Shakira, ik kom eraan!

Een van de weinige dromen die ik nog koesterde – buikdanslessen krijgen van Shakira is er eentje van – is het ontwerpen van het ultieme bordkartonnen voetbalspel.

Koesterde, want deze droom werd enkele dagen geleden definitief ten grave gedragen.

Tot eergisteren had ik nog hoop. Na mijn kennismakingen met The World Cup Game (een voortreffelijke tornooisimulatie), Pocket Football (een heerlijk vluggertje) en FUBA (een spel voor de systeemcoach) meende ik immers dat er nog één klein gaatje niet was opgevuld. Het gaatje van het – laten we even een digitale spelterm gebruiken – arcadespel.

Tot eergisteren dus.

Toen sneed ik immers Soccero (Second Edition) aan, en gelijk meldde die zich aan als vierde kistdrager op de begrafenis van mijn bordkartonnen voetbaldroom.

Soccero doet alles, maar dan ook alles goed.

Dat begint al met het openen van de doos en het inspecteren van het prachtige spelmateriaal, dat u uit een voortreffelijke inlay zit toe te lachen. U krijgt uiteraard een groot, in vakjes ingedeeld, voetbalveld, 22 spelers in wit en blauw, een speciale bal, twee doelen, vier zeszijdige dobbelstenen in 2 kleuren en 2 speciale richtingdobbelstenen, 2 zandlopers waarmee u uw tegenstander indien nodig onder extra druk kunt zetten en een overzichtelijk en duidelijk regelvel met daarop de basisregels (de regels voor gevorderden moet van de website plukken).

Wat u daarmee doet is een heerlijke voetbalwedstrijd spelen.

Afhankelijk van het al dan niet hebben van balbezit beweegt en passt of schiet u. Bewegen doet u altijd na het gooien van een zeszijdige dobbelsteen waarvan u de bewegingspunten naar believen over uw spelers mag verdelen.

Bewegen doet u altijd in een rechte lijn, ook diagonaal, en u moet niet alle bewegingspunten opgebruiken als u niet wil. Als u passt of schiet kiest u vooraf of u met een of twee zeszijdige dobbelstenen gooit en vervolgens voegt u daar de speciale richtingdobbelsteen aan toe. Die bepaalt of u over de grond of hoog speelt en mits wat geluk kunt u de bal tijdens zijn traject ook 45° laten afbuigen. Heel handig als u de bal in het net wil plaatsen.

De doelmannen staan uiteraard niet werkloos toe te kijken. Zij redden een laag schot als ze 5 of 6 dobbelen. Met hoge schoten hebben ze meer moeite. Daar hebben ze een 6 voor nodig.

Interessant is de speciale bal. Als u hem opdrijft moet u hem met de rode stip naar boven leggen, wat betekent dat u hem bij uw volgende beurt moet doorspelen. In de basisregels althans, in de regels voor gevorderden moet dat pas als u rechtstreeks belaagd wordt door een tegenstander.

Het afsnoepen van de bal kunt u natuurlijk ook. Daar moet u wel exact de afstand van de afsnoeper tot de bal voor dobbelen, wat het belang van goed positiespel nogmaals onderstreept.

Verder zijn er regels voor hoekschoppen, vrije trappen, kopballen, fouten, penalty’s, buitenspel, ingooien, uittrappen, rebounds, hakjes, enz.

Als u écht tot het uiterste wil gaan kunt u de twee zandlopers inschakelen, ook al in de clubkleuren aangeleverd. U hebt dan 30 seconden om uw beurt te overdenken én te doen. Tijdens onze sessies werden ze niet gebruikt en, het moet gezegd, ook niet gemist.

Soccero levert tonnen speelplezier aan. Als u van voetbal en bordspellen houdt kunt u hier gewoon niet omheen. Net als in het echte spelletje is bewegen zonder bal even belangrijk, misschien nog belangrijker, dan bewegen mét. Als u verdedigt moet u echt wel de mogelijke looplijnen van uw tegenstander kunnen inschatten, als u de bal hebt is het zaak de juiste openingen te vinden, liefst zo snel mogelijk, om u in schietpositie te manoeuvreren.

Net als in het echt kan de situatie op het veld enorm snel omslaan. Voor u het weet loopt u tegen een dodelijke counter op. Dat maakt dit spel zo leuk. U moet zich voortdurend aanpassen aan het steeds veranderende veldspel. Ik heb tiki-taka moeten ondergaan, uit pure wanhoop de lange bal gespeeld, tijd gewonnen met het rondspelen van de bal, hoog druk gezet en fan-tas-tische counters opgezet.

FUBA, Pocket Football, The World Cup Game en Soccero. Als u deze vier in huis hebt wordt het zoeken naar eender welk bordkartonnen facet van het edele voetbalspel volkomen overbodig. Van deze vier staat Soccero trouwens het mooist op uw tafel (dat veld, die doelen, die spelers, die bal!).

Ik was ook aangenaam verrast dat ik mijn oude Subutteo voetbalploegjes – België, Nederland, Brazillië en Duitsland – perfect kon integreren in dit spel.

U hebt nog even voor het voetbalseizoen begint.

Dominique

 

Soccero (Second Edition)

Passport Game Studio’s / Gamina Ltd (2012)

Jarmo Kuitunen en Martti Ojalainen

2 spelers vanaf11 jaar

45 minuten

Spiel 2014: een vooruitblik (deel 6)

Athlas: Duel for Divinity (Golden Egg Games)

In ‘Athlas: Duel for Divinity’, een bord- en kaartspel voor 2 spelers, bent u niet minder dan een jonge god. Verbazingwekkend: u bent blijkbaar niet goddelijk genoeg om wetenschap te hebben van wat er zoal in de wereld om u heen gebeurt.

U bezit echter wel voldoende godsdeeltjes om tijd en ruimte naar uw hand te zetten, wat erg handig is om de zeven buitenwerelden van Athlas te exploreren. Dat exploreren is een volwassenheidstest waarbij u de geheimen van uw voorvaderlijke goden moet ontsluieren, geheimen die u op hun beurt weer kunt gebruiken als opstapje naar de poort naar Athlas. Die opent zich immers vanzelf als u voldoende kracht hebt opgebouwd en twee van drie heilige relieken hebt verzameld. Dan, en pas dan hebt u uw goddelijke volwassenheid bereikt.

Dat je op een bepaald moment gewoon tegen iemand kunt zeggen: “Jongen, je bent volwassen” is bij de oudere goden blijkbaar nooit opgekomen.

Reserveer alvast uw plaatsje in de wachtrij want:

Mage Wars: u keek er zo naar uit, wou er zó erg veel van houden en werd zó teleurgesteld. Te lang, te traag, teveel, te moeilijk. ‘Athlas: Duel for Divinity’, dat weet u wel zeker, wordt uw nieuwe grote liefde. Veel korter, sneller, overzichtelijker, makkelijker en zeker zo mooi.

Unieke eenheden creëren, met specifieke vaardigheden en in het bezit van krachtige toverspreuken en artefacten, het is al lang uw natte droom.

Men garandeert u een eindeloze herspeelbaarheid door het moduleerbare spelbord en de niet te tellen kaartcombinaties.

170 kaarten. Yummy!

Het artwork is goddelijk. U hoeft dit helemaal niet te spelen, u kan er gewoon uren naar zitten kijken.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Golden Egg Games voorbij want:

Die voorbereidingsfase, waarbij u uw eenheden samenstelt en vervolgens de kans moet geven aan uw tegenstander deze te evalueren en eventueel bij te sturen, schrikt u af. U hebt het gevoel dat dit de festiviteiten onnodig zal vertragen, zeker als u met herr grübler aan tafel zit.

Uiteindelijk is dit een ordinair oorlogsspel, met extra toeters en bellen. U hebt het niet zo voor conflictspellen.

Er staat nogal veel tekst op de kaarten, wat u doet vrezen voor aanzienlijke leespauzes tijdens het spelen.

‘Athlas: Duel for Divinity’ is ook een race. Het gevoel aan een snelheidswedstrijd bezig te zijn wordt echter helemaal teniet gedaan door de hoger vernoemde vertragingsaspecten, waardoor u eerder het gevoel hebt in de processie van Echternach te zitten. Dat u tegenwoordig in die processie geen drie stappen vooruit en twee achteruit meer moet doen, maar vrolijk afwisselend op de linker- en rechtervoet, en aan elkaar vastgemaakt met witte zakdoekjes, richting abdij van Echternach mag huppelen trekt u echt niet over de streep.

Dominique

Moet het echt?

Een blik zoals die van Ilse DeLange in de rondcirkelende camera op het Eurovisiesongfestival, daar gaat het eigenlijk allemaal om.

Maar ik dwaal af.

Laten we het even hebben over een interessant, kurzweilig dobbelspelletje. Een dobbelspelletje dat er niet uitziet – niet wat betreft verpakking en ook niet qua inhoud – maar toch voldoende spelplezier genereert om u daar overheen te helpen zetten.

En over de naam valt ook al te discussiëren: Blöder Sack.

Jakkes.

Maar laten we daar ook even doorheen kijken.

In Blöder Sack, een dobbelspel voor 2 tot 4 spelers, probeert u al dobbelend opdrachtkaarten binnen te halen. Van die opdrachtkaarten liggen er 5 open – u weet ten allen tijde wat van u verwacht wordt – en ze zijn gekoppeld aan 5 dobbelsteenkaarten waarop u en uw tegenspelers de zeszijdige steentjes droppen. Afhankelijk van het aantal spelers worden de opdrachtkaarten gewaardeerd wanneer de dobbelsteenkaarten met 6 of 9 dobbelstenen worden gevuld. Of als er een paartje wordt gedobbeld,. Paartjes van 1, 2, 3, 4 en 5 verplichten u de corresponderende opdrachtkaarten te waarderen, dobbelt u een paartje van 6 bepaalt u zelf welke opdrachtkaart wordt gescoord. Niet waarderen is in dit geval ook toegelaten.

Tijdens uw beurt dobbelt u met 2 dobbelstenen – u begint met een voorraad van 10 – en legt deze op een dobbelsteenkaart naar keuze. Er zijn geen restricties.

U mag ook een dobbelsteen van een tegenstander vervangen door eentje van u, maar enkel en alleen als deze dezelfde waarde heeft. U mag dan wel slechts die ene dobbelsteen plaatsen.

Als u aan de beurt bent en u hebt geen 2 dobbelstenen meer in voorraad moet u een opdrachtkaart naar keuze waarderen als u minstens 2 dobbelstenen op de corresponderende dobbelsteenkaart hebt liggen. Daarna werkt u uw beurt gewoon verder af door te dobbelen en te leggen.

De 27 opdrachtkaarten laten aan duidelijkheid niets te wensen over, en zijn vrij origineel qua opzet. Zo is er eentje waarbij de speler die de laatste 2 op de corresponderende kaart heeft gezet, de kaart binnenhaalt. En wat te denken van de opdrachtkaart die wordt binnengehaald door de speler die de hoogste opgetelde waarde lager dan 10 op de dobbelsteenkaart heeft liggen, of de meeste niet 4-en?

Zo dobbelt u lustig verder tot een speler 4 opdrachtkaarten heeft verzameld. De lopende ronde wordt dan nog uitgespeeld, waarna alle opdrachtkaarten worden gewaardeerd. Waarderen betekent hier de zakjes op uw opdrachtkaarten optellen, 1 of 2 per kaart. Vervolgens wordt de speler met de meeste zakjes uitgejouwd. Hij is immers de grootste zak aan tafel.

Na het spelen – dat nam een kleine 20 minuten in beslag – kwam bij ons spontaan de vergelijking met Las Vegas op.

En het moet gezegd: ik vind Blöder Sack beter. Lelijker, dat wel, maar beter.

Beter omdat u, in tegenstelling tot in Las Vegas, veel meer vat hebt op wat u met uw dobbelsteentjes doet. U wordt niet gespeeld hier, u doet het zelf. Het feit dat u uw dobbelstenen overal kwijt kunt, zonder enige beperking, opent een massa mogelijkheden. Daarbovenop kunt u ook nog eens sturen welke kaart wanneer wordt gewaardeerd, en door het vervangen van een dobbelsteen van een tegenstander door eentje van u kunt u uw tegenspelers lekker dwarszitten.

Blöder Sack betekent evenveel als domme (kloot)zak of, als u van het milde type bent, heikneuter. Beide krachttermen, maar toch vooral de eerste, komen gegarandeerd op als u dit spelletje speelt. Meer zelfs, u mag deze krachttermen ook auditief uiten.

Compact, enorm snel uitgelegd, (ont)spannend, supersnel en erg vriendelijk voor de terras- en campingtafel. Maar o zo lelijk. Zo lelijk dat u bij aanvang denkt: “Moet het echt?” Dat, in een notendop, is Blöder Sack.

Is het visuele aspect voor u minstens even belangrijk als het inhoudelijke? Loop hier dan met een wijde boog omheen. Zit volgens u echte schoonheid vanbinnen? Aanschaffen die handel.

Dominique

 

Blöder Sack

Kosmos (2014)

Ralf zur Linde

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

25 minuten

 

Game, set en goedgekeurd!

Teamspellen, ik moet er niet veel van hebben.

Er zijn uitzonderingen. ‘Hey Waiter!’ bijvoorbeeld, is een parel van een teamspelletje. En nu heb ik me daar van de week een tennis sportsimulatie – groot woord – gespeeld waar ik, en mijn medespelers, helemaal weg van waren.

Grand Slam (Korea Boardgames Co., Ltd.).

Als u dit voor uw neus op tafel ziet verschijnen zult u een zucht van weerzin niet kunnen onderdrukken. Twee kleine bordjes die een tennisveld moeten voorstellen, een stapeltje kaarten en een handvol beiderzijds bedrukte fiches die een tennisbal uitbeelden. U bent al voor minder gillend een kamer uitgerend.

Maar in dit geval raad ik u toch aan lekker te blijven zitten. U bent immers in voor een traktatie, en al helemaal als u het dubbelspel aansnijdt, de variant die hier besproken wordt.

Het spel is eigenlijk heel eenvoudig. U hebt de beschikking over 6 kaarten – u vult steeds weer aan vanuit uw persoonlijke trekstapel) – waarop de zones van uw eigen terreinhelft staan aangegeven en de zone waarnaar u de bal in het veld van de tegenstander mept. Opmerkelijk: u slaat nooit out.

Na de opslag retourneert de tegenpartij – afwisselend in het dubbelspel – door een kaart met de zone van de balpositie uit te spelen. Op die kaart staat ook aangegeven in welke zone de bal bij de tegenstander terechtkomt. Als hij of zij daar nog eens een kaart van dezelfde zone bovenop speelt kan hij smashen, de tegenpartij daardoor verplichtend twee kaarten van dezelfde zone uit te spelen als ze wil retourneren. Tricky.

Om aan te geven dat er gesmasht is wordt de tennisbalfiche van de groene naar de rode zijde gedraaid. Handig.

Als u niet kunt retourneren moet u een kaart afleggen – daardoor vermindert uw kaartlimiet voor de resterende tijd van de rally – en moet u hopen dat uw teammaat wel kan terugslaan.

Als u door veelvuldig succesloos smashen te snel door uw trekstapel heen woelt zit u met een groot probleem. U moet het dan immers doen met uw resterende handkaarten. Wees maar gerust dat uw tegenstanders die zwakke plek handig zullen uitbuiten..

Als een team de bal niet kan terugslaan haalt de tegenpartij een punt binnen. Het team dat als eerste 4 punten haalt wint het spel..

Door het verplicht afleggen van een kaart als u niet kunt retourneren wordt de toenemende vermoeidheid en het onherroepelijke naderen van het einde van de rally mooi geëvoceerd. Ook het samenspel tussen de teamspelers is enorm leuk.

In Grand Slam is dubbelspelen zeer aan te raden. Met z’n tweeën wordt het een beetje geluksafhankelijker en ook minder interactief.

Grand Slam is extreem mogelijk te vinden – Korea ligt niet bepaald bij de deur – maar een zoektocht meer dan waard.

Het spelmateriaal is functioneel en van goede kwaliteit – het doosje kon iets steviger – en het is verdomd leuk. De high fives waren tijdens onze sessie gewoon niet te tellen, wat uiteraard ook iets zegt over de hoge interactiviteit waarmee u hier geconfronteerd wordt.

De iconische foto van Fiona Butler, genomen op de universiteit van Birmingham in 1976, en bekend geworden door de Athena-tennisposter, vindt u jammer genoeg niet in het doosje terug. Dat kon bij ons de pret echt niet drukken. Of toch maar een klein beetje.

Tennis, ondanks Clijsters en Henin heb ik het nooit een interessante sport gevonden. Een dubbelspel aan de keukentafel zal ik echter, als Grand Slam als compagnon fungeert, nooit afslaan.

Dominique

 

Grand Slam

Korea Boardgames Co., Ltd.

2 tot 4 spelers

20 minuten

 

Spiel 2014: een vooruitblik (deel 5)

Septikon: Uranium Wars (Hobby World / Igrology)

In ‘Septikon: Uranium Wars’, een bordspel voor 2 spelers, baat u een zwaar bewapend mijnstation uit op een asteroïde. Die herbergt namelijk uranium. Een andere maatschappij heeft echter ook haar oogje laten vallen op uw lucratieve graafwerken en – het geeft in elk geval het voordeel van de duidelijkheid – valt u gewoon aan. Dat houdt in dat u al van verre raketten en fotontorpedo’s op u ziet afkomen. Gelukkig hebt u nog tijd om uw verdedigingsschilden te activeren en uw agressor een koekje van eigen deeg te geven.

Ondertussen blijft u maar door ontginnen want u hebt uw uranium nodig voor alles wat uw mijnstation draaiende houdt, dus ook voor het aanvallen van uw opponent.

Al het werk laat u aan uw zelf gekweekte klonen over. Zelf houdt u zich bezig met de supervisie vanop uw zwaar beveiligd hoofdkwartier.

Reserveer alvast uw plaatsje in de wachtrij want:

Goede spotters, u zelve incluis, waren dit spel in de Spiel editie van 2012 al op het spoor gekomen. U kon er toen nog geen hand op leggen, maar u hebt het wel gespeeld. U weet dus wat u te wachten staat en u zult niet aarzelen om uw kalfslederen portefeuille wijd open te trekken.

U houdt van tweepersoonsspellen met ballen, en dan nog het liefst een spel met Intergalactische ballen. Ze worden hier in vol ornaat tentoongespreid.

Dit is een hebbeding voor de veeleisende tweespeler en niet voor doetjes, en laat dat nu net een beschrijving zijn die u als gegoten zit.

U houdt van spellen waarvan u diepgaand kunt genieten, zelfs als u verliest.

Spelmatig liggen de Russen u na aan het hart. Het voorbije jaar maakte u immers, tot grote tevredenheid, kennis met Hollywood en ‘World of Tanks: Rush’. Spellen waarvan uw mondhoeken omhoog krulden. Dat kan geen toeval meer zijn. De fabricagefout die u ooit met een Volga gewoon rechtdoor deed rijden toen u linksaf wou slaan hebt u de Russen al lang vergeven.

The Russians moved in zingt Nick Cave in Jubilee Street. Wel, inmoven doen ze inderdaad, de jongens van Hobby World en Igrology. Met stijl. En er weer uit moven is voor de veeleisende tweespeler een heel andere zaak. U ziet er verre van tegenop om s nachts onder uw Velux design dakraam voortdurend na te denken over mogelijke strategieën die u in de volgende confrontatie zult toepassen. Deze nachtelijke activiteit is, wat u betreft, misschien hét belangrijkste referentiepunt voor het bepalen van een toppertje.

Meer dan 100.000 Russen kochten dit in 2011. Die kunnen zich toch niet alllemaal hebben vergist?

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Hobby World en Igrology voorbij want:

Dit is een monstertje van een spel. Als Lost Cities al het maximum van uw concentratie vraagt moet u hier niet aan beginnen. Er gebeurt zoveel op het spelbord dat u vreest dat niet alleen uw basis in de lucht zal vliegen maar ook uw hoofd.

Dit spel draait om pure confrontatie. Dat ligt niet lekker bij uw reguliere spelpartner in crime.

U speelt veel met uw vrouwelijke wederhelft en dit krijgt u nooit aan haar verkocht.

Dominique

 

Robben zit erin!

Nu de wereldbeker zijn laatste rechte lijn heeft ingezet wil ik toch nog even uw aandacht vestigen op een alleraardigst en minuscuul dobbelspelletje, dat aaneenhangt van geluk maar toch heel wat volk naar onze terrastafel lokte.

Pocket Football.

Pocket Football bestaat uit 8 zeszijdige dobbelstenen en een velletje spelregels, ondergebracht in een mini, rood stoffen buideltje.

De dobbelstenen waarmee u aan de slag moet bestaan uit een verdedingsdobbelsteen, een middenvelddobbelsteen, een flankdobbelsteen, een aanvalsdobbelsteen, een scheidsrechterdobbelsteen, een vrije schop/hoekschopdobbelsteen, een doelpogingdobbelsteen en een spectaculaire actie dobbelsteen. Daarmee gaat u de wedstrijd naar uw hand zetten. Ze hebben allemaal leuke kleurtjes: geel, roze, blauw, groen, wit, oranje, zwart en rood. Zo kunt u ze in een mum van tijd herkennen als u er eentje moet uikiezen.

Die dobbelstenen zijn allemaal voorzien van symbolen die aangeven wat het resultaat is van uw worp (u dobbelt elke dobbelsteen apart). Een pass, een lange pass, een doorsteekbal, een dribbel, een voorzet, het zit er allemaal in. Ook de zone naar waar de bal wordt gespeeld vindt u op de dobbelstenen terug. D (defender) voor verdediging, M (midfield) voor het middenveld, W (winger) voor de flanken en F (forward) voor de aanval. Gooit u een T (turnover) neemt uw tegenstander het spel over en kan hij op zijn beurt een aanval proberen op te zetten.

Gooit u een fout wordt, hoe kan het ook anders, de witte scheidsrechterdobbelsteen gegooid. Dat kan u een vrije schop opleveren, waarvoor u dan weer de roze vrije schop/hoekschopdobbelsteen moet gooien. Die resulteert dan ook in een korte of lange pass, maar die kan ook mislukken door een interceptie (33% kans). Soms geeft de scheidsrechter zelfs balvoordeel!

Komt u in een scoringspositie (S) wordt de blauwe doelpogingdobbelsteen gegooid. U hebt dan 1 kans op 6 om te scoren.

Speciaal zijn de skillpoints. Als u deze gooit mag u ze opsparen en gebruiken om alle dobbelstenen te herdobbelen zolang u in balbezit blijft, behalve bij een doelpoging. Verzamelt u 3 skill points mag u die bij een doelpoging gebruiken om 1 ander symbool dan het doelpuntsymbool – u hebt normaal 1 kans op 6 om te scoren – ook als goal te laten tellen. U hebt dan 1 kans op 3 om te scoren. Pakt u echter 2 gele kaarten mag u het gebruik van skill points voor de rest van de wedstrijd vergeten. Een zware handicap!

Alle wat voetbal zo mooi maakt zit in dit spelletje. Korte en lange passes, tackles, doorsteekballetjes, kruispasses, omhalen, terugspeelballen, lange afstandsschoten, ballen door de beentjes, overtredingen, buitenspel, hoekschoppen, intikkertjes, binnenkant paal, op de lat, schoten naast en over het doel, spectaculaire reddingen, rebounds, strafschoppen, volley’s, kopballen, ziekenfondsballetjes, centers naar de tweede paal, centers naar de eerste paal, centers naar de zestien, fopduiken (Robben!), balvoordeel, gele kaarten, elleboogjes, handspel, noem maar op. U hebt echt wat te vertellen na afloop.

U maakt een wedstrijd zo lang als u wil en ondanks het opgegeven maximum aantal spelers van 2, kunt u gerust met meerdere spelers aan de slag. De veldbezetting even verdelen, ieder zijn positiedobbelsteen laten dobbelen en een beetje afwisselen bij het doelpogingen. Het werkt wonderwel.

Dat dit spelletje zoveel volk naar onze terrastafel lokte had te maken met het lawaai dat wij beiden genereerden. Gejuich bij doelpunten, gekreun bij missers, yesss-geroep bij een geslaagde pass met extra skillpoints erbovenop, aouuuw bij spectaculaire reddingen door de keepers en olé gezang na afloop van een wedstrijd. We hebben dan maar gelijk een mini tornooitje opgezet zodat elke omstaander ook mee kon spelen. Het was een fantastische avond. Iedereen, zonder uitzondering, vroeg ons waar het kon worden aangeschaft.

Een minuscuul dobbelstelletje aan een minuscule prijs, maar met een megagrote hoeveelheid spelplezier. Dat is Pocket Football.

In de spelregels verzoekt men u commentaar te geven bij elke actie. Bespaar u de moeite, u doet het vanzelf.

Dominique

 

Pocket Football

Hockeysport (2013)

Hamish Sterling

1 tot 2 spelers vanaf 8 jaar

15 minuten

 

Baas der bazen

Het verbaast me steeds weer hoe weinig kinderen “gangster” vernoemen als je ze vraagt wat ze later willen worden. Veel geld, mooie vrouwen, machinegeweren, overal een voetje binnen – al dan niet opgedrongen – en een adrenalinegenerator van heb ik je daar. En in plaats van ze te blussen mag je de vuurtjes aansteken.

Gelukkig kan het jongetje in ons, aan de keukentafel, zijn droom alsnog realiseren.

Met Capo dei Capi bijvoorbeeld.

In dit tweepersoons dobbel- en meerderhedenspel resideert u in New York, en bestaat uw dagelijkse routine erin gangsterbaas te spelen.

Uw dag is goed gevuld. U koopt politici om, bij voorkeur de burgemeester, beheert casino’s, stookt illegaal en steekt het politiekorps af en toe wat dollars toe om een andere kant op te kijken als u met uw dagtaak bezig bent.

Jammer genoeg is recent een deel van uw daginvulling minder interessant geworden, zeg maar ronduit irritant. Dat komt omdat er een concurrent is opgedoken die de kneepjes van het vak even goed beheerst als u, mogelijk zelfs beter.

En er is maar plaats voor één superganster in New York. U weet dus wat u te doen staat.

Al dobbelend met 2 zeszijdige dobbelstenen wijst u invloedfiches, omkoopfiches en waardefiches toe aan gangstergerelateerde deelgebieden, als daar zijn: het omkopen van de burgemeester, het omkopen van de politie, het afdreigen van handelaars, het draaiende houden van uw illegale drankcircuit, het beïnvloeden van rechtszaken, het witwassen van zwart geld in uw casino’s en het investeren van dat wissewasje in lucratieve eettentjes in het hartje van de stad.

Al deze locaties worden mooi weergegeven op grote bordkartonnen fiches die centraal op tafel liggen.

Wat u met, maar toch vooral óp, die fiches gaat doen bepaalt het resultaat van uw dobbelsteenworp en, nog veel belangrijker, hoe lang u het aandurft om te blijven dobbelen.

Want alle acties die u tijdens uw actieve fase wil doen blijven inactief totdat u beslist te stoppen. Dan pas kan u tot handelen overgaan.  U kunt lekker blijven doordobbelen, maar als u een tweede keer hetzelfde gooit, of een tweede keer een paartje, gaat alles wat u naartoe werkte in uw beurt onherroepelijk verloren, tot groot genoegen van uw tegenstander.

Uw dobbelresultaten laten u toe locaties te beïnvloeden met invloedfiches, omkoopfiches of waardefiches. Daarbovenop kunt u nog extra waardefiches bekomen als u de burgemeester net genoeg onder druk kunt zetten. Nét genoeg, want op een bepaald moment breekt de man, kan hij het allemaal niet meer aan en bent u de klos.

Met uw dobbelsteencombinaties kunt u -tig acties doen, allemaal in uw voordeel, en met een beetje geluk kunt u ook uw tegenstanders’ plannen gedeeltelijk blootleggen door zijn of haar omkoopactiviteiten in kaart te brengen. Omkoopfiches worden immers gedekt op een locatie gelegd en de onwetendheid over de sterkte van die van uw tegenstander jaagt u helemaal de gordijnen in.

U kunt blijven dobbelen totdat u zichzelf hopeloos vast rijdt. Dan is het beurt over, krijgt u niks en is uw handenwringende overbuur aan de beurt.

Het spel eindigt als er geen waardefiches meer in voorraad zijn (21 stuks), er geen omkoopfiches meer beschikbaar zijn (15 stuks in waardes van 1, 2 en 3) of de invloedfiches van waarde 1 allemaal zijn opgebruikt.

De eindtelling dan. Elke locatie waarin u het meeste invloed hebt levert u 1 punt op en elke waardefiche die op die locatie ligt of die zich in uw hoogstpersoonlijke kluis bevindt tikt uw puntentotaal ook nog eens aan met 1.

Capo dei Capi hanteert het uitentreuren gehanteerde push your luck principe. U wil maar blijven dobbelen, want de kwijl die vanuit uw mondhoeken op uw tafelblad drupt geeft aan dat u heel wat lekkers kunt binnenhalen, mogelijk zelfs de overwinning. Als u maar even doorzet en een beetje geluk hebt.

Dat, beste medespeler, maakt dit spelletje ontzettend leuk, erg interactief – uw tegenspeler zit gewoon te wachten op uw implosie en uw daaraan gerelateerde wanhoopsreactie – en uitdagend. En door de compacte uitvoering is het een perfecte reisgenoot.

Capo dei Capi is ook verrassend kort. In minder dan een half uurtje bent u klaar. Ik garandeer u dat u onmiddellijk opnieuw New York induikt.

Een ideaal spelletje voor koppeltjes die ook aan de keukentafel tot het uiterste willen gaan. Want wie wint is uiteindelijk de baas der bazen in huis. Als dat niet motiverend werkt weet ik het niet meer.

Een dikke aanrader.

Dominique

 

Capo dei Capi

Dr. Finn’s Games (2013)

Steve Finn

2 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

Spiel 2014: een vooruitblik (deel 4)

Machi Koro (meerdere uitgevers)

In Machi Koro, een kaart- en dobbelspel voor 2 tot 4 spelers, bent u de burgervader van een stad waarvan de inwoners u steeds meer met onroerende verzoekjes overstelpen. U denkt al aan de volgende verkiezingen en gaat naarstig aan het werk.

Uw dobbelresultaat bepaalt welk gebouw u welke voordelen oplevert, meestal van financiële aard. U probeert uiteindelijk voldoende geld te verzamelen om uw vier doelprojecten in de steigers te zetten. Lukt u daarin als eerste hebt u gewonnen.

Reserveer alvast uw plaatsje in de wachtrij want:

U rende, sprong, vloog, dook, viel, stond op en ging weer door zodra de deuren op Spiel 2013 opengingen. Richting Japon Brand meerbepaald, om aldaar aangekomen alleen maar hijgend te kunnen vaststellen dat alle exemplaren van Machi Koro al uitverkocht waren. Dat zal u in 2014 niet overkomen.

U hebt een familie.

U houdt van dobbelspellen.

U speelt graag ’De Kolonisten van Catan’.

U houdt van racespellen.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van alle uitgevers die op de Machi Koro kar zijn gesprongen voorbij want:

Machi Koro is overdadig gekruid met een spelingrediënt waaraan u een grondige hekel hebt: geluk.

Machi Koro is ook nog eens voorzien van een speleffect waar u de muren van oploopt: het sneeuwbaleffect.

En de combinatie van de twee voorgaande eigenschappen doen u de haren al helemaal ten berge rijzen.

U hebt al betere en veel goedkopere versies van Machi Koro in uw spellenkast staan: Boomtown en The Mother Lode of Sticky Gulch. Daar kan Machi Koro niet aan tippen. U spaart dus weer wat centjes uit op Spiel 2014.

Dominique

 

Spiel 2014: een vooruitblik (deel 3)

Waggle Dance (Grublin Games Publishing)

In Waggle Dance bent u een vrolijke honingbij, die biene Maya als het ware, die in de gunst van de koningin probeert te komen door zo snel mogelijk zo veel mogelijk honing te produceren. U doet dat al dobbelend. Zeven volle honingraten moeten volstaan.

Bent u daarmee als eerste klaar voor de winter zich aandient mag u de honingzoete smaak van de overwinning proeven.

Reserveer alvast uw plaatsje in de wachtrij want:

U houdt van dobbelen.

Zware en diepgaande spellen zijn niet (meer) aan u besteed. U zoekt uw bevrediging tegenwoordig in het lichte familiale subsegment. Waggle Dance does the job.

Eenvoudige en aanpasbare spelregels naargelang het niveau van de aangeschovenen, het klinkt u als muziek in de oren.

Worker placers, u krijgt er nooit genoeg van.

U houdt van kleur op uw keukentafel.

U bent een educatief verantwoorde ouder en u ziet dit spel als een uniek opstapje naar een interessante uiteenzetting over de wondere, met uitsterven bedreigde, wereld van de honingbij.

Loop vrolijk zwaaiend de stand van Grublin Games Publishing voorbij want:

Lichte familiale kost, dat klinkt in eerste instantie allemaal erg verleidelijk, want u hebt een familie. Maar anderhalf uur dobbelen? Dat krijgt u tijdens uw wekelijkse familieraad nooit verkocht.

De reclamecampagne voor Waggle Dance draait al een tijdje op volle toeren, ook in onze contreien. U bent als de dood voor euforische, betaalde, reclamepraatjes. U laat zich niet vangen.

De omschrijving Euro-style worker-placement dice game is al voldoende om u kokhalzend richting toiletpot te stuwen. Hebt u trouwens het summum van Euro-style worker-placement dice games al niet in uw spellenkast staan, luisterend naar de namen Yspahan, Alien Frontiers en Troyes? So why bother?

Wat u betreft mag Waggle Dance gerust naar de uitgang waggelen. U hebt uw zinnen immers al gezet op het enige insectenspel dat er echt toe doet: March of the Ants (Weird City Games). Meer mogelijkheden, meer diepte, meer afwisseling, meer schoonheid, meer uitdaging en ook nog eens speelbaar binnen hetzelfde tijdsverloop als Waggle Dance, mogelijk zelfs sneller. Dat u daarvoor uw geduld over Spiel heen moet tillen hebt u er graag voor over.

De dobbelaar in u werd erg verwend de laatste jaren. Banale zeszijdige dobbelstenen, ook al worden ze hier en masse en erg kleurrijk aangeboden, kunnen u al lang niet meer over de streep trekken. U wil speciale dobbelstenen, en lekker groot.

Waggle Dance is binnen de het segment van de Euro-style worker-placement dice games niet afwijkend genoeg om uw boekhouder te overtuigen een budget vrij te maken.

Dominique

 

 

 

 

Slechte kaarten..

Solospellen met een variant voor meer spelers, men komt ze niet vaak tegen.

De heer Cthulhu loopt dan weer dagelijks honderden huiskamers plat, steeds weer proberend de aarde en al haar bewoners naar zijn doorslechte hand (tentakel) te zetten.

Krijgt u maar niet genoeg van het vechten tegen zijne slechtheid maar hebt u moeite een team bij elkaar te krijgen, ligt hier uw kans.

Met ‘The Cards of Cthulhu’.

In dit solospel – u kunt semi- en volcoöperatief  tot z’n vieren, maar de soloversie is beter – gaat u voor uw zoveelste confrontatie met de georganiseerde slechtheid.

De arena: vier borden (voor zijne slechte hoogheden Arwassa, Chaugnar Faugn, Yog-Sothoth en Cthulhu himself).

De protagonisten in de arena: de volgelingen van het hoger genoemde schorem, uzelf en enkele levensmoeë helpers.

Uw hulpmiddelen: 10 gouden munten (ervaringspunten), 2 gezondheidsdobbelstenen, 4 krachtdobbelstenen, 1 lichaamsdobbelsteen, een aantal magische artefacten waar u tijdens het spelen nog moet zien aan te komen en – hopelijk voor de mensheid – een mentale weerbaarheid waartegen de gemiddelde mens ’u’ zegt.

Uw belangrijkste activiteit in dit spel is kaarten trekken, minstens 4 per beurt. Voor elke ongesloten toegangspoort naar onze wereld trekt u er eentje extra. Volgelingen en hun bazen – die komen slapend onze wereld in – worden op hun corresponderend bord gelegd. Helpers en artefacten – dat kunnen ook vervloekingen zijn – legt u even apart. Die kunt u op het einde van uw beurt aanwerven of aankopen met ervaringspunten. Als het om vervloekingen gaat moet u die gewoon ondergaan, niks aan te doen.

U hebt aanvankelijk het geluk nog enigszins aan uw zijde. De grootste gruwelen komen immers al slapend de wereld in. Maar vanaf het moment dat er 2, 3 of 4 volgelingen aanwezig zijn starten die een duivels ritueel waarmee hun bazen worden gewekt.

Volgelingen en opperbazen moet u bestrijden. Dat doet u met uw 2 levensdobbelstenen en uw lichaamsdobbelsteen. U kunt dit voorraadje van 3 nog aanvullen met 4 krachtdobbelstenen, die u op het einde van uw beurt weer moet inleveren. U koopt die met ervaringspunten. De lichaamsdobbelsteen is een gevaarlijke. Als u hiermee een 1 dobbelt – u bent verplicht hem tijdens elk gevecht te gebruiken – verliest u immers een levensdobbelsteen, en dus slagkracht. En, veel erger, mogelijk ook het spel.

Dobbelt u minstens evenveel als de levenssterkte van de slechteriken zijn ze uitgeschakeld en meteen ook uit het spel. De opperbazen vragen wat meer moeite, daar moet u combo’s voor dobbelen. Deze sujetten gaan ook niet braafjes in een hoekje op uw aanval zitten wachten. Als ze enigszins kunnen zullen ze zelf toeslaan.

Uw ervaringsmunten, die u tijdens gevechten ook kunt verliezen, gebruikt u om artefacten aan te kopen, helpers in te huren en te vorkomen dat u helemaal gek wordt (dan is het immers ook onmiddellijk solo game over). Zoals eerder aangegeven kunt u er voor elk gevecht ook extra gevechtsdobbelstenen mee kopen. Dat scheelt, zo heb ik zelf meerdere malen ondervonden.

En u moet vechten, want u moet ervoor zorgen er dat op het einde van het spel, als de trekstapel is leeg gespeeld, op elk bord minder dan 5 volgelingen liggen en geen ontwaakte opperbazen. U kunt ook vroeger het loodje leggen, als u geen geen gezondheidsdobbelsteen meer in voorraad hebt of als u niet genoeg ervaringsmunten meer hebt om te voorkomen dat u helemaal gaga wordt.

The Cards of Cthulhu spelen, beste medespeler, is een helse opgave. En dat is niet negatief bedoeld. Elke, echt élke beurt is een heerlijke marteling waarbij al uw speltechnische vaardigheden op de proef worden gesteld. Kaartmanagement, ervaringspunten management, dobbelsteenmanagement, speelbordmanagement, vechtmanagement, emotioneel welzijn management, noem maar op. U moet vol aan de bak.

A pain in the ass vormen de poorten en de vervloekingen waarmee u geconfronteerd wordt. Voor elke open poort moet u immers een extra kaart trekken bij het begin van een beurt en de vervloekingen richten sowieso schade aan, afhankelijk van de soort. Het sluiten van de poorten is dan ook een niet te verwaarlozen activiteit.

Het kiezen van uw personage aan het begin van het spel is uw eerste belangrijke stap naar een mogelijke – hoop er niet teveel op – succesvolle missie. Gaat u voor de bevallige journaliste, die u extra ervaringspunten oplevert als u opperbazen verslaat? Of kiest u de ritualist, waarmee u tijdens uw beurt een volgeling naar een ander spelbord kunt verplaatsen? Of duikt u toch maar de veilige schoot van Onze Lieve Heer in door voor het priesterschap te gaan, waarmee u uw gezondheidsdobbelsteen mag herdobbelen? Leuke dilemma’s.

The Cards of Cthulhu gaf mij de beste solo ervaring die ik dit jaar al heb gehad. U hebt hier meer het gevoel dat u op een (snel) zinkend schip zit dan – ik noem maar iets: S.O.S Titanic. Hondsmoeilijk is het. Elke beurt is belangrijk en u moet elk moment van relatieve rust aanwenden om u voor te bereiden op de onafwendbare dijkbreuk die als een sneltrein op u afdendert.

Wat ook erg voor The Cards of Cthulhu pleit is de korte opzettijd. U zet zich aan tafel en enkele seconden later bent u al volop aan het spelen.

Dat hoort ook, want als het om het redden van de wereld gaat hebt u geen tijd te verliezen.

Dominique

 

The Cards of Cthulhu

DVG (2014)

Ian Richard

1 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten