De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 7

Vermisten van het jaar

CASTLES OF MAD KING LUDWIG (Bezier Games, Inc.)

Ean fascinerend figuur, die koning Ludwig, weliswaar met een fascinerend steekje los. Gun uzelf een cadeautje en lees zijn biografie.

De bizarre gebeurtenissen rond zijn dood hebben nog steeds hun geheimen niet prijsgegeven, net als de bizarre redenen waarom essentiële onderdelen van dit spel spoorloos zijn verdwenen. Geen insert, geen ziplocks, geen lekkere stevige componenten en geen handig spelregelboekje.

Gelukkig compenseert het spel zelf ruimschoots het gemis.

Kastelen bouwen doet u hier, enkel en alleen om punten te scoren.

Willekeurig aangeboden kamers, bepaald aan de hand van getrokken corresponderende kaartjes en toegewezen aan een steeds wisselende bouwmeester die hun aankoopprijs bepaalt (en hopelijk uiteindelijk ook int) gaan uiteindelijk de werf van de kopers in. Die leveren bij aanbouw punten op, al dan niet opgepompt door de aanwezigheid van aangrenzende kamers. Sommige vertrekken ziet Ludwig echter liever niet in elkaars buurt, waardoor u puntenaftrek incasseert.

Geheime bonuskaarten en openbare bonusfiches leveren ook nog eens extra prestige op, en als u tot het summum van de laat 19de eeuwse binnenhuisarchitecten behoort kunt u ook door het handig voltooien van kamers – er blijft geen tochtgat open – leuke bijkomende acties verdienen.

Gaat u liever ondergronds kunt u ook extra aandacht besteden aan de kelderverdieping die, als u het heel slim speelt, ook nog eens extra punten genereert.

Trappen en imposante brede gangen laten u toe het maximale uit Ludwigs expansieve opdracht te halen.

Castles of Mad King Ludwig is, in tegenstelling tot Suburbia van dezelfde auteur, wél leuk. Ook hier houdt u best een oogje op wat uw tegenspelers in de steigers hebben staan, maar het is allemaal wat overzichtelijker en minder determinerend.

Mij deed het spel een beetje aan Big City denken, een van mijn lieverdjes. Vooral dat scoren bij elke beurt, afhankelijk van wat er zich in de buurt bevindt vind ik erg lekker. Een beetje slim bouwen, die bonuskaarten in de gaten houden en als bouwmeester maximaal cashen uit het aanbod dat u uw collega architecten voorschotelt zijn andere leuke spelelementen.

In tegenstelling tot wat ik vreesde duurde de aanbodfase niet echt lang, al zult u beurtanalisten af en toe wel moeten aanporren.

Castles of Mad King Ludwig is ook nog eens erg leuk met z’n tweeën, altijd meegenomen.

En als u niet wint kunt u nog altijd gaan voor een, weliswaar niet officiële, schoonheidsprijs. Zo voelde ik mij na mijn laatste sessie, die ik trouwens zwaar verloor, echt wel de morele winnaar. Zo schril stak mijn sprookjeskasteel af tegen het gedrocht van mijn tegenstander.

Puntenaftrek voor de prijs, die door het spelmateriaal en de hoger aangehaalde vermisten totaal niet kan worden verantwoord.

Maar speelplezier? Jazeker!

Dominique

 

Castles of Mad King Ludwig

Bezier Games, Inc. (2014)

Ted Alspach

1 tot 4 spelers vanaf 13 jaar

90 minuten

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 6

Verweesde van het jaar

SPYFALL (HOBBY WORLD): de spion

Zit u daar, als spion in een groot gezelschap, op een locatie waarvan u geen flauw benul hebt.

Uw gezelschap weet duidelijk wel waar dit verhaal zich afspeelt en laat dat ook duidelijk aan elkaar weten, zij het met omwegen. Ze weten immers dat u aanwezig bent, wat u van plan bent en ook dat u ruim in de minderheid bent. Alleen weten ze niet hoe u eruit ziet. 

Zelf probeert u, als men u aanspreekt, met de moed der wanhoop de discussie mee aan de gang te houden, daarbij hopend dat u zo laat mogelijk bij de besprekingen wordt betrokken. Want als u weet waar u zich bevindt en u maakt dat kenbaar, is uw missie geslaagd en hebt u gewonnen.

Heeft iemand in het gezelschap echter een vermoeden over uw echte identiteit en komt het tot een stemming die u ontmaskert kunt u uw ‘license to kill’ badge op uw buikje schrijven. Snelheid is dus geboden.

Medespeler, Spyfall is het spel waarmee ik het meest heb gelachen in 2014. Schuddebuiken deed ik. 

Locatiekaarten (denk aan duikboten, casino’s, scholen, militaire basissen enz.), gekoppeld aan een karakter dat op die locatie een beroep uitoefent, een spionkaart en een briljant idee, meer hadden ze bij Hobby World niet nodig om dit heerlijke praatspelletje uit de Russische hoed te toveren.

Dolle pret gegarandeerd, zowel voor de spion als voor de spionzoekers, en altijd weer dat gelach aan tafel. Daar doet een spelende mens het uiteindelijk toch voor. 

U gaat trouwens nooit het moment vergeten waarop u voor de eerste keer als spion met de zege aan de haal gaat. Meer waard hoor dan een – ik zeg maar iets – klinkende overwinning van Die Staufer.

Dominique

 

Spyfall

Hobby World / Rebel.pl (2014)

alexandr Ushan

3 tot 8 spelers vanaf 12 jaar

15 minuten

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 5

Beschaving van het jaar

Men meet een beschaving af aan haar verwezenlijkingen.

Die van ons?

Touchscreen-handschoenen. Voor in de winter.

I rest my case.

Hoe ver staan we eigenlijk qua beschavingsgraad, medespeler? Hebt u daar al eens over nagedacht? Zou het grote streven van een beschaving niet moeten zijn dat we naakt en hand in hand in een weelderinge natuur en in een conflictloze wereld, weliswaar met een stapel spellen onder de arm, vrolijk door het decor huppelen? Weer naar de Tuin van Eden als het ware? Zouden alle volkeren der aarde daar niet naartoe moeten werken?

Het zou wat zijn.

En als we dan toch perse oorlog willen voeren, volkeren onderdrukken en hun onbezoedelde cultuur vervuilen met touchscreen-handschoenen, zouden we dat dan beter niet doen aan de speeltafel, waar het allemaal geen kwaad kan?

Misschien een gouden tip voor onze wereldleiders?

Ik zou ze in elk geval Historia aanraden, de wereldleiders. Het beste beschavingsspel dat in 2014 is verschenen.

Ze waren goed bezig in 2014, de Italiaanse ontwerpers. Later in deze Award uitreiking zal dat nog uitvoerig worden geïllustreerd.

In Historia, de naam zegt het zelf, gaat u de geschiedenis herschrijven. U moet dat weliswaar doen binnen de courante lijntjes die in dit spelsegment voor u worden getrokken. Dat betekent militair ontwikkelen en oorlog voeren, uw algemene kennis vergroten en uitbreiden ten koste van uw medemens. Historia geeft u de mogelijkheid door middel van een eenvoudig simultaan kaartgestuurd spelmechanisme, een duidelijke en overzichtelijke iconografie en het gebruik van slechts één grondstof (uw houten blokjes) een erg leuk ontwikkelingstraject van 12.000 jaar af te leggen.

Het managen van uw actiekaarten – u krijgt ze niet zomaar weer op hand – en uw grondstoffen vormt de grootste uitdaging in dit spel. Op een slim uitgekiend raster worden de militaire en civiele ontwikkelingen overzichtelijk bijgehouden waardoor u te allen tijde weet waar u, in vergelijking met uw tegenstanders, aan toe bent.

Ook interessant is dat de militaire conflicten, uitgevochten op een mini wereldkaart, een stuk minder determinerend en uitgesproken zijn dan die bij de concurrenten, iets wat deze jongen zeer erg toejuicht.

Bent u een eenzame medespeler kunt u ook met de voortreffelijke en erg gestroomlijnde solovariant aan de slag, waarin zogenaamde Civbots u het vuur aan de schenen komen leggen. U kunt zelfs hun moeilijkheidsgraad instellen en, indien gewenst, een meerspeler sessie met hun aanwezigheid verblijden. Reken echter niet op een wandelingetje in het park.

Prima materiaal, een overzichtelijk en functioneel spelbord en een nog veel overzichtelijker speelduur – dat stapje heeft Historia dan ook weer voor op de grote groep concurrenten – maken de klus helemaal af.

Historia verdient dan ook niet anders dan de Award voor de beschaving van het jaar binnen te slepen. Niet alleen van 2014, wat mij betreft ook van de jaren ervoor.

Dominique

 

Historia

Gigamic / Giochix.it / Golden Egg Games (2014)

Marco Pranzo

1 tot 6 spelers vanaf 14 jaar

120 minuten

 

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 4

Conflict van het jaar

SEPTIKON: URANIUM WARS (HOBBY WORLD)

Zo begon ik mijn Spiel 2014 voorbeschouwing over Septikon: Uranium Wars:

“In ‘Septikon: Uranium Wars’, een bordspel voor 2 spelers, baat u een zwaar bewapend mijnstation uit op een asteroïde. Die herbergt namelijk uranium. Een andere maatschappij heeft echter ook haar oogje laten vallen op uw lucratieve graafwerken en – het geeft in elk geval het voordeel van de duidelijkheid – valt u gewoon aan. Dat houdt in dat u al van verre raketten en fotontorpedo’s op u ziet afkomen. Gelukkig hebt u nog tijd om uw verdedigingsschilden te activeren en uw agressor een koekje van eigen deeg te geven.

Ondertussen blijft u maar door ontginnen want u hebt uw uranium nodig voor alles wat uw mijnstation draaiende houdt, dus ook voor het aanvallen van uw opponent.

Al het werk laat u aan uw zelf gekweekte klonen over. Zelf houdt u zich bezig met de supervisie vanop uw zwaar beveiligd hoofdkwartier.”

De via Kickstarter gepimpte versie – met onder andere 3D clonen, satellieten, ruimteschilden, biodrones, gewone en van een kernkop voorziene raketten en een stapeltje actiekaarten – is ondertussen in de winkels verschenen.

Ik steek maar gelijk van wal, medespeler. Een ab-so-lu-te aanrader.

Uw mijnstation, ingedeeld in vier grote modules, als daar zijn grondstof opslagplaatsen, wapendepots, wapensystemen en productie-eenheden, is dan ook één grote speelplaats voor de agressieve ruimtevaarder.

Vandaar dat men u aan het hoofd van deze onderneming geplaatst heeft natuurlijk. 

De grondstoffen vormen de ruggengraat van uw basis. Zuurstof hebt u, behalve nodig om te ademen, ook nodig om extra klonen te produceren, die u dan weer niet kunt missen omdat zij alle noodzakelijke handelingen beheersen die nodig zijn om de hoger genoemde modules te doen draaien. Meer zelfs, het infiltreren van het mijnstation van uw tegenstander werd ook in hun genetische aanleg geprogrammeerd. Samengevat: zij doen, op bevel uiteraard, alles voor u. Handig. En veilig.

Biomassa kunt u gebruiken om spionnen op uw tegenstander af te sturen en een gerichte aanval op de productiezone – extreem beveiligd – van uw tegenstander uit te voeren.

Uranium is waar het uiteindelijk om draait. Onontbeerlijk als u een kernraket richting overkant wil sturen, maar ook erg handig om uw station van de nodige energie te voorzien. Energie die u nodig hebt om bijvoorbeeld – ik zeg maar iets – uw verdedigingsschilden en laserkanonnen operationeel te houden. En uranium is blijkbaar ook erg lucratief, want het is de inzet van het conflict dat u hier zit uit te vechten.

Metaal hebt u nodig om herstellingswerken aan uw basis uit te voeren. U moet er sowieso van uit gaan dat uw tegenstander gaatjes in uw gebouwen gaat slaan, al dan niet op cruciale plaatsen. Een mobiele eenheid die snel reparaties kan uitvoeren, en over de nodige voorraad herstelmateriaal beschikt, strekt dan zeer tot aanbeveling. Een gouden tip, medespeler: bescherm uw metaal opslagplaats te allen tijde en zorg voor een constante aanvoer.

Satellieten lanceert u enkel en alleen om inkomende projectielen of landingscapsules te neutraliseren of te onderscheppen. Laservuur komt er jammer genoeg wel doorheen.

Schilden houden laservuur dan weer wel tegen, maar gebruiken bij elke activatie energie. En laat nu net het op peil houden van uw energievoorraad een van uw grootste aandachtspunten zijn.

Raketten, al dan niet voorzien van een kernkop, kunnen mits een goede baanberekening en een beetje geluk, aanzienlijke en vooral diepe schade aanrichten in de basis van uw tegenstander.

Biodrones propt u in een landingscapsule, hopend dat ze landen op een strategisch gevaarlijke plaats in het mijnstation van uw tegenstander, bij voorkeur in een van de grondstofopslagplaatsen.

Spionnen doen wat hun naam zegt: infiltreren en spioneren. En slaagt u erin ze te bewapenen met enkele staven dynamiet kunnen ze heel wat schade in de basis van uw tegenstander aanrichten.

Schutters zijn klonen die zich naar het oppervlak van uw asteroïde begeven om vandaar uw aanvallende acties uit te voeren: lasers afvuren, raketten lanceren, biodrones uitzenden, sattelieten en schilden in een baan om uw asteroïde brengen enzovoort.

In principe kan u slechts één actie doen tijdens uw beurt en wat u kunt doen wordt bepaald door de zogenaamde Random Number Generator, lees: het gooien van een zeszijdige dobbelsteen. Die generator zal u regelmatig dwarszitten. het is dan ook zaak uw klonen zodanig te plaatsen en te maneuvreren dat u te allen tijde uw potentiële opties optimaliseert.

U hebt het al begrepen, u hebt enorm veel te doen.

U speelt tot uw tegenstander niet meer kan terugslaan of ootmoedig de handdoek in de ring gooit. U kunt vooraf ook een aantal schadepunten afspreken, waarbij de eerste speler die zoveel schade oploopt deemoedig het hoofd moet buigen. In de spelregels wordt deze aanpak trouwens voor uw eerste kennismakingsspel aangeraden, tot 15 schadepunten meerbepaald.

Medespeler, ik heb nog nooit een spel gespeeld waarvan het spelbord na het openklappen zo overweldigend was – zo overweldigend zelfs dat ik het gelijk weer in de doos wou kieperen – en achteraf zo intuïtief in gebruik bleek. In een wipje hebt u de verschillende functies van uw mijnstation in de vingers en kunt u aan de ‘slag’.

Het materiaal waar u mee aan de slag mag is ook niet te versmaden. Vooral de satellieten springen in het oog. Prachtig vormgegeven en heel wat sfeer aan de setting toevoegend, net als de biodrones, uw klonen, de schilden en de raketten. Voor de grondstoffen werden grote gekleurde houten blokjes gebruikt, heel functioneel en overzichtelijk.

Een gouden raad als u dit speelt: geef nooit op! U kunt vanuit een ogenschijnlijke verloren positie terugkomen en alsnog winnen.

Nog leuker wordt dit als u geluidjes maakt bij het afvuren van uw laserkanonnen, het inslaan van uw (kern)bommen of het ontschepen van uw biodrones. Ook voor het activeren van productiemodules heb ik ondertussen een heel eigen geluidspallet ontwikkeld. U zou mijn speciale ‘bliep’ moeten horen als ik biomassa in zuurstof omzet.

Dominique

 

Septikon: Uranium Wars

Hobby1World / Igrology (2014)

Konstantin Seleznev

2 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

 

 

 

 

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 3

Uitbreiding van het jaar

CORE WORLDS: REVOLUTION (STRONGHOLD GAMES)

Na de Galactic Orders uitbreiding, die op zich al dik in orde was, werd deze tweede fijntrimmer – waarschijnlijk ook gelijk de laatste – aan het speelplezier toegevoegd.

Ontwikkelingen, tactische helden decks (die het inzetten van helden een geheel nieuwe en erg leuke dimensie geven), revoluties, nieuwe gebeurteniskaarten, een nieuwe wereld en een bordje voor de stockage van de gebeurteniskaarten en ontwikkelingskaarten zijn de elementen die deze uitbreiding aan het basisspel toevoegt. Heel belangrijk: zonder het spel te vervuilen met een overdaad aan extra regeltjes.  

Deze uitbreiding kan zelfs moeiteloos samen met de Galactic Orders expansie worden geïntegreerd in het Core Worlds universum, een universum waar het fijn toeven is.

Onder andere een kleine 100 prachtig geïllustreerde kaarten vindt u in dit doosje, met een tekst opdruk waarvan vele spellen een lesje kunnen leren – ik kijk vooral naar jou, Imperial Settlers! U hebt echt geen leesbril nodig om hiermee aan de slag te gaan.

Zoals eerder aangegeven lijkt hiermee het Core Worlds universum te zijn voltooid, al weet een mens nooit natuurlijk.

Ik ben door de band niet zo voor uitbreidingen, maar deze is een voorbeeld van hoe het absoluut moet.

Dominique

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 2

Triootje van het jaar

Het triootje van het jaar komt niet uit het filmisch meesterwerk ‘Graf Porno bläst zum Zapfenstreich’, maar wel uit de werkstatt van NSV (Nürnberger-Spielkarten-Verlag GmbH).

Het triootje bestaat uit Kuhlorado, Kuh Vadis en Zum Kuhkuck, een kaartspelletje en twee dobbelspelletjes. Alle drie zijn bestemd voor twee spelers. Wie het Duits een heel klein beetje beheerst heeft ondertussen al door dat koebeesten als rode draad door deze spelletjes lopen.

In KUHLORADO probeert u middels het gooien van twee zeszijdige dobbelstenen randvelden, drinkplaatsen en aaneengesloten gebieden te creëren. Het spelbordje is een blaadje papier dat u van een stapeltje scheurt. Daarop staan koeien, troggen en cijfers van 1 tot 5 afgebeeld.

Tijdens uw beurt mag u tot twee keer dobbelen. Dobbelt u twee koeien moet u twee koevelden op het terrein markeren. Dobbelt u twee getallen moet u een van die getallen kiezen en een overeenkomstig vrij getalveld markeren. Een koe en een getal gedobbeld? Dan markeert u een koe- of het overeenkomstig vrij getalveld. U mag dan ok beide velden markeren, maar dat kan alleen als er zich één vrij veld tussen beide velden bevindt.

Trogvelden zijn te allen tijde taboe.

Zodra alle koevelden bezet zijn eindigt het spel.

Hebt u de meeste randvelden bezet verdient u 3 punten. Bezit u de meeste velden aan de drinkplaatsen (horizontaal en verticaal aangrenzend) krijgt u punten afhankelijk van de grootte van de trog: 2 punten voor een kleine en 4 punten voor een grote. Tenslotte scoort u nog voor uw aaneengesloten gebieden: vanaf 5 velden levert u dat 2 punten op, vanaf 10 zijn dat er 5, vanaf 15 krijgt u er 12 en vanaf 20 mag u 20 punten bijschrijven op uw konto.

In KUH VADIS gaat u met vijf dobbelstenen aan de slag. Daarmee probeert u al dobbelend drie vooraf bepaalde randvelden door een ononderbroken rij geclaimde velden met elkaar te verbonden. Ook hier is het speelveld een velletje papier dat u van een stapeltje scheurt.

Hier mag u tot drie keer dobbelen tijdens uw beurt. Wat en hoeveel u herdobbelt mag u vrij bepalen.

Dobbelt u minstens twee koeien of drie dezelfde getallen mag u eender waar op het speelveld – alleen voorgedrukte koeien of cijfers van 1 tot 5 hier – een vrij koeveld of een corresponderend vrij getalveld markeren. Als u vier koeien of dezelfde getallen dobbelt mag u nog een keertje, maar u als u een tweede veld wil markeren moet dat grenzen aan het eerste gemarkeerde veld in die beurt.

Wie als eerste zijn drie startvelden met elkaar verbindt is de winnaar. Indien een speler erin slaagt de andere in te sluiten kan de tweede enkel nog een gelijkspel afdwingen door op zijn beurt zijn tegenstander in te sluiten.

In ZUM KUHKUCK moet u met kaarten aan de slag.

Op die kaarten: rode laarsjes, gele koebellen, groene melkkrukjes, blauwe melkkannen en paarse koeborstels, 11 van elk. Verder nog 5 stroomkaarten en 1 score overzichtskaart.

Spelconcept: op tijd stoppen of roemloos ten onder gaan.

Beginnend met een startkaart op hand trekt elke speler er om beurt eentje bij. Van zodra een speler minstens 5 kaarten op hand heeft – de handlimiet is 20 – kan hij ervoor kiezen om te  scoren in plaats van een kaart bij te trekken. Hij legt dan al zijn kaarten af en geeft aan welke kleur (voorwerp) hij wil scoren. Hij scoort dan voor elke afgelegde kaart een punt en voor de elke kaart van de bestemde kleur twee. Dat wordt genoteerd op een handig scoreblaadje. Elke speler kan elke kleur slechts één keer scoren in het spel. Trekt de speler tijdens zijn beurt een stroomkaart wordt hij geëlektrocuteerd en moet hij al zijn handkaarten, inclusief de stroomkaart, afleggen.

Het spel eindigt onmiddellijk van zodra elke speler in elke kleur heeft gescoord. Dan worden nog bonuspunten toegekend a rato van 10 voor de speler die in de 5 kleuren het hoogst scoorde. Wie daarna het meeste punten heeft verzameld wint.

Stuk voor stuk leuke spelletjes levert Reinhard Staupe hier af, ideaal voor koppeltjes die op reis of even snel tussendoor een luchtig dobbel- of kaartspelletje willen bezigen.

De spelregels van dit trio zijn poepsimpel en op een minuutje uitgelegd, ze duren alle drie niet langer dan een kwartiertje en ze zijn bovenal erg leuk om te doen, ondanks de aanwezigheid van de relatief hoge geluksfactor.

De voorgedrukte terreinblaadjes van de beide dobbelspelletjes zorgen voor meer dan voldoende afwisseling maar u gaat ze wel moeten kopiëren om deze afwisseling te behouden. Of u kunt markeersteentjes gebruiken.

Speelt u graag luchtige en tactische dingetjes voor twee kunt u gerust toeslaan. Uit ervaring kan u meegeven dat het nooit bij één partijtje blijft.

Dominique

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 1

Spel(len) van het jaar

Laat ik maar gelijk het vizier scherp stellen.  De beste spellen van ‘De Tafel Plakt!’, verschijningsjaar 2014, zijn de spellen waaraan ik het meeste plezier heb beleefd.

In 2014, medespeler, heb ik heel veel genotservaringen mogen ontlenen aan veel spellen. Dat is eigenlijk een beetje jammer, want dat maakte het kiezen van de uitspringers niet eenvoudig. De nipte afvallers voor de top vijf die hieronder volgt komen gelukkig later in de Award uitreiking nog ruim aan bod. En daar zitten enkele niet voor de hand liggende verrassingen tussen.

Maar een man moet doen wat hij moet doen. Dus hieronder volgen de vijf laureaten.

Plaats één, spel van het jaar 2014 van ‘De Tafel Plakt!’:

RATTLEBONES (RIO GRANDE GAMES)

Een dobbelgestuurd loopspel godbetert.

Maar wàt een gestuur met die lekker grote en moduleerbare dobbelstenen.

Altijd leuk, altijd weer anders en altijd inslaand als een bommetje met wie ik dit speel, zowel bij gelegenheidsspelers als veeleisende veelspelers.

Kwam pas laat op het jaar tevoorschijn maar is ondertussen ten huize van niet meer van tafel weg te denken.

In tegenstelling tot wat u na uw eerste spelbeurt denkt is er geen ideale strategie. Dat heb ik ondertussen wel ondervonden. Spelers die na hun eerste Rattlebones ervaring handenwringend op de trein begonnen te spelen werden genadeloos ingemaakt door de aandelen rush. De aandelen liefhebbers werden later op hun beurt dan weer de loef afgestoken door de sterrenplukker. Die aanpak werd vervolgens deskundig de grond in geboord door de naakte punten benadering en die werd op zijn beurt dan weer zwaar geschoffeerd door de ‘herdobbel en verhoog daarmee je kansen’ logica. Ook de ‘positie op het scorespoor punten generator’ speltechniek heb ik dit spel winnend zien afsluiten. Risicovol, maar ook haalbaar is de gokstrategie. En goud, het smeermiddel bij uitstek, kan u ook erg behulpzaam zijn.  Ik heb spelers zien winnen die het hele spel slechts één dobbelsteen gebruikten tijdens hun beurt. Ik heb er zien winnen die bijna altijd minstens twee of drie dobbelstenen mochten inzetten. En ik heb geen enkele speler aan tafel gehad die dit niet leuk vond.

En dan heb ik het nog niet gehad over de combo’s tussen de hoger genoemde strategieën, bijvoorbeeld de sterrenplukker aanpak door een 9 pips gebruiker. Oppassen voor dit sujet is de boodschap.

Ik geef weer teveel prijs.

Meer info? Lees mijn oordeel, dat u terugvindt in de rechterkolom bij de spelbesprekingen van 2014.

Plaats twee: IMPULSE (ASMADI GAMES)

Hands down on number two.

Sinds Glory yo Rome en Innovation hou ik de heer Carl Chudyk nauwlettend in de gaten. Dat loont, zo bleek ook weer in 2014.

Met Impulse laat Carl nog maar eens zien wat voor ingenieuze ontwerper hij is.

Lelijk als de nacht is dit, waarbij veel bling bling werd ingeruild voor pure functionaliteit. Een schoonheidsprijs gaat dit ruimte-avontuur dan ook nooit winnen. Maar qua speelplezier laat dit kaartspel het gros van wat verscheen in 2014 ver achter zich.

Door als eerste 20 punten te verdienen uzelf in de intergalactische annalen katapulteren, daar is het u hier om te doen. Dat doet u door – vanuit uw thuisbasis – een aanvals- en transportvloot op te bouwen, to boldly go where no man has gone before, ertsen te ontginnen en te verrijken, handel te drijven, de kern van uw sterrenstelsel te ontdekken, onderzoek te doen en af en toe een cruiser of transportschip van uw tegenstander(s) uit het firmament te knallen.

Kern van het hele gebeuren is de Impuls. De acties op deze rij van vier kaarten, die u elke beurt zelf moet voorzien van een handkaart waarna de langst aanwezige kaart weer wordt weggenomen, mag u elke beurt in de voorgeschreven volgorde activeren. U wil de Impuls uiteraard graag voorzien van acties die u bevoordelen, maar tegelijkertijd geeft u daarmee ook uw tegenstanders interessante (figuurlijke) munitie. Gelukkig kunt u door het kiezen van de planactie ook een hoogstpersoonlijke Impuls programmeren zodat u de parasieten die uw tegenspelers door de band toch zijn kunt afhouden.

Elke kaart in dit spel genereert minstens één actie en u speelt ze vanuit de hand, vanuit de Impuls (openbaar of persoonlijk), vanuit de ontdekte sectoren op het door dezelfde kaarten samengestelde willekeurige ‘spelbord’ en zelfs vanuit de trekstapel. Acties kunnen worden opgepompt als u de juiste mineralen in voorraad hebt of als u voldoende transportschepen naar de betreffende sector hebt verplaatst.

Net als in Glory to Rome krijgt u ook hier een persoonlijk spelersbordje waarop het beurtverloop overzichtelijk staat weergegeven. Daarop verzamelt u uw ontgonnen ertsen, coördineert u uw onderzoeksprojecten en stelt u uw persoonlijke Impuls samen.

U krijgt veel te doen in dit spel en de wormgaten naar de overwinning zijn quasi niet te tellen. Vanuit een verloren positie terugkomen is perfect mogelijk als u er het koppie kunt bijhouden. Een goede raad: verlies geen tijd met gemorrel in de marge. Snel naar de kern van de zaak maneuvreren is de boodschap want een half uurtje na de lancering komt de eindmeet al in zicht. En op dat moment wil u echt geen ruimteschepen meer op de tekentafel hebben liggen.

Fantastisch spelletje.

Plaats drie: PANDEMIC: THE CURE (Z-MAN GAMES)

Iets vergevingsgezinder dan zijn dobbelsteenloze voorganger, maar minstens even leuk. Heeft trouwens de voorganger definitief van de plakkende tafel verdreven. Dat wil wat zeggen.

Een gedetailleerde bespreking vindt u in de vertrouwde rechterkolom.

Plaats vier: TAJEMNICZE DOMOSTWO / MYSTERIUM (PORTAL GAMES)

Kon evengoed de prijs krijgen voor de komeet van het jaar, want hoe dit naar het jaareinde toe als een pas afgeschoten vuurpijl, zowel in onze contreien als over de oceaan, de spellenhemel inspoot was du jamais vu.

Ik maak me wel een beetje zorgen over de grafische make-over die Libellud, de opschrokker van dit kleinood, voor ons in petto heeft. De eerste schetsen beloven niet veel goeds. Het wordt er blijkbaar allemaal een beetje vrolijker op, en dat kan dit spel eigenlijk niet hebben. Het leeft van de duisternis en daarmee resonerende illustraties.

Slaat aan bij iedereen met wie ik dit speelde – op oudejaarsavond moesten we op dag  zeven voor de zoveelste keer de duimen leggen – en is zo makkelijk aanpasbaar dat dit met elke spelersgroep kan.

Ook al in de rechterkolom terug te vinden.

Plaats vijf: DEAD OF WINTER: A CROSSROADS GAME (PLAID HAT GAMES)

Thema, thema, thema, dat is het belangrijkste ingrediënt van dit spel. Maar los daarvan wordt u ook op een erg leuke spelervaring getrakteerd die, mede door de grote hoeveelheid Crossroads kaarten, geen enkele keer dezelfde is.

U hebt echt het gevoel dat u deel uitmaakt van een post apocalyptisch mega-epos dat bol staat van de onverwachte wendingen, paranoia, eigenbelang en morele vraagstukken. De spelervaring overstijgt ook moeiteloos het zombiegegeven waardoor uw eerste ‘O nee, niet weer!’ reactie wanneer dit als speelgerecht op de suggestiekaart wordt gezet al snel na het aansnijden omslaat in een gevoel dat u gerust kunt omschrijven als opwinding. Opwinding die tijdens het spelen alleen maar zal toenemen.

Meer details vindt u – het wordt afgezaagd – in de rechterkolom..

Tot morgen.

Dominique 

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: voorspel

“Het is niet omdat ik wijs dat ge moet kijken.”, oreerde Bart De Pauw in het overheerlijke ‘Buiten de Zone’.

Daar zijn uiteraard uitzonderingen op. Wijst een toevallige voorbijganger naar een vallende piano die zich op enkele meters boven uw hoofd bevindt is het toch raadzaam uw blik even ter hemel te richten. En wijst de human resource manager tijdens een sollicitatiegesprek ostentatief naar uw kruis is een kleine lokale prospectie ook aangewezen.

Waarbij ik naadloos de overgang maak naar de wegwijzers die door de ‘De Tafel Plakt!’ Awards worden uitgezet. U moet er uiteraard geen rekening mee houden, maar het kan zeker geen kwaad.

Het is weer zover, medespeler. 2014 vloog als een raket voorbij, braakte naar mijn gevoel oneindig veel spellen uit en het ziet er niet naar uit dat in 2015 de industrie van deze ondertussen chronisch geworden braakreflex zal worden genezen.

Veel betekent echter niet beter. Het zoeken naar de krenten in de pap wordt steeds moeilijker. Veel, zo niet alles, werd al eens gedaan en veel, zo niet alles, wat we vandaag voorgeschoteld krijgen is een variatie op een bestaand thema.

Edoch: muziek kent ook maar zeven majeure noten, en met dat handjevol worden al decennia lang erg leuke, zelfs briljante, dingen maakt. Geef Abattoir Blues / The Lyre of Orpheus van Nick Cave een luisterbeurt en u begrijpt wat ik bedoel.

Dus wees gerust. Ze zijn er, de krenten. Alleen niet altijd waar u ze verwacht. En ik heb geprobeerd ze te uwen behoeve uit de pap te vissen.

Maar om de pap zelf kunnen we ook niet heen en daar blijken af en toe bedorven brokjes in de zitten. Daar moet uiteraard ook even naar worden gewezen.

Vanaf 1 januari 2015, elke dag en de hele maand lang, kunt u hier de uitreiking van de prijzen volgen.

Een lach en een traan, een sof en een succes, ze passeren allemaal de revue.

In afwachting van de aftrap wens ik u alvast een voorspoedig, gezond en spellenrijk 2015 toe.

Dominique 

 

Stoot u gerust meer dan een keer, medespeler.

Steam Donkey

Uitnodigend was het niet, toen ik dit op Spiel in de stand van de Ragnar Brothers zag liggen.

Een klein doosje, met daarop een afzichtelijke mechanische ezel, kaarten die niet bepaald een onbedwingbare lust tot manipulatie opwekten en een thema waarvan ik ook niet echt achterover viel, hoe origineel het in eerste instantie ook leek.

Maar wat een enthousiaste speluitlegger.

En ik, sucker voor kaartspelletjes, ben geneigd alles wat spelbordloos, dobbelloos en pionloos is sowieso een kans te geven.

Blij dat ik het gedaan heb.

Want Steam Donkey is een waar genot om te spelen. Werd zowaar bijna de ‘San Juan van het jaar’ in de opkomende ‘De Tafel Plakt!’ Awards, maar moest toch nipt de duimen leggen. Ten voordele van wie leest u hier ergens in januari 2015.

In de spelregels – een voorwaar handig boekje – krijgt u niet veel uitleg over wat het thema nu eigenlijk is. U moet eigenlijk de achterkant van het doosje consulteren om een tip van de sluier omhoog te zien gaan.

We bevinden ons in 1897 en u werd gevraagd aan de Engelse kust een op stoom draaiend multifunctionele toeristische trekpleister, annex verblijf accommodatie, uit de grond te stampen met alles wat daarin zoals een rol kan spelen, in het spel attracties genoemd. Brede lanen, paardenmolens, monumenten, gigantische serres, sportaccommodaties, prieeltjes, pieren, hotels, theaters, trams, tearooms, observatoria, wellness centers, uitkijktorens en meer van dat fraais.

De blauwdruk van uw project krijgt u bij spelaanvang uitgedeeld. Gaat u bijvoorbeeld in Brighton aan de slag moet u minstens 10 attracties hebben gebouwd en krijgt u 3 bonuspunten per monument, of u kunt ervoor kiezen om minstens 11 attracties te bouwen met 3 bonuspunten voor elke attractie in het strandgebied. Ze zijn immers dubbel bedrukt, die blauwdrukken.

Allemaal mooi en interessant en waarschijnlijk ook goed betaald, maar de echte waarde van uw prestatie kan pas worden bepaald van zodra uw resort helemaal af is en de punten worden uitgedeeld.

Strikt genomen gaat het dus om het bouwen van de hoger genoemde attracties, om deze vervolgens te laten volstromen met toeristen, al dan niet vergezeld door hun mechanische speeltjes. Later in het spel geven die bezoekers u dan weer extra  mogelijkheden om uw park uit te breiden. En te winnen natuurlijk.

Tijdens uw beurt bouwt u, lokt u toeristen naar uw resort of haalt u weer bezoekers uit uw accommodaties om aan uw hand toe te voegen.

De kaarten in dit spel hebben een erg interessante dubbele functie. U kunt ze gebruiken als attractie of bezoeker.

Als u ze als attractie gebruikt legt u ze gewoon vanuit uw handje in uw eigen uitlage, die uit drie zones bestaat: De strandzone (geel), de parkzone (groen) en de stadszone (rood). Voor het overzicht wordt aangeraden de monumenten, de transportmiddelen, de logeermogelijkheden en de recreatieve bouwsels onder elkaar te groeperen. Om ze te leggen moet u uiteraard betalen. Met handkaarten meerbepaald, die hetzelfde icoon tonen als de kaart die u bouwt. De kostprijs staat linksonder op de kaart aangegeven. Kleur speelt bij de betaling geen enkele rol. Overbouwen mag, tenzij er zich bezoekers op de locatie bevinden,  maar u loopt dan wel een beetje vertraging op. Overbouwde kaarten tellen als ze verschillen van de gebouwen die erbovenop liggen, wel mee voor de eindscore. Het kan dus in bepaalde gevallen, dat zult u wel merken, een goede optie zijn.

Gebruikt u de kaarten als bezoekers moet u deze aan het station gaan oppikken. Daar zitten er altijd vijf te wachten op uw met stoom aangedreven transport. Vier die getrokken werden van de trekstapel, en de bovenste van de trekstapel mag u ook meelokken. Om de bezoekers aan te geven wordt de achterkant van de kaarten gebruikt. Daar staat de kleur van de zone op waarin ze graag vertoeven – u moet vooraf een kleur kiezen – en u moet ze dan ook aan de corresponderende monumenten, attracties of logeermogelijkheden die u gebouwd hebt toevoegen. Hebt u voldoende aandacht geschonken aan uw transport mag u zelfs extra kaarten trekken – de kleur is hier van geen belang – en die aan uw hand toevoegen.

Als derde actie kunt u bezoekerskaarten aan uw hand toevoegen door ze gewoon allemaal van uw attracties, monumenten of hotels naar uw hand te halen (handlimiet 12). Dat verhoogt uiteraard uw bouwmogelijkheden in latere beurten. Overschrijdt u hierbij de handlimiet keren de overblijvende bezoekers gewoon terug naar het station, alwaar ze door andere spelers kunnen  worden opgepikt.

In noodgevallen – een eerder zelden gebruikte vierde actie – kunt u er ook altijd voor kiezen de bovenste kaart van de aflegstapel op hand te nemen.

Zo speelt u lekker verder, altijd een van de drie mogelijke acties kiezend, tot een speler de bouwvoorwaarde op zijn blauwdruk heeft vervuld. Alle andere spelers krijgen dan nog een laatste spelbeurt waarna de punten worden geteld. Die kunt u gewoon aflezen op de gebouwde kaarten zelf, rechts onderaan. U kunt ze niet missen. Uiteraard neemt u lekker de eventuele bonussen van uw blauwdruk mee, maar u mag ook niet vergeten voor elk ontbrekend bouwsel op uw blauwdruk een puntje af te trekken van uw score.

Wilt u wat meer uitdaging kunt u de kick-ons en karakters in het spel brengen. De kick-ons manifesteren zich onder de vorm van een wilde ezel, een kasteel, een bank en een mechanische hond. Die geven u extra voordeeltjes. Hebt u zich bijvoorbeeld het kasteel toegeëigend begint u met 12 handkaarten in plaats van 8, de bank verhoogt uw handkaartenlimiet dan weer tot 15, de wilde ezel laat u toe één kaart met een ander symbool te gebruiken bij het betalen van een gebouw en met de mechanische hond mag u voor u bezoekers naar uw park lokt 3 bezoekerskaarten extra op het perron leggen.

Gebruikt u de karakters komen de admiraal, de prinses, de ijsverkoopster en de ezeldrijver in het spel. Tijdens het spel kunt u een niet geactiveerd karakter van een speler inruilen voor het uwe waarna u de speciale eigenschap moet gebruiken. Bij het begin van elke spelersbeurt wordt het karakter dat voor hem ligt gedeactiveerd. Met de admiraal mag u tijdens uw beurt attracties in 2 verschillende kleuren bouwen, de prinses geeft 1 kaart bouwkorting, de ijsverkoopster lokt 2 verschillende bezoekerskleuren naar uw park en met de ezeldrijver kunt u de bovenste kaart van de trekstapel zomaar aan uw handje toevoegen nog voor u uw actie kiest. Very handy indeed.

Het spelmateriaal van Steam Donkey is niet opwindend, wel functioneel. Men had voor de tekst op de kaarten – niet dat het een onoverkomelijk probleem is hoor – beter een ander en duidelijker lettertype gekozen. Van kwaliteit zijn ze wel goed, die kaarten. Ze liggen lekker in de hand en de iconografie die hier wordt gehanteerd is verder dik in orde.

De spelregels laten geen vragen open en ze zijn neergeschreven in een handig spelregelboekje. Prima.

Het spelen zelf loopt als een trein. Een aangename snelheid ervaart u hier en de opgegeven speeltijd van 45 minuten zult u moeiteloos halen. Winnen is echter een ander paar mouwen. U moet echt goed weten waar u mee bezig bent. Wanneer en wat (over)bouwen, wanneer uw parkbezoekers naar uw hand halen, wanneer bezoekers naar uw park halen? Het zijn allemaal leuke afwegingen. Het verdient ook aanbeveling de extra karakters en kick-ons gelijk in het spel te introduceren. Ze voegen geen ingewikkelde regels aan het spel toe en maken het gewoon nog leuker en, wat de karakterkaarten betreft, interactiever.

Leuk is ook dat dubbel gebruik van de kaarten. Zowel de voor- als achterkant zijn belangrijk, waarbij de bezoekers een interessante twist in de strijd gooien. U ziet namelijk wel welk soort attractie op de achterkant staat, maar de kleur van de bezoekers komt niet altijd overeen met de kleur van die attractie.

U kunt op snelheid spelen of temporiseren, u kunt voor veel bezoekers gaan en daardoor ook voor veel handkaarten (hou voortdurend het station in de gaten), u kunt overbouwen en uw punten daardoor afschermen voor de nieuwsgierige blikken van uw tegenspelers of u kunt lekker opsparen voor een grote slag (een uitkijktoren van 10 punten is altijd meegenomen). Er leiden hier duidelijk meerdere wegen naar de overwinning.

Kaartspellen waarbij de beide kaartzijdes even belangrijk zijn – er is geen kaart in dit spel die geen tweevoudig nut heeft, u krijgt dus eigenlijk 240 kaarten in plaats van 120 – zijn niet dik gezaaid. Kaartspellen waarin het gebruik van die twee zijdes zo goed is uitgewerkt nog veel minder.

En daarbovenop is Steam Donkey is ook nog eens verrassend leuk met z’n tweeën.

Als ik kaartspelend wil bouwen zal ik vanaf nu Steam Donkey altijd mee in overweging nemen.

8,095 punten op de Plak-o-Meter.

Dominique

 

Steam Donkey

Ragnar Brothers (2014)

Gary Dicken / Steve Kendall / Phill Kendall

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten