Pickjes en Packjes..

Laten we even gezellig wat bijpraten.

Glory To Rome

Het beste spel dat ik dit jaar al gespeeld heb. Is van de “San Juan” en “Race For The Galaxy” familie, maar steekt deze twee moeiteloos in zijn achterzak. Vanwege veel meer mogelijkheden en vooral veeeeel meer interactie (heerlijk om die gezichten te zien als ik mijn Forum op tafel leg, of de Catacomben, of mijn Legionair, of mijn Brug, of mijn Colloseum. En dan die combo’s!). En veel meer kleur. En veel beter thematisch onderbouwd. En, vooral in vergelijking met “Race For The Galaxy” en ondanks de complexiteit, veel toegankelijker. Ik heb al verschillende sessies RFTG gespeeld en ik weet nog altijd niet waar ik eigenlijk mee bezig ben. De vonk slaat maar niet over, hoe graag ik het ook zou willen. Ik beleef er geen plezier aan. Bij GTR was de vonk – zeg maar uitslaande brand – er direct. En ook bij mijn medespelers. Reeds verschenen in 2005 en ik schaam me diep dat dit niet eerder op tafel is gekomen. Ik ga dan ook na deze bijdrage direct aan mijn tien Weesgegroetjes en Onze Vaders beginnen. Als boetedoening.

Pick & Pack

Appeltjes pakken met een grijpertje zoals in de lunaparken op de kermis. Een spel voor twee. Abstract als de pest en de vaardigheid enkele beurten vooruit te kunnen denken strekt zeer tot aanbeveling. Dus eigenlijk niets voor mij. Zwaar op mijn bips gekregen tijdens de eerste sessie, maar het spelverloop was leuk.

Diamant

Meer een belevenis dan een spel. Dat mag. Soms moet dat zelfs. Waarschijnlijk het spel dat het meeste lawaai genereert bij de deelnemers. Kreeg daardoor zo’n respons op “Spel 2007” van de Forum-Federatie dat de verkoopstand van Carl Adriaenssen op een zodanige manier werd bestormd dat de politie er moest worden bijgehaald en proces-verbaal werd opgemaakt. Toen tijdens de aangifte echter duidelijk werd dat het om plastieken diamantjes ging werd het volledige verkoopteam in voorlopige hechtenis genomen vanwege smaad aan de politie. Pas na het betalen van een aanzienlijke borgsom – sommigen maken gewag van een bedrag van 6 cijfers – werden ze weer vrijgelaten. Is een heerlijk spel voor niet-spelers. Ze gaan allemaal, maar dan ook allemaal, voor de bijl.

Die Schatzteucher

Een Knizia voor kinderen. Met de wonderbaarlijke wonderlamp, die ondertussen ook al haar nut heeft bewezen toen hier enkele dagen geleden ’s avonds laat de elektriciteit uitviel. Met zo’n typisch Kniziaans scoremechanisme ook, iets dat bezwaarlijk als kindvriendelijk kan worden bestempeld. Maar toch, hij komt ermee weg. Een goed spel als u uw koters stilaan wilt voorbereiden op het echte werk.

Eketorp

Hoe meer zielen (ik afslacht) hoe meer vreugd, dachten ze bij de Vikingen al. Dat geldt ook voor dit spel. Het leeft van de confrontatie. Ik heb ook de eerste editie van dit spel in één of ander spellenrek staan. De huis-, tuin- en- keukenversie. Het lelijke eendje (en dat is een understatement: u mag er gerust eens naar komen kijken als u me niet gelooft) is een mooie zwaan geworden.

Fangfrisch

Halli Galli voor gevorderden. Zonder die vieze visgeur waar ik zo’n hekel aan heb (al heb ik bij het openen van de doos voor alle zekerheid toch maar een stiekem aan de kaarten geroken). Ambiance verzekerd. Bij voorkeur te spelen op een plaats waar veel personenverkeer is. Ofwel jaagt u iedereen weg, ofwel staat u binnen de kortste keren in de belangstelling van een nieuwsgierige meute die komt kijken hoe het komt dat u zich zo amuseert, ondanks alle kommer en kwel op deze wereld.

Gipsy King

Een Cwali die men mij altijd voor de neus mag leggen. Instinctief zal ik dan beginnen meespelen. Tactiel zeer aangenaam vanwege de grote houten balkjes. Eindelijk hebben we een smoes om nog eens met de blokken te spelen.

Handelsfürsten: Herren Der Meere

Een pareltje in een klein doosje. Komt regelmatig op tafel. Ik win dit ook meer dan normaal voor me is. Als ik aan spellen deelneem rijmt de typering van de afloop bij mij meestal op “iezen”, maar niet zo bij dit spel. Dank u, Herr Knizia!

Hick Hack In Gackelwack

Eindelijk hebben ze bij 999 Games het terechte advies van Erwin Broens opgevolgd en brengen ze dit heerlijke spelletje voor groot en klein binnenkort in een Nederlandstalige versie uit. Ze gaan er geen spijt van hebben. En wij ook niet.

Im Jahr Des Drachen

Depressies initiërend, maar ondanks dat toch steeds weer die SM-neiging om het te spelen. U bent me d’r eentje, Herr Feld.

In De Ban Van De Ring

Ik ben opgegeten door Shelob, de reuzenspin, door Ringgeesten naar de absolute en oneindige duisternis gelokt, gesneuveld in het beleg van Minas Tirith na een prikje van de Toveraar-Koning van Angmar himself, door de “Mond van Sauron” voorgoed het zwijgen opgelegd aan de poorten van Minas Morgul en door het Dodenleger in mijn blote kont het dal in gejaagd na een korte maar hevige confrontatie. Om maar te zeggen dat Sauron mij in 2008 keer op keer de loef heeft afgestoken. Maar mijn tijd komt. En als die gekomen is zult u het hier als eerste lezen.

Jamaica

Ik ben al meerdere malen te kap’ren gevaren, maar nog nooit met zoveel goesting als in dit spel.

Race For The Galaxy

Ik wil dit zo graag leuk vinden, maar het lukt me niet. Al die icoontjes op die o zo donkere kaarten, dat gebrek aan interactie (een ideaal spel voor bewoners van kloosters waar de zwijggelofte werd afgelegd), al dat gedoe met die (halo)werelden en welke kaart nu wat genereert en vooral wanneer.. Ik kom er maar niet doorheen. Het zal wel aan mij liggen. Er is een uibreiding aangekondigd en ik hoop dat die synoniem staat voor verbetering, maar ik vrees nog meer van hetzelfde en dus het ergste.

Die Hängenden Gärten

Ik kan me niet voorstellen dat dit me ooit de keel gaat uithangen. Het speelt immers zo elegant en lekker weg. Het raadsel van de achterkant van het spelbord is, ondanks mijn voor deze aardbol veel te hoge graad van intelligentie, nog steeds niet opgelost. Ik vang geruchten op dat dit met een uitbreiding te maken heeft. Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar de spellenhorizon.

R-Eco

Afvalbehandeling. Het is niet mijn favoriete bezigheid. Maar na he
t spelen van R-Eco heb ik wel fluitend en goedlachs wuivend naar mijn overbuurvrouw de vuilniszakken buitengezet. Dat zegt iets. Is goed op weg mijn favoriete filler te worden. Een aanradertje.

Rattlesnake

Gemagnetiseerde eieren van ratelslangen. Er bestaan mensen die op zulke ideeën komen en ze nog uitwerken ook. U mag daar het uwe van denken maar ik raad u toch aan het eens te proberen, want dit is al enkele weken een instant hit ten huize van.

Stone Age

Ik heb de hongerstrategie uitgeprobeerd. Ik raad het u niet aan. Plaats als de kans zich voordoet altijd – altijd! – uw stamleden op de neukhut, de akker of de werktuighut. Deze gouden tip is gratis.

Ticket To Ride, Het Kaartspel

Goed, zonder meer. Ik ben ondertussen teruggekomen van mijn overtuiging dat dit moet gespeeld worden zonder het memory-element. Het moet met.

Metropolys

Gespeeld en goed bevonden. Eén van de lelijkste spelborden die ik ooit gezien heb, maar smaken verschillen. Zo zijn er zelfs mensen die mij aardig vinden. Stel je voor.

Wie Verhext!

Meerdere sessies achter de rug met vier en vijf spelers. Nog geen “Verhext-moeheid” merkbaar. Een goed teken.

Ik zie oneindige mogelijkheden tot varianten in dit spel. Wat dacht u van “Ik ben Bart De Wever en ik wil onvoorwaardelijk en onverwijld het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde splitsen!” Waarop de volgende speler: “Goed, gij moogt Bart De Wever zijn maar eerst ben ik het hulpje Yves Leterme en ik geef de Franstaligen in ruil voor de splitsing 5 goudstukken.” Heerlijk toch? En zo is nog maar eens bewezen, beste medespeler, dat het leven uitpuilt van gemiste kansen.

Utopia

Mooi, mooi, mooi zijn de drie woorden die me bij dit spel onmiddellijk te binnen schieten. Ik heb alleen wat moeite met het bont gekleurde tafereel dat zich voor onze ogen ontvouwt en daardoor de overzichtelijkheid aanzienlijk ondermijnt. Ook het gegeven dat in het eindspel de laatste speler aan beurt meer dan me lief is de overwinnaar bepaalt is zorgwekkend. Ik doe dat niet graag, zeker als ik zelf niet de overwinnaar ben.

Scriptorium

Eén van de ontdekkingen van het jaar. Een zeer aangename ervaring met meer diepgang dan je op het eerste gezicht zou denken. In afwachting van de nieuwe van Stefan Feld, die zich naar verluidt ook afspeelt binnen niet zo vriendelijke kloostermuren, een goed alternatief.

Seerauber

Altijd wat afgehouden, dit spelletje. Tot David het onlangs presenteerde. David en het spel hebben me aangenaam verrast. Ik moet dat afleren, die vooroordelen ten aanzien van bepaalde spellen. Daarom dit goede voornemen voor de tweede helft van 2008: elk spel een kans, zelfs Phoenicia!

I’m The Boss

Heerlijk spel, maar ik bak er nooit iets van. Bijna altijd laatste. Ik werk dan ook aan een eigen variant: “I’m The Klos”.

Batavia

De zwaan die de lelijke eend “Moderne Zeiten” moet doen vergeten. Gek, maar naar aanleiding van Batavia “Moderne Zeiten” onlangs nog eens uitgehaald en enorm veel plezier gehad. Ook met het manipuleren van de zeppelins. Ik ben Jumbo nog steeds dankbaar dat ze dit toentertijd hebben uitgegeven.

Toledo

Een “Wallace light”, zo wordt dit spel wel eens omschreven. En dat is het ook. Ik heb wat problemen met het eindspel, waarin het optimaliseren van acties en bewegingen en de tijd die dat kost nogal eens kan gaan irriteren als u tot de gejaagde medemens behoort.

Keltis

Eenvoudig, snel, spannend, mooi en frustrerend. Tiens, het gaat hier precies over mij. Maar we dwalen af. Ik vind dit prettig om te spelen. Geen strategische beslommeringen. Geen “als ik dit doe dan doe jij waarschijnlijk dat waardoor ik één van de volgende ronden zwaar in de problemen ga komen en ik weer een voorzet geef aan die bloedzuiger links van mij, verdorie het is weer kiezen tussen de pest en de cholera”-gedoe. Ontspannend. Niet meer, niet minder.

Lascaux

Mogul op zijn Phalanx’. Vraagt wat gewenning maar speelt vanaf dan lekker weg. De illustraties op de kaarten hadden wat afwisselender gemogen maar verder geen gezeur.

Liebe Und Intrige

Ik had mijn drie dochters als eerste uitgehuwelijkt maar toch ging er iemand anders met de overwinning lopen. Het is inderdaad een race, maar de punten worden niet toegekend op, maar na de meet. Hou hier rekening mee als u dit speelt. Ook weer zo’n overdreven gelamineerd spelbord en weer geen zonnebrillen in de doos. Maar hadden ze die wel in het Victoriaanse tijdperk?

Kan, omwille van de prachtige boekvorm waarin dit spel is uitgegeven, in geval van plaatsgebrek in uw spellenrek(ken) gewoon naar uw boekenkast worden versast, eventueel samen met "Du Balai". 

Shanghaeien

Weird dobbelspel voor twee waarbij je kaarten verzamelt in acht kleuren die je op het einde van het spel – hoe bestaat het – punten opleveren. Het rare zit in het feit dat je de punten krijgt van je tegenstander als je in een bepaalde kleur het meeste scoort. Het heeft wat Kniziaans maar het is een Schacht. Actiekaarten zorgen voor peper en zout en geven je wat invloed op het resultaat van uw – geef het maar toe – belachelijk slechte dobbelsteenworpen.

Owner’s Choice

Voorbij voor je het goed en wel beseft en daardoor een buitenbeentje binnen het segment van de financieel getinte spellen. Snel en juist handelen, en u mag dat gerust letterlijk nemen, is de boodschap. Voortgaande op mijn eindresultaten in dit spel heb ik deze boodschap niet goed begrepen. Maar ik werk eraan.

Dominique

 

 

 

 

 

 

 

 

Een golfoorlog! Alweer!

Er moet mij iets van het hart. Ik ben die kinderliedjes, die infantiele meezingertjes waarmee we de laatste tijd om de oren worden geslagen, grondig beu. Een voorbeeld? Yael Naïm met “New Soul”. Ik citeer even het refrein: lalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalala. Ik herhaal: lalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalala! Herkent u het? Ik word er nog misselijker van als ik het zo neergeschreven zie. En dat staat in de hitlijsten! En in de playlists van alle radiostations, behalve dan misschien in die van – oef, toch een uitwijkmogelijkheid – Radio Vaticaan. En dan zwijg ik nog over Kate Nasch, Colbie Vaillat (Bubbly, godbetert) en dan, erger nog, die Soko – die het fonetisch verkrachten van de Engelse taal als gimmick hanteert door een Allo-Allo-Frans accent te gebruiken en er verdorie nog mee wegkomt ook. Denken ze nu echt dat wij kleuters zijn of wat? Gedverd….Zo, dat moest er even uit.

Nee, als ik in the mood ben voor zomerse deuntjes, geef me dan maar een goeie geut Beach Boys. En de associatie die dat soort muziek bij mij onmiddellijk oproept: die van een bruingebrand, gespierd, perfect geproportioneerd lichaam. Medespelers die mij persoonlijk kennen hebben ondertussen de link met mijn persoon al gelegd. En nu ik toch aan het associeren ben: ik zie me met “de jongens” aan een Hawaiiaans strand op een surfplank de hoogste en spectakulairste golven bedwingen. Alle beachbabes liggen aan mijn voeten. Letterlijk. Maar mijn gedachten zijn bij een andere babe, eentje met standing, eentje op de hogeschool, die vanwege haar studies geen tijd heeft voor strandwandelingen, laat staan -avonturen. Toch, ik ben verliefd en ik slaag er uiteindelijk in het met haar aan te leggen. Maar o ramspoed, ik kan en mag niet omgaan met een vrouw in mantelpakje. Slecht voor mijn imago bij de jongens. Dus blijven onze contacten beperkt en geheim. We hunkeren, smachten en verlangen naar elkaar en meermaals staat de vrouw van mijn leven op het terras van één of ander strandhuis, met op de achtergrond een perfecte zonsondergang, hartstochtelijk en uiteraard met mij in gedachten “Hopelessly Devoted To You” te zingen. In haar mantelpakje. Dan komt de dag van de grote wedstrijd, die ik uiteraard afgetekend win. Terwijl alle beachbabes na de prijsuitreiking over elkaar heen tuimelen om toch maar met mij m’n Chevrolet Convertible in te mogen kruipen, duikt mijn droomvrouw plots op aan het strand, in een nauw, zwart latex pakje, haar lange haren extremely heavy in de war, een gore taal bezigend dewelke ik hier, vanwege de mogelijkheid dat hier kleine kinderen meelezen, niet durf weer te geven. Ze steekt alle beachbabes, ondertussen allemaal geel uitgeslagen van jaloezie, in haar achterzak. Onder luid gejuich van de jongens hoppen we in de Chevrolet en scheuren we extreem wilde avonturen tegemoet. Enkele jaren later liggen we hand in hand op het terras van het eerder genoemde strandhuis naar onze kindjes te kijken. Ze rapen schelpjes. Eindgeneriek.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Surfers zijn wij. En we spelen "Surf’s Up, Dude!" Een bordspel zowaar.

En omdat ik niet graag alleen speel geef ik jullie vandaag ook de kans om te beschikken over een kathedraal van een lichaam, blinkend van de zonnebrandolie en van een zodanige perfecte symetrie dat het vermoeden ontstaat dat De Schepper Himself ons persoonlijk heeft geboetseerd. En niet bepaald op een maandag.

Wij hangen rond op exotische, ver van ons bed gelegen, stranden en nemen deel aan surfwedstrijden. Geen surfwedstrijden zonder golven, dus die zijn ook in groten getale aanwezig. Ze zijn wel van stevig karton, maar soit. Een doorwinterde, goed van inlevingsvermogen voorziene speler let daar al lang niet meer op.

We kunnen zwemmen, dat is al een pluspunt, al is dat niet echt een vereiste. Je kan rustig peddelend op je plank de beste golven gaan uitzoeken en hopen dat je op het moment van de waarheid er niet afvalt.

Alles in dit spel doen we met kaarten: theatraal de zee in lopen, naar de golven toe peddelen, de golven met onze surfplank “pakken”, op de golven en onze surfplank proberen overeind te blijven en onze concurrenten van de golven afduwen. Dat kaartgestuurde klinkt misschien een beetje raar, maar er is één groot voordeel: wij, en vooral onze kaarten, blijven droog.

Staan we nog overeind op onze plank en op een golf als deze het strand oprolt scoren we punten. En wie op dat moment de "prime"-plaats inneemt (het beste plekje op de golf in kwestie) krijgt daarbovenop nog een kwijlende beachbabe achter zich aan, die nog eens bonuspunten opleveren aan het einde van het spel.

Af en toe duikt er een haai in het golfgebied op en dan wordt er, weeral aan de hand van het uitspelen van kaarten, gekeken of we hem of haar kunnen wegjagen of niet. De tweede optie is niet aan te raden maar komt voor. Of hoe een speltafel toch een veilig gevoel kan oproepen. 

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Je hoor, we staan op een surfplank. Deze surfplank bevindt zich op golven van verschillende omvang, lees: hoogte.. Geen paniek. Ik heb ze gemeten. De gemiddelde hoogte is 2 millimeter. Die golven begeven zich, zoals het een degelijke golf betaamt, strandwaarts. Nu bevindt dit thema zich ook een beetje ver van ons bed. Letterlijk. Je kunt natuurlijk je eigen surfervaringen aan de Noordzee een beetje enten op wat zich voor ons op tafel afspeelt, maar geef toe: rillend het strand opkruipen bedekt met de olieresten van een containerschip dat even daarvoor zijn brandstoftanks voor de kust heeft gereinigd roept nu ook niet bepaald een vorm van romantiek op. Maar met een beetje fantasie halen we ons Hawaii wel even voor de geest.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

De regels zijn, op zijn zachtst gezegd, nogal klein uitgevallen. Je verwacht toch wat anders in zo’n grote doos. We treffen een klein boekje aan, in een klein lettertype, in zwart-wit. Ook geen foto’s met voorbeelden. Niet dat we veel visuele ondersteuning nodig hebben. De regels zijn duidelijk genoeg. Maar een spel dat diepblauw water, schitterende gele zonnestralen, wuivend groene palmen, bontgekleurde surfplanken en fluoriscerende badpakken en bikini’s als uitgangspunt neemt, daarbij verwacht je toch ook een al even vrolijk gekleurd regelwerk. Dr
eam on, babe! Maar kom, we maken er geen punt van. Want wat staat hierboven vet en schuingedrukt: “Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.” Van kleur en hoog kwalitatief glanspapier is hier geen sprake. Duidelijk en overzichtelijk regelwerk daarentegen.. Score: voldoende.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

We openen de doos. Dat gaat wat moeilijk. Het deksel zit nogal strak om de opbergdoos gespannen. Het vraagt wat oefening maar uiteindelijk lukt het ons toch, maar niet zonder het typische flatusgeluid dat loskomende strakke bordspeldeksels al eens willen produceren, de inhoud te aanschouwen. En dat mag zeker gezien worden. De inhoud haalt niet het niveau van een, laat ons zeggen, knappe beachbabe, maar het kon zeker erger.

Ik had ook liever voor elke beachbabe-kaart een ander modelletje gezien, maar dat had waarschijnlijk de productiekosten de hoogte in gejaagd. Nu moeten we het met een soort meerlingen doen. Sommigen onder ons kicken daarop en zijn nu waarschijnlijk al op weg naar de dichtsbijzijnde speelgoedwinkel. Het is hen gegund.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Als het deksel wat minder vast zou aanspannen zouden we heel snel aan de slag kunnen. Door dit euvel lopen we evenwel een beetje vertraging op. Maar we kunnen het ook positief bekijken: het zorgt voor wat lichaamsbeweging. Eenmaal de doos open is alles snel opgezet, snel uitgelegd en kunnen we snel de golven op en dat laatste – niet onbelangrijk – volledig droog.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Er is een kleurprobleem met onze surfers. Ze mogen dan wel redelijk groot uitgevallen en mooi gevormd zijn, als je met het maximum aantal spelers aan de slag gaat worden we toch geconfronteerd met iets dat ik zou kwalificeren als visueel ongemak. Donkerblauw en zwart liggen wel heel dicht bij elkaar. Bij kunstlicht kun je het vergeten.

Dat wordt gelukkig een beetje ondervangen door het feit dat we met z’n zessen de zee opkunnen. Surf je met minder gebruik je die twee kleuren, of eentje ervan, niet. Simpel.

Ook een minpuntje: de kleur van de te winnen trofeeën: het is aangenaam vast te stellen dat je echte bekertjes kunt winnen – al maak je op geen enkele manier indruk als je er eentje in de hoogte steekt (hoogte 2 cm) – maar het onderscheid tussen de gouden en bronzen kleinoden zijn moeilijk te maken. Opletten bij de uitreiking en de puntentelling op het einde is dan ook de niet zo blijde boodschap.

Het spelbord en de golven zijn ook niet zonder gebreken. ze zijn wel kleurrijk en zo, maar het blinkt allemaal een beetje te fel en bij tegenlicht heb je – wel toepasselijk vanwege het thema, maar volgens mij nooit de bedoeling – een zonnebril nodig. En zonnebrillen zitten standaard niet in de doos.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Het klassieke gegeven: kaarten en een trekstapel. Bij het trekken haal je uiteraard een geut geluk mee binnen, net als zout water bij het surfen. Maar dat mag, want je krijgt tijdens het spelen genoeg tijd en mogelijkheden om aan één of andere vorm van handmanagement te doen. Het einde van een beurt, wanneer je drie acties krijgt die je mag verdelen tussen kaarten op hand nemen, van het strand het water in of peddelen naar het golfgebied, is cruciaal. Besteed daarom voldoende aandacht aan deze fase. Geen kaarten op hand betekent immers geen acties. En geen surfers in het golfgebied betekent mogelijk geen punten.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

The Beach Boys draaien op de achtergrond helpt. Ook kunt u tijdens het spelen een actieve surfhouding aannemen – ongetwijfeld een sfeerschepper – maar spelen wordt dan een beetje ongemakkelijk. U kunt in plaats van een doorsnee tafellaken ook uw fleurigste badhanddoek als onderlaag gebruiken, maar dat oogt zo raar. U kunt ook een paar kubieke meter wit rijnzand op uw keukenvloer kieperen maar dat is zo’n gedoe achteraf. U kunt zich vooraf ook behandelen met zo’n handige bruiner uit een spuitbus, maar iemand uit mijn kennisssenkring is na een gelijkaardige behandeling nooit meer in het straatbeeld verschenen, dus dat raad ik ook niet aan.

Ik wil gewoon maar zeggen: als u de sfeer erin wilt brengen zal het van u en uw gezelschap moeten komen. Het haaialarm en de bekeruitreikingen lenen zich wel tot de mogelijkheid van input van wat klank- en lichteffecten maar daarmee hebben we het wel zo’n beetje gehad.

Gij zult niet te lang duren.

45 tot 90 minuten staat er op de doos. Het kan allebei. Als er “grüblers” aan tafel zitten loopt het gegarandeerd uit. Mijn advies: er gewoon op los spelen. Dan gaat het lekker vooruit. Dit spel vraagt erom.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Tja, wat moet ik hier nu op zeggen? Ik denk persoonlijk van niet. De regels zijn, ook al gaat het hier om een veredeld kaartspel, toch een beetje wennen. Groene blaadjes raad ik dus andere spellen aan.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ik wil gerust af en toe de golven op. Af en toe. Het is niet een spel dat dikwijls op tafel zal komen, maar het is, alleen al door het thema, een plaatsje in een gemiddelde spellencollectie zeker waard. Zeker aan te bevelen in de lange, donkere winterdagen. Het soort dagen waarvan we er de laatste maanden een beetje teveel van hebben zien passeren. Als je het op zo’n dag speelt kleur je lekker bij.

Maar ziet: de zon schijnt! En het provinciaal domein “De Halve Maan” is hier vlakbij. En als Diestenaar mag ik daar gratis binnen! Waar is mijn spuitbus “bruin in twee minuten” nu weer? Ach, daar staat ze. Hopelijk lukt het deze keer egaal.

Dominique


Surf”s Up, Dude! (Jolly Roger Games, 2008)

Alan R. Moon & Aaron Weissblum

2 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45-90 minuten



 

Hangeren naar meer!

 

26/04/2008. Een TTT-speldag ten huize van, waarbij TTT staat voor “TienTotTien”. Spelen, het klokje rond. Samen met de broodnodige croissants, koffiekoeken, M&M’s en liters alcoholvrije drank stonden ook een respectabel aantal (nieuwe) spellen op het menu. Iemand moet het doen, nietwaar? Daarom waren wij, beste medespeler, terwijl u met uw luie krent in een stralend zonnetje een terras of wat anders zat te doen, druk bezig deze spellen aan een intensieve kwaliteitstest te onderwerpen. Wij, dat zijn mijzelf en een stelletje ongeregeld dat er niet voor terugschrikt ondergetekende – in zijn eigen huis nota bene – zwaar op zijn donder te geven. Soms verlang ik er vurig naar geleefd te hebben in het Victoriaanse tijdperk, waarin etiquette een “way of life” was. Waarbij als invité het verliezen van spelletjes met de gastheer als een vanzelfsprekendheid werd beschouwd. Pech gehad. Ik leef nu en als ik het woord etiquette in de mond neem is de eerste vraag die door mijn spellenvrienden gesteld wordt of dat lekker is en of ik het toevallig in huis heb. Ik blijf hopen, maar tegen beter weten in.

Maar toch, van zodra ze de deur uit zijn begin ik ze al te missen. Het zijn, zonder uitzondering, schatten. Met een groot spelershart en een groot hart tout court. Koesteren is een werkwoord dat mij spontaan te binnen schiet als ik aan hen denk.

We hebben een respectabel aantal agandapunten afgewerkt op 26 april: Die Hängenden Garten, Wie Verhext, Liebe Und Intrige, Palastgeflüster, Keltis, R-Eco, Shanghaien, Het Ticket To Ride Kaartspel, If Wishes Were Fishes en Koe Zoekt Boer. U begrijpt dat dit nogal veel ineens is om hier allemaal te bespreken. Daarom wil me voorlopig even beperken tot één van de lievelingen van de dag: “Die Hängenden Garten”. De andere lieveling was “Wie Verhext”, maar daarover later meer.

Die Hängenden Garten (Hans Im Glück)

Twee keer gespeeld. Aan het brein van een Taiwanees ontsproten. Din Li heet de ongetwijfeld brave man. De spelregels maken echter uitdrukkelijk melding van het feit dat het spel volledig, maar dan ook volledig “made in Germany” is. Is dit bedoeld als een grap? Is het dodelijke ernst? We zullen het nooit weten. Wat ik wel weet, en mijn medespelers unaniem met mij, is dat dit een goed spel is.

Landschapsarchitecten zijn wij. In opdracht van iemand die veel meer te zeggen heeft dan wij moeten we ontwerpen aanleveren voor de aanleg van de “Hangende Tuinen”. Ik veronderstel dat het die van Babylon zijn, maar in de regels kan ik er niets van terugvinden. Soit, we krijgen de keuze uit een aantal bouwkaarten met daarop in wisselende samenstelling terrassen, parken, arkaden en bronnen. En gewoon lege vlakken, de bouwgrond. Deze proberen we zo mooi, maar vooral zo functioneel mogelijk – lees: voor ons profijt – aan te leggen. Het moet zijn dat onze opdrachtgever nogal afwijzend staat ten aanzien van chaos want een alle kanten uitwaaierende kakafonie van bovengenoemde tuinonderdelen wordt niet geapprecieerd. En dus niet beloond. Graag veel van hetzelfde naast elkaar, is zijn of haar devies. Hoe meer hoe beter en hoe groter de potentiële beloning. Afhankelijk van het aantal spelers worden er drie of vier bouwkaarten grijpklaar open op het (overbodige) spelbord gelegd, samen met zes tegels die we ons als beloning mogen toeëigenen als we aan de bouwvoorwaarden van onze bouwheer voldoen. Startspeler zijn is leuk want dan heb je meer keuze tussen de bouwkaarten. Zit je als laatste.. ach, u weet het wel. Gelukkig wisselt de startspeler bij elke beurt. Ik heb nog even geprobeerd met de huisregel dat de startspeler, zijnde mezelf, elke ronde hetzelfde blijft, maar enkele minuten onder dwang in de gangkast deed me van gedacht veranderen.

Bouwkaarten dus. Je kiest ze, legt ze voor je op tafel en zorgt ervoor dat je een mooie hangende tuin samenstelt. Alsof we er in het dagelijkse leven nog niet genoeg mee worden geconfronteerd gelden ook hier de nodige voorschriften: één kaart per beurt en geen enkel tuinonderdeel op de kaarten mag contact maken met het tafelblad. Overbouwen van tuinonderdelen mag gelukkig wel. Anders kon je gewoon geen kant op. Nieuwe kaarten worden dus, rekening houdend met de bouwvoorschriften – hoe zal ik het zeggen: Tetrisiaans – aangelegd. Drie, vier, vijf en zes aangrenzende dezelfde soort tuinonderdelen leveren je, als je er één van je vijf tempels opzet, wat lekkers op. Je mag dan kiezen uit een aantal openliggende tegels (zes) die worden uitgestald op het, weeral, eigenlijk overnodige spelbord. Deze tegels tonen de Koningin, de Koning, De Tijger, de Tuin, het Standbeeld, de Kelk en de Toren. Er zijn ook vijf personentegels, die slechts één keer in het spel voorkomen en in combinatie met een setje tegels van de bijbehorende soort extra punten opleveren. Zo hebben we de dierentemmer die het graag met de tijgers doet, de tuinier die zich onweerstaanbaar voelt aangetrokken door planten (de tuin), de beeldhouwer die van standbeelden houdt omdat ze niet tegenspreken, de priester die nogal hunkert naar de inhoud van kelken allerhande en de wachter die een fallusachtige hang heeft naar torens. De tegels zijn in wisselende hoeveelheden in het spel aanwezig, aangegeven op de tegel zelf. Ook de punten die ze op het einde van het spel (kunnen) opleveren staat erop vermeld. Hoe meer van dezelfde soort, hoe meer punten.

Hoe meer dezelfde tuinonderdelen aangrenzend in je tuingebied, hoe meer keuze je hebt uit het tegelaanbod. Bij drie kun je kiezen tussen twee tegels, bij vier tussen vier tegels en bij vijf tussen het hele zootje (zes tegels). Maak je een setje van zes of meer mag je zelfs eerst een tegel blind van de trekstapel nemen vooraleer je er eentje van de openliggende kiest. Een aangenaam, maar niet zaligmakend – heb ik aan den lijve ondervonden – voordeel.

De verzamelde tegels, en die alleen, leveren aan het einde van het spel (als de bouwkaarten op zijn) punten op. Zoals al aangehaald: hoe meer tegels van een bepaalde soort, hoe meer punten. Personentegels zijn sowieso drie punten waard, maar in combinatie met een setje van hun lievelingsattributen (zie hierboven) kan hun puntenwaarde plots als een raket de hoogte in schieten. De torenwachter is een speciale. Hij levert zelf geen punten op, maar hij geeft je wel voor elke toren in je voorraad drie punten, bovenop de setwaarde van je torens. Interessant.

Unanimiteit. Het komt zelden voor aan de speltafel. Iedereen heeft wel zijn eigen, meestal afwijkende, mening. Zo ben ik ooit bijna gelyncht omdat ik me in een onbewaakt moment liet ontvallen dat ik Caylus maar "zozo" vond. Ze gebruikten wel een gewoon huis-, tuin- en keukentouwtje, maar toch. Opvallend was dat het oordeel van iedereen aan tafel deze keer gelijklopend was. Een goed, aangenaam spelend, ontspannend, puzzelachtig spel. Je kunt elkaar ook lekker dwarszitten. Al blijft de focus op de eigen tuin wel primair. Ook opvallend: het gevoel dat dit spel zich uitstekend leent voor één of meer uitbreidingen.

Twee keer gespeeld, dit kleinood. Eerste sessie: David (echt zijn spel) 42, Tineke 39, Kristof, 31, Dominique 27. Tweede sessie: Dominique 55, Mathias 54, Kristof 51. En ik vermoed dat dit spel met z’n tweeën ook een hele leuke is.

Dit spel zadelde ons ook op met het mysterie van de dag: waarvoor dient de achterkant van het, eigenlijk overbodige (derde keer), spelbord? Er staan namelijk vlakken met getallen op. Is het de voorbode van een ophanden zijnde uitbreiding, iets waar dit spel zich trouwens uitermate goed toe leent? Is het een productiefout die de helft van het personeelsbestand van de drukker zonder vooropzeg op straat heeft doen belanden, met als gevolg een deuk in het idioom van de “Deutsche Gründlichkeit”? Is het een levensbeschouwelijke hint van de ontwerper (je weet immers nooit met die Aziaten)? Je ne sais pas. Ik wacht, samen met u, in spanning af.

Dominique

 

Die Hängenden Garten (Hans Im Glück, 2008)

Din Li

45 minuten

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

 

 

 

TTRK: Het Ticket To Reis Kaartspel

 

Aah, de trein. Het is toch altijd een beetje lijden. Hij komt altijd te laat, vooral als het ijskoud is. Of hij komt te vroeg, zodat je je laatste aansluiting mist. Eenmaal opgestapt is er geen plaats meer vanwege de gratis reizende hoogbejaarden die, vooral tijdens het spitsuur, en masse naar de kust willen. En als je zit, zit je meestal naast een luidkeels gsm-ende medemens. Moest  diens onderwerp nu gaan over de zes moorden die de betrokkene de avond voordien heeft gepleegd zou ik nog een oogje dichtknijpen, maar neen, het gaat meestal over iets onbenulligs zoals de defecte starter van zijn flashy 4×4 waardoor hij vandaag de trein moest nemen.

Het openbaar vervoer. Het heeft één groot nadeel. Het is openbaar. Maar dat kan men van deze blog ook zeggen. Dus ik pas wel op. Heerlijk, dat treinreizen..

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Laten we dus maar even aan de andere kant gaan staan. Aan de kant van de mannen en vrouwen die nooit de trein nemen, vanwege een auto met chauffeur. De moguls. Zij die het grote geld verdienen door de leiding van spoorwegmaatschappijen op zich te nemen. Aangezien wij echte spelers zijn is inleven in deze rol geen enkel probleem. We zien wel geen geld door onze vingertjes passeren maar we kunnen wel spelen voor de eer. En is dat, beste medespeler, niet het allerhoogste?

Wij proberen routes uit te bouwen, zoveel mogelijk. Wij doen dat door het uitspelen van kaarten. De routes worden bepaald door de tickets die we bij spelaanvang op hand hebben en tijdens het spel bij op hand nemen. Vervulde tickets zijn punten waard, onvervulde minpunten, en wie op het einde van het spel de meeste verbindingen heeft gemaakt met bepaalde steden krijgt de bonuskaart van de betreffende stad en dus extra punten. Op elke routekaart staan een aantal gekleurde bolletjes. Om de route te claimen moet je minstens het aantal kleuren op deze routekaart hebben uitgespeeld op het einde van het spel. Uiteraard zijn de locomotiefkaarten, de jokers, ook weer van de partij. Zij nemen een kleur naar keuze aan, weet u wel

Ervaren Ticket To Ride spelers kennen het klappen van de zweep al, al moeten ze wel rekening houden met een paar kleine aanpassingen: als er tussen de openliggende wagonkaarten drie of meer locomotieven liggen worden deze kaarten niet vervangen. En als je tickets neemt hoef je er niet minstens ééntje te houden. Even wennen dus.

Tijdens je beurt kun je wagonkaarten op hand nemen, tickets nemen of kaarten uitleggen. Vooral dit laatste is leuk, en riskant. Je moet eerst kaarten voor je open uitspelen. Pas in de volgende ronde kun je ze eventueel verplaatsen naar de stapel van je treinen die zogezegd onderweg zijn. In het begin van je beurt moet je van elke openliggende kleur voor je één kaart naar je “onderweg-stapel” versassen. Treinen die onderweg zijn, zijn veilig. Want veiligheid en vooral een onveiligheidsgevoel zijn belangrijke emoties in dit spel. Kaarten die voor je openliggen kunnen immers door je tegenstanders worden weggespeeld, gewoon door meer kaarten van de betreffende kleur uit te spelen. Een setje. Als je kaarten van verschillende kleuren wil uitspelen word je wel heel erg beperkt. Ze moeten van een verschillende kleur zijn, het moeten er drie zijn (niet meer, niet minder) en geen van je tegenspelers mag de kleur in kwestie voor zich hebben openliggen. U begrijpt, de uitdrukking “het zweet staat in zijn handen” krijgt hier een totaal nieuwe dimensie.

Met z”n tweeën of z’n drieën spelen we één keer de trekstapel weg, met z’n vieren doen we dat twee keer. Hou die trekstapel in de gaten. Het eindstation wordt sneller aangedaan dan je denkt.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

U moet zich niet ongerust maken. Het materiaal is kwalitatief en hoogstaand. We hebben het hier over een Days Of Wonder, weet u wel. In het universum van Days Of Wonder is de kwaliteitsvraag stellen ze eveneens beantwoorden.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Het doosje uit, het vuistje in en hop, we zijn vetrokken. Toch, dat vuistje, neem dat maar met een grote korrel zout. Een grote vuist is meer aangewezen. Kolenschoppen van handen hebt u nodig. Mensen met kleine knuistjes raad ik de kaartenhoudertjes van Memoir ’44 of Battlelore aan. U moet namelijk zowel uw wagonkaarten als uw tickets in de handen zien te houden (en deze laatste vooral in de hand). Kom, u moet dat uiteraard niet, maar steeds weer wisselen tussen het stapeltje wagonkaarten en tickets is een eerder irriterend soort ergotherapie.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Hier heb ik wel een probleempje. Geel en oranje liggen nogal dicht bij elkaar. Gelukkig zijn er symbolen voor de kleurenblinden onder ons. Leuk dat Days Of Wonder aan die mensen denkt. Zo kunnen ook de kleurenzienden dit probleem omzeilen. Gek, maar toen ik de kaarten de eerste keer door mijn handen liet gaan had ik moeite om de voorkant van de achterkant te onderscheiden. Ik had nochtans niets gedronken en zeker niets gesnoven, gespoten of gesmeerd. Gek. Ik heb er nog altijd geen verklaring voor. Misschien omdat ik van nature een donkere achterkant en een lichte voorkant verwacht.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Uiteraard is er een portie geluk aanwezig. Door een aantal onder ons wordt dit getypeerd als “de vloek van een kaartspel”. De “echten” onder ons kunnen dit gedeeltelijk ondervangen door elke uitgespeelde en openliggende kaart te tellen en in zijn of haar RAM-geheugen op te slaan. Ik hou me daar niet mee bezig, tenzij het een kaartspel betreft dat uit maximaal vijf kaarten bestaat.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Het wegspelen van kaarten van je tegenstander, denk aan het altijd weer leuke duel “Crazy Chicken”, is een essentieel onderdeel van dit sowieso al aangename tijdverdrijf. Drie kaarten van é&eacute
;n kleur uitspelen is vragen om problemen, tenzij je weet wat de anderen op handen hebben. Ik weet dat meestal niet erg nauwkeurig, dus kom ik hier meestal in de problemen. Het zweet waarover enkele alinea’s terug sprake slaat hierop.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Een beetje fantasie kan geen kwaad. Daarmee is alles gezegd. Ik zie geen treinen rijden. stations zijn in geen verten te bespeuren en goederen en pasagiers zijn al helemaal niet aan de orde. Het valideren van de voldane tickets met een conducteur-perforator was een leuke gimmick geweest, maar dan zou dit een spel voor éénmalig gebruik zijn geweest en dat is naar het schijnt niet de bedoeling.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

No problemo. Lezen en aan de slag met die handel. Vier kleine bladzijden. Overzichtelijk en zonder ballast. De TTR-bordspel die-hards moeten zich wel even losrukken van de bordspelregels. En in de omgekeerde richting, het retourtje, zal dit ook wel gelden. Maar ik heb me laten vertellen dat een menselijk brein zeer adaptief is. Til hier dus niet te zwaar aan.

Het enige wat me een beetje stoort in de regels, inhoudelijk dan, is de alinea waarin staat vermeld dat je niet in je “onderweg-stapel” mag gaan kijken. Men introduceert hier dus een niet mis te verstaan memory-element. In bepaalde spellen kan ik daarmee leven, Biberbande bijvoorbeeld, maar hier heb ik er toch wat moeite mee. Een paar alinea’s verder haast men zich te melden dat men, indien men met jongere of onervaren spelers aan tafel zit, toch een oogje mag dichtknijpen. Ze bedoelen eigenlijk: een oogje opendoen. Je mag wel gaan piepen dus. Als je mijn mening vraagt: ik speel dit liever met mijn ogen open.

Gij zult niet te lang duren.

Nee. Misschien zijn de 30 minuten op de doos een klein beetje overdreven, maar als het al een beetje langer duurt (met vier spelers) voelt het echt niet zo lang. Altijd een goed teken.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Absoluut. Dit kleine spel is een grote poort naar een potentiële spelverslaving. En onze nieuwe collega’s gaan dit, gezien de geringe omvang, ook veel mee op reis nemen.

Ik wil dit spel dan ook graag een andere naam geven: Het Ticket To Reis Kaartspel.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ik heb een zwak voor spellen in een kleine doos die snel te spelen zijn, eenvoudige regels hebben, er bovendien nog goed uitzien en treintjes mogen ook altijd. Dit spel voldoet aan al deze voorwaarden.

Ik verlang in alle geval naar meer en ik denk binnenkort velen met mij. Ik hoef me dus geen zorgen te maken.

Dominique


Ticket To Ride Kaartspel

Days Of Wonder (2008)

Alan R. Moon

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

Misschien bent u het wel!

 

Geen inleiding deze keer. Onmiddellijk over naar de prijsuitreiking.

Want we hebben een winnaar!

Het Ticket To Ride Bordspel: The Nordic Countries, uitgereikt naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van “De Tafel Plakt” gaat naar niemand minder dan:

SHARON BOUCKHUYT uit Pijpelheide (Booischot) (België)

Zij slaagde er in, waarschijnlijk niet zonder enige moeite en met inschakeling van een batterij mediums, waarzegsters, wichelroedelopers, pendelaars, kaartleggers, glazen bol gluurders, botjesgooiers, witte heksen, helderzienden en sterrenwichelaars vrij nauwkeurig te voorspellen welke ranking het hoger genoemde spel op 17 april 2008 om middernacht op Boardgamegeek zou innemen. De ranking bedroeg om 00:00u 413 . Sharon voorzag een ranking van 408 . Ze zat er dus maar 5 naast. Voorwaar een indrukwekkende prestatie. Je prijs is onderweg, Sharon!

Ik wil graag iedereen bedanken die de moeite heeft genomen aan de wedstrijd deel te nemen, zeker gezien het geduld dat van u werd gevraagd. Maar ik wil vooral ten aanzien van iedere bezoeker aan mijn blog mijn oprechte appreciatie uiten voor het langskomen het voorbije jaar. Ik weet dat u waarschijnlijk drukdrukdrukdrukdruk bent en, net als ondergetekende, voor een stuk geleefd wordt op het ritme van de lichtsnelheid die onze maatschappij kenmerkt. Dat u af en toe eens langs surft en de tijd neemt even bij mijn – ik geef het toe: soms verwrongen – bespiegelingen stil te staan doet mij iets. Dat meen ik echt.

Eerlijk gezegd: ik had, mezelf kennende, niet verwacht dat ik het een jaar zou volhouden. Nu, 365 dagen later, ben ik toch ook een beetje fier op mezelf. Een beetje. Vooral vanwege dat volhouden. Ik ben dan ook van plan ermee door te gaan. Ik weet niet hoe dit verder gaat evolueren, ik ben dan ook geen kei in het voorspellen zoals Sharon Bouckhuyt. Ik zie wel wat er komt. Maar dat er iets komt, dat staat vast.

Ik hoop dan ook, beste medespeler, dat u mij verder langs de kronkelige, steeds weer verrassende en vooral wonderbaarlijke wegen van de wereld van het bord- en kaartspel wilt vergezellen. Ik zal u nodig hebben, al was het maar om af en toe even bij te lichten. En om een spelletje te spelen natuurlijk. Kon het maar eens met ieder van u. Want is dat nu net niet de charme van spelen? Dat we elkaar nodig hebben? Hou die gedachte even vast tot kerstmis 2008.

Zo, tijd om afscheid te nemen nu, met de cola koud, de zoute mikadostokjes op een bordje, het punthoedje op, de serpentines afvuurklaar, het toetertje gestemd, de vuurwerkstokjes aangestoken en het brandblusapparaat binnen handbereik.

De eerste bijdrage van jaargang twee is – als er tijdens de viering vannacht niets misloopt: een haperend brandblusapparaat bijvoorbeeld behoort, gezien het tijdstip van de recentste controle ervan, zeker tot de mogelijkheden – gepland voor zondag 20 april. Ik heb al voorpret.

Uw dienaar.

Dominique

 

 

 

 

Keltis, Stone Age, San Juan en een nader genoemde plaats in Marokko.

 

Dinsdagavond één april. Spelavond ten huize van. Gezien de datum nog een wonder dat iedereen was komen opdagen. Al heeft de gedachte even gespeeld. Toch maar onthouden voor volgend jaar.

Programma: San Juan (Alea), Keltis (Kosmos), Stone Age (Hans Im Glück), Marrakesh (Gigamic).

Voorprogramma:

San Juan (Alea)

Het blijft mijn favoriete en meest gespeelde spel. PH 1 dus. Stevig op kop. Twee sessies voor twee dit keer. In afwachting van het opdagen van de rest van het gezelschap. Met Kris. Hij begint te goed te worden in dit spel. Twee keer in het zand gebeten. De eerste sessie verloor ik verontrustend zwaar, de tweede sessie kon ik de schijn nog enigszins ophouden en de schade beperken. De laatste keer dat ik het met hem speelde, een dikke week geleden, versloeg hij me met gelijke punten maar met één kaart meer op hand. Erger kun je niet verliezen in dit spel. Mogelijk speelde dat gegeven nog mee tijdens het spelverloop. De angst voor herhaling, weet je wel. Ook dit keer probeerde ik hem in snelheid te pakken maar hij had zo’n goeie combo’s op tafel getoverd dat het vechten was tegen de bierkaai. Verontrustend is dat de bierkaai de laatste weken een prominente rol begint te spelen in mijn spelervaringen. Daar moet dringend iets aan gebeuren, al weet ik niet goed wat. Ik heb een retraite bij de Norbertijnen in de abdij van Averbode overwogen maar daar is op korte termijn geen plaats vanwege de grote wachtlijst van overstresste managers. Misschien is wat meer oefenen ook een optie. Even aankloppen bij BrettspielWelt dan maar.

Hoofdprogramma:

Keltis (Kosmos)

Mathias was ondertussen binnengevallen en werd prompt omgetuned tot drüide. Druïde, dat is nog eens een stiel naar mijn hart. Maretak snijden à volonté, her en der ophangen, bij voorkeur tijdens de kerstperiode, en kussen maar. Ik denk er trouwens aan voor kerstmis 2008 een speciale constructie te maken, een soort harnas zeg maar, waardoor er zich constant een maretak boven mijn hoofd bevindt (een werphengel komt er ook aan te pas).Vervolgens begeef ik mij in het drukke eindejaarsgewoel, bij voorkeur Duitse kerstmarkten. Door een ingenieus systeem kan deze boven mijn hoofd wiebelende maretak, afhankelijk van welk vrouwelijk schoon mijn pad kruist, naar believen onopgemerkt en snel worden verwijderd of tevoorschijn getoverd. Dat worden te koesteren momenten.

Maar kom, we dwalen af. Keltis heet de ukkepuk. Het is het nieuwe baby’tje van Herr Knizia. Ik weet niet of het een jongen of een meisje is maar het is in elk geval een broertje of zusje van “Lost Cities”. Lost Cities mag ik graag spelen, vooral op BrettspielWelt en dan liefst met de zogenaamde “fastplay”-optie. Zo snel mogelijk je kaarten afleggen. Spellen van 2 nanoseconden zijn dan ook geen uitzondering. Een emmertje water binnen grijpafstand is dan ook zeer aangewezen om af en toe even af te koelen. Waarom ik dit ook graag speel op Brettspielwelt is de telling. Je hoeft er zelf niets voor te doen. De software doet het voor je. En dat scheelt, want de eindtelling bij Lost Cities is voor mij een echte marteling. Het vraagt bijna evenveel tijd als het spel zelf en dat vind ik een echte afknapper. Ik ben dan ook blij met Keltis, want zie daar: een scorespoor. En zie daar: onder dat scorespoor een mooi uitnodigend, vooral groen gekleurd, spelbord met daarop vijf stenen paden waarop wij ons mogen begeven. En we zien nog meer: een dikke stapel stevige kaarten, mooie spelstenen in verschillende grootte (hoogte), wenssteen-fiches die we kunnen verzamelen, fiches met overwinningspunten, “dubbele beurt”-fiches (mijn favoriet) en grote klei-fiches – geen paniek, ze zijn van karton – waarmee onze spelkleur wordt aangeduid. Daar kan een druïde wat mee. Zoals u hebt vastgesteld gebruik hier al enkele alinea’s lang het woord druïde. Maar maakt u zich geen illusies. Deze term komt in de spelregels op geen enkel moment voor. Ik heb het er zelf bij verzonnen. Om een houvast te hebben. Een beetje zingeving.

Even tussendoor. U kent ongetwijfeld het begrip “tegenstelling”. Ik geef enkele voorbeelden: wit en zwart, groot en klein, hoog en laag, licht en donker, slim en dom, Miss Canada en Margriet Hermans. En zo zijn er nog wel een paar. Er is echter nog een tegenstelling die in de gewone spreektaal nog niet zoveel wordt toegepast maar toch goed op weg is om ook buiten de spellenwereld een standaarduitdrukking te worden: Knizia en thema. Dit spel zal deze evolutie zeker niet vertragen, integendeel. Als u goed zoekt, laat ons zeggen met een elektronenmicroscoop die ongeveer 100000000000000000000000 keer vergroot, tot de vijfde macht, kunt u misschien een zweem van een thema ontwaren. Ik wens u in elk geval veel succes. En geef me een seintje als u iets gevonden hebt. In de regels wordt ook geen enkele moeite gedaan om ook maar één hint te geven over waar het hier nu thematisch uiteindelijk om gaat. De eerste zin van de regels, onder de titel “Spelidee en doel van het spel” zegt alles: “De spelers spelen getalkaarten uit om hun figuren op de gekleurde steenpaden zover mogelijk vooruit te brengen.” Een thematische toeliching wordt niet gegeven. Die figuren, wie zijn dat dan? En waar gaan ze naartoe? En waarom gaan ze daar naartoe? Ja, goed, ik maak er dan maar van dat we worden verondersteld druïden te zijn die een stenen pad afstrompelen naar iets op het einde van dat pad, wat verdacht veel lijkt op een doorsnee, maar ietwat groter uitgevallen, rotsblok. Maar wat gaan we daar dan doen? Mogen we daar misschien een mooie naakte deerne offeren om de goden, en misschien ook een beetje onszelf, te behagen? Hebben we een badhanddoek en wat zonnebrandolie mee waarmee we ons op dat rotsblok even gaan laten bruinen? Of gaan we er, eenmaal aangekomen, een kaartje leggen met onze mededruïden, die – laat ons even eerlijk wezen – au fond onze concurrenten zijn? Het is niet echt duidelijk. En ik had dat toch graag even geweten. Kwestie van me in te leven in mijn rol. En die figuren zelf dan? Ze zien er niet uit. In alle geval niet menselijk. Ik heb een vage voorstelling van hoe een mens er van dichtbij uitziet, maar dat komt in de verste verten niet overeen met wat hier wordt gepresenteerd. Ze zijn nogal plat en rond en een beetje gekarteld en ze bestaan in twee soorten: hoge en lage. En ze hebben geen voetjes. Toch worden we verondersteld dat stenen pad af te drentelen. Vreemd.

Maar kom, na een kleine dertig jaar schuifelen in de spellenwereld en mijn toenemende ouderdom die zelfs mij wat gematigder en zachter heeft gemaakt kan een mens wat hebben. Dus leef ik me maar in in een steen die zich, hou u vast, zover mogelijk over een stenen pad begeeft. In combinatie met een goeie geut geestverruimende middelen zouden we hier een trip van jewelste van kunnen maken.

Door het uitspelen van kaarten in de kleur van één van de vijf stenen paden beweeg je je vijf figuren zover mogelijk vooruit op dat bewuste pad. Elke uitgespeelde kaart is een veld
. Staat een figuur op het einde van het spel op één van de onderste stenen van het pad (de eerste drie), levert dat minpunten op. Vanaf tegeltje vier krijg je pluspunten, maximaal tien als je tot op het einde van het pad geraakt. De hoge spelfiguur verdubbelt je aantal min- of pluspunten. Onderweg verzamel je nog wensstenen (minstens twee of je krijgt minpunten op het einde van het spel, meer dan drie levert je bonuspunten op), krijg je nog extra overwinningspunten of mag je een “dubbelbeurtje” doen (een andere figuur naar keuze, of dezelfde, een veld vooruit zetten op een stenen pad). Het spel eindigt op het moment dat er vijf figuren de "eindzone", zijnde de laatste drie steenrijen, bereikt of zodra de laatste kaart van de trekstapel wordt getrokken.

Hoe ik het ook draai of keer (en ik hoop dat u dat ook doet), ik heb genoten van dit spel. Ondanks de totale afwezigheid van het t-woord. Waarom, zult u, groot gelijk hebbend, zeggen? Wel, ten eerste, je kan dit tot met z’n vieren spelen. Da’s al een goed argument want Lost Cities is enkel voor twee uitgevonden. Twee: het scorespoor, dat de telling toch aanzienlijk makkelijker maakt en daardoor erg handig is. Drie: de spanning die wordt opgewekt door het race-aspect en het feit dat de “hoge spelfiguur” voor dubbele plus- of minpunten telt. Vier: de uitbreiding van de mogelijkheden t.o.v. Lost Cities, t.t.z. Het feit dat je zowel oplopend als aflopend kaarten kunt uitspelen (niet in dezelfde rij uiteraard, even serieus blijven hé) en dat je kaarten van gelijke waarde op een reeds gelegde kaart kunt spelen. Vijf: de mooie spelcomponenten. Zes: de snelheid waarmee dit spel kan gespeeld worden, zelfs in maximale bezetting. Zeven: de hoge mate waarin dit spel ontspant, een eigenschap waarmee veel spellen al eens zwaar uit de bocht durven gaan (in een latere bijdrage hierover meer). Acht: de leuke fiches die je onderweg verzamelt of activeert. Negen: de eenvoudige spelregels die snel zijn uitgelegd, ook aan gelegenheidsspelers. Tien: de originele vondst dat je er zelf een heel thema bij mag verzinnen. 

Minpunten? Toch wel. Er worden te weinig kaarten afgelegd op de gemeenschappelijke aflegstapels die dan, zoals bij Lost Cities, voor iedereen beschikbaar komen. Het afleggen van kaarten op die stapels heeft meestal tot gevolg dat er sowieso een andere speler mee aan de haal gaat. Een cadeautje dus. Goed nadenken voor je dat doet en heel goed opletten als iemand anders dat doet is de boodschap. De afwezigheid van het thema heb ik al aangehaald en het geheel had gerust in een kleinere doos gekund. Uit commerciële overwegingen raad ik Kosmos dan ook aan een reisversie van dit spel te produceren. Misschien hadden ze daar gewoon mee moeten beginnen.

Twee potjes gespeeld. Eentje met drie en eentje met vier. Twee keer gewonnen, waardoor onmiddellijk werd bewezen dat geluk in dit spel een te verwaarlozen rol speelt. 

Al bij al in mijn ogen een aangename verrassing. Gaat nog dikwijls op tafel komen.

Stone Age (Hans Im Glück)

Het stenen tijdperk. Ik mag er graag vertoeven, al was het maar omwille van de duidelijkheid. Geen twijfel over waar je als man als toe was. Dat is nu wel even anders.

Welke soort man willen ze nu? Voortgaand op de informatie waarover ik momenteel beschik vallen de meeste vrouwen op dit moment voor de “nieuwe oude nieuwe nieuwe oude nieuwe oude oude nieuwe nieuwe oude nieuwe man”. Voowaar voor de mannen onder ons geen gemakkelijke opgave.

Daarom deze ode aan het Stenen Tijdperk. Geen gezeur: aan de haren de grot in. Van design, één van de meest overschatte verwezenlijkingen van onze zogenaamde beschaving, was nog lang geen sprake. Bekende Vlamingen waren in geen verten te bespeuren. Heerlijk. Baby’s gingen er na de bevalling onmiddellijk vandoor om eten te gaan zoeken en werden niet opgezadeld met namen als Moonray, Fleur of Jada Elly . Neen, we droegen namen als Humpf, Grrr of Aargh. Namen die ook in de dagelijkse omgangsvormen meer dan van pas kwamen en dus veelvuldig werden gebezigd. Stond iemand je niet aan was het niet van: “Ik zou het graag even met u willen hebben over het toenemende ongemakkelijke gevoel dat u bij herhaling bij mij teweegbrengt. Kunt u even uw agenda raadplegen zodat we een moment voor een meeting kunnen prikken?” Nee, je sloeg hem gewoon de kop in. Berevellen, sabeltandtijgers, mammoeten. Dat waren nog eens tijden. Alleen spijtig dat ze toen geen bord- of kaartspellen hadden. Ik flitste er gelijk naartoe.

Enfin, we kunnen in elk geval doen alsof. “Caveman” ligt hier ook al een tijdje klaar op de plank om aangesneden te worden maar gezien de positieve buzz die Stone Age in Nürnberg te beurt viel en de nieuwsgierigheid die dat bij ondergetekende teweegbracht namen we eerst daarvan maar een hap.

Wat eerst opvalt: mooi, heel mooi. Groot en kleurrijk spelbord met daarop jachtgebieden, bossen, heuvels, bergen, rivieren, akkerlanden, een werkplaats, een scorespoor, een gemeenschappelijke voedselopslagplaats en een verdwaalde – excusez le mot – neukhut, iedere speler zijn eigen minibordje waarop hij zijn gebouwen, ontwikkelingskaarten, grondstoffen, voedsel en stamleden kan onderbrengen, een handvol dobbelstenen met bijpassende in leer uitgevoerde dobbelbeker, prachtig houten materiaal waaronder goud, steen, leem, hout en fiches die voor voedsel en werktuigen moeten doorgaan. En ziplockzakjes waarin je alles kwijt kan. Opvallend: de doos is eigenlijk niet diep genoeg voor het vele materiaal. Ze sluit niet volledig. Duidelijke en overzichtelijke spelregels ook. Geen vragen bleven open.

Ligt alles uitgestald en speelklaar op tafel ontstaat er een zekere aantrekkingskracht die u, als veelzijdige veelspeler (naar het schijnt de volgende “Suske en Wiske”), zeker niet vreemd is. Dat was bij ons niet anders.

Doel van het spel: de meeste overwinningspunten hebben aan het eind. Opvallend: er wordt met overwinningspunten gegooid dat het een lieve lust is. De winnaar in onze sessie – ik noem hem even bij naam: Mathias – ging bijna twee keer het scorespoortje rond. Een rondje is 100 punten, dat geef ik u even mee. En de rest van het pak eindigde daar niet zoveel achter. Die punten graai je bijeen door tijdens het spel gebouwen van allerlei soort neer te zetten en ontwikkelingskaarten te “kopen”. Die leveren soms onmiddellijk bij aanschaf punten op maar kunnen ook bij de eindtelling, en ik wik mijn woorden, zwaar gaan doorwegen. “Kopen” doe je door het inleveren van grondstoffen. Die grondstoffen verzamel je door je stamleden op pad te sturen naar het bos (hout), steengroeve (steen), heuvels (leem) en de rivier (goud). Op het einde van elke ronde moet je stam ook over voldoende voedsel beschikken. Eén voedseleenheid per stamlid. Daarom worden er ook stamleden naar het jachtgebied gestuurd. We kunnen ook akkers bewerken, onz
e stam uitbreiden door gebruik te maken van de neukhut, werktuigen maken en gebouwen neerpoten of stijgen in onze ontwikkeling (ontwikkelingskaarten kopen).

De plaatsen voor de stamleden zijn, behalve in het jachtgebied, beperkt. In het bos, de steengroeve, de heuvels en de rivier kunnen maximaal zeven stamleden staan (al dan niet van verschillende stammen), op de werktuighut en de akker maar eentje en in de neukhut – hoe raadt u het – twee. Kies je ervoor een gebouw of ontwikkelingskaart te kopen zet je er gewoon een stamlid op. Ook hier is maar één plaatsje voorzien. De ontwikkelingskaarten worden na elke ronde weer aangevuld (kaarten die blijven liggen worden meestal goedkoper) en van de gebouwen zijn er vier stapels van zeven voorhanden. Het speleinde wordt ingeleid indien het laatste gebouw van een stapel wordt “gekocht” of indien de ontwikkelingskaarten niet meer tot vier kunnen worden aangevuld. In het eerste geval wordt de ronde nog uitgespeeld, in het tweede geval is het onmiddellijk schluss.

Hoe verloop nu zo’n ronde in het steentijdperk? Tijdens zijn beurt zet elke speler Caylusgewijs een aantal stamleden in op een locatie naar keuze (wingebieden voor grondstoffen, het jachtgebied, de akker, werkplaats, of één of meerdere ontwikkelingskaarten of gebouwen). Je begint het spel met vijf stamleden. Je kunt hun aantal uitbreiden tot – lang leve de neukhut – tien. Als iedereen dat heeft gedaan worden klokgewijs en beginnend met de startspeler de acties op de verschillende locaties uitgevoerd. Iedere speler voert al zijn acties in een volgorde naar keuze uit. In de jachtgebieden, het bos, de heuvels, de bergen en de rivier wordt gedobbeld. Per stamlid een zeszijdige dobbelsteen. Het totaal aantal gegooide ogen wordt gedeeld door 2 (jachtgebied: voedsel), 3 (bos: hout), 4 (heuvels: leem), 5 (steengroeve: steen) en 6 (rivier: goud). Het resultaat kun je nog beïnvloeden (verhogen) door werktuigen in te zetten. De opbrengst leg je op je eigen spelbord voor later gebruik (kopen van ontwikkelingskaarten en gebouwen en het voeden van je stam). Aangekochte gebouwen en ontwikkelingskaarten komen ook op je persoonlijke bordje te liggen. Op dat bordje staat trouwens ook de waarde van de verschillende grondstoffen en de multiplicatoren voor de eindtelling als geheugensteuntje vermeld. Handig.

Als afsluiter van een ronde moet iedere speler zijn stam nog voeden. Lukt dat niet moet je al je voeding afgeven en eventueel aanvullen met grondstoffen. Wil je geen grondstoffen afgeven moet je tien overwinningspunten inleveren. Kijk, een aderlating kan meevallen, vooral als het om spataders gaat. Maar tien punten is toch een serieuze streep door je rekening. Geen wonder dat de jachtgebieden veelvuldig worden bezocht. Akkerbouw kan hierbij ook een beetje helpen. Als je deze actie kiest krijg je immers permanent korting bij je voedselvoorziening.

De eindtelling dan. Hier komen de multiplicatoren in actie. Spelers die “Oase” al eens hebben gespeeld weten wat ik bedoel. Ontwikkelingskaarten met een groene achtergrond worden per verschillend symbool (er zijn er acht: heelkunde, schrift, kunst, pottenbakken, muziek, weefgetouw, transport, zonneschijf) vermenigvuldigd met zichzelf. Vijf ontwikkelingskaarten met vijf verschillende symbolen leveren dus samen 25 punten op. Ontwikkelingskaarten met een bruine achtergrond bevatten een aantal stamleden met een bepaalde functie: boeren, werktuigmakers, huttenbouwers en sjamanen. Het totaal aantal boeren op de ontwikkelingskaarten worden vermenigvuldigd met de totale korting die je krijgt bij de voedselvoorziening, de werktuigmakers met het aantal werktuigen dat je bezit, de huttenbouwers met het aantal gebouwen en de sjamanen met het aantal stamleden dat je op het einde van het spel hebt. En dat tikt aan bij het speleinde.

Het lijkt allemaal een beetje ingewikkeld maar vanaf ronde twee gaat alles vloeiend en intuïtief. Maakt u zich dus vooral geen zorgen.

Wat we ervan vonden, Zeker niet slecht, maar ook geen echte topper. Het spel sleept een beetje. Lees: het wordt naar het einde toe wat eentonig. Het dobbelen haalt het tempo aanzienlijk naar beneden en het is soms lang wachten voor je weer “mag”. Het spel duurt ook redelijk lang. Wij speelden ongeveer 1u45 en het waren niet bepaald diesels die mee aan tafel zaten. Je weet ook niet, tenzij je heel goed bijhoudt welke kaarten de andere spelers hebben verzameld (bijna niet te doen) en hoeveel gebouwen ze hebben neergezet (beter te doen), hoe je tegenstanders ervoor staan. Het einde kan dus serieuze verrassingen opleveren. Mathias, het ganse spel achteraan bengelend, maakte me bij de eindtelling daar een sprong van hier tot ginder en ging grijnzend met de overwinning aan de haal. Iedereen ging er echter van uit dat Tineke zou winnen. Niet dus. Sommigen vinden die onzekerheid niet leuk, van mij mag het.

Ik kan me vergissen maar het spel lijkt me voor twee of drie spelers ideaal. Er worden dan ook een paar kleine speltechnische wijzigingen doorgevoerd.

Stone Age speelde ik zelf niet mee. Ik observeerde. Vandaar deze bijdrage. Wat mij opviel was het volgende: David scoorde als eerste punten. 14, door het oprichten van een gebouw. Mathias stormde als een gek elke ronde weer de neukhut binnen en ging daarin tekeer als konijnen op steroïden. Daardoor moest hij ook focussen op de jachtgebieden. Hij moest al die nieuwe stamleden tenslotte ook eten geven. David zat voornamelijk op handen en voeten in het ondiepe gedeelte van de rivier naar goud te zoeken en leek ook erg aangetrokken te worden door leem. Hij was de meesterbouwer want hij liet bijna geen gelegenheid onbenut om iets uit de grond te stampen. Hij lag op het scorespoor bijna het hele spel op kop. Tineke verzamelde van alles een beetje en vooral heel veel. Kris focuste ook op stamuitbreiding en het verzamelen van grondstoffen. Hij liet de ontwikkelingskaarten meestal links liggen en ging, vooral naar het speleinde toe, zich meer richten op de aanschaf van gebouwen. Bij de eindtelling schoot Mathias, dankzij zijn onwikkelingskaarten met groene achtergrond en zijn sjamanen (10 stamleden en 4 sjamanen = 40 punten), als een raket naar voor. Eindstand: Mathias 183, David 171, Kris 157, Tineke 151. Iedereen tipte Tineke vlak voor de eindtelling als winnaar. Iedereen. Het kan verkeren.

Afterparty

Marrakesh (Gigamic)

Assam, de tapijthandelaar, schrijdt over het spelbord, aangedreven door een dobbelsteen die wordt gegooid door de actieve speler. Alvorens de dobbelsteen wordt gegooid bepaalt deze speler in welke richting Assam stapt. Hij mag naar links, rechts of gewoon vooruit in zijn kijkrichting. Zich 180° draaien mag hij niet. Beperkte wendbaarheid door zijn lang gewaad. En Assam gaat niet graag op zijn bek. Slecht voor zijn imago. Afhankelijk van de dobbelsteenworp beweegt hij zich één, twee, drie of vier vakjes ver. Komt Assam aan de rand van het spelbord draait hij er in een U-turn gezwind weer op. Hij stopt, treuzelt wat en legt in een aangrenzend vakje een twee vakjes bedekkend tapijtje van de actieve speler neer, e
ventueel daarbij reeds eerder uitgestalde tapijten van medespelers listig bedekkend. Eindigt hij zijn sierlijke beweging op een tapijtje van een medespeler, moet de actieve speler de eigenaar één goudstuk per vakje betalen dat diens aangrenzend “tapijtentapijt” groot is. Dat kan oplopen, zoals ik tijdens het spel meerdere keren mocht ondervinden. Als het laatste tapijt wordt gelegd eindigt het spel. Elke speler telt dan zijn goudvoorraad die nog wordt aangevuld met één goudstuk per veld waarop een tapijt van hem of haar zichtbaar is. De rijkste wint.

Dat is Marrakesh. Marrakesh is eenvoudig, snel gespeeld en zo abstract als de pest. En de doos is lelijk als de nacht. Maar de inhoud van die doos – die tapijtjes! – en het leuke tactiele aspect maakt enorm veel goed. Wordt in Duitsland in een iets mooiere versie uitgebracht door Zoch onder de naam "Suleika". Ook de doos wordt daarbij, gelukkig, onder handen genomen.

Mathias 57, Tineke 51, David 27, Dominique 26


Nog enkele dienstmededelingen:

Ingelberts in Aarschot, één mijner favoriete bordspelleveranciers en dat wil wat zeggen gezien de hoge kwaliteitseisen die ik stel, heeft eindelijk zijn eigen website: www.ingelberts.be

Spelclub “De Spellenhut” van Westmeerbeek, heeft zijn bestaande website in een nieuwe jas gestoken. Ik was aangenaam verrast de kleur geel een prominente rol te zien vervullen op de hoofdpagina. De link: http://www.spellenhut.be/index.php?ref=welkom.php

Ik vang uit betrouwbare bron geruchten op dat u, indien u een aangenaam spelavondje wilt beleven bij spelclub “De Speeldoos” in Aarschot (op elke tweede, vierde en eventueel vijfde vrijdag van de maand, telkens vanaf 20u. Meer info op www.despeeldoos.be), zich best op tijd aanmeldt. Kwestie van nog een plaatsje te vinden aan de speltafel. Door professionele activiteiten op vrijdagavond heb ik de laatste maanden verstek moeten laten gaan. Ik hoop dat er geen oorzakelijk verband is. Gelukkig kan ik vanaf half april de draad weer opnemen. Ik zal er staan. Vanaf een uur of zeven. Ben ik zeker dat ik kan spelen. Jan en Mark, zet de Bifiworsten maar koud en leg de overwinningspunten gerust klaar. En het mag gerust iets meer zijn.

Dominique



Oppassen voor setverlies: Scriptorium!

 

Ooit “The Name Of The Rose” gezien? Dat cinematografische meesterwerk uit 1986, naar het al even meesterwerkige boek van Umberto Eco? Deze film ligt aan de basis van één van de grootste misvattingen uit de filmgeschiedenis: dat Sean Connery een knappe man is. Een misvatting die te vergelijken valt met die waarin gesteld wordt dat alle theedrinkende mannen homoseksueel zijn en alle voetballende vrouwen lesbisch. Sean draafde in deze film op tussen de grootste hoop lelijkerds die ooit op een filmset werden losgelaten. Hij had het geluk door de natuur het minst slecht bedeeld te zijn tussen dat stelletje ongeregeld, waardoor hij als het ware “de eenogige koning in het land der blinden” werd. Zijn uiterlijke middelmatigheid stak zodanig af tegen al die gedrochten waartussen hij zich bewoog dat het grote publiek hem zelfs knap begon te vinden. Als u deze film nog eens op het witte doek ziet, denk dan eens aan deze bijdrage. U zult uw vizier snel bijstellen. En als u, man zijnde, even in een dipje zit omwille van uw uiterlijk, huur hem dan even in de plaatselijke videotheek. Na een kwartiertje kijken voelt u zich stukken beter.

Vanwaar deze op het eerste gezicht weer nergens naartoe leidende inleiding, hoor ik u al denken? Wel, beste medespeler, het is de overgang naar het spel waarover ik het met u even wil hebben: Scriptorium!

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

We bevinden ons in een niet nader genoemd middeleeuws klooster Laten we, voor de verandering, er even van uitgaan dat we één van de lelijkerds zijn van hierboven. Wat mij betreft vraagt dat een ongelooflijk diep en fantasierijk inlevingsvermogen, maar kom, voor dit spel wil ik ver gaan. Hoe dat komt leest u verder wel. Als was het om onze lelijkheid te compenseren zijn we er in geslaagd ons op te werken tot vadertje abt. Daarbovenop zijn we in een meedogenloze concurrentiestrijd verwikkeld met de andere kloosters uit de buurt en werken we met het spreekwoordelijke monnikengeduld, maar zonder aan snelheid in te boeten, aan ons magnum opus: de omvangrijkste en kwalitatief meest hoogstaande “Heilige-Geschriften-Bibliotheek” uit die tijd.

Daarvoor hebben we wel het één en ander nodig. Lelijk als de nacht zijn we al, dat is dus een zorg minder. Op ons boodschappenlijstje: monniken die snel en mooi met de hand kunnen schrijven, illuminators die de kleurrijke en kalligrafisch hoogstaande miniatuurtjes kunnen aanbrengen, manuscripten, perkamentrollen om op te schrijven en uiteraard alles wat er verder nog nodig is om ons personeel naarstig aan het werk te kunnen zetten en houden (geen spiegels bijvoorbeeld, en vooral veel goud). Soms hebben we, door het doen van schenkingen, zelf in de hand wat we (en onze tegenstanders) kunnen krijgen, soms zijn we overgeleverd aan de goodwill (of onkunde, hahaha) van onze tegenstanders. Alles wat we nodig hebben staat, om het ons makkelijk te maken en de verzendingskosten van dit spel niet teveel in de hoogte te jagen, afgebeeld op kaarten.

Het spel is onderverdeeld in twee fasen: in fase één doen we schenkingen (ook aan onszelf, wat had u gedacht) en leggen we een lot later te veilen ingrediënten aan, in de tweede fase wordt die veilingstapel per opbod verkocht. Op personeel en grondstoffen bieden we met goud(kaarten), op goud bieden we met personeels- en grondstoffen(kaarten). En dit, beste spellenvrienden, zorgt voor de aanwezigheid van één der meest gevreesde termen binnen de spellenwereld: HET DILEMMA! En u zult het geweten hebben.

In de loop van het spel, zowel in fase één als twee, kunnen de spelers door tussenkomst van bisschoppen de waarde van bovengenoemde elementen doen stijgen of dalen. Wie op het einde van het spel van elk van de vijf categorieën het meeste kaarten bezit krijgt de waarde van die categorie (1 tot 6) in zegepunten uitbetaald. Wie de meeste zegepunten heeft wint. Uiteraard.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

De thematiek, het verzamelen van de beste en de meeste “ingrediënten” voor de realisatie van een uitgebreide kloosterbibliotheek, is een leuke binnenkomer. Maar ook niet meer dan dat. Voor van alles te gebruiken dit spelsysteem. Uiteindelijk gaat het, zoals in zoveel spellen tegenwoordig, maar om het verzamelen van setjes. Dat is niet erg, en zeker niet als het zo goed is gedaan als in dit spel.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Twee bedrukte zijdes van een langgerekt velletje vinden we in de doos. In kleur. Maar vooral heel duidelijk. Het enige wat voor een klein beetje verwarring kan zorgen bij het eerste spel is de activering en het gebruik van de bisschopkaarten. En de consequenties ervan. Maar daar waren we, mede door het aanspreken van ons gezond boerenverstand, snel uit.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Het is eraan te zien dat dit een goedkoop spel is, al moet ik toch ook even aanhalen dat men toch zijn best heeft gedaan. De kaarten zijn van degelijke kwaliteit en in kleur (en ondergebracht in een ziplockzakje). Er wordt een klein spelbordje meegeleverd waarop door middel van (bijgeleverde) zeszijdige dobbelstenen wordt aangegeven wat de waarde van de verschillende categorieën is. Het geheel zit in een stevig en diep doosje. Het feit dat we ons bevinden in de donkere middeleeuwen wordt doorgetrokken naar de kaarten. Donker als de nacht zijn ze. De bissschopkaarten en de goudkaarten zijn wat fleuriger uitgevallen, maar de teneur neigt toch naar zwart. In het kwadraat. Mij stoort het niet, maar bij spelers die het leven van nature nogal somber inzien gaat het aanzicht ervan zeker geen glimlach ontlokken. De onderdelen doen wat ze moeten doen, niet meer maar ook niet minder. En als het spreekwoord “less is more” op één spel van toepassing is, dan is het dit wel.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Veel uitleg is niet nodig hoor. Ik heb de ervaring dat twee velletjes spelregels meestal geen avondvullende uiteenzetting vereisen. Dat wordt hier nog eens ten overvloede bevestigd. Snel uitgepakt, snel opgezet, snel uitgelegd, snel gespeeld. Waarna de smekende blikken van uw medespelers u aanzetten hetzelfde proces nog eens snel over te doen.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Bij kaarslicht, iets wat nochtans lekker zou aanleunen bij het thema, zou ik dit niet spelen. Maar voor de rest: geen problemen.

Gij
zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Het is een kaartspel. Je moet het doen met wat je trekt. In fase één, de donatiefase, kan je leuke kaarten lekker voor jezelf houden en het minder lekkere aan je medespelers of aan de veilingstapel laten. Er is wel een klein probleempje: bij het doneren worden de kaarten één voor één getrokken. Je moet dan ook onmiddellijk beslissen wat je met die kaart doet. Hou je ze, gaat ze op de veilingstapel of schenk je ze aan je medespelers? Heb je bijvoorbeeld al een lekkere kaart op handen genomen en trek je nog iets veel smakelijkers dan moet je deze kaart toevoegen aan de veilingstapel of aan de donatierij die bestemd is voor je medespelers. Dat levert, afhankelijk van de aard van de actieve speler in kwestie de ene keer ingetogen, de andere keer zeer expliciet gegrom op. Een beetje geluk? Het zit erin. Maar het is allerminst storend.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Valt Leterme I in juli? Ge moogt gerust zijn. Interactie met hopen. Er zit een beetje bluf in, je “geeft” je medespelers elke beurt ook iets (meestal afval) en je kan lekker speculeren op de veilingfase door het opsparen van goudkaarten. Het doneren van de kaarten levert ook spanning op – wie neemt wat en waarom in godsnaam? – en de veilingfase is door het veilen van elke kaart apart een zeer spannend en niet te versmaden dynamisch gebeuren.

Gij zult niet te lang duren.

Neen hoor. U mag gerust nog andere plannen voorzien voor de rest van de avond. Alleen is de kans nogal groot dat deze plannen aanzienlijk in de war zullen worden gestuurd. Door een kaartspelletje dat “Scriptorium” heet. Het “zich losrukken van de speltafel” mag dan ook voor één keer letterlijk worden genomen. U hebt nog andere dingen te doen, jaja, maar u zit als met superlijm vastgekleefd op uw stoel. Zelfs indien er een middelgrote brand zou uitbreken zou u nog twijfelen of u toch niet best de lopende ronde uitspeelt. En als u er dan toch uiteindelijk voor kiest uw vege spelerslijf te redden voorspel ik nu al wat u nog snel mee grabbelt. Inderdaad.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Eenvoud, spelplezier en diepgang in een kleine doos. Het is een dodelijke combinatie die ons bekeringsproces aanzienlijk vergemakkelijkt. Het enige probleem is dat dit pareltje niet zomaar op elke straathoek verkrijgbaar is. Ik hoop dat een grote uitgever dit oppikt en het en masse gaat produceren. Dit spel verdient het.

Nog een pluspunt: het is ook erg leuk met z’n tweeën.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Hebt u het rubriekje “Gij zult niet te lang duren” gelezen? Lees het dan nog eens. En denk daar dan het nachtelijke woelen bij dat mij de laatste weken vol en frontaal heeft getroffen. En de zombieachtige blik waarmee ik me sindsdien door het daglicht begeef. Bij nacht lig ik zwetend in bed, nachtmerrieachtig dromend over lelijke bisschoppen die ongevraagd mijn lievelingsattributen in waarde doen devalueren, chronisch goudtekort, kalligrafen die in staking gaan en monikken die één voor één het loodje leggen.

Het feit dat er voor aanvang van elk spel, afhankelijk van het aantal spelers, een aantal kaarten ongezien uit het spel worden genomen maakt elke sessie ook weer anders. Variatie geïnitieerd door een beetje onzekerheid, mij doet dat wat. Mij doen verlangen naar meer bijvoorbeeld.

Tot slot: bent u in blijde verwachting van een meisje en twijfelt u nog tussen een paar mooie namen maar komt u er op geen enkele manier uit? Noem haar dan Dilemma. Probleem opgelost! Is het een jongen raad ik u, vanwege de onmiskenbare voordelen die elke aanspreking op zijn levenspad hem zal opleveren, “Eminentie” aan. Hij zal lichtvoetig en gerespecteerd door het leven stappen.

Wees gegroet! En vergeet vooral de eieren niet!

Dominique


Scriptorium (Scripts and Scribes)

Doctor Finn’s Card Company (2008)

2 tot 4 spelers (geen leeftijd aangegeven)

30 minuten

Beter dan “The Goombay Dance Band”: Jamaica!

 

Onlangs, tijdens een hypnosesessie bij een bevriend psycholoog waarbij ik trachtte uit te vissen waar ik in godsnaam mijn autosleutels had gelaten, bleek dat ik in één van mijn vorige levens piraat ben geweest.

Ook toen droeg ik al mijn huidige initialen, C.D. Dat stond voor “The Captain of Death”.

Ik had ook een papegaai. Tot na een incident in één of andere kroeg in Tortuga. Hij zat op mijn schouder toen ik een paar liter rum bestelde. De waard vroeg: “En, kan hij praten?” Waarop het beest antwoordde: “Ik weet het niet niet. Ik zit er nog maar net op.” Dat waren tevens zijn laatste woordjes. Met veel smaak opgegeten. Met Parijse aardappeltjes en een looksausje. Vanaf toen hield hij zijn bekje wel.

Met mij vergeleken was Zwartbaard een kleuter in het ploeterbad van het zwembad “De Warande” van Diest. Captain Flint? Bloemetjesbehang!

En mijn houten been? Ik was er fier op. Nog straffer zelfs: ik had er twee! Wel lastig om iemand te besluipen op een houten vloer, maar verder wel praktisch. En afneembaar. Zo kon ik bijvoorbeeld slapen in een kinderbedje. De namen van al mijn slachtoffers stonden er ook netjes in gekerfd. In schoonschrift.

Mijn bemanning? Uitschot! Loyaal? Zeker. Logisch ook. Wie nog maar aan het m-woord durfde te denken wachtte een namiddagje kielhalen, bij voorkeur als we voor anker lagen in de Gansbaai bij Zuid-Afrika. Je wilt niet weten wat daar allemaal rondzwom. En het had honger. Altijd.

Ik heb zeven wereldzeeën bevaren en vooral onveilig gemaakt. Alles geënterd en beroofd wat mijn waterweg kruiste. Ik kreeg er maar niet genoeg van. En moest ik het budget hebben gehad, ik zou rupsbanden hebben laten steken onder mijn schip om lustig op land verder te doen.

Dat waren nog eens tijden.

Als er een piratenspel op tafel ligt voel ik me dan ook als een vis in het water. Of ik nu win of verlies, ik laat een slagveld van afgerukte ledematen, houtsplinters, gebakken papegaaien, opengebroken schatkisten, stukbepotelde landkaarten, aan scheurbuik lijdende bemanningsleden en werkloze loodsen achter.

Geen wonder dus dat ik niet kon weerstaan aan “Jamaica”, de jongste telg van Gameworks en Pro Ludo, waarin het piratenthema op een wel heel aparte wijze werd uitgewerkt.

Ik heb iemand dit spel weten bestempelen als – hou u vast – ganzenbordachtig. Daar ben ik het hoegenaamd niet mee eens. Ten eerste is dit een belediging voor het Ganzenbord, hier bewust met een hoofdletter geschreven, wat voor velen onder ons toch de eerste kennismaking was met het fenomeen “spel”. Ten tweede is het een belediging voor “Jamaica”, dat toch een categorie hoger mag worden ingeschat. Moest ik beide spellen zijn, ik zou het niet nemen.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Piraten, zoals ik al zei. We kruipen meerbepaald in de rol van de grootste klootzakken die de zeven wereldzeeën hebben bevaren. U wilt namen? Anne Bonny, Samuel Bellamy, Olivier Levasseur, Edward Drummond, John Rackham, Mary Read. Op het eerste gezicht zeggen deze namen u waarschijnlijk niets. Maar alleen al eraan denken rond 1700 was voldoende om heel uw omgeving in paniek op de vlucht te doen slaan. Soit, u hebt nu een idee met wie u aan tafel zit. Wij dagen onze tegenstanders uit tot een – ga even zitten – racewedstrijd. Met onze schepen uiteraard. Eén rondje, Van Port Royal naar Port Royal. Tussendoor gaan we mekaar het leven zuur maken door onze kanonnen op elkaar te richten en ze zonder enige schroom nog af te vuren ook, schatten voor elkaars neus op te graven om vervolgens – onze rechter middenvinger opstekend – er weer als een speer vandoor te gaan, enz. Kortom: een evocatie van het dagdagelijkse piratenleven. Wij doen dit – we blijven beschaafd – door het uitspelen van actiekaarten. Op deze actiekaarten staan telkens twee acties vermeld, een dagactie en een nachtactie. Aan deze acties worden dobbelsteenogen toegewezen die we bekomen door, u raadt het al, twee dobbelstenen te gooien. Gelukkig kunnen we, als we zelf actieve speler zijn, zelf bepalen aan welke activiteit elke dobbelsteen wordt toegewezen. We kunnen vooruit of achteruit, voedsel inslaan, en goud en kanonnen laden. Erg leuk. Zodra er een speler weer is aangekomen in Port Royal is het spel ten einde. Wie eerst aankomt is niet noodzakelijk de winnaar. De plaats in het deelnemersveld speelt een rol, maar ook het goud (fiches en schatkaarten) die je op het einde van het spel in je voorraad hebt bepalen je eindscore.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Piraten die racen? Voor het eerst weer bij de starthaven? Ik heb mijn twijfels over de geschiedkundige waarde van dit gegeven. Toch voor alle zekerheid maar even een checklist doornemen: schateilanden? Aanwezig! Kanonnen? Aanwezig! Gevechten? Aanwezig? Doodskopeilanden? Aanwezig! Scheurbuik? Aanwezig? Snelle schepen? Aanwezig! Grote hoeveelheden goud? Aanwezig! Ach, dat racen zien we dan maar even door de vingers. Maar laat dat nu net het centrale gegeven van dit spel zijn. Ik ben echter geen kniesoor, dus ik let daar niet op.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Ze zijn duidelijk en ze zijn overzichtelijk. En uitbundig gekleurd. Maar ze zijn ook nogal groot uitgevallen. Om u een idee te geven.: vergelijk de grootte van de regels met die van een doorsnee affiche van Rock Werchter of Pinkpop. De ontwerpers van dit spel wilden bij wijze van originele vondst de regels weergeven als waren ze gedrukt op een grote schatkaart. Je moet ze dus openvouwen. En nog eens. En nog eens. En nog eens. Gek, terwijl de meeste kranten die ik lees hun formaat naar beneden toe bijstellen zijn er uitgevers die hun spelregels steeds maar groter en groter maken (al zijn er ook bizarre uitzonderingen, waarover in een volgende bijdrage meer). Fantasy Flight Games heeft daar ook een aardje van weg. Nu dus Gameworks en Pro Ludo. Moet je tijdens het spelen iets opzoeken is het net of je op een parking langs de route du soleil een wegenkaart op de koffer van je wagen openslaat. Daarna moet je, net als op een wegenkaart, even uitzoeken waar je eigenlijk moet zijn om verder te kunnen. Probleem in de huiskamer: je hebt eigenlijk niets om je spelregels op uit te spreiden. Op tafel ligt immers een spel uitgestald. Je behelpt je dus en doet maneuvres die je eigenlijk aan een spellentafel hoogst zelden tegenkomt. Heel asociaal ook, want je trekt rond jezelf een muur van papier op. En als je met twee speelt zou ik daar heel voorzichtig mee omgaan.

Daarbij komt ook dat de regels in vier talen zijn bijgevoegd. Niet allemaal op één “affiche”, nee hoor. Allemaal apart. En dat neemt toch wel een beetje plaats in in de, het moet gezegd, prachtige doo
s.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Absoluut. Prachtig materiaal. Mooi vormgegeven doos (lijkt op een schatkist). Mooi spelbord, prachtige scheepjes, stevige fiches, goed in de hand liggende dobbelstenen (twee zeszijdige en een gevechtsdobbelsteen), enorm knappe kaarten.

De scheepjes lijken mij wel van het breekbare soort. Ik zou ze niet laten vallen als ik u was, tenzij op een dikke meter donsveertjes van het zachtste soort. De kaarten zijn een geval apart. Elke speler beschikt over een eigen set en, zoals gezegd, ze zijn prachtig vormgegeven. Leg je ze in een bepaalde volgorde naast elkaar dan ontstaat er één groot – laten we zeggen Breugheliaans – tafereel. Leuk.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Volmondig ja. Open die doos, spelbord en andere onderdelen op tafel, even een korte uitleg en spelen maar. Zorg er wel voor dat je de regels uit het hoofd kent. Dit omwille van het gebruiksonvriendelijke regelwerk.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Geen enkel oftalmologisch probleem tegengekomen in dit spel. Zelfs bij kunstlicht is het heerlijk spelen.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Er worden kaarten getrokken (en gespeeld uiteraard) en er wordt gedobbeld voor het aantal te besteden actiepunten en de gevechten. Bijkomende uitleg is overbodig denk ik dan. Toch even enkele nuances. Iedere speler beschikt over zijn zijn eigen setje kaarten. Je weet dus over welke kaarten je beschikt en ze komen allemaal minstens een keertje aan bod. Je hebt er steeds drie op de hand, zelfs vier als je de schatkaart “Morgan’s Map” voor je hebt liggen. Plannen is belangrijk. Op de meeste vakken moet je vers voedsel inleveren om je bemanning in leven te houden. Lukt dat niet, moet je (steeds weer betalend) achteruit tot je op een zeevak komt waar je wel kunt betalen. Let je hier even niet kun je voor extreem onaangename verrassingen komen te staan en serieus achterop komen te liggen. En aangezien het om een race gaat is dat niet echt een goeie optie. Geluk is dus aanwezig, maar je vaardigheden tot plannen worden ook aangesproken. Op je (terug)weg naar Port Royal kun je ook schatkaarten verzamelen, de meeste positief (een extra scheepsruim, extra goud, een extra kaart op de hand houden, opnieuw dobbelen met de gevechtsdobbelsteen), maar er zijn er ook die je op het einde van het spel minpunten opleveren. Zoals in het echte leven geldt ook hier: wat gij begeert, wordt ook door anderen begeerd. Bovengenoemde spelingrediënten wisselen tijdens het spel – meestal na inzet van een handvol kanonnen, een mespuntje enterhaken en een dobbelsteen – nogal eens van eigenaar. Je bent dus van niets zeker.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Met hopen. Gevechten, schijnbaar goed geplande trajecten die plots een onvoorziene wending nemen (lees: achteruit), ladingverlies aan agressieve tegenstanders en péage die door op goud beluste havenmeesters worden aangerekend. Hilariteit gegarandeerd. En na een drukke werkdag wil dat wel eens heel ontspannend wezen.

Gij zult niet te lang duren.

Een perfecte tijdsduur. U mag voor één keer de doos geloven. En een revanche zit er, wat mij betreft, altijd in.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Dit spel heeft alles in zich om het smeulend vuurtje bij potentiële spelfanaten aanzienlijk op te porren. De regels zijn niet moeilijk en relatief snel uitgelegd, het spelmateriaal is prachtig, het speelt tactisch lekker weg en er zijn gegarandeerd hilarische momenten wanneer iemands planning verkeerd uitdraait en plotseling achteruit aan het varen slaat. Iedereen heeft kans op de eindoverwinning en de spelduur blijft ook aangenaam binnen de perken zodat de vraag naar een revanche niet uitgesloten is.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ja hoor. Ik wil gelijk opnieuw. Dit valt onder de categorie “het betere familiespel”, een spelsoort die een soft spot beroert in mijn van spelliefde overlopende spelershart. Het is lekker ontspannend en toch competitief. Stressbestrijdend dus. En voor zo’n spel ben ik altijd in.

Dominique


Jamaica (Gameworks / Pro Ludo, 2007)

Bruno Cathala, Sébastien Pauchon, Malcolm Braff

2 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten


 

GEEL!

 

Mensen vragen me regelmatig: “Dominique, waarom speel jij toch altijd met geel?” De antwoorden, want er zijn er meerdere, zijn simpel:

Geel is de kleur van de zon. De zon staat symbool voor de warmte die tijdens het spelen in mijn brein wordt gegenereerd. Niet zelden gebeurt het dat tijdens het spelen, zelfs tijdens de koudste winterdagen, iemand de vraag stelt: “Mag het raam even open? Ik zweet me kapot.”

Geel is, wederom, de kleur van de zon. De zon staat symbool voor het licht dat ik tijdens het spelen vaak zie schijnen, zoals in de uitdrukking “Hij heeft het licht gezien.” Daar wordt dan mee bedoeld: “Hij gaat weer een briljante zet doen. “

Geel is de kleur van een citroen. De citroen staat symbool voor het zure gezicht van mijn medespelers wanneer ik ze weer eens een meedogenloze nederlaag aansmeer.

Geel is de kleur van een banaan. De banaan staat symbool voor die briljante momenten waarop ik tijdens het spelen een scheve situatie zonder verpinken weer recht kan trekken. Of omgekeerd, als door mijn toedoen de kortste afstand tussen twee overwinningspunten bij mijn tegenspelers tot een kromme wordt gereduceerd.

Geel is de kleur van geelzucht. Geelzucht, en ik wil graag de nadruk leggen op het tweede gedeelte van dat woord, staat synoniem voor het geluid dat mijn medespelers maken op het moment dat ze vaststellen dat ze voor de zoveelste keer voor de tweede plaats moeten gaan.

Geel is de kleur van een vergeelde foto. Dit staat symbool voor de foto van mij en miss Canada die ik tot het einde der dagen op mijn hart zal dragen. En zij op het hare.

Geel is de kleur van wijsheid, groot denkvermogen en hoge intelligentie. Elke kleurenconsulent zal u dit, mits voorafgaande betaling van een belachelijk hoog bedrag, bevestigen. Het zijn eigenschappen die in grote hoeveelheden, en zelfs door mensen zonder veel observatievermogen, bij ondergetekende kunnen worden waargenomen.

Geel is geen groen, waarbij groen staat voor de uitdrukking: “Zij sloegen allemaal groen uit.” Meerbepaald indien deze zegswijze wordt gebruikt om aan te geven dat mijn medespelers het weer eens niet gehaald hebben van die met zijn gele pionnetjes. Ja, die daar!

Geel is de kleur van één van de olympische ringen. Dit staat symbool voor het olympisch niveau waarop ik spellen speel.

Geel is de kleur van een Chinees. Dit staat symbool voor “Het Gele Gevaar”, de bijnaam die ik stilaan bij mijn medespelers aan het krijgen ben.

Geel is de primaire kleur van het briefje van €200. Dat is de standaardprijs die medespelers mij momenteel moeten betalen om hen te laten winnen.

Geel is een rijmwoord op “gekrakeel”, een vorm van communiceren die ontstaat tussen mijn medespelers nadat ze voor de zoveelste keer de boot zijn ingegaan en waarbij ze elkaar de zwarte piet proberen toe te schuiven voor de oorzaak van hun nederlaag.

Geel is de naam van een Belgische stad in de Kempen die wereldwijde bekendheid geniet omwille van de vooruitstrevende, zeg maar revolutionaire, thuisbehandeling van psychiatrische patiënten, een behandeling die voor een aanzienlijk aantal van mijn medespelers werd voorgeschreven na weer een zoveelste nederlaag. Op spelavonden waarbij ondergetekende betrokken is wordt er sedert 01/01/2008 sowieso een crisisbed in hogergenoemde stad vrijgehouden.

Geel is een primaire kleur die men bij straling met golflengtes tussen 565 en 590 nanometer in het spectrum terugvindt. Deze getallen komen ongeveer overeen met het aantal spellen dat ik winnend zou afsluiten op een totaal van 600. Aangaande de niet gewonnen spellen op dit aantal en de oorzaak daarvan verwijs ik u graag naar de hoger genoemde rubriek die begon met de zin “Geel is de primaire kleur van het briefje van €200.”

Geel is de kleur die in de heraldiek aangeduid wordt voor goud. Legt u gerust zelf de link. Goud is tevens de liturgische kleur die op elk uitbundig gevierd feest mag worden gebruikt in plaats van wit. Uitbundig gevierde liturgische feesten zijn de, in mijn geval veelvuldig voorkomende, uitspattingen die spontaan ontstaan na het behalen van een zoveelste overwinning.

Geel is de officële kleur van Vaticaanstad. Dit staat symbool voor de heiligverklaring die mij over ettelijke jaren, na het zorgvuldig bestuderen van mijn wonderbaarlijke en miraculeuze overwinningen door theologen allerhande, ongetwijfeld ten deel zal vallen.

Zo, ik hoop dat ik u hiermee duidelijkheid heb verschaft aangaande mijn persoonlijke voorkeurkleur.


Tot slot enkele dienstmededelingen:

Ik wil u graag wijzen op een wedstrijd die op dit moment bij de uiterst sympathieke spellclub “De Spellenhut” van Westmeerbreek loopt. Wilt u per se nog eens winnen en wenst u meer details hierover klik dan op de volgende link: http://despellenhut.yourbb.be/viewtopic.php?t=482

Wat ook dringend moet toegevoegd worden aan uw favorieten is de link naar de nieuwe weblog die recent is ontstaan binnen de alom gekende Nederlandse website Spellengek.nl. Als u op volgende link klikt wordt u er rechtstreeks naartoe geschoten: http://spellengek.blogspot.com/

Als ik u was zou ik ook eens dringend gaan kijken op www.bordspel.com Daar staat een zeer interessante wetenswaardigheid over een spel genaamd Agricola. Ga naar updates – nieuws – releases en klik op de eerste uitgever die u daar in de linker kolom tegenkomt. Ga wel eerst even zitten vooraleer u dit doet. Ik deed dat niet en sindsdien sleept mijn rechterbeen een beetje.

Waar wacht u nog op? Tempo!

Dominique

 

Im Jahr Des Drachen, Im Jahr Der Ratte!

Ik heb het gevoel dat de heer Stefan Feld een goed mens is. Dat hij, net als ieder van ons, streeft naar geluk. En dat zijn levensactiviteiten als eerste doel hebben naar dat geluk, en zelfs dat van ons, toe te werken. Daartoe ontwikkelt hij spellen. Hij bezorgde mij in alle geval veel plezier met ‘Revolte in Rom”, een lekkere voor twee, in 2005 uitgegeven door Queen Games. In 2006 verscheen “Um Ruhm Und Ehre”, een eerder licht piratenspel dat nogal verrassend aan de Alea-waslijn werd opgehangen. “Um Ruhm Und Ehre” ondertussen al legendarisch omwille van de vooruitstrevende inlay, was amper droog of daar werd Stefans volgende al uit de wasmachine getrokken: Notre Dame. Dat spel schoot in 2007 naar de hoogste regionen van mijn persoonlijke hitlijst (PHL). Het staat daar nu te blinken op nummer 18. En er zit nog groeimarge in. Voorwaar een grootse prestatie. Herr Stefan introduceerde daarin het ondertussen beroemde “ratten-management”-systeem. Je moest het niet alleen tegen je tegenspelers opnemen, je moest ook tegen het spel zelf aan de bak. En dat was puffen, zweten, zwoegen, vloeken. Maar ook genieten.

Van zijn jongste worp, “Im Jahr Des Drachen”, dat ik eigenaardig genoeg pas in het jaar van de Rat heb gespeeld, heb ik me een voorstelling gemaakt van hoe het moet zijn ontstaan:

Stefan zit in bad. Hij zegt een paar mantra’s op, deels om te ontspannen, deels om zijn geest leeg te maken zodat er ruimte vrijkomt voor een goed spelidee. Stefan gebruikt daartoe woordjes die rijmen. Nonsenswoordjes vooral – een beetje zoals dat liedje van Ishtar dat ongetwijfeld voor ons landje naar het Eurovisie Songfestival zal gaan en het enige liedje dat mij drie zondagen geleden uit mijn emotioneel dipje kon halen na het aanschouwen van “Atonement” – maar op een bepaald moment zingt hij, zij het onbewust, “spielen, kwielen, spielen, kwielen." Iedere zichzelf respecterende linguist kan u vertellen dat kwielen in het Nederlands “kwellen” betekent. Hij zong dus – ik vertaal even – spellen, kwellen. Kwellen rijmt op spellen. Laat ik daar nu eens iets mee gaan doen, dacht Stefan Feld. Een spelidee was geboren.

k verklaar mij nader wat dat kwellen betreft. Herr Feld maakt het hier wel heel bont. De meeste spelliefhebbers onder ons kunnen wel wat hebben als het op kommer en kwel aan de speltafel aankomt, maar er zijn grenzen. Wat hier de revue passeert wens je niemand toe. Hongersnood, ziekte, droogte, exuberante belastingschalen en Mongoolse horden die zonder kloppen binnenvallen. Daarbovenop word je ook nog geconfronteerd met de ergste kwaal van allemaal: je medespelers. En dat allemaal in 1000 na Christus. Degelijke irrigatietechnieken? Niet voorhanden. Junkfood? Nergens te bespeuren. Geneeskunde voor het volk? Hahahahaha. Evenredige verdeling van de rijkdom? Droom eens verder, manneke. Een goed uitgerust leger? Wie denkt gij wel wie gij zijt: Pieter De Crem?

Samengevat: zit u in een SM-relatie en bent u daarin het voetveegje, dan is dit spel echt iets voor u.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Ondanks alle tegenslag die we op ons pad gaan tegenkomen, beginnen we onder een goed gesternte. We zijn Chinese provinvievorsten. Met spleetogen en al. En gekke hoedjes op. En, zoals alle Chinezen ons heden ten dage nog altijd bewijzen: steeds met de glimlach. We beseffen het nog niet, maar die laatste eigenschap zal ons snel vergaan. Meerbepaald vanaf ronde drie.

We hebben paleisjes en we bevolken die met onze – wat hou ik van dat woord – volgelingen. Monniken, met waaiers wapperende hofdames, vuurwerkmakers, heelmeesters, geleerden, handarbeiders, belastingontvangers en krijgers. Hofdames, geleerden en monniken leveren punten op, belastingontvangers geld, landbouwers rijst, vuurwerkmakers vuurwerk en daardoor ook punten, handarbeiders bouwen paleizen die ook weer punten opleveren en uiteraard je volgelingen huisvesten, heelmeesters behandelen zieke volgelingen en zo heeft iedereen aan het hof wel zijn eigen specifieke levenstaak. We proberen dus zoveel mogelijk punten te scoren en tegelijkertijd door het aantrekken van gespecialiseerde volgelingen de invloed van de rampen die op ons afkomen te temperen. Want als de rampen te erg huishouden verliezen we het één en ander: geld, paleisjes, volgelingen. En overwinningspunten. Kortom, alles wat ons lief is.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Ja hoor, maar wel uitwisselbaar. Wel goed dat het thema niet te intensief werd uitgewerkt of we gingen achteraf allemaal met een zware depressie naar huis. Het is nu al kantje boordje. Ze konden wel goed voorspellen in China, al is er onder onze volgelingen geen enkele waarzegger te bespeuren. Het onheil dat op ons afkomt is immers lang vooraf aangekondigd. We kunnen er ons dus op voorbereiden. Sta me toe hier even een bitter lachje te onderdrukken. We zien het inderdaad aankomen. Ermee omgaan, dat is een ander paar mouwen. Wat ik met inwisselbaarheid van het thema bedoel: het kan zo geënt worden op – ik zeg maar iets – een bedrijf in moeilijkheden. De paleisjes zijn de bedrijfsgebouwen, de hofdames de knappe receptionistes die de productiviteit van het mannelijk personeel aanzienlijk naar beneden halen, de vuurwerkmakers de creatieve geesten met de goede ideeën, de geleerden de nerds van de researchafdeling, de landbouwers de arbeiders en bedienden die het boeltje draaiende houden, de krijgers de verkopers, de heelmeesters de crisismanagers, de monniken de general managers die de grote lijnen uitzetten en – of het nu goed gaat of slecht – er altijd mee wegkomen en de belastingontvangers de accountants die ons helpen de belastingen te ontwijken. Het onheil dat ons overkomt kan ook die context in: ziekte is het ziekteverzuim van ons personeel, droogte de gebrekkige aanvoer van grondstoffen waardoor ons personeel technisch werkloos wordt, het binnnenvallen van de Hunnen een vijandig overnamebod en het innen van belastingen de overheid die de notionele intrest afschaft. Met dit thema kun je dus alle kanten op. Maar is dat slecht? Ik vind van niet.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Het is een Alea. En als Alea voor iets garant staat zijn het goede en degelijk gestructureerde spelregels. Daar wijken ze niet vanaf. Ook niet voor dit spel. Duidelijkheid troef dus.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Hoogstaand niet, functioneel wel. Ik heb al beter voorziene spellen gezien van Alea, maar de onderdelen doen wat ze moeten doen, niet meer, maar ook niet niet minder.

Gij zult uit het
vuistje speelbaar zijn.

Wie het al eens gespeeld heeft, heeft niet veel opfrissing nodig om opnieuw aan de slag te gaan, tenzij hij of zij zich in geen weken gewassen heeft. Maar het eerste spel vraagt wel wat uitleg en aandacht vooraf. Hou hier dus rekening mee als u dit op tafel legt.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

De personenfiches mochten voor mijn part wat groter, maar voor de rest geen oftalmologische bezwaren van mijn kant.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Geluk is ver te zoeken in dit spel. De miserie daarentegen ligt zo voor het oprapen. De enige randomizer is het bij elke ronde willekeurig openleggen van de actiekaarten.Voor de rest hangt het van je vermogen tot crisismanagement af.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Lastige tegenstanders – zijn tegenstanders dat niet altijd – blokkeren bij het kiezen van de acties is schering en inslag. Want kies je een actie die al door iemand anders gekozen is moet je betalen. Een centjes zijn, zacht uitgedrukt, een schaars goed in dit spel. Gemor, gevloek, aanroepingen van alle heiligen, tandengeknars, gebalde vuisten, ik heb het allemaal de revue zien passeren. Vergelijk het zo’n beetje met de gevoelens en de daarbij horende lichaamstaal na het bekijken van je factuur van Electrabel. Zoals reeds aangehaald: het is een dubbele strijd. Met je tegenspelers en met het spel. Een driedubbele zelfs als je daarbovenop ook nog met jezelf in de knoop ligt.

Gij zult niet te lang duren.

Im Jahr Des Drachen duurt net lang genoeg. Behalve als je voor het spel halfweg is al begint door te krijgen dat je niet meer kunt winnen. Dan wordt tijd plots geen rekbaar begrip meer maar eerder iets waarin geen beweging meer te krijgen is. Er kwamen mij tijdens het spelen visioenen tevoorschijn van “La Citta”, een spel waarin ik gelijkaardige ervaringen had (hopeloos achterop na een uurtje en dan nog een uurtje er voor spek en bonen bijzitten). En daar heb ik toch een beetje moeite mee. Maar dat kan ook aan mijn spelersacapaciteiten liggen natuurlijk.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Vergeet het. Leg daarvoor liever iets anders op tafel. Ervaren spelers zonder scrupules – ze bestaan – maken nieuwelingen genadeloos in. En daarna verdwijnen deze nieuwelingen in de nevelen des tijds om nooit meer naar de speltafel weer te keren. Tenzij ze in een SM-relatie zitten waarin ze niet het zweepje hanteren. Dit is een spel waarnaar je via andere spellen naartoe moet groeien. En zorg er dan voor dat het parcours “Notre Dame” aandoet. Als voorspel op “Im Jahr Des Drachen” is dit uitermate geschikt.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Dat dan weer wel. Ik ben gebrand om dit spel tot op het bot te fileren. Op Boardgamegeek zijn interessante discussies aan de gang over de zogenaamde privilegestrategie, waarbij je in de eerste beurt een “dubbele draak-privilege” koopt zodat je op dat moment al zeker bent van 24 punten op het einde van het spel, al dan niet gecombineerd met een aantal hofdames in je paleisjes die ook lekker aantikken (altijd leuk, zo’n hofdame, je moet jezelf niet meer wassen). Dat zou ik graag even uitzoeken. Ook de, volgens velen, vereiste om voor te liggen op het personenspoor zodat je altijd eerst aan de beurt komt voor het kiezen van de acties zorgt voor verhitte discussies, al heb ik iemand zien winnen die hier bijna het ganse spel achteraan lag. Interessant allemaal, en het vraagt gewoon om verder participerend onderzoek.

Dat zal ik dan ook, in uw belang maar vooral het mijne, met plezier op mij nemen.

Dominique

 

Im Jahr Des Drachen (Alea, 2007)

Stefan Feld

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

75 – 100 minuten