De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 18

Doosje van het jaar

COLORS OF KASANE (Japon Brand / Ouyuuan)

Als u de schijnbare breekbaarheid van het roze doosje van ‘Colors of Kasane’ benadert bekruipt u het gevoel dat u het best opent onder begeleiding van een of ander Japans ritueel, een uitgebreide theeceremonie bijvoorbeeld.

Zo delicaat lijkt het.

Dat is maar schijn hoor, aan stevigheid geen gebrek, maar de verstilde schoonheid doet u anders denken.

Colors of Kasane is het spelletje waarover ik mij het meeste zorgen maakte tijdens onze terugreis vanuit Spiel 2014. Zou het de reis wel overleven en indien niet, zou ik me dat dan niet voor de rest van mijn leven beklagen?

Mijn vrees was ongegrond. Case closed.

Het spel zelf dan.

In Colors of Kasane gaat u Kimono’s aan elkaar naaien. Daarvoor gebruikt u verschillende motieven die u van een uitlage van 16 kaarten – 4 rijen van 4 – om beurt op handen neemt. U mag daarbij de volgorde van uw handkaarten niet veranderen. U begint met niks en bouwt dus uw kaarthand erg langzaam op. Het is een keer wat anders.

Tijdens uw beurt kunt u er ook voor kiezen een of meerdere kaarten voor u op tafel uit te spelen, de bouwstenen van uw kimono. Terwijl u dat doet probeert u bepaalde patronen op tafel te toveren. Die patronen leveren punten op, die mooi staan aangegeven op scorekaarten die naast het speelveld liggen uitgestald. Speelt u bijvoorbeeld een setje van 3 kaarten waarvan de som 10 is krijgt u 2 punten. U legt dan gelijk ook een marker in uw kleur (glasssteentjes) op het betreffende scoreveld zodat u uw tegenspelers verhindert hetzelfde setje later nog eens te scoren. Eerst komt, eerst maalt.

Interessant is dat u de laatst gelegde kaart in uw kimono kunt gebruiken als startkaart voor uw volgende setje.

Af en toe kunt u ook puntenkaarten in uw kimono inpassen. Die hebben steeds waarde 1 en kunnen uiteraard niet als eerste kaart voor een nieuwe set worden gebruikt. Daarvoor zijn ze te lelijk. Grijpt u ze uit het aanbod gaan ze onmiddellijk uw kimonootje in.

Scoren doet u op een door kaarten samengesteld scorespoor, met echte knoopjes!

U krijgt 12 beurten, verspreid over 4 ronden, de tijd om de overwinning binnen te halen.

De eindtelling wordt afgerond met bonuspunten voor het aantal verschillende kleuren / patronen in uw kimono en als u alle 12 kleuren hebt verwerkt krijgt u nog eens 2 extra bonuspunten.

Oog voor detail

Wat het eerst opvalt aan Colors of Kasane is het oog voor detail. De kaarten zijn prachtig, zowel qua kleur als partroon en de scoreknoopjes – elke set zou uniek zijn – maken het geheel helemaal af. Door de patronen hoeft de kleurenblinde medemens dit kleinood ook niet links te laten liggen, altijd een pluspunt.

En het doosje waarin de spelonderdelen zijn verpakt gaat ook onmiddellijk uw sympathie opwekken. Vandaar deze Award natuurlijk.

Het spel zelf, medespeler, is zeer en zeer de moeite.

Dit uitleggen en opzetten doet u in een minuutje, wat betekent dat u in een mum van tijd aan het spelen bent. En dat is uiteindelijk toch wat u wilt, nietwaar?

Om dit te winnen hebt u een goede timing nodig, moet u de acties van uw tegenspelers goed monitoren, moet u het aanbod en het toekomstig aanbod goed scannen, mag u nooit de bonuspunten op het einde uit het oog verliezen en mag u nooit, maar dan ook nooit – ik schrijf dit maar één keer – de waarde van de schijnbaar verwaarloosbare ‘1 punters’ onderschatten.

De opgegeven speeltijd klopt volledig met de praktijk en u gaat na afloop gelijk voor een revanche.

Prima spel. En prima doosje!

Dominique

 

Colors of Kasane

Japon Brand / Ouyuuan (2014)

Hinata Origushi

3 of 4 spelers vanaf 10 jaar

25 minuten

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 17

Videokanaal van het jaar

SHUT UP & SIT DOWN

De humor, de originele aanpak, de aanstekelijkheid, de creativiteit, de naturel waarmee met het medium video wordt omgegaan en de synergie tussen de presentatoren zijn de redenen waarom deze videorecensies op eenzame hoogte staan.

Geen muur van bordspellen te bespeuren hier. Geen “kijk eens goed naar dat spellenrek achter mij en benijd mij om wat ik allemaal in huis heb” waarvoor de makers hun ding doen. Neen, een groezelig, eerder te klein appartementje met in een verloren hoek een gammel spellenrekje dat elk moment kan omvallen. En verder geen gezeur.

Shut Up & Sit Down is grappig, to the point, nooit vervelend en soms gewoon erg gevoelig en zo uit het leven gegrepen. Zet u eens voor de monoloog over het overlijden van de vader van Quintin Smith. U houdt het niet droog.

Het is trouwens het enige videokanaal waarbij ik de fast-forward knop nooit beroer.

Bekijk hun recenste filmpje over ‘Xia: Legend of a Drift System’ en u begrijpt wat ik bedoel:

http://www.shutupandsitdown.com/blog/post/review-xia-legends-drift-system/

Dik verdiend, jongens!

Dominique

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 16

Meesterwerkjes van het jaar

THE CARD GAME OF OZ (Game Salute / Orion’s Bell): de locatiekaarten

Als u ze door uw handen laat gaan krijgt u de onbedwingbare behoefte lijstjes te gaan kopen om ze in te kaderen en aan uw muren op te hangen.

Na een tijdje genieten krijgt u zelfs het gevoel dat u, als u maar lang genoeg naar de afbeeldingen blijft kijken, terstond naar het universum van Oz wordt gezogen om aldaar geschoeid met rode muiltjes de Munchkins tegemoet te treden.

Het leuke is ook dat u tijdens het spelen een hele stapel van deze locatiekaarten mag manipuleren. Dat doet u om het uzelf makkelijker of uw tegenstander(s) moeilijker te maken.

Omdat ze het gewoon verdienen noem ik ze hier gewoon even op: Glinda’s Palace, Thick Wood, Field of Daisies, Castle of the Wicked Witch of the West, Throne Room of the Great Oz, Emerald City Plaza, Poppy Field, Clear Water Spring, The Woodman’s Cottage, Yellow Brick Road (Rough and Difficult), Boq’s Home, Storm Cellar (Small Black Hole), Uncle Henry’s Fram, Henry and Em’s House, Steep Rocky Hill, Disagreeable Country, China Country, Little Brook, Ruby Palace of Gayalette, Field of Buttercups, Yellow Brick Road, Yellow Brick Road (Dark Forest), Yellow Brick Road (Green Meadows), Great Ditch, Yellow Brick Road (Impassible Growth), Farm House, Emerald City Gates, Palace Gates, Palace Guest Quarters en Yellow Castle.

En het wordt nog mooier als u de uitbreiding ‘The Marvelous Land of Oz’ aan uw verzameling toevoegt, met de meesterwerkjes: Mombi’s House, Cornfields, Broad Swift River, Guardian’s Room, Main Street, Emerald City (Conquered), City of the Winkies, Palace of the Tin Woodman, Royal Laundrey, Country School House, Village of the Field Mice, Pock-Marked Steps of the Palace, Jackdaws Nest, Gem Fountain en de heerlijke uitsmijters Glinda’s Gardens en Glinda’s Campaign Tent.

Meer dan 90 grafische talenten werkten mee aan deze schepping. Die krijg je niet in een TD927 Astromega van Van Hool. Dat kan tellen.

Dominique

 

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 15

Startspelerpion van het jaar

CASTLES OF MAD KING LUDWIG (Bezier Games, Inc.): het kasteeltje

Mooi gesculpteerd, lekker in de hand liggend en zwaar contrasterend met de rest van het toch wel licht ontgoochelende spelmateriaal. 

Gelukkig is het spel zelf , dat gaf ik enkele Awards eerder al aan, zeer en zeer de moeite. 

Mooi om naar te kijken ook, deze startspelerpion, en als u hem voor u op tafel hebt staan hebt u echt wel het gevoel dat u de meester bouwer van dienst bent.

Dominique 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 14

Loyaliteitsconflict van het jaar

RICHARD I (District Games / First Editions)

Herinnert u zich ‘The Adventures of Robin Hood nog, die klassieker uit 1938? Met Errol Flynn als Robin Hood? Met die belachelijk groene Maillot en dat al even belachelijke groene hoedje? En Claude Rains als Prins John, met dat belachelijke pagekapsel?

Waar is de tijd? En u wist gelijk voor wie partij te kiezen, belachelijk groen maillootje of niet.

In het bordspel Richard I, een middeleeuwse evenwichtsoefening voor 3 tot 8 spelers, is die keuze minder evident. Want uw overwinning hangt ervan af.

Feit nummer 1: Richard Leeuwenhart, Johnny’s broer, heeft een ticketje kruistochten geboekt. Mogelijk een enkeltje, al valt een terugkeer niet uit te sluiten. U vindt Richard een toffe peer. Loyaliteitsconflict nummer 1.

Feit nummer 2: Johnny, de prins, ziet de gelegenheid schoon het kroontje van Richard in te pikken. Ondanks uw sympathie voor Richard maakt u geen deel uit van zijn slagvaardig gevolg en bent u veilig in uw kasteeltje in Engeland gebleven. Zou u niet beter eieren voor uw geld kiezen en prins John beginnen paaien? Loyaliteitsconflict nummer 2.

U hinkt dus voortdurend op twee gedachten. Zo erg zelfs dat u er ’s nachts niet van kunt slapen, in uw nochtans lekker warme Engelse bedje.

U besluit dan maar intensief te gaan intrigeren, ondanks het feit dat u bij het begin van het spel al enigszins kleur hebt bekend. De tijd, zo zult u merken, zal u leren bij welk heerschap u uw boontjes het best te week legt.

U gaat dus naarstig aan de slag met het beïnvloeden van de adel en ook het lager geëchelonneerd schorem ontsnapt niet aan uw tentakels.

Dat beïnvloeden doet u op een spelbord met daarop in cirkelvorm gerangschikt de doelwitten van uw (schijn)diplomatie, als daar zijn:

De belastingontvanger. Prestige(punten) is waar het in dit spel om gaat. Als u zelf het goede voorbeeld geeft kunt u de schatkist, en daarmee zowel prins John als Richard – kruistochten kosten geld – mooie diensten bewijzen. U kunt er echter ook geld (kaarten) mee uit de handen van uw tegenspelers jagen.

De handelaar laat u toe uw handkaarten beter te managen en goede handelsbetrekkingen kunnen u ook de nodige prestigepunten opleveren.

De inquisiteur stuurt u af op een verdachte tegenspeler, t.t.z. een tegenspeler waarvan u vermoedt dat hij veel groene kaarten op hand heeft. Elke groene kaart die hij op hand heeft levert u een prestigepunt op.

De spion doet hetzelfde als de inquisiteur, alleen bepaalt u lekker zelf welke kleur er wordt onthuld.

De regent doet uw handkaarten maximaal renderen door 5 prestigepunten te betalen als u 6 kaarten in een verschillende kleur aflegt.

Bij de wapenmeester kunt u een toernooitje inplannen voor u en uw geïnteresseerde tegenspelers, bij voorkeur als u zelf veel kans hebt om te winnen (wat betekent dat u veel rode kaarten op hand hebt). De finalisten van het toernooi kunnen rekenen op extra prestigepunten.

Bij de kanselier kunt u terecht voor advies, afhankelijk van de protagonist naar wie uw sympathie uitgaat. Lees: u trekt een adviseurkaart. Daar kunt in de loop van het spel, of op het einde, leuke dingen mee doen.

De bandiet tenslotte, alleen voorkomend in het stuk als er minstens 6 spelers meedoen, laat u scoren door kaarten van uw keuze af te leggen.

En dat waren nog maar de echt speciale eigenschappen. Elk personage heeft immers nog een basisvaardigheid, die u toelaat de juiste kleur kaarten op hand te krijgen (blauw = handel, geel = rijkdom, paars = tijd, wit = allianties, rood = strijdkracht van Richard Leeuwenhart, groen = strijdkracht van Saladin, Richards tegenstander in de woestijn).

U hebt al begrepen dat u goed moet plannen wie u wanneer beïnvloedt.

Want dat beïnvloedt dan weer de kruistochtenfase, waarin elke speler 2 handkaarten naar keuze aan de kruistochtenstapel toevoegt in de hoop daarmee het lot van Richard en John, maar toch vooral van zichzelf, de goede kant op te sturen. Die wordt vervolgens geschud – hij was bij spelaanvang al van een aantal kaarten voorzien – en op Battlestar Galacticiaanse wijze rustig en met het nodige wenkbrauwengefrons bekeken. Wie welke kaarten heeft toegevoegd blijft dus geheim.

Vervolgens vergelijkt men het aantal blauwe en paarse kaarten (tijd en handel). Als er meer blauwe kaarten zijn dan paarse wordt de terugkeer van Richard uitgesteld. Dat wordt simpel aangegeven op het terugkeerspoor op het spelbord. Hebben de blauwe kaarten de overhand wordt de terugkeer van Richard bespoedigd.

Dan vergelijkt men het aantal gele en witte kaarten (rijkdom en allianties). Als er meer witte dan gele kaarten werden afgelegd daalt de inhoud van de koninklijke schatkist met het verschil tussen die twee. Bij meer gele kaarten dan witte gebeurt net het omgekeerde. Ook hier is een spoortje voor voorzien, het schatspoor.

Ook de schermutselingen tussen Richard en Saladin worden van nabij gevolgd. Bij meer groene kaarten dan rode wint Salladin een slag en worden de strijdkrachten van Richard met het verschil tussen die twee gereduceerd. In het andere geval gebeurt het omgekeerde.

Het spel kan eindigen op 4 manieren:

De strijdkrachten van Richard zijn gereduceerd tot 0, wat betekent dat Richard jammerlijk komt te sneuvelen. Daarop ontstaat een groot vreugdefeest bij Johns aanhangers in Engeland, die 8 prestigepunten onder elkaar mogen verdelen.

De strijdkrachten van Saladin worden gereduceerd tot 0. Zien wij daar uitbundige dansbewegingen bij de aanhangers van Richard, die de inhoud van de koninklijke schatkist op dat moment onder elkaar mogen verdelen?

De teller op het tijdspoor bereikt het 0-veld. Richard is voortijdig naar huis teruggekeerd en eist de troon weer op. Elke speler loyaal aan Richard krijgt prestigepunten gelijk aan de helft van de inhoud van de schatkist.

Als alleen de bodem van de koninklijke schatkist nog zichtbaar is betekent dat dat Richard alle middelen heeft opgebruikt. Dat heeft het Engelse volk niet graag en hij wordt afgezet. Feestgedruis bij de prins John aanhangers die 4 prestigepunten onder elkaar verdelen.

Het addertje, zeg maar adder, onder het gras is dat er maar één speler kan winnen. U mag zo loyaal zijn als wat aan de winnende troonpretendent, als u niet de meeste prestigepunten hebt bijeen gesprokkeld kunt u het vergeten. Dan kunt u gaan liggen kniezen in uw lekker warme Engels bedje. Als u erin slaagt het meeste punten te hebben vergaard zonder dat u loyaal bent aan de overwinnaar van de machtsstrijd tussen John en Richard kunt u zelfs winnen.

Zoveel te doen

Uit het voorgaande hebt u al begrepen dat u hier echt wel aan de middeleeuwse bak moet.

Dat doet u met een hele hoop kaarten: invloedkaarten, adviseurkaarten en – als u de versie voor gevorderden speelt – gebeurteniskaarten.

Wat de adviseurkaarten en de gebeurteniskaarten betreft zitten we wel met een probleem. Zijn alle andere spelonderdelen volledig taalonafhankelijk, krijgen we hier met Italiaanse tekst te maken. Op het spelbord staan de karakters, prachtig geïllustreerd trouwens, in het Engels vernoemd. Raar. Er verschijnt later op het jaar wel een volledig Engelstalige editie, al kan in afwachting Google Translate echt wel wonderen doen, zo heb ik gemerkt.

Het materiaal van Richard I is dik in orde. Prima kaarten, een prachtig spelbord, korte en duidelijke regels en functionele pionnetjes. Het goedkope plastic van deze laatste contrasteert echter nogal uitgesproken met de rest van het materiaal.

Het spel zelf – van 3 tot 8 spelers alstublieft, en hoe meer hoe beter – overtuigt moeiteloos. Origineel: van bij het begin weet iedereen al van iedereen aan wie hij of zij loyaliteit heeft beloofd – elke speler kiest dat immers zelf. Vanaf dan bent u vertrokken voor een evenwichtsoefening van heb ik je daar. U mag dan wel met meerdere collega’s voor koning John of Richard zijn, dat wil nog niet zeggen dat u lekker gaat samenspannen voor de overwining. Die wilt u immers alleen voor uzelf. Daarin schuilt dan ook de kracht van dit spel.

Het managen van uw handkaarten, het bijdragen aan de kruistochten, de kans dat u tijdens het spel van factie verandert, het stokken in de wielen steken, de interessante manieren om punten te scoren, het toeslaan op het juiste moment – een spion, een wapenmeester en een belastingontvanger goed getimed voor uw karretje spannen kan wonderen doen -, en het voortdurend monitoren van het tijdspoor, de inhoud van de schatkist, de strijdkrachten van Richard en Saladin en vooral de kaarten die uw tegenspelers verzamelen zijn zulke leuke handelingen dat u na afloop gelijk een revanche wil. En dat kan, gezien de opgegeven tijdsduur van 60 minuten helemaal klopt.

Reken echter niet op Robin Hood, al geeft hij even acte de présence op een Richard actiekaart.

Wat mij betreft een van dé pareltjes van Spiel 2014, belachelijk groen maillootje of niet.

Dominique

 

Richard I

District Games / First Editions (2014)

Andrea Chiarvesio

3 tot 8 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 13

Verrader van het jaar

THE AMBERDEN AFFAIR (The Game Crafter, LLC / Two Penny Games, LLC)

Verraders. Ze zijn stilaan een graag geziene gast in allerhande spellen.

Maar in ‘The Amberden Affair’ hebben we te doen met een echt gevaarlijk heerschap. Hij is er, vermomd als butler, immers enkel en alleen op uit hoge gasten van ‘The English Upper Class’ om te brengen. Met vergif meerbepaald. En dat op een poepsjiek avondfeest waar zijn butleruniform alles behalve in het oog springt. Nog veel minder in het oog springend zijn de potjes vergif die hij in zijn binnenzak heeft verborgen, potjes waarvan hij de inhoud tussen bar en upper class gast in een supersnelle, onopvallende beweging aan de officiële drankjes toevoegt. 

U weet dat hij zich op de werkvloer bevindt, alleen weet u niet wie het is. En als u het zelf bent zult u zichzelf zeker niet bekend maken.

Wat The Amberden Affair zo uniek maakt is het feit dat de speelrondes simultaan worden afgewerkt en dat het uiteindelijk niet om het ontmaskeren van de moordenaar gaat, maar om de punten. Al gaat een moordenaar die gerust wordt gelaten en door niemand wordt aangewezen bijna zeker met de overwinning aan de haal. De brave, plichtsbewuste butlers moeten dus met een één oog de acties van iedereen in de gaten houden terwijl het andere zich bezighoudt met de courante opdrachten van de hoofdbutler. De moordenaar-butler op zijn beurt moet zich zo nonchalant mogelijk van zijn morbide opdracht kwijten, wetend dat hij bij elk slachtoffer dat valt sporen achterlaat.

Paranoia, bluf, psychologische oorlogvoering, tijdsgebrek en niet zelden verbazing alom zijn dan ook de hoofdingrediënten van dit heerlijke avondfeest.

Ik besprak dit spel al uitgebreid op 30 november 2014. U vindt de link in de rechterkolom.

Morgen volgt trouwens een Award die nauw bij die van vandaag aansluit. Naar de middeleeuwen flitsen we onszelf dan, richting loyaliteitsconflict van het jaar.

Dominique

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 12

‘Kleine jongens onder elkaar’ van het jaar

ARCADIA QUEST (Cool Mini Or Not / Spaghetti Western Games)

Het is voor velen onder ons een hobby, rondrennen in bordkartonnen ondergrondse krochten, op zoek naar schatten en onderwijl monsters van allerlei slag een kopje kleiner makend.

Sommigen nemen dit heel serieus, voor anderen kan dit spelsegment dan weer niet lollig genoeg zijn.

Behoort u tot de tweede categorie moet u Arcadia Quest eens nader bekijken.

In Arcadia Quest wordt u geacht queesten te volbrengen in locaties volgestouwd met monsters, goodies, goud, portalen, magische artefacten en meer van dat fraais.

U behoort tot een gilde en drie leden van die gilde werden erop uitgestuurd om Lord Fang te liquideren, de slechterik van het verhaal. Om de man te bereiken en uw nobele steek-, hak- of schietdaad te stellen moet u wel eerst enkele subqueesten volbrengen.

Of niet.

U kunt immers gewoon een scenario uit het campagneboek kiezen en gewoon een robbertje vechten.

Uw vijanden: monsters, gesloten deuren, valstrikken, uw materiaal dat niet altijd wil meewerken, tijd en de grootste obstakels van allemaal: uw tegenspelers. Die hebben immers ook hun zinnen gezet op de nobele daad van enkele alinea’s terug en de daarbij horende roem en beloningen.

Scenariogestuurd dus. Met één constante: tijdens elk scenario moet uw gilde als eerste een opgegeven aantal queesten volbrengen waarvan het doden van een van de leden van de concurrerende gilden er altijd eentje is.

Dat zet gelijk de toon. Reken dus op tonnen interactie.

Andere voorbeelden van queesten? Dood de Orc kapitein, vind de verdwenen wapens, dood drie monsters, red de adelaars, maak de bom onschadelijk, dood de Zuster van Pijn of de Zuster van Plezier. Het gaat maar door.

Uiteraard duiken uw van speciale eigenschappen voorzien gildeleden goed bewapend de ondergrond in. U kunt vooraf uw team uitkiezen of u kunt het lot laten bepalen met wie u aan de bak gaat. Wapens wijst u naar believen toe aan uw heldhaftige trio – ze kunnen elk vier items dragen – en vervolgens nemen ze hun startpositie in.

Vanaf dan gaat alles heel snel. Opvallend snel.

Tijdens uw beurt beweegt u en valt u aan, al dan niet in die volgorde – of rust u. Voor het bewegen gebruikt u bewegingspunten, voor het aanvallen de korte of lange afstandswapens die u krampachtig in uw knuistjes geklemd houdt. Monsters zijn vrij statisch en ook een beetje dom. Ze staan daar maar te staan en wachten rustig, en vooral heel zichtbaar, af tot u besluit hen aan te vallen of u hen passeert. Doet u aan overkill – u dobbelt meer schade dan ’s monsters levenskracht – schakelt u het gedrocht in kwestie onmiddellijk uit zonder dat die weerwerk kan bieden. In het andere geval kunt u zich aan een terugslag verwachten.

Uw concurrerende gilden, dat is een andere zaak, want dat geteisem hebt u minder onder controle, zeg maar helemaal niet.

Dobbelen is de motor die dit spel doet draaien. Acht aanvalsdobbelstenen en zes verdedigingsdobbelstenen klaren moeiteloos de klus. Geen overdaad aan symbolen hier, alleen een zwaard voor de lijf aan lijfgevechten, een boog voor de lange afstand en een schild voor de verdediging. Het belangrijkste symbool is echter het ‘burst’ symbool. Dobbelt u dat treft of verdedigt u sowieso raak en u mag de dobbelsteen in kwestie gelijk opnieuw gooien wat, als u geluk hebt, resulteert in een voor uw tegenstander niet zo aangename kettingreactie. Eenvoudig maar heel elegant. En spannend, vooral naar het einde van een scenario toe, als uw zintuigen massaal op scherp staan.

Rusten gaat u ook af en toe moeten doen. Uw wapens zijn immers regelmatig aan herstelling toe en als u een dood gildelid moet meeslepen is een opwekking uit de doden, een ritueel dat tijdens een rustactie kan worden uitgevoerd, een welkome handeling. Terugkeren uit de doden kan dus, maar mogelijk hebt u er wel iets aan overgehouden. Een setje van 24 vervloekingskaarten zal dat lekker voor u bepalen.

Tijdens uw verplaatsingen gaat u ook interessante dingen ontdekken. Een koffertje met goud, een medicijn, een queeste object waarnaar u wanhopig op zoek bent of – voor de ongeluksvogels onder ons – een wolvenklem.

Zo rent, ontdekt, vecht en interageert u maar door tot een gilde aan de overwinningsvoorwaarden van het scenario heeft voldaan. Die gilde wint.

Als u een campagne speelt kunt u tussen de scenario’s door uw wapens en vaardigheden opwaarderen – altijd leuk – zodat u goedgezind, goed uitgerust en met frisse moed weer de duisternis in kunt. Uiteraard liggen er voor de winnaar van een scenario ook onvoorstelbare beloningen klaar.

Die kleine jongen in u

Arcadia Quest is, ondanks het regelboek van 35 bladzijden en het scenarioboek van 25, een eenvoudig spel. Laat de vrees voor complexiteit u dus vooral niet weerhouden dit spel een kans te geven.

De enkele kilo’s aan prima spelmateriaal die de opvallend diepe doos herbergt gaat de kleine jongen in u onmiddellijk aanspreken. Uw hartje gaat enkele keren overslaan als u de miniatuurtjes aan het taxeren bent. Het oog voor detail is ronduit indrukwekkend. Ook op de kwaliteit van de fiches en de (grote hoeveelheid) kaarten valt weinig of niets aan te merken.

De grafische vormgeving van de miniaturen en de kaarten vind ik dan weer minder geslaagd. Ik heb een beetje een allergie aan kleine lijfjes met veel te grote hoofden, maar dit is uiteraard een kwestie van smaak. Tijdens het spelen viel die aversie al snel weg.

De beiderzijds bedrukte terreinregels zijn lekker groot, stevig en overzichtelijk. En door de codering snel traceerbaar bij het opzetten van de scenario’s.

Arcadia Quest kent door de verplichting uw tegenspelers aan te vallen, een erg hoog ‘take that’ gehalte. Dat is hier echter niet storend omdat het gewoon moet – niemand wordt trouwens ontzien – en u mag er gerust van uitgaan dat u al snel als kleine jongens op de speelplaats over elkaar heen rolt. Leuk!

Origineel: het ‘respawnen’ van de monsters, een fenomeen dat zich voordoet van zodra er vijf zijn uitgeschakeld. U weet ongeveer waar ze opnieuw kunnen opduiken, maar u bent nooit zeker. En mogelijk ziet u ze ook nooit meer weer.

U zou uit het voorgaande kunnen afgaan dat Aracadia Quest zich enkel manifesteert als een gelukafhankelijk robbertje vechten, maar niets is minder waar. Strategisch en tactisch positie kiezen, temporiseren, de juiste wapens aan de juiste karakters toewijzen, vooral niet teveel in het oog lopen en op het juiste moment toeslaan is de boodschap. Uiteraard sturen de dobbelstenen uw perfect uitgekiende plannen aanzienlijk in de war, maar dat maakt dit net zo leuk.

Toch puntenaftrek voor de erg hoge prijs, al kan de garantie dat u dit heel veel zult spelen u misschien over de streep trekken. Dat u veel zult lachen werkt misschien ook motiverend.

Zoekt u een turbo kerkerkruiper met heel veel interactie, prachtig en veel materiaal, eenvoudige regels, veel afwisseling en bent u iemand die graag zelf scenario’s in elkaar knutselt? Dan mag u Arcadia Quest zeker niet laten liggen. Hou wel rekening met chronische rugklachten. Die loopt u gegarandeerd op tijdens het transport naar huis of naar de spellenclub.

 

Arcadia Quest

Cool Mini Or Not / Spaghetti Western Games (2014)

Thiago Aranha / Guilherme Goulart / Eric M. Lang / Fred Perret

2 tot 4 spelers vanaf 13 jaar

60 minuten

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 11

Thematische spel van het jaar

EVOLUTION (North Star Games, LLC)

Niet ‘Dead of Winter: A Crossroads Game’ – die is wel runner-up – maar Evolution, medespeler, is het best geslaagde thematische spel van het jaar.

In dit kaartgestuurde Darwiniaanse evolutiespel draagt u er zorg voor dat de soorten die u werden toevertrouwd zich zo efficiënt mogelijk ontwikkelen, met als enige doel overleven. Die ontwikkeling slaat zowel op hun vaardigheden als hun toename in aantal en omvang.

Dat houdt u allemaal mooi bij op de persoonlijke bordjes waarop u per soort het aantal en omvang per soort die u beheert bijhoudt, die ook nog eens worden gekoppeld aan maximaal drie eigenschappen die hier door kaarten worden gesymboliseerd.

Eten is de kern van de zaak want daar scoort u het gros van uw punten mee. Voedselfiches, zowel groenvoer als vlees, zorgen daarvoor. Hoe meer u eet, hoe meer u scoort. Planteneters, de hippies uit het pak, komen het makkelijkst aan eten. Dat kan elke ronde meestal spontaan, met een beetje invloed van de spelers, aan de waterkant zomaar worden opgepikt.

Maar de carnivoren, medespeler, dat is een hele andere zaak. Die hebben het niet zozeer gemunt op gezonde flora, maar eerder op dat wat die gezonde flora heeft opgegeten. Wees  als planteneter dan ook heel erg op uw hoede als een tegenspeler plots scherpe snijtandjes begint te vertonen.

Ze werpen alles in de strijd om de planteneters een kopje kleiner te maken, die carnivoren. Hinderlagen leggen en jagen in groep bijvoorbeeld, daar zijn ze goed in. Gelukkig jagen ze alleen op wat kleiner is dan henzelf zodat de planteneters mits wat geluk en gezonde eetlust hen steeds een stapje voor kunnen blijven. Die planteneters hebben daarbovenop ook zo hun eigen ontwikkelingsstrategieën zoals het formeren van pantsers, hoorns, intelligentie, klimvaardigheden, samenwerking, lange nekken, defensieve kuddevorming, extreme vruchtbaarheid, hamsteren, symbiose en waarschuwingssignalen. Jammer genoeg evolueren de carnivoren mee. Ik wens u dan ook veel geluk als u tegenover een carnivoor met klimvaardigheden en een meer dan gemiddelde intelligentie komt te staan die het jagen in groep tot in de perfectie beheerst.

U kunt ervoor kiezen om voor louter planteneters of carnivoren te gaan of beide onder uw hoede te nemen. Eender wat u doet, u kent maar één levenswijsheid: eten of gegeten worden. Eten betekent scoren, gegeten worden betekent punten verliezen. U hebt al begrepen dat een carnivoor met een goedgemikte maaltijdaktie zowel kan scoren als punten kan afpakken. Dubbele winst heet dat.

Scoren doet u op het einde van het spel ook nog met uw uitgespeelde vaardigheden en met de grootte van de populatie van uw overlevende soorten.

The origin of themes

Had Darwin nog geleefd, dit spel had zeker tussen zijn naslagwerken op het schap gestaan. Prachtig en veel materiaal wordt hier aangeleverd, van de waterpoel over de voedselfiches naar de soortbordjes, de kaarten en het glossy spelregelboek en de al even glossy overzichtsfiches. Om over de stoffen ‘maagzakjes’ nog maar te zwijgen. Blijkbaar met liefde gemaakt en met oog voor detail.

De regels in dat glossy regelboek zijn de eenvoud en overzichtelijkheid zelve en ze laten geen vragen open. U legt dit spel ook zo uit. Winnend het evolutieve strijdtoneel verlaten is dan weer een heel ander paar mouwen.

De aanleiding voor deze Award is dat het thema zo goed verweven is met de speltechnische omzetting dat u zich als het ware een ontwikkelende soort waant, voortdurend met dat koppie heen en weer speurend naar voedsel en – laat ons niet om de pot heen draaien – gevaar. Zit er een carnivoor in het spel of is er eentje op komst? Want waarom vervangt die lieve langnekkige planteneter plots twee van zijn vaardigheden? Dat is ook zo leuk aan dit spel. Tijdens uw beurt mag u de eigenschappen van uw soorten immers naar believen en gedekt verdelen. Maak niet de fout deze fase simultaan uit te voeren om tijd te winnen. Het is heel belangrijk dat u uw tegenspelers heel goed in de gaten houdt, ook al spelen ze hun kaarten gedekt. Waar ze hoeveel kaarten uitspelen is belangrijk en al helemaal als ze beginnen te wisselen, evolueren zeg maar.

Meer nog, u kunt van planteneter evolueren naar carnivoor en weer terug en het is interessant om uit te zoeken hoe u de verschillende eigenschappen bij de verschillende soorten die u onder uw hoede hebt op elkaar kunt laten inwerken. Met waarschuwingssignalen bijvoorbeeld kan een soort andere soorten beschermen, of door samenwerking kunt u meerdere soorten op hetzelfde moment laten eten (handig als de groenvoeding beperkt is). Met symbiose kunt u een kleinere soort dan weer tegen carnivoren beschermen. Klimmen is ook handig als u uit de buurt van carnivoren wil blijven, al moet u opletten dat ze deze vaardigheid later in het spel niet van u gaan afkijken.

Meerdere wegen leiden naar de overwinning en u kunt zowel met uitsluitend planteneters als carnivoren of een gemengde strategie winnen. Goed kunnen jongleren met grootte en populatie kan ook wonderen doen. Bij alles wat u doet moet u wel één gedachte in het achterhoofd houden: hoe meer ik kan eten voor dat een ander kan eten, hoe beter. Klamp u daaraan vast en u hebt een kans.

Ontwerpers die zich hebben voorgenomen een spel te maken waarbij het thema en de speltechnische omzetting naadloos in elkaar overvloeien raad ik aan eens een nadere blik op dit spel te werpen. Dan wordt Evolution voor hen als het ware ‘The Origin of Themes’.

Mijn spelersgroep, die toch al heel wat achter de kiezen heeft als het over spellen gaat, was onmiddellijk verliefd op dit spel en er wordt steeds weer naar gevraagd. Zelf moet ik ook toegeven dat ik tijdens het dagdromen regelmatig afdwaal naar de woeste wildernis om aldaar mijn aanpak voor de volgende sessie mentaal voor te bereiden. Tot nu toe, mijn spelvrienden zijn hierbij gewaarschuwd, maken carnivoren een belangrijk deel uit van mijn droomgedrag.

De vijl voor mijn hoektandjes is al besteld.

Dominique

 

Evolution

North Star Games, LLC (2014)

Dominic Crapuchettes / Dmtry Knorre / Sergey Machin

2 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 10

Beurt van het jaar

Op 18 januari 2014 om middernacht begonnen wij aan wat de langste beurt aller tijden binnen onze spelgroep zou worden. Hij duurde de volle 60 minuten en in die tijdspanne probeerden we in de laatste zet ‘Freedom: The Underground Railroad’ tot een goed einde te brengen.

Tot een goed einde brengen kwam hier neer op minstens 22 slaven bevrijden, maximum 16 slaven verliezen én voldoende steun hebben verzameld binnen het Huis van Afgevaardigden om de slavernij uiteindelijk te laten afschaffen.

U begrijpt dat de zenuwen strak gespannen stonden.

De woonkamer van K. M. leek wel op de war room van het Pentagon vlak na de aanslag op de WCT-Torens.

Onze 60 minuten crisisoverleg wierp wel zijn vruchten af. We wonnen.

Wil u trouwens weten welk spel ‘Freedom: The Underground Railroad’ opvolgt als meest thematische spel van het jaar? Dan moet u morgen even langskomen. Ik wed nu al dat u er glad naast zit.

Dominique

 

De ‘De Tafel Plakt!’ Awards 2014: deel 9

Kleur en getal van het jaar

RED7 (Asmadi Games)

Fascinerende, snel uitgelegde en vooral leuke kaartspelletjes. Ik heb er een zwak voor.

Red7 voldoet ruimschoots aan die drie voorwaarden.

In het doosje vindt u 56 kaarten: 1 rode start-regelkaart, 4 overzichtskaarten met daarop de eigenschappen van de kaarten in het spel, 2 ronde-overzicht kaarten en de 49 speelkaarten.

En de spelregels natuurlijk. Zeg maar regeltjes.

Die zeggen dat u van de 49 kaarten (7 kleuren met waarde 1 tot 7) er elke speler 7 moet geven en vervolgens de start-regelkaart in het midden van de tafel moet leggen. Die regelkaart zegt dat u momenteel rood speelt en dat de hoogste kaart in het spel wint – dat is de rode 7, vandaar de titel van het spel.

Elke speler krijgt ook nog een kaart van de resterende (trek)stapel die hij voor zich open op tafel legt. Die kaart vormt de startkaart van zijn ‘palet’.

Om te begrijpen wat volgt hoeft u echt niet gestudeerd te hebben.

U hebt slechts 3 mogelijkheden. U voegt een kaart toe aan uw palet, u bedekt de regelkaart met een kaart uit uw hand, die daarmee gelijk de nieuwe regelkaart vormt of u doet beide.

Eender wat u doet, u moet op het einde van uw beurt aan de winnende hand zijn of u ligt eruit. U kunt ook gewoon niets doen, wat ook synoniem staat met afdruipen.

De clou van dit spelletje is dat elke kaart, bovenop de getalwaarde, een kleur heeft én een regel die de overwinningsvoorwaarde wijzigt. De rode regel bepaalt dat de speler die de hoogste kaart heeft uitgespeeld wint, de gele regel duidt de speler met de meeste kaarten in één kleur als winnaar aan, de indigo regel geeft de lauwerkrans aan de speler die de meeste opeenvolgende kaarten heeft (bv. 2,3,4,5), de blauwe regel laat u juichen als u het hoogste aantal verschillende kleuren in uw palet hebt liggen, de oranje regel doet u opspringen van vreugde als u de meeste kaarten van een bepaald nummer hebt, de groene regel doet u de vuisten ballen als u de meeste even kaarten in uw palet hebt liggen en violet doet uw tegenspelers bewonderend naar u kijken als u de meeste kaarten onder waarde 4 kunt voorleggen.

Bovengenoemde overwinningsroesjes zijn echter meestal van korte duur want de speler na u zal proberen de leiding over te nemen, hetzij door zijn palet uit te breiden en/of de regels van het spel te veranderen.

Kunt u niet meer mee ligt u er onherroepelijk uit. Last man/woman standing wint.

Wilt u wat meer uitdaging – ik raad u aan hiermee gelijk te beginnen – kunt u de regels voor gevorderden toepassen. Dan hamstert de winnende speler van een ronde zijn scorende kaarten tot een speler een bepaald aantal punten heeft bereikt. Bij 3 spelers zijn dat er bijvoorbeeld 25. Daarbovenop kunt u ook de speciale vaardigheden van de onpare kaarten in het spel integreren. Die worden dan geactiveerd op het moment dat u deze kaarten uitspeelt. Daarmee kunt u kaarten vanuit het palet van andere spelers verplaatsen naar de trekstapel, een extra kaart uitspelen, een kaart van de trekstapel nemen en een kaart uit uw palet naar de regelkaart transformeren. Daarbovenop mag u een kaart van de stapel trekken als de getalwaarde van de kaart die u als nieuwe regel uitspeelt hoger is dan het aantal kaarten in uw palet.

Red7, medespeler, is Fluxx voor gevorderden. U probeert zo lang mogelijk, liefst het langst natuurlijk, in het spel te blijven en door de combinatie van kleurregel en kaartwaarde resulteert dit in een interessante denkoefening als u aan de beurt bent. U kunt naar uw eigen doelstelling toewerken maar u zult toch adaptatiemogelijkheden moeten inbouwen voor als u weer aan de beurt komt, vooral door een beetje te temporiseren wat de regels betreft. Ik hoef u niet uit te leggen dat het aanpassen van de regels een belangrijke en machtige act is. Bent u een speler die zich goed kan inhouden, geduldig kan wachten tot het ideale moment en de aankondiging van dat ideale moment perfect kan aanvoelen gaat u zich helemaal in uw sas voelen.

U moet ook erg goed oppassen met het uitspelen van zowel een regelkaart als een paletkaart. U begint slechts met 7 kaarten op hand en de kans dat u kunt bijtrekken is beperkt, zeker als u met de basisversie aan de slag gaat en niet kunt profiteren van de bijtrek-eigenschap van de drietjes.

Een schoonheidsprijs gaat Red7 niet winnen, alles is gewoon functioneel gehouden.

Wilt u niet-spelers aan uw speeltafel krijgen kan ik u Red7 ten zeerste aanraden. En combineert u het met enkele spelletjes Pairs van zodra de toestromende nieuwsgierigen gegroeid zijn tot 8 zijn ze gegarandeerd helemaal om.

U hebt hier al eerder gelezen dat ik de heer Carl Chudyck al een hele tijd nauwlettend in de gaten houdt. Red7 bewijst weer waarom.

Dominique

 

Red7

Asmadi Games (2014)

Carl Chudyck & Chris Cieslik

2 tot 4 spelers vanaf 9 jaar

5 tot 10 minuten