Grietje De Dood.

Pietje De Dood. Volgens de overlevering komen we hem allemaal ooit wel eens tegen. Iedereen weet hoe hij eruit ziet. Knokerig en met een kapmantel. En een zeis. Daarmee snijdt hij secuur en trefzeker levensdraadjes door. Maar wie zegt dat Pietje De Dood een Pietje is? Zou het evengoed geen Grietje De Dood kunnen zijn? Een bloedmooie vrouw die u met een zachte fluisterstem tot zich roept, u vervolgens liefdevol bij de hand neemt en u met lichte maar zekere tred naar gene zijde begeleidt? Volgens mij wel. Als mijn tijd gekomen is zal zij het in elk geval zijn waarop ik ongeduldig lig te wachten. Misschien ligt in die redenering ook het fundament van het reïncarnatiedenken. De ziel die weerkeert naar de aarde, gewoon om op het einde dat wandelingetje met Grietje nog eens te mogen overdoen. Het lijkt me een zeer plausibele verklaring.

Er zijn spellen waarin u als speler de luxe mag proeven te reïncarneren als u het loodje legt. Om vervolgens doodleuk en tot afgrijzen van uw tafelgenoten “kiekeboe!” te roepen. Hieronder, beste medespeler, mijn favorieten.

Bacchus’ Banquet (Mayfair Games)

U gaat eraan als uw broekriempje knapt, u enkele dolken in uw achterkant hebt zitten of voldoende vergif hebt ingenomen. Maar u komt weer. Als een nieuw karakter. Met iets minder mogelijkheden en waarschijnlijk met een beetje achterstand op de rest van het addergebroed waarmee u aan tafel zit, maar zeker niet kansloos voor de overwinning. Want in dit spel kan van alles gebeuren. Meestal op momenten waarop u het niet verwacht. Vlak voor u sterft is het dan ook aan te raden een extra inspanning te leveren om uw oogjes en oortjes goed open te houden. Dit laatste orgaan schijnt bij stervenden extra goed te werken, maak er dus dankbaar gebruik van.

Courtisans of Versailles (Tilsit / Mario Truant Verlag / Clash Of Arms Games / Dragons Raieux)

The horror, the horror! Alsof doodgaan nog niet erg genoeg was, kom je hier terug met een ander geslacht. Was je een vrouw heb je plots een piemel(tje), was je een man zit er plots een groot zwart gat waar zich ooit je trots bevond en weet je ineens niet goed meer wat je moet nalopen. Desoriëntatie en verwarring alom dus op zo’n – zeg maar gerust enorm gênant – moment. U gaat me niet geloven maar zieke geesten onder ons gebruiken deze techniek om het spel naar hun hand te zetten. Het woord “spel” krijgt hier wel een heel nare bijsmaak, maar het is niet anders. Nooit geweten trouwens dat de genderstichting in het hiernamaals een filiaal heeft.

Evo (Descartes Editeur / Eurogames)

Als er specimen zijn die een hartig woordje kunnen meepraten over “het loodje leggen” zijn het de dinosauriërs wel. Wat hebben die allemaal wel niet op hun kop gekregen? In Evo werken we rustig toe naar de definitieve wipeout maar op de weg daar naartoe krijgen we, als het echt tegen zit, ruimschoots de kans om onze dino’s opnieuw tot leven te wekken. En dat mogen we dan, in tegenstelling tot de courante verplaatsings- en vermenigvuldigingsregels van de beestjes, eender waar op het zeer geslaagde moduleerbare spelbord. Sommige spelers, zich meestal situerend in mijn onmiddellijke omgeving, gebruiken dit zelfs als een manier om plots op te duiken in de achtertuin van een concurrent met als enige bedoeling daar dan weer dood en verderf te zaaien.

Kampf Der Gladiatoren (Rio Grande Games / Hans Im Glück / 999 Games)

Nog voor u “zij die gaan st…” geroepen hebt ligt u al zieltogend op het zagemeel van de arena. Maar ziet, u gaat niet naar het licht aan het eind van de tunnel. Neen, u keert terug en leeft! HOERA! Dat Hoeragevoel houdt net zo lang aan tot u vaststelt dat uw gereïncarneerde zelf een beetje gedegradeerd is op de evolutionaire ladder, waarna het plotseling wel met hele kleine letterjes wordt geschreven. U bent plots een beer of een stier en, als u een heel klein beetje geluk hebt, een leeuw. En u bevindt zich nog steeds in dezelfde arena. Gelukkig mag u nog meedoen en het uw medespelers lastig maken. Maar of u nog zoveel plezier zult hebben als bij spelaanvang valt zeer te betwijfelen.

Mall Of Horror (Asmodée Editions / Nexus)

U wordt achternagezeten door zombies. In een groot winkelcentrum, zoals het hoort. En gaat u eraan verandert u gewoon in een levende dode. Een zombie, inderdaad. Toch eentje die nog oplet. Het is niet echt reïncarneren maar het komt toch dicht in de buurt. Het leuke in dit spel is dat u extra soortgenoten in het spel mag brengen die dan samen met u lekker op uw vroegere medestanders gaan helpen jagen. Geef maar toe, een stuk bijten uit uw medespelers, hebt u daar niet altijd stiekem van gedroomd? Niet flauw doen. Ik wel.

Ruckkehr Der Helden (Pegasus Spiele)

Sterven mag hier hoor. U keert weer naar het rijk der levenden. U hebt dan wel alle attributen die u tijdens het spel had verzameld in het hiernamaals moeten afgeven. Niet erg zegt u? U zult anders piepen als het u zelf overkomt want deze attributen zijn meestal “nogal erg nodig” om het spel te kunnen winnen. Nogal erg veel nodig zelfs. Daarom raad ik u aan, als u een beetje roekeloos van nature bent en toch zelfmoordneigingen hebt, deze ten uitvoer te brengen in de aanvangsfase van het spel. Indien u dat niet doet ziet u de achterwerken van uw fluitende medespelers aan de einder verdwijnen en geloof me, u ziet ze nooit meer terug. Voor sommigen onder ons is dat een zegen, zij die graag winnen vermijden dit te allen prijze.

Runebound (Fantasy Flight Games / Heidelberger Spieleverlag / Nexus)

Voorwaar, avonturier, pas op. Indien gij het tijdelijke met het eeuwige verwisselt verliest gij niet alleen uw goud, maar ook uw meest waardevolle voorwerp. Waardevol heeft hier totaal geen emotionele of fysieke connotatie, u verliest gewoon wat het meeste waard is. En wat het meeste waard is hebt u meestal ook het meeste nodig. En aangezien u bij uw heengaan ook al uw zuurverdiende goudstukken bent kwijtgeraakt hoeft u er zelfs niet over te piekeren om op korte termijn een gelijkwaardig voorwerp aan te kopen. Dat is leuk, geen gepieker, maar u hobbelt dan voor de rest van het spel wel zo’n beetje achteraan, zo’n beetje hulpeloos, zo’n beetje scharrelend in de marge. Leuk als u een beetje aan sightseeing wil doen, maar dodelijk als u er stiekem van droomt door uw medespelers als overwinnaar te worden toegejuicht.

Tongiaki (Schmidt Spiele / Uberplay / PS Dames)

Als u geëlimineerd wordt, wordt u gewoon wakker op een nieuw eiland en kunt u gewoon van vooraf aan beginnen. Om uiteindelijk doodleuk achteraan te eindigen. Bekijk uzelf dan gewoon als een personage uit “Lost”, want de titel van die serie leent zich uitstekend om het gevoel te beschrijven dat zich van u meester maakt op het einde van deze spelsessie.

Ursuppe (Doris & Franck / Z-Man Games)

Het Evoprincipe wordt ook hier toegepast, tot grote tevredenheid van de getroffenen. Bent u bijna aan het einde van uw levensbobijntje mag u eender waar op het door uitwerpselen allerhande bontgekleurde spelbord een nieuw pantoffeldiertje plaatsen. Hou er wel rekening mee dat u, als u dit in dit spel regelmatig moet doen, echt niet goed bezig bent en met een dikke zwarte vilstift gerust “overwinning” op
uw blote buik mag schrijven. Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de wetenschap dat u tenminste voor een avond uw medespelers hebt mogen benaderen als waren het een stelletje eencellige amoeben, iets waar u al lang van overtuigd was maar nu eindelijk proefondervindelijk kon worden aangetoond.

Vinci (Descartes Editeur)

Het loodje legggen, zegt u? Hier mag u hele beschavingen ten onder laten gaan. Let wel, enkel die van u. Van die van de andere spelers blijf je met je tengels af. Duizenden – wat zeg ik – miljoenen volgelingen kun je hier naar eigen goeddunken de pijp uit laten gaan. In alle vrijheid. Je kiest zelf wanneer. En nog straffer: je scoort er nog een tijdje punten mee ook. Je verliest er wel een bijna volledige beurt mee. Maar geen nood hoor, je reïncarneert gewoon een nieuwe beschaving elders op het afschuwelijk lelijke spelbord (jawel hoor, een Abomilabel!). Laten uitsterven en nieuw leven beginnen, en vooral de timing daarvan, is trouwens dé strategie om dit spel te winnen. Hou u dus niet in!

Alhoewel, inhouden is toch wat ik nu ga doen. De plicht roept. En mijn patatjes met stoverij roepen nog veel luider.

Dominique

Das Bettsport-Quartett. Das Quartettspiel mit 32 Liebespositionen!

Vergeet de titel van deze bijdrage. Het was gewoon om uw aandacht te trekken. Zodat u deelgenoot kunt worden van mijn gemijmer. Ik vind het een prachtig woord, mijmeren, alleen moet je opletten wanneer en waar u deze activiteit beoefent. Zo stond ik onlangs te mijmeren aan de kassa van de plaatselijke Carrefour. Ik haalde me een aflevering van Avro’s Toppop voor de geest, meerbepaald die waarin Iggy Pop de studio volledig sloopt, en werd prompt terug gekatapulteerd naar de tweede helft van de jaren 70. Van daaruit associeerde ik verder naar de BRT Radio Top 30, naar die legendarische aflevering in december 1980, waarin de totnogtoe nog steeds onovertroffen Paul Verbrugghe de vogeltjesdans op 78 toeren liet horen met de mededeling: “Dan zijn we er sneller vanaf”. Hij had namelijk een fantastische eigenschap, onze Paul. Hij zei bij elk nummer wat hij ervan vond. Hij kreeg na dat voorval prompt een nota van de BRT-directie met de mededeling dat zoiets écht niet kon, lees: “Heb vooral geen eigen mening, Paul.” Verbrugghe hield de eer aan zichzelf en nam niet lang daarna ontslag. Hij is nog steeds één mijner grootste idolen.

Mijn gemijmer had wel tot gevolg dat er zich achter mij een rij had gevormd van hier tot aan de rayon met de huidkleurige steunkousen. Een rij die zich duidelijk niet in de jaren 70 bevond, maar midden in september 2008, en vooral heel erg doordrongen van het adagio “Time, en dan vooral die van mij, is money.” Het kwam net niet tot een vechtpartij. Moraal van het verhaal: plan uw mijmeringen zorgvuldig.

Juli, augustus, september 2008. Spellenvrienden, ze zijn voorbij en ze komen nooit meer weer. Het enige wat blijft zijn herinneringen. Wat is mij bijgebleven van dat spelkwartaal? Wat beroerde mij en beroert me nog steeds? Lees verder en vorm u een idee van wat bij mij is blijven hangen.

 Agricola

Als Marco Borsato er ooit moest aan denken een maxiversie uit te brengen van zijn megahit “Rood” heb ik alvast een goeie tip voor de man. Hij kan gerust nog een couplet toevoegen aan zijn monsterhit, met de regeltjes “Vandaag speel jij Agricola met rood. Vandaag is rood de kleur van je handen. Vandaag is rood, de kleur van je kaarten. Vandaag is rood, wat wit hoort te zijn.” Het melodietje verzin u er zelf wel bij. Ik kan tenslotte niet alles zelf doen. Na enkele posts op BoardgameGeek ging ik ervan uit dat het euvel enkel de Engelstalige editie teisterde, maar ondergetekende heeft ondertussen ook prijs. Wie met rood speelt loopt het risico op rode handjes die dan op hun beurt de rest van de spelonderdelen gaan besmetten. En neem het van mij aan, de tactieken van Pandemic geven hier niet thuis als je één en ander weer recht wil trekken. Het merendeel van mijn kaarten is rood uitgeslagen. Niet dat het spel daardoor onspeelbaar wordt, maar mooi is anders. U bent gewaarschuwd.

Bachus Banquet

Made in Belgium en een hele goeie. Wie is wie is de hoofdvraag in deze spannende, orgiegeladen kwis. Knappende broeksriemen, snuifjes snelwerkend vergif, dolken in de rug, spelen op een lier, het zit er allemaal in. En ongegeneerd Caligula mogen uithangen is toch ook mooi meegenomen. Wel jammer dat er maar vijf Romeinse staatsburgers mogen meedoen.

Colosseum 

Zwaar geschrokken van het feit dat dit langdurende en diep strategische spel door een dobbelsteenworp in de laatste ronde kan worden beslist. Drie uur werken en priegelen naar een overwinning en dan dit. Slik. Niet dat ik op enig moment aanspraak kon maken op de overwinning hoor, maar voor de twee nek aan nek racers toch een erg bitter einde. Niet leuk.

Coyote 

Hierin kan je jezelf écht wel belachelijk maken, zowel door de letterlijk te nemen aankleding als door het spelconcept, en daarom nog steeds één mijner favorieten. De minpunten zo hardhandig mogelijk op het voorhoofd van de tegenspelers drukken blijft, samen met die belachelijke asbak van Andromeda, één van mijn favoriete speltechnische innovaties,

De Gouden Eeuw 

In dubio over deze. Wie het eerst 33 punten heeft is gewonnen. Ik moet eerlijk melden dat dit gegeven mij absoluut niet aanstaat. Ik hou niet van spellen die afklokken op punten. Ik zwelg liever in de heerlijke onzekerheid van een spannende puntentelling op het einde Al moeten ze nu ook niet overdrijven. Zoals in Stone Age bijvoorbeeld. Er zijn grenzen. Maar het spelbord is zo mooi. En er staat een stukje Vlaanderen op. Maar ik hoor ook verontrustende dingen over de spelregels en als ik, buiten de doodgewone huismijt, voor iets allergisch ben is het wel een onduidelijk en ongestructureerd regelwerk. Dat wordt proefspelen.

Dragon Hunt en Wyvern 

Naar aanleiding van het onverwachte bezoek van een verre vriend en tevens een fervent liefhebber van kaartspellen nog eens uit de kast gehaald. Begonnen met het all-inn pakketje van Dragon Hunt en daarna overgeschakeld op Wyvern, het CCG waarvoor Dragon Hunt het opwarmertje – of beter, het warmmakertje – was. Als ik mijn favoriete bestiarium even doorblader nemen draken een zeer prominente plaats in, vandaar. Zeer genoten van deze sessies, waarbij Wyvern toch een lichte voorkeur krijgt omwille van de voor extra pit zorgende schatkaarten.

 Expedition Altiplano

Omdat de verre vriend er nu toch was werd dit ook nog even uit de keukenkast (jawel!) gehaald. Een Frans Indiana Jones-achtig kaartspel voor twee met redelijk wat diepgang en, wat nog veel belangrijker is, puur spelgenot. Laat u vooral niet afschrikken door het woord “Franstalig”. Om dit goed te kunnen spelen moet u enkel de volgende Franse woorden vooraf instuderen: défausse (aflegstapel), supprimer (wegnemen), fache cachée (gedekt), pioche (trekstapel). Geloof me, daarmee komt u al een eind. Wat daarna volgt is een spannend steekspel met bijna overwinningen die plots worden omgebogen tot bijna nederlagen en omgekeerd, tot er iemand helemaal het loodje legt natuurlijk. Daar bovenop krijgen we nog erg mooi artwork voorgeschoteld en een voor beginners handig spelplan. Dit laatste hulpmiddel kan al na de eerste sessie weg, want vanaf dan is alles wat u doet tweede natuur. Een blijvertje.

Grand National Derby en Titan, The Arena

Allebei nog eens gespeeld en mij uitermate goed geamuseerd.

Thema en Knizia, Vuur en water. Ook hier weer. In GND zijn we jockeys die, gezeten op Arabische volbloeden of tweedehands ezels (afhankelijk van de plaats waarop we eindigen) als eerste bekommernis hebben gewoon aan te komen en als tweede bekommernis met zoveel mogelijk weddenschappen op onze naam. Eenvoudig, elegant en vooral heel gemeen. Want onderweg moeten drie van de renpaarden sneuvelen, uiteraard mede bepaald door het egoïstische gespuis waarmee u aan tafel zit.. In Titan, The Arena doen we het nog eens gezellig over maar daar zijn de paarden vervangen door mythische creaturen die elkaar te lijf gaan in een al even mythische arena omringd door een naar bloed hunkerende razende massa. Titan, The Arena werd al snel ge
volgd door de derde variant: Colossal Arena. Meer van hetzelfde met een beetje finetuning.

En Herr Knizia kon er blijkbaar zelf ook niet genoeg van krijgen want hij is uiteindelijk nog met een vierde variant op de proppen gekomen: Galaxy, The Dark Ages. Voor deze laatste is de uitdrukking “toeters en bellen” uitgevonden, tot de vijfhonderdste macht, want hierin vindt zelfs een kat haar jongen niet meer terug. Vraagt heel wat voorstudie en inlevingsvermogen en staat daardoor nog steeds ongespeeld op mijn spellenrek. Maar ik werk eraan.

Memoir ’44 

Hoe ver kun je als speluitgever gaan? Heel ver blijkbaar. Want hiervoor hebben ze bij Days Of Wonder een speciale “campaign bag” uitgebracht. Uitstekend voor een bezoekje aan de plaatselijke buurtwinkel als je het mij vraagt. Of om mee te nemen naar Essen. Om andere spellen in te steken. Of misschien toch beter niet, want voor je het weet zit je op een C-130 op weg naar Afghanistan. En kom daar maar eens af met de smoes dat het een spellenzak is.

Oltremare 

Dit is eindelijk nog eens op tafel gekomen. Het is veel te goed om zo weinig gespeeld te worden. Gespeeld en genoten dus, ondanks mijn armzalige score. De bootjes moeten wel eens dringend het droogdok in. De onderkant blijft gewoon staan als je ze met de zeiltjes opneemt. En dan kunnen ze uiteraard niet goed Oltrevare.

R-Eco 

Dit blijft maar op tafel komen. Ondertussen zijn we overgeschakeld naar de variant met de willekeurige fichedistributie, wat een zeer leuke afwisseling is. Naar mijn gevoel zelfs beter dan de originele versie. Ik zou het eens proberen als ik u was.

Shadows Over Camelot 

Een heel aangenaam tijdverdrijf, dit spel. Vooral als er geen verrader aan tafel zit terwijl iedereen vermoedt van wel. Minder leuk was dat al mijn zetten werden gevolgd als was ik onder een elektronenmicroscoop bezig. Ik werd er zenuwachtig van. En dat wil wat zeggen. Uiteindelijk wonnen we toch zonder veel moeite, maar de zaden van het wantrouwen zijn ondertussen volop aan het ontkiemen.

Traders Of Carthage 

Een kruising tussen Alhambra, Oltremare, Showmanager en Glory To Rome, zo werd dit spel vooraf omschreven. Ik heb dan ook niet lang hoeven na te denken. Is ondertussen al uitvoerig getest en goed bevonden. Goed. Niet meer maar ook niet minder. De bovenstaande ijkpunten zijn een beetje over the top, en dan vooral dat van Glory To Rome, maar zwemen zijn er wel van terug te vinden. Maar is het niet zo dat bijna elk spel iets van een ander spel in zich draagt? Is Space Alert uiteindelijk geen kloon van Atmosfear?

Spiel 2008 (deel 3)

Conclave (Vendetta Games) 

U gaat het misschien niet geloven maar mensen uit mijn onmiddellijke omgeving hebben zich onlangs laten ontvallen dat ze er wel eens van dromen Paus te zijn. Met een hoofdletter. Ze behoren nog steeds tot mijn vriendenkring, maar sindsdien bekijk ik ze toch enigszins anders. Want eraan denken is één, ervoor uitkomen is al heel wat anders. Ik probeer me ze nu voor te stellen in een witte jurk en met een paars keppeltje op, staand en zegenend op een balkon op het Sint Pietersplein. Benieuwd of ik van hen dan mijn broodnodige absolutie krijg. Maar laat ze eerst maar eens een poging doen in Conclave, de schijnheilige bonen. Kunnen ze bewijzen dat ze de paus-factor hebben. En dat, beste spellenvrienden, valt nog zeer te bezien.

Der Hexer Von Salem (Kosmos)

Het wordt een trend. En terecht. Semi-coöperatieve spellen deel vier. Bij Kosmos hebben ze ontdekt dat er zoiets bestaat als boeken. En als boeken succesvol kunnen worden verfilmd kunnen er spellen van worden gemaakt ook. Dit is een bewerking van een boek van Wolfgang Hohlbein die op zijn beurt de mosterd haalde bij H.P. Lovecraft. Ik ben trouwens benieuwd wanneer men aan de Bouquetreeks begint. Als Michaël Rieneck als (co) auteur op de doos staat vermeld beginnen de oogjes van ondergetekende te blinken. Altijd in de gaten houden dit sujet (De Kathedraal, Cuba, In 80 Tage Um Die Welt en het onterecht onderschatte Dracula). Probeert nu mee te surfen op de hausse van het coöperatieve spel. Dat mag van mij want ik ben deze, tot voor kort schandalig verwaarloosde, spellensoort zeer genegen. Speelt zich af in Arkham en heeft op het eerste gezicht nogal wat overeenkomsten met Arkham Horror, al hoop ik dat de horror van het op- en afzetten van deze laatste niet bij de heksen van Salem terug te vinden is.

Heads Of State (Z-Man Games / Eggert Spiele)

Een kaartspel vermomd als bordspel. Dit hebben we nog gezien. Maar toch, zeeeer interessant. Verschijnt pas ten vroegste in november dus niet te koop op Spiel, maar deze staat al met grote stip aangeduid in mijn atomaschriftje. Het hele, maar echt het héle zootje, passeert de revue: edelen, de klerus, de Spaanse Inquisitie, de beul, de guillotine en de galg met gratis bijgeleverde beul, goudstukken, legers en huurmoordenaars. Dit alles passeert de revue in een uurtje, waarbij onze enige betrachting is zo machtig mogelijk te worden.  

Im Schutze Der Burg (Eggert Spiele / Filosofia / The Game Master)

De afbeelding van de doos staat op de website van The Game Master al tussen de rest van de catalogus te blinken, maar verder geen nieuws te vinden daar. Het wordt afgezaagd maar we moeten weer gaan bouwen. En weeral in de middeleeuwen. Ik vraag me af wanneer we daar nu uiteindelijk eens mee klaar gaan zijn, want geef toe, we hebben toch al wat neergepoot in die donkere periode. Nog straffer: het spelbord is tweezijdig en aan de achterkant worden we vriendelijk verzocht ons in putteke winter ook nog eens in het zweet te werken. Volgens mij niet veel nieuws onder de zon, maar als er een schoonheidswedstrijd onder spellen wordt georganiseerd, een soort “Spiel-beauty”, zit deze zeker in de finale. Tip: eerst kijken, dan proberen, daarna beslissen.

Sator (Scribabs)

Sator is een afkorting. Indien de makers zouden verwachten dat u bij aankoop in de spellenwinkel de volledige titel zou uitspreken bleven de dozen volgens mij gewoon op de schappen staan. Vergelijk het een beetje met de plaat “Prisencoliensinainciusol” van Adriano Celentano (1973). Hier waren er nog miljoenen meer van verkocht als de titel enigszins uitspreekbaar was geweest. Naar het schijnt hebben platenhandelaars in die periode de grootste lol gehad met het bevragen van klanten: “De nieuwste van Adriano Celentano, zegt u? Kent u misschien de titel want die heeft er veel gemaakt hoor!” Sator staat voor “Sator Arepo Tenet Opera Rotas”. Eén goede raad: gebruik bij aankoop vooral voldoende kleefstof indien u een vals gebit heeft. Of oefen heel intens vooraf.

Space Alert (Czech Games Edition)

Semi-coöperatieve spellen deel vijf. Daar gaan we weer. Als het zo voorgaat zijn er geen competitieve spellen meer. Ik zou dat persoonlijk absoluut niet erg vinden, maar de meerderheid onder ons gruwt van deze gedachte. U wil natuurlijk bloed zien en ab-so-luut niet samenwerken in een spel. U wil alléén die lauwerkrans op. U doet maar, maar een spel
waarin u uitdrukkelijk wordt verzocht gedurende een tijdje uw mond te houden krijgt mijn volle aandacht.

Wabash Cannonball (Queen Games) wordt Chicago Express

“What’s in a name?”, heeft Shakespeare ooit gezegd. En als er eentje het kon weten was hij het. Maar als ik in een klein stationnetje moet kiezen tussen de “Wabash Cannonball” en de “Chicago Express” weet ik het wel hoor. En u ook, geef het maar toe. Zet mij maar in die kanonbal. Opwinding gegarandeerd. Queen toch.

Wolsung: The Boardgame (Kuznia-Gier)

Steampunk à volonté. Daar hoeft zelfs geen voorgerecht of dessertje bij. Dien maar snel op die handel.Dit spel genereert naar het schijnt zoveel stoom dat je na een tijdje het spelbord niet meer ziet, laat staan uw medespelers. Ik ken trouwens een stel zeer sympathieke Polen die me al hebben beloofd de Poolse regels te verduidelijken als op de Duitse of Engelse teveel haar staat. In pre-order.

Tot slot nog een tip: http://www.youtube.com/watch?v=HmlOrx_6FiI Klik hierop en geniet. Chapeau voor onze creatieve Noorderburen.

Dominique

Het voorgeborgte van de hemel (tweede akte).

Wees verschillig! Het is de slogan van de nieuwe ledenwervingscampagne van de Vara bij onze Noorderburen. Er is trouwens geen slogan denkbaar die beter weergeeft welke houding u best aanneemt ten aanzien van wat hieronder volgt.

Bloom (QWG)

Ik heb geen groene vingers. Dat is goed voor mijn imago nu de “oude man” (lui, heel vuil, met de begrippen “keuken” en “koken” totaal niet vertrouwd, monopolisator van afstandsbedieningen, extreem grof en – het is erg dat ik het moet zeggen, jongens, maar het is niet anders – ab-so-luut geen bordspeler) weer in opmars is. Maar ik weet wat cardboard bloemen met mij kunnen doen. Flowerpower bijvoorbeeld lokt mij steeds weer zonder enige moeite naar de speltafel. En als je dat met die boom van een echte kerel die ondergetekende is voor mekaar krijgt dan heb je wat in huis. Bloemen brengen ook kleur op de speltafel. En dan krijg je tenminste even de indruk dat het de goede kant op gaat met deze wereld. Wat niet zo is, maakt u zich vooral geen illusies.

Bloom lijkt op het eerste gezicht nogal aan de brave kant. We moeten – slik – aan bloemschikken gaan doen. Blijf toch nog maar even zitten. Meer opwinding zou kunnen worden gegenereerd indien we met de afgewerkte boeketten elkaar om de oren zouden mogen slaan (wat voor de meesten onder ons na een doorsnee sessie bloemschikken toch een doodnormale reactie zou zijn) maar dat wordt ons door de makers niet gegund. Wat we wel mogen is de bloemetjes opkweken, van onze perkjes halen en – dat is wél leuk voor de bloedorstigen onder ons – onze rottweilers en pitbulls op elkaar afsturen. Da’s goed, dan kunnen we ons – met het gekrijs en geblaf en gebijt op de achtergrond – tenvolle bezighouden met het verzamelen van onze overwinningspunten. Agricolaliefhebbers – als ik voortga op de posts op BoardgameGeek ongeveer driekwart van de wereldbevolking – vinden het misschien interessant te weten dat ook in dit spel kan worden gezaaid en geploegd.

Ja hoor, kwijl maar.

Cavum (QWG)

Er wordt nogal wat afgedolven de laatste tijd. Tinners’ Trail (Treefrog) sloeg onlangs in als een bommetje, Sutter’s Mill (Phalanx) komt er ook al aan en in Diamonds Club (Ravensburger) is het ook al een gehak en getak dat het niet mooi meer is, al neigt men bij deze laatste toch meer naar het afgewerkte product en een propere afhandeling boven de grond. Samen met de recente heropleving van het coöperatieve spel (terecht) en de invasie van de Vikingen (nou ja) lijkt het erop dat we een tijdje vertrokken zijn voor intens en vooral vuil graafwerk.

Een gamer’s game is dit, dus niks voor mij, maar ik maak de grote denkers onder ons hier graag attent op.

Circus Maximus (Pegasus Spiele)

Lekkere grote, dikke, mooie “flapgeluiden” makende kaarten die dan ook nog eens deel uitmaken van een goed spel. En ruiken doen ze meer dan waarschijnlijk ook meer dan behoorlijk. Het thema, kopen en verkopen van tickets op de zwarte markt is echt iets voor mij. Gezien de woekerwinsten die hiermee naar het schijnt kunnen worden gegenereerd lijkt dit mij ook een hele leuke bijverdienste. Alleen worden we – weer eens – teruggekatapulteerd in de tijd, meerbepaald naar het oude Rome. Dus gaat het om tickets voor het de wagenrennen, de gladiatorengevechten en zelfs de beruchte orgieên van Caesar. Niet om Rock Werchter of Pukkelpop dus, al lijkt me een koppeling van dit spelsysteem aan deze festivals een originele reclamestunt. Terug naar onze reporter aan het colosseum: “Je beschikt over getalkaarten die je kunt inzetten op tickets, bezoekers, locaties en actiekaarten. Wie het meeste inzet mag eerst kiezen, dat wat het meest opbrengt uiteraard. Niet uitgespeelde getalkaarten leveren ook nog sestertiën op. Wie op het einde het meeste goudstukken heeft wint.” Mogelijk heb ik voor dit spel ook enkele sesertiën over.

Court Of The Medici (Z-Man Games)

Volgens goed ingelichte bronnen een uitermate ge(s)laagd kaartspel. Florence in de tijd van de Medici. Ik zweer u, er zijn slechtere plaatsen om te vertoeven. In dezelfde kamer als Ignace Combré bijvoorbeeld. Het bekomen van invloed, daar gaat het hier om. Toen ook. Wij doen dit door middel van kaarten die wij ten gepasten tijde uitspelen en ten anderen gepasten tijde wijselijk op de hand houden. Vertoont gelijkenissen met het bij bepaalde spelers nog steeds nachtmerries initiërende “Borgia”, maar vooralsnog zijn de overeenkomsten puur grafisch van aard. Dat lucht in elk geval op.

Oorspronkelijk bedoeld als een spel voor twee tot vier spelers werd na een aanzienlijke snoeibeurt enkel iets leuks voor twee overgehouden. Daar moeten we het mee doen, maar naar het schijnt gaan we dat “doen” wel erg leuk en afwisselend vinden. Of het afhakken van hoofden ook tot dat leuk bezigzijn behoort, is mij nog onduidelijk. Dat zien we in Essen wel weer.

Endeavor (Z-Man Games)

Daar gaan we weer: empire building and world exploration. Hebben wij, spelers, dan nog niet alles ontdekt op deze aardbol? Jawel hoor, alleen doen we het op regelmatige basis allemaal nog eens dunnetjes over. Hoewel, dunnetjes is niet een term die ik aan dit spel zou linken. Het zit op het eerste gezicht allemaal heel goed in elkaar, verschillende paden leiden naar de overwinning – altijd handig als je met meerdere spelers bent, hoef je niet altijd je tegenstander van de weg te duwen -, er zijn subtiele mechanismen verweven in het spelverloop en het is speelbaar in een uurtje. Dat laatste is een huzarenstukje als je bedenkt dat er testpartijen zijn bekend die de 4 uur ruim overschreden. Tevens is Z-Man Games een uitgever die mij regelmatig aangenaam weet te verrassen, een verademing tussen de meestal onaangename verrassingen die mij in het dagelijkse leven vrolijk tegemoet treden. Van nul of een klein beetje een heel imperium opzetten is ook iets waar ik mijn hand niet voor omdraai, dus naar deze kijk ik uit. Misschien moet u dat ook maar doen.

Herr Der Ziegen (Amigo)

Wie het heerlijke tweepersoonsspel Kupferkessel Co. (Goldsieber) – wij zijn momenteel ons tweede exemplaar aan het stukspelen – nog niet in huis heeft kan hier zijn slag alsnog thuishalen. De toverketels zijn vervangen door weiden, de ingrediënten voor onze toverdrank door geiten en er is wat gemorreld aan de regels, maar het fundament is nog steeds hetzelfde: verzamelen van meerderheden en daar op het einde punten voor scoren. In deze versie speelbaar tot vijf spelers, ook al een bonus. Ook de angstaanjagende handeling van het bijknippen van de hoekkaarten die in het origineel van u gevraagd werd is totaal verdwenen. Nog een reden om dit niet te laten liggen. Persoonlijk vind ik het thema van het origineel iets beter geslaagd – vooral de ontplof
fende toverketels konden mij zeer bekoren – maar hiermee kunt u weinig verkeerd doen. Zeer familievriendelijk met toch voldoende diepgang. En vooral leuk.

Ilium (Playroom Entertainment)

Archeologen zijn wij. Voor de verandering. Hebben we als spelers alles wat zich in de bovenste laag van de aardkorst bevindt nog niet ontdekt dan? Jawel hoor, alleen doen we het op regelmatige basis nog eens dunnetjes over. Weer een Knizia die draait om het verzamelen van setjes. Maar dit krijgt goede kritieken. Het plaatsen van je gravertjes en afstoffertjes doet wat denken aan “Um Ruhm Und Ehre” en het feit dat je je waardevolste object moet afgeven vooraleer de eindtelling begint hebben we ook al eens gezien, al weet ik alleen niet meer goed waar. Vlot, spannend, tactisch en het feit dat je handen niet vuil worden ondanks het voortdurend wroeten in de grond zijn kenmerken van dit spel. Dat intrigeert mij, dus neem ik in Essen een kijkje.

Modern Society (Tuonela Productions Ltd.)

Mogelijk niet in Essen maar waarlijk interessant. Het thema? Hou u vast, medespelers, u die zich aan de speltafel voornamelijk ophoudt in het verleden. Het thema is “Het Heden”. Enkele subthema’s die in dit spel worden aangesneden zijn – hou u nog maar eens vast – feminisme, gelijkheid, biologisch voedsel, de oorlog in Irak, mensenrechten en martelingen, jongerencultuur, vrouwelijke priesters en als die van Tuonela het écht hard willen spelen: de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde! Vrouwelijke priesters, feminisme, biologisch voedsel? Geef toe, dit komen we niet vaak tegen op de speltafel. Daarom alleen al is dit meer dan een vermelding waard. In dit spel proberen we de wereld van het belang van ons gedachtengoed te overtuigen en als het even kan het nog te implementeren ook. Kaartgestuurd, dus combo’s mogelijk en a lot of tabletalk. Hier ga ik achteraan!

Monuments – Wonders Of Antiquity (Mayfair Games)

Stond vorig jaar al op mijn Spiellijstje, maar was toen onvindbaar. Officiële releasedatum: 9 oktober 2008. Dat is het laatste wat geweten is van dit spel. Verder onthouden we een hoge graad van onderhandelen, dus zeker niets voor mij, en mooi artwork op de kaarten (wel iets voor mij). Ogen open in Essen dus, maar we gaan zeker niet overdrijven.

Tatort Themse (Pegasus Spiele)

Een Knizia die draait om het thematisch totaal te verwaarlozen oplossen van geheimzinnige politiezaken in Londen. Londen ligt momenteel goed bij mij aangezien ik het voorrecht had er enkele onnavolgbare dagen te mogen doorbrengen in het gezelschap van de Ils der Ilsen. In Tatort Themse is, zoals het een goede Knizia betaamt, de thematische implementatie totaal afwezig. Het gaat hier gewoon om het verzamelen van setjes waarmee ja dan weer andere (punten) kaarten kunt opsparen. Met setjes kun je ook kaarten wegspelen op tafel. Om anderen dwars te zitten uiteraard, maar ook om andere kaarten vrij en dus grijpklaar te krijgen. Pegasus Spiele, blijkbaar veel aandacht bestedend aan een degelijke kaartkwaliteit en ook lekkere megakaarten afleverend, hou ik sinds “Handelsfürsten, Herren der Meere” nauwlettend in de gaten. Want dat spel was op alle vlakken een hoogvlieger. En ook van Herr Knizia.

Tulipmania (JKLM)

Weer bloemetjes, maar dit keer menen we het serieus. Geen idyllische tafereeltjes met dansende elfjes in een bontgekleurde weide in dit spel. Keiharde en meedogenloze concurrentiebeesten zijn we hier. Met op de achtergrond de rondwarende pest proberen we nieuwe tulpvariëteiten te ontwikkelen en ze aan de hoogste bieder te verkopen. Voor we zover zijn moeten we uiteraard de meest schandalige pesterijen van onze medespelers doorstaan, maar geen haan die daarnaar kraait. De auteur is niemand minder dan Scott Nicholson, die het ooit bestond om volledig blauw geverfd een podcast te wijden aan “Blue Moon City”. Latere podcasts van hogergenoemde wezen uit dat de verf verwijderbaar was, al gaan er geruchten dat daarvoor een ziekenhuisopname nodig was omdat hij zich van verfsoort had vergist. Hij had lakverf gebruikt, bedoeld voor zijn garagepoort, in plaats van de schmink van de plaatselijke toneelschool. Er kwam naar het schijnt nogal veel geschuur aan te pas, onder verdoving, waardoor hij nog enkele maanden met een knalrode kop heeft rondgelopen. Dat, en het feit dat hij zo niet direct spellen te bespreken vond waarbij een knalrode kop als gimmick bruikbaar was, is de reden dat zijn podcast een aanzienlijke periode heeft stilgelegen. Een man naar mijn hart dus. Naar verluidt komen in Tulipmania geen blauwe tulpen voor, terwijl die volgens kenners toch echt wel bestaan.

In de gaten houden deze.

Wabash Cannonball (Queen Games)

Ik val in herhaling door dit spel voor een tweede keer te vermelden maar ik wil u toch even meegeven dat er mensen op deze aardbol rondlopen die het artwork van de Queen-versie al hebben aanschouwd en wiens monden achteraf werden dichtgeplakt omdat ze er niet meer over konden zwijgen. Nu, als je de originele uitgave gezien hebt – en dat heb ik – kon je er gerust van uitgaan dat de eerste de beste kleuterklas die aan een hertekening van dit design werd gezet het er beter van zou afbrengen. Het kon gewoon niet slechter. Oppassen dus met wierook voor Queen. Ik begin echter wel stilaan te vermoeden dat de Queen-versie op Essense schappen zal liggen. Queen Games, specialist in vooral niet communiceren – ik kan me niet van de indruk ontdoen dat deze uitgever wordt bemand door een bende monniken die de zwijggelofte hebben afgelegd – laat volgens mij in het diepste geheim de drukpersen volop draaien. Let maar op. En als het in Essen ligt krijgen ze van mij wel wierook. En mirre. En goud. En euro’s.

Dominique

Twee Galliërs en een klein hondje in een roeiboot, kapitein!

Ziet gij al iets, Dominique? Verschijnt er al iets aan de spelleneinder? Of hoort gij misschien iets? Komt er iets nader? Want vol verwachting klopt mijn hart. Ja, het zijn vragen die mij regelmatig worden gesteld. Gek genoeg is het onderwerp van de vraagstelling iets wat zich pas in de herfst zal openbaren. In oktober. In Duitsland dan nog wel. Ik vraag me steeds weer af waarom men die vraag aan mij stelt. Want alles wat u dient te weten vindt u op de wondere wereld van het internet. Daar hebt u mij niet voor nodig.

Maar omdat u het bent, beste medespeler, zet ik een stap in uw richting. En ik zal u zo dicht naderen dat ik iets kan fluisteren in uw welgevormde rooie oortjes. Fluisterdingen. Zaken die u niet verder mag vertellen, tenzij aan een ingewijde. Ik zal u influisteren wat ik graag zou zien.

Het woordje “zou” in de vorige zin staat niet voor niets schuin gedrukt. Ik heb geleerd dat men in de rugzak die men mee naar Essen neemt ook best voldoende plaats laat voor een gezonde dosis scepsis. Dat men zich wapent tegen ontgoochelingen. Niks erger dan zelfvoldaan glimlachend en vol verwachting figuurlijk tegen een muur opbotsen. Zo keek ik vorig jaar ongemeen verwachtingsvol uit naar “Monastery”. Alleen de affiche hing er. Aan een muurtje.

Hou er dus rekening mee dat wat hieronder volgt mogelijk niet op Spiel 2008 terug te vinden is. En misschien zelfs nooit te vinden zal zijn.

A Game Of Thrones: The Card Game (Fantasy Flight Games)

Geen verzamelkaartspel volgens FFG, maar u gaat toch maar leuk mee op weg in het zogenaamde boek dat tijdens het spelen geschreven wordt. Het verrassende is dat u de volgende hoofdstukken wel extra dient aan te kopen. U leest het goed: hoofdstukken, geen boeken. Hopelijk hebben ze wat lengte, die hoofdstukken. De lengte van een gemiddeld boek bijvoorbeeld.

Persoonlijk lees ik graag een boek in één ruk uit, dus ik bekijk dit voorlopig nog vanop een veilige afstand. Maar ik ben wel geïntrigeerd.

A La Carte (Heidelberger)

Een mogelijke heruitgave van een prachtig en hilarisch kookstelspel.  Ik geef u een gouden raad: hap toe als u de kans ziet. Op de doos staat namelijk “Karl-Heinz Schmiel.” Dat op zich is al een beetje een garantie. En als u regelmatig smurfen of kabouters op visite krijgt vormen de bijgeleverde steelpannetjes een uitstekend alternatief voor uw reguliere kookset.

Ik lach graag en veel, maar tijdens dit spel heb ik één van de ergste lachkrampen gehad ooit aan een speltafel opgelopen. Het was een nogal genante vertoning, dus ik ga er niet verder over uitweiden, maar de intensiteit van die kramp kwam ongeveer overeen met die van de lachstuip die ik opliep toen de genaamde JVR uit B na een vier uur durende sessie “Der Rückkehr Der Helden” om het spel te winnen eenvoudigweg geen twee mocht gooien met twee zeszijdige dobbelstenen. Wat hij, terwijl hij binnensmonds zijn overwinningstoespraak al aan het repeteren was, vervolgens ook deed. Als ik mij slecht voel denk ik steeds aan dat moment. Er is voor mij geen betere feelgood-boost denkbaar.

Als u dit ziet liggen aanschaffen dus.

Battlestar Galactica (Fantasy Flight Games)

(Semi)coöperatief spelen deel één.

Ik ben een vurige fan van de tv-serie. Vooral omdat de makers ervan alle gangbare conventies over het maken van tv-series vakkundig overboord hebben gegooid en niets van wat u te zien krijgt enige zekerheid biedt over de afloop. Na een tijdje gaat u ook vreemde  – en tevens heel ongemakkelijke – gevoelens van sympathie ontwikkelen voor de slechteriken in het verhaal, de Cylons. Vanaf het tweede seizoen, als u voor het slapengaan voor de spiegel staat, begint u zichzelf af te vragen of u er misschien zelf niet eentje bent. En als u daarna in uw warme bedje ligt en door uw raampje naar de sterrenhemel kijkt meent u zelfs een Cylon ruimteschip te ontwaren. Ze komen u halen! Ook een hele leuke: de doodse en daardoor beangstigende stilte in de ruimte tijdens de luchtgevechten. Het is simpel en het spaart de makers waarschijnlijk een blik geluidstehnici uit, maar het werkt.

Wat trekt me, buiten het thema dus, aan in het spel? Wel, beste medespeler, kent u spellen waarin de kans vrij groot is dat u halfweg uit pure noodzaak het omgekeerde moet gaan doen van waar u tot dat moment mee bezig was? Dat u om te kunnen winnen halverwege tegen uzelf moet beginnen spelen? Dat betekent dat u het in de eerste spelhelft niet al te bont mag maken. Want als u het te goed doet bent u mogelijk de basis aan het leggen van uw eigen ondergang. En dat van enkele van uw medespelers. Aan de andere kant: als u het niet goed doet en u blijft halverwege wie u was is de kans groot dat u het al helemaal niet haalt. Als spelconcept kan dat tellen. Kunt u nog volgen? Regio’s waar dit spel veel zal worden gespeeld zal een aanzienlijke aangroei van het aantal schizofreniepatiënten kennen. Een neveneffect dat gerust als waarschuwing in de bijsluiter mag.

Beautiful Minds (Mind The Move)

Ik heb hier verder totaal geen informatie over maar als Mind The Move op de doos staat wil ik wel even alert wezen. Oltremare is tenslotte nog altijd één van mijn favorieten. Stond al geseind voor Essen 2007 maar realiseerde daar de grote “niet verschenen”-truuk. Ook nu blijft het akelig stil. Ik ben benieuwd.

Cleopatra’s Caboose (Z-Man Games)

Het doet allemaal geen zeer. Een bende losgeslagen geniale gekken heeft er niet beter op gevonden dan een treinspel te concipiëren waarin het Oude Egypte als decor fungeert. Ziet u het voor u: The Mummy meets Age Of Steam? Mummy Yummy, als u het mij vraagt. U leest het goed hoor. Het Oude Egypte. Hoe bewogen treinen zich toen voort? Zoals het openbaar vervoer bij de Flintstones? Trappelende voetjes? Hopelijk hebben ze, die analogie respecterend, dan ook een paar klagende beesten in het spelverloop verwerkt. Een mopperende nijlkrokodil als kaartjesknipper bijvoorbeeld. Of een depressief nijlpaard met een koffiekarretje.

Confucius (Surprised Stare Games)

Ik ken mensen die als er gekregen moet worden altijd op de eerste rij staan. Als er gegeven moet worden daarentegen willen ze wel eens geruisloos opgaan in het hun omringende behangpapier. In Confusius geven wij. En wat wij geven bepaalt wat en hoeveel we kunnen doen in onze spelbeurt. Voorwaar een hele opgave voor de gierigen onder ons. Alleen daarom al kijk ik uit naar dit spel. De grimas die de vrekken gaan moeten opzetten als ze aan de beurt zijn, ik kijk er echt naar uit. Ik, een geboren geve
r, ga dan ook geen enkele moeite hebben met dit spel. De kans is dus groot dat ik dit kan winnen. Alleen daarom al hoog op mijn radar.

Der Name Der Rose (Ravensburger)

“Gij zijt de schuldige!” Ik hunker ernaar deze uitspraak meer te kunnen bezigen aan de speltafel. Stefan Feld geeft u en mij daar ruimschoots de kans toe. Ik zal deze uitspraak – al zal hij niet lichtzinnig aan mijn mondholte ontsnappen – dan ook ondersteunen met een perfect gestrekte rechterarm waaraan op het einde een al even perfect gestrekte en trilloze wijsvinger in de richting van de dader wijst. Tevens zal het licht omhoog komen van mijn linker mondhoek een subtiele maar onmiskenbare arrogante zekerheid onthullen die het slachtoffer in tranen zal doen uitbarsten. Waarna hij of zij met gebogen hoofd bekent. Daarop zal ik op de schouders van de andere medespelers van de keuken naar de living worden gedragen en terug, daarbij deskundig het garnituur van mijn binnenverlichting ontwijkend. Als zulke taferelen u ook niet onberoerd laten schrijf deze titel dan op. Maar zorg er dan wel voor dat u dit nooit met mij speelt. Tenzij u goed kunt huilen natuurlijk.

Dominion (Filosofia / Rio Grande Games / Hans Im Glück)

Volgens mij dé hype van Spiel 2008. Men blijft bewust wat vaag over de grafische vormgeving van dit kaartspel – alleen de doosillustratie circuleerde tot voor kort op het web – en voor de rest laat men langs alle mogelijke kanalen weten hoe geweldig dit wel is. De meer dan 500 kaarten in het spel doen zelfs gematigde kaartliefhebbers al kwijlen. U kunt zich dus een kleine voorstelling maken wat dit bij mij, fervent kaartspelliefhebber, teweeg brengt. Dat en de overdreven, maar toch onbestrafte snelheid waarmee dit spel kan worden afgewerkt spreekt mij zeer aan. Er gaan geruchten over een versie van 999 Games, maar hoe ik over geruchten denk leest u een eindje verder wel.

Ghost Stories (Repos Production)

(Semi)coöperatief spelen deel twee.

Hier zie, de mannen van Repos! Landgenoten. En niet de minste. Cash’n Guns iemand? Heerlijk spelletje toch? Ze hebben mij aan de andere kant zwaar ontgoocheld met Santy Anno. Dit kwam onlangs aan de speltafel weer ter sprake en de naam alleen al veroorzaakte een nare smaak in mijn mond. Maar Ghost Story lijkt dan weer wel te beantwoorden aan mijn persoonlijke smaak.

Als er in het echte leven geesten moeten worden bestreden heb ik meestal heel dringend iets anders te doen. Aan de speltafel echter wil ik mij wel gewillig op de rug zetten van een nachtmerrie. Voor Ghost Stories liggen de stijgbeugels al klaar.

Heroes Of Battlelore (Days Of Wonder)

Battlelore verkocht aan Fantasy Flight Games. Het nieuws sloeg binnen de spellenwereld in als clusterbom. Heeft Days Of Wonder zich mispakt aan het project? Past het concept niet (meer) binnen de DOW-filosofie? Benieuwd wat FFG met dit lieverdje gaat aanvangen. Maar het kon erger. Stel dat Haba het had opgekocht.

En wat gaat er nu gebeuren met deze Heroes Of Battlelore? Gaan zij ooit het strijdtoneel betreden? Kijk daarvoor naar onze volgende aflevering, met als titel: De Heroes Of Battlelore betreden het strijdtoneel!

Leader 1 (Rio Grande Games/Ghenos Games)

Spellen over wielrennen. Ik heb er een zwak voor, dus deze heeft mijn aandacht. De twaalfzijdige gebeurtenis- en peletondobbelstenen verontrusten mij een beetje, maar deze blijft voorlopig toch op de radar.

Muncipium (Valley Games)

Hier wachten we ook al meer dan een jaar op. Het eigenaardige gefunctioneer – of eerder het gebrek eraan – van Valley Games speelt hierin een niet onaanzienlijke rol. Er schijnen een aantal exemplaren te zijn gesignaleerd op Gencon maar een kansberekening naar de beschikbaarheid in Essen durf ik toch niet maken.

Red November (Fantasy Flight Games)

(Semi)coöperatief spelen deel drie).

Probeer het u voor te stellen. U bevindt zich met een aantal collega bemanningsleden in een atoomduikboot. Als sardientjes in een blikje. Deze duikboot bevindt zich uiteraard onder water. U wordt plots geconfronteerd met een paar kleine ongemakjes. De waterdruk is zo groot dat de romp op springen staat, de kernreactor geraakt stilaan oververhit, een nucleaire torpedo staat op het punt te worden gelanceerd maar hij klemt een beetje, het zuurstofgehalte daalt zienderogen, buiten ligt een gigantische inktvis op de loer met zijn servetje al voorgebonden en tot overmaat van ramp is de sterke drank op. Dat is niet niks. Maar het kon nog erger hoor. Arrivederci Hans van Laura Lynn zou bijvoorbeeld door de intercom kunnen schallen. Gelukkig blijft dat laatste rampscenario ons bespaard. Maar hoe het u het ook draait of keert, het is alle hens aan het binnendek. En daar wil ik wel eens een spelavondje aan opofferen. Mijn softspot voor het coöperatieve spel, die in 2008 al aanzienlijk en met succes werd geprikkeld door Pandemic, ligt weer beroerensklaar. Een vrijwel zekere aanschaf.

Roll Through The Ages

Matt Leacock heeft wat mij betreft met Pandemic zijn standbeeld in het Parthenon der grote spelbedenkers al dik verdiend. Dat zijn “Roll Through The Ages” mij in hoge mate interesseert is dus geen verrassing.

Roll Through The Ages heeft niets van wat een Civ-spel in mijn ogen door de band heeft: een lange speelduur, diepe strategische overwegingen, lange wachttijden aan het loket “spelbeurten” en weinig of geen gelukselementen. Eigenschappen die mij er meestal van doen afzien dit soort spellen te kopen. Maar deze, door zijn buitenbenig karakter, zal dan ook met graagte door ondergetekende aan een gooitest worden onderworpen.

Roma II (Queen Games)

Komt hij nu of komt hij nu niet? Geen mens die het weet. Ik vermoed zelfs dat Herr Feld ondertussen het spoor naar zijn eigen spel bijster is. Velen met mij wachten hier al een klein jaartje op. Of dat wachten beloond wordt is maar zeer de vraag. En of men zal blijven wachten indien er in Essen geen beloning volgt is ook lang niet zeker. Geduld is een schone deugd, zegt men. Dat kan wel zijn, tot je met een baard van bijna twee meter zit die je op weg naar de keuken doet struikelen, een hersenschudding oploopt en daardoor het spel in Essen niet kunt gaan afhalen. Hij staat nog op mijn radar, maar de bliepgeluidjes hebben toch een beetje aan kracht ingeboet.

Tales O
f The Arabian Nights (Z-Man Games)

Ik heb me vroeger graag verdiept in de verhalen van 1001 nacht. Hoe zou je zelf zijn als opgroeiende puber als je de kans kreeg te fantseren over een bloedmooie prinses die je elke avond voor het slapengaan een mooi verhaaltje komt vertellen?

Een spel dat speelt als een boek, een beetje moduleerbaar is en de woestijn als decor gebruikt mag er bij mij altijd in. Ik heb trouwens iets met de woestijn. Naast Louis XIV was ik in een vorig leven ook een Rudolph Valentino-achtig type dat menige woestijnroos de paringsdans van de schorpioen heeft geleerd. Ik voel woestijnzand in mijn bloed. Daarom een zo goed als zekere aanschaf. Zo goed als zeker is nog niet helemaal zeker, zult u opwerpen. U heeft gelijk. Dat komt door het letterlijke leeskarakter van het spel, tenminste als ze zich bij Z-Man Games zich aan de originele versie uit 1985 hebben gehouden. Er moet dan het één en ander worden voorgelezen aan elkaar. U leest dit goed. Dat is iets makkelijker te verteren als dit door een gesluierde schoonheid wordt gedaan die zich dagelijks wast met verse ezelinnenmelk, maar ik betwijfel of die bij de spelonderdelen zit. Nogmaals, toch een bijna zekere aanschaf.

Tribun Erweiterung (Heidelberger)

Et tu Brute, tu quoque fili mi? Ook gij Brutus? Ik durf zelfs nog verder gaan: Ook gij, Herr Schmiel, een uitbreiding?

Het moet me van het hart, beste medespeler. Ik begin de buik stilaan vol te krijgen van al die uitbreidingen. Carcassonne, Catan, Thurn Und Taxis. Vul gerust aan. Waarom toch? Zijn de basisspellen niet goed genoeg dan? Ik beleef heel veel plezier aan “Carcassonne puur” hoor. Of aan “plebs-Catan”, om even in de Tribun-sfeer te blijven. En dan dat gedoe met al die varianten. Er kan geen spel meer op de schappen verschijnen of dezelfde dag staat er al een variant op het net van één of andere ontevredene om het spel nog beter te maken – of beter: naar eigen goeddunken te modeleren zodat zijn of haar winstkansen toenemen -, daarbij vrolijk voorbijgaand aan het intensieve rijpingsproces dat het spel in kwestie heeft gemaakt tot wat het is. Als goede wijn. Ik heb soms zelfs het gevoel dat er variantenfabrieken bestaan die na het uitkomen van een spel vrijwel onmiddellijk de in hun ogen broodnodige aanpassingen beginnen uit te braken. Pas op, ik heb het ook ooit geprobeerd. Met een universele actiekaart die in 90 % van de spellen in mijn collectie bruikbaar was: “Heet u Dominique Cortens en speelt u deze kaart wint u onmiddellijk het spel.” Hoeft niet hoor. Geef een spel gewoon enkele kansen. Gemorrel aan de regels kan later wel.

Maar Herr Schmiel krijgt van mij het voordeel van de twijfel. Met een grote “V”. Want Tribun is één van de beste spellen van 2007. Ik betwijfel of een uitbreiding het nog beter maakt, maar ik ga niet het risico lopen het niet te weten te komen. In fluo aangeduid in mijn Atomaschriftje. Ik raad u het zelfde aan. En als u het basisspel niet hebt, koop het dan als extraatje bij deze uitbreiding. U gaat het zich niet beklagen.

Versailles (Hans Im Glück)

België slaat weer toe. Als de splitsing voor 23 oktober geen feit is tenminste, anders is het Wallonië dat zal toeslaan. Of misschien Frankrijk, als de Walen zich snel kunnen laten annexeren. Het spel kon als prototype als worden aangesneden op de Belgische Kampioenschappen van BFVS en kreeg daar het Belgische “Gamers Game” keurmerk mee. Dat zegt wat. Wat ook iets zegt is dat deze titel werd opgepikt door Hans Im Glück, toch een teken aan de in dit geval zeer mooi uitziende wand. Versailles, het klinkt ook zo mooi. Zoals u even hoger las was ik in één mijner vorige levens trouwens Louis XIV. Dat kan niet anders gezien de vanzelfsprekendheid waarmee ik omga met buitensporige luxe. De kans is dus groot dat ik mij ook in dit spel thuis ga voelen.

Wabash Cannonball

In Essen 2007 op ongeveer twee nanoseconden uitverkocht en daarna nog amper te krijgen, hoeveel wind u ook verplaatste door het uitbundig zwaaien met uw Visakaart. Op Boardgame News maakt Dale Yu melding van een mogelijke heruitgave in grote aantallen door Queen Games. Dat is goed nieuws. Maar wacht nog even met klaroengeschal. Hou het voorlopig bij een binnensmondse “yesss!” Wan het is nog een gerucht. En geruchten in de spellenwereld zijn dikwijls evenveel waard als de maatschappelijke relevantie van Julien Berkmans, die hier een paar straten verder woont. U kent hem niet? Wel, Wasbah Canonball in een grote oplage zou wel eens hetzelfde lot kunnen beschoren zijn.

Ik laat het hier niet bij. Binnenkort een vervolg op deze vooruitblik. Ik zie u dan graag weer, beste medespeler.

Dominique

 

Abigail, where’s my Tinners’ Trail?

Ik hou niet zo van economisch getinte spellen. Dat aandelengedoe, dat geschuifel met en geritsel van geld. Het bedruimelde karakter dat dit speelgeld na een tijdje begint aan te nemen. Het is allemaal niks voor mij. Mogelijk komt dat doordat we in het echte leven, beste medespeler, ook al een speelbal van economische megakrachten zijn. Zowel op macro- als microniveau. Speculatie is er zo eentje. Tijdens de overtocht van een olietanker verandert zijn lading ongeveer 738 keer van eigenaar. Inkopen die handel, achterhouden, hopen dat de prijs daardoor stijgt en dan met forse winst verkopen. De man of vrouw in de straat, die voor dit soort praktijken uiteindelijk letterlijk de prijs betaalt, is een te verwaarlozen variabele. De wereld waarin wij leven, hij is pervers. En op microniveau doen ze ook hun best hoor. DVD-speler stuk? 50 euro voor een eerste diagnose. En dan zijn we nog niet aan het repareren hé. Politici hebben niets meer te zeggen. Multinationals bepalen mijn en uw leven. Het is een verontrustende gedachte.

Aan de andere kant bieden dit soort spellen dan weer bepaalde soorten genot die me aanzetten om niet altijd neen te zeggen als ze op tafel worden gelegd. Het gevoel nog eens over veel geld te beschikken bijvoorbeeld. Of de illusie eens aan de – in mijn geval meestal erg broze – financiële touwtjes te kunnen trekken. Soms ga ik dus overstag. Voor “Big Boss” bijvoorbeeld, in mijn ogen tien keer leuker (en mooier) dan Acquire. Of “Owner’s Choice”, vooral door de lichtsnelheid (een verademing in deze tijd van gamer’s games) waarmee dit spel wordt afgehaspeld. Of “I’m The Boss”, in mijn ogen nog altijd meer een psychologisch ping-pongspel dan een bordspel. Maar minstens even leuk. Of “For Sale”, ook eentje dat voorbij is voor het goed en wel begonnen is en steeds weer om een revanche vraagt. Of Mogul, waarin aandelenhandel tot zijn essentie wordt heleid en er daardoor uiteindelijk bijna niets overblijft. Maar leuk, mannen en vrouwen, niet te doen!

Maar, de bovenstaande uitzonderingen daargelaten, hou ik me er ver vanaf.

Het was dan ook wel even schrikken toen de nieuwste van Martin Wallace voor mij op tafel verscheen. Wallace, een verteraan die al vele spelwatertjes doorzwommen heeft en daarbij steeds de krokodillen en de piranha’s deskundig ontweek, is een nieuw lijntje begonnen. U moet nu niet direct beginnen associeren met een eenzame fietser genaamd Boonen. Neen, het lijntje in kwestie is een nieuwe spellenlijn. Denk bijvoorbeeld aan de lijn Yorkshire-regenjasjes van Paris Hilton. Hilton en Wallace in één alinea, ik weet het, het is voor ons spelers heiligschennis, maar het is slechts ter verduidelijking. Een metafoor. Vergeeft u mij.

Wallace maakt veel spellen. Kenners dragen hem hoog in het vaandel. Mijn vaandel hing tot nu toe zo ergens 70% de stok op. Kenners roemen zijn spellen om hun historische authenticiteit, hun complexiteit en hun ongeëvenaarde diepgang. Ik geef hen gelijk. Deels. Complexiteit en diepgang genereren immers meestal ook een aanzienlijke speelduur, iets waar ik eerder allergisch voor ben. Zo herinner ik mij een vijf uur durende sessie van “Princes Of The Renaissance” waarover ik nog altijd nachtmerries heb. Maar ik moet toch toegeven dat enkele van zijn spellen mijn softspot vol hebben geraakt. Ik denk daarbij aan “Mordred”, een hoogst toegankelijke Wallace met een originele maar bizarre eindafrekening en “Volldampf”, in mijn ogen nog altijd beter dan Age Of Steam en speltechnisch veel vergevingsgezinder, wat in mijn geval altijd meegenomen is. Ook “Tyros”, door velen onder ons zwaar onderschat, is een doosje dat ik graag uit het spellenrek trek.

Maar even terug naar het lijntje.

Het lijntje is een nieuwe reeks van spellen die zich kenmerken door het uitsluitend gebruik van een spelbord en houten speelstukken. Geen kaarten, geen kartonnen fiches, geen gimmicks, niets. Het lijntje heeft ook een naam: Treefrog. Het logo toont een kikker die zich als ware hij wanhopig om een boomachtige letter T heeft gekronkeld. Ik vermoed dat de wanhopige kikker een metafoor is voor ons, spelers, die zich al even wanhopig aan alles vastklampen dat in een doos zit, op tafel kan worden uitgespreid en waarmee vervolgens kan worden gespeeld. Mijn oudste dochter, die tijdens dit schrijven even kwam meelezen en droogweg opmerkte dat een vibrator ook in die categorie valt, is ondertussen naar haar kamer gestuurd. Twee weken huisarrest.

Momenteel zijn er vier spellen die aan het lijntje worden opgehangen: Tinners’ Trail, After The Flood, Steel Driver en Waterloo. Volgens mij was er ook al een voorprogramma, namelijk “Mordred”, waarover eerder al sprake. Een herwerkte versie van Wallace’s gelijknamige spel uit 1999, maar net als de Treefrog spellen alleen bord en hout. En leuk.

Maar Tinners’ Trail is de officiële eerste in lijn.

Ik heb hem ondertussen al enkele keren in een drie- en vierbezetting gespeeld en ik moet u meegeven, beste medespelers: zeer de moeite!

We gaan wel even terug in de tijd hoor, toen en waar er van ons nog geen sprake was. Cornwall, begin 19de eeuw. Ik ben er nooit geweest en ik weet niet hoe het er daar nu uitziet, maar in die tijd was het niet bepaald paradijselijk van aard. Grote armoede en iedere man die armen en benen aan zijn lijf had verlaagde zichzelf elke dag een paar honderd meter de grond in om tin en koper te gaan delven. En als we het spelsysteem mogen geloven voorzag hij zich ook best van reddingsboeien en zwemvliezen, want elke meter dieper graven leverde als naar bijprodukt nogal nat en verdrinkbaar water op.

Tin en koper dus. Daar gaat het om. Ontginnen, bovenhalen, verkopen en winst omzetten in investeringen (overwinningspunten). In vier ronden. Tinners’ Trail in een notendop.

Spelbord op tafel, speelstukken uitdelen, startsituatie creëren door in bepaalde gebieden tin, koper en water te “zaaien” door middel van drie speciale zeszijdige dobbelstenen (naar de vijf en zes zult u tevergeefs zoeken), de startprijs van tin en koper bepalen, spelersvolgorde vastleggen (heel belangrijk), iedereen zijn startkapitaal uitbetalen, de beschikbare uitbreidingen voor de eerste ronde klaarleggen en “off we go!” Alhoewel, “down we go!” is, zowel letterlijk als figuurlijk – dat laatste vooral in mijn geval – meer van toepassing.

Tijdens onze beurt kunnen we verschillende acties doen, negen in totaal, waarvan er eentje “passen” heet. De timing van deze laatste actie is niet onbelangrijk, want je mag dan de volgende beurt als eerste. Ik geef u één goede raad: onderschat deze actie niet. U doet ermee wat u wilt, maar kom achteraf niet klagen. Verder in het rijtje: een mijn veilen in een gebied naar keuze waarbij de winnaar één van zijn zes mijnen in voorraad in het gebied mag plaatsen en twee tijdpunten op het tijdspoor vooruit gaat. “Tijdpunten?”, hoor ik u al zeggen. Inderdaad. Elke actie kost tijd, de ene al wat meer dan de andere. Tien tijdpunten mag je spenderen. Dan is je tijd gekomen voor deze beurt. Wie het minst tijd gebruikt blijft aan de beurt totdat hij de andere spelers voorbijsteekt of hun tijdsgebruik evenaart. Simpel en elegant. Volgende actiemogelijkheid: ontginnen, het spul naar boven halen. Dat kost &eacut
e;én tijdpunt en je hebt uiteraard een mijn nodig om dit te kunnen doen (basiscapaciteit twee). Elk blokje tin of koper dat je bovenhaalt kost evenveel pond als het waterniveau in je mijn. Twee waterblokjes is twee pond per blokje. Veel water = moeilijker ontginnen = duurder. Na het ontginnen zitten we uiteraard dieper onder de grond. Dieper = meer grondwater. Meer grondwater is een extra blauw waterblokje in het gebied. Ontginnen wordt dus de volgende ontginactie nog duurder. Dank u, Mr. Wallace! U, alles behalve van gisteren zijnde, begrijpt dat waterbeheersing een aanzienlijke rol krijgt toebeeld in dit spel. Als er één spel is waarop de uitdrukking: “Ik trek de stop eruit!” van toepassing is, is het dit. Een goede raad: trek hem eruit zoveel je kan. Kom achteraf niet klagen dat u het niet wist. Water kunnen we wegpompen door – u raadt het nooit – pompen te installeren. Er zijn minipompen en ook een soort maxipompen waarmee je zelfs twee aangrenzende gebieden van de nattigheid kunt onlasten en tegelijkertijd deze twee gebieden extra van tin en koper kunt voorzien. Dat kost wel een schandalige drie tijdpunten, wat iets zegt over de waarde van dit soort pomp, de zogenaamde “adit”. In het hele spel komen er maar vier van deze pompen beschikbaar. En weg is weg. Slik. Ik zou u nu een goede raad kunnen geven, maar u bent niet van gisteren dus trek zelf uw conclusies. Tot slot kunnen we nog mijnwerkers (één tijdpunt), boten (twee tijdpunten) en treinen (twee tijdpunten) plaatsen. Zij verhogen onze mijncapaciteit met één. Treinen en boten hebben ook nog eens een positieve invloed op onze waterhuishouding – de trein zelfs ook in de aangrenzende gebieden – dus deze wonderen van de vooruitgang zijn ook niet te versmaden. Schrap even “Tot slot” zes regels hoger want er is nog één actie onvermeld gebleven: pasties verkopen. Pasties? Klik op de volgende link en er wordt u veel duidelijk.

(http://www.digischool.nl/en/frameset.htm?url=/en/werkstukken/pasties.htm).

Niet te verwarren met de pasties die zowel vrouwelijke als mannelijke strippers al eens op hun tepels plegen te kleven. Hoe ik dat weet? Bemoei u eens met uw eigen zaken! Eén pond levert het op. En het kost één tijdpunt. Maar soms is het een bescheiden redder in nood. Slechte cash-flow, weet u wel. Hou deze actie toch maar in uw achterhoofd als dit spel op tafel ligt.

Als iedereen heeft gepast verkopen we al onze tin en koper en de opbrengst zetten we naar believen om in overwinningspunten op een overwinningspuntentabel. In elk van de vier ronden zakt het aantal overwinningspunten dat je voor hetzelfde bedrag kunt kopen, dus vroeg kopen = meer punten. En hou er rekening mee dat elk overwinningspuntenvakje slechts kan bezet worden door maximaal twee investeringsblokjes, al dan niet van dezelfde speler. U kunt dus een medespeler forceren duurder of goedkoper punten aan te kopen. En dan nu de belangrijkste tip van allemaal: HOU TOCH MAAR WAT GELD OVER VOOR DE VOLGENDE RONDE! Ik herhaal: HOU IETS OVER VOOR DE VOLGENDE RONDE!

Na al deze rituelen – u weet het misschien niet, maar spelen is een ritueel – beginnen we opnieuw tot we vier ronden hebben afgewerkt. Op dat moment zijn we een kleine anderhalf uur van gevloek verder.

Zoveel te doen en zo weinig tijd, kent u dat? In het echte leven is dat frustrerend. In dit spel is het een waar genot. Ook mooi hoe het spelbord vol komt te staan met mijnen, pompen, boten, treinen, tin, koper, water en één blauwe M&M. Het lijkt wel zaaitijd in Agricola. En gelukkig voor mij zit er ook een beetje geluk in, omwille van de onzekere tin- en koperprijzen.  En alles wat we moeten weten staat op het bord. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk. Op de achterkant ervan staat trouwens een zeer handig en gebruiksvriendelijk overzicht.

Minpunten? Ze zijn er, maar halen het spelgenot niet onderuit. De investeringstabel is een leuke, maar alle informatie ligt open en bloot en is dus steeds telbaar. Dat zondigt een beetje tegen mijn principe dat een eindtelling spannend moet zijn en het kan het speltempo wel eens naar beneden halen. Het geldspoor had ook niet gehoeven. Het vraagt een beetje masseren van je beide hersenhelften om het 20 pond-spoor te assimileren. En in mijn versie ontbrak er een blauwe mijn. Maar dat hebben we opgelost met een blauwe M&M, die vlak na het speleinde als bij toverslag was verdwenen.

Martin Wallace verwijst in de “designer notes” op het einde van de spelregels naar spelsystemen die dat van Tinners’ Trail hebben beïnvloed, meerbepaald “Princes Of Florence” (het investeringsmechanisme) en “Jenseits Von Theben” (tijdpunten). Dat siert. Mede daardoor, maar toch vooral door Tinners’ Trail zelf, hangt mijn Wallace-vaandel ondertussen op ongeveer 85% flapperhoogte.

Die Treefroglijn. hou die toch maar in de gaten. En hebt u iets in het vizier, sla dan genadeloos toe, voordat anderen u voor zijn. Beperkte oplage, weet u wel. Met dit spel bewijst Martin Wallace dat hij nog genoeg hout heeft om pijlen te maken. Dat deze doel zullen treffen staat buiten kijf. Ikzelf herstel trouwens nog steeds van de financiële wonden die mijn Tinners’ Trail-sessies tot nu toe hebben opgeleverd.

Op 10? 8,5. Met felicitaties van de jury. Heerlijk spel. Mocht gerust als discipline op de Olympische spelen. Maar dan zijn die van Cornwall in het voordeel. En dat gaan we toch niet toelaten zeker?

Dominique

 

Tinners’ Trail (JKLM Games / Warfrog / Treefrog)

Martin Wallace

3 of 4 spelers vanaf 13 jaar

60 tot 90 minuten

Agricola The Gathering!

De Helaasheid Der Dingen. Het is een boek van Dimitri Verhulst. Men fluistert mij voortdurend in dat het een fantastisch goed boek is. Als de inhoud even overtuigend is als de titel dringt een leessessie zich inderdaad op. De Helaasheid. Wat een mooi woord. Draagt niet alles en iedereen op deze aardbol één of andere helaasheid in zich? Denk bijvoorbeeld maar eens aan de helaasheid van Yves Leterme. Of de helaasheid van België tout court. Of de helaasheid van de demarrage van Menchov, of was het de helaasheid van die gladde eerste bocht na de demarrage? Om het nog niet over de helaasheid van het weer te hebben, op deze 21ste juli.

En de helaasheid van Agricola.

Ja, Agricola, ook ik kan er niet omheen.

Indien u de laatste weken en maanden veel tijd hebt doorgebracht op de planeet Yplok of in de Amerikaanse luchtmachtbasis op Quantanamo Bay bestaat de mogelijkheid dat u bij het horen van de naam “Agricola” volledig uit de lucht valt. Het is u vergeven. Misschien is het wel een weldaad. Want ik vraag me nog altijd af of dit spel een zegen dan wel een vloek is voor de spellenwereld.

Ik heb het spel al dikwijls gespeeld, zowel de Duitstalige, Engelstalige als Nederlandstalige versie en zowel solo als met twee, drie, vier en vijf spelers en – ik steek het niet onder stoelen of banken – ervan genoten. Maar ik heb toch ook enkele bedenkingen. Mag het? Als tegengewicht voor de overwegend euforische virtuele berichtgeving? Dank u.

De helaasheid van Agricola.

O, heerlijk, zoveel kaarten in die doos

Meer dan 350! Dat geeft variatie en een hoge graad van herspeelbaarheid. Geen mens, ook ik niet, die daar aan twijfelt. Waar ik wel aan twijfel is of het hier bij gaat blijven. We hebben via de doos al de beschikking over het I-deck, het E-deck, Het K-deck en het massaal bestormde Z-deck, waarvoor naar het schijnt anders zeer rustige spelliefhebbers al op de vuist zijn gegaan. Er blijven dus nog 22 letters van het alfabet beschikbaar voor deckjes allerhande. Kassa, kassa. Agricola The Gathering. Het zit erin. Volgens mij gaat er in Essen al een eerste setje verschijnen. En we gaan er allemaal inl(k)open. Allemaal.

Ongelooflijk, zoveel kaarten en toch zo uitgebalanceerd

Wel, beste medespelers, vergeet het. Als een deck van meer dan 300 kaarten met verschillende eigenschappen wordt aangeboord om iedere speler 14 kaarten bij spelaanvang te geven die dan nog voor de rest van het spel, een doorgeefkaartje tenagelaten, je enige handkaarten zullen blijven, dan kàn er af en toe wel eens sprake zijn van een zekere balans, maar dikwijls ook niet. En zeker al niet in een spel met vijf spelers. Er zijn kaarten die veel beter zijn dan andere en heb je die op hand ben je in het voordeel. Zo simpel is het. Een lekker “starthandje” met een paar handige combo’s is al een grote stap naar de overwinning. Ik citeer in deze context even de commentaar van een speler op Boardgamegeek ter illustratie: “I feel a good player with bad cards can beat a bad player with good cards, which is the way it should be.” Mooi gezegd en dat kan allemaal wel zijn, maar een goede speler met slechte handkaarten wint niet van een goede speler met goede handkaarten. No way, Jose!

Toch leuk dat je voortdurend rekening moet houden met het voeden van je familieleden

“Neen, dat zie ik niet graag.” Ik kan niet meer op de naam van de hier geciteerde kabouter uit “Met Langteen en Schommelbuik voorwaarts” komen, maar hij zei het voortdurend. Moest hij Agricola met zijn kaboutervriendjes spelen zou hij het waarschijnlijk ook zeggen als hij druk doende was met zijn voedselvoorziening. Je moet er altijd voor zorgen dat je een goede voedselgenerator hebt. Altijd. En liefst zo snel mogelijk. Geen weg omheen. Ik vergelijk de oogsttijd in Agricola dan ook graag met de gebeurtenissen in “Im Jahr Des Drachen”. Die gebeurtenissen waar met ware doodsverachting naartoe wordt geworsteld. In Agricola gebeurt dat ook, alleen is de gebeurtenis steeds dezelfde: hongersnood. En de straf die je in Agricola voor acuut voedseltekort kunt oplopen is zowaar nog dodelijker. Drie punten per ontbrekende voedselfiche. Je zal het maar aan je boerenbroek hebben. En als je op actievelden moet gaan spelen om aan voedsel te geraken verlies je opbouwmogelijkheden. En dat wreekt zich dan weer bij de uitbouw van je agrarisch bedrijf en dus ook de eindtelling. Men heeft daar een uitdrukking voor in het Nederlands: een neerwaartse spiraal.

Niet te verwonderen dus dat de grote investeringen, die voor iedereen beschikbaar zijn vanaf het begin van het spel, zich hoofdzakelijk focussen op het makkelijker genereren van voedsel.

De terreur van de minpunten

Letterlijk bedoeld hoor, die minpunten. Ik heb het gevoel dat je eerder aan het spelen bent om geen minpunten te krijgen dan om pluspunten binnen te halen. Minpunten voor tekort aan voedsel, minpunten voor onbebouwde velden, minpunten voor onvoldoende vee, minpunten voor dit, minpunten voor dat. Om depressief van te worden.

Het duurt wel even voor de speeltijd begint

Ik hou zielsveel van kaartspellen. Doos open, kaarten eruit, even schudden, uitdelen en je bent vertrokken. Heerlijk. Agricola is echter een bord- en een monster van een kaartspel in één en vraagt wel wat voorbereidend werk. Kan ook moeilijk anders met 2,2 kg aan spelmateriaal. Borden op tafel, kaarten uitsorteren en uitdelen, al dat houten materiaal dat een plaatsje moet vinden, al die zakjes die leeg moeten, enz. En na het spelen volgen we weer de omgekeerde weg. Pfff.

Het leesclubje

Steeds weer hetzelfde scenario in Agricola: de kaarten zijn uitgedeeld en er onstaat onmiddellijk een doodse stilte die gerust enkele minuten kan aanhouden. Dat komt omdat iedereen zijn kaartjes aan het lezen is. Want dat is heel belangrijk voor je strategie. Wat staat erop, wanneer in het spel speel ik ze best uit? Zit er misschien een combo in? Misschien best even sorteren zodat ze alvast in de juiste volgorde van uitspelen zitten Héhé. En dat is nog niet alles. Daarna moeten we nog de kaarten van de tien grote investeringen gaan lezen die voor iedereen beschikbaar zijn in de loop van het spel. Wat een gedoe. Je zult maar de pech hebben dat je een snelle lezer bent. Dan kan je nog enkele minuten doelloos naar de barstjes in het plafond zitten staren. Ik voel me dan als was ik op een toets stillezen in het vierde leerjaar. Of in een leesclubje.

Het gebrek aan opwinding

Ik betwijfel of u met de inleiding “Vanavond gaan we allemaal een boerderij uitbouwen, akkers omploegen, graan zaaien en groente kweken, varkens en koeien en schapen houden, brood bakken en stallen en hekken neerpoten. Gelukkig krijgen we hulp van ambachtslui, zoals bijvoorbeeld de pottenbakker en de tuinder.” de broodnodige spanning kunt genereren die een spellenavond zo Sinterklaasachtig verwachtingsvol maakt. En u vooraf uitdossen in een klassieke boerenkiel zal daar niet veel aan verhelpen.

Dus geen hiephiephoera-momenten voor en tijdens Agricola, behalve als je de kaart van de minnaar in de hand hebt. Gezinsuitbreiding zonder de nood aan een extra kamer, de gluiperd. Daar kan je al eens een leuke opmerking over maken, maar verder? Het thema, het runnen en uitbreiden van een boerderij, is zo droog als een mestkever met een darmobstructie. Ik probeer tijdens het spelen dan wat te kruiden met warkens-, schapen- of koeiengeluiden – ja, ik ben me d’r eentje – maar dat wordt door mijn medespelers meestal niet geapprecieerd. Iedereen speelt dus wat voor zich uit. Interactie, buiten het voorzichtige knorknor-geluid van één of andere medespeler, is dan ook zo goed als afwezig.

Het sneeuwbaleffect: de hereboer wordt rijker, de keuterboer trappelt in het beste geval ter plaatse

Zo gaat het in dit soort opbouwspellen. De rijke wordt rijker, de arme blijft in het beste geval even arm. En op het toestoppen van een paar voedselbonnen door de hereboer moet al helemaal niet worden gerekend.

Het Eagle Games-spelbord-syndroom

Het formaat van de horrorborden van Eagles Games blijft hier wel achterwege, maar de oppervlakte die al de bordjes van Agricola samen innemen is toch ook niet te onderschatten. Daarbij moeten we ook nog onze kaarten op tafel uitspelen. En dan liggen de veestapels en de grondstoffen en de actiekaarten en de overzichtskaarten en de bedelaarskaarten nog niet op tafel (niet dat u deze laatste veel nodig zult hebben, Iedereen is als de dood ervoor). En met vijf spelers komt u zelfs nog grondstoffen tekort, al is daar een elegante multiplicatoroplossing voor gezocht. Het is, bovenop het gepuzzel in onze boerderij, toch ook een passen en meten op onze speltafel, zelfs als die van een aanzienlijke grootte is. Twee keer puzzelen voor de prijs van één, zullen de optimisten onder ons zeggen. Dat is waar, maar de campingtafel kunt u vergeten.

Maar ondanks deze, excusez le mot, “minpunten”, blijft Agricola stevig overeind. Hoedje af trouwens voor de vertalers van de Nederlandstalige editie voor het tot een goed einde brengen van dit ongetwijfeld slopende monnikenwerk. Heel goed gedaan.

Dus Agricola is een goed spel? Natuurlijk. Een heel goed spel zelfs. Niemand die zich hier een buil aan zal vallen, tenzij je het op je hoofd krijgt. Dat laatste raad ik, gezien de 2,2 kg aan doosinhoud, niet aan. Daarom is wat nu volgt misschien het belangrijkste speladvies van de dag: best op de onderste plank van het spellenrek! En als je ook daar nog een laddertje nodig hebt toch maar even naar de dokter.

Dominique


 


 


 


 


 

 

Abomilabel!

Richard Dawkins, ik moet u iets vertellen. Eigenlijk twee dingen. Ten eerste: ik heb met heel veel plezier uw boek “God Als Misvatting” gelezen. Echt, het was een waar genot. Ten tweede: ik weet dat dit hard gaat aankomen en ik weet ook dat uw boek daardoor totaal irrelevant wordt, maar het is niet anders: God bestaat.

Ik heb hem namelijk gezien. Al twee keer. De eerste keer manifesteerde hij zich onder de vorm van een toiletheer in de Lunch Garden in de Carrefour van Diest, die mij, na het geven van een snoepje aan mijn jongste dochter omdat ze zo flink haar handjes had gewassen na het plassen, tijdens het buitengaan vermanend terugriep met de woorden: “de papa’s mogen ook een snoepje nemen hoor!”. De tweede keer stond hij vermomd als kassière in een klein Sparfiliaal in Herent, breed en dankbaar glimlachend omdat mijn betaling enkele stukken van 20 eurocent bevatte, “want die heb nu toch altijd te kort!”. Ik heb nooit in één glimlach en oogopslag zoveel oprechte dankbaarheid gezien. Voor enkele stukjes van 20. Levitatie bestaat trouwens ook, Richard, want ik zweefde de winkel uit.

Hij bestaat dus.

Het voorgaande heeft uiteraard de nodige implicaties. Want als God bestaat, bestaat de Duivel ook. Ik schrijf ook zijn naam hier bewust met een hoofdletter, je weet maar nooit. En het gekke is, dit laatste heerschap laat zich veel meer zien in het straat- en huisbeeld dan het eerste. Al moet ik toegeven dat hij het heel subtiel speelt. Hij laat meestal anderen – stervelingen – het werk voor hem doen. Luiheid zit immers in zijn natuur.

Hij strekt zijn tentakels zelfs uit tot in de spellenwereld. Maar de stempel die hij erop drukt is onmiskenbaar. Hij pest, terroriseert, manipuleert en intrigeert dat het een lieve lust is. Nu heb ik niets tegen het fenomeen “lieve lust”, maar als dit wordt gelinkt aan de bovenstaande werkwoorden zakt mijn enthousiasme toch tot een indrukwekkend dieptepunt.

Maar – ik heb het ooit al eens neergeschreven – “a man’s got to do what a man’s got to do.” Daarom heb ik mij voorgenomen u, beste medespeler – Richard, u mag gaan -, te waarschuwen voor het duivelswerk dat zich binnen de spellenwereld afspeelt. En om het u gemakkelijk te maken heb ik een label gecreëerd dat zich uitermate goed leent tot het waarschuwen van de onschuldige en goedmenende speler: HET ABOMILABEL. Dit label wordt resoluut, maar ook niet licht, toegekend aan spellen, spelonderdelen, spelideeën, spelervaringen – u roept maar – waarvan de kwaliteit zo abominabel slecht is dat u dacht dat u, indien u er al zou mee geconfronteerd worden, dit enkel in de hel zou gebeuren.

Niet dus.

De lijst is eindeloos. Ik heb dan ook het vage, maar onmiskenbaar ongemakkelijke gevoel dat D. harder werkt en meer overuren klopt dan G. Ik hoop dat dit een misvatting is.

Over nu naar een eerste bloemlezing van “laureaten” met een Abomilabel. Ik geef u tussendoor nog snel even mee dat ik volop aan het lobbyen ben bij de “Parlementaire Commissie Interne Markt en Consumentenbescherming” van de Europese Commissie om dit label verplicht te laten aanbrengen op de spellendozen onder de vorm van een sticker. Een sticker die minstens even groot is als die van “Spiel Des Jahres”. Zo bent u in één oogopslag gewaarschuwd als u bij uw spelleverancier likkebaardend voor één of ander spellenrek staat. En het klinkt misschien gek, maar er zijn echt wel dozen die beide stickers verdienen.

Daar gaan we.

Loco: het doosje

Loco is de jongere versie van “Flinke Pinke”, het voortreffelijke, subtiele en verslavende niemendalletje van Reiner Knizia. Flinke Pinke is handig in gebruik want verpakt in het meest eenvoudige, namelijk een doosje met een dekseltje. Loco echter slaagt erin het kleine aantal componenten, zijnde 25 plastic fiches en 30 kaartjes, te verpakken in een recipiënt de naam doos onwaardig, waarbij men er ook nog wonderwel is in geslaagd plaats te voorzien voor slechts 24 fiches en geen 25. Het doosje zelf is van een zodanige kwaliteit dat het na de eerste spelsessie – als u er al in slaagt alle onderdelen er weer in te krijgen, wat meestal meer tijd vraagt dan het spelen zelf – begint uiteen te vallen. Zeer gezinsdramagevoelig. U bent dus gewaarschuwd.

Trapper: de inlay

Deze voltreffer heb ik in eerdere bijdragen al eens een paar keer vermeld maar hij blijft me intrigeren. U opent de doos, speelt, amuseert zichzelf – jawel! – en stelt bij het opruimen tot uw verbijstering vast dat u niets, maar dan ook niets, meer in de opbergvakjes weggestopt krijgt. Hoe zeer, hoe lang, hoe inventief u ook probeert. Ik vraag me nog steeds af welke verlichte geest op het idee voor deze opbergindeling is gekomen en vooral waar hij of zij op dat moment mee bezig was. Want er moet een enorme en langdurige afleiding zijn geweest toen dit briljante werkstuk van de menselijke geest tot stand is gekomen. Een infiltratie-actie van een concurrerende uitgever in het productieproces met als enige doel Clementoni imagoverlies te berokkenen behoort ook tot de mogelijkheden. Eén van de best bewaarde geheimen van 2007.

Age Of Empires III: het scorespoor en de inlay

Een scorespoor dat ons doet teruggrijpen naar het ambachtelijk hanteren van pen en papier. Je moet het maar doen. Verder het Abomilabel voor de inlay, of beter: het ontbreken ervan.

Aquädukt: het spel

Als er een hel bestaat, en als u de eerste alinea’s van dit stukje nog eens herleest kunnen we daar gerust van uitgaan, heeft deze wat mij betreft de vorm van een spellentoernooi waar enkel en alleen dit spel verplicht wordt gespeeld. En de winnaar van het toernooi krijgt het nog cadeau ook.

De Veilingmeesters Van Amsterdam: de veilingklok

Veel geluk als u zich hieraan waagt. De kans dat een Boeing 747 tijdens het lezen van deze blog op uw hoofd neerstort is vele malen groter dan de kans dat de klok een tweede spelsessie haalt.

Evo: de combinatie scorepionnen-scorespoor

Combo’s zijn leuk, zeker in spellen. Ik denk bijvoorbeeld aan invloed nemen op de gladiatoren, geld verzamelen uit de catacomben en vervolgens de fractie van de gladiatoren beschermen met de strijdwagen (Tribun).
Of – om even buiten de spelwereld te blijven – ikzelf en Miss Canada. In Evo echter, een heerlijk Belgisch spel van Phillipe Keyaerts, is men erin geslaagd een combo tevoorschijn te toveren dat in zijn frustrerende eenvoud zijn weerga niet kent: te grote scorepionnen plus een te klein en te smal scorespoor. Bovendien zijn de scorepionnen zodanig lang dat ze voortdurend omvallen. Daardoor wordt van u gevraagd voortdurend uw eigen score en die van anderen – moesten ze die vergeten zijn – te onthouden.

Machiavelli: de kaarten

Machiavelli, één mijner favorieten. Alleen spijtig dat ik na een tiental – ik geef het toe: intensieve – sessies de kaarten niet meer kon lezen. Ze waren wit geworden. Wit. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw slaagde ik er soms in zwarte vinylplaten grijs te spelen. Dat vroeg eindeloos geduld en een oneindige liefde voor bepaalde liedjes, op het verslavende af. En dan kwam ik nog niet verder dan grijs. Maar wit? Een kaart wit spelen? Op een paar weken tijd? Dat zegt iets over de abominabele kwaliteit ervan. Daarom een Abomilabel.

Skaal: het kleurenpallet

Ik hou van een beetje kleur in het leven. Tijdens het spelen van Skaal echter welt een intens verlangen naar de tijd van de zwart-wittelevisie op. Kaleidoscopsiche effecten zijn altijd mooi om zien maar tijdens een spelletje hou ik toch van een minimum aan visueel overzicht. Niet zo in Skaal, waar na vijf minuten spelen alles door elkaar begint te vloeien en de spreekwoordelijke kat haar jongen niet meer terugvindt.

Commands & Colors: Ancients: de stickertjes

345 miniscuul kleine stickertjes die allemaal moet gekleefd worden op 345 miniscule houten blokjes. Er zijn er die voor minder uit de kleren zijn gegaan, vervolgens naakt de Meir in Antwerpen op zijn gelopen en ondertussen een hoogst persoonlijke versie van “Kuck mal, ich habe einen glockenspiel” ten beste hebben gegeven.

Attack!: de eenheden

Meer dan 600 units. Dat is veel. Vooral als je ze één voor één uit de plastic stansramen moet knippen. U reserveert er best een paar dagen verlof voor, gevolgd door een klein weekje ziekteverlof om de wonden aan uw handen te laten genezen. Deze wonden manifesteren zich onder de vorm van extreem grote blaren op uw duimen, wijsvingers en handpalmen.

Eagle Games: de grootte van de spelborden

Eagle Games reduceert op onnavolgbare wijze uw anders ruim bemeten speltafel tot een gemiddeld bijzettafeltje dat standaard wordt geleverd bij een doorsnee mobilhome. Ik noem er maar een paar: Railroad Tycoon, Sid Meier’s Civilization: The Boardgame en War! Age Of Imperialism. Kolossen op tafel. Plaats voor uw drankjes en uw hapjes kunt u vergeten en dat is des te erger wanneer u tot de constatatie komt dat u toch minstens een uurtje of vier aan de gang zult zijn..

Through The Ages: de glascountertjes en houten miniblokjes

Een accupuncturist met bokshandschoenen aan, daar vergelijk ik mezelf mee als ik Through The Ages speel. Dat onhandige geschuifel met die veel te kleine spelonderdelen, ik word daar even rustig van als een Zimbabwaan met sympatieën voor oppositieleider Tsvangirai tijdens de verkiezingen.

Change Horses: de paardjes

Bij het kleven van de letterstickertjes op de voetstukjes – een erg lichte manipulatie – braken deze laatste bij de twee eerste paardjes gewoon af. Aan de vier andere ben ik niet meer begonnen. Het ironische is dat deze stickertjes eigenlijk niet echt nodig zijn. Osteoporose in een spel. Nog nooit meegemaakt.

Phoenicia: de spelregels

Nachten heb ik er wakker van gelegen. Zonder resultaat. Geen touw aan vast te knopen. Het begrijpen van de financieringswet is een fluitje van een cent vergeleken met wat ons hier wordt voorgeschoteld.

Vegas Showdown: het spelerstableau

Een goed spel. En het is ook altijd leuk als je bovenop het centrale ook nog op een persoonlijk spelbord mag spelen. Maar u begint wel een beetje te twijfelen aan hoe serieus u door Avalon Hill wordt genomen als u de kwaliteit van uw hoogst persoonlijk tableautje ziet. Of beter: de afwezigheid ervan. Gewoon papier, ongeveer de dikte van een yoctometer en met een irritante plooi in het midden waar je tegeltjes steeds weer van afglijden.

Sternenfahrer Von Catan: de ruimteschepen

Een gadget is leuk, maar meestal slechts voor korte tijd. De ruimteschepen die u met een kreetje van verrukking uit de doos van “Sternenfahrer” haalt hebben alles in zich wat een gadget een gadget maakt: een korte periode van verwondering en – u kunt zelf zeker voldoende voorbeelden aanhalen uit de praktijk (sleutelhangers die reageren op gefluit, iemand?) – een zeer korte levensduur. De ruimteschepen van Catan ontsnappen niet aan deze wetmatigheid. Na het eerste geschud – je zal er als astronautje maar inzitten – beginnen de onderdelen al los te komen of, erger nog, af te breken. Mogelijk heeft Vlaada Chvatil tijdens het manipuleren van deze ruimteschepen zijn inspiratie gevonden voor Galaxy Trucker. Daarin valt er ook één en ander van je spaceship, maar dat is dan ook op een milde sadistische manier de bedoeling. Na de te voorziene klachtenregen zouden er bepaalde onderdelen in omloop zijn gebracht die je ruimteschepen steviger maken. Ik heb ze nog niet gezien, maar ze bestaan.

Duel In The Dark: de stank

Made In China, staat er op de doos. Spijtig genoeg hebben de Chinezen ook een geut van de plaatselijke fabriekslucht mee in de doos gestoken. Een geut met een zodanig indringende geur dat het luchten van de doos en inhoud de eerste activiteit is die je met dit spel zult doen. Dat heeft ook zo zijn voordelen. Kakkerlakken en ander ongedierte bijvoorbeeld zie je nooit meer terug in je etablissement. Het nadeel is wel dat je ook sociaal geisoleerd geraakt. Je krijg niemand meer over de vloer, voor een paar maanden toch.

Capitol: de overwinningspun
tenzuilen

Origineel hoor, zuilen die je gebruikt om je score bij te houden. Dat past heel goed bij het thema. Alleen steken ze allemaal samen door hetzelfde gat waardoor de aanpassing van een score de zuilen van bijna alle andere spelers mee doet verschuiven. Ik ken sommige spelers die niet door dezelfde deur kunnen, maar hier wordt dat toch wel heel letterlijk genomen.

Magna Grecia: de woestijnkleur

Echt gebeurd, iets meer dan 4 jaar geleden: spelbord op tafel gelegd, er met mijn medespelers ongeveer vijf minuten sprakeloos naar zitten staren, opnieuw opgeruimd en een ander spel uit de kast gehaald. Zo erg was het. Er zijn grenzen aan eentonigheid. En goede smaak.

Clipper: de havenfiches

Eén onderdeel hebben ze vergeten in deze doos te steken: een mircoscoop. Deze heb je nodig om de miniscule – en ik druk me nog voorzichtig uit – fiches op te sporen die de aanwezigheid van een speler in de havens moeten aangeven. Voor u dit speelt timmert u ook best opkantjes aan uw speltafel, want als een havenfiche op de grond valt vindt u die nooit meer terug. Nooit. Ik hoed me ervoor de woorden “nooit” en “altijd” te gebruiken, maar hier kan het. Ik durf het zelfs nog eens te herhalen: nooit!

Wiz-War: buiten het spelplezier, alles

Dit is een leuk en zichzelf niet te serieus nemend spel. Spijtig genoeg nam men zich ook niet al te serieus tijdens de kwaliteitszorg voor de spelonderdelen. Geen kleur, laagstaand materiaal, een inspiratieloos en doodsaai grafisch design en een doos waarvan het deksel doorzakt alleen al door ernaar te kijken.

God, er is nog werk aan de winkel. Veel werk.

Daarom, beste medespeler, stel ik het volgende voor:

Laten wij bidden..

Dominique

 

 

 

 

Spuitend ten onder!

Een reclameboodschap, gezien op 2 juni op VT4: “Er zijn al genoeg kleine ergernissen in je leven. Daar wil je geen diarree bovenop.” Ik was net nummertje 129 van het Chinese Restaurant “Lin Fa” aan het binnenwerken. De honger was over.

Het was een spotje voor Immodium. Immodium, het doet me altijd weer aan Ebola denken.

Ebola. Op het eerste gezicht lijkt het een leuke meisjesnaam. Ik zou haar echter niet kussen als u haar tegenkomt. Voor u het weet verlaten al uw lichaamssappen in ijltempo al uw interne reservoirs. U gaat openingen te kort hebben. Gelukkig hebt u daar maar een paar dagen last van. Daarna bent u dood.

Ik vraag uw begrip voor het feit dat ik me even verdiep in de menselijke ontlasting, maar het moet. A man’s got to do what a man’s got to do. Ik wil het met u immers over een spel hebben dat spuitende diarree, projectielbraken, interne bloedingen, huiduitslag, etterende zweren, haaruitval, afvallende ledematen, een vrjwel zekere mortaliteit en het – veelal kleine – gespuis dat deze kleine ongemakken veroorzaakt als uitgangspunt (!) neemt, daar met brio in slaagt en ons – mij in alle geval – doet verlangen naar meer. U leest dit goed.

Ik beken. Ik ben een kneus. Tot de kneusjes binnen de spellenwereld worden zij gerekend die zich wel eens aan coöperatieve spellen wagen. Alhoewel, “wagen” is een ietwat ongelukkige woordkeuze aangezien je ofwel allemaal samen wint ofwel en groupe de boot ingaat. In het laatste geval word je niet uitgelachen. En in geval van winst: allemaal samen vrolijk een dansje rond de tafel. Veilig bezig zijn heet dat. Ik doe daar dus vrolijk aan mee. De stempel “kneus” neem ik er dan maar bij.

Binnen het wonderbaarlijke segment van de coöperatieve spelen – Marx zou ook een groot aanhanger van dit soort spellen zijn geweest – zijn er een paar die mijn spelershart in hoge mate beroeren: “Sauerbaum” bijvoorbeeld, waar je het samen opneemt tegen de zure regen. “In De Ban Van De Ring”, een in mijn ogen nog steeds zwaar onderschat spel dat bij elke sessie weer een nieuw scheldwoord aan de Nederlandse taal toevoegt. “Arkham Horror”, dat speltechnisch zeer goed in elkaar zit maar waar in mijn ogen de horror toch vooral betrekking heeft op het klaarzetten en opruimen van het spel. En dan hebben we nog “Shadows Over Camelot” en “Riddle Of The Ring”, al tellen deze twee eigenlijk niet mee omwille van het feit dat we in “Shadows..” te maken krijgen met een verrader die godbetert op zijn eentje kan winnen als hij het goed speelt en “Riddle..” waarbij het Midden-Aarde universum nog eens wordt aangesproken als excuus om twee teams, zijnde de goeden en de slechten, het tegen elkaar te laten opnemen. De helft van wat rond de tafel zit verliest dus. En zal achteraf niet aan de polonaise deelnemen.

Pandemic dus.

Twee tot vier kneuzen worden geacht de wereld – dit gaat echt wel verder dan uw keukentafel – te behoeden voor wat het mensdom het meest vreest: totale uitroeiing van de soort door een massale verspreiding van de meest besmettelijke infectieziekten. Met een doosje Immodium staan zwaaien – zelfs de instantversie uit de reclame – zal hier niet helpen. Hier moet je met straffe mannen en vrouwen op af. Kneusjes zei u? Helden is een betere omschrijving.

Atlanta is onze uitvalsbasis. We beschikken daar over een gezellig onderzoekscentrum met alles erop en eraan en – nog belangrijker – een vliegveld. Daar staan we dan, op het mondiale spelbord. Gezellig. We hebben internet, we hebben faxapparatuur, GPS-systemen, iPhones, Blackberry’s en meer van dat fraais. Ons venster op de wereld. Al snel zullen we wensen dat van dat venster de rolluiken waren neergelaten want binnen de korste keren worden we overstelpt met meldingen van epidemies allerhande: een diarreebuitje daar, een kudde zweren ginder, een hoestorkaan her, een braakwaterval der. Het houdt niet op. En als er niet snel iets aan gedaan wordt is het gedaan met de mensheid. Op zich zou dat misschien niet zo’n slechte zaak zijn voor het welzijn van onze planeet, maar één van onze teamleden heeft een pakketje aandelen van Shell en Q8 en die wil het toch niet zo ver laten komen. Uitrukken dus, jongens en meisjes, en bestrijden die handel.

Het team: een stelletje ongeregeld. Maar het moet gezegd: in hun vakgebied zijn ze stuk voor stuk het kneusje van de zalm. Zo hebben we daar de verpleegkundige, gespecialiseerd in het ter plekke behandelen van de brakende, schijtende, zwerende en hoestende medemens. En kijk daar: daar loopt – iPhone in de hand en druk gesticulerend – de dispatcher die, onder alle omstandigheden, het hoofd koel houdt en de lichaamssappen binnen teneinde de teamleden zo optimaal mogelijk te leiden naar daar waar het nodig is (meestal overal). En ziet, zieken onder ons, daar zit de wetenschapster Einsteingewijs over boeken en microscopen gebogen, druk doende een remedie te ontwikkelen. En ze ziet er nog goed uit ook! De onderzoekster – ook niet mis! – zorgt ervoor dat de rest van het team van de laatste ontwikkelingen op de hoogte is en verzamelt gegevens over alles wat nog maar naar een mogelijke epidemie ruikt. Tenslotte hebben we ook nog een “operations expert”, een mooi Angelsaksisch woord voor een ordinaire vuikbekkende werfleider, die ervoor zorgt dat er overal ter wereld en liefst zo strategisch mogelijk, onderzoeks- en uitvalsbasisssen voor onze werkzaamheden worden neergepoot. En zo spelen wij elk onze onmisbare rol. Vier acties per beurt krijgen we in dit kaartgestuurde spel. Het zijn er veel te weinig. En elke ronde breiden de ziektes zich uit, of erger: krijgen we te maken met een epidemie. Of nog erger: worden we geconfronteerd met een “outbreak”. Deze laatste term spreekt u best met de nodige omzichtigheid en vrees uit, want u wilt niet weten wat er dan allemaal op u af komt. Vergelijk het met het stoppen van uw vinger in een lekkend gaatje in het ruim van uw luxejacht van drie miljoen, terwijl een eindje verderop in datzelfde ruim het water binnengutst door een gat met een doorsnede van vier en een halve meter. Ik lees gedachten, ik zie welk woord u nu zit te denken: het begint met een h en eindigt op opeloos. Inderdaad.

Wij, de kneusjes, kunnen slechts op één wijze winnen. Door voor de vier ziektes die zich in de loop van het spel manifesteren een afdoende en betrouwbare behandeling te vinden. Het spel – ga even zitten – kan ons verslaan op drie verschillende manieren: door het bereiken van een vastbepaald aantal “outbreaks” (acht!), als we van een bepaalde ziekte de corresponderende blokjes niet kunnen aanvullen op het spelbord en als de trekstapel leeg is op het moment dat een speler zijn handkaarten moet aanvullen.

Goed, ik geef het toe, een onderzoeker, een verpleegkundige, een wetenschapper, een expert operaties en een dispatcher zijn nu niet bepaald karakters waarvan de haartjes op je armen overeind gaan staan. Maar goeie God, nog nooit heb ik me in een spel zo geïdentificeerd met mijn rol en die van mijn medespelers.

Hebt u het ooit meegemaakt dat u spontaan en zonder enige afspraak vooraf samen met uw medespelers juichend de handen in de hoogte steekt bij een overwinning, met een gevoel dat kan tippen aan het winnen van een ploegentijdrit in de Ronde van Frankrijk? Hebt u het ooit m
eegemaakt dat uw handkaarten bijna niet vast te houden zijn omwille van het zweet dat in uw handen staat en dat u, om u heen kijkend, vaststelt dat uw medespelers met net hetzelfde probleem kampen (de kaartenhouders van Memoir ’44 of Battlelore kunnen hieraan verhelpen)? Hebt u het al meegemaakt dat u een uur intensief communiceert en overlegt met uw medespelers, meer dan u tot dan toe ooit, zowel plugged als unplugged, gedaan hebt? En dat deze medespelers eindelijk eens iets zinnigs te vertellen hebben? Hebt u het al meegemaakt dat u en uw medespelers hetzelfde spel steeds weer opnieuw willen spelen, ondanks het feit dat er steeds weer verloren wordt? Als was u verslaafd? Neen? Dan raad ik u dringend aan het bovenstaande nog eens rustig te herlezen en daarna als een speer naar uw plaatselijke spelleverancier te hollen, met een snelheid die recht evenredig is met de snelheid waarop u met een diarreekramp het dichtsbijzijnde toilet opzoekt. U gaat het zich niet beklagen. En u hoeft het niet aan de grote klok te hangen hoor, dat u een kneusje bent. Met een select kneusjesgroepje in het geheim genieten. Het heeft wel iets.

Red November (Fantasy Flight Games) gaat uit een reusachtig vat moeten tappen om hieraan te kunnen tippen.

Verliezen was nog nooit zo leuk.

Briljant spel.

 

Pandemic (Z-Man Games, 2008)

Matt Leacock

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

Tot slot nog een zeer belangrijke dienstmededeling: surf even naar www.despeeldoos.be. Klik daar even op de link naar de aankondiging van de spellendag op 29/06/2008. Schrijf u met een brede glimlach in. Het leven is simpel. 

Ik weet wat te doen op 29 juni. 

Dominique 

 

Arbeiten oder Spielen? Na so was!

Laten we het even hebben over spellen die doen wat spellen geacht worden te doen: de spelers ontspannen.

Er liep onlangs op het forum van Spielbox een discussie met als originele titel: “Caylus, arbeiten oder spielen?”. Zeer interessant. En hot, want het regende reacties. Op zich maakt het mij niet veel uit, want ieder zijn meug. Als u mijn mening vraagt: “Ich spiele lieber dan ich arbeite”, en om even bij Caylus te blijven: ik zet me er niet (meer) aan, tenzij ik ervoor betaald word. Maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die net dat “werken” weer plezierig vinden. En zo komt iedereen aan zijn trekken. We leven in een mooie wereld.

De discussie zette me echter wel aan het denken. Dat gebeurt niet veel, dus het ijzer maar smeden als het heet is, dacht ik zo denkend voor mij uit. Als resultaat van dat denkproces besloot ik mijn collectie eens te scannen en de, in mijn van subjectiviteit uitpuilende ogen, meest ontspannende spellen eruit te halen. Eén criterium slechts: als je ze speelt moet je de stress van je af voelen glijden als water van een eend. Of van een zwaan. Of een andere waterdichte vogel. U mag zelf kiezen.

Geloof me: de weldadige loomte die u ervaart na een Turkse Hamam is vergeleken met deze spellen even stresserend als de drukte op de beurs in Wall Street op het drukste moment van de dag.

Pardoxaal genoeg was het maken van de selectie een vrij stresserend proces, temeer daar mijn collectie nu niet bepaald logisch is ingedeeld en slechts gedeeltelijk administratief geïnventariseerd. Maar het is gelukt.

De tien meest ontspannende spellen zijn, naar mijn bescheiden en volstrekt betrouwbare mening, de volgende:

Flowerpower (Kosmos)

Héhé, hier zijn we dan weer. In ons volkstuintje. We ruiken de lente al. We gaan ons eens van onze meest softe kant laten zien. We hebben bloembolletjes aangekocht en ons perceeltje klaargestoomd. Nu nog planten die handel. Maar wat zien we daar? Onze buurvrouw/buurman (doorhalen wat niet past) is er ook al aan begonnen en is nogal verdacht dicht tegen onze neutrale zone aan het aanwerken. Dat gaan we toch niet laten gebeuren zeker? Straks overwoekeren zijn/haar, ongetwijfeld erg lelijke, gewassen mijn toonbeeld van agrarisch vernuft. Hop, snel even wat onkruid tussen dat perkje gemoffeld. Moffelen, dat rijmt op schoffelen (gevolgd door een satanische lach).

Dit speelt zo lekker weg dat het niet mooi meer is. Een tegeltje trekken uit het buideltje en leggen maar. Voor ons op tafel ontstaat een bontgekleurd bloementapijt. En op het einde van het spel kunnen we daar nog mee scoren ook.

Op het einde fladdert er een schattig vlindertje van bloem tot bloem waarbij voor elk aaneengesloten perceeltje van dezelfde soort bloemen – als de perceeltjes groot genoeg zijn tenminste – punten worden toegekend.

Een jointje tijdens dit spel kan zeer inspirerend werken. Hou er dan wel rekening mee dat bij de eindtelling de kleuren ietwat in elkaar kunnen gaan overvloeien wat het proces van de scorebepaling aanzienlijk kan bemoeilijken.

Afrika (999 Games / Goldsieber)

Héhé, hier zijn we dan weer. In het zwarte continent. Als een Indiana Jones type, zweep op heup- en hoed op hoofdhoogte, door de jungle rennend. Achter elke boom wacht het avontuur. Vinden we een oude ruïne, barstend van archeologische vondsten? Indien niet, lopen we dan misschien een groep inboorlingen tegen het lijf die ons de weg naar die bewuste ruïne kan wijzen? Worden we aangevallen door een bende hongerige leeuwen of moeten we onze tenen intrekken omdat er een kudde olifanten langs trippelt? Vinden we een monument waarop we onze vlag kunnen planten? Of beter nog: stoten we op de ingang van een lang vergeten mijnencomplex waarin de goudklompen en edelstenen zo maar voor het oprapen liggen? En slaan we daar dan maar voor een tijdje ons tentje op?

Een heel mooi uitgevoerd spel. Misstaat op geen enkele speltafel. Fiches omdraaien, de daarbij horende actie uitvoeren, eventueel scoren en dit proces zelfs twee keer na elkaar. We worden verwend. We kunnen archeologische vondsten doen en deze, indien gewenst, zonder ook maar enige tegenwerking – tenzij een pruillip – met onze tegenstanders ruilen. We richten basiskampen op en verzamelen goud en diamanten die ons op het einde van het spel nog een aanzienlijke boost van punten kunnen opleveren. Zelfs de inheemse diersoorten ontsnappen niet aan onze invloed. We passen de grootte van hun kuddes aan en als het nodig is katapulteren we een olifant naar de andere kant van het continent als dat ons meer punten kan opleveren. Als we op een monument stuiten krijgen we een extra basiskamp uit de voorraad waarmee onze mogelijkheden weer worden uitgebreid. God, wat worden we verwend. Tevens luidt het leeghalen van de voorraad basiskampen het einde van het spel in.

Dit spel krijgt nogal eens oneerbiedige reacties. Totaal onterecht. En flauw. Het verdient beter. Het heeft namelijk de eigenaardige eigenschap dat je tegenstanders samen met jou de meest interessante optie gaan zoeken als je aan de beurt bent. Solidariteit aan de speltafel als het ware. Een spellenmens komt dit zelden tegen. Leg dit spel op tafel tijdens een overleg van strijdende partijen verwikkeld in een burgeroorlog en men trekt samen in polonaise weer het hinterland in.

Das Riff (Kosmos)

Héhé, de lucht is blauw, het water ook, de zon is geel en ik hou zoveel van jou dat ik het constant kweel. Gooien met twee hel gekleurde zeszijdige dobbelstenen is één van de fundamenten van dit voortreffelijke ontspannende spel voor twee. Geef toe, er zijn inspannender manieren om een avond door te brengen. De kleur die je gooit krijg je terug onder de vorm van gelijkaardig gekleurde wormen die je dan weer gaat gebruiken om – u raadt het nooit – vissen te vangen. Boten, parels, haaien, koraalriffen, het zit er allemaal in. Wat u vangt dient om te kweken. Let er dus even op dat u zowel mannetjes als vrouwtjes aan het lijntje houdt. Uit deze koppeltjes moet u vijf mooie visjes kweken. Als u dat doet voor uw tegenstander – er is er gelukkig maar één – wint u.

Tijdens het spel spelen de getijden hun rol. Spijtig genoeg zult u het zachte geruis van de golven en het rustgevende gekabbel van het water tegen onze houten scheepswand niet in de doos terugvinden. Daar moet u zelf voor zorgen. Er bestaan geluidsimitatoren die u hierbij zeker een eindje op weg kunnen helpen.

Kupferkessel Co. (Goldsieber)

Toverkollen zijn we en we brouwen toverdrankjes. Een eenvoudig spel dat we, als we het al zouden willen, kunnen kruiden met de regels voor gevorderden. Dat laatste is echter niet nodig want de lightversie biedt ons al genoeg verkwikking. Het enige stresserende aan dit spel vind ik het “ronden van de hoekkaartjes” waarbij men het lef heeft aan u, beste medespeler, viendelijk maar kordaat te vragen om de vier hoekkaarten die het spelterrein moeten afbakenen met een schaar af te ronden z
odat u een visueel mooie spelaanblik creëert. Nu zijn de termen “visueel” en “mooi” niet bepaald van toepassing op het resultaat als ik met een schaar aan de slag ben gegaan, en zeker niet als het om het verfraaien van bepaalde spelonderdelen gaat. U begrijpt voor welk een dilemma Goldsieber mij heeft geplaatst. Bij mij zijn ze dus nog vierkant. Bepaalde, steeds terugkerende, nachtmerries van ondergetekende worden sedert de aanschaf van dit spel bevolkt door reusachtige scharen die nogal ruw door veel te kleine kleine hoekkaartjes gaan. En na elke nachtmerrie wordt de afstand tussen mij en de schaar groter. Neil Armstrong besefte niet hoe makkelijk hij het had toen hij als eerste voet op de maan zette.

Toverdranken dus, waarvan we de ingrediënten verzamelen door met onze pion als het ware “rond de pot” te draaien en op ons eindpunt uit de rij ingrediënten te nemen wat ons het meest aanstaat. Sommige ingrediënten geven je nog wat extra’s zoals een extra beurt of – je weet immers nooit met de mengsels – een ontploffing waardoor je medespeler (het is een spelletje voor twee) het bovenste ingrediënt in zijn ketel verliest. Een goed geheugen is meegenomen want je mag niet meer in je keteltje gaan piepen voor het einde van het spel, wanneer de ingrediënten per soort worden geteld en gescoord.

Een mooi, klein, eenvoudig spelletje dat bij momenten ten huize van grijs wordt gespeeld om daarna weer voor een tijdje in de kast te verdwijnen, waarna we op een bepaald moment tot onze grote vreugde vaststellen dat het er nog altijd ligt en het weer voor onbepaalde maar plezierige tijd onafgebroken wordt gespeeld.

Animalia (GameWorks / Pro Ludo)

Bevat ongetwijfeld één van de mooiste kaartensets die ik ooit in een spel heb gezien. In dit spel doe je niets anders dan geven en krijgen. Is dat niet mooi? Warmt uw hart niet op als u dit leest? Blijven geven is echter niet aan te raden. U moet er af en toe ook mee ophouden anders moet u de restjes van de trekstapel nemen en dat kan, zoals ondergetekende al eens heeft ondervonden, een mens speltechnisch zwaar onderuit halen. Geven, nemen, ruilen, krijgen, het zit er allemaal in. En terwijl u deze handelingen uitvoert daalt een roes van ontspanning over u neer die u niet meer hebt ervaren sinds die erotische massage van twaalf jaar geleden.

In twee versies te koop. Eentje met enkel de kaarten in een klein doosje, de andere in een grotere doos met een stapel gouden medailles die uiteraard tijdens het spel uitgereikt worden aan de meest verdienstelijken onder ons. Maak u geen illusies: ze zijn van karton. Ondanks dat gegeven zijn beide versies, naar mijn bescheiden en een door gedaalde koopkracht beïnvloede mening, schandalig duur.

Yellowstone Park (Amigo)

Uwe Rosenberg – ja, die van Agricola – zit hierachter (trouwens even een commerciële tip voor 999 Games: voeg bij elk spel van Agricola een zakje Ricola-bonbons. Verdubbeling van de omzet!). Waar waren we? Ach ja, Yellowtone Park. We leggen dierkaarten in de vorm van een raster op een spelbord dat een beschermd natuurgebied voorstelt en proberen dat op een zodanige manier te doen dat we kunnen “minpunten”. Ja, u leest dit goed: spelen voor zo weining mogelijk punten dit spel, of u bent verkeerd bezig. Het afleggen van kaarten kan enkel mits inachtneming van een aantal voorwaarden, waar ik nu niet verder ga op ingaan want daar zijn spelregels voor. Het volstaat te melden dat je je kaarten best binnen een vooraf bepaald raster van 3×3 kwijtraakt, anders zit u in de problemen.

Mooi is hoe de bonte en soms wel erg bizar samengestelde kuddes over het spelbord migreren. Het lijkt net echt. Spijtig genoeg is het incasseren van pluspunten ook nogal realistisch uitgevoerd.

De regels vragen wel wat gewenning van de huis-, tuin- en keukenspeler maar eenmaal dat drempeltje genomen is het wel genieten geblazen. Sommigen klagen over het repetitieve karakter van dit spel, maar een sessie gaat zelden over de 45 minuutjes, dus waar maken we ons druk om?

King Of The beasts (Playroom Entertainment)

Hoe eenvoudig kan een spel zijn? Soms, als ik de regels van bepaalde spellen van hem tot mij neem, heb ik het gevoel dat herr Knizia mij probeert te zeggen: “U bent een grote dommerik. Daarom speciaal voor u dit eenvoudige regelwerk.” Spontaan schieten mij een aantal titels van de meester te binnen: Flinke Pinke (de spelregels passen op het handtekeningstrookje van mijn bankkaart), Bunte Runde (waarvan je je na het lezen van de spelregels afvraagt: “Is dit wel een spel?”) en – in iets mindere mate – Tutanchamun. Maar gelukkig zet de brave man ons met zijn eenvoudige regels toch nog op het verkeerde been. Schijn, behalve die van de zon, bedriegt en dat merk je als je aan deze eigenaardige spelletjes begint. Wat op het eerste gezicht een rechttoe rechtaan oppervlakkig spelletje lijkt blijkt plots over een aantal subtiliteiten en diepgang te beschikken waar – ik noem maar iemand – Geert Wilders een puntje aan kan zuigen.

In de mytische beestenwereld zijn er verkiezingen. Dat gaat wel een beetje eenvoudiger dan de chaos die we hier in België in oktober of ten laatste in juni 2009 gaan meemaken en vooral veel sneller. Zes deelnemers zijn er. Zo zit er een draak tussen, een eenhoorn en bijvoorbeeld ook een griffioen. Om op deze eigenaardige kandidaten te stemmen leggen we kaarten uit onze hand af van de kandidaat in kwestie in het stembureau en zorgen we er tevens voor dat we één of meerdere kaarten van dezelfde kandidaat afleggen in onze persoonlijke aflegstapel, want deze leveren ons eventueel punten op aan het einde van het spel. De winnaar van de verkiezingen geeft ons als blijk van waardering voor onze stem 2 punten per kaart van hem of haar in onze aflegstapel, kaarten van de tweede en derde leveren ons nog elk een punt op en naar waardering van de kandidaten die vierde, vijfde en zesde zijn geëindigd kunnen we fluiten.

Eenvoudig en snel speelbaar, maar u dient wel voortdurend belangrijke afwegingen te maken.

Sunda To Sahul (Sagacity Games)

Een spel en een puzzel tegelijk. En als je niet goed in de sociale markt ligt kun je hier ook lekker solo mee bezig zijn. Is zelfs simultaan speelbaar. En terwijl je lekker tactiel bezig bent kun je wegdromen naar ver afgelegen archipels waar de zon zo prominent aanwezig is dat ze wél schijnt in bepaalde delen van je lichaam waar ze normaal gezien nooit doordringt.

Dit spel introduceert zoals gezegd ook het wonderbaarlijke rustgevende effect van het simultaan spelen. Gewoon spelen en geen rekening houden met je tegenstanders en op het einde vaststellen dat je verloren hebt, hier kan het.

Moduleerbaar ook. Je kan kiezen voor de eenvoudige aanpak of voor de toeters en bellen. U beslist. Ik heb trouwens al genoeg aan mijn hoofd. Maar dat dit een leuk en ontspannend spel is, is een understatement.

Trapper (Clementoni)

De inlay van de doos is het enige wat hier voor frustratie zorgt. De rest van de doosinhoud, en vooral wat het emotioneel teweeg brengt aan een speltafel, is wél de moeite.

We verzamelen dierenhuiden, paddestoelen en kruiden en proberen deze onder te brengen in onze, niet bepaald van van veel ruimte voorziene, kano’s. Zijn onze bootjes vol peddelen we als een gek naar de markt waar we streven naar winstmaximalisatie. Want geld bepaalt op het einde wie wint. Ook hier kunnen we weer voor de eenvoudige of voor de versie voor gevorderden kiezen, waarbij u de tweede mogelijkheid van mij gerust samen met de inlay bij het huisvuil mag zetten. Ook heel leuk met z’n tweeën.

Gek dat deze on onder de rader is doorgevlogen. Het is tenslotte een Kramer. Het is dan wel een eenvoudige Kramer maar het blijft een Kramer. Ik raad hem aan. Als u neigt naar een beetje ontspanning toch.

Hick Hack In Gackelwack (Zoch)

Erwin Broens vroeg zich onlangs op zijn voortreffelijke website Bordspel.com terecht af waarom dit spel niet door 999 Games werd opgepikt. Ondertussen heeft men het bij 999 Games begrepen en is gerechtigheid geschied. Ze brengen het uit. Echte kenners, zoals ik, hebben dit spel echter al lang, sedert 2001 meerbepaald, in hun collectie. U laat toch ook geen briefje van 200 euro op de stoep liggen?

Vogeltjes en vossen en graankorreltjes en eten of gegeten worden. Daar draait het hier zo’n beetje om. En je tegenstanders kunnen inschatten. En een smoel kunnen opzetten met de expressie van een strijkijzer. En vooral niet te gulzig zijn. Dat wordt afgestraft. Leuk met kinderen, gemeen met volwassenen.

Dat waren er tien. Maar ondertussen zijn er een paar kleppers verschenen die in dit lijstje wel eens zouden kunnen gaan inbreken. R-Eco bijvoorbeeld. En “Die Hängenden Garten” klopt ook al vol ongeduld op de deur van deze oase van rust en ontspanning. En doemt daar Keltis niet op aan de einder?

Dominique

Glory To Cambridge

 

Naar aanleiding van de reactie van Peter Hein – bekijk zeker de countdown van de spellen top 100 van de Lage Landen op zijn weblog http://spellengek.blogspot.com/ – op mijn mijmeringen over Glory to Rome toch maar even een extra bijdrage.

Ik zou hier een heel epistel kunnen schrijven over de regels van het spel maar dat zou ons een beetje te ver leiden. En ik blijf liever hier. Daarom een korte samenvatting van het doel en de belangrijkste spelelementen.

Nero heeft Rome in de fik gestoken en wij zullen, na de nodige bluswerken weliswaar, dat stadje eens snel gaan heropbouwen. Aangezien we ons niet naar het verleden kunnen katapulteren doen we de heropbouw maar alsof. Door middel van een kaartspel.

We beschikken allemaal over een kamp met logeerruimte voor onze werklieden, een opslagplaats voor onze bouwmaterialen, een schatkamer (voor de opbrengst van verkochte materialen = eveneens overwinningspunten) en een pronkzaal voor onze invloedpunten (overwinningspunten die we hebben vergaard door het voltooien van gebouwen). Verder ligt Rome uiteraard bezaaid met de nodige vrijgekomen en nogal zwart uitziende bouwplaatsen die we kunnen claimen. We beschikken over een enorme trekstapel vol met gebouwen, materiaal en werklui (karakters). Elke kaart kan voor één van die drie elementen worden gebruikt. Er zijn ook nog zes jokerkaarten die als eender welk karakter kunnen worden gebruikt.

Bij de aanvang van het spel wordt per speler een kaart opengelegd in het midden van de plakkende tafel: de – ik hou me even aan de leuke Engelse term – pool! Bij de aanvang van het spel krijgen we vier kaarten van de trekstapel en één jokerkaart. Daar kunnen we voorlopig al mee voort. Zijn we aan de beurt kunnen we twee dingen doen: een kaart uit de hand als karakter spelen (of een jokerkaart voor een karakter naar keuze) of, u raadt het nooit: “denken”.

De karakters laten ons toe specifieke acties te ondernemen. De arbeider haalt materiaal uit de pool en brengt ze naar onze opslagplaats. De ploegbaas werft personeel aan uit de pool (de zes rollen die we nu aan het bespreken zijn) en brengt ze onder in onze, bij aanvang relatief kleine, logeerkamer. De architect laat ons toe een gebouw uit onze hand te bouwen of een gebouw dat reeds in aanbouw is verder (af) te bouwen met materiaal uit onze opslagplaats. De stielman doet hetzelfde als de architect maar hij laat ons toe materiaal uit onze hand te gebruiken bij reeds in aanbouw zijnde gebouwen (hij werkt dus sneller dan de architect, die eerst materiaal in de opslagplaats moet zien te krijgen). De legionair (een hele leuke) eist materiaal op uit de pool en uit de handen van onze tegenstanders waarmee we onze opslagplaats vullen en de handelaar tenslotte verkoopt overschotjes uit onze opslagplaats en dropt de opbrengst daarvan in onze schatkamer.

We beginnen met een invloed van twee. Daarmee kunnen we maximaal twee personeelsleden aanwerven en twee kaarten uit de opslagplaats in onze schatkamer onderbrengen. Het is dus zaak om zo snel mogelijk onze invloed te verhogen om ons personeelsbestand en de beschikbare ruimte in onze schatkamer te verhogen. Want vooral invloed en de inhoud van onze schatkamer gaan ons punten opleveren. We verhogen onze invloed door gebouwen te, euh, bouwen. Elk gebouw levert bij afwerking invloedpunten en evenveel overwinningspunten op (één tot drie). En elk gebouw heeft een eigenschap die je in het verdere verloop van het spel of enkel bij voltooiing ervan aanzienlijke voordelen oplevert, die dikwijls nog interessanter worden als je ze combineert met andere gebouwen. Er zijn er 40 verschillende, teveel om hier allemaal te bespreken. Maar het ontdekken ervan is één wonderbaarlijke ontdekkingstocht, om over de combo’s nog niet te spreken.

De tweede keuze die je hebt is “denken”. Ik persoonlijk ben zeer blij dat ik dat nu eindelijk eens mag doen in een spel, dus ik maak er in GTR regelmatig gebruik van. Als je denkt vul je je hand gewoon aan tot vijf (basis handlimiet) of – als je al vijf kaarten op hand hebt – trek je er eentje bij van de trekstapel of je neemt een openliggende jokerkaart (als er eentje beschikbaar is). In de praktijk gaat een beurtje zo: de actieve speler speelt een karakter, bv. de handelaar, de volgende speler “denkt” en vult zijn handkaarten aan, de volgende speler volgt en speelt ook een handelaarskaart. Daarna vervult de actieve speler zijn handelaarsrol, eventueel aangevuld met acties van handelaarskaarten die hij op dat moment als personeel in dienst heeft. De spel die “gedacht” heeft kan vervolgens ook handelaarsacties doen indien hij ook nog handelaars bij zijn personeel heeft en de derde speler kan op zijn beurt zijn uitgespeelde handelaarskaart benutten, samen met de handelaarskaarten in zijn personeelbestand. Heb je personeel van het karakter dat door de actieve speler werd gekozen in je kamp, mag je dus voor elk personeelslid van die soort de actie uitvoeren, ongeacht of je de actieve speler door het uitleggen van een kaart volgt of niet.

Bouwen is de boodschap want daarmee vergroot je je invloed en daardoor ook de mogelijkheid tot meer acties en het bekomen van meer overwinningspunten

Op een bepaald moment dient zich – jawel! – een speleinde aan. Dat doet zich voor als de trekstapel leeg is (normale puntentelling), het Forum is afgebouwd en de eigenaar heeft de zes verschillende karakters als personeel in zijn ondertussen aardig vergrote logeerkamer liggen (die speler wint onmiddellijk), de Catacomben zijn afgebouwd (normale puntentelling) of de laatste beschikbare bouwplaats werd geclaimd.

De punten worden geteld: invloedspunten + punten van de kaarten in de schatkamer + bonuspunten van bepaalde gebouwen + bonuspunten voor de spelers die de meeste materialen van elke soort hebben opgeslagen in hun schatkamer (3 punten per soort). De speler met de meeste punten wint. En die heeft verdraaid goed gespeeld.

Mijmeringen (deel 2)

Ik heb GTR ondertussen zowel met 2, 3, 4 als 5 spelers gespeeld en elk spel is ons enorm goed bevallen. Het woordje “ons” in de vorige zin is niet onbelangrijk. Er was unanimiteit aan tafel. Ons eerste spel (met z’n vieren) duurde iets langer dan twee uur. Het vloog voorbij. En iedereen wou gelijk opnieuw. De volgende sessies speelden we aanzienlijk sneller. Logisch ook. Je krijgt het immers beter – ook letterlijk – in de vingers. Onlangs hebben we met z’n tweeën twee sessies gespeeld op een uurtje, maar ook bij meer spelers kan het binnen een kwartiertje afgelopen zijn als iemand de catacomben bouwt (al betekent dat niet dat de bouwer daarmee verzekerd is van de overwinning, verre van).

Dit spel kent een leercurve. Je moet de kaarten eerst een beetje leren kennen en de mogelijkheden van de combo’s al doende ontdekken. Maar het spelprincipe, het beseffen waarmee je bezig bent en waarom en hoe je doelstellingen te bereiken, dat valt allemaal nogal mee. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk en eigenlijk niet echt uitgebreid. Soms moet je even je gezond verstand gebruiken bij de interpretatie van een combo, maar over het algemeen valt dat allemaal nog wel mee. Geen hoge instapdrempel dus. Neen, het is het omgaan met het veelvoud aan mogelijkhe
den in dit spel dat wat trainingstijd en bekwaamheidsverfijning vraagt. En dat is echt leuk. En als je denkt dat je alles al gezien hebt, komt er weer iemand met een onverwacht combootje dat je weer bij de les brengt. Herspeelbaarheid en GTR zijn synoniemen.    

Op het eerste gezicht heb je het gevoel dat een aantal gebouwen het spel zwaar uit balans halen. Tot je een beter overzicht begint te krijgen over het hele plaatje, de combo’s die je kunt maken en de tegenzetten die je kunt doen – vergelijk het resultaat gerust met een eurekagevoel – en dan begint de pret pas echt.

Een groot pluspunt vind ik de interactie tussen de spelers. Je moet voortdurend op je hoede zijn voor de acties, tactieken en strategieën van de anderen en, indien nodig, je daaraan aanpassen door zelf in de aanval te gaan of verdedigend te gaan spelen. Zonder daarbij voorbij te gaan aan het feit dat je op het einde wel het meeste punten moet hebben om te kunnen winnen. Een moeilijke evenwichtsoefening.

Zeer aangenaam vind ik ook het afwisselend strategisch en tactisch spelen. Je moet denken op lange termijn maar meermaals moet je overschakelen naar tactisch spelen gezien de ontstane spelsituatie of omdat de acties van andere spelers je ertoe aanzetten. Toch, je ligt er nooit helemaal uit. Je blijft meedoen voor de overwinning tot op het einde, of hebt minstens het gevoel. Op BoardgameGeek merkte een speler op dat het zo’n spel is waarbij je het gevoel hebt dat je had kunnen winnen als je nog één extra beurt had gehad. Dat klopt. Ik heb zo’n uitspraak meerdere keren na een spel GTR horen vallen. Vreugde en verdriet liggen hier dus heel dicht bij elkaar, net als in het echte leven. Van mij mag dat.

Heel interessant is het feit dat je meerdere beurten nodig hebt om een gebouw te kunnen oprichten. Je begint met de bouwplaats te claimen (beperkt in voorraad!) en de latere beurten besteed je al dan niet aan de bovenbouw. Als je een "killer-gebouw" in de maak hebt krijgen de andere spelers ruim de tijd om aan een tegenzet te werken. Dat gaat meestal wel gepaard met overdreven zweetproductie, tremor van de handen en diep gezucht dat uit de poorten van de hel lijkt te komen. Maar het kan.

Nog een pluspunt vind ik de vele wegen naar de overwinning. En naar de nederlaag Er is het onvermijdelijke Forum dat de bouwer bij voltooiing onmiddellijk de overwinning schenkt (moeilijk – het vraagt een zekere stevigheid in de schoenen gecombineerd met een goeie geut risicobeheersing – maar haalbaar), de Catacomben die het spel direct beëindigen met innachtname van de gewone puntentelling (dikwijls wordt gewoon aan de bouw begonnen om de andere spelers onder druk te zetten), het snel bouwen zodat de bouwplaatsen snel zijn uitgeput (einde van het spel), de handelaarstrategie (zo snel en zo veel mogelijk verkopen van je materialen voor overwinningspunten in je schatkamer) of het zo snel mogelijk leeghalen van de trekstapel als je jezelf zegezeker voelt en je de juiste gebouwen voor het creëren van een “trekstapellek” hebt liggen (ik heb dit zien gebeuren en dat was een vrij indrukwekkend exploot gezien de dikte van de trekstapel).

Wil je winnen moet je bouwen. Je gebouwen leveren je op het einde van het spel overwinningspunten op, maar eveneens (en evenveel) invloedpunten tijdens het spel. Die invloed heb je nodig om werkvolk aan te trekken (arbeiders, handelaars, stielmannen, architecten, legionairs en ploegbazen) en om je schatkamer (gevuld met overwinninspunten door de verkoop van materialen uit je voorraad) uit te bouwen.

Ook een leuk gegeven: de pool. Dit zijn de kaarten die in het begin van het spel worden opengelegd (1 kaart per speler) en vanaf dan vooral wordt aangevuld door de uitgespeelde karakterkaarten van de spelers. Soms ligt de pool boordevol kaarten, soms moet je ze met een vergrootglas gaan zoeken.

En dan die dilemma’s. Elke kaart is een karakter, een gebouw of materiaal dat later kan omgezet worden in gebouwen of overwinningspunten. Kies je het ene, ga je niet voor de twee andere. Simpel, maar zweetbevorderend.

Je “kamp”, waarop de verschillende karakters en hun eigenschappen staan afgebeeld is ook een heel handig extraatje. Het dient tegelijk als speloverzicht en als hulpmiddel voor het managen van je kaarten. Eén van de meest praktische die ik ooit gezien heb. Mooi gedaan.

Race For The Galaxy heb ik zeker nog niet afgeschreven. Zeker niet. De vraag is alleen of het nog wel de kans gaat krijgen op tafel te komen na mijn kennismaking met Glory To Rome.

Dominique

 

Glory To Rome (Cambridge Game Factory, 2005)

Carl Chudyck

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten