Rock ’n Rollin’ in the Dungeon!

Medespeler,

Ik garandeer het u: ooit staat u voor uw spellenverzameling en flitst de volgende gedachte door uw hoofd: “Mijn god, wat heb ik gedaan?”

U kunt het zich op dit moment misschien moeilijk voorstellen, maar ooit gaat u aan deze bijdrage terugdenken terwijl u uw verzameling overschouwt.

Ik geef u dit even mee omdat ik nu een spel ga bespreken dat er toe gaat bijdragen dat de hoger genoemde gedachte nog even in het vriesvak blijft.

Dat komt door de verpakking waarin dit spel wordt aangeleverd: één grote en vier kleinere stoffen buidels. Dat is heel moeilijk stapelbaar in uw spellenkast of op uw spellenrek, waardoor het mogelijk nooit tot een aanschaf komt.

Dat het een fantastisch spel is moet u maar even wegdenken.

Dungeon Dice, zo heet de boosdoener, is een dobbelspel – mijn exemplaar herbergt meer dan 100 dobbelstenen – waarin u, avonturier zijnde, het opneemt tegen de courante bewoners van kerkers, krochten, grotten en andere exotische locaties. U doet dat met slechts één doel: de meeste roempunten verzamelen. Vier van die roempunten en u bent binnen. Meer zelfs, u wordt dan tot de nieuwe koning van Elorim – zucht – gekroond.

U begint als een groentje. Dat betekent level 1 en slechts uitgerust met 2 gebruiksvoorwerpen. Dat kunnen wapens zijn, maar ook maliënkolders, schilden, toverspreuken en sleutels. Daarbovenop hebt u ook nog in een of andere kroeg 2 items op de kop kunnen tikken voor eenmalig gebruik. Denk hierbij bijvoorbeeld aan genezende drankjes, scrolls en – jawel! – bommen.

Vervolgens gaat u op weg.

Op weg gaan betekent hier een monster dobbelsteen uit de zwarte buidel trekken, ermee dobbelen, kort evalueren waarmee u te maken krijgt en vervolgens uw biezen pakken of het gevecht aangaan. Dat monster dat u net hebt getrokken kan, afhankelijk van het level, ook sterk of zwak zijn. In het eerste geval roept u best de hulp in van een uwer tegenspelers, in het tweede gaat u voor eigen glorie. De monsters – slijm, vleermuizen, zombies, wolven, slangen, enorme spinnen, gobelins, skeletten, geesten, golems, heksen, demonen, draken, dieven, vampiers, harpijen, reusachtige krabben, zwarte ridders , necromancers en meer van dat fraais – zijn meestal ook nog eens begiftigd met speciale eigenschappen die u niet zo leuk vindt. Gelukkig hebben ze allemaal wel iets bij zich dat u ook goed kunt gebruiken voor het vervullen van uw queeste. Sleutels waarmee u kisten met artefacten kunt openen bijvoorbeeld, of magische zwaarden, of perkamentrollen met daarop handige spreuken. Het kan niet op.

De artefacten zijn het belangrijkste, want elk van hen levert u een roempunt op. Uzelf ook opwaarderen naar kevel 3 is aangewezen, want dan passeert u ook langs de roemkassa. Voelt u zich sterk genoeg kunt u ook de confrontatie aangaan met de grote kleppers in het spel: de rode en zwarte monsters wiens naam ik hier niet durf uitspreken en, last but not least, de Gouden Draak. Zij leveren u respectievelijk 1, 2 en 3 roempunten op.

Dobbelstenen worden getrokken uit de corresponderende buidels. Monsters uit de zwarte, handige hulpmiddelen en wapens uit de blauwe, eenmalig te gebruiken voorwerpen uit de rode en artefacten uit de gele. De groene zak huisvest de basisdobbelstenen die standaard en grijpklaar op tafel komen te liggen bij spelaanvang. Dat zijn de toverspreuken, de dobbelstenen die uw level aangeven en bijhouden en de monster level dobbelstenen, waarmee wordt gedobbeld als de monsters aan de beurt zijn.

Uw level, en dat van het monster dat u bevecht, bepaalt hoeveel dobbelstenen – zeszijdig met waarde 1 tot 4 – er worden gedobbeld, eventueel opgepompt met wapens, spreuken en speciale eigenschappen van items en artefacten. Jammer genoeg maken ook de monsters, gesuperviseerd door een sadistische tegenspeler, ook die rekening. Dit wordt dit niet bepaald een wandeling door het stadspark.

De quasi oneindige hoeveelheid speciale vaardigheden van uw items, wapens, artefacten en tegenstanders maken dit spel tot ein leckerbissen. Hebt u een hamer bij de hand – alleen tweehandig te gebruiken – kunt u bijvoorbeeld proberen zonder sleutel een schatkist open te rammen. Dit lukt niet zo goed met magische beveiligde koffers, maar soit. Of de boog, een mijner favorieten, laat u toe twee monsters uit de monsterbuidel te trekken, eentje ervan te dobbelen en vervolgens te kiezen welke van de twee u een kopje kleiner wil maken. Met een zweep, ook een lieverdje waarmee ik graag op stap ga, kunt u de dobbelsteen met de laagst gegooide waarde bij een monster of held wegnemen. Met een bijl – uw hebt hier ook uw beide handen nodig – bestaat de kans dat het zelfs niet tot een gevecht komt en u automatisch wint.

Zoals aangegeven kunt u tijdens uw heroïsche gevechten de hulp van een tegenspeler inroepen. Jammer genoeg is het begrip naastenliefde in Elorim nog niet doorgedrongen. De leuze “Voor niets gaat de zon op” dan weer wel. U gaat in onderhandeling moeten gaan om de betaling na afloop te regelen en die worden, zeker naarmate het eindspel dichterbij komt, steeds harder en harder. Gelukkig kunt u ook uw voorwaarden stellen als u te hulp schiet. Met een beetje geluk volgt er zelfs een opbod aan hulp wanneer bepaalde monsters worden bevochten. Gelukkig kent men in Elorim ook het spreekwoord: “Een gegeven woord is een gegeven woord.” Afspraken zijn bindend.

Dungeon Dice is wat Dungeon Roll had moeten zijn: uitdagend, extreem interactief met een constante betrokkenheid van elke speler, bloed- en bloedmooi, spannend en met een aangename speelduur.

Toch een, zij het niet onoverkomelijk, minpunt:  u wordt hier met zoveel symbolen geconfronteerd dat enige voorstudie noodzakelijk is. Als u door de kerkers wil scheuren en niet strompelen is het aangewezen dat zeker één speler de symbolen beheerst als u aan een sessie begint, anders doet u niet anders dan heen en weer zappen tussen tafel en blad.

De dobbelstenen zijn prachtig vormgegeven, functioneel en erg duurzaam. En het gros heeft op elke zijde een ander symbool of symbolen. Een huzarenstuk.

Houdt u van spannend en modificeerbaar dobbelen, stelde Dungeon Roll u diep teleur, houdt u van interactie à volonté en kickt u op spellen die u garanderen dat geen twee sessies hetzelfde zijn? Niet twijfelen.

Dominique

 

Dungeon Dice

Potluck Games (2014)

Sam Coates

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

Vos en Haas

Laten we heel kort ‘Linko!’, het nieuwe kaartspel van de heren Kramer en Kiesling, even onder de loep nemen.

Heel kort, want er valt eigenlijk weinig over te vertellen.

Eric Martin daarentegen, nieuwsverspreider op BGG, ging er kwijlend aan ten onder. Hij bezweek naar verluidt onder de stapel wierookvaten die hij maar bleef aanslepen.

Dat intrigeert uiteraard.

In ‘Linko’! speelt u getalkaarten uit en legt deze voor u neer op tafel. Die getallen gaan van 1 tot 13 en er zijn er 8 van elke soort in de stapel, aangevuld met 5 jokers. Op de kaarten staan ook op vossen lijkende lynxen afgebeeld, verder van geen enkel belang.

Uw doel: het meeste overwinningspunten halen op het moment dat het speleinde zich aandient. Dat gebeurt wanneer een speler zijn handje leeg speelt of er niet meer kan bijgetrokken worden van trekstapel en aanbod. Uw punten tellen is eenvoudig: u trekt van uw aantal uitgespeelde kaarten uw handkaarten af. Hierbij gaat het om het aantal kaarten, niet om de getalletjes die erop staan.

Tijdens uw beurt speelt u een aantal kaarten van dezelfde getalwaarde uit – 1 kaart mag ook – en vergelijkt die met de laatste setjes die uw tegenspelers hebben uitgespeeld. Is uw getalwaarde hoger en bestaat uw setje uit evenveel kaarten mag u met de klok mee uw tegenspelers aanvallen – u neemt hun kaarten op hand – of u doet dat niet. Als u dat doet moeten ze hetzelfde aantal kaarten weer bijtrekken van trekstapel en/of aanbod. Doet u dat niet mogen ze kiezen: hun laatst uitgespeelde setje weer op hand nemen of ze afleggen en hetzelfde aantal op bijtrekken van trekstapel en/of aanbod.

Jokers nemen de waarde van de kaarten aan waarmee ze worden uitgespeeld. Speelt u ze zonder getalkaart(en) worden ze beschouwd als de hoogste waarde in het spel.

Uw ultieme ‘Linko!‘ orgasme bereikt u uiteraard wanneer u iedereen aan tafel kunt aanvallen.

‘Linko!’ is eenvoudig, en ook wel een beetje origineel. U kunt immers enkel andere (betere) kaarten op hand krijgen als een tegenspeler u als prooi kiest. Dat betekent dat u hen af en toe uit hun tent moet lokken.

Maar toch heb ik mijn bedenkingen. Uw starthand van 13 kaarten bepaalt toch heel veel van wat zich daarna afspeelt. Maakt u zich vooral geen illusies, als het u bij het uitdelen van de kaarten tegenzit is de kans heel groot dat u niet het vosje – sorry, lynxje! – maar het haasje bent. Daarom toch maar best enkele partijtjes na elkaar spelen en de puntjes optellen.

‘Linko!’ is een leuk kaartspel, vooral in een ongedwongen familiale sfeer, en heeft daarom alleen al zijn bestaansrecht.

Of het voor de veeleisende veelspeler een blijvertje is durf ik echter zeer te betwijfelen.

Ook jammer dat de Duitse titel, Abluxxen, voor de Nederlandstalige markt niet werd weerhouden. Het ware leuk geweest, een spel op het rek dat uit een goedkope Duitse pornofilm uit de jaren 70 lijkt weggelopen.

Dominique

 

‘Linko!’

Ravensburger (2014)

Michael Kiesling en Wolfgang Kramer

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

25 minuten

 

Een vlucht superhelden

Summoner Wars en Pixel Tactics, in het subgenre van de supersnelle kaartgestuurde conflictspellen behoren ze tot mijn favorieten.

Dit subgenre wordt nu versterkt met ‘Pack of Heroes‘.

Het werkwoord versterkt werd hier bewust gekozen, want een verzwakking is het niet bepaald.

In Pack of Heroes, een kaartspel voor 2 spelers, leidt u een bataljonnetje van vijf superhelden waarmee u een rechtstreekse confrontatie aangaat tegen een ander bataljonnetje van vijf.

Uw missie: de tegenpartij volledig uit de arena spelen of het spel voortijdig uitmaken door de drie startvelden van uw tegenstander te bezetten.

Eerst een kleine kanttekening. De superhelden waarmee u hier over het slagveld – een 3×3 raster – manoeuvreert zijn nogal obscuur van aard. Maak vooral niet de fout reikhalzend uit te kijken naar Superman, Batman, Spiderman, de Hulk, Captain America of andere topspelers in het genre. We hebben het hier over superhelden die uitkomen in de tweede divisie. Om het in voetbaltermen uit te drukken: ze spelen niet in de Champions League, maar in de Euroleague.

U kunt kiezen uit 8 kwintetten die u de arena kunt insturen. Wilt u liever wat afwisseling kunt u uw squad al draftend samenstellen. Een kwintet bestaat uit een leider, 2 vechters en 2 hulpjes. Ook als u draft moet u deze samenstelling respecteren.

De kwintetten luisteren naar de namen Liberty Legends, Safari Squad, The Guild of Gouls, Data Brigade, Knights of the Five Realms, Freak Show Five (dit stelletje ongeregeld wilt u echt niet in het donker tegen het lijf lopen), Elementeens, en de Galactanouts.

Nemen we bijvoorbeeld het genootschap ‘Kinights of the Five Realms’, bestaande uit Big Walt, Hot Foot, Sir Smash a Lot, Pixielite en Rainbow Sprinkle. Deze laatste lijkt zo weggelopen uit een aflevering van de tekenfilmserie ‘My Little Pony’ en hij moet zich de grond in schamen voor zijn outfit. Maar hij kan wel serieuze schade aanrichten met zijn hoefjes en de teamleden die zich in zijn nabijheid bevinden oppompen met extra kracht.

Kracht haalt u uit – o wonder – krachtkaarten. Elke speler heeft een bescheiden setje van 9 en ze zijn van nucleaire, moleculaire of interstellaire oorsprong. Daar kan een superheld wat mee, ook al opereren ze in de tweede divisie.

Big Walt van hierboven kan bijvoorbeeld nucleaire energie aanwenden om een thunderbolt spell te lanceren die op lange afstand 2 schade aanricht. Of wat te denken van Sir Smash a Lot, die met twee eenheden interstellaire energie zijn double fist smash kan activeren: 3 schade aan een aangrenzende tegenstander. Alstublieft!

Het managen van uw krachtkaarten is heel belangrijk want ze bepalen wat uw helden wanneer kunnen doen. Omdat het er maar negen zijn is het voor u en uw tegenstander makkelijk na te gaan welke krachtkaarten al zijn uitgespeeld. Een tekort aan krachtkaarten betekent weerloosheid. Denk even terug aan dit zinnetje als u dit ooit op tafel legt.

Tijdens uw interstellair snelle beurt mag u 1 superheld van uw team bewegen, 1 superheld in het spel brengen of een speciale kracht van een held activeren, een held weer bij zijn positieven brengen – van zodra een held de helft van zijn levenspunten heeft opgebruikt wordt het even zwart voor zijn ogen waardoor hij tijdelijk transformeert naar een doet – en 1 krachtkaart trekken.

Bewegen, aanvallen en helden in het spel brengen doet u allemaal in het fictieve 3×3 raster dat zich tussen beide spelers bevindt.

Als u nog wat extra vuurkracht zoekt, of interessante gadgets, kunt u de meegeleverde uitbreiding mee op tafel gooien. Daar zitten leuke dingen in. Een regenerende helende tank bijvoorbeeld, of de intergalactische hyperpoort waarmee u uw helden plots voor de neus van uw tegenstander kunt laten opduiken. Mijn favoriet – ik blijf nu even bij het Engels omdat het zo goed klinkt – is de “Boogie Blastin’ Battle Van“, voorzien van een raketlanceerder op het dak en in de laadruimte drie superhelden die hij met gierende banden zomaar in de arena komt droppen. DHL voor superhelden zeg maar.

Pack of Heroes is een leuk tussendoortje. Uw cerebellaire rekenkracht wordt niet overvraagd, maar toch zit hier meer in dan u op het eerste gezicht zou denken. Als u uw krachtkaarten goed managet, uw manoeuvres goed plant, uw speciale krachten slim benut, de vaardigheden van de helden van uw tegenstander goed leest en uw acties goed timet legt u gelijk de fundamenten van een glorierijke zege.

Wel lichte puntenaftrek voor de moeilijk leesbare force power strook op de superheldenkaarten. Witte letters op een gele achtergrond, het is geen goed idee. Gelukkig moet u tijdens een confrontatie maar 5 superhelden superviseren, dat scheelt.

Een dikke pluim voor de geschreven bijlages. De duidelijke spelregels worden immers vergezeld van een kleine comic en een superhero almanac, waarin elke superheld in het spel, 40 in totaal, gedetailleerd wordt voorgesteld. Mooi!  

Pack of Heroes zit in een handig doosje, met een uitsparing voor de kaarten en een uitsparing voor de schadeblokjes. Alles past er wonderwel in en gaat tijdens het op en neer gaan van uw binnenzak niet van plaats.

Ik moet trouwens gaan oppassen met die binnenzak. Hij staat ondertussen op scheuren. Händler der Karibik zit er al in, samen met Star Realms. Met ‘Pack of Heroes’ wordt het nu echt wel drummen ter hoogte van mijn uitermate gespierde borstkas. Gelukkig beschik ik ook over een indrukwekkend sixpack onder die borstkas, zodat voorlopig alles nog onder controle blijft.

Gelukkig is het volgende spel dat hier wordt besproken verre van mobiel, mede door de niet zo handige verpakking (maar wat een spel!). Dat scheelt.

Dominique

 

Pack of Heroes

Adventureland Games

Phil Walker-Harding

2 spelers vanaf 10 jaar

20 minuten

 

Voor al uw schatkisttransport: Expeditiebedrijf Tortuga

Piraten.

In de spellenwereld slaat men u ermee om de oren. Soms zo erg dat u er barstende hoofdpijn, zelfs migraine, van krijgt.

Ook Queen Games doet dit jaar met Tortuga zijn duit in het zakje, al ontbreekt er m.i. wel eentje (later meer hierover).

In dit spel bent u een piraat en u zou het niet zijn als u niet wanhopig probeerde 6 schatkisten naar Tortuga de brengen, liefst als eerste want dan zijn uw kansen op de overwinning groter. Groter, niet gegarandeerd. Laat daar geen twijfel over bestaan.

Het hele proces wordt gestuurd door dobbelstenen, 5 per speler. Die gooit u achter uw zichtschermpje. Vervolgens kiest u uit de gedobbelde symbolen er verplicht eentje uit (dat kunnen meerdere dobbelstenen zijn). De symbolen staan voor schip verbeteren, bemanning inhuren, schat zoeken, enteren en overvallen.

De symbolen worden ook vergezeld van getallen, die de sterkte van de actie mee gaan bepalen. Hoe hoger hoe beter dus. Gegooide doodshoofden tellen als joker, al moet u ze koppelen aan een reeds gegooid symbool tijdens dezelfde dobbelronde. U doet dat door de betreffende doodshoofd dobbelsteen naar hetzelfde symbool te draaien.

De gekozen dobbelsteen/dobbelstenen plaatst u vervolgens op uw de corresponderende actievelden op uw persoonlijk, en ook ruim bemeten, spelersbord. Daarop staat links onderaan het doel van uw missie, Tortuga. Rechts onderaan bevindt zich uw hoogstpersoonlijke eiland van waaruit u uw verzamelde schatten transporteert. Daar tussenin lopen uw schip- en uw bemanningsvelden, uw transportband als het ware.

Omdat niet iedereen altijd evenveel dobbelstenen inzet blijven sommige spelers langer aan de beurt dan andere. Vroeg stoppen kan voordelig zijn want zolang de anderen blijven dobbelen krijgt u een voordeelfiche die u op een actieveld naar keuze kunt leggen, standaard heeft die waarde 1 maar u kunt ze oppompen naar waarde 2. Vanaf uw tweede voordeelfiche kunt u kiezen om een fiche van 1 naar 2 te draaien of 2 gedekte schatfiches uit het centrale eiland te nemen en er eentje te houden. Die leveren u extra punten op aan het einde van het spel.

Na afloop van de dobbelfase, als iedere piraat zijn acties heeft gekozen, worden de actievelden uitgevoerd, steeds in dezelfde volgorde.

Hier zit wel een addertje onder het gras. Alleen de eerste twee spelers met de hoogste waarde op het betreffende actieveld mogen hun acties doen, waarbij de eerste nog iets meer mag dan de tweede. Gelijke standen worden afgehandeld op basis van de beurtvolgorde.

Verbeteren van het schip: de eerste speler mag zijn schip 2 velden naar rechts verplaatsen, de tweede 1 veld.

Bemanning inhuren: de eerste speler mag zijn bemanningpion 2 velden naar rechts verplaatsen, de tweede 1 veld.

Schat zoeken: de eerste speler trekt een schatkist uit de schatkistbuidel, plaatst die op zijn persoonlijke eiland rechts op zijn spelersbord en trekt vervolgens 2 gedekte schatten van het centrale eiland waarvan hij er eentje kiest (extra punten, weet u nog?). De tweede speler trekt gewoon 1 gedekte schat.

Enteren: hiervoor hebben we uiteraard ons piratendiploma gehaald. De eerste speler kiest een slachtoffer uit, kiest een schatkist op een van diens schipvelden en plaats die vervolgens op zijn eigen eilandveld op zijn spelersbord. Vervolgens moet de geënterde, die zich ondertussen afvraagt waarom hij ooit piraat is geworden, zijn schip 1 veld naar links (achteruit) verplaatsen omwille van de schade die hij heeft opgelopen Als de geënterde echter ook dobbelstenen in zijn actieveld enteren heeft liggen moet de agressor zijn schip ook 1 veld naar links verplaatsen. De tweede speler kiest vervolgens een ander slachtoffer uit, die op zijn beurt zijn schip een veld naar links moet verplaatsen. Hij neemt vervolgens een schatkist van het centrale eiland, als zich daar een kist bevindt, en plaatst dit op zijn eiland. Ook hier moet de agressor zijn schip naar links als zijn slachtoffer dobbelstenen in hetzelfde actieveld heeft liggen.

Overvallen: hier gelden dezelfde regels als enteren, alleen worden hier niet de schepen verplaatst maar de bemanning. Schatkisten worden dus verwijderd van de bemanningsvelden (eerste speler) en van het centrale eiland (tweede speler).

Na de schermutselingen, het oplapwerk, de aanwervingen en de schatzoekerij wordt nagegaan of er schatten op de bemanningsvelden en scheepsvelden moeten worden ingeleverd. De sterkte van uw schip en de grootte van uw bemanning bepaalt immers hoeveel schatten u kunt vervoeren. Kan uw ruim het gewicht niet meer aan moeten de overtollige schatkisten naar het centrale eiland worden verplaatst. Gelukkig mag u zelf bepalen welke schatkisten dat zijn.

Daarna trekt iedere speler een schatkist uit de schatkistbuidel en plaats deze op zijn persoonlijke eiland. De beurt wordt uiteindelijk afgesloten door de schatkisten op de scheepsvelden naar Tortuga te verplaatsen, die van de bemanningsvelden naar de scheepsvelden en die van uw persoonlijke eiland naar de bemanningsvelden. Dat gebeurt steeds van links naar rechts, in volgorde (van groot belang voor de puntentelling op het einde).

Dat gaat zo lekker door tot minstens 1 speler 6 schatkisten op Tortuga heeft verzameld.

Dan wordt de plaatselijke taveerne opgezocht alwaar de dubloenen worden geteld.

U krijgt 3 punten voor elke schatkist op Tortuga, 2 punten voor elke schatkist op schipvelden en 1 punt voor elke schatkist op uw bemanningsvelden. Paarse schatkisten scoren dubbel. Elke set van een gele, blauwe en rode schatkist op uw spelersbordje leveren u nog 3 punten op, waarbij u uw witte schatkisten op Tortuga kunt omvormen in een kleur naar keuze. Handig. Elk bereikt scheeps- en bemanningsveld levert u ook nog een punt op en de waarde van de schatfiches die u tijdens het spel van het centrale eiland hebt geplukt mag u ook nog bij uw eindresultaat voegen. Een gelijke stand betekent meerdere winnaars.

Tortuga, medespeler, situeert zich in het segment van het betere familiespel. Het materiaal is prachtig, u hebt ten allen tijde een goed overzicht – heel belangrijk bij spellen waarin u uw tegenstanders goed in de gaten moet houden – en omwille van de gedekte schatfiches is het puntentotaal van uw concurrenten ook niet volledig traceerbaar, wat mij betreft een groot pluspunt.

Ook positief: slechts één keer simultaan dobbelen en kiezen. Het is eens wat anders dan 3 keer herdobbelen, al moet u daar wat invloed voor inleveren. U moet heel tactisch met uw keuzes omgaan en aangezien u uw zichtschermpje pas verwijdert wanneer iedereen zijn keuze gemaakt heeft is het heel belangrijk de reeds gekozen actievelden van uw tegenstanders goed te scannen. Door de simultane handelingen en de eenvoud van de enter- en overvalfase zijn er ook amper wachttijden. Niet dat u tijdens uw eerste sessie de opgegeven speeltijd van 35 minuten haalt hoor. Dat gebeurt mogelijk wel nadat u het spel goed in de vingers hebt. We kunnen wel met zekerheid stellen dat we hier niet te maken hebben met een avondvullend piratenprogramma. Voor ondertekende is dat niet bepaald een minpunt.

Of het met twee spelers ook zo leuk is valt zeer te betwijfelen, al kan ik daar nog geen definitief oordeel over vellen. Er wordt hier immers wat gemorreld met het regelwerk en op basis van een eerste lezing ben ik er niet echt gerust op.

Ik vrees ook dat de symbolen op de houten dobbelstenen vrij snel onderhevig gaan zijn aan slijtage, temeer daar u heel wat dobbelt in dit spel. Aan de andere kant zijn de, overigens heel kleurrijke, dobbelstenen dan weer lekker groot en afgerond in de hoeken waardoor ze lekker rollen.

Zit u regelmatig met valsspelers aan tafel zou ik heel goed oppassen. Dobbelen achter een zichtschermpje en vervolgens  achter dat zichtschermpje dobbelstenen selecteren nodigt deze sujetten uit tot manipulatie. Denk aan wat u onlangs in Dice Town is overkomen.

De inlay, met een zelf te plooien scheidingswand, is ook niet echt functioneel. Niet dat het deksel na het uitponsen niet perfect meer sluit, maar toch. Ik heb toch graag dat alles mooi in de opbergvakken past. 

De spelregels dan. Een dik, 40 pagina’s tellend naslagwerk in het Engels, Frans, Spaans, Duits en Nederlands. geen paniek, uw moedertaal neemt slechts 8 A4-velletjes van deze bundel in beslag. Wel opletten: in het Nederlandstalige regelwerk staat bij de algemene uitleg over de eindtelling niet vermeld dat alleen witte schatkisten kunnen omgezet worden in een kleur naar keuze, in het voorbeeld staat het dan weer wel. 

De zichtschermpjes zijn iets te klein – het vraagt wat fijn motorische behendigheid  om uw rollende dobbelstenen uit het zicht van uw tegenspelers te houden – maar ze zijn dan weer wel voorzien van een handig overzicht van de actievolgorde en de samenstelling van de symbolen op elke dobbelsteen.

Tenslotte had ik graag een extra buidel in de doos gezien voor de schatfiches op het centrale eiland. Niet gekozen fiches worden immers steeds weer gedekt geschud met de andere schatten rond het eilandbord en dat is nogal omslachtig. Een stoffen buideltje ware veel handiger geweest.

Besluit: als u een thematisch goed omgezet familiespel zoekt met piraten in de hoofdrol, een liefhebber bent van dobbelgeluk en -ongeluk , uw speeltafel graag siert met mooi en degelijk materiaal, houdt van interactie waarbij het voortdurend scannen van de bordjes van uw tegenstander primordiaal is, geniet van keuzestress, kickt op een spannende en onzekere eindtelling en niet opziet tegen een zoektocht naar een extra trekzakje mag u gerust toeslaan.

Dominique

 

Tortuga

Queen Games (2014)

Jay Cormier / Sen-Foong Lim

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

35 minuten

 

Dobbelblokdrop

U weet het, abstracte spellen zijn niet echt mijn ding, maar de laatste maanden heb ik met een trio getafeld dat mij toch aangenaam heeft verrast.

‘Blockers!’ kon mij zeer bekoren en ook ‘Tash-Kalar: Arena of Legends’ was ook niet bepaald een afknapper.

De derde telg die zich nu in de debatten heeft gemengd heet Spexxx.

Als de term themaloos op één spel van toepassing is, is het wel op Spexxx. Dobbelen, blokjes op de voor u meest voordelige plekjes droppen en hopen dat u daarmee op het einde van het spel de meeste overwinningspunten op uw conto kunt schrijven, meer is het eigenlijk niet. Waar deze handelingen passen in het groter geheel, thema genoemd, wordt door de makers niet vrijgegeven.

Hoeft ook niet want, zo ervoer ik het toch, dobbelen en blokjes plaatsen kan verrassend leuk zijn. En erg ontspannend.

U dobbelt zelfs niet met speciale dobbelstenen. Neen, zeszijdige huis-, tuin- en keukenexemplaren klaren hier moeiteloos de klus.

Gebonden aan uw dobbelresultaat – u mag tot vier keer opnieuw dobbelen met vijf dobbelstenen – probeert u op het kleurrijke spelbord snijpunten te voorzien van uw blokjes. Drie op een rij, een Spexxx, en u scoort al punten. Slaagt u erin vijf of meer blokjes op een rij te krijgen komen u zowaar bonuspunten tegemoet gewaaid. Het handige scorespoor dat het spelbord omkadert veraangenaamt uw boekhouding aanzienlijk.

Speciale aandacht verdienen de zilveren en gouden diagonale snijpunten. Gooit u met uw dobbelstenen vier of vijf opeenvolgende getallen mag u op die snijpunten een blokje plaatsen. Uiteraard probeert u door slim te plaatsen meerdere vliegen in een klap te slaan.

Tonen uw dobbelstenen na het gooien vijf keer hetzelfde ogenaantal mag u uw blokje eender waar op het spelbord posteren. 

U moet ook goed in de gaten houden wat uw tegenstanders doen. Soms is het interessanter hen dwars te zitten dan voor eigen gewin te gaan.

U kunt dit spel op meerdere manieren aanpakken. Ga ik voor een regelmatige, maar relatief lage score per beurt of bouw ik langzaam op naar een hopelijk grote puntenlawine later in het spel? Voor beide tactieken valt iets te zeggen en na meerdere sessies heb ik ondervonden dat beide succesvol kunnen zijn.

Wat Spexxx ook mee heeft is dat het tijdens het spelen een zen-achtig gevoel over u heen drapeert. Er zijn niet veel spellen die dat klaarspelen. Flowerpower schiet me spontaan te binnen, en laat dat toevallig een van mijn favorieten zijn als ik ontspannend wil concurreren. Ook opvallend, uw tegenspelers gaan soms samen met u op zoek naar de meest lucratieve plekjes. De laatste keer dat ik zoiets meemaakte was tijdens het spelen van Afrika, in 2001 op het Spellenspektakel.

Houdt u van abstracte, kleurrijke, ontspannende spellen zonder veel poespas maar toch voldoende diepgang moet u Spexxx zeker eens aansnijden. Het speelt ook lekker weg met alle opgegeven spelersaantallen en dat is altijd meegenomen.

Bent u een liefhebber van abstract dobbelen? Toeslaan.

Loopt u altijd met een wijde boog om de abstracte subgroep van het speluniversum heen? Toch maar even proefspelen. Mogelijk moet u uw mening herzien.

Dominique

 

Spexxx

Waterfall Games (2013)

Ruben Dijkstra en Ruurd Lammers

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

 

Ruimtelijk ordenen in Norkobia

Probeert u zich de volgende situatie voor te stellen: het ene moment zit u tijdens uw middagpauze rustig keuvelend en glurend naar korte lenterokjes uw boterhammetjes op te eten in het stadspark, het volgende bevindt u zich in Norkobia, een naargeestig oord dat geregeerd wordt door ene Maldorf. De man wil u niet laten gaan vooraleer u voor hem een prachtig koninkrijk bouwt.

U krijgt daarvoor een armzalige drie dagen de tijd.

U moet dat bouwen gelukkig niet alleen doen. U krijgt de hulp van reuzen, tovenaars, orcs, kobolds, mensen en – hou u vast – kabouters. En u krijgt de beschikking over een kasteel van waaruit u de werkzaamheden kunt superviseren en coördineren.

Al snel wordt duidelijk dat u niet de enige bent die door Maldorf naar Norkobia werd geteleporteerd. Zeker twee tot vier andere mensenkinderen ondergingen hetzelfde lot. U komt ook al snel te weten dat zij net dezelfde opdracht hebben gekregen en dat alleen de beste bouwer weer de overstap naar huis mag maken.

Ik weet niet hoe ú dit probleem zou aanpakken, maar ik zou in elk geval als de wiedeweerga de plaatselijke Gamma en Brico gaan leegkopen.

Warlock, zo heet het spel waarover hier wordt bericht, is een kaartgestuurd spel voor 3 tot 5 spelers. De multifunctionele kaarten die u op handen krijgt bepalen hoe u het bovengenoemde project zult realiseren.

Multifunctioneel betekent dat u de kaarten van de hoger genoemde volkeren, afhankelijk van waar u ze inzet (kasteel, kerker of mijn), kunt gebruiken als vaardigheid, grondstof of goud. Goud hebt u nodig om te bieden op andere kaarten in Hubba‘s Bar, grondstoffen dienen uiteraard om uw rijk uit te bouwen – in een 4×4 stedenraster dat grenst aan uw kasteel en rekening houdend met een aantal bouwregels – en de volkeren schenken u hun speciale eigenschap. Zo zijn de reuzen in staat een draak naar uw rijk te lokken. Zij gaan dan de aangrenzende steden beschermen tegen de actie van de orcs, die in dit spel in een nogal verwoestende bui zijn, en ze voorkomen ook dat een magiër zomaar uw steden gaat ruilen met die van een tegenspeler.

Na drie dagen, onderverdeeld in drie rondes en een veiling, zal Maldorf himself het resultaat komen evalueren. Hij doet dat door de waarde van uw steden bij elkaar op te tellen. Bent u de beste teleporteert de man u weer naar uw vertrouwde bankje in het park. Hopelijk ligt uw lunchpakket er nog.

Soms wordt er echter zo snel gebouwd dat u het einde van de derde ronde niet haalt. Want de eerste speler die zijn koninkrijk heeft afgewerkt leidt het speleinde in.

Multifunctionele kaarten, daar mag men mij altijd voor komen wakker maken. Warlock levert deze multifunctionaliteit op de juiste manier en in de juiste dosis aan. Het zijn geen eenvoudige afwegingen die u moet maken in Norkobia. Ga ik voor goud, grondstof, volkeigenschap of stadsontwikkeling, en bluf ik hierbij een beetje? Hoe kan ik die interessante kaart in Hubba’s Bar in het handje krijgen of hoe vermijd ik dat een van mijn concurrenten ze claimt? Neem ik het risico mijn fantastische steden onbeschermd te laten? Ga ik zelf afbraakwerken organiseren bij mijn tegenstanders? En kan ik de onweerstaanbare drang weerstaan om steeds weer achter die schattige kabouters aan te gaan? Dat zijn toch leuke afwegingen.

Uit het voorgaande hebt u al begrepen dat interactie een belangrijke rol speelt in het spel. U moet echt wel oppassen voor magiërs en reuzen en zeker niet aarzelen om er zelf gebruik van te maken. Het blufelement draagt ook bij tot het speelplezier. U kunt ook – een speltechnisch element waar ik een zwak voor heb – op snelheid spelen. Dat kan u ook de overwinning opleveren, àls u het slim speelt.

De speelduur – de doos liegt niet – is ook dik in orde.

Het enige minpuntje is de iconografie. Die kan soms tot vergissingen leiden en vraagt wat gewenning. Niet onoverkomelijk maar het had niet gehoeven.

Maar verder geen gezeur. Warlock is een leuk spel met eenvoudige regels (u vindt trouwens een meer dan geslaagde tweespeler variant op de website van Spellenclub 13), een leuk thema, een gezonde dosis interactie, voldoende spanning en een aangename speelduur. Een onmiddellijke revanche, zo ging het althans bij ons, behoort zeker tot de mogelijkheden.

Alleen jammer dat ik de eerste slechterik genaamd Kimberly in een fantasy setting nog moet tegenkomen.

Dominique

 

Warlock

Quined Games, 2013

Fabrice Vandenbogaerde

3 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten

 

Een beetje verliefd

Onlangs deed zich tijdens een van onze spelsessies een uiterst zeldzaam fenomeen voor. We speelden met z’n vijven en na afloop waren we alle vijf op slag verliefd.

Het object van onze liefde heet Medieval Academy.

In Medieval Academy bent u een schildknaap die zich wil opwerken aan het hof van zijne majesteit de koning.

Daartoe moet u een beetje van alle markten thuis zijn. U moet goed presteren op de tornooivelden en zich bekwamen in het tweegevecht, u moet op goede voet staan met de prinses, u stopt het gepeupel af en toe wat goudstukken toe, u bestudeert oude en geheimzinnige geschriften, het verslaan van draken staat ook hoog op uw ‘te doen’ lijstje en u probeert de koning himself op alle mogelijke manieren te paaien.

U doet dat allemaal op zeven dubbelzijdig bedrukte en prachtig geïllustreerde spelbordjes die u bij spelaanvang in het midden van de tafel hebt gelegd.

Wat u op die spelbordjes doet wordt dan weer bepaald door het uitspelen van getalkaarten (vier van de vijf) die u draftgewijs op hand bekomt. Dat doet u zes ronden lang. Als u kaarten uitspeelt verplaatst u uw pionnetje op de corresponderende locatie het opgegeven aantal velden.

Na elke ronde worden een of meerdere bordjes gewaardeerd en u scoort punten afhankelijk van de rangorde op de locatie. Waarderen betekent hier het verzamelen van overwinningspunten (uw pionnetje staat mee bovenaan op het telspoor van de betreffende locatie) of het incasseren van strafpunten (u rijdt vlak voor de bezemwagen uit).

Als u zich waagt aan het balkon van de prinses om haar toe te zingen mag u als beloning een pionnetje op een andere locatie verplaatsen. Zij levert u dus niet rechtstreeks punten op maar kan, dat hebben wij ondervonden, de sleutel zijn tot de overwinning. De prinses toont haar vrijgevigheid elke ronde, ongeacht welke mannen haar het hof maken.

Op de twee tornooivelden, elke ronde gewaardeerd, gaat u gewoon voor naakte  overwinningspunten: 3, 2 of 1.

Ook uw vrijgevigheid ten aanzien van bedelaars wordt intensief in het oog gehouden, maar uw beloning (of straf) komt pas aan het einde van de laatste ronde. De twee spelers die het minst hebben gedoneerd aan de plaatselijke bedelarij krijgen respectievelijk 10 en 15 strafpunten. Dat hakt er diep in.

“Een wijze schildknaap wordt een wijze ridder.” Dat is een erg gekend spreekwoord uit de middeleeuwen. Als u uw studies verwaarloost zult u daar elke ronde de dorre vruchten van plukken: 3 strafpunten voor de laatste, 1 strafpunt voor de voorlaatste.

Het mouwvegen bij de koning wordt enkel in ronde drie en zes naar waarde geschat en u krijgt punten naargelang de plaats waarnaar u zichzelf hebt gewurmd in de troonzaal, 6 of 12. Alstublieft.

Het hoogst in aanzien staat uiteraard het verslaan van een draak. Ook hier mag u slechts na de laatste ronde in jubelgezang uitbarsten. Maar wat een feest! 17 punten voor de winnaar en nog 10 en 4 voor de tweede en derde plaats.

Om te bepalen wie uiteindelijk wint telt u na de zesde ronde uw pluspunten op en trekt daar uw minpunten van af. Fluitje van een cent.

Medespeler, ik kan het niet genoeg benadrukken: dit is tot nog toe mijn ontdekking van het jaar.

Medieval Academy verleidde ons met zijn eenvoud, het spannende en vlotte spelverloop, het leuke draftmechanisme dat hier tot zijn essentie wordt herleid, de intense concurrentie die zich afspeelt op elke locatie, de aangename speelduur, de prachtige vormgeving en de veelheid aan varianten en uitbreidingsmogelijkheden die u standaard in de doos worden aangeleverd.

Want daar heb ik het hier nog niet over gehad, over die varianten en uitbreidingen.

Wat bijvoorbeeld te denken van de varianten voor gevorderden die u bekomt door gewoon de locatiebordjes om te draaien? Of die waarbij u de zwarte ridder tegen de witte ridder laat vechten en extra kunt scoren als u het juiste heerschap hebt gesteund? Of de gelijke standen variant? Of de reset variant? Of de weddenschap variant? Of de wijsheidsvariant? Of de ‘dienstbaarheid aan de koning’ variant? Of de queeste variant? Of de liefdadigheidsvariant? Of de eenvoudige twee speler variant? Of de twee speler ‘The Real Deal’ variant? En wat gedacht van het mengen van de basislocaties met de locaties voor gevorderden?

U gaat weinig dozen vinden die u zoveel variatie voor uw zuurverdiende euro’s aanbieden.

De concurrenten op de avond van onze eerste sessie waren ‘Linko!’, Splendor en Edel, Stein & Reich (de grotere, en betere, broer van Basari). En toch stak Medieval Academy er met kop en schouders bovenuit. Dat is niet niks, dat is zelfs heel veel.

U kickt op minpunten? Ik geef u er twee. De Engelstalige spelregels worden ontsierd door Franstalige tussenstukjes die de omzetting naar het Engels glansrijk hebben weerstaan en de puntenfiches hadden iets groter mogen zijn. Ze kunnen mijn liefde voor dit spel niet blussen.

U schept altijd zo graag op over uw spellenradar? Zorg ervoor dat deze er niet onderdoor vliegt.

Dominique

 

Medieval Academy

Blue Cocker Games

Nicolas Poncin

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

 

Goede heksen, slechte heksen en een veldmuis met zonnebril.

In ‘The Card Game of Oz’ (1 tot 4 spelers) probeert u als auteur – het is een keertje iets anders – karakters, locaties, voorwerpen en gebeurtenissen uit ‘The Wonderful Wizard of Oz’, het legendarische boek van L. Frank Baum, aan elkaar te linken zodat er een mooi verhaal ontstaat. Dat doet u door te dobbelen en kaarten (uit een gemeenschappelijke stapel) aan locaties uit te spelen. Uw dobbelresultaat bepaalt hoeveel kaarten u mag trekken en uitspelen en hoever u uw karakters langs de locaties, zes in totaal, kunt verplaatsen.

Uiteraard speelt u voor overwinningspunten. Die krijgt u voor de karakterkaarten die u tijdens het spel hebt uitgespeeld, eventueel opgepompt met objecten, magie, effecten en de invloed van locaties. Ze worden uitgedeeld van zodra een spelen een sleutelfiguur uit het boek op het eind van het locatiespoor heeft geplaatst.

Het einde van het spel bepaalt u zelf door een zogenaamd prime karakter op de “The End” kaart op het einde van uw avonturenspoor te plaatsen. Daar moet u erg goed mee oppassen want dat karakter gaat dan niet bijdragen aan uw eindscore. Soit, karakters die zich tijdens de aftiteling op het locatiespoor bevinden leveren u wel punten op. Wie er het meeste heeft verzameld wint.

The Wizard of Oz, al jaren ben ik erdoor gefascineerd. En het is nog erger geworden sinds het verschijnen van de licht verontrustende en ontregelende roman “Wicked” van Gregory Maguire, Geen wonder dat mijn spelershart een vreugdesprongetje maakte toen dit spel onverwacht op de deurmat plofte.

Het genieten begint al bij het openen van de, verrassend grote, doos. Wat daarin zit is gewoonweg sprookjesachtig prachtig: de kaarten, de locaties, de speciale dobbelstenen, de niet verwachte extraatjes en de verhaaldoosjes waarin u de storypacks kunt bewaren. Het mooiste artwork dat ik ooit in een spel heb gezien, beste medespeler, bevindt zich in The Card Game of Oz, en dan vooral op de grote locatiekaarten. Mijn mond, toch het een en ander gewend, viel gewoon open van verbazing.

U hebt wel wat werk om de juiste kaarten voor de vier verhaallijnen (storypacks) uit te zoeken, maar de schoonheid van het bovengenoemde artwork compenseerde dit monnikenwerk ruimschoots.

Op schoonheid alleen kan een spel uiteraard niet teren, dus maar onmiddellijk de tanden gezet in storypack 1.

Ik was aangenaam verrast.

Zo’n storypack is samengesteld uit locatielaarten, waarvan er bij spelaanvang zes willekeurig worden uitgelegd, en een corresponderende kaartendeck.

Liggen het wandelpad en de goed geschudde trekstapel klaar begint de pret.

Het dobbelen voor de “story points” op zich, een steeds terugkerend ritueel als uw beurt begint, is al een aangename bezigheid. U hebt die actiepunten immers nodig om kaarten uit te spelen, locaties te wijzigen en uw karakters te bewegen richting “The End”, waar hopelijk de overwinning op u ligt te wachten. U begint met vier blauwe basis dobbelstenen en u mag deze voorraad met een gouden exemplaar aanvullen per karakter dat u al in het spel hebt gebracht. Daarbovenop mag u per kaart die u aflegt (archiveert) ook een extra gouden dobbelsteen gooien. Het maximum aantal dobbelstenen is tien, vier blauwe en zes gouden. De blauwe dobbelstenen zorgen ervoor dat u altijd minstens één klaproos, het symbool voor een actiepunt, gooit. Mooi.

Met die klaproosjes gaat u aan de slag.

U kunt ze gebruiken om kaarten van de stapel op hand te trekken (één per kaart), een karakter naar keuze naar een aangrenzende locatie te begeven, locaties om te wisselen met locaties uit de voorraad (twee klaproosjes per locatie) en kaarten uit de hand te spelen. Niet gebruikte klaproosjes gaan op het einde van uw beurt reddeloos verloren.

Erg leuk: de gebeurteniskaarten, die u na betaling – u mag meer betalen om te bluffen – gedekt voor u mag leggen om ze later in het spel op elk moment te activeren. Onmiddellijk open spelen mag ook, maar ik heb ondervonden dat een goed getimede druk op uw tegenstander wonderen kan doen. Vooral zijn onwetendheid, zeg maar angst, doet hem met de rem op spelen en dat is erg leuk voor u.

Wat dit erg interactieve spel ook zo leuk maakt is dat u het gevoel hebt dat u op elk moment kunt winnen, al lijkt de situatie hopeloos. Na enkele sessies weet u ongeveer welke kaarten zich in de stapel – u kunt kiezen uit vier verhaallijnen, samen goed voor meer dan 230 kaarten – bevinden en waar u naartoe kunt werken om enige kans op slagen te hebben. En zoals al aangegeven kan een gedekte gebeurteniskaart die op het juiste moment wordt geactiveerd wonderen doen.

Ook erg interessant is het handmanagement, gekoppeld aan de wetenschap dat kaarten die werden afgelegd later weer in het spel kunnen opduiken. Ervaren Oz bezoekers weten daar dan ook heel slim mee om te gaan.

Voor de deckbuilders onder ons: u kunt naar believen een eigen storypack samenstellen, een eigen verhaallijn als het ware. Het is eens wat anders, een gemeenschappelijke trekstapel bouwen. Meestal doet u dat alleen voor uzelf.

The Card Game of Oz schittert als tweespeler spel. Met drie of vier hebt u moeite het overzicht te bewaren en durft het einde zich al eens abrupt aandienen. Nee, u moet hier echt voor het duel gaan. Dan geniet u maximaal.

En als u verliest hebt u lekker kunnen genieten van de schoonheid en de steeds weer wisselende verhaallijn waarover u na afloop nog eens lekker met uw tegenspeler(s) kunt napraten. “Gezien hoe die veldmuizen en hun koningin mij te hulp schoten en hoe ik de boerin tactisch bij die boerderij heb uitgespeeld, om haar vervolgens met de uitschuifbare ladder kosteloos samen met de blikken man en Eleanor Kemp naar de troonzaal van de Grote Oz te verplaatsen, waarna mijn Munchkin baby mij het broodnodige halve punt bezorgde voor de overwinning?.” Dat zijn het soort discussies die zich na afloop aan uw keukentafel ontvouwen.

Als u zichzelf wil trainen kunt u de solovariant aansnijden waarin u binnen een aantal opgegeven beurten zoveel mogelijk punten moet proberen te halen. Verrassend leuk, deze variant.

Hou geen rekening met de opgegeven speeltijd van 20 minuten. Drie kwartier tot een uur komt eerder in de buurt. Gelukkig staat langer spelen hier gelijk aan langer genieten.

U hoeft geen fan van het Oz universum te zijn om hiervan te kunnen genieten. Misschien geniet u zelfs nog meer als u uw eerste verwonderde stappen zet in deze eigenaardige, sprookjesachtige wereld.

Nieuwe storypacks zijn op komst. Ik kan nu al niet wachten.

Toeslaan!

Dominique

 

The Card Game of Oz

Game Salute / Orion’s Bell, 2014)

James C. O’Connor

1 tot 4 spelers vanaf 14 jaar

20 minuten

 

Superstar

Händler der Karibik, een heerlijk kaartspelletje dat al enkele maanden logeert in mijn binnenzak, heeft sinds kort het gezelschap gekregen van een nog verslavender soortgenoot: Star Realms.

Star Realms is een verfrissende deckbuilder. Verfrissend omdat u hier geen belachelijke overwinningspunten moet verzamelen maar gewoon uw tegenstander(s) moet doodknijpen. En dat is veel en veel leuker. Deze aanpak verplicht u ook het fenomeen deckbuilden op een heel andere manier te benaderen.

Au fond is Star Realms een deckbuilder voor twee spelers die zich afspeelt in een sterrenstelsel dat in broos evenwicht wordt gehouden door vier facties: de Star Empire, de Machine Cult, de Blob (mijn favoriet) en de Trade Federation.

Broos is het sleutelwoord. U zou immers uw eigenste zelve niet zijn als u niet de volledige heerschappij over het heelal zou nastreven, en u trekt dus vrolijk ten strijde. Zelf behoort u niet echt tot een bepaalde factie, maar u bent een geboren opportunist en u zult het niet nalaten hen allemaal te gebruiken wanneer het u goed uitkomt. Wàt u ge(mis)bruikt zijn hun ruimteschepen en basissen.

Die feitelijke vereniging Star Empire bijvoorbeeld, daar doet u beroep op als u het neusje van de zalm zoekt wat betreft slagvaardige ruimteschepen, die u ook nog eens toelaten uw strategisch vernuft ten volle tentoon te spreiden (handmanagement).

Of u gaat even langs in de toonzaal van de Trade Federation, een relatief vredelievende factie die vooral steunt op handel (belangrijk voor uw aankoopbeleid) en een meer dan bevredigende sociale gezondheidszorg (helende krachten). Heel handig als uw vloot beurt na beurt aan flarden wordt geschoten.

Of ziet u het liever smerig en onvoorspelbaar? Dan moet u beroep doen op de Blob, een volledig organische, uiterst agressieve en erg onwelriekende gemeenschap waarin zelfs de ruimteschepen en basissen volledig uit levende organismen bestaan.

De Machine Cult tenslotte blinken uit in mechanische optimalisatie. Lees: het optimaliseren van uw gebuild deckje.

Het tot moes herleiden van uw tegenstander(s) is, zoals eerder aangegeven, uw enige doel.

Om dat doel te bereiken stelt speelt u een dodelijk deck samen. Beginnen doet u met 8 scouts, die u enkel van geld voorzien, en 2 vipers die elk 1 schade toebrengen aan uw tegenstander. De teller van uw levenspunten, hier authority points genoemd, staat bij aanvang op 50. Dat lijkt veel, maar is het niet. Als er een spel is waarop de woorden smelten, sneeuw en zon – u kent het spreekwoord wel – van toepassing zijn is het Star Realms.

Uw deck opwaarderen doet u door sterkere kaarten (ruimteschepen en basissen) te kopen op de markt, een rij van 5 openliggende kaarten die steeds worden aangevuld uit een voorraad van 80. Explorers zijn er ook altijd in de aanbieding, voor 2 goud.

En dan wordt het pas echt leuk.

Uw schepen en basissen hebben immers eigenschappen: primaire en secundaire en zelfs nog een tertiaire, die hier scrapen wordt genoemd.

De primaire eigenschappen worden onmiddellijk geactiveerd bij het uitspelen, de secundaire enkel indien er kaarten van eenzelfde factie werden of worden uitgespeeld (voor alle facties gaan is dus niet zo’n goed idee). De scrap eigenschap kunt u enkel gebruiken als u de uitgespeelde kaart uit het spel verwijdert. Ervaren deckbuilders weten dat dit, mits goed aangepakt, een erg belangrijke activiteit is.

Uw uitgespeelde schepen en basissen bezorgen u geld, aanvalskracht, helende krachten en eventueel extra acties. En die kunt u allemaal naar believen tijdens uw beurt gebruiken. Schepen gaan na gebruik op uw aflegstapel, basissen blijven voor u op tafel liggen en ze blijven ook tijdens uw volgende beurten actief, als ze ondertussen niet uit het zwerk werden geschoten tenminste . Basissen zijn er in twee soorten, gewone en outposts. Een outpost is erg interessant want zolang ze actief is beschermt ze uw andere basissen, en vooral uzelf, tegen de aanvalsgolven van uw tegenstander.

Uw levenskracht houdt u bij aan de hand van beiderzijds bedrukte puntenkaarten met nominaties van 20, 10, 5 en 1. Er is nogal wat kritiek op het gebrek van functionaliteit bij de boekhouding van uw authority, maar ik vind het manipuleren van die puntenstapel gewoon heerlijk. En overzichtelijk, want u kunt de wegvloeiende levenssappen bij uw tegenstander aan de andere kant van de tafel moeiteloos traceren. Altijd handig als u daar verbaal op wil inspelen.

Zodra u de puntenstapel van uw tegenstander tot 0 hebt herleid wint u onmiddellijk. Dat doet zich meestal voor na een kleine 20 minuten.

Star Realms is een van de beste ervaringen die u als liefhebber van deckbuilders kan overkomen, zeker als u met z’n tweeën speelt, en al helemaal als u opziet tegen lange en irritante opzet- en afruimtijden (U mag zich aangesproken voelen, Legendary: A Marvel Deck Building Game!). Opzet- en afruimtijd samen? 30 seconden.

De eenvoudige regels, de korte speelduur (u gaat altijd voor een revanche), de originele aanpak, de prachtige illustraties, de snelheid van spelen, het speelplezier an sich en niet in het minst de mobiele mogelijkheden en de lage prijs zijn de intergalactische troeven die dit spel te bieden heeft.

Meerspelervarianten, waarvan Raid (één tegen allen, voor 3 tot 6 spelers) mijn voorkeur wegdraagt, en solovarianten zijn ruimschoots voorhanden. Voor de meerspelervarianten hebt u wel extra decks nodig, wat de solovarianten aangaat moet u even gaan grasduinen op het internet want die waren alleen beschikbaar voor de backers op kickstarter. Edoch: wie zoekt, die vindt.

Star Realms is op enkele dagen tijd in mijn persoonlijke top 2000 supersonisch opgerukt naar plaats 118. Dat kunnen er niet veel zeggen. Ik kon er ook geen enkel minpunt aan ontdekken. Dat kunnen er nog veel minder zeggen.

Loopt u mij binnenkort ergens tegen het lijf, vraag me dan even naar mijn binnenzak. Vervolgens zal ik u trakteren.

Dominique

 

Star Realms

White Wizard Games, 2013

Robert Dougherty en Darwin Kastle

2 tot 6 spelers vanaf 12 jaar

20 minuten

 

Grote Boodschap

Nooit was een songtekst meer van toepassing op een bordspel dan deze:

“Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast. Opzij, opzij, opzij, want wij zijn haast te laat, we hebben maar een paar minuten tijd. We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan.”

Herman van Veen zong profetische woorden in 1979.

Want het gezongene is wat er door u heen gaat als u ‘Give It To The King!’ een speelkans geeft.

In dit spel bent u een middeleeuwse koerier die, daar bent u heilig van overtuigd, de belangrijkste boodschap aller tijden aan zijne majesteit moet overhandigen.

Op de binnenplaats van het koninklijk kasteel aangekomen merkt u echter al snel dat u niet de enige bent die met een perkamentrol staat te zwaaien. Drie andere boodschappers staan te drummen bij de audiëntiebalie en geen van de drie – vier als u zichzelf meetelt, en dat doet u – is van plan een ander voor te laten.

De beambte van dienst is na een tijdje het geruzie zo beu dat hij u alle vier tegelijkertijd in de lange gang richting troonzaal duwt.

Wat volgt is wat Herman 25 jaar geleden al voorspelde.

Rennend, springend, vliegend, duikend, vallend en weer opstaand blijft u maar doorgaan richting troonzaal. Want zijne majesteit – u hebt weet van precedenten – is vrijgevig voor wie een belangrijke boodschap aflevert.

‘Give It To The King!’ zou geen bordspel zijn als dat rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan niet aan bepaalde wetmatigheden zou moeten beantwoorden.

Deze wetmatigheden worden in gang gezet met het gooien van een zeszijdige dobbelsteen. Vervolgens mag een speler een van zijn boodschappen – u begint met twee gedekte perkamentrollen en u krijgt er na elke ronde eentje bij – inzetten om de bewegingsfase te beïnvloeden. Hebben meerdere spelers dezelfde gedachte bepaalt de kapitein welke boodschap wordt geactiveerd. Vier mogelijkheden zijn er: het dobbelsteenresultaat wordt verhoogd met het getal op de boodschap, de actieve speler moet opnieuw dobbelen, de actieve speler mag zijn eigen boodschapper bewegen en daarna gewoon verder spelen of de actieve speler beëindigt zijn beurt na de obligate verplaatsing.

Toen u de vier mogelijkheden hierboven las hebt u mogelijk, als u die nog hebt, de wenkbrauwen gefronst. Dat gedoe rond de actieve speler bracht u in verwarring. Dat klopt. Het is immers zo dat u als actieve speler aan de beurt blijft zolang u niet uw eigen boodschapper verplaatst. Als u dat wel doet neemt de volgende speler dankbaar over.

U mag dus kiezen wie u beweegt. U moet er wel rekening mee houden dat de gang net breed genoeg is voor één boodschapper en dat u niet met z’n tweeën op dezelfde tegel mag staan. De boodschapper die voorop ligt mag ook niet worden bewogen. Daardoor bestaat de mogelijkheid dat u tijdens uw beurt niemand kunt bewegen en dan is het ook einde beurt. Bij een dobbelworp van 1 worden we geconfronteerd met The Big Jump, een aan Koninklijke hoven gekend fenomeen waarbij de laatste boodschapper plots naar voren wordt gekatapulteerd.

Zet u als eerste voet op het rode tapijt van de troonzaal krijgt u zomaar 2 goudstukken in uw handen gestopt. Handig, want om die goudstukken is het u uiteindelijk allemaal te doen.

Zodra de bende op het rode tapijt verzeilt is het zaak om zo snel mogelijk uw boodschap(pen) in de handen van de koning te droppen. Dat doet u door het troonveld met de juiste dobbelworp, of een Big Jump, te bereiken. De gelukkige krijgt het bedrag op zijn niet gebruikte perkamentrollen uitbetaald. En de booschapper die vlak voor de troon staat, die mag toch niet bewegen want die ligt op kop, zegt u? Hoe geraakt die dan bij de koning? Een goeie vraag verdient een goed antwoord: die wacht met de billen dichtgeknepen op een audiëntie, die hem spontaan wordt verleend van zodra hij weer aan de beurt is.

Na het afleveren van de belangrijke boodschap(pen) stellen de koeriers zich weer op aan de ingang, in dezelfde volgorde als die waarin ze de vorige ronde eindigden. Er wordt gekeken of er een nieuwe kapitein moet worden aangesteld (de rijkste speler), elke speler krijgt gedekt een nieuwe boodschap en een nieuwe ronde begint.

Dat doet u vijf keer waarna de goudstukken worden geteld en de rijkste boodschapper onder oorverdovend klaroengeschal uitgeleide wordt gedaan.

Die kapitein mag op het eerste gezicht een belangrijke titel dragen, zijn status brengt ook de nodige risico’s met zich mee. Zo krijgt de arme man altijd de schuld als er niet kan worden bewogen en moet hij om het goed te maken een goudstuk afgeven aan de schatkist.

Om het goud is het dus allemaal te doen en u kunt er op meerdere manieren aan geraken. Door het afleveren van boodschappen natuurlijk, maar ook door als eerste de rode loper te bereiken (2 goudstukken) en door als eerste te mogen beginnen in de volgende ronde (1 goudstuk). Als laatste een ronde eindigen is dus nog altijd beter dan in de middenmoot. Vergeet dit niet als u zwaaiend met uw perkamentrollen dit paleis betreedt.

U moet ook incalculeren dat u gebruikte boodschappen op het einde van een ronde weer kunt deactiveren door een goudstuk aan de schatkist te betalen. Daardoor worden ze weer inzetbaar, hetzij als actie, hetzij als bron van inkomsten als u erin slaagt ze bij zijne majesteit af te leveren.

‘Give It To The King!’ is een leuk tussendoortje, met voldoende chroom om uw aandacht niet te laten verslappen. U wordt immers geconfronteerd met enkele interessante afwegingen. Ga ik proberen al mijn boodschappen af te leveren of gebruik ik ze om mijn bewegingen en die van mijn tegenspelers te beïnvloeden? Wie beweeg ik wanneer? Hoe zit het met de beurtvolgorde? Probeer ik zelf zo lang mogelijk aan de beurt te blijven of niet? Wacht ik af en gok ik op het juiste moment op The Big Jump?

Jammer dat de niet kickstarters verstoken blijven van de prachtige speelfiguren. Zij moeten het doen met kartonnen fiches in plastic houdertjes. Op zich niet echt erg maar in dit geval kan de eendimensionale winkeleditie een driedimensionale omzetting goed gebruiken. Het is allemaal niet echt opwindend wat er op tafel ligt – als u het al ziet liggen – en u gaat van goeden huize moeten zijn om uw medespelers te overtuigen hiermee aan de slag te gaan.

Pimpen is dus de boodschap.

Dominique

 

Give It To The King!

The Flux Capacity, 2013

François Valentine

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten