg uit het Europa van de laat 15de eeuw om nieuwe landen en gebieden te ontdekken. We trekken meerbepaald richting Noord en Zuid-Amerika.. Wij, wij zijn de zeebeheersers uit die tijd. De Engelsen, Fransen, Portugezen, Spanje en Nederlanders. Gek, dat zijn mettertijd ook allemaal grote voetbalnaties geworden. Goede zeebenen genereren blijkbaar ook efficiënte voetbalbenen.

In de Champions League van de zeevaarders staan wij absoluut onze man. We ontdekken, schepen kolonisten in, voeren handel, bekeren een paar inboorlingen, plunderen een beetje en als het echt moet (ach, gij komt bij mij in de Caraïben staan?) voeren we op kleine of grote schaal een beetje oorlog. We doen dit in acht spelrondes, verdeeld over drie tijdperken.

Hoe doen we dat nu allemaal?

Wel, nieuwsgierige spellenvrienden, rechts op het spelbord staan een aantal velden waarin je om beurt kolonisten of specialisten kunt plaatsen. Het plaatsen van die kolonisten en specialisten is de eerste fase in een spelronde. Om beurt, afhankelijk van de spelersvolgorde, plaatsen we ze daar en ze blijven daar tot elk veld wordt afgehandeld.

Overlopen we ze even? Van boven naar onder? Best wel, want zo worden ze ook afgewerkt nadat we al onze kolonisten en specialisten geplaatst hebben.

We beginnen bovenaan met de spelersvolgorde. Voor de eerste ronde wordt die willekeurig bepaald. Er is een variant voorzien waarbij de spelersvolgorde bij de eerste ronde per opbod wordt verkocht. Hebben wij niet geprobeerd want dan waren er mogelijk al slachtoffers gevallen. De startspeler krijgt 10 Spaanse dollar, de tweede 11, de derde 12, enz.

Tweede veld: initiatief. Bepaalt de spelersvolgorde voor de volgende spelronde. Kolonisten worden hier van links naar rechts geplaatst. Wie hier als eerste een kolonist plaatst is tijdens de volgende ronde als eerste aan de beurt en krijgt er nog een Spaanse dollar bovenop. De tweede speler die dat doet komt dan als tweede aan de beurt en krijgt twee Spaanse dollar, enz. Je moet hier geen kolonist plaatsen maar dan schuif je niet op in de spelersvolgorde.

Derde veld: de haven van waaruit onze kolonisten en specialisten vertrekken naar de Nieuwe Wereld. Er is plaats voor “het aantal spelers x 2 – 1” kolonisten. Voor vier spelers betekent dat dus 7 plaatsen. Belangrijk: onze bootjes varen alleen naar reeds ontdekte gebieden. We plaatsen onze kolonisten weer van links naar rechts en in die volgorde worden ze door de spelers ook het water opgestuurd. Er zijn nog twee extra plaatsjes voorzien voor spelers die in de loop van het spel de speciale gebouwen daarvoor hebben verworven en die garanderen altijd een extra plaatsje aan boord . Meegenomen.

Volgende veld: handelsgoederen. Er worden elke beurt willekeurig vier handelsgoederen-fiches opengelegd. Er zijn in totaal elf verschillende soorten handelsgoederen in het spel te bekomen: vee, cacao, koffie, vis, goud, indigo, rijst, zilver, huiden, suiker en tabak. In dit veld zijn er dus vier vakken voorzien. Weer worden de kolonisten van links naar rechts geplaatst en dit vak wordt ook in die volgorde afgewerkt. Wie eerst een kolonist plaatste heeft eerste keus, dan volgt de tweede enz. Plaats je meerdere kolonisten mag je meerdere goederen kiezen natuurlijk. Handelsgoederen dienen om inkomsten te genereren
(door het verzamelen van setjes) en op het einde van het spel leveren ze nog overwinningspunten op ook.

Je kunt ook aan handelsgoederen komen door als eerste drie kolonisten te plaatsen in een reeds ontdekt gebied. Je krijgt dan de handelsfiche die bij de aanvang van het spel op het gebied werd gelegd.

Volgende veld: verschepen van handelsgoederen. In dit vak wordt gestreden om het prachtige handelsschip dat daar elke beurt te verdienen valt. Wie hier de meerderheid aan kolonisten heeft wint het schip en met dit schip kun je je setjes handelsgoederen die je verzamelt een beetje optimaliseren. Het schip fungeert als joker en telt dus voor eender welke handelswaar. Is er een gelijkstand van kolonisten geeft de spelersvolgorde de doorslag.

En we dalen verder af op het spelbord: de belangrijke gebouwen komen eraan. Wie hier kolonisten plaatst mag, indien hij voldoende geld heeft, voor elke kolonist een gebouw aankopen. Deze leveren allerlei voordelen op bv. een extra missionaris elke beurt (klooster), 10 Spaanse dollars elke beurt (belastingen) en mogelijk ook overwinningspunten aan het einde. Heel, heel, heel, heel belangrijk. Elke ronde zijn er vijf gebouwen beschikbaar, die aan het begin van een nieuwe ronde weer tot vijf worden aangevuld. De soorten gebouwen die je kunt kopen zijn afhankelijk van het tijdperk waarin het spel zich bevindt en naargelang het tijdperk stijgt ook hun prijs: 10 goudstukken in het eerste tijdperk, 14 in het tweede en 20 in het derde.

Volgende halte: het ontdekkingsveld. Op het prachtige spelbord staan de verschillende gebieden die we gaan ontdekken afgebeeld, negen in totaal. De Caraïben zijn aan het begin van het spel al ontdekt. Daar kunnen via de haven eventueel al kolonisten naartoe. De andere gebieden zijn nog ongerept, paradijselijk en vooral, onbekend en van een beetje tot nogal erg vijandig. Er liggen gedekte ontdekkingsfiches in. Een speler die het aandurft om als eerste een nieuw gebied te ontdekken krijgt, als zijn bemanning groot genoeg is (lees: groot genoeg om de plaatselijke en meestal niet echt vredelievende bevolking van het recht op inpalmen van hun gebied te overtuigen) de fiche en het goud dat erop staat afgebeeld. En hij mag er één kolonist plaatsen. De rest van de bemanning gaat terug in de algemene voorraad. Heeft hij soldaten mee levert dat nog extra goudstukken per soldaat op. Slaagt de ontdekking niet, is de speler in kwestie al zijn manschappen kwijt (plons!) en kan hij in een volgende spelronde een keertje opnieuw proberen. De speler die het meeste kolonisten in dit vak heeft staan mag als eerste ontdekken enz. Bij gelijkstand is de spelersvolgorde doorslaggevend. Zijn alle gebieden om het spelbord ontdekt komen er andere gebieden beschikbaar en daarvoor spreken we de ontdekkings-kaartendeck aan. Werkt hetzelfde als het ontdekken op het spelbord, alleen worden de ontdekkingsfiches vervangen door kaarten die de speler, bij een geslaagde ontdekking, voor zich neerlegt. De tegenstand op deze kaarten is wel sterker dan die van de ontdekkingsfiches op het bord.

En we zakken nog een verdieping. We komen aan op het specialistenveld. Een hele leuke, want hier kun je kolonisten verdienen die net wat meer kunnen dan de rest. Die kun je dan de volgende ronde, bovenop je basisaantal van vijf kolonisten, extra inzetten. Niet te onderschatten. Wie zijn ze, Walter, waar komen ze vandaan, wat drijft hen (buiten een prachtige driemaster die in de haven klaarligt om te vertrekken)? Wel, de missionaris, als je hem in de haven inzet, bekeert zodra hij aankomt in een reeds ontdekt gebied een inboorling. Dat levert je bij aankomst dus onmiddellijk een extra kolonist op. De handelaar telt voor twee kolonisten in de strijd om het handelsschip en hij levert eenmalig 5 Spaanse dollar op indien hij vanuit de haven aankomt in een reeds ontdekt gebied. Elke soldaat levert, indien hij deel uitmaakt van een bemanning die succesvol een nieuw gebied probeert te ontdekken, extra goudstukken op (hoeveel staat aangegeven op de ontdekkingsfiche in het gebied) en hij kan ook ingezet worden bij veldslagen en zelfs hele oorlogen. Ik persoonlijk gebruikte ze meestal als stressinitiërende factor naar andere spelers toe. Heel leuk. De kapitein telt voor twee in het ontdekkingsveld en in de strijd om het handelsschip. In dit veld is elke specialist één keer te verdienen maar er is nog één vakje voorzien waarin je, als je er een kolonist plaatst, een specialist naar keuze voor 5 goudstukken kunt trainen. Je koopt hem dus gewoon. Specialisten kunnen in alle velden worden geplaatst. Indien ze in een bepaald veld hun speciale eigenschap niet kunnen laten gelden fungeren ze als gewone kolonist.

We zij nu helemaal onderaan aangekomen, de kelder van het spelbord. Oorlogvoering. Als je hier een kolonist plaatst mag je kiezen of je een veldslag of zelfs een hele oorlog met een bepaalde speler uitvecht. Een veldslag kost niets, een oorlog kost 10 goudstukken. Om oorlog te voeren moet je wel over soldaten beschikken in reeds ontdekte gebieden op het spelbord. Elke soldaat elimineert één kolonist of specialist op het spelbord. Je tegenspeler mag met zijn soldaten één keer terugschieten. Wordt vooral gebruikt om meerderheden te breken of te bewaren.

Elk veld wordt van boven naar onder afgewerkt en de daarbij behorende acties worden uitgevoerd..

Daarna krijgen we eindelijk een beetje inkomen van onze handelsgoederen. Elk setje van drie verschillende handelsgoederen levert één goudstuk op, een setje van drie dezelfde levert drie goudstukken op, een setje van vier dezelfde zes goudstukken. Onze gewonnen handelsschepen kunnen we nu gebruiken om onze setjes wat makkelijker te vervolledigen (als een joker: maximum één schip per set)).

Vervolgens kunnen we beroep doen op de voordelen die onze gebouwen ons opleveren. Dat kan van alles zijn: extra goudstukken, specialisten, handelsgoederen, een gratis ontdekking, extra overwinningspunten aan het einde van het spel als aan bepaalde voorwaarden is voldaan enz.

Daarna vullen we de beschikbare gebouwen weer aan tot vijf, er worden vier nieuwe handelsgoederen opengelegd, indien nodig wordt een nieuw handelsschip in het veld “verschepen van de handelsgoederen” geplaatst, de spelersvolgorde wordt aangepast en we krijgen weer onze basisvoorraad van vijf kolonisten die we kunnen inzetten voor de volgende beurt, eventueel aangevuld met onze specialisten die we kregen vanuit het specialistenveld of via onze gebouwen.

En dan op naar de volgende ronde.

Hoe win je nu? Of in mijn geval, niet?

Overwinningspunten, daar gaat het om. Na elk tijdperk, twee keer tijdens het spel en bij de eindtelling dus, is er een telling van de reeds ontdekte gebieden. Een gebied kan alleen geteld worden als er minstens één speler minstens drie kolonisten heeft. De speler met de meeste kolonisten scoort zes punten voor dat gebied, de tweede scoort twee punten. Is er gelijkstand voor de eerste plaats scoort elke speler twee punten en de derde niets. Is er gelijkstand voor de tweede plaats geeft deze tweede plaats geen recht op punten.

En dan is er nog de eindtelling die bestaat uit de overwinningspunten van de gebouwen die je bezit (aangegeven op de gebouwen en eventueel extra punten als aan bepaalde voorwaarden is voldaan) en de punten op je ontdekkingsfiches en ontdekkingskaarten. De inkomsten die je tijdens de laatste beurt genereert worden ook omgezet in overwinningspunten.

Bij gelijkstand wint de speler die de meeste punten scoorde tijdens de eindtelling van de kolonies, indien dan nog gelijk wordt de goudstukkenvoorraad d
oorslaggevend en is het dan nog gelijk leveren het aantal handelsgoederen de doorslag. Is het daarna nog gelijk weet het mij dan te zeggen. Dan nodig ik u uit op een etentje op mijn kosten.

Wat kan ik nu over dit spel zeggen, na één keer spelen en verliezen?

Geld is schaars, doe er alles, maar dan ook alles, aan om eraan te komen en voorkom vooral dat anderen er al te gemakkelijk aan geraken.

Zorg voor extra kolonisten of specialisten. Meer volk om in te zetten is leuk want meer keuzes en meer binnen te halen.

Eén strategie volstaat niet, je moet spreiden, maar ook weer niet teveel.

Onderschat het belang van de spelersvolgorde niet.

Speel zeker bij ontdekkingen, zet voldoende kolonisten in als je wilt ontdekken. Niets erger dan een ontdekking, geld en overwinningspunten te mislopen omdat je te gierig was om voldoende personeel in te huren.

Spanjaarden zijn geobsedeerd door handelsgoederen en drinken zich voortdurend een stuk in hun voeten met rum..

Hete oorlog voeren is duur. Koude oorlog voeren is goedkoop en efficiënt.

Nooit gedacht dat missionarissen bijdroegen aan de aangroei van de bevolking. Ik vraag me toch af wat er allemaal onder dat pijtje zit.

We speelden ongeveer drie uur maar het vloog voorbij. ’t Is eigenlijk raar. Het spel is zo’n beetje een valse trage. De beurten gaan lekker snel voorbij, ondanks alle keuzes die je moet maken, maar toch merk je op het einde dat je een dikke drie uur bent bezig geweest. Een zeer aangename vaststelling.

Veel keuzes. Inderdaad. Nagelbijten, angstig afwachten wat je medespelers doen. Had ik er maar voor gezorgd dat ik eerder aan de beurt was. Zou ik dat goudstuk nu gooien maar blijft hij dan wel lang genoeg bewusteloos zodat ik de spelersvolgorde kan veranderen? Het ene dilemma na het andere dient zich in ijltempo aan.

Het spel lijkt in eerste instantie ingewikkeld maar is het in wezen niet.

Er zit een gelukfactor in, maar die is absoluut hanteerbaar en thematisch ook perfect verdedigbaar bv. het risico van ontdekkingen.

Iedereen aan tafel was enthousiast en overweegt het spel aan te schaffen.

Lesly won overtuigend. Ik heb de scores niet opgeschreven, maar hij zat ongeveer aan 130. Jan , Kim en ondergetekende volgden op respectabele afstand maar met ons drietjes binnen een marge van ongeveer 15 punten (tussen 105 en 90). Kim werd tweede, ondergetekende derde en Jan vierde. Na een onrustige nacht wist Jan mij gisteren nog te melden dat hij de extra punten van zijn rum distelleerfabriek had vergeten te verrekenen (12), waardoor hij van de vierde naar de tweede plaats zou zijn gekatapulteerd. Daardoor werd ondergetekende, na een rustige nacht, geconfronteerd met de laatste plaats en ligt er een wel zeer onrustige nacht in mijn verschiet. En dat net voor de spellendag van speelclub De Speeldoos. Bedankt Jan!

Maar toch. Dit was één van de strafste spellen die ik dit jaar al heb gespeeld.

Dominique

 

Age of Empires III. The Age of Discovery. (Tropical Games, 2007)

Glenn Drover

2 tot 5 spelers (uitbreidbaar tot 6 spelers) vanaf 10 jaar

90-120 minuten

 

 

 

U wordt ergens verwacht!

Onlangs een kopstoot van een film gezien. Red Road. Geregisseerd door Andrea Arnold, geacteerd door een stel supergetalenteerde illustere, voor mij toch, onbekenden. Ergens omschreven als “een verplichte plek voor stil verdriet”. Ik ben er nog altijd niet goed van. Ik zag hem ettelijke weken geleden en zie, nu schrijf ik er hier nog over. Doe mij een plezier, spellenvrienden, en ga hem zien. Doe mij een nog groter plezier en blijf zitten tot het laatste pixeltje van de eindgeneriek. U gaat het zich niet beklagen. Neem wel voldoende zakdoekjes mee en, voor de vrouwen en de Robert Smith-adepten onder ons, schmink u vooraf niet. Het gaat uitlopen. Gegarandeerd. Zeg niet dat u het niet wist. En ga vooral niet alleen. U gaat iemand nodig hebben om u achteraf aan vast te klampen.

Zo, dat moest eruit. Back to business.

Waar u ook zeker naartoe moet is de Spellendag die spelclub De Speeldoos op 24 juni aanstaande in Aarschot organiseert.

Overtuig mij, hoor ik u al zeggen. Goed, u hebt erom gevraagd.

Meer dan 200 spellen en u mag ze allemaal spelen. Licht in dat geval vooraf uw werkgever in dat u ‘s anderendaags mogelijk wat later komt.

Bent u nieuw in de spellenwereld of bent u een (semi-) prof en wilt u nieuwe spellen leren kennen? U wordt bijgestaan door ervaren spelers die u met plezier wegwijs maken met regels, speletiquette en spelrituelen. Verboden te voederen.

Hebt u kinderen of hebt u er geen maar moet u toevallig net die dag op de klein mannen van uw schoonzus passen? Breng ze mee en laat ze kennismaken met de beste kinderspellen. Een gouden raad: als u met hen meespeelt, speel dan om te winnen. Voor u het beseft wordt u door dat klein grut ingemaakt. Slecht voor uw imago en uw zelfvertrouwen. Geloof me.

Speelt u graag in een aangenaam kader, een groene omgeving, een multifunctionele setting die zich niks hoeft aan te trekken van welke weersomstandigheden dan ook? Zoek niet verder.

Bent u nogal lui aangelegd en haat u het kilometerslange afstanden te overbruggen van uw betalende parkeerplaats naar uw plaats van bestemming en terug? Net wat ik dacht.

Bent u gesteld op hygiënische toiletten, zelfs als dat het mannentoilet betreft? Eén adres.

Bent u het beu in uitgangsbuurten allerhande geconfronteerd te worden met hallucinant hoge prijzen voor uw consumpties, dienst en btw zogezegd inbegrepen? Wilt u op het einde van de dag nog eens geconfronteerd worden met het, steeds zeldzamer wordende, heerlijke gevoel van “Och zie hoeveel geld ik nog over heb. Daar kan ik zelfs nog een nieuw spel van kopen.” Join the club.

Houdt u van een stevige barbecue met alles erop en eraan? Kunt u intens genieten van de geur van verbrande houtskool vermengd met heerlijk verdovende kruidenaroma’s? En dat dan nog het liefst terwijl u “De Kathedraal’ aan het spelen bent? Say no more.

Droomt u ervan een zodanig spectaculaire en ongeziene spelprestatie te leveren zodat u kunt bejubeld worden in deze blog? Be my guest.

Kan het u eigenlijk niet schelen waar u die dag naartoe gaat, als het maar niet naar uw schoonouders is? Our lips are sealed.

U komt of komt niet, maar weet dat u als u dit mist hetzelfde gevoel zult hebben als onlangs toen u in de Mexx een mooi ensemble niet kocht, achteraf spijt had en alsnog terugkeerde maar vaststelde dat uw maat er ondertussen uit was en in geen enkele andere Mexx-winkel meer te krijgen. Dat gevoel ongeveer. In het kwadraat.

Daarom, voor alle zekerheid, nog even de coördinaten:

Spellendag De Speeldoos Aarschot

24 juni 2007

Feestzaal Ter Klasse
Tieltse Baan 74 – Bergvijver, te 3200 Aarschot
vanaf 13.00u tot de late avond

Vanaf 19:00 geweldige barbecue: voor slechts 12€ per persoon (7€ voor kinderen) schuif je mee aan tafel.
Voorinschrijven voor de barbecue is wel gewenst (lees verplicht) en kan door een mail te sturen naar
speeldoos@scarlet.be met vermelding van naam en aantal personen en/of kinderen.

Programmeer het nu al in uw gps-systeem. En kom achteraf niet klagen dat u het niet wist. U bent gewaarschuwd. Een jaar nagelbijtend moeten wachten is lang. Heel lang.

Dominique

 

 

 

 

 

 

Caylus Magna Carta

Het moest er ooit van komen. Ik ben aan een spelontwerp bezig. Nachten lig ik al wakker over een thema, over het implementeren en linken van verschillende spelsystemen, over hoe de doos eruit gaat zien en vooral over hoe ik ga voorkomen dat dit project mij binnen de kortste keren financieel ten gronde richt.

Het thema staat al vast. Het gaat om een spel waarbij je als beginnend crimineel zoveel mogelijk onfortuinlijke collega’s uit gevangenissen ten zuiden van de taalgrens moet zien te helpen ontsnappen. Dit met behulp van allerhande transportmiddelen. Een goed gevulde gekaapte helikopter levert bijvoorbeeld heel wat overwinningspunten op. Een goed gevulde fiets al heel wat minder. Ik ben ook van plan, per uitzondering want van boven de taalgrens, de gevangenis van Dendermonde in het spelgebeuren te integreren. 24 extra pionnetjes moeten daarvoor volstaan.

Een titel heb ik ook al: Vide.

Enfin, u kunt er zich al iets bij voorstellen. Ik hou u verder op de hoogte. Tenzij men mij ondertussen gevangen zet.

Iets totaal anders nu.

Ik ben verliefd op Puerto Rico, het kaartspel. Puerto Rico, het bordspel, laat me koud.

Ik onderhoud een innige vriendschap met Eufraat en Tigris, het kaartspel. Met Eufraat en Tigris, het bordspel, heb ik maar heel zelden contact.

Ik heb een boon voor het kaartspel Caylus Magna Carta. Caylus, het bordspel, doet me niets.

Puerto Rico, Eufraat en Tigris, Caylus. Door spelers overal ter wereld verheerlijkt, de hemel in geprezen, op een voetstuk gezet, verafgood. Mij raken ze amper.

Pas op, ik heb geprobeerd hoor, ik heb ze allemaal gespeeld, meerdere keren zelfs. Maar de vonk, ze sloeg niet over. Soms was ze zelfs volledig afwezig.

Misschien ligt het aan mij. Ben ik gewoon een beetje dwars.

Misschien heeft het ook te maken met andere dingen: tijdsduur, droogheid, teveel om mee rekening te houden, teveel gefrutsel met spelmateriaal, weinig sfeer aan tafel, werkgevoel in plaats van spelgevoel, zo van die dingen.

Spontaan uit de kast trekken? Neen.

Hun kleinere broertjes daarentegen. Laat maar komen en lekker veel en daardoor bijna kapotgespeeld.

Grote spellen in een klein doosje. Ze maken me week vanbinnen.

De nieuwste baby in de famile “Van Groot Naar Klein” is Caylus Magna Carta. Nu, dat van dat kleine doosje kun je bij Caylus Magna Carta al direct met een korreltje zout nemen. Ze had nog de helft kleiner gekund. Maar dan zie je ze zo moeilijk staan tussen al die andere spellen in de shoppingcentra natuurlijk en als niemand ze ziet staan worden ze niet gekocht en dan heeft niemand er plezier aan en zeker de uitgever en de winkelier niet die hun omzet zien dalen en al die spelers dan die niet met dit lekkere ding kunnen kennismaken en het dan ook niet doorvertellen aan anderen waardoor die het spel ook weeral niet kopen waardoor uiteindelijk duizenden, miljoenen spellendozen jarenlang stof vergaren op het spellenschap en ze in 2050 ongeveer, bij de grote implosie door de opwarming van de aarde, voor altijd verloren zullen gaan. Ik vermoed dat ze bij Ystari van dit rampscenario zijn uitgegaan en de doos dan maar iets groter hebben gemaakt.

Het is hun vergeven.

Want Caylus Magna Carta is een lekker spel. De Grote Broer, die obese, overdadige, tijdopslorpende en mentale leegzuiger werd deskundig gereduceerd tot wat hij in eerste instantie hoorde te zijn: een overzichtelijk, slank, aangenaam spel dat mits een beetje oefening in minder dan een uur te spelen is.

Ik wacht nog op de Nederlandstalige versie, al circuleren daarover nu al de nodige horrorverhalen. Iets met Sint Juttemis, naar het schijnt.

Wat zit er nu in die te grote doos?

63 kaarten, 16 arbeiders (geen schrik, gewoon houten cilinders in vier kleuren), 4 passchijven, 1 provoost (geen schrik, gewoon een witte, platte houten schijf), ongeveer (let op de woordkeuze, komt recht uit de spelregels) 100 blokjes in vier kleuren die de vier grondstoffen in het spel voorstellen, zijnde hout, steen, voedsel en goud. Verder nog 24 prestigefiches van 2,3 en 4 punten, 56 (valse, want van gewoon karton) goudstukken en God zij dank een spelregelboekje.

Wat gaan we nu doen met die doosinhoud?

Wel, wij gaan voor de verandering maar weer eens de bouwtour op. In 1289 nota bene. In opdracht van Philips De Schone (geloof me: lelijk als de nacht!). Wil een nieuw kasteeltje laten optrekken in Caylus. Dat trekt natuurlijk werkvolk van allerlei slag aan en hun families, vrienden en huisdieren. Dus aan de voet van het stilaan aan de horizon oprijzend kasteel ontstaat ook beetje bij beetje een dorp, een klein stadje zelfs.

En wij zijn geen gewone bouwers, wij zijn meesterbouwers. Professionals. Aan de kant en opzij dus. Aan de voet van het kasteel ontstaat al snel een klein straatje. Urbanisatie in zijn embryonale vorm. Niet bepaald de Avenue Louise, eerder een achterafstraatje, in eerste instantie het bekijken niet waard, tenzij om er snel een plasje te doen. Tot wij er ons mee gaan bemoeien natuurlijk. Van doodlopend gedrocht tot De Meir van Antwerpen? Who you gonna call? Buildbusters!

Afhankelijk van het aantal spelers, twee tot vier, beginnen we dus met een klein straatje, omgeven door willekeurig geplaatste gebouwtjes. Een handelspostje, een marktkraampje, een bescheiden steengroeve, een bos en een parkje. Daar moeten we het maar mee doen. Als we er een bezoekje aan brengen leveren ze ons grondstoffen op: hout, steen, voedsel.

Maar wij zouden geen meesterbouwers zijn als we geen straffere beroepsgeheimen op onze tekentafel hebben liggen. We beschikken elk over 12 gebouwen (kaarten in onze eigen kleur) en die zullen we eens snel gaan oprichten zie. We schudden onze kaartvoorraad en nemen er elk drie op de hand.

We hebben ook een bescheiden voorraadje grondstoffen meegekregen van ons moeder: twee houtblokjes, twee voedselblokjes en vier goudstukken. En op tijd terug thuis hé!

Even snel een startspeler bepalen, en weg zijn we.

En daar gaan ze, dames en heren. Eerst onze inkomsten innen. Hoera!. Twee goudstukken alvast, zomaar, zonder er iets voor te doen! Daarbij eventueel nog een goudstuk extra voor elk residentieel gebouw en hotel dat we hebben opgericht. Da’s makkelijk, speelt lekker weg dit spel. Maar oei, daar komt het, al onmiddellijk keuzes te maken. Wat nu gedaan? Trek ik een kaartje bij uit mijn voorraad voor één goudstuk? Zijn mijn kaarten het vasthouden niet waard en wissel ik ze, mits betaling van een goudstuk, allemaal in? Plaats ik één van mijn werknemers, zwaar onderbetaald natuurlijk, voor één goudstuk op een gebouw om de voordeeltjes ervan op te strijken? Bouw ik een gebouw (kaart uit mijn hand) bij aan het einde van de straat (kost grondstoffen afhankelijk van de aard van het gebouw)? Bouw ik een gebouw met prestige, beperkt voorradig voor elke speler? Of doe ik, luierik als ik ben, niets en leg ik mij in mijn hangmat? Dilemma’s, dilemma’s.

Leuk.

Zodra iedere speler zijn hangmat heeft opgezocht begint de provoost aan zijn uitstapje. Hij lijkt een beetje op een Rode Duivel, want veel beweging zit er in eerste instantie niet in. Maar hou hem wat geld voor en plots gaat hij lekker moven. In vol
gorde van passen mag iedere speler hem voor maximum drie goudstukken omkopen. Voor elk goudstuk beweegt hij een gebouw vooruit of achteruit, naar goeddunken van de omkoper. Heeft belang, wees gerust.

Na het heen en weer gedoe met de provoost schieten onze werknemers in de gebouwen in actie. Zij leveren ons voordelen op: goudstukken, grondstoffen vooral. De eigenaars van de gebouwen pikken echter ook hun graantje, steentje, houtblokje, goudstukje mee. Alleen spijtig dat dat weer net toevallig mijn medespelers zijn.

Ons provoostje laat echter niet toe dat gebouwen waar hij nog niet is gepasseerd hun voordeeltjes afleveren. Wel werkvolk daar, maar geen opbrengst. Weggegooid geld. Net verkiezingen.

Daarna vraagt de lelijke Philips De Schone of we alstublieft willen meebouwen aan zijn kasteel. De beul die op de achtergrond zijn bijl staat bij te slijpen heeft geen enkele invloed op onze beslissing hoor. Voor elk setje hout, steen en voedsel krijgen we een stukje kerker, kasteelmuur of kasteeltoren. Die leveren ons elk 2,3 of 4 punten aan het einde van het spel. Meegenomen. Wie het meest bijdraagt aan het kasteel krijgt nog een goudklomp als beloning. Nog meer meegenomen.

Een spelronde wordt afgesloten door de provoost, die ondertussen door al dat bewegen niet meer kan blijven stilstaan en nog eens twee gebouwen verder stapt naar het einde van onze straat.

We bouwen, innen inkomsten, richten residentiële wijken op (nodig om te upgraden naar prestigegebouwen), vervloeken onze medespelers, raken aan de drank, snakken naar antidepressiva en worden plots, net als de ambulance arriveert, geconfronteerd met het einde van het spel.

Het spel eindigt op het moment dat het kasteel af is, d.w.z. als de laatste torenfiche is weggenomen.

Dan een moment waar elke spellenliefhebber steeds weer reikhalzend naar uitkijkt: de puntentelling.

Je krijgt punten voor de gebouwen die je hebt neergezet, de fiches die je verzamelde bij het bouwen van het kasteel, een punt voor elk goudblokje, een punt voor elke drie grondstoffenblokjes die je in je bezit hebt (behalve goud) en een punt voor elke drie goudstukken die je op het einde van het spel hebt overgehouden.

Bij ons eindigde het zo: Matthias 45 ptn, Lesly 40, Kim, 35, ondergetekende 35.

Wij kregen het niet klaar binnen de 75 minuten, de maximum duur die op de doos staat vermeld, dus misschien moet de spelduur op de doos met een beetje omzichtigheid worden benaderd.

Very important: zorg voor een goede cashflow. Bijna alles kost geld en het is altijd leuk als je je medespelers een hak kunt zetten door de provoost even naar achteren te halen. Zorg er ook voor dat je voldoende kaarten op hand hebt zodat je ook voor je tegenspelers interessante gebouwen kunt plaatsen, want dan profiteer je altijd mee als ze er een werkman op plaatsen (iets wat door ondergetekende zwaar werd onderschat, de winnaar van het spel daarentegen..). Meebouwen aan het kasteel levert in de aanvangsfase meer punten op dan in de eindfase van het spel. En het goudblokje als beloning voor de grootste bijdrage aan het kasteel is altijd interessant want het kan als een soort joker gebruikt worden voor eender welke grondstof.

Caylus Magna Carta. Een boon heb ik ervoor.

Binnenkort verschijnt bij JKLM games Phoenicia, een uitgeklede versie van Outpost. Ik kan bijna niet wachten.

Dominique

 

Caylus Magna Carta (Ystari Games 2007)

William Attia

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 – 75 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Notre Dame

The Winner Takes It All? Niet akkoord! Weg Abba, vort! Of nee, wacht, Agnetha mag blijven..

In tegenstelling tot voetbal, waar alleen de uitslag telt, maakt niet uit hoe goed of slecht men gespeeld heeft, komt men in de bord- en kaartspellenwereld toch in een ander soort competitie terecht. Tenzij men zich waagt aan een tornooi, maar daarover in een latere hallucinante bijdrage meer.

Akkoord, men wint graag en De Grote Speler Van Hierboven mag me nu ter plekke neerbliksemen als ik zou ontkennen dat ik mezelf soms betrap op de onbedwingbare drang om te winnen. O yes, ik wil de beste pornofilm draaien (Project Pornstar / Papergames), ik wil de beste bouwmeester zijn (Arkadia / Ravensburger), ik wil die race kost wat kost winnen (Top Race / ASS), ik wil die belachelijke ridders van de ronde tafel een been uitvijzen (Shadows over Camelot / Days of Wonder), ik wil de meeste koppensnellerkopjes hebben (Fiji / 2F Spiele), ik wil, ik wil..

Eigenaardig genoeg ontleen ik het meeste plezier aan de weg daar naartoe, niet aan de uiteindelijke overwinning zelf. Ik geef toe, er zijn momenten geweest dat de overwinning mij zoveel voldoening schonk dat ik ererondjes begon te lopen rond de speeltafel of dat ik mijn medespelers systematisch begon te trakteren na elke zege. Van dit laatste ben ik uiteindelijk toch maar afgestapt omdat mijn overwinningen en schulden zich plots op onverklaarbare wijze begonnen op te stapelen.

Ik win graag, maar je zult bij mij geen mondhoekzakkende beweging waarnemen bij verlies (al blijf ik het wonderbaarlijk vinden tot hoe diep bepaalde mondhoeken kunnen gaan hangen). Of geen onderdrukt gegrom (ooit zelf gehoord en eigenlijk nooit meer echt van bekomen). Of geen spelonderdeel weggooiend gebaar (ooit zelf gezien, maar het litteken is al bijna helemaal genezen hoor).

De meeste spelers waarmee ik de tafel deel, en soms ook andere dingen, zijn van het kaliber: winnen is mooi meegenomen, maar het hoeft niet echt. Leuke lui om bij aan te schuiven. En een welgemeend “dank u wel dat ik jullie mocht leren kennen” er bovenop. Voila!

Komt daar ook nog bij dat ik een buikspeler ben, in tegenstelling tot de meeste collega-spelers die eerder een cerebrale benadering hanteren. Vandaar dat strategische spellen waarbij je ver vooruit moet plannen aan mij niet zijn besteed. Geef mij maar de tactische aanpak, het korte termijndenken. Het beste proberen te halen uit de gegeven situatie, hoe schrijnend die in mijn geval meestal ook is.

Vandaar, beste vrienden, dat het spel “Notre Dame”, de nieuwe van Alea, mij zo na aan het hart ligt.

Dit spel is echt leuk, of je het nu met twee, drie, vier of vijf spelers speelt.. En tactisch. En vol met ratten. En overzichtelijk. En mooi uitgevoerd. En niet te lang. En niet te kort.

Parijs, veertiende eeuw. Centraal op tafel de kathedraal der kathedralen, de Notre Dame. Eromheen de stadsdelen, afhankelijk van het aantal spelers drie, vier of vijf. In elk stadsdeel zeven wijken en een haven. In elke wijk een centraal gebouw. Quasimodo? Niet te bespeuren voorlopig. Of toch, daar zie, hij is de startspeler-pion.

Elke speler heeft negen kaarten, dezelfde voor iedereen, met daarop een gebouw of een vertrouweling. Later meer hierover. Verder hebben we allemaal nog veertien invloedsteentjes (houten blokjes voor de leken onder ons) in onze eigen kleur. Tien daarvan gaan er in de algemene voorraad, vier liggen klaar voor onmiddellijk gebruik.

O kijk, we hebben ook nog een koets, die centraal op ons stadsdeel wordt gezet. Nog snel een goedkoop strijkensemble erin en we kunnen als volleerde 14de eeuwse Johnny’s door Parijs laveren.

We schudden onze kaarten en nemen er drie op de hand. En dan komt het: we moeten er twee aan onze linkerbuurman doorgeven. Wablief? Afgeven? 66,66% van onze handkaarten? Jawel, geen ontkomen aan! Uw linkerbuurman doet op zijn beurt hetzelfde met zijn linkerbuurman. De tafel rond dus. Van de twee die je van je rechterbuurman krijgt moet je er weer één doorgeven aan je linkerbuurman. Uiteindelijk hou je kaarten in drie verschillende kleuren over. Van die drie kaarten mag je er uiteindelijk maar twee spelen. Beste spellenvrienden, drie is weinig, twee is nog veel weiniger. Drie is ongemakkelijk, twee frustreert. Drie is nog net doenbaar, twee is Parijs onwaardig.

Is dit wel leuk, hoor ik u al zeggen? Ge moogt gerust zijn.

Elke kaart staat voor een gebouw of je vertrouweling. Vandaar dat ze die op kaarten hebben gedrukt. Echte gebouwen en vertrouwelingen waren nogal onhandig bij het schudden denk ik. En kostelijk. En plaatsinnemend. Slimme zet van die Duitsers. Als je een kaart speelt zet je in de betreffende wijk van je stadsdeel een invloedsteen uit je voorraad en dan krijg je iets of mag je iets doen, soms zelfs met een cumulerend effect als er zich al invloedstenen op bevonden van vorige beurten.

Eens kijken naar de kaartjes.

Och zie: een Kloosterschool. Wie bij de nonnen les gaat volgen mag een invloedsteen uit de algemene voorraad naar zijn eigen voorraad halen. En het zijn nog straffe nonnen ook (kanonnen volgens mij) want je krijgt een invloedsteen voor elke steen die er na het spelen van je kaart op ligt.

Je kunt ook naar de Bank: idem kloosterschool, maar mooiere en schaarser geklede vrouwen achter het loket en geld in plaats van invloedstenen.

Echte heren of dames van stand gaan echter naar de Residentie: geen gezever daar, gewoon overwinningspunten voor elke geplaatste invloedsteen.

Watjes gaan naar het Park: de rattenplaag (later meer) in onze wijk wordt hierdoor met één gereduceerd. Voor elke twee invloedstenen in het Park krijg je ook nog eens een extra overwinningspunt elke keer je in de loop van het spel overwinningspunten mag claimen.

Het Ziekenhuis dan: gene vette daar, weeral één reductie van onze rattenplaag. Maar daarbovenop mag je op het einde van een ronde van het totaal aantal ratten dat je stadsdeel bevolkt per invloedsteen een rat aftrekken (voor alle duidelijkheid en vooral voor de verwrongen geesten onder ons: in mindering brengen).

In het Gasthuis mag je kiezen, het is een soort winkeltje: een goudstuk, een invloedsteen uit de algemene voorraad naar je eigen voorraad brengen of een rat verdelgen in je stadsdeel.

Het Koetshuis dan, één van mijn favorieten. Een invloedsteen op je koetshuis betekent rijden maar! Voor elk blokje op je koetshuis kan je even ver naar de verschillende stadspleintjes rijden. Op elk pleintje wordt bij het begin van het spel een fiche gelegd met allerlei lekkers erop: invloedstenen, geld, overwinningspunten, rattenverdelgingsmiddel, soms in combinatie. Waar je stopt mag je de fiche en de bijbehorende voordelen nemen. Dit is ook de enige manier waarop je in een stadsdeel van een tegenstander kunt gaan piepen (en je strijkorkest extra hard kunt laten spelen natuurlijk, bij voorkeur ’s nachts).

De Vertrouweling heeft dezelfde functie als een invloedsteen. Alleen kan je hem in de loop van het spel nog verplaatsen als je de kaart nog eens uitspeelt.

Ten slotte hebben we nog de Notre Dame-kaart: Een invloedsteen in de Notre Dame, hop, betalen aan de bisschop en afhankelijk van de grootte van je betaling overwinningspunten incasseren. Ook een leuke, vooral voor de heilige bonen onder ons.

Drie rondes met elk drie beurten spelen we. Op het einde van elke beurt krijgen we nog
de kans om voor één goudstuk één van de drie openliggende personen om te kopen. Afhankelijk van wie je omkoopt krijg je allerlei voordelen., al moet je soms aan bepaalde voorwaarden voldoen.

En dan, beste vrienden, worden de ratten op ons stadsdeel losgelaten. Ze komen via onze haven binnen (dat komt ervan als je een eigen jachthaventje wilt, schat) en hun aantal wordt bepaald door het totaal aantal ratten die op de drie openliggende personenkaarten (de personages die je op het einde van elke beurt kunt omkopen) staan afgebeeld. Tot negen zit je nog veilig. Ga je erover moet je een invloedsteen van je wijk verwijderen waarop de meeste invloedstenen staan. En je moet ook nog eens twee overwinningspunten inleveren. Aaargh!

Na elke ronde nog even de overwinningspunten van de Notre Dame incasseren en hop, op naar de volgende.

Luister, mannen en vrouwen. Dit spel is zoals het echte leven. Ge hebt van alles te weinig. Ge komt nooit toe. Ge wilt meer dan ge moogt en ge moet daarbij nog het meeste van wat ge hebt (uw kaarten) nog aan uw medespelers geven ook. En wat krijgt ge van hen terug? Brol.

Er zijn er die beweren dat er geen interactie zit in dit spel, dat iedereen maar op zijn eigen stadsdeeltje speelt, heel braaf, ondertussen zachte liftmuziek neuriënd. Zij dwalen. Het doorgeven van de kaarten is een thriller op zich. Je wilt geen kaarten doorgeven, je wilt ze houden, koesteren, kusjes geven en zelf uitspelen. Je wilt geen kaarten van je medespelers krijgen, want dat zijn kaarten die je wilt weggooien, kapotscheuren, in brand steken of gebruiken als onderlegger voor je cola light. Ik heb in deze fase van het spel alle geluiden, alle vormen van lichaamstaal, alle kenmerken van waanzin die een menselijk wezen kan produceren de revue zien passeren.

Ook het nemen van de overwinningspunten is een tactiel genot dat ik graag ten aanzien van mijn medespelers extra in de verf zet door ze nog eens langzaam en vooral duidelijk na te tellen.

Veel wegen leiden naar de overwinning en nog meer wegen leiden naar een zekere nederlaag. Er zijn er die vooral en graag met de koets rond hossen (Kim), anderen houden van spreiding en van alles wat (Lesly). Er zijn er die intensief aan “blokjesmanagement” doen en daar nog resultaat mee halen ook (Hugo), religieuze fanatici proberen soloslim te spelen in de Notre Dame (Wim) en er zijn er ook die zich nogal verdacht veel en vooral ’s nachts en schaars gekleed in het park ophouden met als uitvlucht “het oppompen van mijn overwinningspunten” (Pieter). Iedereen komt aan zijn trekken dus, maar er is altijd maar eentje die, na quasimodo een dik uurtje spelen, aan het langste eind trekt.

Dit spel is mijn favoriete Alea-titel. Tenzij er ooit een Toyota Alea op de markt komt natuurlijk, dan zal ik het nog eens moeten herbekijken.

Dominique

 

Notre Dame (Alea, 2007)

Stefan Feld

2-5 spelers vanaf 10 jaar

45-75 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Nachtwerk

Ik heb het weer erg druk gehad vannacht.

01u07: vijf potige, met tatoeages overladen kerels bedreigen A.T. Ze willen haar handtas en wie weet wat nog allemaal. Met een hand hou ik ze op afstand terwijl ik met de andere een taxi voor haar bel. Als de taxi arriveert liggen de vijf uitgeteld op de grond. Ze hadden nog veel geluk dat ik maar een hand vrij had. Vlak voor ze instapt geeft A. me nog een fractie van een seconde, net genoeg om in haar groene ogen te verdrinken. Zal ik haar ooit nog weerzien?

02u35: De Heilige Maagd Maria verschijnt aan mij met de vraag of ik even op mijn blog wil vermelden dat De Da Vinci Code van Dan Brown allemaal dikke zever is. En dat de film al helemaal op niks trok. En dat ze de heer Brown daarboven nog wel eens een poepje zullen laten ruiken wanneer hij zichzelf ooit aanbiedt aan de hemelpoort. Als hij nog durft tenminste.

Bij deze.

03u12: Ik ben erin geslaagd een bom te plaatsen in de Helsinki Hartwell Arena, net voor de start van het Eurovisie Songfestival 2007, en hem te laten afgaan ook. Ik had geen enkel probleem de veiligheidsdiensten te omzeilen. Ik had vrouwenkleren aangetrokken en beweerde dat ik Verka Serdoetsjka was, de inzending van Oekraïne. En dat ik het artiestenbusje gemist had. Ze lieten me zonder problemen door. Eentje vroeg me zelfs een handtekening.

04u59: ik ben de grote winnaar van de parlementsverkiezingen van 10 juni. De koning gelast me een nieuwe regering te vormen. Ik wil wel, maar dan alleen als zijn schoonzus een nieuwe kapper neemt. Zij weigert. Ik ook.

Niet te verwonderen dat ik elke dag doodmoe aanvang.

Daarom beperk ik me vandaag tot een kleine dienstmededeling:

 

DE SPEELDOOS

24/06/2007

13.00u

SPELLENDAG

ZAAL TER KLASSE

TIELTSEBAAN 74

AARSCHOT

 

 ISM

 

INGELBERTS

BOGAARDENSTRAAT 19

AARSCHOT

 

Verdere details volgen. Laat me gewoon stellen dat ge echt niet goed bij uw spellenhoofd moet zijn om dit aan u voorbij te laten gaan.

 

Dominique

 

 

 

 

Dit gaat niet over het Eurovisie Songfestival. Er zijn grenzen.

Ze bestaan: perfecte combinaties. Ik denk dan spontaan aan Spic en Span, Basso en Fuentes, Windows en crashen, afstandsbediening en vetzucht, Puerto Rico en verliezen (in mijn geval), ondergetekende en Keira Knightley, Lernout en Hauspie (of nee, toch maar schrappen deze laatste).

Op 27 april jongstleden bevond ik mij in het perfecte universum. En het perfecte universum bestond op dat moment uit de perfecte combinatie van de volgende ingrediënten: Ils G. uit D., Zornik en De Lotto Arena in Antwerpen. In die volgorde.

We hebben daar een prachtig, stomend optreden gezien. Binnenkort op dvd verkrijgbaar. Als u goed luistert kunt u mijn hemelse stem het nummer “Hey Girl” naar een hoger niveau horen tillen.

Later die avond, nog nagenietend van een constante hoogfrequente fluittoon in mijn rechteroor, dacht ik in bed na over spellen waarin muziek centraal staat.

Muziek is een raar gegeven. Het roept emoties op, maakt verdrietig of vrolijk of van alles tegelijk, en brengt zelfs fysieke veranderingen teweeg in je lichaam. Bij dit laatste denk ik vooral aan mijn acute migraineachtige hoofdpijn na het beluisteren van de lievelingmuziek van mijn oudste dochter.

Soms is muziek ook gewoonweg spooky. Echt spooky. Zo beschikt de spellenclub “De Speeldoos” in Aarschot over een, geloof het of niet, behekste transistorradio. Deze radio speelt steeds dezelfde soort muziek, een soort techno of house. En het klinkt alsof het recht uit de hel komt. Kies je een andere zender, laat ons zeggen in een vlaag van zinsverbijstering radio 2, zal hij braafjes Jo Vally laten horen. Maar even later, terwijl iedereen aan het spelen is en even niet oplet, hoor je plots weer die verschrikkelijke beats zonder dat ook maar iemand de frequentieregeling heeft aangeraakt. Ik zeg het je, from hell! Die radio regelt zichzelf, gewoon om ons te jennen. Ik ben geen believer wat het occulte betreft, maar wat daar op die vrijdagavonden met die radio gebeurt, is niet, ik herhaal, NIET, normaal. Het kruisbeeld dat ik een jaar of drie geleden op Halloween eigenhandig en ten einde raad aan de muur spijkerde, recht tegenover het vervloekte toestel in kwestie, helpt geen ene moer. En ik weet dat de leden van SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale) na het lezen van het voorgaande waarschijnlijk over de grond rollen van het lachen. Maar ik zeg hen dit: kom zelf kijken, luister, huiver en loop daarna krijsend de straat op.

Terug naar mijn bedgedachten.

Mijn favoriete spel met als thema muziek, en dan meerbepaald over hitlijsten, is “Schrille Stille” (Zoch, Peter Wichmann, 1999).

We kunnen dan zelf niet echt goed zingen, laat staan een instrument bespelen, we zullen als platenbaas zelf wel eens bepalen wie dat wel kan. En we katapulteren onze eigen protegees met een nooit geziene promocampagne de hitparade in. En we zorgen er ook nog eens voor dat ze er zo lang mogelijk blijven hangen. En als het even kan op nummer één. Maar zoals altijd hebben we het weer niet alleen voor het zeggen. Er zijn weer andere oelewappers die hetzelfde in gedachten hebben. Zo van het slag “twaalf stielen, dertien ongelukken”. Zo van het slag dat nog niet eens in staat is Bach van Michael Jackson te onderscheiden. Een week geleden probeerden ze nog iets in de pornobusiness, enkele weken daarvoor zaten ze in de religieuze bouwsector en nu proberen ze mij weer vliegen af te vangen in de muziekindustrie. Soit, we zullen ze eens een muzieklesje leren!

Wij steken nog maar net onze neus aan het venster, maar de hitparade bestaat natuurlijk al. De chart ligt voor ons op tafel. 14 groepen van 14 tot 1 gerangschikt. Leuke namen ook: Feel Collins zit erbij, The Albino Project (even raden naar wie dat refereert), Simply Fred, Titti Tarentel, Alzheimer Eck, De Debile Dioden, Guns’n Noses en de lawaaimakers Rammbock.

Sommige artiesten zijn exclusief eigendom van jouw platenmaatschappij, andere moet je delen met sommige van je medespelers. Gedeelde belangen dus. Leuk, moet ik nog samenwerken met dat stelletje ongeregeld ook.

In de doos zit voor iedere speler een, u leest dit goed, kartonnen cd-speler. Elke cd-speler beschikt over 14 gaatjes, uitsparingen waarin je je houten fiches plaatst waarmee je de plaats van de artiesten op de charts probeert te beïnvloeden. Zeven fiches moet je elk aan een artiest toewijzen, vijf met een getalwaarde van – 4 tot +4 en dan nog je voorspelling van de grootste stijger van de week en de nummer 1. Als iedere speler dit erg leuke en tactiel zeer aangename ritueel heeft uitgevoerd wordt elke cd-speler in een gemeenschappelijke houten lader geplaatst. Eenmaal dichtgeklapt ziet niemand wie welke groep omhoog of omlaag wil. Leuk meegenomen tussen die bende haaien hier.

Dan volgt er een gevecht in regel om de eer de lader te mogen ledigen. Wie wint mag de fiches voor elke groep afzonderlijk uit de lader laten floepen (erg leuk dat floepgeluid) en worden de fiches samengeteld. Is het getal positief, stijgt de groep dat aantal plaatsen, is het negatief is de vrije val een feit. De eerste zes in de chart leveren winstpunten op, de grootste stijger en de nummer 1 ook, als je ze juist hebt voorspeld tenminste. Als artiesten die tussen de elfde en veertiende plaats staan nog eens zakken kosten ze je twee minpunten. Ze worden ook uit de chart verwijderd, de sukkelaars.

Zodra er een speler 30 of 50 punten bereikt worden de op dat moment drie eerste artiesten in de hitparade eruit gebonjourd. Achteraan in de chart knallen er dan drie met stip binnen.

Bereikt een speler de magische grens van 70 punten, is het game over. Wie op dat moment de meeste punten heeft wint! Jeuh!

Erg leuk dit spel. Goed gevonden, ontspannend, het gefrutsel met de spelonderdelen voelt echt lekker en het is weer eens wat anders dan meerderheden hier en meerderheden daar en meerderheden overal.

Ik won weer niet, maar hou het stille.

Zornik. Ik blijf het maar linken aan een buitenaardse munteenheid. Hoeveel voor die Keira Knightley-opblaaspop? 500 Zorniks? Doe er dan maar twee!

Dominique

 

Schrille Stille (Zoch)

Peter Wichmann

3-6 spelers vanaf 12 jaar

90 minuten

 

 

 

 

 

 

Zooloretto Knutloos!

Laten we het om te beginnen eens hebben over Knut (geboren op 05/12/2006 in Der Zoologischer Garten in Berlijn). Wereldberoemd in Duitsland en een beetje daarbuiten. Wordt daar nu al beschouwd als een van de belangrijkste figuren van de 21ste eeuw. Door politiek journalisten bestempeld als grootste kanshebber om Angela Merkel na haar eerste ambtsperiode als Bondskanselier van Duitsland op te volgen. Door velen op handen gedragen, door enkele weirdo’s al met de dood bedreigd.

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om een ijsbeer. Nu nog een –tje maar binnen enkele maanden, es tut mir leid meine freunde, een kolossale moordmachine. Maar o zo po-pu-lair bij onze oosterburen. Verstoten door mamabeer en vervolgens door een onnavolgbare dosis massamedelijden door heel Duitsland in het hart gesloten. Was de scheiding tussen Oost- en West-Duitsland nog een feit, Knut had in zijn eentje voor een hereniging gezorgd.

Gewoon om even te zeggen dat we hier met een enorm potentieel aan “kassa, kassa” te maken hebben.

Laten we het nu even hebben over het bordspel Zooloretto. Ook geboren in Duitsland uit papa Coloretto en mama Coloretto Amazonas. Uitgegeven door Abacus Spiele, ontwikkeld door Michael Schacht.

Zooloretto is een spel dat ieder van ons, dierenvrienden en zakkenvullers als we zijn, wil proberen te winnen door een zo rendabel mogelijke dierentuin uit te bouwen. We hebben elk ons eigen spelbord dat onze, bij aanvang nog griezelig lege, dierentuin voorstelt. De hokken zijn al klaar, de drank- en souvenirkraampjes zijn besteld en we hebben, vooruitziend als we zijn, op slinkse wijze al een aantal buren laten onteigenen zodat we in de toekomst nog aan een eventuele uitbreiding kunnen doen.

Nu is het alleen nog wachten op de vrachtwagens die de beesten moeten leveren. Alleen weten we nog niet echt wat er juist op die vrachtwagens gaat zitten. Elke beurt worden er evenveel vrachtwagens gevuld als er spelers zijn en het is zaak om tijdens je beurt toe te slaan als er een voor jou interessante lading tussen zit. Ok, laat maar komen. Daar zie, een volle vrachtwagen met twee kamelen en een aap. Laat maar gaan, even wachten nog tot er een ijsbeertje bij zit. Hmm, die andere vrachtwagen is ook niet echt mijn ding: een zebra, een olifant en een flamingo. Hoef ik niet, ik wil Knutachtige beestjes. Nog even wachten dan maar. Waar blijven die ijsberen nu toch? Dat lijkt er al iets beter op, een kangoeroe en een panda. Als we die zwarte vlekken van die panda wat bijwerken hebben we al iets wat de richting van een ijsbeer uitgaat (even informeren bij logistiek of we witte verf in voorraad hebben).

Hebben we geen plaats in de kooien kunnen we onze beestjes even onderbrengen in de schuur. Maar echt lekker voelen ze zich daar niet. Een schuur is beneden hun stand. Daarom leveren de diersoorten die zich daar op het einde van het spel bevinden alleen maar minpunten op.

Ondertussen worden ook de eerste voorzichtige pogingen gedaan om kweekprogramma’s op te zetten. Twee bronstige beesten bij elkaar in een kooi en hop, in een wip hebben we al een nakomeling. Mag direct bij in de kooi. In de schuur lukt dat niet zo goed. Maar ja, Hoe zou je zelf zijn als er een halve dierentuin op je seksuele escapades staat toe te kijken?

Ho wacht, als we volk over de vloer gaan krijgen mogen we de eet- en souvenirstandjes niet vergeten. Verdorie, goed dat ik er nog aan denk. Gelukkig worden die soms ook gewoon tussen de beesten op de vrachtwagens geladen, grijpensklaar. En als je geluk hebt vind je ook af en toe wat geld op de vrachtwagens (ezels zijn er nochtans in geen heinde en verre te bespeuren). Geld, daar kunnen we wat verbouwingen mee doen of onze uitbreiding financieren als onze dierentuin uit zijn voegen begint te barsten. We kunnen het ook spenderen aan het omzetten van onze beesten naar andere hokken of de centrale schuur.

Nog een leuke: we kunnen voor twee geldstukken een dier naar keuze uit de schuur van één onzer medespelers wegkopen. En die medespeler kan daar niks tegen doen. NIKS, niet veel dus. Tenzij een lang gezicht opzetten. Dank u, spelregels!

En hoe winnen we dit spel nu? Door op het einde je hokken zo goed mogelijk te hebben gevuld, hoe voller hoe beter. Indien niet helemaal gevuld scoor je ook nog, maar minder en dan nog enkel als je eet- of souvenirkraampjes in de buurt hebt staan. Al wat je op het einde van het spel nog in je schuur hebt zitten levert je minpunten op. Bij gelijke stand wint de speler met het meeste geld (rijkelui trekken ook in de spellenwereld altijd aan het langste eind).

Maar even terug naar onze vrachtwagens. U vraagt het zich ondertussen ongetwijfeld ook al af, waar blijft onze eerste Knutachtige toch?

En dan begint het te dagen, beste spellenvriend. Er zit geen Knut, zelfs geen afgeleide, in het spel. Toch maar eens de stansraampjes terug uit het papier- en kartonafval gehaald om te checken. Inderdaad, niks, geen Knut. Mijn jongste dochter is er nog altijd niet goed van.

Hadden ze nu een leuk Knutje op de doos gezet en in de doos in plaats van die belachelijke flamingo’s (die hebben verdorie allemaal een poot tekort!) een roedel ijsberen gestoken, dit spel zou triljoenen keren meer over de toonbank gaan, zeker in Duitsland! Gemiste kans, Abacus.

Maar ondanks deze misser van formaat hebben ze toch een leuk familiespel afgeleverd.

En ook erg leuk: de Nederlandstalige handleiding die bij het spel zit. Bedankt Abacus!

Dominique

 

Zooloretto (Abacus Spiele)

Michael Schacht

2-5 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten