Ook zonder Avatar best genietbaar!

Een groep van duizend taalkundigen heeft de ‘moeilijkst te vertalen woorden ter wereld’ gekozen. Het moeilijkste woord is het Congolese Ilunga (betekenis: ‘iemand die een eerste incident kan vergeven, een tweede kan verdragen, maar een derde niet meer tolereert’), gevolgd door shlimazl (Jiddisch voor ‘een chronische pechvogel’) en naa (wordt in een Japans dialect gebruikt om woorden kracht bij te zetten en om duidelijk te maken dat je het met iemand eens bent).

Die moeilijk te vertalen woorden hierboven doorkruisten mijn simpele brein toen ik me had voorgenomen The BoardGameGeek Game te bespreken. Omdat ik niet goed wist hoe over dit spel te schrijven. Ik had al wat prenatale bedenkingen neergeschreven als onderdeel van mijn voorbeschouwingsreeks op Spiel 2009, maar die haalden omwille van tijdsgebrek de blog jammer genoeg niet.

Ik wil u echter deze mijmeringen niet onthouden, temeer omdat ze aantonen dat een mens, zelfs ondergetekende, zich al eens zwaar kan vergissen:

“Je kon er vergif op innemen dat het ooit zou gebeuren. Totaal overbodig dit, zelfs met een hoop letters op de doos die samen en in de juiste volgorde het woord Richard Breese vormen. Een economisch getint spelletje hebben we hier en het moet massaal gekocht omdat we “er toch allemaal bijhoren, bij BGG”. Reden te meer om dit links te laten liggen. Toegegeven, BGG is ook voor mij een grot van Ali Baba en hoedje af en een diepe buiging en applaus voor Aldie, maar dit is erover. Ik ben benieuwd hoe hoog dit spel gaat komen op de BGG-ranking. Dit moet toch gewoon op 1, zou je denken? Dát ga ik wel in de gaten houden. Op de vraag of ik via de grijpgaten in mijn portefeuille naar euro’s ga tasten om dit spel aan te schaffen kan ik u nu al een kort en duidelijk antwoord geven: neen.”

Vrij negatief geladen was ze dus, deze beschouwing.

Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik, na het aanschouwen van een Essense sessie, toch via de grijpgaten van mijn portefeuille euro’s tevoorschijn heb getoverd.

En wat de ranking op BGG betreft: het staat momenteel op 2001. Een 1 zit daar inderdaad in, maar ik bedoelde enkele regels hierboven wel een geïsoleerde. Het gaat er niet van komen.

Marketinggewijs waren de zaakjes goed voorbereid. Leden van BoardGameGeek mochten hun Avatars inzenden die dan zouden dienen voor het decoreren van de zijkant van de doos, er werd met de naam Richard Breese om uw oren geslagen dat het niet mooi meer was en in Essen werd u er beleefd maar kordaat opmerkzaam op gemaakt dat u omwille van de beperkte beschikbaarheid maar best kon toeslaan als u achteraf niet kwijnend van zelfmedelijden of zelfhaat – kies zelf maar – wou ten onder gaan. Dat laatste gegeven miste zijn effect niet. Spiel werd leeggekocht, in niet heringe mate door speculanten wiens speculatieve vaardigheden ondertussen in het lang en in het breed en nog in de folie te bewonderen zijn op Ebay en de BGG-marktplaats.

En dat gedoe met die Avatars heeft ook al slachtoffers gemaakt. Er gaan verhalen van veelspelers die avonden aan een stuk naar de zijkant van de geopende doos zitten te staren, niet spelend maar orgastisch kwijlend hun avatar bewonderend, massaal bezoek uitnodigend in de hoop dat iemand hun minuscule creatie opmerkt.

Om u maar even mee te geven dat het huiswerk goed werd gedaan.

Het spel zelf is, in tegenstelling tot wat ik vreesde, helemaal niet slecht. Het is ook geen hoogvlieger maar ik heb al dikwijls veel ergere tragedies op mijn tafel zien belanden. Die pizza Hawaï van gisteravond bijvoorbeeld. Goeie genade, wat was die slecht.

Even proberen beknopt samen te vatten waar het om gaat:

U speelt twee rollen in dit spel: een speluitgever en een spellenverzamelaar. U levert uw spellen aan de kleinhandel, zes winkels in totaal – we hebben hier echt wel te maken met een kleine markt – en hoopt dat ze tegen een zo hoog mogelijke prijs worden doorverkocht. Vervolgens gaat u als liefhebber de straat op en koopt in diezelfde winkels de spellen van andere uitgevers op met de bedoeling een zo groot en zo waardevol mogelijke verzameling bijeen te krijgen. Lees: u moet weer setjes verzamelen.

Uiteraard wilt u uw aankopen doen aan een zo laag mogelijke prijs. Anderen oplichten, oké, maar zelf katten in zakken kopen, he neen hé! U moet wel wat fantasie aan de dag leggen want u manifesteert zich in de winkelstraat als een set dobbelstenen. Dat resulteert in het bizarre effect dat u, voor u de straat op mag, met uzelf moet gooien.

De uitgeverijen in dit spel bestaan allemaal echt. De spellen, voorgesteld door tegeltjes, ook. Geen fantasie hier, al had ik ook graag eens een zichtschermpje van bijvoorbeeld de relatief onbekende uitgevers “Spielbedarf” of “Valschspieler” voor me staan gehad.

Soit, u plaatst om beurt uw en naar believen uw eigen spellen, met inachtneming van een aantal beperkingen, gedekt in een winkeletalage. Als iedereen dat heeft gedaan gooit u met uw drie dobbelstenen, waarvan het resultaat bepaalt in welke winkel u terechtkomt (door overwinningspunten in te leveren kunt u hieraan nog wat wijzigingen aanbrengen) en vervolgens koopt u in de winkel waar uw dobbelstenen zich bevinden die spellen waarnaar u wanhopig op zoek bent. De gekochte spellen, met waarde 1 tot 6 (en twee dummy’s om anderen voor de gek te houden) leveren punten op – geekgold, jaja! – voor de uitgeverij (speler) die ze op het bord heeft geplaatst, in het beste geval u dus.

Als uitgever wilt u dat uw spellen worden gekocht want dat levert punten op. Als verzamelaar probeert u setjes te verzamelen, want elke set levert punten op. Elk tegeltje van een uitgever is voorzien van een nummer. Hebt u bijvoorbeeld alle tegels van de andere uitgevers (spelers) met waarde 1 verzameld levert elk tegeltje u 6 punten op. Hebt u er drie krijgt u dus 18 punten. Hebt u meerdere tegels met dezelfde waarde van dezelfde uitgever kunt u maar voor één tegeltje scoren. U wilt dus dubbels liever niet achter uw scherm hebben liggen.

Punten (geekgold) scoort u tijdens het spel door de verkoop van uw spellen, en op het einde van het spel wordt daar de waarde van uw eigen verzameling (de spellen die u gekocht hebt van de andere spelers) bij opgeteld. Wie daarna het verst gevorderd is op het scorespoor wint.

U gaat best voor de tegeltjes met een lage puntenwaarde want die verhogen immers in waarde als u een set bijeen gespaard krijgt. Tegels met waarde 5 en 6 houdt u beter in reserve, hun hoge initiële puntenwaarde leveren immers een leuke aanvulling op uw setjes.

Een leuk aspect van het spel vind ik het gedekt leggen van de tegels tijdens de bevoorradingsfase van de winkels. U hebt een idee welke waarde deze tegels mogelijk hebben maar u bent er nooit helemaal zeker van. Bovendien kunt u op een dummy lopen en dat heeft hier ongeveer hetzelfde effect als het lopen op een landmijn in Afghanistan. U moet dus in zijn voor een gokje. Dat is niet de dada van iedereen. Controlefreaks gaan hierop afknappen.

Hou ook de spelersvolgorde in de gaten. Die wordt aangepast vlak voor het kopen van de tegels en als u pech hebt (pas laat aan de beurt bent) zou het wel eens goed kunnen dat u in een spellenwinkel met lege schappen staat te blinken. Dé nachtmerrie van elke bord- en kaartspeler.

Als u een “zware” Breese verwacht gaat u bedrogen uitkomen. Geen Reef Encounter hier. Dit is eerder lichte kost. Makkelijk verteerbaar dus. U gaat hier ’s nachts niet van kronkelen in uw bedstee, koortsachtig op zoek naar nieuwe strategieën. U gaat eerder slapen met een vredig lachje om uw mond.

Ook leuk: de tabletalk. U kunt pro
beren uw medespelers te overtuigen uw spellen te kopen. Of ze van hun lijstje gaan afwijken is zeer de vraag, maar het voelt lekker opmerkingen aan tafel te horen als: “Zeg, Hans In Glück, ik ben nog op zoek naar een Stone Age. Mag eventueel tweedehands zijn.” Waarop Hans Im Glück een El Grande gedekt in een winkeltje legt.

Dit is ook erg goed met z’n zessen te spelen en dat is, vooral voor leden van de Bond Voor Grote Gezinnen, altijd meegenomen.

De zichtschermpjes waarachter u uw tegels voor de verkoop selecteert en de gekochte spellen setgewijs uitstalt zijn te klein. U moet nogal manoeuvreren achter dat schermpje om enig overzicht te bewaren en bent u gezegend met de handen van een dokwerker komt u gegarandeerd in de problemen.

Ik raad u aan het eens te spelen. En als ik u achteraf vraag of u het, net als ik, goed vond zult u zien dat u mogelijk antwoordt: naa.

Dominique

 

The BoardGameGeek Game (R&D Games, 2009)

Richard Breese

3 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

60 minuten

kookpunten

Een hele tijd geleden gehoord op het radionieuws: “Benedictus De Zestiende maakte een ongelukkige val en brak daarbij zijn pols.” Ik vraag me nu af: als er ongelukkige vallen bestaan, bestaan er dan ook gelukkige vallen? Vallen waarbij men breed lachend en vrolijk zwaaiend naar de omstanders vol tegen de grond gaat? Ronderenners die bulderend van het lachen de bocht missen en het ravijn in duiken? Voetballers die met de duimpjes omhoog en ondeugend knipogend naar de camera met twee voeten vooruit het ziekenhuis worden ingetackeld? Paracommando’s die, ondanks een haperend valscherm, luidkeels “En we gaan nog niet naar huis!”-zingend de dieperik in duiken?

Ik zou het in de spellenwereld ook wat meer willen zien, lachend ten onder gaan. Met een brede grijns je beste actiekaart uit je hand van 25 laten trekken bijvoorbeeld, bulderend van het lachen je elite-eenheid het bord zien afgeschoten worden of schuddebollend van pret je scorepion op het telspoor achteruit zien schuiven,

Lachend ten onder gaan, het is een effectief middel om het als gewoonteverliezer te blijven volhouden.

Er zijn trouwens spellen die het schuddebollen al in het concept hebben zitten. A La Carte bijvoorbeeld, een spel dat in geen enkele spellenclub met meer dan twee leden zou mogen ontbreken. En binnen het zeer kleine segment van dijenkletsers die mij écht aan het lachen kunnen brengen, waaronder bijvoorbeeld lachgas of de broertjes Verreth in de “Pak De Poen Show”, neemt A La Carte een proiminente plaats in. Shame on you als u Spiel hebt bezocht en dit hebt laten liggen.

Op 12 oktober jongstleden, als onderdeel van mijn voorbeschouwing op Spiel, ging ik reeds een beetje dieper op dit spel in en probeerde ik u duidelijk te maken waarom ik zo van dit spel hou. En zal blijven houden, ondanks het door mij totaal verafschuwde thema: koken.

Toch, als aanvulling op die voorbeschouwing, enkele bijkomende raadgevingen voor als u van plan bent de vuurtjes op te porren.

Als voorspel even een filmpje:

http://www.youtube.com/watch?v=j1KSaUEu_T4

Begin hier niet aan als u een afstammeling van “De Denker” van Rodin bent. Boek dan een ticketje Vasco Da Gama of Colonia of ga in een hoekje ongelukkig zitten wezen.

Hebt u een hekel aan spellen waarin letterlijke handigheid een niet onbelangrijke rol speelt, onthoud u dan ook maar. Al moet ik toegeven dat de aanwezigheid van klunzen door de andere spelers zeer zal worden geapprecieerd.

Vindt u het niet leuk dat andere spelers met uw zorgvuldig opgebouwde puntengenerator – dat in dit spel op uw persoonlijk gasvuurtje staat te pruttelen – beginnen te morsen, haak dan ook maar af, liefst vóór aanvang.

Bent u geen brildrager adviseer ik niet aan te sluiten of, indien u toch persé een spelplezier-shot wil, u te voorzien van een las- of skibril. Er durft nogal eens wat in het rond te vliegen, meestal op ooghoogte.

Hebt u losse polsjes last u vooraf best wat gewrichtstraining in. Een stevig, volledig beheersbaar polsgewricht is een belangrijke troef in dit spel.

Schuift u graag met blokjes op actievelden allerhande en bent u een liefhebber van gepriegel met miniscule spelonderdelen, doe dat dan gerust maar schuif niet aan bij een spelletje A La Carte.

Bent u een veelspeler en fladdert u graag van succes- naar succeservaring, fladder dan ergens anders naartoe. U gaat immers door niet-spelers worden ingemaakt.

Bent u allergisch aan paranormale verschijnselen zoals gasvuren die spontaan beginnen te branden, zwevende en verdwijnende kookpotten en onverklaarbaar opduikende en niet gewenste ingrediënten in uw masterpiece du jour, doe ons dan een plezier en ga elders meneertje of mevrouwtje scepticus uithangen.

Haat u echter koken moet u zit zeker proberen. Uw haat gaat na afloop nóg aangewakkerd zijn. Lees: u komt de eerstvolgende weken uw eigen keuken niet meer in.

Bent u de leukste thuis, dan krijgt u hier de kans nog leuker te worden.

Haat u daarentegen gezelligheid en een vrolijke lachbui bent u hier aan het verkeerde adres.

Bent u een fan van Karl-Heinz Schmiel, dan gaat al tijdens de eerste spelronde uw onderkaak in minder dan één nanoseconde het tafelblad bereiken. U gaat niet weten wat u overkomt.

Zoekt u tenslotte een ideaal cadeau voor onder de kerstboom? U hebt het net gevonden.

Al heb ik wat kerstcadeau’s betreft nog enkele bizarre alternatieven achter de hand waarin ik u graag nog wil inwijden. Maar dat is voor een andere bijdrage.

A La Carte. Het is een heerlijk spel.

Nu maar bidden dat Piet Huysentruyt het niet ontdekt.

Dominique 

Moeder, waarom spelen wij?

Als u op de titel boven deze bijdrage het volgende antwoord geeft, beste medespeler, levert dat u geen punten op: wij spelen omdat het sociaal is. Wij spelen omdat het gezellig is. Wij spelen omdat het een leuke hobby is. Wij spelen omdat we ons vervelen. Wij spelen om iets bij te leren.

Goed geprobeerd, maar u zit er helemaal naast. Gebuisd.

Deze antwoorden leveren u de helft van de punten op: wij spelen om te leren verliezen. Wij spelen omdat wij ons eenzaam voelen. Wij spelen omdat wij een oogje hebben op die knappe blondine die – soms – ook speelt. Wij spelen omdat dat het enige is dat wij goed kunnen. Wij spelen omdat wij een gezelschapsspel hebben gewonnen in een tombola. Wij spelen – buitenshuis – om het gezeur van onze partner te ontlopen. Wij spelen – strippoker – omdat wij seksueel gefrustreerd zijn en graag in het bijzijn van anderen uit de kleren gaan,

Dit is al beter, u gaat de goede richting uit maar u bent er nog niet helemaal. Delibereerbaar.

En de volgende – en de enige echte juiste – antwoorden, beste medespeler, leveren u het maximum van de punten op: wij spelen omdat wij beter willen zijn dan anderen. Wij spelen om indruk te maken op het andere geslacht,. Wij spelen omdat wij ons willen verzekeren van een nageslacht. Wij spelen omdat wij diep in ons binnenste nog steeds jagers (mannen) en verzamelaars (vrouwen) zijn. Wij spelen omdat wij geen mensen, maar dieren zijn en ons reptielenbrein ons nog steeds parten speelt. En het belangrijkste van al: wij spelen omwille van seksuele begeerte.

Ik weet het, dit komt hard aan.

Maar het is niet anders. Het is wetenschappelijk onderbouwd.

Alles rond het spelgebeuren draait om seks.

Ik ben u enige uitleg verschuldigd.

Laten we beginnen met het fenomeen “man”. Wij mannen zijn, nog altijd, jagers. Jagers op wild en jagers op vrouwtjes. Aangezien er hier in de lage landen weinig of geen wild meer beschikbaar is moeten we compenseren zonder aan uitdaging in te boeten. Op jacht gaan in een supermarkt biedt die uitdaging niet. Let maar eens op hoeveel verveelde mannen er in Aldi’s, Bijenkorven en Delhaizes rondlopen. Met karretjes en mandjes, terwijl dat speren en werpmessen zouden moeten zijn. “Niet nodig,” zult u zeggen, “ik heb nog nooit 250 gram gehakt op de vlucht zien slaan.” Touché. Maar drop ons, moderne mannen, in het eerste het beste loofbos en we overleven onze eerste nacht niet. Schrijnend.

Dus gaan we spelen.

En proberen we het fictieve beest waarnaar we op jacht zijn, verschijnend onder de vorm van een spel, te verschalken. Wat het nageslacht betreft moeten we vooral indruk kunnen maken op de vrouwtjes. Zij zijn schaars in de spellenwereld, en als ze er al zijn, zijn ze meestal bezet. Daarom onze drang naar winnen. Tijdens en vlak na het winnen kijken wij tersluiks naar de aanwezige vrouwtjes in de hoop dat ze onze overwinning hebben waargenomen. Als dat het geval is verhogen onze kansen op paren. Vandaar dat de spellenwereld vooral een mannenwereld is. Spelen is immers een beschaafde vorm van duelleren om het vrouwtje. Ik hoor u al komen: “Maar wij spelen heel dikwijls zonder dat er vrouwelijke specimen in de buurt zijn.” Dat geloof ik, beste man, maar er speelt veel meer dan dat. Er speelt namelijk ook zoiets als het leerproces. U oefent dan gewoon als voorbereiding op het echte werk, wanneer de vrouwtjes wél in de buurt zijn. Voor wanneer het erop aankomt.

Denk daaraan als u weer eens met een bende mannen boven een bordspel gebogen zit. U bent bezig met een oeroud seksueel geladen ritueel. Uw bereidt zich voor op uw creatie van het ideale nageslacht.

Onze opvoeding speelt ook een niet onaanzienlijke, misschien zelfs determinerende, rol. Een jongen moet winnen, een meisje moet zorgen vóór en zich begrijpend aanpassen áán. Vandaar dat deze laatste zich hebben gespecialiseerd in onopvallend verliezen, ondertussen goed observerend hoe de mannetjes het ervan afbrengen. Vervolgens maken zij hun keuze, en deze keuze is veel belangrijker dan een spelletje winnen. Wie is het slimste aan tafel, denkt u?

Piet Notebaert van het Vlaams Spellenarchief heb ik ooit de waaromvraag horen beantwoorden als volgt: “Wij spelen om onszelf en anderen beter te leren kennen.” Interessant. Vooral dat laatste gedeelte van zijn ponatie: anderen leren kennen. Hij heeft gelijk. Tijdens het spelen komt het beste, maar jammer genoeg ook het slechtste, in de mens naar boven. Ik heb aan de speltafel meermaals mijn mening over anderen moeten bijstellen. En anderen mogelijk hun mening over mij. Ongelooflijk hoe liefdevolle, attente, vriendelijke en aangename medemensen een Jeckyl & Hyde-achtige metamorfose ondergaan zodra er een spelbord en andere attributen uit niet nader genoemde dozen op een tafel worden uitgespreid. Waar enkele seconden voordien zich bij wijze van spreken een doornloze roos tussen de tanden bevond valt plots een gekarteld mes te ontwaren. In dat opzicht is het goed dat er spellen bestaan. Misschien hebben ze zelfs wereldoorlogen helpen voorkomen. In overeenstemming met uitspraken waarin de woorden agressiebeheersing en prostitutie samen in één zin voorkomen is het niet onaannemelijk dat het bord- en kaartspel fungeert als een bordkartonnen hoer. We kunnen er onze gewelddadigheid en seksuele lusten op een beschaafde manier in kwijt.

Het voorgaande in acht genomen mag u het gerust een klein mirakel noemen dat we buiten onze beurt niet bezig zijn vlooien uit de haardos van onze medespelers te pulken.

Freud – wie ben ik om de man tegen te spreken – had gelijk: het draait allemaal om seks. En ook de edele kunst van het spelen komt daar niet onderuit.

Ik kan u geruststellen, beste medespeler: u bent geen seksmaniak. Het gebeurt immers allemaal onbewust. Laat er uw nachtrust niet voor.

U kunt er zelfs uw voordeel uit halen.

Wij, de veelspelers, worden immers regelmatig geconfronteerd met niet begrijpende – hoe zou u zelf zijn – buitenstaanders die ons vragen: “Wat zie je toch in dat spelen?” Antwoord dan gewoon: “Ik doe het voor de seks.” Ik garandeer u dat hun interesse gewekt is. Wat u daar verder mee doet is uw zaak.

Dominique

China voor beginners

 

Het vooruitzicht dat er iets te winnen valt, zet anderen ertoe aan naar
jou toe te komen. Het vooruitzicht dat ze iets kunnen verliezen, weerhoudt
anderen ervan naar jou toe te komen.

(Sun Tzu, Chinees romanticus)

Een interessante stelling is dit.

Wat drijft ons verliezers toch, dat we ons steeds weer naar samenkomsten begeven waar we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid figuurlijk met de grond gelijk gaan worden gemaakt? Erger nog: dat we ze soms zelf gaan organiseren? En nog erger: dat we daar soms voor moeten betalen?

Ik lag er vannacht nog aan te denken, aan dat citaat van Sun Tzu. Als je, zoals ik, heel veel spellen verliest, vind je er dan nog plezier in?

Ik kan deze vraag tot op zekere hoogte bevestigend beantwoorden. Maar ik spreek nu enkel voor mezelf, niet voor u, beste medespeler. Dat moet u zelf doen.

Het plezier dat ik ervaar situeert zich de laatste weken en maanden vooral in de fase vóór het spelen, de zogenaamde voorpretfase. Het lezen van de regels, het kennismaken met het spelmateriaal, het zoeken naar bijkomende informatie over het spel in kwestie en – last but not least – de blijkbaar onuitroeibare hoop dat een overwinning er dit keer eventueel in kan zitten. In mijn geval moet u zich focussen op het woordje “kan” in de vorige zin. Meestal moet in mijn geval tussen het bijvoeglijk naamwoord “onuitroeibaar” en het zelfstandig naamwoord “hoop” een woordje worden toegevoegd, een woordje dat zich na ongeveer een half uurtje spelen al in mijn gedachten begint te manifesteren: ijdele.

Het is bij momenten zwaar, het zogenaamd ontspannend leven dat ik leid. En ik moet eerlijk toegeven dat ik, als ik na het zoveelste débacle naar huis rij al wel eens met een gedachte wordt geconfronteerd die me woordjes influistert als: “Nooit meer!”

Na een dagje nederlagen incasseren in dit tranendal heeft een mens op een doorsnee avond immers ook al eens behoefte aan een overwinning, een gevoel van: “Kijk, dat heb ik toch maar mooi gedaan.” Dat geeft een mens moed, dat motiveert, dat helpt bij het creëren van een volgende vrolijke dag. Daar kan geen Prozac tegenop.

Als die ervaring uitblijft zit u, net als ik, met een groot probleem.

Het is me wat, een hobby hebben die om succeservaringen vraagt en er van verstoken blijven. En kom nu niet af met: “Deelnemen is belangrijker dan winnen!” Leg ze maar eens allemaal naast elkaar, foto’s van zilveren medaillewinnaars. Eén lange rij pruillippen. Meedoen is belangrijker dan winnen is een drogreden, een statement dat in het leven is geroepen om verliezers aan te porren zich toch maar beschikbaar te blijven stellen als kanonnenvoer voor de winnaars, en dan nog liefst met de glimlach.

Het is dankzij ons dat er spelers zijn die op toernooien mooie prijzen winnen, het is dankzij ons dat ze in rankings allerhande in de top tien prijken, het is dankzij ons dat ze in hun persoonlijke statistieken – ze houden het bij, geloof me – meer kruisjes hebben staan in de kolom “gewonnen” dan in de kolom “verloren”, als ze die laatste kolom al hebben voorzien op hun palmtop.

Blijft dus het troostende besef dat winnaars mij als verliezer nodig hebben. Maar die troost is schraal, beste medespeler. Ze dept de wonde, maar dicht ze niet.

Misschien moet ik ze toch maar gaan oprichten, de VVV: de Vakbond Voor Verliezers. Kunnen we af en toe eens in staking. Eens kijken wat ze dan gaan doen, de winnaars. Eén van de eerste werkpunten trouwens zal het ijveren voor het afschaffen van het scorespoor zijn. Dat visualiseert de achterstand van de verliezers te erg.

De winnaars moeten zich het bovengenoemde citaat maar eens goed inprenten. Misschien moeten ze het zelfs boven hun bed hangen. Zodat ze, zwelgend in hun vanzelfsprekende overwinningsroes, niet vergeten ons af en toe eens een complimentje te geven, zoals: “Nu heb je me toch serieus weerwerk geboden!” of “Goed dat ik die briljante strategie van je net op tijd doorzag of je had me te pakken!” of “Nu heb je me toch even doen bibberen!” of “Ik kon me geen enkel foutje permitteren vandaag, zo sterk was je!” Het zijn maar voorbeelden hoor, maar ze maken een wereld van verschil. En ze kosten u niets, beste winnaar.

Zelfs niet de overwinning.

Dominique

Animalade

Ga er maar eens goed voor zitten want na het lezen van het volgende gaat u zich een beetje week in de benen voelen. De mensheid, beste medespeler, is nog altijd door en door slecht. Onderzoekers van de universiteit van Californië hebben het beroemde experiment van Milgram onlangs nog eens losjes overgedaan en wat blijkt: nog steeds verandert twee derde van de proefpersonen in een folteraar als een autoritaire persoon daarom vraagt. Verder blijven we onze aarde deskundig naar de vaantjes helpen. Tegen 2030 is het volledige Amazonewoud gekapt en hebben we geen groene long meer. Het waterpeil van de wereldzeeën zal aanzienlijk stijgen met alle gevolgen van dien en meer en meer diersoorten sterven in ijltempo uit. Tegelijkertijd wordt onze jeugd gebombardeerd met reclame over computerspelletjes als “Style Boutique”, waarin – neem even een aspirientje – consumeren centraal staat. Hebt u van het weekend op tv trouwens de vrouwelijke stormloop op de H&M-winkel op de Meir in Antwerpen gezien, met als enige doel het bemachtigen van schoentjes van Jimmy Choo? Dat was Spiel in het kwadraat, maar op een veel kleinere oppervlakte. Ik was er niet goed van.

Beste medespeler, we schatten de mensheid, onszelf dus, veel te hoog in.

Waar we ons ook geen illusies over moeten maken is het feit dat we ervan uitgaan dat het merendeel van onze soort normaal is. Werp die mantel van onwetendheid van u af, medespeler. Bij ieder van ons hangt wel ergens een vijsje los. Een dagje afstappen op Spiel of afgelopen zaterdag in de H&M en u krijgt daarvan een perfecte illustratie.

Maar die loszittende vijzen hebben naast hun onmiskenbaar vertederend karakter ook enkele zeer onaangename neveneffecten. Neveneffecten die zich zelfs manifesteren in de ons omringende dierenwereld. Ook beesten worden blijkbaar gek. Op zich is het niet abnormaal, ze zien ons mensen bezig. Knap beestje dat daar niet geschift van wordt.

Gelukkig kunnen we, menselijk als we zijn, een bescheiden bijdrage leveren om het psychisch niet welbevinden van onze gevederde, geschubde, bepelste, gepansterde en naakte medeaardbewoners weg te masseren.

Want ze bestaan: dierenpsychiaters. Dat bestaan alleen al is een bewijs dat het met de mensheid goed fout zit.

En, zoals we al zo vaak hebben vastgesteld, is dit bijzondere fenomeen de zieke geesten in de spellenbranche niet ontgaan. In PsychoPet (Goldsieber) kunnen we onze potentiële psychologische en psychiatrische therapeutische vaardigheden naar hartenlust botvieren op “het gestoorde beest”. Meer zelfs, we kunnen in een grote kliniek aan de slag.

Ironisch genoeg maakt men in dit spel gebruik van één der meest onhebbelijke afwijkingen die de menselijke soort karakteriseert: hebzucht. We hebben hier immers te maken met een afgeleide van spellen als Can’t Stop, Diamant, El Paso en andere gekmakende hobbyartikelen waarmee wij ons op donkere winteravonden plegen te omringen.

Ik heb dit spel nog niet gespeeld. Ik kan er u verder dus ook niet veel over vertellen. Het bovengenoemde mechanisme, het blijven gaan tot u uw hand overspeelt, heeft mij echter altijd wel aangesproken. De vraag blijft of PsychoPet, buiten het thema, meer biedt dan wat we momenteel op onze eigen plank hebben staan. Moesten de bloedmooie Goldsieberse demonstratices van Spiel 2009 worden meegeleverd was dit een blinde aankoop, dat wel, maar naar verluidt mag de vraag zelfs niet worden gesteld. Het wordt dus afwachten wat dit wordt. Als ik me er een keertje kan aanzetten bent u de eerste die mijn bevindingen zult vernemen.

In afwachting van deze hopelijk heuglijke gebeurtenis ga ik “Erik of het klein insectenboek” van mijn held Godfried Bomans nog eens tot mij nemen. Hopelijk struikel ik op de gang weer niet over de schoentjes van Mijnheer Duizendpoot.

Als afsluiter nog een held van mij: Animal. Niemand die beter gekte kan illustreren dan hij. Geen behandeling graag!

http://www.youtube.com/watch?v=0yvHWyvexZA

Dominique

Vrouwvriendelijk hoogtewerken

Basketbal, ik voel er geen enkele affiniteit voor. Zeg nu zelf, gezonde volwassen mannen van boven de twee meter die een bal in een netje proberen te gooien, dat is toch niet serieus te nemen?

Elke balsport waarbij de handen mogen worden gebruikt heeft trouwens iets lachwekkends. Handbal zegt u? Komaan zeg, al dat gedoe met dat halvemaantjesgegooi en dan dat opsprongetje bij de doelpoging, geeuw. Trefbal? Hahahaha! Volleybal? Het zou wat hebben als men niet naar de grond maar naar de tegenstander mocht smashen. Krachtbal? Het zou van een sterk staaltje mentale kracht getuigen als de beoefenaars van deze sport er met onmiddellijke ingang mee stopten. Rugby? Alleen interessant als u tandarts, chiropractor of traumatoloog bent. Korfbal? Gemengde ploegen die onderhands een bal in een strooien korf proberen te gooien, excusez-moi? En het ingooien bij voetbal mag er van mij ook uit, intráppen die handel.

Maar ik dwaal weer af. Excuseert u mij, beste medespeler, het is sterker dan mezelf.

Corné Van Moorsel heeft iets met sport, Streetsoccer roept bij ondergetekende nog steeds warme herinneringen op en Powerboats heeft ook iets. Iets dat je alleen bij Cwali terugvindt eigenlijk. En daar valt moeilijk een vinger op te leggen.

BasketBoss heeft troeven. Je mag een team vuurtorens managen en daarmee, met wat inzicht en geluk, prijzen pakken. En een spel dat mij toelaat in de huid van een Boss te kruipen, een Boss van 1m74 die kerels van boven de twee meter mag bossen, is een kans die ik niet zal laten liggen. Daar heb ik gerust een stijve nek voor over.

De kans in kwestie bleef dan ook niet liggen en ik heb ondertussen een eerste sessie achter de rug.

Wat bleef daarvan hangen?

Wel, het feit dat u erg moet oppassen met uw beschikbare budget. U moet bieden op lange kerels die in een rijtje worden uitgelegd, hoe langer die kerels hoe beter. Hebt u geluk zijn het er zeven, hebt u minder geluk zijn het er bijvoorbeeld maar vier, soms nog minder als u met vier of minder aan tafel zit. U begint met een startkapitaal van 11 miljoen Basko’s, de munteenheid in BasketBoss. Ze hebben allemaal hun eigenschappen, die lange mannen en vrouwen (jaja!), waarvan de lengte en de inkomsten die ze genereren de belangrijkste zijn. U mag u bij het opbieden niet laten gaan, iets wat ik tijdens onze sessie wel deed. U moet geduld hebben en de kat een beetje uit de boom kijken, hoe makkelijk en snel zo’n lange ze er ook uit zou kunnen halen. U ziet trouwens in één oogopslag wat er op u afkomt. Stel u daarop in. En besef dat er nog rondes komen, met mogelijk nog betere hoogtewerkers. Smijt dus niet met uw geld, spaar het een beetje op. Maar nu ook weer niet te lang want u wilt ook wel wat prijzen winnen, en uiteindelijk ook het hele spel. Dat veronderstel ik toch.

De bonuspunten voor de trofeeën tellen goed door op het einde. Probeer toch wat bekertjes te winnen tijdens het seizoen, ga zeker voor goud of zilver. Vullen dus die prijzenkast rechts op uw persoonlijk spelbordje.

Ik raad u ten stelligste aan de trainer in te huren als u de gelegenheid krijgt. Hij houdt uw ploeg scherp en sterk, een voordeel dat niet te versmaden is. Ook de manager is erg interessant omdat hij u af en toe uit de financiële nood kan helpen op de transfermarkt. Hij laat u immers toe gelijk te bieden als uw voorganger. Daarbovenop moet u moet u bij een winnend bod 1 miljoen Basko’s minder betalen. In een spel dat voornamelijk uit omgaan met geld bestaat lijkt me dat een niet te verwaarlozen gozer. De scheidsrechter heeft invloed als andere teams even sterk zijn als het uwe. Hij fluit dan in uw voordeel. Er zijn nog zekerheden in het leven. De bankier tenslotte geeft u extra rente op opgespaarde Basko’s. Maar zoals u uit het woord “opgespaarde” kunt afleiden moet u dan sparen, wat betekent dat u ermee rekening moet houden dat u enkele leuke lange spelers zult moeten laten liggen. En leuke spelers laten liggen betekent meestal “laten liggen voor anderen”.

Af en toe duiken er ook blessuretegels op. Op deze absoluut oninteressante tegels moet ook worden geboden, zij het enigszins anders. Het gebeurt blind en wie het minste heeft ingezet moet zijn langste speler door deze tegel vervangen. Wint u hebt u één zekerheid: uw teamsterkte, de variabele die u nodig hebt om trofeeën te winnen, gaat erop achteruit.

Let ook op de lengte van uw spelers. De langste speler bepaalt immers welk team het eerst mag beginnen. Dat kan op bepaalde momenten very, very important zijn.

Hou ook de spelbordjes van uw tegenspelers goed in de gaten. In de gaten houden betekent vooral basketballen tellen, want dat aantal bepaalt de teamsterkte. En u wilt elke ronde minstens in de top drie.

Dit spel is te enten op elke ploegsport. Voetbal had ook gekund en had in Europa mogelijk meer interesse opgewekt, maar Corné heeft een keuze gemaakt en dat moeten we respecteren. Al zit ik nog steeds hunkerend uit te kijken naar het eerste ultieme bord- of kaartspel met voetbal als thema. World Cup komt verdomd dicht in de buurt maar dat simuleert, zij het op sublieme wijze, een toernooi, en niet het edele spel zelf. Dus die telt eigenlijk niet.

Leuk is dat er in BasketBoss ook vrouwen kunnen worden aangekocht. Ik meende zelfs Ann Wauters tussen de spelers te ontwaren. Hebt u het wat moeilijk op de transfermarkt van de liefde kunt u hier alsnog uw slag slaan. En ik garandeer u dat het stuk voor stuk vrouwen met eindeloze benen zijn. Sommigen onder ons kicken daarop. Ook dát heeft Corné mooi gezien.

Komt deze in mijn collectie? Ik denk het niet. Ik spaar rustig verder voor het ultieme voetbalspel. Maar als één van mijn lange vrienden BasketBoss op tafel legt zeg ik zeker niet neen. Ik compenseer mijn gebrek aan lengte dan wel. Door mijn Napoleontische kenmerken bijvoorbeeld.

Dominique

 

BasketBoss (Cwali, 2009)

Corné Van Moorsel

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

50 minuten

Spa blauw graag!

Hebt u dat vroeger ook gedaan? Kartonnen vissen met een houten minihengel met magneet uit een kartonnen aquarium gehaald? Zouden we dat nu nog verkocht krijgen aan kleuters, wetende dat zij weten dat een etalage verder de Playstation 3’s, Nintento Wii’s en X-boxen in al hun glorie staan te blinken? Ik betwijfel het.

Acqua Dolce gaat ook over vissen. Siervissen. En we hengelen ze niet uit een aquarium, neen, we zetten ze erin. En we doen dat samen met onze medespelers. Maar er wint er uiteindelijk maar eentje. Hij die als eerste zijn handjes heeft leeg gespeeld op het moment dat aan een aantal voorwaarden is voldaan wat betreft nautale ruimtelijke ordening. Geen puntentelling hier, gewoon winnen of niet. Simpel.

Een leuke rol is weggelegd voor de startspeler, in dit spel de opzichter genoemd. Hij mag na elke ronde de inhoud van het aquarium controleren. Moet hij een voorgeprogrammeerde checklist volgen, hij zal dat toch doen rekening houdend met zijn eigen handkaarten. Gelukkig wisselt hij na elke ronde. U mag dus ook een keertje.

Voor u met dit kaartspel begint legt u een aantal vooraf afgesproken aquariale voorwaarden vast. Er moeten voldoende waterplanten aanwezig zijn bijvoorbeeld. Of er moeten van die schattige huisjes op uw glasbodem staan. Of er moeten een minimum aantal soorten vissen ronddobberen, al hebben we liever dat ze zwemmen. Of er moeten bodemvissen, oppervlaktevissen en tusseninvissen in. Of er moeten schooltjes in. Dat doen we door het uitleggen van voorwaarde-kaarten. Ze starten met hun zwart-witafbeelding van de voorwaarde naar boven. Wordt de voorwaarde tijdens het spel vervuld worden ze omgedraaid en tonen ze hun volle kleurenpracht. Waardoor u op elk moment het overzicht bewaart.

Verder krijgt u zeven kaarten op hand. Die bestaan uiteraard uit vissen, maar ook uit decoratie-elementen en ook voeder.

Het doel van het spel, zoals gezegd, is als eerste uw hand leeg te spelen op een moment dat aan minstens één van de aquariumvoorwaarden is voldaan.

Tijdens uw beurt moet en mag u een aantal dingen doen. U moet een kaart van de trekstapel op hand nemen of een kaartje kiezen uit de open display van drie. Vervolgens mag u drie acties doen, naar believen te combineren of te cumuleren: een kaart uitspelen in het aquarium, meerdere kaarten van dezelfde vissoort uitspelen (op voorwaarde dat ze tot dezelfde school behoren), een kaart van de gesloten trekstapel of eentje van de open display op hand nemen of twee kaarten afleggen en drie kaarten van de trekstapel nemen.

Als u kaarten speelt moet u rekening houden met een aantal beperkingen. Bepaalde vissen durven nogal eens eisen te stellen. Er zijn er die bijvoorbeeld een huisje op de bodem van de bokaal willen, of waterplanten van waaruit ze onopvallend vrouwtjesvissen kunnen spotten. Andere vissen voelen zich dan weer alleen goed bij hun soortgenoten, een schooltje dus. Een schooltje moet minstens uit drie vissen bestaan. Sommige vissen kunnen anderen dan weer niet uitstaan. De Guppy, het miljoenenvisje, het populairste aquariumvisje ter wereld dat gekenmerkt wordt door zijn groot staartje, is niet zo populair bij veel van zijn medevissen. Die komt er dus bij bepaalde soorten niet in. Geen BV’s in ons aquarium! En er zijn er ook die pleinvrees hebben en niet overweg kunnen met grote massa’s, schooltjes dus. U ziet, er valt met het een en ander rekening te houden. U mag de voorwaarden echter schenden als u kaarten uitspeelt. Dat klinkt leuk, maar is het niet. U moet immers voor elke voorwaarde die u schendt een kaart van de trekstapel op hand nemen. Aangezien van u wordt verwacht dat u als eerste uw hand leeg speelt is het overtreden van de regels, net als in het echte leven, niet zonder risico.

Enfin, u speelt tot het weer aan de opzichter is. Die krijgt een extra beurtje en gaat vervolgens zijn checklist van de geldende aquariumvoorwaarden af, wat in de praktijk betekent dat er nogal wat vissen uit het aquarium worden geflikkerd. Staat mijn persoonlijke favoriet, de piranha, bijvoorbeeld op de aanwezigheidslijst eet die onmiddellijk een andere vis op. De opzichter bepaald welke. Dan wordt gekeken of de nog aanwezige vissen voldoende voedsel hebben. Elke handkaart van elke speler telt voor één portie voeder. Die worden samengeteld met de porties voederkaarten die werden uitgespeeld (waarde 4, 5 en 6) zodat men de voedercapaciteit bekomt. Voor elke voederportie die men tekort komt kiepert de opzichter een vis uit het aquarium. Daarna worden de visvoorwaarden geëvalueerd. Als een school bijvoorbeeld niet uit minstens drie vissen bestaat vliegt het klasje er onverbiddelijk uit. Gelukkig moeten alle vissen die uit het water worden gesodemieterd niet weer op handen worden genomen. Ze gaan gewoon op de aflegstapel. De laatste activiteit van de opzichter is het volledig vervangen van de display van drie openliggende kaarten.

De opzichter gaat naar de in uurwijzerzin volgende speler en daar gaan we weer. Tot er iemand zijn hand volledig in het aquarium heeft geledigd. Die wint.

Er zijn ook nog regels voor gevorderden, waarbij u rekening moet houden met de temperatuur (waarmee u dan enkele graden mag knoeien tijdens uw beurt) en/of waarbij er geen open display van drie kaarten wordt gebruikt en gewoon altijd wordt getrokken van de dichte trekstapel Deze laatste gevorderdenregel lijkt me eerder contradictorisch omdat hij u minder keuzemogelijkheden en dus minder invloed geeft. Niet echt iets voor experts als u het mij vraagt. De benedengrens van 6 jaar lijkt me, net als bij African Park, enigszins overdreven. Ik begin stilaan het gevoel te krijgen dat Italië superkinderen uitbraakt. Laten we gewoon maar stellen dat 6-jarigen ook hier gediend zijn met een variantje.

In tegenstelling tot een echt aquarium is dit in een wip schoongemaakt. Het is lekker compact en kan overal mee naartoe. De kaarten zijn stevig, duidelijk en taalonafhankelijk. De regels zijn viertalig dus dat moet voor de meesten onder ons haalbaar zijn. En het spel is gewoon leuk. Het leegspelen der handen is altijd een mijner favoriete spelmechanismen geweest. En samen met African Park staat deze titel mooi synchroon te wezen in uw kaartspellenkast. Het oog wil immers ook wat.

En zou ik de kaartspellenuitgevers mogen verzoeken – vooral zij die zich koppig blijven vasthouden aan het doosje met klepje en niet met deksel – even een voorbeeld te nemen aan Acqua Dolce en African Park? En het schandalige functionaliteitverlies van hun klepdoosjes te compenseren met een gelijkaardige inlay? Alvast bedankt.

Voor spelers onder u die, net als ik, meer affiniteit hebben met onze gevederde vrienden dan met de geschubde, onderstaand compenserend filmpje. Straffe gast die tijdens dit spelletje “Aria Dolce” de bouwvoorwaarden weet te realiseren.

http://www.youtube.com/watch?v=zA1Go-f1kZc

Dominique

 

Acqua Dolce (Giochix.it, 2009)

Daniele Ragazzoni

2 tot 5 spelers vanaf 6 jaar

20 minuten

 

De Nijldelta zonder bochtenwerk

Beste medespeler,

Soms schreeuwen spelregelboekjes mij toe: “Vat mij samen!”

Egizia was zo’n schreeuwertje. Ik heb het spelverloop gecomprimeerd en aangevuld met enkele belangrijke aandachtspunten. Ik heb het gepost op BGG maar het kan nog even duren vooraleer het effectief in de files-sectie van Egizia verschijnt.

Kunt u zolang niet wachten en wilt u snel en gemakkelijk aan de slag met Egizia, iets wat ik u ten zeerste kan aanraden, geef dan gerust een seintje. Dan stuur ik u het (Word) documentje door.

Dominique

Walk like an Egiziaptian!

Beste medespeler,

Vandaag zag ik bij een kennis een plaquette aan de muur hangen met de wijze woorden: “Een vriendelijk gezicht geeft overal licht.” Dat zette mij aan het denken. Want ik was enkele dagen geleden ergens te gast waar de vriendelijkheid niet lang na aankomst in ijltempo van mijn gezicht begon te glijden als was het de make-up van Veronique De Kock bij een buitentemperatuur van 97 graden Celsius. Dat afglijden werd niet veroorzaakt door de kwaliteit van het gezelschap waarin ik mij bevond, integendeel, maar wel door de chronische aaneenrijging van spelnederlagen die ik tijdens die bewuste samenkomst moest incasseren. BasketBoss: laatste; El Paso: laatste; A La Carte: laatste; Egizia: laatste; Turandot: tweede; The BoardGameGeek Game: voorlaatste. Een mens zou voor minder krijsend de straat oplopen. Maar er was, buiten het aangename gezelschap, toch nog een lichtpunt dat mij zelfs deed verlangen naar een nieuwe nederlaag. Als ik het maar opnieuw mocht spelen.

Egizia.

Egizia is immers het beste spel dat ik sedert 26 oktober jongstleden heb gespeeld.

Ik voel de waaromvraag al op uw lippen branden.

Waarom?

Wel, om te beginnen is er de prachtige en functionele uitvoering van het geheel. U krijgt een mooi spelbord, mooie en praktische spelonderdelen en een regelboek in kleur.

U kunt vanuit de bezemwagen toch weer bij de kopgroep aansluiten. Ik werd, naar gewoonte, laatste tijdens ons spel, maar de vierde en de vijfde ronde deed ik me daar een remonte van heb ik je daar. Dat vind ik een zeer interessant gegeven. En het helpt me ook over mijn La Citta-trauma dat ik enkele jaren geleden opliep heen te komen.

Het gekke is dat dit spel niets nieuws toevoegt aan het genre, wat dat genre dan ook moge betekenen. Alles wat zich hier afspeelt hebben de meesten onder ons al eens gezien. Maar het klikt hier allemaal wonderwel in elkaar. Het is gewoon leuk spelen in Egizia.

Er leiden ook meerdere wegen naar de overwinning. De ene weg rijdt al wat makkelijker dan de andere, maar u kunt door slim te rijden toch als eerste de eindmeet halen. U kunt voor de sfinxkaarten gaan, u kunt zich Bobgewijs op allerhande bouwactiviteiten storten, u kunt zo snel mogelijk de graanmarkt en/of steengroeve afjakkeren om zo punten mee te pakken en ook de Nijlkaarten bieden voldoende mogelijkheden om u op dat telspoor vooruit te stuwen of het voorgaande in iets makkelijker banen te leiden.

U mag scheepjes plaatsen op actievelden. En u kunt altijd wel wat leuks. En wat u doet levert ook altijd iets op, tenzij u uw bouwploegen zonder brood zet. Dan incasseert u minpunten. Eigen schuld.

Er zitten duidelijk enkele subtiliteiten in het spel die pas na een paar keer spelen boven komen drijven. Zo laat u schijnbaar niet bruikbare en oninteressante Nijlkaarten voorbij vloeien, tot u een ronde later vaststelt dat u dat kaartje dat u fluitend liet liggen enorm mist..

U hebt een zee aan keuzemogelijkheden, met als kernwoorden: wat, waar, wanneer en vooral: vóór wie? En u gaat altijd het gevoel hebben dat u de verkeerde keuzes hebt gemaakt. En u gaat altijd het gevoel hebben dat u net te laat komt.

Verder kunt u uw medespelers met de glimlach dwarszitten. Een laatste vrije bouwplaats inpalmen bijvoorbeeld. Of de bevloeiing van de oevers van de Nijl een beetje negatief manipuleren, of die zeer interessante Nijlkaart voor uw kwijlende medespeler(s) weggraaien.

U komt ook de obligatoire dilemma’s tegen. U mag uw scheepjes immers alleen stroomafwaarts plaatsen. Dat is jammer als u halfweg op de Nijl – of erger: op het einde – iets ziet liggen wat er wel heel lekker uitziet. U mag er onmiddellijk naartoe, hoor, maar u ontzegt uzelf dan ook voor de rest van de ronde minstens de helft van de aanwezige extra’s. Gelukkig is er een Nijlkaart die u toelaat één keertje met een schip stroomopwaarts te varen.

Die Nijlkaarten zijn echte goodies. Er zijn er die u eenmalig tijdens het spel kunt inzetten, er zijn er die u permanent kunt gebruiken en er zijn er die u onmiddellijk moet activeren als u ze kiest. Ik ben er verliefd op. En ze komen elk spel in een andere volgorde langs die vervloekte Nijl te liggen, en de interessantste meestal pas waar de Nijl meandert, het eindpunt dus, waardoor u samen met uw medespelers nagelbijtend een hele ronde door moet.

Het inzetten van uw bouwploegen vraagt ook de nodige aandacht. Vier ploegen hebt u, waaronder een jokerploeg die alleen samen met een vaste ploeg kan worden geactiveerd. Uw bouwactiviteiten goed plannen is aan te raden om overcapaciteit aan personeel te vermijden. Zoals elke goede ondernemer moet u uw personeel ten allen tijde zo rendabel mogelijk over de bouwwerven verdelen. U schenkt hier best de nodige aandacht aan.

U behoudt tijdens het spelen ten allen tijde het overzicht. Dat moet ook want u moet zowel uw eigen activiteiten als die van uw tegenstanders in de gaten houden, mogelijk zelfs meer het laatste. Maar zij moeten dat ook doen met u, dat vlakt dus lekker uit.

Egizia is een mooi mix tussen tactiek en strategie. U moet op korte termijn denken maar ook op lange. En die wisselen elkaar lekker af.

En de speeltijd, beste medespeler, is precies op maat.

Minpunten?

Uiteraard. Zelf zijn wij ook verre van perfect, nietwaar?

De spelregels hadden enkele kleine details iets beter moeten verduidelijken. Hoe zit dat nu juist met strafpunten op veld vier en vijf van de graanmarkt bijvoorbeeld. Of het toekennen van de punten die je krijgt als je je markeersteen vanuit het onderste veld van de steengroeve of de graanmarkt nóg verder naar onder mag bewegen. De verduidelijking van de manier en de volgorde van punten tellen is net dankzij deze goedbedoelde duiding in een soort twilightzone terechtgekomen waar u op eigen houtje weer moet uit zien te komen. Op een vrijdag de dertiende zou ik er niet aan beginnen als ik u was. Maar gezond verstand helpt, en meestal zit u niet alleen aan tafel als u dit wilt spelen, u bent dan minstens met z’n drieën. Daar zit er meestal toch eentje tussen die verstandelijk wat beter bedeeld is, al pint u mij daar beter niet op vast.

Er is trouwens een belangrijk gegeven dat niet in de regels staat vermeld maar ondertussen wel werd gecorrigeerd op de website van Hans Im Glück, namelijk dat elke speler bij het begin van het spel een sfinxkaart van de gedekte stapel mag trekken. Zo kunt u al van bij aanvang naar een klein doeltje toe werken.

De bonuspunten van de Nijlkaarten kunnen de eindtelling een serieuze slag geven. Door bepaalde zaken tijdens het spel te doen gaat u trouwens bepaalde spelers met bepaalde bonuskaarten helpen. En als u de kaarten niet kent gaat u dit doen zonder dat u het zelf beseft. Vooraf deze kaartjes samen even doornemen is aan te raden.

Er staat ook wat Duits op de kaarten. Maar er staan ook symbolen op, dus niet helemaal onoverkomelijk. Sommige kaarten hadden met andere symbolen iets duidelijker kunnen zijn, maar wie ben ik. Een kniesoor, zo lijkt het.

De doos ziet er niet uit maar dat is een kwestie van smaak. Owel heb ik die, ofwel heb ik die niet. U moet dat zelf maar uitmaken.

We zitten weer in het Oude Egypte. Sommigen onder ons beginnen dat afgezaagd te vinden. Maar in Egizia wordt u op het einde voor de verandering eens niet voor de krokodillen gegooid.

Over gooien gesproken: op de stapel “te ruil of te koop” zal deze niet snel terechtkomen
. U gaat me gelijk geven als u er uzelf eens aanzet.

Morgen, beste medespeler, voorzie ik u nog van een Egizia-bonus. Dank u, Dominique..

Dominique

 

Egizia (Hans Im Glück, 2009)

Acchitcocca, Antonio Tinto, Flaminia Brasini, Stefan LupertoVirginio Gigli 

2 tot 4 spelers vanaf 12 jaar

75 minuten

En is u al ter ore gekomen dat..

Cardcassonne (Hans Im Glück) verrassend goed meevalt?

En dat u moet rekening houden met erg hoge scores, waarbij u zelfs tot tweemaal toe het scorespoor van 100 punten afdendert? In uw geval toch, bij mij was het wat minder (ik begin me trouwens stilaan af te vragen waarom ik me überhaupt nog met spelen bezig hou).

Dat het snel speelt, een goede timing vraagt en met vijf spelers mogelijk, al heb ik daar nog geen ervaring mee, erg cutthroat is?

Dat u niet mag vergeten dat u tijdens het spel niet meer in uw schatkist mag kijken? En dat u met het uitspelen van uw eerste, verplicht verdekte, kaart leuke dingen kunt doen?

En dat de bonuspunten voor setjes van verschillende gebouwen aanzienlijk zijn en niet mogen worden onderschat wilt u op het einde nog een spectaculaire inhaalbeweging – 80 punten moet haalbaar zijn – uit uw mouw schudden?

Shipyard (Czech Games Edition) heel goed schijnt te zijn, ondanks de grote hoeveelheid aan spelmateriaal dat wel wat opzettijd vraagt?

Zelf heb ik het nog niet gespeeld, maar ik heb er met een paar kenners die het hadden gespeeld over gesproken. Zij maakten unaniem gewag van een drie uur durende eerste sessie die door het spelplezier voorbij was gevlogen. Toen ze dat zeiden schoten hun ogen opnieuw vol spelvreugdevuur. Misschien dus ook iets voor u, beste medespeler. 

In Castle Panic één verdwaalde goblin uw hele burcht, en daardoor uw overwinning die op een zucht verwijderd is, om zeep kan helpen?

En dat de afstand woud – burcht voor goblins, trollen en orks in zowel een spreekwoordelijke als letterlijke wip wordt overbrugd? Zelfs sneller dan de tijd die u nodig hebt om het woord “wip” uit te spreken? En dat dit solo winnen een krachttoer is die mag worden vergeleken met het lek zetten van alle vier de banden van de pausmobiel tijdens de wekelijkse rondrit op het Sint Pietersplein?

Egizia (Hans Im Glück) het beste spel is dat ik sedert het afsluiten van Spiel 2009 heb gespeeld?

U, indien u over kinderen beschikt en dringend advies wilt over goede kinderspellen, eens moet afstappen op de onderstaande digitale locatie?

http://kinderspellen.skynetblogs.be/

Ik graag morgen met u afspreek voor een nieuwe uitgebreide spelbespreking?

Dominique