Dipperdedipperdedip!

Beste medespeler, ik zit er een beetje door. Door het spelen van spellen bedoel ik. Ik zit in een dip. Of er een achtervoegsel –je aan mag weet ik nog niet goed. De ernst van de situatie zal zich pas over enkele weken openbaren. Ik hou u op de hoogte.

Het beu-symptoom dook plots op toen ik onlangs werd geconfronteerd met de aankondiging van de nieuwe Ystari: Assyria. Na het lezen van de korte beschrijving van het spel was mijn enige reactie: geeuw. Erg verontrustend. Het ging over Nomaden (geeuw) en mannetjes plaatsen (geeuwgeeuw) en daardoor bepaalde acties kunnen doen (geeuwgeeuwgeeuw) en ja hoor, zelfs ongegeneerd parasiteren op de eigendommen van tegenspelers is mogelijk (geeuwgeeuwgeeuwgeeuw). En de climax moest dan nog komen: er staat weer een “Y” in de speltitel (geeuwgeeuwgeeuwgeeuwgeeuw).

De opwinding die zich bij ondergetekende manifesteert – ik geef toe: in wisselende intensiteiten, maar toch steeds onmiskenbaar aanwezig – bij de aankondiging van een nieuw spel was bij Assyria ver te zoeken. Zeg maar volledig afwezig.

Ik ben oververzadigd. En er is op het eerste gezicht geen Jägermeisterachtig artefact in de buurt dat voor mijn opgeblazen gevoel enig soelaas kan bieden.

Hier zit ik dus, spelmoe, tegen een stapel aan te staren die bestaat uit Automobile, Masters Gallery, Birds On A Wire, Sumeria, Steam, Waterloo, Maori, de kannibaaluitbreiding van Lifeboat, Giro d’Italia en de Alea Schatzkiste. Normaal gezien scheur ik met de zachte finesse eigen aan een weerwolf de folie aan flarden, nu blijft deze onaangeroerd.

Edoch, ik ontwaar nog enkele lichtpuntjes in de verte: ik heb nog zin om te schrijven over het fenomeen. Ik heb trouwens nog explosief materiaal in de la liggen dat ik u zeker niet wil onthouden. Laat ik me daar dan maar even aan vastklampen. En ook het lichtelijk fantastische erotisch geladen – excusez le mot – en volledig afwasbare “Bettspiel” (Private Games), met niet kwetsende spelonderdelen verpakt in een kussensloop en gemaakt om al spelend van voorspel naar eindspel te evolueren, heeft me nog net voldoende kracht gegeven om aan de rand van de afgrond te blijven hangen.

Er is dus nog hoop.

Dat beu-symptoom. Ik vraag het me toch af. Zou dat nu wijzen op een ziekteproces of – integendeel – het begin van een of andere vorm van genezing?

Misschien toch maar even Dr. Easy raadplegen. Hopelijk adviseert hij gewoon om even het “bett” te houden.

Dominique

 

 

 

 

 

Wiens brood men eet..

Vrijheid van meningsuiting. Het blijft een rekbaar begrip. Ik kan erover meepraten.

De meisjes en jongens van Dema Games, een kleine Deense uitgever, zijn onlangs ook frontaal tegen de onzichtbare muur van de meningsvrijheid aangelopen. Een muur die de katholieke Opus Dei beweging in allerijl had opgetrokken. Hun spel “Opus Dei”, aangekondigd als “The World’s First Atheist Card Game Ever!” was voor de dames en heren van Opus Dei een meningsuiting te ver. Gevolg: een rechtzaak.

Ironisch genoeg gingen de verkoopcijfers na deze gerechtelijke stappen aanzienlijk de hoogte in. Dat gebeurt wel meer in dit soort zaken. Wat niet mag wordt begeerd. Gek dat Opus Dei, Eva en de appel indachtig, daar niet bij heeft stilgestaan alvorens het justitieel geschut in stelling te brengen. Opus Dei, het spel, gaat dus sindsdien als zoete broodjes over de toonbank. Bij Dema Games boffen ze zelfs twee keer. Ten eerste omdat de verkoop van hun vlaggenschip volop in de lift zit en ten tweede omdat de inquisitie niet meer bestaat, anders was er al een Opus Dei-delegatie met martel- en andere tuigen in Kopenhagen afgestapt. Spelontwerpers die gelyncht worden door fanatici van een beweging die dezelfde naam draagt als hun spel, het zou wat zijn.

Ben u eerder een verzamelaar van spellen en op zoek naar een collector’s item in wording is het misschien het geschikte moment om toe te slaan.

Opus Dei, Existence After Religion, is een kaartspel. En het doet zijn naam alle eer aan want het doosje bevat 62 zogenaamde personenkaarten en 96 actiekaarten. Er wordt ook nog een soort kartonnen schildersezeltje bijgeleverd waarop tijdens het spel de actieve zonkaart wordt geplaatst. Fronst u gerust even, alles wordt straks duidelijk.

Met die kaarten en dat schildersezeltje gaan we een Guillotineachtig spelletje spelen. Twaalf personenkaarten worden in een rij opengelegd en aan het begin van die rij wordt het schildersezeltje geplaatst. Elke speler krijgt vier kaarten van de actiestapel en we zijn vertrokken voor drie ronden. Vertrokken richting eindstation “wie de meeste punten heeft verzameld wint”.

Als u Guillotine al eens hebt gespeeld weet u dat er tijdens uw beurt een edele een aanzienlijk hoofd kleiner wordt gemaakt. Niet zo in Opus Dei. Hier wordt tijdens uw beurt een belangrijke historische figuur geboren, meestal filosofisch of wetenschappelijk of – jawel – compleet geschift van aard; Enkele voorbeelden? Plato , Copernicus, Descartes, Einstein, Nietzsche, Hegel, Newton. Niet van de minste dus. De weirdo’s, spijtig genoeg maar met z’n negenen in totaal – niet eens genoeg voor een leuke voetbalploeg – zijn het interessantst en leveren je helemaal geen of zelfs minpunten op. Voorbeelden? Jakob Ammann, de stichter van de Amish. Joseph Smith Jr., grondlegger van de Mormonen, die als bij wonder een aantal beschreven stenen tafelen ontdekte in de Verenigde Staten waaruit bleek dat Jezus na zijn verrijzenis met zijn apostelen naar Amerika was geëmigreerd, daarmee de indianen in één klap tot voetnoot in de Amerikaanse geschiedenis degraderend. Niemand kon deze tafelen lezen, omdat ze in een nogal vreemde en niet te ontcijferen taal waren opgesteld. Behalve één man: inderdaad. –2 punten als hij in je display ligt. Sahtiya Baba, die om het simpel te houden zichzelf maar tot God uitriep en terloops meldde dat hij de doden tot leven kon wekken, iets wat hij nooit proefondervindelijk heeft kunnen aantonen (andersom – de levenden tot dood wekken – was aanzienlijk makkelijker realiseerbaar geweest). Of L. Ron Hubbard, de stichter van Scientology, onder andere bekend door zijn historische woorden: “I’d like to start a religion. That’s where the money is.” Dat soort volk wil je niet in je puntenstapel.

Je puntenstapel ontstaat door tijdens je beurt één tot twee actiekaarten uit te spelen en vervolgens de eerstliggende personenkaart in je puntenstapel, je “wereld”, te leggen. Daardoor worden deze personages in je wereld geboren. Je speelt dus een beetje verloskundige. De personages leveren punten op aan het einde van het spel. De wetenschappers zijn een beetje speciaal. Hun puntenscore hangt af van het aantal wetenschappers dat je op het einde van het spel in voorraad hebt. En er zijn ook koppeltjes. Simone De Beauvoir is slechts één punt waard, maar haar waarde stijgt tot drie als ook Sartre in hetzelfde stapeltje zit. De liefde, ze stuwt je naar ongekende hoogten.

Zodra we de centrale lijst van 12 personages hebben “verlost” gaan we over naar de volgende ronde. De baarmoeder wordt opnieuw gevuld met 12 grote denkers en we brengen onze verlostangen weer in stelling.

Met je actiekaarten, vooral de miraculumkaarten, kun je de volgorde in de rij personages beïnvloeden. Heel erg Guillotine is dat. Maar er zijn nog twee andere soorten actiekaartjes, de aarde- en de zonkaarten. Met de aardekaarten kun je je eigen “wereld” (je verzamelde personages) of die van andere spelers positief of negatief beïnvloeden, met de zonkaarten kun je invloed uitoefenen op het hele spelgebeuren. Van deze laatste kan er slechts eentje tegelijkertijd actief zijn en deze wordt – lekker overzichtelijk – op het schilderezeltje geplaatst.

Bepaalde personages hebben een speciale eigenschap die actief wordt zodra ze door een speler tot leven worden gewekt of als ze zich in de rij  personenkaarten – de baarmoeder met de twaalfling zeg maar – bevinden. Het activeren van deze eigenschap is verplicht. Galilei bijvoorbeeld laat je toe een extra actiekaart te trekken als je hem uit de baarmoeder trekt.

Er worden drie ronden gespeeld. Dan is het game over en worden de punten geteld. Heel eenvoudig is dat: de waarde van je verzamelde personages (plus of min) optellen. Dat telgebeuren vindt ongeveer plaats na een uurtje. Nietzsche kan dit einde echter aanzienlijk vervroegen. Hij is dan ook niet van de minste.

Hou rekening met het volgende: er staat veel Engelse tekst op de kaarten (al is daar ook gewoon veel niet spelgerelateerde achtergrondinformatie over de personages bij). Het cartoonachtige en speelse van Guillotine zoek je hier tevergeefs. Het is allemaal wat minder kleurrijk en wat serieuzer. Het doosje is niet echt praktisch in gebruik, u gaat beter op zoek naar een handiger en steviger vervangmiddel.

Maar, beste medespeler, dit is beter dan Guillotine. Je hebt meer invloed, een grotere keuze aan zowel actie- als personagekaarten en als je een beetje moeite wil doen leer je heel wat bij. En er staat een Nederlandstalige versie van de spelregels op de website van Dema Games.

Ook meegenomen is dat elke speler aan tafel een “Zeitgeist” wordt genoemd. Dat klinkt goed, zoals in de vraag: “Hé Zeitgeist, mag ik de Doritos even?”

Er zitten trouwens nog een aantal uitbreidingen in de pijplijn. Benieuwd hoe dat gaat aflopen, want vrijheidsberoving van de ontwerpers behoort tot de mogelijkheden. Geeft niet, dan worden ze martelaren. En dan schakelen we Amnesty International in. 

Ik moet u laten nu. Ik moet dringend op zoek naar een paar stenen tafelen die zich ergens op Belgisch grondgebied bevinden. Ik weet nu al dat ik alleen die zal kunnen lezen. Ik hou u op de hoogte.

Dominique

 

Opus Dei: Existence After Religion (Dema Games – 2008)

Alan Schaufuss Laursen / Mark-Rees Andersen

2 tot 6 spelers vanaf 16 jaar

40 tot 80 minuten

Eenvoud siert.

Beste medespeler, u gaat me niet geloven maar ik heb onlangs met Jezus gespeeld.

Ik trok hem in de derde ronde van epoch 1 van de gedekte trekstapel omdat er niets interessants in de open display lag. Hij had een populatiewaarde van 3, een geldwaarde van 1, een strijdwaarde van – niet verwonderlijk – 0 en een ontdekkingswaarde van 1.

Heeft Jezus mij geholpen? Heeft hij de balans in mijn voordeel doen doorslaan? Niet echt, maar hij was toch een stevig steuntje in het proces van het vermijden van de laatste plaats. Dus een “dank u, Jezus, en graag tot de volgende keer” is zeker op zijn plaats.

Dit is een spel waar nogal eens meewarig wordt over gedaan. Als ik geconfronteerd wordt met meewarigheid heb ik altijd weer de neiging om aan de kant van het object van die meewarigheid te gaan staan. Want hoe u het ook draait of keert, dat onderwerp verdient die meewarigheid meestal niet. Zo is het bijvoorbeeld in bepaalde kringen bon ton om De Kolonisten Van Catan meewarig te bejegenen. Dat is niet terecht. Ontleed dat spel maar eens, of beter: herontdek het. Alles wat een spel goed maakt zit erin. Alleen heeft u het veel te druk om al die nieuwe – kwalitatief mindere – spellen te ontdekken.

Heroes Of The World, uitgegeven door onze Russische vrienden van Sirius, haalt niet het niveau van het basisspel van Catan. Dat is geen schande en ook niet erg want ik heb ondervonden dat dit spel mij in hoge mate heeft doen genieten. Door zijn eenvoud. En zeg nu zelf: uw spellenvrienden doen opschrikken met de woorden “ik leg nu Jezus op tafel”, bij hoeveel spellen kunt u dat?

Men neme een overzichtelijk spelbord met de hele wereld erop, een deck interessante en stevige kaarten, plastic voetvolk en ruiterij, een stoffen zak met daarin ontdekkingsfiches, een speciale dobbelsteen, een handvol wereldwonderen en een paar spelers en u bent vertrokken. Uw doel: Hero Of The World worden.

Twee epochen werken we af. We onderscheiden deze tijdperken op het spelbord, op de kaarten en op de ontdekkingen. Tijdens de eerste epoch, waarin onze goede vriend Jezus zijn opwachting maakt, spelen we op een klein centraal gedeelte van het spelbord de oudheid na. In de tweede epoch, met onder andere de weledele heren Attila De Hun, Shakespeare en George Washington schakelen we een versnelling hoger en wordt de rest van de wereld ingepalmd.

Het spel is kaartgestuurd. De bovengenoemde historische figuren laten je toe je bevolking uit te breiden, ontdekkingen te doen, oorlog te voeren of belastingen te innen. In die volgorde en dan ook nog enkel in de gebieden waarin deze figuren hun invloed kunnen uitoefenen.

De ontdekkingen triggeren een waardering. In de oudheid heeft een gebied slechts drie ontdekkingen nodig om gewaardeerd te worden, in de moderne tijd vier. Uiteraard wilt u mee profiteren van deze waarderingen, mar het liefst van al bepaalt u zelf wanneer en waar er gescoord wordt. Timing is in dit spel erg belangrijk. De ontdekkingsfiches in een gebied bepalen de te verdelen overwinningspunten. Deze worden toegewezen aan wie de hoogste bevolkingsgraad in dat gebied heeft. De tweede en derde plaats leveren ook nog troostpunten op en daarna spelen we gewoon verder. Als er vier van de vijf gebieden in de oudheid gewaardeerd zijn vloeien we naadloos over naar de moderne wereld en komen er nieuwe karakterkaarten, ontdekkingsfiches en wonderen in het spel. Acht van de negen gebieden gewaardeerd in de moderne wereld luidt het speleinde in. Wie dan het verste gevorderd is op het, voldoende brede, scorespoor wint. Our Hero!

Tussendoor kunt u nog wereldwonderen bouwen. Ze leveren onmiddellijk 3 punten op en ze hebben eigenschappen die u in de loop van het spel eenmalig extra voordelen opleveren. De Chinese Muur, de Hangende Tuinen Van Babylon, zelfs de Moai van Paasleiland zitten erin.

U kunt, zoals gezegd, ook vechten. Probeer uw agressie echter in toom te houden, ze kan u zuur opbreken. De gevechten worden eenvoudig opgelost door het gooien van een speciale zeszijdige dobbelsteen. Vier van de zes zijden zijn in het voordeel van de aanvaller, twee zijn de verdediger zeer genegen. Ik waarschuw u nog eens: pas hier mee op! U gaat uzelf en dan vooral uw ontembare grootheidswaanzin op een onplezierige manier tegenkomen.

Dit, beste medespeler, is een alleraardigst meerderhedenspel. Ik heb vastgesteld dat je hiermee niet-spelfanaten het wereldje kunt binnenlokken. Net als die heks met die appel. Zij die, in navolging van Jezus maar dan op een totaal ander vlak, aan het bekeren willen slaan weten dus wat hen te doen staat.

Toch, het spel dat het onderwerp is van mijn volgende blogbijdrage druist volledig in tegen de leer van Jezus. Vrijheid van meningsuiting weet u wel, al hebben bepaalde volgelingen van Jezus in Denemarken het daar niet zo op begrepen. Ik verwijs u voor meer details graag naar het weekend dat komt.

Dominique

 

Heroes Of The World (Sirius 2008)

Pascal Bernard

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

75 minuten

In een groene maillot, achter een boom.

Enkele dagen geleden bevond ik mij met enkele getrouwen in de bossen van Sherwood, alwaar wij stalen van de rijken en deelden met de armen. We droegen groene maillots waarin bepaalde mannelijke kenmerken – vooral de mijne – extreem werden geaccentueerd. Goed dat er geen vrouwen bij waren, we hadden door hun hormonenspel het eindspel niet gehaald.

Tijdens onze uitgebreide boswandeling hielden wij ons bezig met roddelen in de plaatselijke taverne, goud doneren aan de plaatselijke clerus, uitrusting kopen bij de plaatselijke handelaar, bendeleden aanwerven op de plaatselijke marktplaats, maar vooral in hinderlagen gaan liggen op plaatselijke bospaadjes. Al dan niet alleen. Aan deze laatste activiteit gingen meestal keiharde onderhandelingen vooraf. Want wat door de bossen liep konden we meestal op ons eentje niet aan. Daar hadden we medespelers voor nodig. We bogen ons dus intensief over vragen zoals: wie? Waar? Wanneer? Hoeveel moet je? Je gaat toch doen wat je beloofd hebt hoop ik? Ben je er zeker van dat ze hierlangs komen? Waarom die grijns op je gezicht? Is dat alles? Ben je gek? Heb jij voorkennis of zo? Twee goudzakken maar? Heb je toevallig dynamiet bij je? Mijn maillot schuurt een beetje, mag ik de vaseline even? En meer van dat fraais.

Liggend in het struikgewas kan een mens meerdere doelstellingen nastreven. Ornithologen bijvoorbeeld zoeken dit ecosysteem graag op, ontsnapte gevangen kom je er ook wel eens tegen en ik ken er die deze groene zone frequenteren om gewoon lui te liggen wezen. En wat er op de parking aan de E40 ter hoogte van Sterrebeek in het struikgewas gebeurt wilt u écht niet weten, geloof me. Echte mannen, beste medespeler, – wij dus – houden zich gelukkig met andere zaken bezig. Wij liggen in het struikgewas te wachten op rijke lieden die we bij een passage vakkundig in elkaar slaan, hun bezittingen afnemen en hen vervolgens in onderbroek – na een goeie klets met een of andere verse twijg op de blote billen – huiswaarts sturen. Het afgenomene delen wij onder elkaar waarna we het in ruil voor wat roem en eer in het offerblok van broeder Tuc storten.

Dat storten, daar ging het om enkele dagen geleden. Roempunten leverde het op en wie er hiervan de meeste had na zes rondjes overvallen mocht de eretitel “Maillot Supérieur” tot zich nemen. Die avond luisterde le Maillot Supérieur naar de naam Kristof. Het was nipt, één puntje maar. Maar het was er. Scoresporen liegen niet.

Erg leuk: de sheriffkaarten. Niks mooiers dan een tegenstander hiertegen in het stof te zien bijten. Ook de proviand- en de camouflagekaarten deden het een en ander, bedoeld of onbedoeld, nogal eens anders uidraaien. Kommer en kwel voor de ene, het walhalla voor de andere. Mijn favoriet: de leperd die de wegwijzers verwisselt. Wat hou ik van die man.

Is dit een goed spel? Beste medespeler, ik ga eerlijk met u zijn. Ik weet het nog niet. Ik heb nog enige reservaties. De regels, vooral die voor de gevorderden, zijn nogal wollig, niet echt duidelijk neergeschreven en vragen enig ontcijferwerk. Het gebeurt zelden, maar bij deze ben ik aan een eigen, meer gestructureerde versie begonnen. Ik vraag me trouwens nog steeds af of we wel hebben gespeeld zoals het hoorde. Gelukkig is er ruimte voor modulering, u kunt dit op maat kneden voor de spelersgroep waarmee u aan tafel zit. Hebben wij ons, ondanks de afwezigheid van het vrouwelijke geslacht, geamuseerd? Zeker weten. Is dit een spel voor harde onderhandelaars? Ja hoor, al kan de zachte aanpak af en toe ook geen kwaad. Hebben wij een groepsfoto genomen van onszelf in onze maillots? Natuurlijk, maar u weet dat ik principieel geen foto’s post op deze blog.

Voorlopig verdict: een vrolijk basisdanspasje is dit zeker. Maar een “battement relevé lent en croix”? Dáár moet Sherwood Forest nog een beetje voor oefenen. Met ons als danspartner.

Dominique

 

 

Sherwood Forest (Eggert Spiele / Filosofia Editions – 2009)

Nils Finkenmeyer

3 tot 6 spelers vanaf 9 jaar

60 minuten

 

…Aber Bitte Nicht Braken

Lang geleden, toen de dieren nog speelden, heb ik een medeaardbewoner van de vrouwelijke kunne – ik treed niet in detail, maar volledig terecht – verweten een niemendelletje te zijn. Het scheelde toen niet veel of ik had u deze anekdote – volledig onterecht – niet kunnen navertellen. Dit voorval schoot me te binnen toen ik enkele dagen geleden “…Aber Bitte Mit Sahne” (Winning Moves, die uitgever met dat mooie logo) aan het spelen was. Een spel dat erin slaagt uit de diepste krochten van mijn persoonlijke harde schijf een lang vergeten item naar boven te halen verdient dan ook meer dan bijzondere aandacht.

Ik moet u bekennen, medespeler, ik heb genoten van deze sessie. Wat zeg ik: sessies, want het is niet dat bij ene spelletje gebleven.

Het genot waarvan sprake zit in een kleine, gezellige en roze doos en het spelconcept is zo simpel als wat. Het schattige doosje bevat 57 stukjes taart in verschillende soorten. Niet het echte taartwerk natuurlijk, maar het betere soort karton. Heel stevig karton. Oppassen hiermee als u kleine kinderen hebt, tenzij ze zich later willen opwerken in de kleine criminaliteit. De vriendelijk ogende taartstukjes kunnen immers in een oogwenk omgetoverd worden tot een levensgevaarlijk steekwapen. Het is maar dat u het weet. Leg aan die politieagent in uw keuken maar eens uit dat uw jongste uw echtgenoot per ongeluk heeft neergestoken. Met een stuk taart. U liever dan ik.

De taartstukjes zijn prachtig uitgevoerd. Je hebt écht geen 3D-bril nodig om met je vinger in de slagroomversiersels te willen gaan. Dit spel kan ook zo in een pretpakket voor feesten en partijen. Verhoog de bodem van een taartdoos een beetje, leg er elf stukjes van dit spel op, presenteer het aan een feestvarken en ik garandeer u dat het varken in kwestie als een speer de keuken inschiet om een taartsnijder te halen. U komt niet bij. Gegarandeerd. Ik vermoed dan ook dat dit spel binnenkort gaat opduiken in de betere fopwinkel. Dat kan van niet veel spellen gezegd worden, een nevencarrière in een totaal andere sector.

Het spelconcept dan. Dit, beste medespeler, is niet bepaald Caylus. Of Brass. Of Twilight Imperium, al typeert een klein stukje tekst in de titel van dit laatste spel wel een beetje waarmee we hier te doen hebben. Dit is lichte kost.

Is dat per definitie slecht, lichte kost? Heeft ondraaglijke lichtheid geen reden van bestaan? Kan lichtheid geen spelplezier garanderen, zoals sommigen in de spellenwereld ons willen doen geloven?

Het antwoord op de eerste vraag is “neen”, het antwoord op de tweede vraag “jawel” en het antwoord op de derde “wie denken zij wel dat ze zijn?”

“…Aber Bitte Mit Sahne” is een uiterst geslaagd tussendoortje, net als een lekker stuk taart. Van uw hersenen wordt hier niet verlangd dat ze door intensief gebruik bijdragen aan de opwarming van de aarde. U kunt dit dus met een koele motor spelen. Hersenstretchen vooraf hoeft echt niet. De beslissingen die u neemt gaan bij uw medespelers geen oooooh’s of aaaaaah’s of “verdorie, jij bent me d’r toch eentje” ontlokken. Neen, u bent gewoon gezellig samen bezig.

De gezelligheid ontvouwt zich als volgt:

De 57 stukken taart worden gedekt gemengd en er worden 5 stapeltjes van 11 stukken klaargelegd. Dat betekent – u speelt, u kunt dus tellen – dat er twee ongezien weer de doos in gaan. Op de taartstukken staat een getal, dat is het aantal stukken dat er van die soort in kwestie in het spel zitten. Afhankelijk van de taartsoort staan er ook nog een aantal slagroompuntjes op. Van 1 tot 3. Ook deze zijn belangrijk. Let maar eens op.

De actieve speler draait zijn 11 taartpuntjes om en legt ze ook in volgorde van omdraaien aan tot we een mooie volledige taart op tafel hebben liggen. Daarna mag hij de taart verdelen in evenveel stukken als er spelers zijn. Het mag ook minder, maar ik raad dat ten stelligste af omdat er dan voor hem of haar niks meer over blijft als hij aan de beurt komt om te kiezen. Ziet u een actieve speler deze handeling toch uitvoeren: vooral niks zeggen, hij komt er zelf wel achter.

Wat volgt is de eenvoud zelve. Iedereen kiest een – samengesteld – stuk taart, de actieve speler als laatste, en legt deze open voor zich neer. Schransers kunnen ervoor kiezen hun gekozen stukken onmiddellijk op te eten. In dat geval worden ze omgedraaid voor hen neergelegd en dan tellen op het einde van het spel enkel de slagroompuntjes. In plaats van een stuk taart te nemen mag je er ook voor kiezen om taartstukken van één soort die je al hebt verzameld en nog voor je openliggen op te eten. Simpel.

Na de verdeling van de vijfde taart gaan we tellen. De speler die het meeste stukken van een bepaalde taartsoort heeft verzameld krijgt de punten die op één van die stukken staan vermeld. Zo levert de meerderheid in de chocoladetaart, de pièce de résistence in dit spel, de gelukkige bezitter 11 punten op. De armzalige, maar darmspoelende, pruimentaart slechts 3. Daarna worden de magen weer geleegd zodat ook de gegeten taarten kunnen worden gewaardeerd – dit is bij mijn weten het enige spel waarbij u vriendelijk wordt gevraagd te braken voor de eindtelling – door de slagroompuntjes bij de voorlopige totalen op te tellen. De zoetekauw met de meeste punten wint. En spoedt zich daarna naar het dichtstbijzijnde toilet.

Het is licht als slagroom, het is luchtig, het duurt geen half uurtje.

Het is een niemendalletje.

En het speelt zó lekker weg.

Aanradertje. Met de nadruk op -tje

 

Dominique

 

…Aber Bitte Mit Sahne (Winning Moves, 2008)

Jeffrey D’Allers

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

800, dit bovenschrift niet meegerekend.

Soms vraagt men mij wel eens: “Dominique, waarom staan er geen foto’s op je blog?”, gevolgd door hét cliché: “Want een foto zegt toch meer dan 1000 woorden?”

Wel, beste spellenvrienden, die uitspraak over de 1000 woorden mag gerust bij het taalkundig huisvuil. Zo zag ik onlangs op internet een foto van een juichende man, armen in de lucht en mond wijd open als was hij in extase, waarbij ik dacht: “Zijn ploegje heeft net de beker gewonnen.” Bleek het bij nader inzien te gaan over een Palestijn die door vijf Israëlische soldaten onder schot werd gehouden. Om maar te zeggen dat men mij in 1000 woorden een veel betere beschrijving van de situatie had kunnen geven. Geen foto’s op mijn blog dus. En Miss Canada dan? Op 20 oktober 2007? Ik hoor het u al opwerpen. En ik werp terug: hoe zou u zelf zijn? Uitzonderingen bevestigen de regel.

U moet trouwens eens goed letten op – ik noem maar iets – foto’s in de krant. Fixeer het beeld en kijk vervolgens enkele cm loodrecht naar beneden. En zeg me dan wat u ziet. U zal zeggen: een onderschrift. En dat onderschrift, beste medespeler, beschrijft wat er op de foto staat. Dat betekent dat: a. men totaal geen zekerheid heeft over het feit dat u de foto in kwestie wel volledig begrijpt, of b. dat men vermoedt dat u blind bent en wel een huisgenoot heeft die u het onderschrift wil voorlezen. Zo vindt u bijvoorbeeld op BoardgameGeek afbeeldingen van spelborden waaronder u leest: The Gameboard. Lach niet, voor een keer ben ik doodernstig. En heeft u trouwens de foto’s in de krant gezien over de “Earth Hour”-happening van 28 maart jongstleden, waarbij op vraag van het WWF een uur lang in alle grote wereldsteden de lichten werden gedoofd? Ik wel en wat zag ik? De Eiffeltoren in Parijs: één grote donkere vlek. De Piramiden in Egypte: zwart als de nacht. Het Operagebouw in Sydney: nergens te bekennen omwille van een alles omvattende duisternis. Las Vegas: knappe kerel die op die foto iets kan onderscheiden. Amsterdam: duidelijk onderbelicht. Brussel: bij zo’n slecht zicht gaat zelfs Manneken Pis niet aan de bak. Aan die foto’s is veel zwarte inkt verspild. Meer zeggen dan 1000 woorden? Laat me niet lachen.

U hebt aan deze redenen nog niet genoeg?

Ik hou van radio, niet van tv. Dat liedje over die video die de radioster heeft vermoord klopt als een bus. Meer zelfs, hij heeft de radioster vermoord en hem daarna vakkundig in reepjes gesneden.

Eigenlijk hou ik ook niet van geklooi op computers. Ik ga écht niet graag aan de slag met een digitale camera. Ik heb er trouwens geen. En worstelen met een doorsnee testverwerker levert mij al meer dan voldoende stress op. Ik hoop dus dat u het door de vingers ziet, dat ontbreken van visuele ondersteuning.

En tenslotte misschien wel het meest doorslaggevende argument voor deze fotoloze blog: ik ben nogal lui. Zo, het is eruit. Kijk maar verontwaardigd.

Als u foto’s van spellen wilt ontleden weet u waarschijnlijk veel beter dan ik waar u virtueel terecht kunt. Het warm water uitvinden, ik had het graag gedaan en ervoor betaald gekregen, maar daar is het nu een beetje te laat voor.

Back to basics dus. Lezen in plaats van kijken. Laten we ons daarom als voorbereiding op een spel eens lekker onderdompelen in een boek. Zonder prentjes. Als voorbereiding op het spel Der Schwarm (Kosmos) heb ik mij verdiept in het gelijknamige boek van Frank Schätzing, een dikke jaap van 704 bladzijden. Voor €10 met hardcover en leeslintje in de Standaard boekhandel. Zwemmen in zee zal – als ik het al ooit in overweging zou nemen, ik ben niet gek – voor mij nooit meer hetzelfde zijn. Of sla nog eens een Tolkien open en speel daarna “In De Ban Van de Ring, Het Bordspel”. Heerlijk. U leeft helemaal mee. Of neem voor het slapengaan “De Kathedraal” van Ken Follet eens rustig door. U gaat het gelijknamige spel helemaal anders bekijken. Of dompel u eens onder in “Een Lied Van Ijs En Vuur” van George R. R. Martin”. En leg daarna “Het Spel Der Tronen” op tafel. U geniet.

We kijken wel maar we zien niet. Doe bij uzelf maar even de test. Hou uw ogen enkel en alleen op deze tekst gericht en probeer dan de volgende vraag te beantwoorden: als u een polshorloge heeft met wijzerplaat, worden de uren daarop dan aangeduid met streepjes of met cijfers? Gek hé, u kijkt er elke dag naar, tientallen keren zelfs, maar u de kans is groot dat u het antwoord op de vraag schuldig moet blijven. Omdat u niet ziet, maar kijkt.

Vergeeft u mij dus, beste medespeler, ik hou het bij woorden. Ook vandaag. 800 om precies te zijn.

Dominique

 

 

 

Aprilse grillen. In alfabetische volgorde.

Bombay (Ystari)

Na een zestal sessies bekruipt me het ongemakkelijke gevoel dat er slechts één winnende strategie is: het bouwen van paleizen volledig links laten liggen en u enkel en alleen bezighouden met kopen en verkopen van goederen. Ik hoop dat ik me vergis, maar het knaagt. En als u met z’n vieren of vijven speelt mag u de speler die als laatste aan de beurt komt gerust verblijden met een koosnaampje: de pineut. Daar zal in een sessie met vijf zijn extra goudstuk ter compensatie van de geleden schade geen reet aan veranderen. U zult zeggen: “De pineut komt toch ook eens aan de beurt als startspeler?”, en u hebt overschot van gelijk, maar dan is het olifantenkalf al lang verdronken. De pineut mag zichzelf wel gelukkig prijzen dat de doodstrijd van dat kalf snel ten einde is. Snel mag hier in koeien van letters worden geschreven want dit spel vliegt voorbij.

Cartagena 4: Die Meuterei (Winning Moves)

Ik wik mijn woorden absoluut niet, beste medespeler: dit is een van de beste spellen die ik dit jaar al heb gespeeld. Enkele kernwoorden? Spannend, vlot, enorm veel interactie, bluf, hebzucht, geslijm, sluiertipjes waar mijn heel voorzichtig mee moet omgaan, tandengeknars, tijdsdruk, ontgoocheling, blijdschap en als u niet oppast ligt u er al uit voor de echte pret, die van de tweede fase, begint. Inderdaad, het gaat hier om een Griekse tragedie in twee bedrijven, varen en muiten genoemd. En elk deel heeft zijn eigen dynamiek en zijn eigen onweerstaanbare charme. Ook opvallend: een verrassend groot en mooi spelbord in een kleine doos, het is net alsof er 57 olifanten uit een mini-cooper komen gekropen. Dat blijft maar komen.

Er zit een klein schoonheidsfoutje in de – overigens heel mooi gesculpteerde – piraten, maar het is niet iets dat niet met wat creativiteit en gezond verstand kan worden verholpen. Wij hadden er tijdens het spelen dan ook geen enkele last van.

Wilt u wat meer dan blokjes en goudstukken en edelstenen verzamelen en deze omzetten in overwinningspunten? Dan is dit iets voor u. Een verademing.

Die Goldene Stadt (Kosmos)

Michael Schacht, tegenwoordig sneller spellen ontwerpend dan zijn eigen schaduw, slaat weer toe. Naar verluidt heeft hij zich alchemistgewijs opgesloten in zijn kelder vanwaar hij de wereld bestookt met creaties allerhande, de ene al wat meer geslaagd dan de andere. Ik heb goeie dingen gehoord over Bürger, Baumeister &Co, al ziet het er niet uit. De Zooloretto-mania mag van mij nu stilaan gaan ophouden, Valdora kon mij zeer bekoren en ik moet zeggen dat Die Goldene Stadt  mij van Michael’s worpen van 2009 het meest bekoort van allemaal. Handelshuisjes bouwen langs de wegen van kust naar stad en ondertussen handelsbrieven – zeg maar punten – verzamelen tijdens maximaal 16 tussenwaarderingen en een bonustelling op het einde. Dit speelt enorm vlot, is dus snel en elegant (u weet ondertussen welke betekenis dat in mijn spellenwoordenboek heeft) en heeft een aangenaam korte en intense speelduur. Mooi spelmateriaal ook – met de bijgeleverde biedhandjes kun je gerust je tegenspelers knock-out slaan – en eindelijk eens een spelbord dat je nooit ondersteboven kunt voorgeschoteld krijgen.

Leuk is ook dat je na elk bouwmoment een beloning krijgt: goudstukken, landschapskaarten die je nodig hebt om te bouwen, bonuskaarten voor extra punten bij de eindtelling, stadssleutels die je toelaten in de binnenstad te bouwen en goederenkaarten die je punten opleveren bij de tussenwaarderingen. Bouwen is krijgen en dat voelt lekker.

Snel en elegant? Jazeker. Een aangenaam tijdverdrijf? Jazeker. Makkelijke regels? Jazeker. Diepgang? Jazeker. Meerdere wegen naar de overwinning? Goed lezen nu, Cyril Demaegd: jazeker!

Wel opletten, beste medespeler. Als u zichzelf “vastbouwt” – u kunt geen kant meer op – is het “game over”. Het spel is dan onmiddellijk gedaan en u wordt bedekt met pek en veren de Gouden Stad uitgejaagd. Lees: daar gaat uw overwinning.

Finca (Hans Im Glück)

Een gouden raad als u dit gaat spelen: het gedekt houden van de verzamelde fiches strekt tot aanbeveling. Indien u dat niet doet ontaardt dit alleraardigst tactisch kleinood van verzamelen en leveren van vruchten – met een ezelskar nota bene, hoe hip kan spelen toch zijn – in een langgerekt teldrama waaraan maar geen einde lijkt te komen. Men wil immers zetten gaan optimaliseren en in dit geval lijdt optimaliseren tot hét enige onvermijdbare eindstation: verveling. Ik heb beide manieren van spelen geprobeerd en de sessies met de gedekte fiches was honderd – wat zeg ik: duizend! – keer leuker.

Voor tactici, dus echt iets voor mij.

Keltis: Het Kaartspel (Kosmos)

Keltis zonder bord, dus kleiner en veel goedkoper. Persoonlijk hou ik meer van het bordspel, maar dat is zo’n gezeul op reis. Niet dat reizen mij iets zegt, Diest en omgeving blijven uitermate rustig en dus erg verkwikkend in de vakantieperiodes omdat iedereen dan op reis is, maar moest u van het “ik wil hier weg en liefst zo snel mogelijk en ik wil mij nog amuseren ook”-type zijn, steek dit dan maar in je koffer.

Keltis: Das Mitbringspiel (Kosmos)

Keltis, hoofdstuk vier. Geen kaarten maar 55 platte kartonnen tegeltjes deze keer die ze, gek genoeg, stenen noemen. Probeer dat maar eens uit te leggen aan je kinderen. In tegenstelling tot de andere leden van de familie Keltis begin je hier met niets. Niets in je grijpgrage tengels, alleen dat hoopje gedekte tegeltjes dat je vanaf het midden van de tafel ligt toe te grijnzen. Tijdens je beurt draai je een tegeltje om en beslis je of je het of open in het midden van de tafel laat liggen, weerloos ten prooi aan de grijpgrage tengels van je tegenspelers. Dit is écht een spel voor – ik noem maar iemand – Nicolas Frutos van Anderlecht. Hij lijdt tegenwoordig aan een acuut verlies van kopkracht heb ik mij laten vertellen. Als hij zich hier aan zet gaat hij zich weer volledig in zijn sas voelen want hij krijgt de ene gemeten voorzet na de andere afgeleverd. Het blijft Keltis, maar dan in heel minimalistische stijl. Gek genoeg levert het hoopje spel dat daar op tafel ligt veel spelplezier op. Dit is duidelijk de meest sociale van de Keltisfamilie omwille van de uitgebreide interactie. Snel gespeeld – we rekenen in minuten hier – en in een handige kleine doos. Ik denk dat veel vakanties groen gaan kleuren in 2009.

En als u mij binnenkort nog eens uitnodigt bring ik het ook zeker mit.

Roll Through The Ages (Gryphon Games)

Matt Leakock heeft ons al eens in snelheid genomen met Pandemic – we zijn er nog altijd niet goed van – en nu doet hij het toch weer zeker? Een heerlijk dobbelspel waarin u in een kleine drie kwartier een hele beschaving uit de grond stampt met alles erop en eraan, en dit op een oppervlakte van ongeveer 100 vierkante centimeter. Mooi spelmateriaal ook, met grote dobbelstenen die rechtstreeks uit het Neolithicum lijken te zijn geteleporteerd.

Dit speelt echt vlot, niet in het minst door het functionele spelmateriaal – ik dacht eerst dat ze “Cribbage” per vergissing in de doos hadden gestopt – en de snelle beurtwisselingen. U kunt ook erg snel aan de
slag. Geen ingewikkelde spelregels hier. Alle belangrijke informatie staat op de handige scoreblaadjes die en masse worden meegeleverd. Ik ben altijd een beetje huiverig voor scoreblaadjes maar hier was de vrees ongegrond.

En bent u sociaal een beetje geïsoleerd geraakt kunt u ook solo.

Small World (Days Of Wonder)

U gaat de wenkbrouwen fronsen, maar ik vermoed dat dit wel eens van de beste tweepersoonsspellen zou kunnen zijn ooit gemaakt. Ik heb daar wat Small World betreft nog geen ervaring mee, maar een van mijn medespelers wel en de rest van het schoon volk dat mee aan tafel zat had duidelijke gevoelens in die richting. Dat zegt iets, aangezien zij niet van de minsten zijn.

Prachtig materiaal, iets te bont naar mijn mening en daardoor een deukje in de carrosserie van de overzichtelijkheid, maar wel leuk. Als de kortere speelduur uw hoofdargument is om uw exemplaar van Vinci door Small World te vervangen raad ik u aan dat vooral niet te doen als u veel met z’n vijven speelt. Uw hoofdargument gaat dan in rook op.

Er wordt ook lyrisch gedaan over de doosindeling en de inlay. Daar is inderdaad over nagedacht, maar ik heb zo’n vermoeden dat dit nadenken enkel en alleen werd beoefend boven het veilige universum van de tekentafel. Het idee van de uitneembare tray (met deksel!) is een goed idee, maar men had misschien beter de doos van “Um Ruhm Und Ehre” eens geopend en de functionaliteit van die doosinhoud eens uitgeprobeerd om te ervaren hoe het wél moet. Bij het openen en speelklaar maken van Small World kwam dan ook één woord steeds weer in me op: ziplockzakjes. En dat, beste medespeler, is geen goed teken.

Maar verder geen gezeur; Hebt u Vinci niet valt een aanschaf zeker te overwegen en als u regelmatig met twee of drie spelend aan tafel zit al helemaal.

Ook hier moet ik toch weer een term gebruiken die u ondertussen ongetwijfeld bekend in de oren klinkt: de pineut. En weer is dat, zeker bij sessies met vier of vijf spelers, de laatste speler die aan de bak mag. Alle mooie en interessante gebieden zijn dan al lang door de niet-pineuten ingepalmd. De pineut moet vanaf de eerste ronde dus al meer gaan investeren dan zij die al op het bord staan. Dat is een handicap. Ik heb een vermoeden dat dit een hypotheek legt op de overwinning, al wordt dat mogelijk gecounterd door het oppikken van een interessant volk met een leuke vaardigheden. Ik raad u ten zeerste de sorcerer met seafaring aan. Als u het geluk hebt deze combinatie tegen te komen laat hem dan niet liggen.

Dominique

Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

Valdora. Ik ben er nog nooit geweest en dat zal ook nooit gebeuren. Want dit lieflijke land bestaat niet.

Ik vind dat maar een klein beetje jammer want als ik er zou wonen zou ik het merendeel van mijn kostbare tijd al rondhossend doorbrengen. Rondhossen, ik doe het niet graag. Het vraagt zoveel energie. Ik ben eerder een aanhanger van de activiteit “onbeweeglijk in het ijle zitten staren”. Zonder meer. We zouden dat vaker moeten doen, beste medespeler. Niets doen. Maar neen, we moeten nog naar daar en ginder en her en der want het leven is zo kort en geef toe: dat put zo uit.

Elk nadeel heb z’n voordeel, oreerde Johan Cruyff ooit. Als er één uitspraak is waar u altijd en overal uw voordeel mee kunt doen is het wel deze. Ik spreek uit ervaring. De gelukzalige toestand waarin ik me momenteel bevind had zich immers nooit kunnen ontplooien zonder zijn oorzakelijke rampspoed. Dat stemt tot nadenken.

Maar we dwalen af.

Valdora mag dan niet bestaan, het aangename ervan is dat u er zich met een beetje fantasie wel naartoe kunt begeven en dat u het obligate rondhossen in die contreien gezellig onderuit gezakt aan uw keukentafel kunt beoefenen. Zelfs in competitieverband.

Als we Valdora vanuit vogelperspectief aan de speeltafel in ogenschouw nemen betrappen we ons op een gelukzalig wegdromen naar groene heuvels, pittoreske holle wegen, schattige riviertjes en tot aan het dak met mede gevulde taveernes. Hobbitland als het ware. Bloedmooie prinsessen en bloedgeile prinsen komen in dit universum ook voor. En ziet, liggen daar op het plaatselijke wegennet geen edelstenen? Zomaar voor het oprapen? Zouden we daar geen slagje uit kunnen slaan? Zodat we ons kunnen opwerken tot in het milieu van de bloedmooie prinsessen, uptown? Bloedgeil zijn we tenslotte al.

Geen tijd te verliezen dus.

Gepakt en gezakt gaan we op weg. We beginnen eraan met een goudklomp en in het beste geval met vijf zilverstukken (als u pas als vierde na de startspeler uit de startblokken mag). Vier belangrijke steden zijn er in Valdora. In twee van hen kunt u uitrusting kopen. Met goud. Denk aan schoppen, houwelen, paard en kar, enz. Deze hebt u nodig om edelstenen te verzamelen. De twee andere steden staan bekend om hun handelaren die u graag een contractje aanbieden om her en der te lande edelstenen te bezorgen. Deze betaalt u met zilverstukken. Zie deze betaling als een waarborg voor als u er zelf met de stenen vandoor zou gaan. Al bij al bent u een middeleeuwse voorloper van de moderne pakjesdienst. Om de contracten en het bezorgen van de daaraan verbonden edelstenen – en soms ook zilverstukken – draait het spel, want die leveren punten op (drie tot vijftien). Bij elk contract dat je succesvol afsluit krijg je er ook nog eens extra personeel bovenop, een handwerker per afgesloten contract. In die kleur. Voldoende handwerkers in een bepaalde kleur leveren je nog eens een werkplaats voor die handwerkers op. Die genereren in bepaalde gevallen zelf nog eens de nodige punten en – nog veel beter – tien bonuspunten bij elk contract dat je vanaf dan in die kleur volbrengt. De Engelse uitdrukking die bij ervaren spelers na het lezen van de vorige zin opkomt gaat als volgt: “Say no more!”

Valdora heeft geen tolwegen, er staan geen rode lichten en van wegwerkzaamheden is geen sprake. U hebt dus een grote bewegingsvrijheid en ondertussen snuift u niets dan gezonde lucht op. Het enige dat soms voor wat wrevel zorgt is het feit dat u geen stad doorkomt zonder er te stoppen, tenzij u voldoende proviand hebt. Uw tegenspelers willen daarbovenop ook nog eens irritant het handje ophouden als u afstapt op een locatie waar zij zich al bevinden. Een zilverstuk per speler kost u dat.

Het kopen van uitrusting en contracten doet u door in de betreffende steden in een boek te bladeren en de gewenste pagina er gewoon uit te “scheuren”. Een originele gimmick die toch de nodige frustratie kan opleveren omdat u meestal niet direct vindt wat u zoekt, als een gek aan het bladeren moet slaan en daar dan nog voor moet betalen ook. Uw zilverbeurs, die slechts plaats biedt aan zes schamele zilverstukken, komt daardoor aanzienlijk onder druk te staan. Met alle gevolgen van dien. U zult dus regelmatig een zilvermijntje moeten aandoen om uw voorraad weer tot dat belachelijk laag niveau van zes aan te vullen. Schaarste, het blijft een modewoord in de spellenwereld.

En zo gaat het leven van een rondhosser in Valdora. U beweegt, u doet waar u stopt één actie (uitrusting kopen en contracten afsluiten en uw proviand aanvullen in steden, edelstenen verzamelen onderweg, edelstenen afleveren aan handelaren die zich ophouden in kleine gezellige huisjes, uw geldvoorraad aanvullen in de zilvermijn). En als u opnieuw aan de beurt bent doet u dat gezellig opnieuw.

In de loop van het spel wordt de beschikbare voorraad edelstenen die je op de wegen vindt steeds kleiner en moet je naar de havens om de daar ontstane voorraad aan te spreken Het sprookje van Valdora eindigt als er nog maar van één handwerkersoort fiches overblijven. Dan moet er worden geteld: de punten van de afgewerkte contracten, de tienpunten-bonusfiches, de edelstenen die je nog in je rugzakje hebt (een punt per edelsteen), de punten van de werkplaatsen en daarbovenop nog tien punten voor elke verschillende kleur waarin je handwerkers hebt verzameld. Ik raad u aan deze telling niet na een zware spellenavond te doen. Zij vraagt wat aandacht.

Bij ons leverde het spelen en tellen de volgende scores op: speler 1: 146, speler 2. 143, speler 3: 126, speler vier: 124. Omwille van de wet op de privacy worden geen namen genoemd.

Wint u en bent u nog steeds bloedgeil na al dat gehos, wat ik ten zeerste durf te betwijfelen, krijgt u de prinses. Ze neemt u mee naar haar privé-vertrekken, legt haar schitterende gewaad af en leidt u met de soepele gratie die prinsessen eigen is naar haar sponde, alwaar haar seksuele opwinding na enkele seconden als een pudding in elkaar zakt als ze geconfronteerd wordt met uw gesnurk. Rondhossen in Valdora. Het blijft vermoeiend. Volgende keer beter.

Enkele raadgevingen vooraleer u op pad gaat. Speel dit onder degelijk, en liefst natuurlijk, licht. U gaat anders de gele en roze edelstenen door elkaar halen. Hou er ook rekening mee dat dit spel opeens – pats! – kan afgelopen zijn. Let daarop en anticipeer. Hou dus die resterende handwerkerfiches in de gaten. Hou er altijd minstens één oog op gericht, bij voorkeur uw beste. Het opslaan van proviand in een stad lijkt een overbodige actie maar op bepaalde sleutelmomenten in het spel komt dat extra boterhammetje meer dan van pas. U hebt ongetwijfeld gezien wat Contador enkele weken geleden in Parijs-Nice overkwam. Maak dezelfde fout niet in Valdora.

“Val, Dora! Val dan toch! In dat ravijn, je staat er vlakbij! Eén stapje maar!” Deze kreet schalde door mijn hoofd toen mijn jongste dochter onlangs naar dit irritante ettertje van een tekenfilmfiguurtje zat te kijken. Ik kan veel hebben, maar mijn stressmeter heeft ook een bovengrens. Vandaar. Dora viel uiteraard niet. Valdora ook niet, toch zeker niet door de mand. Hebt u een familie en speelt u daar wel eens mee? Leg Valdora dan gerust op tafel. Want prinsessen, zo gaat het sprookje, geven soms wel eens een tweede kans.

Dominique

 

Valdora (Abacus – 2009 – Michael Schacht)

3 tot 5 spelers

Vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

The loser standing tall!

Ooit sprak Gerrit Komrij mij en vele anderen in De Singel in Antwerpen toe met de volgende woorden: “Voorwaar ik zeg u: liefde is een chemische reactie met een onmiskenbaar slechte afloop.” Die zat. Ik vermoed dan ook dat bij veel koppels de stilte tijdens de terugreis oorverdovend moet zijn geweest.

Ik vrees, beste medespeler, dat de man gelijk heeft. Hij is tenslotte ook veel slimmer dan ik. Maar we moeten bij de les blijven en de bestaansreden van deze blog niet uit het oog verliezen. Dus trekken we zijn uitspraak gelijk door naar de spelwereld. Dan wordt het iets van: “Voorwaar ik zeg u: spelen is een vorm van tijdverdrijf met een onmiskenbaar slechte afloop, behalve voor de winnaar.”

Ik zou hierbij graag even een lans breken voor mezelf. En voor alle andere spelers op deze aardbol die meer dan gemiddeld verliezen.

Ik moet toegeven, het verlies van onze nationale voetbalploeg tegen Bosnië-Herzegovina heeft deze bijdrage enigszins bespoedigd. Er wordt immers wat schamper over gedaan. Onterecht. Want ondanks de smadelijke nederlaag is hun aanwezigheid op het internationale voetbalforum onmisbaar. De duiveltjes, zij zijn nodig.

Tom Boonen zou veel minder bekijks hebben als hij moederziel alleen de Ronde Van Vlaanderen moest fietsen hoor. Gaat u kijken als David Hamilton als enige deelnemer op een zondagmiddag in augustus het circuit van Spa Francorchamps afraast? Ik dacht het niet. En volgt u de rechtstreekse uitzending waarin Usain Bolt  op zijn eentje de 100 meter afjakkert? Inderdaad.

“Bende strandjeanetten, en durf dit niet te schrappen of ik zet het in een andere krant!!!”. Dat was vanochtend een van de reacties van een lezer van Het Laatste Nieuws op het online artikel over het verlies van de Rode Duivels tegen Bosnië-Herzegovina. De reactie daaronder was nog treffender: “Naar af? Waar ligt dat?” Als het een troost mag zijn, beste duivels: ik weet wat het is, verliezen. En geloof me, het went na een tijdje. En het is geen schande.

Deze bijdrage is dan ook een boodschap voor u, de meer dan regelmatige winnaar. Bedenk dat u zonder ons, verliezers, niets bent. U hebt ons nodig. Wij voeden uw ego. Denk daar eens aan voor u ons van domme zetten beticht tijdens het spelen, of wanneer u ons weer eens probeert te manipuleren om een actie in uw voordeel te doen. Denk daaraan als u uw zoveelste beker in de hoogte steekt of als u voldaan achterover leunt en het slagveld dat medespelers heet, onder begeleiding van een monkelend lachje, overschouwt.

Voor de verliezers onder ons: blijven proberen! En als er zich ooit een omslag voordoet van regelmatig verliezen naar regelmatig winnen, verloochen dan uw verleden niet. Besef waar gij vandaan komt. Dan respecteert u de medespelers die u speelsgewijs steeds weer onder de zoden stopt. En u geeft hen dan af en toe een cadeautje.

Oei, is het al zo laat? Excuseert u mij, ik moet gaan verliezen.

Dominique

 

Interessanter dan een parallellepipedum: Municipium

Valley Games. De naam alleen al brengt bij spelliefhebbers een siddering teweeg. Wazige voorbestellingprocedures, een stroef communicatiesysteem met (potentiële) klanten, voorbestelde spellen die later worden uitgeleverd dan de winkelexemplaren en dan nog zonder de beloofde goodies en meer van dat fraais. Al moet ik toegeven dat de stunt met Miss Canada op Spiel 2007 veel goedmaakt.

Ondanks de bovenvernoemde slechte voortekenen stond Municipium al een tijdje op mijn wenslijst te blinken. Omdat het een Knizia is, Mike Doyle als illustrator heeft en het spelmechanisme mij intrigeert. Maar tot een aanschaf kwam het niet. Tot enkele weken geleden. Toen het mij tijdens een bezoekje aan een van mijn favoriete spelwinkels, Ingelberts in Aarschot, vanop het onderste schap van het spellenrek stond toe te grijnzen. Ik kon het niet laten liggen. Het was niet goedkoop – het komt tenslotte van de andere kant van de wereld naar ons overgevaren – maar ik heb er geen spijt van.

In Muncipium worden wij geacht in de huid te kruipen van het hoofd van een vooraanstaande familie in het Oude Rome. Zoals altijd hebben vooraanstaande families maar één doel: vooraanstaander worden. En dan nog het liefst het vooraanstaandst. Je moet tenslotte wat. Het leven is simpel in die kringen.

Vooraanstaand worden doen we door invloed uit te oefenen op de burgers van Rome. Ze voor ons winnen. Daar lopen we wel wat voor af. Van het ene openbare gebouw naar het andere. We moeten ons immers laten zien. Denk aan Waregem Koerse. En als het even kan willen we opgemerkt worden als de prefect in de buurt is, liefst door de prefect zelf. Vooraan staan is dus de boodschap. Zo kan men ons het ene moment treffen in het forum, het volgende in het optrekje van de staf van de praetoriaanse wacht waarna we er als de weerlicht weer vandoor gaan naar de place of all places: de tempel. Ook de baden, de taverne, de plaatselijke Meir (het emporium) en de multifunctionele basilica worden door onze familieleden platgelopen. Tot op het genante af.

Onze bezoekjes alleen zijn echter niet voldoende. Neen, als we met onze familie willen opvallen en écht door de paparazzi achterna gezeten, moeten we op al die plaatsen met meer zijn dan de rest. Klein probleem: we zijn maar met z’n zevenen.

Een beurt op weg naar onsterfelijkheid in het Oude Rome is simpel. Eerst een of twee van onze familieleden bewegen naar een ander gebouw, daarna een kaart activeren en de actie uitvoeren. De kaart die we activeren kan er eentje uit onze persoonlijke voorraad zijn (drie, slechts eenmaal te gebruiken tijdens het spel) of eentje uit de algemene voorraad (twaalf: recycleerbaar). Je persoonlijke kaarten zijn ongeveer dezelfde als de algemene, alleen krachtiger. Geactiveerde kaarten doen de prefect bewegen (in uurwijzerzin naar het aangrenzende gebouw) of laten je toe de voordelen van bepaalde gebouwen te benutten. In beide gevallen krijgen de spelers die de meerderheid en de tweede plaats opeisen van het aantal familieleden een cadeautje: burgers die toevallig in hetzelfde gebouw aanwezig zijn. In spellenland worden burgers ook wel eens meeples genoemd. Meeples zijn, zoals hun naam het al suggereert, heel schattig. En kleurrijk. Die kleurtjes zijn nodig in dit spel. We verzamelen immers setjes in verschillende kleuren. Die ruilen we dan ten gepaste tijde in voor – hou u vast – decurionfiches. Vijf van die fiches en we zijn binnen. Binnen heeft hier de betekenis van gewonnen.

De prefect zou de prefect niet zijn als hij voor ons geen extra geschenkje had: als je het slim speelt geeft hij je een jokertje. Altijd handig als je een setje volledig moet zien te krijgen.

Très important: kennis van de kaarten in de algemene stapel. Je persoonlijke ken je, die liggen tenslotte open voor je neus. De algemene liggen gedekt. Ze zijn met z’n twaalven en van die twaalf zijn er vijf kaarten die de prefect doen bewegen. Onthouden wat er nog in het stapeltje ligt en welke er al zijn geactiveerd is een van de sleutels van de deur naar de overwinning. En heb je op het einde van het spel niet al je persoonlijke kaarten geactiveerd was je niet goed bezig. En die hoedjes die je je familieleden opzet, zorg ervoor dat je er zo snel mogelijk aankomt. Ze zijn immers beperkt en ze geven je een extra punt voor het bepalen van de meerderheden. U bekomt ze door eerst in bad te gaan en u vervolgens als de weerlicht naar de tempel te spoeden.

Municipium is een loop- en meerderheden- en verzamelspel. Ik heb het wel een beetje voor loop- en verzamelspellen. Gisteren had ik in deze categorie trouwens het voorrecht Bombay en Valdora te mogen serveren op mijn keukentafel. Allebei snel en elegant en mooi en dus meer dan goedgekeurd. En Municipium krijgt ook het “De Tafel Plakt Keurmerk”.

Nu maar hopen dat het spelbord niet uit elkaar begint te vallen.

Dominique